U bent hier

Aangezien het hier gaat over een technische materie, heeft minister Schauvliege de heer Van Lindt, gevraagd om te antwoorden op de technische vragen.

De heer Ronse heeft het woord.

Er is heel wat te doen geweest over de omgevingsvergunning, over het omgevingsloket en over de digitale bouwaanvraag. We hebben in het parlement een open hoorzitting gekregen waaruit is gebleken dat alle actoren waaronder gemeenten, architecten, bouwheren, experten en parlementsleden, veel begrip hebben voor het feit dat dit geen evidente oefening is. Er wordt een culturele omslag gemaakt, en daar zijn heel veel spelers mee gemoeid.

Er is wel wat minder begrip voor het feit dat er nog altijd problemen zijn met een aantal zaken die op zich evident lijken. Zo hebben architecten nu al uren gespendeerd aan freelancers om te proberen die bouwaanvraag in te dienen. Ik ben zelf ook gecontacteerd door nogal wat architecten die zeggen dat het een fortuin kost om te proberen dit in orde te krijgen.

Minister, tijdens het paasreces hebt u kort op de bal willen spelen door een technische bijsturing door te voeren. Ik heb mails ontvangen van verschillende gemeenten waaronder Kapelle-op-den-Bos en van de stad Gent die zeggen dat die technische bijsturing voor hen niet mogelijk is omdat die haaks staat op de wetgeving. Ik krijg die mails doorgestuurd van architecten die zeggen dat de gemeenten niet mee willen met die technische bijsturing.

Andere architecten gaan naar de gemeente, maar daar is niet duidelijk of er één of meerdere plannen moeten worden ingediend. Dat zijn allemaal zaken die toch problematisch kunnen worden genoemd.

Er zijn ook dubbelzinnigheden. Is de schaalgrootte 1 op 100, 1 op 50? Veel gemeenten geven daar een verschillende interpretatie aan. Wanneer de vraag wordt gesteld aan Ruimte Vlaanderen, dan is het antwoord dat de gemeente in eerste instantie moet beslissen. En wanneer de architect fout was, moet de gemeente zeggen op welke manier het de volgende keer moet gebeuren.

Er is ook het verhaal van de vectoriële pdf. Dat is voor velen een raadsel. Velen vragen zich af wat dat is, dat was de vraag van de maand.

Dan is er ook het probleem van de aanvragen die zijn ingediend na 23 februari. Stel dat de vergunning wordt geweigerd en ze willen in beroep gaan, kunnen ze dan nog in beroep gaan? Bij sommige gemeenten kan dat niet omdat de aanvraag niet wettig was.

Dat zijn allemaal zaken die het moeilijk maken om in een sector die zo belangrijk is in Vlaanderen en waar zoveel spelers bij betrokken zijn, op een deftige manier actief te zijn.

Ik herhaal waar ik mee gestart ben. Begrip is de rode draad doorheen het veld, het ecosysteem aan spelers. Ook in de mails die ik krijg doorgestuurd, is er nog altijd enig begrip maar veel rek zit daar niet meer op.

Minister, op welke manier kijkt u zelf aan tegen het feit dat zowel het Vlaams omgevingsloket als het DBA-loket (Digitale Bouwaanvraag) geen mogelijkheid biedt om de digitale plannen in het kader van het openbaar onderzoek in te kijken? Dat was een van de downgrades die we hebben vastgesteld tijdens de hoorzitting. Tijdens een demonstratie zagen we dat digitale plannen in het kader van een openbaar onderzoek niet consulteerbaar zijn. Zal dat worden aangepakt?

Welke stappen zult u ondernemen om deze disfunctionaliteiten zo snel mogelijk te verhelpen en wat is daar de timing?

Welke impact heeft dit op de rechtsgeldigheid van de procedures en de al toegekende en toekomstige vergunningen?

Dit zijn drie pertinente vragen die ik in eerste aanleg had gesteld. Ik heb er nog een vierde, die niet in mijn schriftelijke voorbereiding staat, maar die ik toch mondeling zal stellen en waar u uiteraard nu niet op hoeft te antwoorden.

Ik houd mijn hart vast, en velen met mij, voor de deadline voor de omgevingsvergunning. Nu hebben we de problemen met het digitale loket. Wat zal dat zijn wanneer we het omgevingsloket hebben? Als u uw plan van aanpak geeft, kunt u dan ook de stand van zaken geven voor het omgevingsloket?

Mevrouw Pira heeft het woord.

Minister, mijn vraag gaat in dezelfde richting. Het gaat om eenzelfde bezorgdheid. Ik was niet van plan om daar nog verdere vragen over te stellen omdat we allemaal weten dat het gaat over een zeer grote omslag. Naast de vergunning op zich is er bovendien het digitale karakter ervan. Misschien bent u een beetje te ervaren in uitvoerende politiek om met een vergrootglas op een grote verandering te kijken.

De signalen dat het niet goed loopt, blijven echter komen. Mijn vraag gaat niet over klachten van gemeenten of provincies maar wel van architecten. Ik citeer even uit een mail van een architect: “Het platform dat verplicht te gebruiken is voor de digitale bouwaanvraag sinds 23/2 is totaal onwerkbaar. Volgens de verantwoordelijken is er geen fundamenteel probleem maar dagelijks verliezen wij net als onze confraters, gemeentebesturen uren door een gebrek aan performantie van het systeem.”

Daarop citeert hij uit het antwoord dat hij van de helpdesk heeft gekregen en dat hem zeer verontrust: “Er werd inmiddels bijkomend geheugen toegekend aan de toepassing. Bij een eerste analyse blijkt dat een duurzame oplossing een 20-tal programmeerdagen vergt, waarna er een testfase en acceptatiefase volgt. Dat betekent dat er pas rond eind april een duurzame oplossing kan uitgerold worden. Tot dan kunnen we enkel de raad geven om het later nog eens te proberen. We beseffen dat dit erg vervelend is voor de gebruikers, maar op dit ogenblik helaas onvermijdelijk.”

Dat is het antwoord van de helpdesk dat de architect in zijn mail zet. De architect vervolgt: “Ik vind het alvast onbegrijpelijk dat dit systeem verplicht te gebruiken is terwijl het blijkbaar helemaal niet klaar is. Het is niet mogelijk tijdens de normale kantooruren een aanvraag te doen op een normaal werktempo.”

