U bent hier

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, ik heb een vraag over de implementatie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die volgend jaar van toepassing zal moeten zijn en over de effecten ervan in de cultuur-, jeugd- en mediasector.

De bescherming van persoonsgegevens en van privacy is terecht een grote bekommernis van de overheid. Een nieuwe Europese verordening, de General Data Protection Regulation (GDPR) of Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), stelt strenge eisen waaraan elke organisatie die persoonsgegevens verwerkt, moet voldoen. Elke organisatie, ook vzw’s en feitelijke verenigingen die persoonsgegevens gebruiken, opslaan of verwerken, vallen onder de regelgeving en moeten zich in orde stellen, zelfs als de organisatie geen enkel winstdoel nastreeft of geen enkele commerciële ingesteldheid heeft. De regelgeving geldt immers voor zowel de commerciële als de niet-commerciële sector. Vanaf 25 mei 2018 – dat lijkt nog veraf, maar dat is niet zo – wordt de verordening effectief van kracht en moet iedereen, dus ook de sectoren die onder de uw bevoegdheid vallen, ermee in regel zijn.

De implementatie van de GDPR is echter vrij complex. Verschillende organisaties, bijvoorbeeld SCWITCH maar ook de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie (VVBAD), informeren de sector en werken aan informatieve en praktische instrumenten zodat organisaties in de socioculturele en erfgoedsector zich in regel kunnen stellen met die verordening.

In de verordening is ook opgenomen dat de lidstaten een uitzonderingsmaatregel kunnen uitwerken voor de archief- en erfgoedsector. Het Koninklijk Rijksarchief nam al het initiatief om de ruime archiefsector hierover samen te brengen en werk te maken van een gedragscode, een ‘code of conduct’. Ook andere sectoren, waaronder de mediasector, zouden de opmaak van een ‘code of conduct’ overwegen.

We vernemen echter ook dat meerdere organisaties al private en dus duurdere audits laten uitvoeren zodat ze weten welke aanpassingen ze aan hun werking moeten doen, bijvoorbeeld de opmaak van de inventaris, het register, een privacyverklaring of andere facetten binnen hun privacybeleid.

De federale Privacycommissie is de overheidsinstantie die belast is met de implementatie van deze verordening, maar zij worden overstelpt met vragen en hun kennis over de concrete situatie in alle deelsectoren is wellicht beperkt. Bovendien is de ruime vrijetijdssector waarschijnlijk niet hun eerste prioriteit, in tegenstelling tot de economische sectoren en de overheidsdiensten. Ondersteuning op maat, informatie en sensibilisering vanuit het departement Cultuur, Jeugd en Media lijken me dan ook zeer aangewezen.

Minister, heeft uw federale collega of hebben uw twee federale collega’s – voor mij is het niet duidelijk of een en ander valt onder staatssecretaris De Backer of minister De Croo – al contact opgenomen met de Vlaamse Gemeenschap over de nationale wetgeving die in voorbereiding is en die een impact zal hebben op Vlaamse verenigingen, instellingen en bedrijven die onder uw bevoegdheid ressorteren? In welke ondersteuning voorziet u via het departement Cultuur, Jeugd en Media (CJM) voor de culturele, jeugd- en mediasector bij de implementatie van de GDPR? Hebt u als ambassadeur van de Vlaamse erfgoedsector al contact opgenomen met uw federale collega over de mogelijkheid om de uitzonderingsbepalingen voor de erfgoed- en archiefsector te concretiseren? Zo ja, wat is hiervan het resultaat? Hebt u al een zicht op de concrete timing van dergelijk wetsontwerp? Is er in consultatie voorzien van de Vlaamse betrokken sectoren? Kunt u duidelijkheid verschaffen in welke mate de hierboven vermelde ‘codes of conduct’ zich verhouden tot de wetgeving in opmaak? In welke specifieke ondersteuning voorziet u voor de vele lokale verenigingen die werken met vrijwilligers en waar weer een extra planlast dreigt om deze complexe regelgeving toe te passen?

