U bent hier

De heer Caron heeft het woord.

Voorzitter, minister, uit een enquête van het Sociaal Fonds voor de Podiumkunsten blijkt dat cultuurwerkers in de podiumkunsten en de muziek met plezier en engagement werken. Het is een fantastische sector om in te werken, goesting genoeg, maar 47 procent zegt ook nood te hebben aan herstel, en 26 procent zegt constant moe te zijn en rust nodig te hebben. Zonder maatregelen kan die groep binnen een half jaar uitvallen door ziekte. Ik ben bij nogal wat organisaties betrokken en vind dat zeer herkenbaar.

De enquête, die is afgenomen bij meer dan duizend cultuurwerkers, toont twee verschillen met andere sectoren: de motivatie is groter, maar ook de herstelnood is groter. Die combinatie is dus een valkuil: blijf je doorgaan tot je het deksel op de neus krijgt? Herstelnood is dus een risicofactor. Dat betekent dat men zich vermoeid voelt door het werk en nood heeft aan rust. Die herstelnood uit zich in zeer diverse fenomenen. Het meest extreme is dat van de burn-out, maar het is ook vaak minder extreem, met korte ziektes, algemene vermoeidheid enzovoort.

Minister, ik denk dat we die alarmsignalen ernstig moeten nemen. Van deze 1123 cultuurwerkers hebben er 536 nood aan recuperatie. Voor ongeveer 299 medewerkers is die nood zelfs acuut. Blijft recuperatie uit, dan dreigt die groep dus uit te vallen wegens ziekte.

Er zijn drie prioritaire actiepunten, zo blijkt uit het onderzoek, bij het verlagen van die herstelnood. In de eerste plaats is dat de arbeidsorganisatie. Dat is vooral een interne kwestie. Door een kleine helft wordt die als gebrekkig ervaren. Men zal dus moeten inzetten op een meer efficiënte organisatie van het werk. Misschien moet men ook soms wat minder doen, moet ik vanuit mijn eigen achtergrond concluderen. Een efficiëntere werkorganisatie zal niet alleen wat meer mentale rust en minder vermoeidheid opleveren, maar zal ook een positieve invloed kunnen hebben op het engagement van de medewerkers. Dan is er ook de appreciatie van de verloning, die door twee derde van de mensen als problematisch wordt ervaren. Er zijn daar nogal wat mensen die men ‘flexmedewerkers’ noemt. Voor hen zijn er nog bijkomende aandachtspunten om die herstelnood te verbeteren, met name de emotionele belasting, die door 30 procent van die flexmedewerkers als problematisch wordt ervaren, en de jobonzekerheid, want je hopt van de ene tijdelijke job naar de andere, wat niet eenvoudig is.

De onderzoekers menen dat een evenwichtig actieplan moet inzetten op zowel stresspreventie als engagementsbevordering. Wil men dus dat plezier en dat engagement nog aanwakkeren, dan zijn die arbeidsorganisatie, het soort leiderschap, het welzijnsklimaat enzovoort de actiepunten. Samengevat: is de prestatiedruk niet simpelweg te groot?

Het is ook belangrijk om vast te stellen dat deze enquête de beeldvorming inzake cultuurwerkers flink bijstelt. Het is niet omdat je in een sector werkt die inzet op artistieke ontspanning, dat er niet keihard wordt gewerkt. Ik denk dat mensen die de praktijk goed kennen, dat ook kunnen bevestigen. Het gaat dikwijls om volcontinue jobs, met veel avond- en weekendwerk, wat verklaart waarom podiumkunsten en muziek te kampen hebben met een uitstroom van mensen ouder dan 35 jaar. De work-lifebalans is voor velen te zwaar.

De sociale partners grijpen deze studie aan om samen een aantal maatregelen uit te werken. Ze willen nu werk maken van actiepunten die in het rapport van de bevraging staan. Ze willen nieuwe administratieve, juridische, arbeidsorganisatorische modellen enzovoort ontwikkelen. Minister, de sociale partners kijken ook naar de overheid voor het afsluiten van een nieuw VIA. Er zijn in het verleden al vier dergelijke akkoorden geweest waardoor de sector werd gevat. Men vraagt een nieuw akkoord, waarin een aantal kaders worden uitgewerkt van maatregelen voor de optimalisering van het arbeidsklimaat, met nieuwe sector-cao’s met bepalingen inzake tijdskrediet, loopbaanbegeleiding en -ondersteuning, landingsbanen, preventie enzovoort. Ik denk dat een aantal van die maatregelen in het arbeidsklimaat van vandaag ook in andere sectoren te lezen zijn. Het vorige VIA dateert van de periode 2012-2015 en was een goede start om de loon- en arbeidsvoorwaarden en de kwalitatieve omkadering van de sector te verbeteren. Dat is intussen echter afgelopen, we zijn ondertussen al meer dan een jaar later, en een vervolg is noodzakelijk, zo blijkt uit de enquête. De sociale partners nodigen de Vlaamse Regering ook uit om de onderhandelingen over een nieuw VIA op te starten.