Minister, dit was één architect, maar er zijn er meerdere die ons contacteren. Zij krijgen van het digitaal omgevingsloket regelmatig foutmeldingen. Hebt u er weet van dat dit een algemeen probleem is? Ik denk dat u intussen in de kranten daar een antwoord op hebt gegeven, maar deze vraag was opgesteld voor uw reactie.

Volgens de ontwikkelaar van het omgevingsloket betekent dit dat pas eind april een duurzame oplossing kan worden uitgerold. Moeten architecten die dit bericht krijgen, inderdaad nog tot eind april verder werken op deze manier?

We zijn nauwelijks een maand verwijderd van de ultieme datum van 1 juni, datum waarop de totaliteit van de digitale bouwaanvraag voor alle gebruikers in orde moet zijn. Is deze deadline van 1 juni nog altijd haalbaar volgens u?

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Ook ik heb op 31 maart een vraag om uitleg ingediend over de problemen van het DBA-platform. Dat dateert van september 2014. Tegen midden 2016 waren er een tweehonderdtal lokale besturen aangesloten, en per 1 december 2016 waren alle lokale besturen aangesloten op het DBA-platform. Per 23 februari moeten alle professionelen bouwaanvragen indienen via dat platform.

In de Orde van Architecten zijn ruim 7500 architecten ingeschreven. We hebben ruim 170 milieuadviesdeskundigenbureaus. Samen met de 308 gemeenten is dat een heel grote groep. We merken dan ook duidelijk dat het DBA-platform die grote groep klaarblijkelijk niet kan verwerken. Op 30 maart 2017 is er een storing geweest, op 5 april was er opnieuw een storing op het DBA-platform en dat roept natuurlijk heel wat vragen en klachten op bij de professionelen, de architecten. Zij hebben heel wat klachten over de lange duur om een dossier in te dienen, maar ze gebruiken ook al woorden als broodroof omdat het voor hen bijna onmogelijk wordt om dossiers digitaal in te dienen.

Bij een 1200-tal leden van de Vlaamse architectenorganisatie (NAV) werd een enquête afgenomen. Daarvan geeft 80 procent aan dat er toch al heel wat problemen waren met het DBA-platform. Zo zijn er problemen met de performantie van het DBA-platform. Daarvan werd aangekondigd dat men daar niet meer op zou inzetten, gelet op het feit dat aan het DBA-platform een einde komt op 1 juni 2017, omdat vanaf dan alles zou verlopen via het digitaal omgevingsloket. Onze gemeente is een van de weinige gemeenten die nu al werkt op het digitaal omgevingsloket. Ook daar zijn er nu al heel wat problemen en is er geen sprake van een performante werking van dat systeem. Het systeem loopt heel vaak vast. Het is ergerniswekkend voor de professionele gebruikers, maar ook voor een aantal ambtenaren, want ook zij vinden dossiers vaak niet terug.

Telkens als we als lokaal bestuur een klacht indienen bij Ruimte Vlaanderen, wordt daar wel goed en accuraat op geantwoord. We mochten ook al twee keer een bezoek ontvangen om het systeem te laten bijwerken. Niettemin stelt onze lokale softwareleverancier zich ernstige vragen bij de toekomstige werking, maar hij niet alleen. Inmiddels hebben we een schrijven ontvangen van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). De VVSG heeft de boodschap gekregen dat als het voor de professionele indiener van een dossier niet lukt, men dan maar een dossier via een USB-stick of via Wetrans moet proberen over te maken aan de lokale besturen zodat zij zullen trachten het dossier via DBA of via het omgevingsloket digitaal in te dienen. Als we die kant opgaan, als we straks alles via een USB-stick of Wetrans laten bezorgen aan lokale besturen, komt er een enorme werklast op de lokale besturen terecht, want ook voor hen loopt het systeem geregeld vast.

Los daarvan hebben we ook de helpdesk. Met alle respect voor die mensen, want ik denk dat zij heel veel worden bevraagd op dit ogenblik, maar ook daar krijgen we soms antwoorden te horen zoals: ‘Dien uw dossier 's morgens vroeg om 6 uur in, dan zijn er nog niet zoveel mensen actief op het digitale loket.’ Ik weet niet of dat correct is, maar wij horen toch verhalen dat mensen met een USB-stick naar het lokale bestuur gaan dat hen dan verder probeert te helpen.

Minister, hoeveel meldingen of klachten heeft de helpdesk sinds 23 februari 2017 ontvangen over de werking van het DBA-loket en over het digitaal omgevingsloket? Kunt u verduidelijking geven over het aantal meldingen en het aantal klachten? Ik heb van architecten gehoord dat ze dan wel een formele klacht hebben ingediend, maar dan pas een week later bevestiging kregen van die klacht, maar dat was niet meer dan een nummer waaronder hun klacht werd gecatalogeerd.

Welke maatregelen werden sinds de meldingen en/of klachten over de behandeling van  het DBA-loket reeds genomen? Met welk resultaat? Zal men het DBA-loket niet verder bijsturen tot 1 juni, omdat er dan sowieso een einde komt aan dat loket als iedereen op het omgevingsloket zit? Welke maatregelen gaat u nemen om de moeilijkheden die op dit ogenblik worden aangekondigd, zo snel mogelijk te verhelpen? Wordt er nog een bijkomend overleg ingepland met de Orde van Architecten en de Vlaamse vereniging van de architecten en andere betrokken instanties, zoals de VVSG, want die heeft toch heel hard aangedrongen dat ten behoeve van lokale besturen de werklast niet mag stijgen? Daarom is het toch aangewezen dat er snel een bijkomend overleg komt.

De heer Tobback heeft het woord.

In de vorige vragenronde waren er bezorgdheden dat de initiatiefnemer van het Eurostadion snel een nieuwe vergunningsaanvraag zou indienen. Ik denk dat die bezorgdheid volkomen onterecht is, want als die dat vandaag zou proberen, zou het gewoon niet lukken. Niemand hoeft daar dus wakker van te liggen. Die aanvraag zou nooit binnen geraken.

