U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Franssen heeft het woord.

Cindy Franssen (CD&V)

In het kader van ‘donderdag date-dag’ kom ik de commissie Onderwijs daten.

Minister, recent verscheen de vernieuwde voedings- en bewegingsdriehoek. Wat oorspronkelijk een instrument was voor professionals om voorlichting te geven over een evenwichtig voedingspatroon, is doorheen de jaren geëvolueerd naar een gebruiksvoorwerp voor organisaties om te communiceren met de burgers.

Er is heel wat voortschrijdend inzicht gekomen rond gezonde voeding. Er zijn de drie adviezen van de Hoge Gezondheidsraad en ook de Wereldgezondheidsorganisatie heeft heel wat adviezen of bekommernissen overgemaakt. We kunnen wel zeggen dat de nieuwe voedings- en bewegingsdriehoek de bovenstaande verwachtingen ruimschoots heeft ingelost. Ik ben bijzonder tevreden met de nieuwe voedings- en bewegingsdriehoek.

Voeding en beweging zijn vaak ook een kwestie van gewoonte. Het is daarom cruciaal dat op reeds jonge leeftijd gezonde voeding gepromoot wordt – niet enkel de theorie, maar uiteraard ook de praktijk. Scholen spelen hierbij een belangrijke rol.

Een eerste stap werd hiervoor al gezet toen in november 2016 een engagementsverklaring werd ondertekend, door onder meer u, minister, en de minister van Welzijn, de partners uit de voedingsindustrie en de onderwijspartners om tot een evenwichtiger en gezonder dranken- en tussendoortjesbeleid te komen in de scholen.

Deze engagementsverklaring blijkt een groot succes: kinderen mogen vaak enkel gezonde tussendoortjes of water mee naar school nemen en het aanbod in de scholen is vaak aangepast naar gezondere alternatieven.

Het project Zontijd, een initiatief dat ook voorafging aan de vernieuwde voedings- en bewegingsdriehoek, daagt de scholen uit om meer en verantwoord te bewegen. Dat zijn lovenswaardige initiatieven. Vorige week werden op basis van de kadermethodiek ‘Gezonde School’ richtlijnen voor evenwichtige schoolmaaltijden voorgesteld. Deze zijn tot stand gekomen na breed overleg met de voedingssector, en worden getest in een aantal scholen, en er was de Ronde Tafel Gezonde Schoolmaaltijden onder uw leiding.

Uit een onderzoek van het Vlaams Instituut Gezond Leven, vroeger VIGeZ, blijkt bijvoorbeeld dat het dagelijks aanbod groenten in secundaire scholen niet voldoet aan een volwaardige portie, zoals beschreven in de nieuwe voedingsdriehoek. De nieuwe handleiding voor scholen bevat onder meer richtlijnen rond de hoeveelheden, de variatie, de inkleding en de sfeer van en rond een schoolmaaltijd, ingedeeld per leeftijdscategorie. Deze werd tevens samengesteld door het Vlaams Instituut Gezond Leven. Al mag nieuwe regelgeving de autonomie en de identiteit van scholen niet ondermijnen, dan nog moet de aandacht in ons onderwijs voor een gezonde levensstijl ook in de schoolpraktijk duidelijk worden.

Minister, in de deelnemerslijst van de Ronde Tafel Gezonde Voeding zijn heel wat stakeholders uit de voedingsindustrie te vinden. Enkele onderwijsinstellingen waren ook uitgenodigd. Kunt u zeggen of er bij de onderwijsinstellingen al een voldoende groot draagvlak is om met deze richtlijnen aan de slag te gaan?

De handleiding voorziet in een checklist die betrokkenen kunnen invullen. Overweegt u eventueel samen met de stakeholders een monitoring/evaluatie te plannen over de impact van de handleiding en navolging van de richtlijnen?

Zult u in het kader van het beleid ‘Health in All Policies’, dat hoog staat aangeschreven bij de Vlaamse Regering, nog andere initiatieven nemen om de adviezen van de nieuwe voedings- en bewegingsdriehoek mee te promoten in de Vlaamse scholen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Franssen, welkom in de commissie Onderwijs. Ik behandel de eerste twee vragen samen. Het voorstel om aan richtlijnen voor scholen te werken, werd door de Commissie Onderwijs en Samenleving van de Vlaamse Onderwijsraad, met daarin vertegenwoordigers van scholen en CLB’s, goed onthaald. Bij de opmaak van deze richtlijnen zijn we niet over één nacht ijs gegaan. Ze werden opgesteld via ruime participatie.