Minister, hebt u kennis genomen van die enquête? Hebben de gestelde problemen, met name een efficiënte werkorganisatie, het werktempo, de jobonzekerheid, de verloning, een verband met het decretale kader waarin mensen werken? Meent u dat decretale aanpassingen wenselijk zijn? Dat is een open vraag. Welke maatregelen zal de Vlaamse overheid nemen om de vastgestelde problemen aan te pakken? Of meent u dat dit geen opdracht is voor de Vlaamse overheid? Bent u bereid om onderhandelingen aan te knopen om tot een nieuw VIA te komen, samen met de andere bevoegde ministers? Ik denk dat het om de ministers Vandeurzen en Muyters gaat, en ook over minister Homans, voor Integratie en Inburgering. Waarom heeft de regering nog altijd geen kader of enveloppe goedgekeurd, terwijl het vorige VIA al lang afgelopen is? Naar verluidt is het overleg dat was gepland met de sociale partners, geannuleerd door de regering.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mijnheer Caron, de resultaten van de enquête werden ook aan mijn kabinet bezorgd. Trouwens, voor deze enquête werd in uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA) voor de kunstensector, en meer bepaald in uitvoering van de zogenaamde kwaliteitsmaatregel met betrekking tot het human-resourcesbeleid, in 2016 een bedrag vrijgemaakt van 10.000 euro – op een totaal van 30.000 euro – voor de cofinanciering. Er is dus wel degelijk een innige verstrengeling, als ik het zo mag noemen.

Zijn er decretale aanpassingen wenselijk op basis van de bevindingen van de enquête? Zoals u ongetwijfeld weet, schept een decreet een algemeen beleidskader, maar worden er in een decreet geen gedetailleerde regels bepaald inzake werkorganisatie, verloning en dergelijke meer. In het decreet wordt alleen vermeld dat de organisaties de geldende collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) moeten toepassen. Momenteel zijn er twee cao’s van toepassing op het paritair comité 304 met vastgelegde loonbarema’s: de cao muziek en de cao podiumkunsten. In deze cao’s zijn ook bepalingen opgenomen met betrekking tot arbeidsduur en flexibiliteit. Het is binnen dit kader van de collectieve arbeidsovereenkomsten dat in overleg tussen de werkgevers- en werknemersorganisaties maatregelen kunnen worden voorgesteld om tegemoet te komen aan de problemen die door de bevraging aan de oppervlakte werden gebracht. Een aanpassing van het decreet lijkt ons niet meteen de beste techniek.

U vraagt welke maatregelen de Vlaamse overheid van plan is te nemen. Zoals ik net zei, zijn naar mijn mening eerst de sociale partners aan zet om oplossingen aan te reiken voor de vastgestelde problemen. Ik ben ervan overtuigd dat zij dat ook zeker zullen doen. In een volgende fase kunnen we samen bekijken welke van de voorgestelde oplossingen haalbaar zijn. Daarvoor hoeven we natuurlijk niet te wachten op een nieuw VIA-akkoord. De invulling van het VIA-luik rond kwaliteitsmaatregelen is op dit moment immers een flexibel gegeven. De maatregelen inzake kwaliteit werden tot 2015 ingevuld op basis van de afspraken die werden gemaakt binnen het geldende VIA-akkoord. Maar bij afwezigheid van vooralsnog een nieuw akkoord formuleerde het Sociaal Fonds voor de Podiumkunsten (SFPK) voor 2016 een eigen aangepast voorstel voor de besteding van de 497.000 euro die in de begroting voor de financiering van de kwaliteitsmaatregelen werden vrijgemaakt. Naast de reeds eerder vermelde cofinanciering van de enquête waarop uw vraagstelling is gebaseerd, werden in dat door mij goedgekeurde voorstel onder meer ook inspanningen gevraagd inzake opleiding, loopbaancoaching voor artiesten, managementondersteuning en projecten rond veilig werken, alsook diversiteit, met telkens de bijhorende bedragen: voor de opleiding 154.000 euro, voor de loopbaancoaching 20.000 euro, voor de managementondersteuning 80.000 euro, voor veilig werken 79.000 euro en voor diversiteit 63.000 euro.