Ik wil de bloemlezing die de collega’s voor mij hebben gegeven, niet herhalen. Ik kan wel nog enkele zaken toevoegen over architecten die ’s nachts hun aanvraag pagina per pagina proberen in te dienen omdat het ’s avonds en ’s nachts soms nog lukt, maar overdag helemaal niet. Daar zijn massa’s voorbeelden van, en ook mogelijke gevolgen zoals aankoopopties die vervallen wanneer een dossier niet op tijd wordt ingediend. Ik ben er mij van bewust dat heel wat gemeentebesturen en architecten alles doen om daar zo flexibel en pragmatisch mogelijk mee om te gaan en naar oplossingen zoeken.

Ik kan toch niet voorbij aan de vaststelling dat dit hun job niet zou moeten zijn, vooral niet als het gaat over de digitale bouwaanvraag. De aanzet van heel deze discussie was de motivering om de omgevingsvergunning uit te stellen, maar de verplichting voor professionele gebruikers om de DBA onmiddellijk te doen. In februari was te horen dat dit systeem uitgeprobeerd en klaar was en dat de professionelen zaten te wachten en dat iedereen er klaar voor was. Er waren al proefprojecten geweest met de digitale bouwaanvraag bij verschillende gemeentebesturen, dat zou dus allemaal geen probleem zijn.

We zijn ondertussen voorbij de helft van de overgangstermijn tot 1 juni, wanneer de volledige omgevingsvergunning digitaal zou moeten worden ingediend, maar de problemen worden blijkbaar alleen maar erger. Als ze al niet erger worden, dan is het niveau van de problemen vandaag compleet tegenstrijdig met de verklaringen die daar eerder over zijn gedaan. Blijkbaar is er bijzonder overhaast te werk gegaan bij het invoeren hiervan. Bij heel wat gemeentebesturen leeft het gevoel dat de Vlaamse overheid het probleem heeft doorgeschoven naar de gemeentebesturen. Zij mogen de problemen proberen op te lossen, zij worden met de klanten en met alle mogelijke discussies geconfronteerd en zij staan op dit ogenblik in de vuurlinie voor een probleem dat ze in wezen niet hebben veroorzaakt.

Mijn vraag om uitleg was in de eerste plaats bedoeld als antwoord op een alarmkreet die ik van een aantal architecten heb gekregen, maar evengoed van een aantal gemeentebesturen. Er is grote bezorgdheid over de stand van zaken en wat men daar echt aan gaat doen en hoe de gemeentebesturen er in godsnaam in zullen lukken op 1 juni de volledige verantwoordelijkheid voor al de rest er ook bij te nemen.

Ik verneem van nogal wat gemeenten dat er voor het omgevingsloket qua proefplatform voor de medewerkers en de ambtenaren helemaal niks is. Dat maakt mij nogal bezorgd. Het gaat niet alleen over kleine dorpen – niet dat ik een gebrek aan respect heb voor die kleine dorpen. Maar blijkbaar is er toch een fundamenteel probleem met de manier waarop dit is voorbereid en georganiseerd en met de uitrol van heel dit systeem. Op dit ogenblik staan we na anderhalve maand overgangsperiode blijkbaar niet verder dan hier en daar een paar lapmiddelen aanbrengen die het systeem structureel niet werkbaar maken. Misschien is de meest nuttige vraag die je kunt stellen de volgende: minister, hoe gaat dit in godsnaam lukken tegen 1 juni, zoals het op dit moment loopt? Ik zie het niet gebeuren en ik hoor dat nogal wat mensen stilaan beginnen te vergelijken met de informatisering van Justitie. Ik hoop dat we daar niet naartoe aan het gaan zijn.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, zoals gevraagd aan de voorzitter, zou ik graag het woord geven aan de mensen die hier dagelijks mee bezig zijn, die met bloed, zweet en tranen proberen alle oplossingen uit te werken en vlot te laten verlopen. Er waren vragen over wat er fout is gelopen in de voorbereiding en hoe we het verder zullen aanpakken en wat met de datum van 1 juni waarop het omgevingsloket operationeel zou moeten zijn. De meeste vragen gaan over DBA, de Digitale Bouwaanvraag, die al een tijdje loopt, maar doordat er plots veel aanvragen zijn, zijn er serieuze fouten en zaken die vastlopen. Op 1 juni start het omgevingsloket, waar ook een aantal problemen mee zijn volgens mevrouw Peeters. Daarom is het goed dat ik de mensen die er alle tijd en energie in hebben gestopt en dat ook nog altijd dag en nacht doen, eerst het woord geef om uit te leggen wat er fout loopt, hoe het zal worden aangepakt om het op te lossen en wat met 1 juni. Ik zal dan in opvolging daarvan op andere punctuele vragen een antwoord formuleren.

De heer Paul Van Lindt, projectleider Digitale Bouwaanvraag, Departement Ruimte Vlaanderen

Op dit ogenblik zijn er effectief een aantal problemen met de digitale bouwaanvraag. Er is een totaal verschillende technische architectuur tussen de digitale bouwaanvraag en de digitale omgevingsvergunning. Er is een verschil qua technologie, platform, aanpak enzovoort. De performantieproblemen die we sinds begin maart ondervinden in het kader van de digitale bouwaanvraag, zijn van een andere orde dan de technologische complexiteit van de digitale omgevingsvergunning. Die worden ook op een andere manier aangepakt.

De digitale bouwaanvraag is een project dat in productie loopt sinds 1 september 2014. Alle Vlaamse steden en gemeenten zijn op 1 december 2016 aangesloten, en dat heeft tot een boost geleid van het aantal ingediende dossiers van 1000 in de maand december, en die zijn allemaal op een relatief vlotte manier, soms zelfs zeer omvangrijke dossiers, ingediend en ook behandeld door de lokale besturen.

De toename die we begin maart hebben gekend, heeft effectief tot problemen geleid waarbij een aantal gebruikers time-outs kregen, de boodschap dus dat hun verzoek om informatie in het systeem te stoppen of eruit te halen, niet kon doorgaan door de overbevraging van het systeem. Dat neemt niet weg dat een heleboel gebruikers wel degelijk … Op zich is het niet goed dat mensen foutboodschappen krijgen. We doen er alles aan om de performantie op te krikken tot een meer dan aanvaardbaar niveau, zodat iedereen op een vlotte manier kan werken. Dat blijft onze ambitie, ook vandaag nog, voor de digitale bouwaanvraag. De facto worden er altijd nog heel veel dossiers ingediend en correct digitaal behandeld door onze eigen diensten of door de lokale besturen. 

