U bent hier

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Voorzitter, minister, collega's, de Waalse Regering debatteerde op 20 april over een voorontwerp van decreet dat dieren een juridisch statuut van levende wezens met gevoelens verleent. De Raad van State moet zich nog uitspreken over de vraag of het Waalse Gewest zomaar het Burgerlijk Wetboek kan aanpassen. In het Burgerlijk Wetboek worden dieren nog steeds gelijkgesteld met roerende goederen. Een steviger juridisch statuut moet het gerecht meer slagkracht geven om mishandeling en het achterlaten van dieren te bestraffen, en tegelijkertijd het bewustzijn over het belang van dierenwelzijn te versterken. Frankrijk keurde in 2015 al een versterkt statuut voor dieren goed, en nu wil ook Wallonië dat pad bewandelen. Het Waalse Gewest doet dat voorlopig alleen, hoewel Waals minister van Dierenwelzijn Carlo Di Antonio het ontwerp na een eerste lezing zal overmaken aan de andere gewesten. Hij hoopt op een consensus.

Minister, heeft minister van Dierenwelzijn Carlo Di Antonio hierover met u overlegd? Hij hoopt op een consensus met de andere deelstaten. Wat is het standpunt van Vlaanderen over de erkenning van dieren als levende en voelende wezens? Welke gevolgen kan een decreetswijziging hebben voor het dierenwelzijn in Vlaanderen?

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, de Waalse Regering plant een initiatief om dieren niet langer te behandelen als onroerend goed, maar als ‘wezens met gevoelens’. Op die manier wil de Waalse Regering hen beter beschermen.

Wetenschappers bevestigen dat dieren wel degelijk over gevoelens kunnen beschikken. Bovendien zouden dieren – net als mensen – niet alleen primaire emoties hebben, zoals geluk en angst, maar ook secundaire, zoals depressie. De Waalse Regering keurde op 20 april een voorontwerp van decreet goed dat van dieren wezens met gevoelens maakt. Dankzij dit nieuwe juridische statuut zal het gerecht strengere straffen kunnen opleggen aan personen die dieren achterlaten of mishandelen.

De Raad van State moet zich nu uitspreken over de bevoegdheid van het Waalse Gewest om het Burgerlijk Wetboek aan te passen. Maar precies daar knelt het schoentje. Het lijkt er immers op dat het dossier vooral een symbolische waarde zal hebben. Dierenmishandeling en -verwaarlozing worden al bestraft met administratieve boetes voor kleine inbreuken en vervolging voor grotere. Dierenrechtenorganisaties bepleiten de verankering van dierenrechten in de Grondwet.

Minister, in een eerste reactie liet u weten dat u de beslissing van de Raad van State afwacht. Mocht die in het voordeel van het voornemen van de Waalse Regering zijn, welke conclusies trekt u daar dan uit voor het Vlaams beleid? Bent u van oordeel dat er vandaag voldoende wettelijke instrumenten bestaan om dieren te beschermen en personen die het dierenwelzijn schenden te bestraffen? Hoe staat u tegenover het pleidooi om dieren grondwettelijk gewaarborgde rechten toe te kennen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, collega's, de collega van de Waalse Regering heeft me over deze zaak niet gecontacteerd. Hij moet dat ook niet. Ik heb begrepen dat men een wijziging aan het Burgerlijk Wetboek wil aanbrengen, om er zo voor te zorgen dat dieren niet langer worden beschouwd als goederen en er zwaardere straffen zouden worden opgelegd voor dierenverwaarlozing en -mishandeling.

Ik heb daar enkele bemerkingen bij. Uit verschillende aspecten van de huidige Dierenwelzijnswet blijkt dat dieren niet worden beschouwd als goederen. Ze hebben een ander statuut. Zo is er de basisverplichting dat iedereen zijn dieren op correcte wijze moet huisvesten en verzorgen, wat verantwoordelijkheden en plichten met zich meebrengt.

Ik denk ook aan het principe van de positieve lijst, die de dieren oplijst die gemakkelijk kunnen worden gehouden en dus vrij mogen worden gehouden. We gaan daarbij uit van het voorzorgsprincipe, in het voordeel van de dieren. Als er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om aan te tonen dat een dier in goede omstandigheden kan worden gehouden, dan valt de beslissing steeds in het voordeel van het dier uit. Dat wil zeggen dat de rechten van dieren boven de eigendomsrechten staan. Dat zijn enkele voorbeelden van de ratio van onze benadering.