Het ontwerp van de ‘gids rond schoolmaaltijden’ werd niet alleen besproken en gefinaliseerd op de Ronde Tafel Gezonde Schoolmaaltijden, maar voorafgaand ook voorgelegd aan een aantal scholen – zowel kleuter-, basis- als secundaire scholen. In de gids zelf is er ook veel aandacht voor overleg en betrokkenheid van leerlingen, ouders en schoolteam. De richtlijnen leggen de scholen niets op, ze bieden enkel handvatten om ervoor te zorgen dat via het aanbod van gezonde schoolmaaltijden kinderen en jongeren leren om gezonde keuzes te maken. De checklists zijn vooral handig voor scholen om heel snel na te gaan hoever ze staan en welke punten er eventueel nog kunnen worden bijgestuurd. De nieuwe handleiding helpt scholen bij de uitbouw van een breed, evenwichtig voedingsbeleid.

In het verlengde van de nieuwe richtlijnen voor schoolmaaltijden worden er ook opleidingen voor scholen georganiseerd. Deze opleidingen gebeuren in samenwerking met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en het Vlaams Instituut Gezond Leven. Het draagvlak bij de scholen zal moeten blijken uit de indicatorenbevraging van het Vlaams Instituut Gezond Leven. De bevraging gebeurt in 2018. De resultaten worden bekendgemaakt in 2019. Dan pas zullen we de effecten kennen.

Voor de promotie van de nieuwe voedings- en bewegingsdriehoek verwijs ik graag naar het actieplan ‘Hoog tijd voor geZONtijd’, dat acties bevat die inspelen op mijn Klavertje Vier binnen het gezondheidsbeleid op school: gezonde voeding, sport en beweging, schoolsportinfrastructuur en EHBO & reanimatie.

Ik geef enkele voorbeelden van acties uit het plan. We kunnen daar gerust een gedachtewisseling over houden indien nodig. Zo startten we op 1 september met de sensibiliseringscampagne ‘Bewegen naar de zon’, waarbij alle leerlingen van het lager onderwijs worden aangemoedigd om dagelijks een kwartiertje extra te bewegen in de school.

Aan alle aanwezige jongeren in het kader van YOUCA: ik vind dat we hier heel erg stil moeten zitten. Ik ben daar een groot tegenstander van. Zeker bij de 12- tot 18-jarigen is stilzitten een groot probleem. Kleuters bewegen volop, in het lager is dat al wat minder, maar in het secundair onderwijs heb ik tien pilootscholen geselecteerd om te zien hoe we jongeren aan het bewegen kunnen krijgen. Zitten is niet goed voor de gezondheid. Ik weet uit ervaring dat te lang zitten nefast is voor een frisse gedachtegang.

We proberen van dat bewegingsbeleid een punt te maken in deze legislatuur. Obesitas – u weet het – is een probleem. Maar niet alleen daarom, het is gewoon omdat een gezonde geest in een gezond lichaam het best letterlijk wordt toegepast.

In samenwerking met mijn collega’s, minister Vandeurzen en minister Schauvliege, werd recent ‘Oog voor Lekkers’ gelanceerd, het vernieuwde schoolprogramma voor fruit, groenten en melk. Bij de lancering werd er ook gezorgd voor vernieuwing van een reeds bestaand educatief pakket waarmee melk in de schijnwerpers wordt gezet.

Mevrouw Franssen, het leeft echt in onze scholen.

Cindy Franssen (CD&V)

Ik heb nog een bijkomende vraag, minister. Wordt er inzake evaluatie en monitoring gekeken naar de precaire doelgroepen? Ik heb het vooral over kinderen in armoede. Misschien is dat iets wat we kunnen meenemen.

Zeker wat bewegingsbeleid betreft: we hadden deze voormiddag al een bespreking van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA) over het sportbeleid. Wordt daar aan kruisbestuiving gedaan? Ik denk aan de sportpas. Als we jongeren verder willen aanzetten om te bewegen, ook kinderen en jongvolwassenen, wordt er dan een link gelegd met de bestaande plannen inzake sport? Dat zou niet slecht zijn.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Minister, ik ben zeer tevreden met uw antwoord. We zeiden het net al lachend, en in scholen wordt ook vaak gezegd: zit stil, en zwijg.

