U bent hier

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

De vraag gaat over de overschakeling van laagcalorisch naar hoogcalorisch aardgas. Het is een vraag die drie maanden geleden ook werd gesteld in deze commissie, maar de problemen in Nederland blijven zich opstapelen. Daar is een beving geweest met een magnitude van 3,4 op de schaal van Richter. Die bevingen worden toegeschreven aan de gasontginning in dat gebied.

Momenteel is er nog geen eenduidigheid over de totale kostprijs. Er circuleren veel te veel verschillende bedragen. Er is ook overleg geweest tussen u en de installateurs, of dat was althans afgesproken in de commissievergadering van 4 oktober 2017. Ik heb mijn bezorgdheid hierover al verschillende keren uitgedrukt. Als de ombouw versneld moet worden, dan riskeren we om technisch personeel tekort te komen. Op die manier ontstaat er druk langs deze kant. Als het niet wordt versneld, dan moet er aardgas worden ingevoerd dat geproduceerd is door rijk aardgas arm te maken. Dat is zowel energetisch als kostprijsmatig een slechte zaak.

Omdat het recent opnieuw in het nieuws is geweest, wil ik u toch opnieuw enkele vragen stellen. Wat is uw standpunt over de huidige timing inzake de afbouw van de import van aardgas uit Nederland? Is er op basis van de proefprojecten duidelijkheid over de kostprijs? Is dat nog steeds ongeveer 1 miljard euro? Is het nationaal fonds voor de financiering van deze overschakeling reeds opgericht? Hoe ver staat het daarmee? U zou dit bespreken op het Overlegcomité. Wat is de stand van zaken van de omschakeling in Vlaanderen? Wat zijn de conclusies van het overleg met de installateurs van oktober 2017? Er bestond een perceptieprobleem. U zou met de installateurs rond de tafel gaan zitten om te kijken hoe u daaruit kon geraken en om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat de gasinstallaties effectief om de twee jaar worden nagekeken. Dat zou toekomstige investeringen kunnen vermijden. Hoe kan de communicatie worden verbeterd? Ik weet dat er lokaal heel wat initiatieven worden genomen om te communiceren. Anderzijds is er wel het fenomeen dat er in de nationale pers telkens schrikberichten vanuit Nederland komen waardoor mensen bang zijn dat er straks geen aardgas meer zal zijn.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Begin januari beefde de aarde opnieuw in Nederland, ditmaal in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen. Minstens 300 gezinnen liepen schade aan hun woning op. Er wordt breed erkend dat deze beving te maken heeft met de gaswinning. De politieke gevolgen bleven niet uit. De Nederlandse Energieminister stelde dat hij de gaswinning verder wil beperken. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de leveringen aan ons land, aangezien wij een groot deel van het Nederlands gas importeren. De dagen en weken na de indiening van deze vraag om uitleg is dat nog eens des te meer gebleken.

Minister, had u contact met de Nederlandse Energieminister? Welke impact heeft de aangekondigde volumebeperking op de gaslevering aan Vlaanderen? Hoe absoluut zijn de gasleveringscontracten? Is er in schadebedingen voorzien bij het niet nakomen van de leveringsverplichting? We spraken in de commissie al regelmatig over de omvorming van ons gasnet. Mijn fractie heeft daar  vragen bij omdat je door een massale omvorming het risico loopt op een lock-in-effect. Je investeert nu in iets wat min of meer oké is, maar op die manier vertraag je of sluit je latere betere instrumenten uit. Bent u naar aanleiding van de nieuwe problemen in Nederland bereid om die omvormingsagenda te herzien zodat een echte transitie gerealiseerd kan worden?

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

In het regeerakkoord van onze noorderburen werd een vermindering van de gaswinning aangekondigd. Minister Wiebes heeft vervolgens een brief aan de Tweede Kamer geschreven waarin hij stelt dat het productieniveau van de gaswinning in Groningen omlaag moet. In de plenaire vergadering op 16 januari 2018 heeft de minister toegelicht dat de verschillende mogelijkheden om de vraag te verminderen in kaart worden gebracht. Hij denkt hierbij aan het afschaffen van de verplichting op een gasaansluiting bij nieuwbouw – In Vlaanderen hebben we dat ook al afgebouwd –, het versneld omschakelen van grootverbruikers, de bouw van een stikstofinstallatie en de export.

Minister Wiebes heeft verklaard dat hij nog gesprekken zal voeren met de buurlanden die fysiek afhankelijk zijn van het Groningengas en die volgens hem “al met ons best ambitieuze afspraken hebben gemaakt over de afbouw.” Aangezien nog niet duidelijk is hoe groot de aangekondigde volumebeperking zal zijn en welke maatregelen minister Wiebes ten gevolge van de recente gebeurtenissen zal treffen, is de impact moeilijk in te schatten.