Als ik me niet vergis, werden er in de maand maart meer dan 2900 dossiers ingediend en meer dan 1000 dossiers alleen al in de eerste week van april. Ook vorige week werden er per dag gemiddeld ongeveer 175 dossiers ingediend. Het kende een fluctuerend verloop, doordat effectief aan de performantieproblemen werd gewerkt.

Een eerste ingreep gebeurde op 23 maart. Op dat ogenblik zijn er aanpassingen gedaan aan zowel zoekopdrachten, als geheugen, indexeringen, het maximum aantal gelijktijdige gebruikers: een hele set van ingrepen om de performantie omhoog te krikken. Die dag en de daaropvolgende maandag liep het effectief een stuk beter en werden er elke dag meer dan 200 dossiers ingediend.

Dinsdag kenden we een ander probleem van technische aard, dat te maken had met het opladen van bestanden. Daardoor raakte het systeem opnieuw in problemen. Dat had niets met de performantie te maken, maar was een puur technisch issue. Dat hebben we vrijdag opgelost, nadat we het systeem een dag moesten stilleggen om de problemen opgelost te krijgen. Nadien draaide het hele systeem weer een stuk performanter.

Ondanks deze verbeteringen en het systematisch stijgend aantal dossiers, bleven gebruikers nog altijd foutboodschappen krijgen door time-outs en doordat er nog altijd te weinig gelijktijdige gebruikers mogelijk waren. We waren dan eind maart en hebben toen beslist de hele toepassing te migreren naar een andere serverstructuur, die meer mogelijkheden biedt op het vlak van toegang, aantal gebruikers, aanpak. Die migratie moet natuurlijk technisch ook worden voorbereid. We kunnen de toepassing niet zomaar van vandaag op morgen op een ander systeem zetten. Het systeem moet worden opgezet en getest. Dat is een heel proces dat ongeveer twee weken in beslag neemt. Normaal is vandaag de migratie naar de nieuwe infrastructuur uitgevoerd.

Bijkomend voordeel van deze migratie is dat we nu van zeer nabij kunnen monitoren. Onze dienstleverancier heeft een heel performante monitoringtool beschikbaar besteld waarmee we heel gedetailleerd kunnen zien wat er eventueel nog problemen kan opleveren en waar we moeten bijsturen om de performantie tot en met 31 mei van dit jaar optimaal te krijgen.

We volgen de zaken nog altijd elke dag. Halfweg vorige week, nog voor de migratie, waren de resultaten vrij bemoedigend. Na de migratie van vandaag moeten we opnieuw kijken wat de resultaten zijn en hoe we nog verder kunnen bijsturen. Binnen IT zijn performantieproblemen een van de moeilijkste dingen, omdat er hele reeks factoren aan de basis van kunnen liggen. Het kan te maken hebben met code, infrastructuur, databankinstellingen en dergelijke. Dat moet allemaal gefinetuned worden om de performantie te kunnen opkrikken, zodat alle gebruikers die vandaag het systeem moeten gebruiken, het ook kunnen gebruiken.

Omdat heel wat architecten effectief met die problemen werden geconfronteerd, zijn er gesprekken geweest met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en het Netwerk Architecten Vlaanderen om te zoeken naar tussenoplossingen voor dossiers die dringend moeten worden ingediend of geblokkeerd zijn geraakt. Dat heeft geleid tot de aanvullende technische richtlijn die het departement heeft uitgevaardigd om dergelijke dossiers te deblokkeren. Intussen hebben we van bepaalde besturen, die al vrij veel dossiers digitaal indienen, gehoord dat het bij hen relatief goed liep. Het verschilt echt een beetje van de ene tot de andere persoon. Dat neemt niet weg dat we al die problemen zeer ter harte nemen en individueel proberen op te volgen en te behandelen. Alle klachten worden zeker van dichtbij bekeken. In verband met het performantieprobleem kunnen we weinig meer doen dan zeggen dat we er alles aan doen om de performantie op te krikken. Elke dag worden daarvoor indien nodig nieuwe acties opgezet. Als het nu nog niet voldoende is, zijn er nog zaken die we de komende weken verder kunnen uitvoeren.

De omgevingsvergunning is een heel ander verhaal. Dat systeem heeft een veel complexere inhoud, die te maken heeft met het digitaal verwerken van indelingen en verkavelingen. Er is een heel andere technische architectuur opgezet om communicatie en uitwisseling mogelijk te maken tussen het centraal systeem en de dienstleveranciers van de lokale besturen. Dat noemen we technisch granulaire webservices. Op termijn moet dat zorgen voor een veel onderhoudsvriendelijker systeem, zodat er bij wijzigingen aan de regelgeving veel minder ingrepen nodig zijn om het systeem up and running te houden en bij te sturen.

Het loket werkte in een eerste fase met dezelfde webservices, zowel om ze voor het gebruik grondig te kunnen uittesten, als om te kunnen kijken welke effecten het systeem heeft. Op het ogenblik is onze dienstleverancier bezig de loketwerking te optimaliseren, zodat de performantie op het gewenste niveau komt en we alle gebruikers veel betere responstijden kunnen bieden. De problemen die sommige gebruikers bij de omgevingsvergunning ondervinden, zijn dus van een totaal andere orde dan bij de digitale bouwaanvraag.  

Minister Schauvliege heeft het woord.

De vraag over het openbaar onderzoek heeft met de uitleg van Paul Van Lindt nog geen antwoord gekregen. Hoe komt het dat het dossier niet zomaar digitaal kan worden ingekeken? Dat geldt zowel voor het omgevingsloket als voor het DBA-loket, omdat op de ingediende plannen ook auteursrechten van de architect rusten en ze dus niet zomaar via internet in de openbaarheid kunnen worden gegooid. Het gaat vaak ook om privacygevoelige of confidentiële informatie. Als een burger tijdens een openbaar onderzoek inzage van het dossier wil, dan moet hij daarvoor naar het gemeentehuis gaan. Daar kan hij het dossier digitaal inzien. De lokale besturen moeten zich daarop dan ook organiseren. We hebben inderdaad wat vragen van lokale besturen gekregen over hoe ze daarmee moeten omgaan. Daarom biedt het DBA-loket de mogelijkheid additioneel een dossier in pdf-formaat te downloaden en wordt er gratis een softwarepakket ter beschikking gesteld om die plannen te visualiseren, ofwel enkel in leesmodus, in het kader van een openbaar onderzoek, ofwel in een modus waarbij lokale besturen er ook zaken in kunnen aanbrengen.