Ik heb niet direct een vraag, maar wel een bemerking. Meer bewegen en gezonde voeding zijn inderdaad elementen van algemene opvoeding. Het onderwijs, de school, is een plaats van kennisoverdracht maar ook van overdracht van attitudes en goede gewoonten. Als scholen de weg van gezonde voeding opgaan en gesuikerde frisdrank verbannen – dat is een goede zaak –, stuiten ze vaak op weerstand bij de ouders zelf.

Ik maak het zelf mee: ik ben in een ander leven voorzitter van een schoolbestuur. Als scholen ter zake stappen zetten – en het is al aangehaald: de autonomie van de scholen is belangrijk – botsen ze vaak op weerstand van ouders. Moet dat allemaal wel? Is dat allemaal wel nodig? Is dat zinvol? Ik vind dat we vanuit het beleid die weg moeten blijven kiezen.

We mogen niet te extreem zijn. We moeten een goede balans vinden. Beweging is zoals gezegd ook belangrijk. We mogen dat niet beperken tot de les lo. Men kan in andere lessen ook heel veel aan beweging doen. Die twee uurtjes lo zijn lang niet genoeg. Daarmee blijven we ver van kant. Het is een en-enverhaal. Het is een blijvende opdracht. Ik hoop dat we onze scholen kunnen blijven ondersteunen om een beleid ter zake uit te tekenen en soms tegen de goegemeente te blijven ingaan.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Ter mededeling, bewegen is niet alleen belangrijk voor de gezondheid, maar ook voor de ontwikkeling van onze zintuigen, voor de grove en de fijne motoriek, voor de auditieve en visuele vaardigheden. Beweging zet heel wat in gang inzake de hele perceptie van ruimte, tijd, lichaam enzovoort. Dat brengt ons uiteindelijk tot concentratie en de mogelijkheid om te leren lezen en schrijven en rekenen. Dat geeft ons zelfvertrouwen en stressbestendigheid. Bewegen is meer dan alleen maar gezondheid: het is ook de ontwikkeling van ons hele wezen.

De voorzitter

De heer Cordy heeft het woord.

Paul Cordy (N-VA)

Ik heb ook nog een aanvulling. Voeding is verleiding. We worden verleid door allerhande prikkels om ongezonde voeding te eten. We zouden ook verleid moeten worden tot gezonde voeding. Mijn ervaring is dat men dat in het lager onderwijs heel veel incentives geeft en ondersteuning, maar dat dit in het secundair onderwijs vaak vermindert. Dat is het moment dat scholieren zelfstandiger worden, zelf zaken gaan kopen en zo, actief zijn ook. Op dat moment wordt het moeilijker om aan die verleiding te weerstaan. Daar moeten we aandacht voor hebben. Ook in het secundair onderwijs moet dat onze volgehouden aandacht krijgen.

We hebben nu een goed instrument: de nieuwe bewegingsdriehoek, die zeer duidelijk en hanteerbaar is. Er moet voldoende mee worden omgegaan, zodat men niet eindigt met een figuur zoals ik.

De voorzitter

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Mijn betoog sluit een beetje aan bij wat de heer Cordy heeft gezegd. In de basisscholen worden er inderdaad al heel veel inspanningen gedaan rond een gezondheidsbeleid. Ik denk dat men de evolutie van de laatste tien jaar niet mag onderschatten: denk maar aan het fruitmoment, aan de verplichting om een gezondheidsbeleidsplan op te maken en concrete acties uit te voeren die worden opgevolgd door de inspectie. Wat ik trouwens een goede zaak vind – vaak zijn het heel haalbare en kleine tips –, is bijvoorbeeld het feit dat men de hele dag door water kan drinken van waterautomaten enzovoort. Dat zijn enorme stappen vooruit.

Maar het grote pijnpunt blijft volgens mij wel bewegen. Een gezonde voeding gaat altijd samen met bewegen. Als je veel beweegt maar niet gezond eet, zal je niet gezond zijn, en omgekeerd. Het blijft een pijnpunt omdat de mentaliteit er nog niet is om in school veel aan sport te doen. Men is nog altijd heel blij met die twee uurtjes lichamelijke opvoeding, die zelfs niet altijd even goed wordt gegeven. Twee uurtjes is veel te weinig. Eén keer om de veertien dagen gaan zwemmen, is veel te weinig. Er wordt te weinig energie aan besteed.