Het is moeilijk de omvormingsagenda vanuit Vlaanderen te herzien. De tijdslijn is opgesteld door Synergrid, de federatie van de netbeheerders elektriciteit en aardgas in België. Het betreft hier voornamelijk de bevoorradingszekerheid, wat een federale materie is. Ondertussen heb ik in de pers gezien dat in bepaalde gemeenten effectief volop aan de omschakeling wordt gewerkt.

Wat ik als minister uiteraard wel doe, is mensen ertoe aanzetten in plaats van gas meer hernieuwbare energie, zoals warmtepompen en warmtenetten te gebruiken. Verder hebben we de doelstelling in verband met de gasaansluiting losgelaten. In het Warmteplan zijn de eerste aanzetten gegeven. Ook in het licht van het interfederaal energiepact wordt hier verder aan gewerkt.

Volgens de huidige timing is de afbouw van de import van aardgas uit Nederland voorzien tegen 2030. Tot nu toe is er geen melding van gemaakt dat Nederland de contracten niet zal nakomen. Minister Wiebes heeft verklaard dat hij zal nagaan wat mogelijk is. Die maatregelen hebben veeleer betrekking op de grootverbruikers. Er is alleszins nog geen officiële melding door de Nederlandse Regering geweest dat de contracten niet zouden worden nagekomen.

We hebben met de andere gewesten en met de federale overheid de nodige afspraken gemaakt om het haalbaar te maken de volledige afbouw tegen 2030 te realiseren. Dit plan start in 2018 en zal tegen eind 2019 worden afgerond. Zoals ik al eerder in deze commissie heb gesteld, wordt de totale financieringskost van de omschakeling van laag- naar hoogcalorisch aardgas op 500 miljoen euro geschat. Om ervoor te zorgen dat alle Belgische aardgasverbruikers, zowel gezinnen als bedrijven, in gelijke mate bijdragen aan de kosten ten gevolge van de aanpassing van het distributienet, ongeacht waar ze wonen of zijn gevestigd, heeft de Federale Regering in het regeerakkoord voorzien in de oprichting van een nationaal fonds. In dit verband hebben de medewerkers van de vier ministers van Energie op 17 oktober 2018 overleg gepleegd. In navolging van deze vergadering zullen de ministers, op uitnodiging van minister Marghem, opnieuw samenkomen.

Na het overleg met de installateurs in oktober 2017 heeft de FOD Economie de modelbrieven ter beschikking gesteld van de bevoegde technici. Die brieven bevatten informatie voor de klant over de verplichtingen in het licht van de conversie van laag- naar hoogcalorisch gas. In samenwerking met de Associatie voor Thermische Technieken van België (ATTB), heeft de vereniging Gas.be een gedragscode opgesteld voor de geschiktheidscontrole voor de conversie van laag- naar hoogcalorisch gas. Die gedragscode is ter beschikking gesteld van de bevoegde technici en bevat onder meer een model van controleverslag met de termijnen waarbinnen, indien nodig, aanpassingen aan de installatie moeten gebeuren. Het controleverslag wordt na de eerste controle aan de gebruiker of eigenaar van het toestel overhandigd. In de communicatie ten aanzien van de burger wordt duidelijk gemaakt dat de controle voor de gasconversie met de tweejaarlijkse controle kan samenvallen. Dit valt onder de bevoegdheden van minister Schauvliege.

Wat de communicatie betreft, is er voor de burger de centrale website www.gasverandert.be. Voor specifieke informatie verwijst deze website door naar de websites van de regio’s en van de distributienetbeheerders. In Vlaanderen zijn dat Infrax en Eandis. De distributienetbeheerders informeren de gemeentebesturen en hun klanten wanneer hun gemeente aan de beurt is voor de gasconversie. De timing van de verzending van de brieven is afhankelijk van de timing van de conversie. Normaal gezien, gebeurt dit twee tot drie jaar op voorhand. Daarnaast zijn modelbrieven beschikbaar die de bevoegde technicus naar zijn klant kan versturen. Dit betekent dat de klant langs drie kanalen wordt benaderd, namelijk door de distributienetbeheerder, door het gemeentebestuur en door de bevoegde technicus. De technische informatie voor de bevoegde technici is terug te vinden op de website van Gas.be en slaat onder meer op de gedragscode en op de geplande informatiesessies.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord, dat uiteraard niet veel verschilt met het antwoord dat u drie maanden geleden hebt gegeven. We blijven in hetzelfde probleem ronddraaien als in een hete soep. Ik verklaar me nader.