Mevrouw Segers heeft het woord.

Mevrouw Brouwers, we zijn het vaak eens, maar als u zegt dat u verheugd bent dat onze overheden de urgentie inzien van de nodige aanpassingen, dan heb ik een heel andere indruk. Ik ben een hele tour aan het doen van alle ministers. Eergisteren heb ik minister Vandeurzen bevraagd. Het is ontstellend vast te stellen dat er tot nu toe weinig ‘sense of urgency’ is. Staatssecretaris De Backer heeft deze week in de Kamer aangekondigd dat de kaderwet er pas eind 2018 zal zijn. Er is dus nog heel wat werk te doen.

Op 25 mei 2016 trad de nieuwe Europese AVG in werking. Van organisaties wordt verwacht dat zij tegen 25 mei 2018 hun bedrijfsvoering in overeenstemming brengen met de AVG. Daarna kunnen privacy-autoriteiten zoals de federale Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer – kortweg Privacycommissie – boetes opleggen tot 20 miljoen euro of 4 procent van de jaarlijkse wereldwijde omzet van een onderneming. 

Het is dan ook geen verrassing dat de afgelopen jaren heel wat consultancybureaus het licht zagen en organisaties begeleiden in het afstemmen van hun bedrijfsvoering op de verstrengde privacywetgeving.

Niet alleen is het inhuren van een externe specialist vaak financieel niet haalbaar voor kleine organisaties, maar die blijken vaak ook niet op de hoogte te zijn van de nieuwe Europese richtlijn en de implicaties ervan. Uit alle antwoorden die ik al heb gekregen van de diverse ministers, ook van minister Muyters, blijkt dat ook bedrijven, kmo’s, zelfstandigen gewoon niet weten wat GDPR of AVG is, laat staan dat ze bezig zijn met zich voor te bereiden.

Minister, welke initiatieven worden er vanuit het Departement Cultuur, Jeugd en Media ontplooid om mediabedrijven, jeugd- en culturele organisaties te informeren over de richtlijn en wat hen te doen staat? Kunnen die organisaties een beroep doen op de expertise van het departement om hun bedrijfsvoering in overeenstemming te brengen met de richtlijn? Zo niet, naar welk loket worden zij dan doorverwezen? Hebt u reeds overlegd met het middenveld over die specifieke problematiek? Welke dringende knelpunten worden volgens hen gedefinieerd, en op welke manier denkt u dat aan te pakken? Kunt u een stand van zaken geven van de werkzaamheden binnen de werkgroep Privacy van MediaNet Vlaanderen? De laatste bijeenkomst van die werkgroep zou dateren van 30 juni, maar misschien ben ik fout, en die had tot doel een soort ‘code of conduct’ voor de mediasector te realiseren. Hoe plant u de in die werkgroep verworven inzichten verder te verspreiden?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Alvorens zo goed mogelijk op de concrete vragen te antwoorden, wil ik er toch even op wijzen dat het belang van deze richtlijn zich vooral situeert in het controleren en beheersen van algemene privacygegevens binnen economische organisaties, binnen bedrijven, met andere woorden. U schudt het hoofd, maar het belang is hoofdzakelijk daarop gericht. Anders zou de Europese Commissie ook niet voorzien in boetes op de omzet. Dus met andere woorden, ‘first things first’. Iedereen moet daar inderdaad wel onder vallen, dat klopt, maar er is de letter en de geest van een wet en een richtlijn, en de geest is in dit geval duidelijk dat men de privacy van de mensen wil beschermen ten aanzien van grotere economische organisaties.

U hebt het zelf ook allebei in uw vragen aangegeven: het is de federale overheid die de volledige verantwoordelijkheid heeft voor de omzetting van de richtlijn, dus ieder het zijne.