Natuurlijk is daar ook een handhavingsbeleid aan gekoppeld. Dieren kunnen in beslag worden genomen, net om het welzijn van de betrokken dieren te vrijwaren. Ook daar wordt dierenwelzijn boven eigendomsrecht geplaatst.

Het verhogen van de strafmaat in het kader van overtredingen van de Dierenwelzijnswet, of in concreto van dierenmishandeling, wordt niet bepaald door de Grondwet of door het Burgerlijk Wetboek. De straffen inzake dierenmishandeling zitten vervat in de Dierenwelzijnswet. Wij zijn van plan om die straffen te verhogen. Dat kan door de Dierenwelzijnswet te wijzigen. Of dieren al dan niet worden ingeschreven als een aparte categorie heeft geen enkele invloed op de hoogte van de straffen die kunnen worden uitgesproken. Met de Dierenwelzijnswet en haar uitvoeringsbesluiten beschikken wij nu al over een sterk kader om dierenwelzijnsproblemen te kunnen aanpakken. We kunnen dat zelf doen, vanuit onze eigen bevoegdheid. Wij werken continu aan een verbetering, zowel op het vlak van beleid als op het vlak van controle en sanctionering. Dieren als een aparte categorie, als gevoelige wezens, opnemen in het Burgerlijk Wetboek of zelfs in de Grondwet zal in de praktijk weinig of geen gevolgen hebben voor de mate waarop in Vlaanderen het dierenwelzijn wordt gegarandeerd.

Ik onderken dat het een symbolisch belang heeft. Deze commissie moet er niet van overtuigd worden dat dieren inderdaad gevoelens hebben en dat dierenrechten uitermate belangrijk zijn. Maar ik snap wel de symboliek. Ik kijk ook uit naar het advies van de Raad van State. Wat de Raad van State oordeelt met betrekking tot de implicaties ten aanzien van het Burgerlijk Wetboek en de wijzigingen die ter zake worden gesuggereerd, is ook interessant als casus in het communautaire kader.

Daar kijk ik dus wel naar uit. Ik sta open voor elk overleg ter zake met mijn collega. Maar ik formuleer wel enkele bedenkingen. Gelukkig kunnen we zelf zorgen voor een verstrenging van de straffen op dierenmishandeling door middel van een wijziging van de Dierenwelzijnswet.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Minister, dank u voor uw antwoorden. Mijn eerste reflex is dat een aanpassing zou moeten worden overwogen. Het lijkt mij evident niet alleen dat dieren als gevoelige wezens moeten worden beschouwd maar dat ze dat effectief zijn. Ik begrijp dus de actie van Wallonië om dat wetmatig aan te pakken. Maar op welke manier minister Di Antonio dat zou doen, of dat volledig in het Burgerlijk Wetboek komt en of dat voor alle dieren geldt? Ik weet dat Frankrijk in 2015 een belangrijke nuance heeft aangebracht: dieren worden daar enkel als voelende wezens beschouwd als het betrekking heeft op het dierenwelzijnsbeleid. Op andere domeinen worden zij verder beschouwd onder het statuut ‘goederen’. Als je bijvoorbeeld een puppy koopt bij een professionele verkoper, blijf je wel twee jaar garantie hebben als betrof het een onroerend goed.

Bij elke wijziging moet goed worden nagedacht over onverwachte gevolgen. Nieuw-Zeeland heeft dat ook gedaan. Er zijn al signalen dat de aanpassing van dat statuut soms onverwachte gevolgen heeft. Kan bijvoorbeeld euthanasie nog? Dat zou in Vlaanderen zeer belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het toepassen van euthanasie in onze asielen zonder dat er van een ernstige ziekte sprake is. Er moet dus zeer ernstig over worden nagedacht. Waar ligt de grens dan nog?

Ik ben dus benieuwd wat de Raad van State beslist en naar de gevolgen daarvan, en of dit ook naar het federale parlement zal moeten.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, dank u voor uw reactie. Ik heb deze vraag niet uit dogmatisme gesteld maar wel uit pragmatisme, omdat ik ervaar dat de tijd rijp is om dit debat op een ernstige en vooral rationele en niet-vooringenomen manier te voeren. Ik verwijs naar de Nederlandse professor Janneke Vink, die daarover al heel wat filosofische vragen heeft gesteld en die daar ook haar eigen mening over heeft. Het is belangrijk dat we dit hier verder onderzoeken.