Verder zijn volgens mij alle vragen beantwoord.

De heer Ronse heeft het woord.

Dank voor uw antwoord, minister, en voor uw uitgebreide toelichting, mijnheer Van Lindt. Uiteraard twijfel ik er niet aan dat Ruimte Vlaanderen alles op alles zet om de performantie te optimaliseren. Ik heb ook alle begrip voor technische problemen. Daarmee ben ik ook begonnen, en ik meen dat ook echt. Het is een heel moeilijke operatie.

Toch zijn voor mij bepaalde zaken nog niet uitgeklaard, en ik begin bij de auteursrechtelijke bescherming. Dat argument hoor ik voor het eerst, en ik vind het een beetje raar. Als burger kan ik een dossier wel inkijken. Het is dus de facto openbaar. Uiteindelijk heeft het plan van een architect ook een impact op de omgeving, en iedereen heeft het recht om plannen met een impact op de omgeving te consulteren.

In sommige gemeenten kan de burger wellicht ook foto’s nemen van de documenten die hij gaat inzien in het kader van een openbaar onderzoek. Ik weet het niet zeker en collega Vandaele, die ik consulteerde, ook niet, maar misschien kan het in de ene gemeente wel en in de andere niet. Het auteursrechtelijk argument vind ik dus een beetje raar.

Een tweede punt is de aanvullende technische richtlijn. Godzijdank hebben we in 2015, in het kader van het verzameldecreet, een amendement ingediend om de Vlaamse Regering de macht te geven bij problemen met het digitale verhaal effectief op te treden. Die aanvullende technische richtlijn is daarvan een eerste emanatie. Ik blijf echter een beetje op mijn honger zitten. Een architect laat me in een mail het volgende weten: “Ambtenaar bevoegd voor digitale bouwaanvragen van Kapelle-op-den-bos deelde mee dat de omzendbrieven en aangepaste technische richtlijn van de Vlaamse overheid in strijd zijn met de geest van haar eigen wetgeving. Voormelde documenten zijn onwettig. Wat betekent dat onder geen enkele omstandigheid een afwijking kan worden verleend.” Voor alle duidelijkheid, ik heb niet eens nagekeken wie er die gemeente bestuurt. Dat maakt me ook allemaal niets uit en ik wil daar geen politieke discussie van maken of iemand de zwartepiet toespelen. Als bepaalde gemeenten zo reageren tegenover architecten, dan moeten we dat dringend herbekijken. Hoe zit het dus met de aanvullende technische richtlijn?

Ten derde is er de rechtszekerheid. Kan iemand die op papier een aanvraag indient, bij een weigering nog in beroep gaan? Ik hoop het wel en we moeten daar dringend duidelijkheid in brengen.

Ten slotte kom ik bij zaken die fundamenteel zijn en weinig te maken hebben met de performantie van de systemen, namelijk de discussies over vectoriële pdf en schaalgrootte. Allemaal zaken die we moeten oplijsten en waarvoor we hopelijk een actieplan hebben dat gedragen wordt door NAV, Bouwunie, Confederatie Bouw, VVSG, VVP en het parlement, zodat we met vertrouwen kunnen voortwerken aan het hele verhaal.

Vier fundamentele punten staan dus nog open, en ik vermoed dat we daarmee de tweede ronde nog goed kunnen vullen.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Dank voor uw uitleg, mijnheer Van Lindt. De fundamentele vraag is of we te maken hebben met normale kinderziekten, die eigen zijn aan een omschakeling naar een volledig ander systeem en waarvoor we alle begrip hebben, dan wel of het gaat om een structureel probleem, waarvan we nog lang last zullen hebben. Het is niet omdat ik tot de oppositie behoor, dat ik het negatieve wil zien. Ik ben oprecht bezorgd. Zijn het maar kinderziekten en is het een kwestie van een paar weken voor alles in orde is en het systeem vlot kan lopen? Of gaat het om structurele problemen? Ik ben een beetje bang dat het om het laatste gaat.

U spreekt over een ingreep op 23 maart, een aanpassing van het geheugen. Voordien was er ook al een aanpassing van het geheugen gebeurd, zoals blijkt uit de mail die ik daarnet voorlas. Dan volgt er nog een ingreep en altijd gaat het beter, al blijven er klachten komen. En dan ineens bent u overgeschakeld naar een andere serverstructuur. Ik ben technisch niet zo goed op de hoogte, maar dat maakt me toch een beetje ongerust. Het aanpassen van het geheugen behoort nog tot het oplossen van kinderziekten, maar overstappen naar een andere serverstructuur lijkt me van een andere orde. Ik blijf me dan ook afvragen hoe het met de deadline van 1 juni zit.

Want in de mail van de architect die de helpdesk citeert, gaat het over een eerste analyse, een duurzame oplossing, twintig programmeerdagen, testfase, acceptatiefase. Dat is nu allemaal weg, want er is een andere serverstructuur. We zitten dus in een andere realiteit. Om me echt te overtuigen dat het niet om een structureel probleem gaat waar we nog lang mee te maken zullen hebben, is mijn vraag: wanneer denkt u dat de problemen echt van de baan zullen zijn? Is 1 juni haalbaar? Als 1 juni niet haalbaar is, dan heb ik liever dat in plaats van het een paar maanden verder te slepen, het ineens een half jaar verder wordt gezet en dat er degelijk en fundamenteel in de diepte kan worden gewerkt. Begrijpt u?

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Ik wil de heer Van Lindt en de minister danken voor hun antwoord. Ik moet toch ook wel aangeven dat bij mij de zorgen helemaal niet weg zijn. Mijnheer Van Lindt, u zegt dat de problemen met de DBA te maken hebben met de performantie. Dat programma dateert inderdaad van midden 2014 en het kan sinds 2016 door alle lokale besturen worden gebruikt, en sinds februari 2017 moet het door alle professionelen worden gebruikt. U zegt dat er een toevloed is aan dossiers, namelijk 175 dossiers per dag. Dat maakt dat er nu performantieproblemen zijn. Die worden bijgestuurd. Wij nemen daar akte van, maar ik maak me tegelijkertijd zorgen voor het digitale omgevingsloket straks. U geeft aan dat dat op een heel andere technologie werkt, op een heel andere server, maar ook daar stellen we vandaag vast dat er al heel wat problemen zijn, ook inzake performantie.