Dit gezegd zijnde, proberen we wel met het Departement Cultuur, Jeugd en Media een aantal lijnen uit te zetten die ondersteunend kunnen zijn voor onze actoren. Enerzijds is het wel zo dat wij geloven dat het beter is dat mensen met vragen omtrent die richtlijn wel degelijk toch worden doorverwezen naar de bevoegde instantie, dus naar de Privacycommissie, die, zoals u weet, wordt hervormd tot de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA). Het takenpakket van de GBA bevat het verstrekken van informatie en advies aan particulieren, aan verwerkingsverantwoordelijken en hun verwerkers en aan beleidsmakers om de wetgeving inzake gegevensbescherming na te leven of te doen naleven.

– Bart Caron treedt als voorzitter op.

Minister Sven Gatz

Tevens staat deze autoriteit in voor de begeleiding van verwerkingsverantwoordelijken en hun verwerkers bij het maximaal benutten van preventieve instrumenten voorzien in de richtlijn, zoals certificering, de naleving van gedragscodes, het inschakelen van een data protection officer. Ik heb dus geen exact zicht op de knelpunten van te veel vragen en te weinig antwoorden die er al dan niet zouden bestaan bij die autoriteit, maar het is wel de enige autoriteit in dit land die over de bevoegdheid en de nodige expertise beschikt om op zeer precieze vragen te antwoorden.

Wat wij dan proberen te doen, naast de ondersteunende rol van ons departement, is vooral om met de steunpunten die sectorinstituten soms zijn, in de nodige informatie en begeleiding te voorzien. Ik wil zeker niet de non-profitorganisaties in de armen drijven van te dure consultants. Ik denk eerlijk gezegd ook niet dat dat voor hen aan de orde is. Laat de dure consultants hun facturen maar geven aan de bedrijven. Dat is een zaak die men economisch maar onderling moet oplossen. Wij organiseren een aantal infosessies, onder meer via het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap (vleva), via FARO, dan specifiek gericht op archieven en bibliotheken, en via de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en Documentatiewezen (VVBAD), gericht op de bibliotheken.

Er is wel degelijk nog een nieuwe samenkomst geweest van de werkgroep Privacy van MediaNet Vlaanderen, op 14 september. Op 9 november, dus binnenkort, wordt er samen met het kenniscentrum en de geïnteresseerde leden en deelnemers van MediaNet een sessie gepland specifiek over privacybescherming via de GDPR en de impact op kinderen. Het is pas na die bijeenkomst, maar wel degelijk nog voor het einde van het jaar, dat de werkgroep opnieuw zal samenkomen om die code of conduct verder uit te werken binnen de mediasector, vanuit een zelfregulerend kader. Men signaleert me dat onder meer de volgende elementen van die gedragscode deel zullen uitmaken: de journalistieke activiteiten ten opzichte van de privacy, het personaliseren van content en advertising en uiteraard de bescherming van kinderen. Aangezien, en dat staaft mijn stelling, de mediasector dus iets meer aansluit bij een economische realiteit, is het ook logisch dat zij dat aanpakken op de manier die hen het best past, terwijl het voor de culturele of de erfgoedsector vooral gaat over de ondersteuning van de sectorinstituten. Het is in die zin dan ook goed en logisch dat specifiek voor de erfgoedsector het Rijksarchief de lead neemt. Dat is het grootste instituut in ons land en het hangt ook af van de bevoegde overheid, de federale overheid. We gaan dus eerst bekijken hoe zij bepaalde lijnen kunnen trekken gezien de onduidelijkheid die er nu inderdaad – dat besef ik wel – heerst, en dan zal verder worden ondersteund waar nodig.

Met ons departement houden we ook de nodige contacten met de federale overheid, maar dit is een beleidsdomeinoverschrijdende aangelegenheid. Ik denk dus dat het in dezen de minister bevoegd voor de horizontale departementen, het Departement Kanselarij en Bestuur en het Agentschap Informatie Vlaanderen, toekomt om met het oog op de omzetting van de Europese richtlijn door de federale overheid de nodige begeleiding en assistentie te verlenen.