Het is natuurlijk gemakkelijk te stellen dat de tijdlijn wordt bepaald door Synergrid. Het draait dan om de bevoorrading, wat een federale bevoegdheid is. Ik wil erop wijzen dat het in Vlaanderen om 920.000 gezinnen gaat. De rest zit in Wallonië en in Brussel. Dit betekent dat 62 procent van het probleem in Vlaanderen zit, maar we zijn wel afhankelijk van die federale bevoegdheid.

Ik heb de teksten nu niet bij me, maar volgens mij heb ik sinds eind 2014 bijna om de zes maanden dezelfde vraag om uitleg gesteld. Zou het niet beter zijn het heft in eigen handen te nemen en al vroeger met die omschakeling te starten? Op een bepaald ogenblik zullen we problemen krijgen met de vakmannen. Ik vind dat we vroeger moeten omschakelen.

Minister, u hebt verklaard dat u nog geen melding hebt ontvangen dat het contract niet zal worden nagekomen. Dat klopt. Ik geloof u volledig. U hebt tevens verklaard dat de tendens is dat de impact moeilijk in te schatten valt. Als er zeer frequent kleinere aardbevingen in de regio zijn, zal de Nederlandse minister, met andere woorden, ook onder druk komen te staan. Hij kan wel tovertrucs uithalen met zijn stikstofinstallatie en de grote industrie uitschakelen, maar op een bepaald ogenblik zal hij misschien wel met andere landen negotiëren. Misschien zal de kostprijs dan ook gedeeltelijk worden doorgerekend.

Maar als wij sneller klaar staan, hebben we ze ook sneller niet nodig, als ik het zo mag uitdrukken. Dat is een mes dat langs twee kanten snijdt. Dat mis ik nog altijd in uw antwoord.

Het gaat hier over de kostprijs, dat is toen ook gemeld, men heeft het over ongeveer 200 miljoen euro aan distributienetkosten en over 40 à 50 miljoen euro aan transportnetkosten. Volgens een schatting van Synergrid uit 2014 – het is intussen 2018 – gaat het over 250 miljoen euro voor de gezinnen bij de omvorming van eventueel een zeer oude ketel. Dat blijft echter een schatting. Kan die schatting nu echt niet worden verfijnd?

Op 17 oktober was er opnieuw Overlegcomité, als ik het goed heb begrepen, maar daar is weer niets beslist over dat nationaal fonds. Straks zijn we 2029 en zijn we daar nog over aan het discussiëren, maar intussen worden er wel kosten gemaakt door de transport- en distributienetbeheerders. Hoe moeten zij dat dan verrekenen? Moeten zij dat op een wachtrekening plaatsen en daar intresten bij rekenen? Of zullen ze, zoals u de vorige keer hebt gezegd, op een bepaald moment toch moeten overwegen om aan de regulator te vragen een methodologie uit te werken om de kosten en de tarieven op een bepaalde manier te behandelen?

Ik wil me excuseren omdat ik die vraag telkens opnieuw stel, maar ze is dan ook prangend. Ik herhaal dat die Hollanders ons op een bepaald moment met de rug tegen de muur zullen plakken. De vraag is dan of we klaar staan of niet om hen terug te plakken.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Het klopt inderdaad dat het regeerakkoord in Nederland bepaalt dat de productie van gas zal verlagen van 21,6 naar 20 miljard kubieke meter. Dat is een verlaging van 7 à 8 procent. Naar aanleiding van de recente bevingen heeft men echter gesteld dat het niet langer houdbaar is om toch nog 20 miljard kubieke meter op te halen. Die afspraak lijkt niet haalbaar. En zoals de heer Gryffroy terecht zegt, zijn er oplossingen mogelijk door bijvoorbeeld bijkomend stikstof te mengen en dergelijke. Wanneer men het volume dermate laat dalen, dan zal de installatiecapaciteit te klein worden om de bevoorradingszekerheid te garanderen. Ik maak me daar zorgen over. Ik besef dat het hier over een federale materie gaat, maar de omvorming is dan weer een Vlaamse materie, het gaat hier dus over zaken die gemengd zijn.

Ik vind dat wij de lokale besturen en eventueel ook de intercommunales moeten faciliteren en stimuleren om meer werk te maken van warmtenetten. Ik heb de stellige indruk dat lokale besturen voor een stuk aan hun lot worden overgelaten. Grote steden zijn wel in staat om de nodige expertise in te huren of kopen of via de intercommunales die daarrond zijn opgericht of die zich ertoe hebben verbonden dat te doen. In een aantal andere gevallen is het heel moeilijk om dat te realiseren. Ik zou dan ook willen vragen om gemeentebesturen te faciliteren en te stimuleren om eerst na te gaan of een warmtenet mogelijk is en pas in tweede instantie tot die ombouw over te gaan. Ik besef dat dit niet massaal zal zijn, maar elk beetje helpt.