Toen destijds gekozen is voor de datum van 23 februari tot 1 juni, was heel duidelijk vooropgesteld dat die periode voor alle professionelen, ook de milieudeskundigen die tot dan toe nooit met een digitaal proces gewerkt hadden, een duidelijke oefenfase was. Kan vandaag op het digitale omgevingsloket, dat volledig operationeel moet zijn per 1 juni, al goed worden geoefend, want dan hebben we nog lang geen 175 dossiers per dag of enkele duizenden per maand? Daar is het aantal nog veel minder. Desalniettemin weet men dat straks, per 1 juni, daar alle gebruikers die vandaag nog op de DBA zitten, op moeten komen. Als ik dan zie dat de DBA klaarblijkelijk niet performant genoeg was voor die talrijke gebruikers, zoals nu toch duidelijk blijkt, dan stel ik me de vraag of men voldoende inlevingsvermogen heeft gehad om te kunnen inschatten dat het digitale omgevingsloket per 1 juni wel voldoende performant zal zijn voor alle toekomstige gebruikers die er dan op moeten zitten. U hebt zelf al aangegeven dat de webserver wordt verbeterd, dat de lokale werking zou worden geoptimaliseerd en dat er een betere responstijd zou moeten komen wat betreft het digitaal omgevingsloket. Ik hoop alleszins dat daar werk van wordt gemaakt.

Wat betreft DBA geeft u aan dat er een bijkomend monitoringsysteem zou komen. Geldt dat tegelijkertijd voor het digitale omgevingsloket? Ik denk dat dat heel belangrijk is. Vandaag ervaren wij dat er enerzijds een aantal klachten terechtkomen bij de helpdesk van Ruimte Vlaanderen, waarvan ik hoor dat de antwoorden soms niet afdoende zijn en er ook daar een probleem is qua inlevingsvermogen, en dat er anderzijds heel wat klachten bij de softwareleveranciers van de diverse provincies en lokale besturen terechtkomen. Zij krijgen heel veel klachten en zij proberen ook hun cliënteel zo goed mogelijk bij te sturen. Ik denk dat we dat allemaal moeten monitoren. Hoeveel klachten komen er bij de softwareleveranciers? Hoeveel klachten komen er bij de provinciale en lokale besturen? Zij krijgen ook heel wat klachten van de gebruikers. Het is erg aangewezen dat we bij een performant systeem per 1 juni duidelijk een heel goede monitoring moeten hebben van alle problemen die men nu al detecteert op het omgevingsloket zelf zodat we er zeker van kunnen zijn dat dat per 1 juni allemaal heel goed werkt.

Wij hebben destijds de afweging gemaakt of we op 23 februari zouden instappen in het digitale omgevingsloket, onder de voorwaarde dat het allemaal zeer goed zou werken. Vandaag moeten we vaststellen dat noch de DBA vanwege de talrijke gebruikers ervan, noch het omgevingsloket zeer goed werkt. Wat dat betreft, maak ik mij heel veel zorgen naar 1 juni toe. Ik hoop dat men vandaag kan zeggen dat we ons geen zorgen meer moeten maken en dat we per 1 juni een zeer goed draaiend en performant systeem hebben.

Men kan dan wel zeggen dat het overhaast is en dergelijke meer, zoals sommige collega’s zeggen, maar dat vind ik niet. We zijn sinds 2014 bezig met een digitaliseringsproces. We zijn anno 2017. Om dan nog steeds te zeggen dat een digitale werking niet kan of dat het er te vroeg is, daar ga ik niet mee akkoord. Als we zeggen dat we in Vlaanderen voluit de digitale kaart trekken op alle vlakken, moet dat ook inzake de omgevingsvergunning kunnen. Wat dat betreft, hoop ik dat we zeker niet moeten concluderen dat we te vroeg gewerkt hebben, maar wel dat we moeten werken aan een performant systeem.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik ben het met collega Peeters eens dat het niet te vroeg zou mogen zijn geweest omdat er inderdaad al sinds 2014 aan gewerkt is en omdat het nogal wiedes zou moeten zijn dat als je er in 2017 echt aan begint, en dan nog met een paar maanden uitstel, en je het veralgemeent, het ook werkt. Dat zou inderdaad niet te vroeg mogen zijn geweest. Maar in de praktijk is het toch anders. Al deze vragen zouden vandaag niet gesteld zijn als we niet konden vaststellen dat het in de praktijk wel te vroeg was, want dat het wel degelijk niet klaar was.

De uitleg is dat dat ligt aan het feit dat er plotseling veel meer gebruikers op het systeem kwamen. Mijnheer Van Lindt, ik betwist geen seconde de pogingen die men met alle mogelijke middelen doet om het probleem op te lossen, maar de politieke vraag die moet worden gesteld, want dit is een politieke vergadering, is of er nu echt niemand is die er sinds 2014 tot 23 februari 2017 aan gedacht heeft om eens te bekijken wat er zou gebeuren indien er plotseling niet 10 maar 175 aanvragen per dag binnen kwamen. Blijkbaar is dat immers het probleem: het volume was te groot.

Ofwel zijn de bouwvergunningsaanvragen in Vlaanderen wonderbaarlijk vermenigvuldigd op 23 februari. Wie weet? De vraag is trouwens al eens gesteld of men aan het wachten was om ze in te dienen. Het antwoord was: ‘Neen, we zien dat niet.’ Ofwel is er plots een wonderlijke vermenigvuldiging van de broden geweest sinds februari en heeft men zelfs niet gewacht tot met Pasen, ofwel moeten we gewoon vaststellen dat er blijkbaar nooit iemand de vraag heeft gesteld of het zal werken als iedereen het plotseling begint te gebruiken. Dat is een vraag naar politieke verantwoordelijkheid. U doet alles om het nu op te lossen, maar de vaststelling is gewoon dat u werd gezegd dat het zou werken op 23 februari, en dat het op 23 februari en zelfs op 17 april nog niet werkt als plotseling iedereen het gebruikt.