Hoewel de timing er wel degelijk is, zou ik nu vooral niet willen vertrekken vanuit een paniekreactie of een paniekvoorbereiding. Deze richtlijn heeft zeer verregaande consequenties voor bedrijven, en zal inderdaad ook wel consequenties hebben ten aanzien van specifieke sectoren, zoals bibliotheken en archieven, maar daar rekenen wij erop dat, onder meer met het Rijksarchief en andere intermediairen, de nodige informatie en de nodige uitzonderingen worden verduidelijkt.

Het spijt mij dat het op dit ogenblik nog altijd niet zonneklaar is, maar ik ben niet de eerste verantwoordelijke om de richtlijn naar Belgisch recht om te zetten.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Bedankt voor het antwoord, minister. Het is goed dat u de non-profitorganisaties niet in de handen van dure consultants wilt zien worden gedreven. Wij vernemen echter dat zij wel vrij actief benaderd worden door sommige van die consultants. En als men dan naar het departement belt, zijn de reacties daar misschien nogal lauw. Het zou goed zijn dat iedereen op uw departement die een telefoon opneemt of een mail beantwoordt, op de hoogte is van wat hier gebeurt. Het is dus misschien goed om dat nog eens door te geven, zodat het bij iedereen doordringt dat dit op komst is en dat men niet uit de lucht valt als er vragen komen.

Het zou ook zinvol kunnen zijn om een soort algemene informatie naar iedereen te versturen. Misschien heeft de Privacycommissie dat al, misschien kan dat samen gebeuren. Ik heb overigens niet gezegd dat er overal al van alles gebeurde, mevrouw Segers. Ik heb gezegd dat bepaalde organisaties, zoals SCWITCH, wel al bezig zijn. Die hebben een logboek gemaakt over de GDPR en sturen dat al door naar een aantal organisaties. Er is dus wel wat bezig vanuit de sector zelf. Vanuit het departement hebben we nog niet echt iets gezien, en misschien is het wel nuttig dat er een algemene informatiecampagne komt, het best in samenwerking met de federale Privacycommissie.

Minister, het klopt wel ergens dat het in de eerste plaats voor de echt commerciële bedrijven is, maar Europa maakt dat onderscheid niet. Minister Geens is er al een tijdje mee bezig om ook onze vennootschapswetgeving aan te passen aan de Europese context. Daar spreekt men over ‘ondernemingen’, en ook de vzw’s zullen daar bijvoorbeeld onder vallen. Dat is dus ook in beweging. Europa maakt dat onderscheid niet altijd. En met het feit dat ze ook in een uitzondering voorzien voor de archiefsector, geven ze echt wel aan dat ook cultuur eronder valt. Dat is een nuance die ik nog wou aanbrengen.

Ik wil vooral vragen om de informatie op een hoger niveau te tillen vanuit het departement, als dat kan.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Collega Brouwers, het klopt dat de sector zelf bezig is zich te organiseren. SCWITCH levert fantastisch werk. Mijn suggestie zou zijn, minister, om te kijken in welke mate u SCWITCH zou kunnen ondersteunen om nog beter werk te doen op het terrein in de sector zelf.

Ik wil zeker ook geen paniek zaaien, maar ik denk dat de bezorgdheid in de sector terecht is. Zoals collega Brouwers aangeeft, is in die privacyverordening iedereen gelijk voor de wet. Uw collega Philippe De Backer heeft dat tijdens de gedachtewisseling in de Kamer ook met zoveel woorden gezegd. Als er ooit een klacht zal komen van een gebruiker van bijvoorbeeld een cultuurorganisatie, die zijn gegevens doorgeeft zonder zijn medeweten, dan zal de Privacycommissie niet kunnen zeggen dat de geest van de wet maakt dat er een uitzondering wordt gemaakt voor de culturele sector. Dat zal niet zo zijn. En we weten dat cultuurorganisaties, bijvoorbeeld de KVS, daar momenteel mee worstelen. Die cultuurorganisaties werken samen met commerciële partners, zoals Ticketmaster, voor het beheren van hun databestand. En zij moeten er dan maar van uitgaan dat die bedrijven in orde zijn. Maar op dat moment zijn de cultuurorganisaties wel aansprakelijk. Als er dan iemand een klacht indient bij de Privacycommissie, zal die commissie niet anders kunnen oordelen, of het nu om een kmo of een cultuurorganisatie gaat. Dat zal net hetzelfde zijn.