Er moet een hele mentaliteitswijziging gebeuren, wat niet van de ene dag op de andere kan. De lestijdenpakketten moeten anders worden aangepakt. De manier van uurindeling moet anders zijn. Er moet heel veel worden bijgestuurd als we stappen vooruit willen zetten.

Er worden heel grote inspanningen in het basisonderwijs gedaan, die voor een stuk teniet worden gedaan in het secundair onderwijs, waar er nog veel te weinig aandacht aan wordt besteed door allerlei omstandigheden. Het zou een leerlijn moeten zijn vanaf de eerste kleuterklas tot en met de hogeschool.

Minister Hilde Crevits

Collega's, ik dank jullie voor de aanvullende bemerkingen. Ik denk dat ik – en soms mag je jezelf een beetje ‘bestoefen’ – de minister probeer te zijn die een trendbreuk veroorzaakt. Ik ga ook zeggen waarom ik dat vind. Los van het feit dat de basisscholen inderdaad goed werk doen, hebben we wel een actieplan bewegen opgemaakt. Het is vroeger nooit gebeurd, het is de allereerste keer dat in het secundair onderwijs tien pilootscholen worden gekozen die onder universitaire begeleiding nagaan wat jongeren uitdaagt om te bewegen, ook in het secundair onderwijs: hoe kunnen we zorgen dat ze een beetje actiever worden, hoe kunnen we zorgen dat bewegen een cultuur wordt?

Sommige nieuwe scholen in de DBFM-projecten zorgen bijvoorbeeld dat men in de gangen ook actie kan doen en nodigen uit om actief bezig te zijn. Iemand had het net over verleiding. Bewegen is ook verleiding, zitten is ook verleiding. Ik heb ook de periode meegemaakt dat ik op school zat en weinig zin had om te bewegen, maar ik was wel in de atletiekclub. Er was dus wel een beetje een balans. Meisjes bewegen trouwens nog minder dan jongens.

Er zijn dus wel wat bezorgdheden wanneer het gaat over bewegingsbeleid, maar het wordt nu voor het eerst ook onderzocht. We willen echt wel dat het bewustzijn sterker wordt.

Collega Franssen, de kansengroepen zijn in het plan een bijzondere aandachtsgroep, op alle punten. U maakt de doorsteek naar sport. Ook bij voeding bijvoorbeeld hebben we berekend wat je nodig hebt om een gezonde maaltijd te maken. Ik weet dat er wat beroering is rond de 1 euromaaltijd, maar je kunt perfect een gezonde maaltijd aanbieden aan iedereen en een korting geven aan de kansengroepen. Dat is perfect mogelijk. Kinderen hoeven het niet te weten dat er korting is. Het kan perfect worden afgesproken. Ik ben een absolute tegenstander van twee circuits van maaltijden op een school. No way. Ik wil bijvoorbeeld niet een 1 euro- en een 3 euromaaltijd op een school. Niet met mij. Er kan perfect een sociaal tarief zijn, waardoor er op school gezonde maaltijden worden geserveerd, die trouwens niet meer hoeven te kosten – dat heb ik vorige week geleerd – dan minder gezonde maaltijden. Je moet variëren in je ingrediënten en de variatie duur-goedkoper kan ervoor zorgen dat je een perfect gezonde en gevarieerde maaltijd kunt maken zonder dat het duur hoeft te zijn. Wij hebben nogal de neiging om gezond te associëren met duur, en dat is ook iets wat we de wereld uit willen helpen.

In de richtlijnen is er ook bijzonder veel aandacht voor de sfeer in de refter, de tijd die wordt genomen om te eten. Waar ik aanwezig was, waren er heel kleurrijke borden, heel kleurrijke bekers, wat het al aangenamer maakt om gewoon water te drinken. De manier waarop je de dingen serveert, maakt ze ook aantrekkelijker. Eten op school moet gezellig zijn, leuk en hip. De manier waarop men bijvoorbeeld de appeltjes sneed, was goestingopwekkend, voor mij toch.

Ik denk dat we proberen om geïntegreerd te werken. Ik zie tot mijn vreugde dat heel veel scholen ook al volop bezig zijn met het voedings- en bewegingsbeleid. Het kan natuurlijk beter en het moet veel meer geïntegreerd gebeuren in de toekomst.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.