Minister, u verwijst naar de Dierenwelzijnswet. Het is uiteraard een goede zaak dat we al een strikte reglementering hebben inzake sanctionering bij mishandeling. We moeten dat goed opvolgen en hier en daar, indien nodig, bijsturen.

U zegt in uw antwoord dat u uitkijkt naar het advies van de Raad van State met betrekking tot wat er in Wallonië werd goedgekeurd. Maar u hebt zich niet echt uitgesproken over de vraag welke conclusies u zou trekken indien het positief zou zijn. Welke conclusies zou u dan trekken? Plant u een bijkomend actieplan of onderzoek om te bekijken wat u hiermee in Vlaanderen zult doen?

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Ik ondersteun de open houding van iedereen in deze commissie, inclusief de minister. Laat ons dus inderdaad het voorstel grondig bespreken in het parlement.

Minister, u hebt natuurlijk gelijk dat er een deel symboliek aan verbonden is. Maar het is geen onbelangrijke symboliek. Ik zie het vooral als een stap in de richting van het echte erkennen van dieren. Dan kun je natuurlijk het debat voeren hoever je daarin kunt gaan. Welke rechten kun je toekennen aan een dier? Volgens mij is een pijnloos bestaan een minimum. Daarover zouden we ooit wel eens een consensus kunnen bereiken. Een eventuele aanpassing van het Burgerlijk Wetboek inzake het erkennen van die gevoelens vind ik een belangrijke stap. Mevrouw Vermeulen heeft gelijk: die garantieregel is een typische bekommernis. Het is een van de mogelijke ongewenste effecten.

Ik kijk uit naar het debat, eenmaal we het advies van de Raad van State hebben.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik vind het wel interessant om daar een debat over te voeren, ook over de filosofische aspecten als we ons daaraan mogen wagen. Ik veronderstel dat de Raad van State vooral bevoegdheidsmatig interessant zal zijn, maar ik sta open voor alles.

Wat de wijziging van de straffen betreft, zijn wij erin geslaagd om het vervolgingsbeleid beter te kanaliseren. Vroeger ging alles naar het parket, zelfs de kleinste overtreding van de dierenwelzijnswetgeving. Het parket kreeg enorme stapels pv’s binnen en maakte er een gewoonte van om wat met dierenwelzijn te maken had, nauwelijks te behandelen. Vervolgens hebben we besloten vanaf 2014, in de praktijk vanaf 2015, de kleinere inbreuken tegen de dierenwelzijnswetgeving zelf administratief af te handelen. Op die manier worden de parketten ontlast en kunnen zij zich bezighouden met de echt belangrijke overtredingen van de dierenwelzijnswetgeving. Daarnaast kon ook de feitelijke straffeloosheid ophouden te bestaan. Van veel pv’s die werden uitgeschreven, hoorde de overtreder uiteindelijk toch niets. Door die administratieve afhandeling zorgen we ervoor dat die boetes effectief worden betaald. De inkomsten van die boetes gaan ook naar het dierenwelzijnsfonds en kunnen worden geïnvesteerd in meer dierenwelzijn.

Daarnaast hebben de parketten een verantwoordelijke aangeduid voor dierenwelzijn zodat alles wat wij nu doorsturen, ook ernstig wordt genomen. Men heeft in elk geval geen excuus meer om te zeggen dat het over iets pietluttigs gaat omdat het met dierenwelzijn te maken heeft.

Momenteel is er nog de frustratie dat de maximale straffen die nu bestaan, een gevangenisstraf van 6 maanden vooropstellen, wat in de praktijk in dit land betekent dat men helemaal geen straf hoeft uit te zitten. Dat betekent dat het afschrikkingseffect nogal beperkt is en dat men in geval van recidive nagenoeg machteloos is wanneer het gaat over gevangenisstraffen. Er zijn concrete gevallen van mensen uit Heikruis die voor de zevende keer zijn veroordeeld tot boetes en dergelijke en die steeds opnieuw hervallen. Die mensen moeten we effectief een gevangenisstraf kunnen opleggen, dat is blijkbaar de enige oplossing voor dergelijke gevallen. Vanuit dat oogpunt wil ik de strafmaat in Vlaanderen verstrengen, liefst nog dit jaar.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.