Mijn suggestie zou dus zijn om, in plaats van die dure consultants, SCWITCH te ondersteunen, dat al een fantastisch pakket heeft uitgewerkt. Ik denk dat u de sector enorm zou helpen als u een aantal van die sessies van SCWITCH voor uw rekening zou kunnen nemen.

Ik hoop dat die ‘code of conduct’ van MediaNet er echt zal zijn tegen het einde van het jaar. Die is ook echt nodig. Ik geef maar één voorbeeld: VRT NU. Ik heb daar al eens een vraag over gesteld. Die is vandaag dus nog altijd niet ‘compliant’. Hoewel de VRT had gezegd dat ze aanpassingen zou doen, is ze vandaag nog altijd niet in orde.

Mijn bezorgdheid blijft. Ik zou u willen oproepen, zoals ik ook al bij uw collega’s Muyters, Vandeurzen en Homans heb gedaan, om niet alleen te rekenen op initiatieven van op het terrein, maar zeker mee te ondersteunen vanuit de departementen, opdat alle organisaties tegen mei 2018 gewoon in orde zijn.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Onze bekommernissen lopen wel degelijk gelijk. Ik zal inderdaad met het departement bekijken hoe er minstens een algemene informatie en correcte dienstverlening kan gebeuren, niet om het zomaar zonder meer door te spelen naar anderen, maar met een correcte doorverwijzing en een correcte checklist van wat er allemaal moet gebeuren. Dat kan geïntensifieerd worden. Daartoe wil ik mij engageren.

Wat heel de verhouding betreft tussen de zogenaamde profit- en non-profitsector, ben ik het ermee eens dat het toepassingsgebied voor iedereen is, tenzij er uitzonderingen zijn. Er zijn anderzijds ook juridische mogelijkheden. Het voorbeeld van het ticketbedrijf ten aanzien van de KVS is er daar één van. Men moet natuurlijk zien wie bij wie de juridische verantwoordelijkheid ligt. De KVS, een non-profitinstelling, gaat bewust met een privébedrijf in zee omdat dat waarschijnlijk het beste kan doen wat men nodig heeft, namelijk het beheer van de tickets. Het is ook aan een organisatie zoals de KVS om de verantwoordelijkheid voor alles wat met de verwerking van de privacygegevens te maken heeft, duidelijk bij de private partners te leggen. Dat is zeker niet onmogelijk. Dat zou ik hen toch wel aanraden. Maar goed, dat kan misschien ook deel uitmaken van de informatie die we kunnen geven.

Waar ik me in elk geval niet hij wens neer te leggen – ik denk dat ik daar de steun van de commissie voor heb – is de blinde adoratie van de Europese Unie voor alles wat overheid, bedrijven en burgers aanbelangt, en niet voor het middenveld. Ik verklaar me nader. Dat is ook een gesprek dat we geregeld hebben met de Verenigde Verenigingen, waaruit blijkt dat ons Vlaams model, waarbij wij verenigingen hebben die geen bedrijven zijn en die zeer belangrijk zijn voor een samenleving zoals wij allemaal weten, niet op dezelfde voet gesteld worden, zelfs al zouden er juridische voorafnames kunnen zijn van ondernemingen. Dat is iets wat we maatschappelijk en politiek niet kunnen toelaten. Wanneer daar bepaalde onduidelijkheden over zouden ontstaan met betrekking tot de toepassing van concrete elementen, zal ik daar in dat geval wel gaan voor liggen. Ik kan natuurlijk de implementatie van die richtlijnen niet meer tegenhouden. Ik ga me ook niet groter voordoen dan ik ben, maar op het ogenblik dat de eerste casus van betwisting niet zou gaan over een groot bedrijf maar wel over een vereniging, dan zullen wij ons daar vanuit het Departement Cultuur maar ook vanuit de Vlaamse Regering, wees daar maar gerust in, tegen verzetten. We zullen nooit aanvaarden dat verenigingen op dezelfde voet geplaatst worden als bedrijven.

