U bent hier

Commissievergadering

donderdag 6 juli 2017, 10.10u

Voorzitter
van Kathleen Krekels aan minister Hilde Crevits
2510 (2016-2017)
De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Een optimale kennis van de onderwijstaal, het Nederlands, is uiteraard cruciaal om de onderwijskansen van elke leerling te garanderen. Daarnaast is de kennis van moderne vreemde talen onontbeerlijk.

We hebben het onlangs al over het Frans gehad, deze vraag gaat meer over het Engels. Voor de Vlaamse leerling geldt dat in het bijzonder voor het Frans en het Engels. Het Engels is de lingua franca in de internationale context en kent ook een opmars als communicatietaal op bijvoorbeeld de sociale media. Het is dan ook logisch dat we onze leerlingen kwaliteitsvol talenonderwijs aanbieden. We hebben met de hervorming van het secundair onderwijs mogelijk gemaakt dat scholen Engels, Frans en/of Duits kunnen aanbieden vanaf het derde leerjaar in plaats van het vijfde leerjaar.

Lagereschoolkinderen stromen in met reeds wat kennis van moderne vreemde talen, en zeker van het Engels. Dat komt door hun vertrouwdheid met Engelstalige programma’s op tv, de computer, sociale en andere media. Die talige bagage is heel verschillend omdat die van buitenaf, bijvoorbeeld de thuiscontext, wordt gestimuleerd. Daardoor zijn er grote verschillen vast te stellen tussen leerlingen onderling.

Voor de N-VA geldt: de taalkennis van de zwakkeren schaven we bij, de sterkeren versterken we.

Minister, hoe wilt u erover waken dat de kwaliteit van het taalonderwijs in de lagere scholen geoptimaliseerd wordt?

Welke maatregelen wilt u nemen opdat leerkrachten voldoende gewapend zijn om de verschillen tussen leerlingen op te vangen zodat elke leerling maximaal wordt uitgedaagd?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Vreemdetaleninitiatie in Duits, Engels, Frans kan voor iedereen vanaf het eerste jaar kleuteronderwijs. Het facultatief aanbieden van Frans, Duits en Engels kan vanaf het derde jaar lager onderwijs enkel voor leerlingen die het Nederlands reeds voldoende beheersen. Scholen kunnen dus differentiëren naargelang hun leerlingen de onderwijstaal, het Nederlands, al dan niet al voldoende beheersen. Dit werd verankerd in OD XXVII en biedt bijkomende mogelijkheden inzake het vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs.

De eindtermen Nederlands en Frans blijven uiteraard hét kwaliteitsinstrument. Basisscholen voor gewoon onderwijs hebben de verplichting om die op populatieniveau te halen. In het kader van de toekomstige herziening van de eindtermen basisonderwijs zal ook nagegaan worden waar deze eindtermen Nederlands en Frans versterkt kunnen worden.

Tijdens de schooldoorlichting gaat de Onderwijsinspectie het bereiken van de eindtermen na. Dat is nu al zo en dat blijft evenzeer het geval tijdens de doorlichtingen vanaf het najaar 2017, met het nieuwe kader rond onderwijskwaliteit. U hebt daar al uitvoerig over gepraat met de Onderwijsinspectie.

Ik heb hier al verwezen naar het feit dat er voor Frans in 2017 nog een peiling gepland is, hét instrument waarmee we nagaan of in ons Vlaams onderwijs de eindtermen bereikt worden.

Differentiatie blijft een belangrijk issue, niet alleen voor talen maar voor alle leergebieden waarop we de afgelopen jaren via diverse prioritaire nascholingsprojecten extra ingezet hebben. Ik heb opdracht gegeven voor twee wetenschappelijke onderzoeken die differentiatie vanuit een verschillende hoek bekijken: het onderzoek ‘Flexibele trajecten’, opgedragen aan Bieke Defraine van de KU Leuven, bekijkt het thema eerder vanuit schoolorganisatorisch standpunt; het onderzoek ‘Inzet en ontwikkeling van competenties van leerkrachten de laatste jaren basisonderwijs’ van Elke Struyf van de Universiteit van Antwerpen, bekijkt het aspect eerder vanuit personeelskant.

Beide onderzoeken hebben geleid tot een praktijkgerichte gids en tot studiedagen voor de basisscholen. Beide onderzoeken vormen ook een belangrijke wetenschappelijke onderbouw voor de proefprojecten differentiatie waaraan momenteel samen met de pedagogische begeleidingsdiensten vormgegeven wordt.

In mijn antwoord op de vragen om uitleg 1932, 1936, 1947 en 1966 zijn diverse mogelijkheden geschetst tot professionalisering voor leerkrachten, ik ga daar nu niet verder op in.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, ik vond de vraag wel belangrijk omdat we al langer een achteruitgang zien in de kennis en vaardigheid van vreemde talen. Het is belangrijk dat onze leerkrachten voldoende gewapend zijn om op al die verschillende niveaus bij de kinderen in te gaan. we hebben het hier onlangs nog gehad over het Frans. Bij de kinderen die thuis Frans spreken, voelen leerkrachten zich wat onzeker omdat ze vaak het Frans minder goed beheersen dan de leerling. In het Engels is dat natuurlijk niet anders. Onze leerkrachten moeten daarvoor goed gewapend zijn.

Ik heb inderdaad over die praktijkgerichte gids gehoord. Dat is waarschijnlijk een heel belangrijke tool voor onze leerkrachten waarvan ze zeker gebruik kunnen maken. dat is een belangrijk gegeven. Ik hoop dat ze dat dan ook zullen doen.

Ik heb nog een bijkomende vraag. Is het voor de leerkrachten helder wat ze minimaal van de leerlingen mogen verwachten? Dat hebt u eigenlijk al beantwoord. Dank u wel.

Ann Brusseel (Open Vld)

Dank u, mevrouw Krekels, voor de vraag. Het is inderdaad belangrijk om te waken over de kwaliteit van het taalonderwijs, zowel van het Nederlands als van vreemde talen. Om dat goed te kunnen opvolgen is het zeer belangrijk dat de eindtermen vakgebonden zijn, zodat we kunnen verifiëren of de vakspecifieke eindtermen voor Frans dan ook effectief behaald worden, zowel in het lager als in het secundair onderwijs.

Ik wil nog even terugkomen op de suggesties die de inspectie onlangs deed in deze commissie. Het is belangrijk, als we het nu hebben over de hervorming van de lerarenopleiding in deze periode, dat we ook kijken naar het aanbod in de lerarenopleiding inzake vreemde talen, niet alleen voor de professionele bachelors die toeleiden naar lesbevoegdheid in het secundair onderwijs, maar ook in het lager onderwijs.

Aangezien taalinitiatie toch al geruime tijd decretaal mogelijk is in het lager onderwijs, lijkt het mij nuttig en belangrijk om met de hogescholen en ook met andere aanbieders van de lerarenopleiding te bespreken in hoeverre ze aandacht besteden aan taalinitiatie in de vakdidactiek. Ze moeten niet alleen tijdens de opleiding die punten meegeven, maar ook in nascholingsinitiatieven. Ik weet dat we dat niet kunnen opleggen, maar als er geen nascholingsinitiatieven zijn om zich die didactiek eigen te maken, kunnen we niet verkrijgen wat we willen, en dat is de kwaliteit van het taalonderwijs.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.