Ja, mevrouw Peeters, het had moeten werken. U hebt gelijk. Maar het werkt wel niet, hé. Dat stellen we toch allemaal vast, anders zaten we hier geen vragen te stellen. Hoe komt dat? In die zin vind ik het een beetje jammer dat de minister gewoon eindigt met te zeggen dat de heer Van Lindt het heeft uitgelegd en dat alles is uitgelegd. Maar neen, de essentiële vraag is hoe het komt dat we in deze soep zitten. Die is niet beantwoord. Die is misschien wel beantwoord door de heer Van Lindt, namelijk door te zeggen dat er veel te veel aanvragen zijn. Minister, de vraag aan u is dan dat u misschien niet wist dat er zoveel bouwaanvragen per dag of per maand waren in Vlaanderen en dat het systeem eraan had moeten worden aangepast.

In die zin ben ik niet gerustgesteld. Ik heb trouwens van de minister geen antwoord gekregen op mijn belangrijkste vraag of het op 1 juni nu allemaal zal werken. Ook daar ben ik door de technische uitleg niet gerustgesteld, want u gaat heel algemeen maar heel onrustwekkend over naar de uitleg dat de omgevingsvergunning nog ingewikkelder is. Het lukt vandaag al niet om 175 bouwaanvragen per dag in een in principe beproefd systeem in te dienen – misschien wel 150 maar geen 175 – en we zijn allemaal Vlamingen met gelijke rechten, en die moeten alle 175 even goed worden bediend. Maar vanaf 1 juni gaat het blijkbaar nog erger worden als ze omgevingsvergunningen moeten indienen, want dat is nog ingewikkelder! We kunnen het nu al niet.

Minister, nog eens, het is nog altijd uw politiek engagement en uw verantwoordelijkheid dat als ik op 1 juni om 5 minuten na middernacht een aanvraag wil indienen, ik op enter kan duwen en een bewijs van indiening kan krijgen. Ik ben dat voor de duidelijkheid persoonlijk niet van plan, maar anderen zullen daar waarschijnlijk wel op zitten te wachten. (Opmerkingen)

In het andere geval zal ik ze hier met veel plezier openleggen en mag u zelfs het openbaar onderzoek inzien. Maar ik denk dat er vandaag nogal wat mensen die vandaag wel degelijk in die praktische situatie zitten, zich de vraag stellen of het zal lukken en wie ervoor verantwoordelijk is als het lukt. Het antwoord is heel simpel, minister: dat bent u. Engageert u zich daar nog altijd voor, ja of neen? Het is al een keer vies mislukt. U hebt van het parlement redelijk veel begrip gekregen want het is redelijk algemeen goedgekeurd dat we de verplichting zouden uitstellen tot 1 juni. Daar hebben we vanuit de oppositie niet tegen gestemd omdat ik, net zoals collega Ronse, wel de praktische problemen begrijp, maar ik zie ons geen stap dichter bij de oplossing komen. Het begrip is stilaan op.

Minister, het is niet de eerste keer dat we dit thema op de agenda hebben staan, maar na alle discussies die we hier in het verleden al hebben gevoerd, meen ik dat we een heel lange weg hebben afgelegd. Er wordt een historische stap gezet om naar een omgevingsvergunning te gaan, en daarbij ineens het engagement aan te gaan om naar een digitale behandeling te gaan. We wisten dat dat de stap nog groter en uitdagender maakt. We hebben er verschillende keren over gesproken en in het parlement is steeds bevestigd dat we die stap in één keer zouden nemen. Ook vandaag heb ik dat van verschillende mensen gehoord. Iedereen die die historische stap wil nemen, moet ook oprecht erkennen dat de uitdaging gigantisch is, waarbij mogelijk elementen naar boven kunnen komen die misschien niet honderd procent voorzien waren. Ik ga ervan uit dat het momenteel vooral stokt bij het digitale luik. Tot dusver gaan de opmerkingen niet over de uitwerking van de digitale werking en hoe alles op elkaar moet worden afgestemd. Op zich is dat al verwonderlijk en een heel belangrijke vaststelling. In het technische luik komen elementen naar boven die men voordien misschien niet had ingeschat.

Minister, ik heb nog een vraag. Ik moet vaststellen, niet enkel nu omdat er een politieke verantwoordelijkheid aan vast hangt, dat bij het digitaliseren van processen, wat heel ver weg van de politiek staat, capaciteit en geheugen heel vaak het probleem zijn. Op het moment dat er een platform wordt gelanceerd, dan ligt dat plat en dan zijn er problemen. Vaak kan dat niet worden verwerkt. Ik stel de vraag hoe dat komt. In dit verhaal bent u zelfs van omgeving moeten wijzigen. Hoe komt dat en hoe kunnen we dat in de toekomst vermijden? Zijn we zeker dat we vandaag de toekomstige vragen aankunnen? Ik moet toegeven dat het woord digitalisering me steeds schrik inboezemt. Ik zou graag van u wat meer toelichting krijgen over hoe we dat kunnen vermijden, en zeker bij de stappen die we in dit proces nog moeten nemen. Is het structureel of incidenteel bij dit luik? Kunnen we tegen 1 juni verzekeren dat we niet opnieuw dat verhaal tegenkomen wanneer alle gemeenten instappen?

Mijnheer Ronse, ik heb even op mijn lip moeten bijten. Ik wil elke onduidelijkheid wegnemen. Als u vandaag plannen gaat inkijken bij een openbaar onderzoek, mag u nooit aantekeningen maken, de plannen overtekenen of er foto’s van maken, tenzij ik totaal verkeerd zou zijn ingelicht, maar dan zou ik dat zeer graag vernemen. Volgens mij staat dat heel duidelijk in de richtlijnen van het openbaar onderzoek. Als het anders zou zijn, moet ik dringend mijn administratie bijsturen, maar ik dacht dat het zeer duidelijk was dat er geen foto’s of zelfs geen tekeningen van plannen mogen worden gemaakt. Minister, misschien kunt u daar klaarheid in brengen. Het zou onvoorzichtig zijn als daar enige onduidelijkheid over zou bestaan.

Minister Schauvliege heeft het woord.

We hebben inderdaad al meermaals over dit thema gediscussieerd. We moeten twee zaken uit elkaar houden. Dat is daarnet al duidelijk geschetst. Er is de DBA en er is het omgevingsloket. Wat DBA betreft, kon niemand voorspellen dat dit op die manier zou lopen. DBA loopt van 2014 en deed dat goed, maar plotseling doken er problemen op. Ik heb de heer Van Lindt gevraagd om dat toe te lichten. Niemand had dat voorzien, ook mijn diensten hadden dat niet voorspeld. Op meerdere vragen die we hun stelden, was het antwoord telkens dat alles goed loopt.