U zegt ook dat u warmtepompen wilt inzetten, maar u weet toch dat een gasnet de grootste concurrent is van een warmtepomp. Wanneer mensen de keuze hebben, zullen ze eerder opteren voor gas, en dat kunnen we missen als kiespijn. Ook daar vraag ik dus bijkomende maatregelen.

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

Het antwoord van de minister geeft inderdaad duidelijk aan dat we ons ook niet moeten blindstaren op het huidige gasverbruik. Warmtepompen en warmtenetten, waar de heer Danen naar verwijst, zijn inderdaad een zeer interessant alternatief, maar niet overal. Het kan best zijn dat het op sommige plekken veel interessanter is om een warmtepomp te installeren en op andere plakken een warmtenet. De netbeheerders zijn zich daar ook van bewust, er worden tal van casestudies uitgebouwd. Ik denk dan ook niet dat het een probleem is dat gemeenten nu niet weten wat er mogelijk is en wat er gebeurt. Ik denk dat de werking van de intercommunale werkmaatschappij daar voldoende stevig is.

Verder denk ik dat het minder angstaanjagend is dan de heer Gryffroy doet uitschijnen. Ik denk niet dat we in een gasoorlog met Nederland zullen terechtkomen. Ik heb begrepen dat de relaties met onze noorderburen uiterst goed zijn, zeker tussen de ministers van Energie. Dat zal de minister wellicht zelf bevestigen of niet.

Verder is het een beetje wachten op dat fonds. Het is belangrijk dat we daar de vinger aan de pols houden en federaal minister Marghem op tijd en stond herinneren aan de urgentie om dat fonds tijdig in werking te laten treden.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Ik ben uiteraard even bezorgd als de collega’s maar ik stel voor om in al die geledingen waar wij ook in zitten als vertegenwoordigers of als partijen, harder op de nagel kloppen. Dat het federale regeerakkoord moet worden uitgevoerd, is een zaak van de Federale Regering, waar tot nader order vier partijen in zitten. Mijnheer Gryffroy, u kunt wel naar mij wijzen, maar u bent in die regering de grootste partij. Ik heb het er wel een beetje mee gehad dat telkens wanneer u zelf verantwoordelijkheid draagt, u de bal naar mij gooit met de vraag om op te lossen waar de vertegenwoordigers van het federale parlement of van de Federale Regering niet in slagen.

De distributienetbeheerders zouden sneller moeten gaan. Welnu, dat vertegenwoordigers van de politieke partijen in Infrax op de nagel kloppen dat het sneller moet gaan. Ik heb aan de distributienetbeheerders formeel niets te zeggen, mijnheer Gryffroy, en u weet dat. Ik ben de minister van Energie. Ik kan iets vragen, maar waar het beslist wordt, zit u zelf in, niet ik. Ik vind het allemaal heel mooi om hier te vragen: wat als, wat als, wat als. Ik heb mijn ding al gedaan. Ik heb dit op het Overlegcomité gebracht. Als we dan op een bepaald moment vaststellen dat het niet vooruitgaat met dat federale regeerakkoord waarin staat dat er een nationaal fonds zal worden geïnstalleerd, dan vindt u dat ik als Vlaams minister in de plaats zou moeten treden van de federale minister van Energie. Ik pas daarvoor: elk heeft zijn bevoegdheden. Ik ben een man die de bevoegdheden in dit land respecteert. Op dat vlak ben ik iemand die het federalisme aanvaardt. 

Ik heb echter de indruk dat sommige mensen daar heel veel moeite mee hebben: als de federale overheid iets niet doet, dan moet de Vlaamse het maar doen, ook op het Belgische niveau. Daar zijn ministers voor, hé.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, ik denk dat de energieposten in België en de regio’s worden bezet door dezelfde politieke familie, en dat dat misschien net iets handiger praat. U moet ons dus niet met de vinger wijzen.

Het staat in het regeerakkoord. Dan vraagt u ook maar aan Marghem dat ze het regeerakkoord uitvoert.

Vraag misschien aan mijnheer De Wever dat hij het aan mijnheer Reynders zegt. (Opmerkingen)

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Ik denk dat de burgers weinig hebben aan dit soort politieke spelletjes. Ik denk dat ze oplossingen willen, zodat ze niet in de problemen geraken met die gaslevering en ook echt kunnen kiezen voor alternatieven. Ik roep er nogmaals toe op om die ook ten volle uit te werken en ten volle de bevoegdheid ter zake te gebruiken.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.