Met het oog op de besteding van de VIA-kwaliteitsmiddelen voor 2017 kan het SFPK in zijn voorstel van besteding dan ook al een aantal acties opnemen die geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan de noden zoals die in de enquête werden opgesomd. Daarenboven – maar ik spreek deze zin met enige voorzichtigheid uit – is het zo dat de organisaties die structureel in de laatste ronde van vorige zomer in het kader van het Kunstendecreet werden gesubsidieerd wel degelijk een gemiddelde stijging van 14 procent konden optekenen. Die middelen kunnen – ‘kunnen’: ik ben zeer voorzichtig in mijn uitspraken – minstens gedeeltelijk daarvoor worden ingezet.

Ben ik bereid onderhandelingen aan te knopen om tot een nieuw VIA-akkoord te komen? Zoals u weet – en dat is nergens een wet van Meden en Perzen, het staat niet in steen gebeiteld – zijn het normaliter de minister-president en de minister bevoegd voor het welzijn die het voortouw nemen in de onderhandelingen rond de VIA-akkoorden. Wij zijn natuurlijk wel betrokken. Het Vlaams Intersectoraal Akkoord blijft een bijzonder valabel instrument. Vandaar dat in de door de Vlaamse Regering aangestelde onderhandelingsgroep uiteraard ook een medewerker van mijn kabinet is aangeduid die de onderhandelingen nauwgezet opvolgt.

Waarom is er nog altijd geen kader of financiële enveloppe voor het nieuwe VIA-akkoord? Het is niet de eerste keer dat de looptijd van een akkoord is afgelopen en de onderhandelingen voor een nieuw akkoord nog niet afgerond zijn. Dat was ook bij het vorige VIA-akkoord het geval. Het is correct dat de gesprekken over het kader en de financiële enveloppe voor VIA 5 binnen de regering nog niet afgerond zijn. Maar dat betekent evenwel niet dat er nog niets is gebeurd. De regering stelde in de persoon van de heer Martin Ruebens een hoofdonderhandelaar aan. Sinds begin dit jaar zijn er toch al een tiental samenkomsten geweest met de sociale partners. Daarbij werd geluisterd naar de eisen van zowel werknemers- als werkgeversorganisaties en werd, op basis van het rapport dat het Rekenhof opmaakte over de uitvoering van VIA 4, een omstandige analyse en evaluatie gemaakt van het vorige akkoord. Uiteraard werden daarbij ook alle betrokken administraties gehoord. Zodra het kader en de financiële enveloppe duidelijk zijn, kan het overleg met de sociale partners weer opgenomen worden. Ondertussen worden de maatregelen uit de vorige akkoorden wel verder uitgevoerd, zoals ik u aangaf, en komen ze dus op zichzelf niet in het gedrang.

De heer Caron heeft het woord.

Minister, dank u voor het antwoord. Dank u vooral voor de openheid en uw bereidheid om verder na te denken over een aantal maatregelen, over de kwaliteitsmaatregelen, die inderdaad voor een deel ook tegemoetkomen aan de bezorgdheden die werden geuit. Het budget kan aan een deel van die noden beantwoorden. Het is een kwestie van verfijning en van gesprek met de sociale partners, die inderdaad ook zelf een deel van de verantwoordelijkheid te nemen hebben en een aanzet moeten geven.

Ik hoop vooral dat er straks op het niveau van de Vlaamse Regering en na die lange eerste ronde rond het nieuwe VIA een politieke afspraak wordt gemaakt binnen de regering. Ik weet ook wel dat de cultuur- en jeugdsector maar een klein deeltje is van het brede VIA. Maar de noden zijn er niet kleiner dan in andere sectoren. Ik hoop dat op die manier het nieuwe VIA-akkoord kan worden gestart, zodat een aantal van die uitdagingen in de toekomst kunnen worden aangegaan.

Mijn vraag was net ook bedoeld om problemen te signaleren.

Minister, wat de cofinanciering betreft, waardeer ik het dat u de problematiek mee in kaart hebt gebracht en dat u daarvoor ook geld hebt uitgetrokken. Dat siert u. Ik hoop dat er straks ook een Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA) komt met de Vlaamse Regering.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.