U bent hier

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Minister, collega’s, soms zijn rapporten goed om te bevestigen wat we al weten. Het rapport zoals gepubliceerd in Birdlife International, valt onder die categorie. We weten eigenlijk al langer dat het met onze broed- en weidevogels niet de goede richting uit gaat ondanks het feit dat we, en ik meen dat heel oprecht, vanuit het beleid initiatieven nemen. Of het nu over beheersovereenkomsten gaat, het opstellen van speciale beschermingsprogramma’s of het afbakenen van zones waar beschermingsinitiatieven van toepassing zijn, we stellen vast dat het resultaat er niet is. In het rapport Birdlife International worden daar een heel aantal voorbeelden van gegeven die ik hier niet zal herhalen.

Met mijn vragen wil ik nagaan of de instrumenten die we inzetten, voldoende efficiënt zijn, of het goedbestede euro’s zijn. Ik trek het doel dat we vooropstellen niet in twijfel, maar het instrument dat we daarvoor inzetten, is op zijn minst voor verbetering vatbaar.

Tegen de achtergrond van dit rapport, dat opnieuw aantoont dat het met onze akker- en weidevogels niet de goede richting uit gaat, wil ik u een aantal vragen stellen, minister.

Beheersovereenkomsten voor weide- en akkervogels kunnen enkel worden afgesloten in zogenaamde gebieden voor soortenbescherming. Biedt dat netwerk voldoende garantie om tot succes te komen? We stellen immers vast dat we daar de trend niet kunnen keren. Bestaat binnen bepaalde speciale beschermingszones (SBZ’s) waar landbouw plaatsvindt, de mogelijkheid om gebruik te maken van beheersovereenkomsten voor weidevogels?

Acht u het samen met mij nodig een soortbeschermingsprogramma voor akkervogels tot stand te laten komen, op voorwaarde dat het voldoende specifiek is? Zo ja, volgens welke accenten zult u dat doen?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Het is inderdaad zo dat wij onderzoek doen naar de resultaten van de beslissingen die wij nemen. Dat gebeurt in opdracht van het Departement Landbouw en Visserij en van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) is gevraagd om in 2010, 2012, 2013 en 2016 onderzoek te doen naar de effecten van de PDPO-maatregelen (Programmeringsdocumenten voor Plattelandsontwikkeling). Er wordt ook nog een meting uitgevoerd in 2018. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een specifiek meetnet ontworpen in zestien gebieden waar PDPO-maatregelen werden uitgevoerd, waaronder de beheerovereenkomst akkervogels.

Uit dat onderzoek is gebleken dat er lokaal, in gebieden waar veel beheerovereenkomsten gesloten worden, een positief effect is op het aantal soorten broedvogels dat voorkomt in dat gebied. Akkervogels lijken sneller te reageren op maatregelen dan weidevogels. Algemeen blijkt de soortenrijkdom sterker toe te nemen onder de maatregelen die genomen worden op een grotere landschapsschaal.

Uit de INBO-studies blijkt ook dat het pakket aan genomen maatregelen een effect had op het voorkomen en de aantallen van typische vogels van het landbouwgebied wanneer de oppervlakte groot genoeg is. Dit lijkt te bevestigen dat de huidige aanpak, waarbij maatregelen geconcentreerd worden in gebieden met de grootste potenties, aan te bevelen is.

De zogenaamde gebieden voor soortbescherming zijn afgebakend op voorstel van het INBO. Via het soortbeschermingsprogramma (SBP) akkervogels zal worden nagegaan of het opportuun is deze afbakening aan te passen in functie van akkervogels. Aangezien de maatregelen voor akkervogels nog niet zo lang in werking zijn getreden – met elk jaar een groter aantal percelen – zou het kunnen dat het effect zich nog niet volledig heeft doorgezet op het terrein en dat deze pas binnen enkele jaren tot duidelijke resultaten zullen leiden.

Enkele typische akkersoorten, zoals geelgors en veldleeuwerik, lijken alvast lokaal positief beïnvloed te worden door deze maatregelen.

Gezien de mogelijk gunstige effecten die er lokaal zijn, heeft de VLM al enkele belangrijke stakeholders in het buitengebied samengebracht om na te gaan of ze bereid zijn een projectmatige aanpak rond beheerovereenkomsten in een gebied uit te rollen. De wil is aanwezig om samen lokaal een visie uit te werken over de manier waarop het instrument kan bijdragen om de kwaliteit van de leefgebieden van deze soorten te verbeteren.

Daarnaast wordt ook de expertise van deze partners benut om processen inzake monitoring, begeleiding en communicatie mee te nemen om de kansen op succes te verhogen. We werken zeer goed samen met de regionale landschappen, landbouworganisaties en natuurverenigingen. Er worden dus inspanningen geleverd om dat lokaal aan te pakken.

Beheerovereenkomsten kunnen in principe nagenoeg overal in Vlaanderen worden gesloten. De Vlaamse Regering heeft echter gesteld dat beheerovereenkomsten in uitvoering van de plattelandsverordening niet gesloten kunnen worden in natuurreservaten of bosreservaten. Dat lijkt me ook logisch.

Op dit ogenblik worden de voorbereidingen getroffen om de opmaak van een SBP akkervogels te starten in 2018. Dit SBP zal zich vooral richten op een beperkte selectie van soorten akkervogels die voldoende indicatief zijn voor de landschapskwaliteit en die een negatieve trend vertonen. Er wordt geschat dat gerichte maatregelen voor deze soorten een ruimer palet van andere akkervogelsoorten ten goede komt. Deze soorten kunnen met andere woorden als paraplusoort fungeren voor de andere akkervogels. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen akkervogels van uitgestrekte en open landbouwlandschappen en akkervogels van eerder kleinschalige landbouwlandschappen.

Het onderzoek naar de noodzaak tot eventuele aanpassing of uitbreiding van de afbakening van gebieden maakt deel uit van het op te maken SBP.

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik denk dat we er samen van overtuigd zijn dat bijkomende inspanningen nodig zijn. De instrumenten die we daarvoor inzetten, moeten we kunnen aanwenden met een zo groot mogelijke return on investment. We moeten dan ook kritisch durven kijken wat de resultaten zijn. U hebt gezegd dat er opnieuw metingen gebeuren die tussen 2013 en 2016 om een of andere reden zijn stilgevallen. Sinds 2016 is men opnieuw gegevens aan het verwerken, en ook in 2018 zal men opnieuw een stand van zaken opmaken. Dat is positief.

Wat het SBP voor akkervogels betreft, geeft u zelf aan dat het voldoende specifiek moet zijn voor een aantal kernsoorten om resultaat te kunnen boeken. In dat opzicht kijk ik samen met u uit naar die resultaten.

Er wordt ook gewerkt aan een breed draagvlak waarbij niet alleen de landbouwactoren maar ook regionale landschappen, natuurverenigingen en iedereen die zich met expertise en kennis van zaken bij dit thema betrokken voelt, een kans krijgen. Dat kan het welslagen van de inspanningen alleen ten goede komen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.