Uiteraard zullen er wel een aantal elementen rond naleving van de privacy moeten worden gerespecteerd, daar zijn wij ook niet tegen, maar het principe dat ondernemingen gelijk zijn aan verenigingen, dat zal niet kunnen. Integendeel, we zijn met de Verenigde Verenigingen – dat zal een lange tocht zijn die vele jaren in beslag zal nemen – aan het zoeken naar partners in andere Europese lidstaten of in andere deelstaten om te kijken hoe we de waarde van dat Vlaamse en/of Belgische model kunnen exporteren naar de rest van de Europese Unie. Sorry dat ik het wat opentrek naar het meer principiële, maar ik ben de eerste om te zeggen dat Europa bestaat uit burgers, overheden en bedrijven, zeker en vast, maar ook uit verenigingen. Anders is er een blinde vlek binnen de Europese Unie die mee haar eigen ondergang kan bespoedigen.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Ik denk dat het een algemeen gevoel is bij de Vlaming dat Europa ons Vlaams model qua verenigingen misschien iets minder accepteert in alles wat het doet. Maar we zitten nu wel met die verordening. We moeten ze gaan uitvoeren op het terrein. Minister, het is wel een mooi engagement van u dat indien een vereniging bij wijze van spreken plots tot een miljoenenschadevergoeding worden veroordeeld, u uw voet daarvoor gaat zetten. Dat is een mooie geruststelling. Misschien kan die boodschap ook worden meegenomen in de informatie die vanuit het departement verspreid zal worden en die u gaat intensifiëren, op welke manier ook, om al die privéconsultants toch op afstand te houden van ons middenveld.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister, ik vind het mooi te horen dat u zegt dat u er zult gaan voor liggen op het moment dat Europa blind weigert het verschil te zien tussen bedrijven en verenigingen. Maar het is betwijfelbaar of de Privacycommissie, als ze zich moet houden aan de Europese verordening, anders zou kunnen oordelen als het gaat over een bedrijf dan wel een vereniging. In de hoorzittingen en gedachtewisselingen die er in de Kamer zijn geweest, is er heel duidelijk gezegd dat je je aansprakelijkheid gewoon niet kunt doorschuiven. Als een cultuurorganisatie een klacht zou krijgen, dan kan ze die gewoon niet doorschuiven en is ze nog altijd aansprakelijk voor de misbruiken die eventueel een ticketbroker zou innen.

Wat betreft de Privacycommissie, is sanctioneren maar een stuk van haar bevoegdheid. In de verschillende hoorzittingen in de Kamer heeft het directeur Willem Debeuckelaere toch wel heel hard aan de alarmbel getrokken en gezegd dat er momenteel een tekort aan mankracht is om alles te kunnen voorbereiden. De dienstverlening, die ook een groot deel van haar verantwoordelijkheid is, doet ze momenteel in de eerste plaats voor de UNIZO's en de Voka’s van deze wereld, want ook de kleine bedrijven zijn nog niet klaar. Minister, ik zou u ook daar willen oproepen om bij de federale collega's erop aan te dringen om ervoor te zorgen dat de werking van de Privacycommissie kan worden uitgebreid en ondersteund zodat ze ook de dienstverlening naar onze verenigingen kan doen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.