Wat het omgevingsloket betreft, stelden we eind vorig jaar vast dat er een aantal alarmsignalen binnenkwamen op verschillende diensten, vooral lokaal en bij de toeleveranciers. We hebben iedereen rond de tafel gebracht, en ook toen werd vanuit de verschillende diensten gezegd dat alles in orde kwam en dat het systeem van start kon gaan. Dat was in oktober-november vorig jaar.

Toch bleken een aantal zaken fout te lopen. We zijn dan ook naar de Vlaamse Regering gegaan met de vraag om uitstel. Toen is me met de hand op het hart gezegd dat het vanaf 1 juni perfect mogelijk moest zijn om dat overal door te voeren. Vandaar het uitstel om dat omgevingsloket voor iedereen te laten ingaan vanaf 1 juni.

Ik moet natuurlijk afgaan op de informatie die ik krijg. Ik ben zelf geen informaticus, mijnheer Tobback. Ik kan het dus zelf niet achterhalen en moet afgaan op de informatie die ik krijg, en die vertalen in politieke beslissingen.

Ik heb altijd gezegd dat de verwachting was dat er wel wat kinderziektes zouden zijn. Dat is ook logisch wanneer je een nieuw systeem opstart. Dat het DBA-loket in zulk moeilijk vaarwater zou komen, dat had natuurlijk niemand voorspeld. Wat het omgevingsloket betreft, doen we er alles aan om dat vanaf 1 juni goed te laten lopen. Voorts wil ik graag het woord geven aan de heer Van Lindt.

Voorzitter, wat het openbaar onderzoek betreft, klopt uw analyse dat het niet mag om kopieën te maken of te verspreiden.

De heer Paul Van Lindt, projectleider Digitale Bouwaanvraag, Departement Ruimte Vlaanderen

Wat het openbaar onderzoek betreft, wil ik nog een aanvulling doen. Men kan de visu iets inkijken zonder dat men kopieën kan maken terwijl men op internet screenshots kan maken. Dat is de reden waarom we dit zeker niet publiek kunnen maken. We maken overigens wel een uitzondering voor het inplantingsplan, omdat we vinden dat dit niet onder het auteursrecht valt en omdat die ruimtelijke impact belangrijk is. Daarover is overleg geweest met de architecten. Dat plan wordt dus wel beschikbaar gesteld.

Vectoriële pdf’s zijn normen die zijn opgesteld door en in overleg met NAV. Bedoeling is na te gaan op welke manier een digitaal plan moet worden aangeleverd zodat het niet mogelijk is om dat plan opnieuw af te drukken. Men moet het wel degelijk op een scherm kunnen bekijken. In een vectoriële pdf werkt men met lijnstukken in tegenstelling tot een vaste pdf, een ingescande pdf die met puntjes werkt. Met lijnen kan men veel meer annoteren, ze zijn ook veel lichter qua omvang. Een vectoriële pdf is 200 kilobyte, een raster-pdf is 20 à 30 megabyte. Ook daar geven we een aantal normen om die te optimaliseren.

Idem dito voor de standaarden inzake schaalzetting. We zijn vertrokken vanuit de standaarden die gelden voor de analoge plannen en hebben die bijgestuurd. Naar aanleiding van de omgevingsvergunning is er opnieuw overleg geweest met verschillende groepen van actoren zoals architecten en mensen die met infrastructuur werken om ook daar opnieuw de normen, waar nodig, bij te sturen. Er heeft dus al een vorm van bijsturing plaatsgevonden van die normenboeken, telkens in overleg met de sector. Dit is een beetje trial and error, omdat het voor iedereen nieuw is om zuiver met digitale plannen te werken en die aan te wenden.

De digitale bouwaanvraag heeft een heel andere technische achtergrond dan de digitale omgevingsvergunning. Op het moment dat we dat hebben opgezet, in 2013, moest alles via SOAP (Simple Object Access Protocol) werken. Alle informatie moet volgens het vierogenprincipe, via MAGDA (maximale gegevensdeling tussen administraties) passeren om ervoor te zorgen dat er geen overtredingen werden begaan inzake privacygevoelige informatie. Dat MAGDA-platform werkt met SOAP-services. Bijgevolg hebben ook onze ontwikkelaars gekozen om met die technologie te werken.

De standaard op dat ogenblik bij alle IT-toepassingen is het werken met een busstructuur. We zitten in een aparte infrastructuur, de collega’s van het departement Leefmilieu hadden op dat ogenblik een eigen IT-infrastructuur waarbij men al die toepassingen achter een busstructuur plaatste. Op die manier kon veel gemakkelijker worden gewerkt met inlogsystemen, generieke componenten enzovoort.

Achteraf is gebleken dat die busstructuur vaak zeer vertragend werkt. Op dit moment gaat men nog enkel via dit systeem in functie van puur aanloggen of een aantal zeer beperkte diensten die via dat systeem moeten gaan. Alle andere diensten laat men nu rechtstreeks naar de databanken gaan. De omgevingsvergunning bijvoorbeeld is al opgezet via dat systeem.

Bij DAB, omdat het correct werkte achter die busstructuur, is er nooit een inspanning gedaan – ook al omdat we aan het werken waren aan de omgevingsvergunning – om dat nog te migreren. Op dat ogenblik was daar geen nood aan. Nu, met de performantieproblemen die we hebben vastgesteld, omdat we met een grotere hoeveelheid gelijktijdige gebruikers zitten dan verwacht, hebben we dan toch de omslag gemaakt om alsnog die performantiewinst te boeken die daarvoor nodig is. Het is dus geen structureel probleem maar een probleem ad hoc in functie van toegang en snelheid van het reageren van de databank. Als die problemen opgelost zijn, werkt het systeem wel degelijk. Het feit dat men gedurende jaren dossiers heeft kunnen indienen en behandelen zonder dat daar problemen mee waren, toont aan dat het systeem wel degelijk correct functioneert op zich. Het grote probleem is dat de gebruiker de laatste weken te lang moest wachten op een antwoord van het systeem waardoor hij een foutboodschap kreeg. Dat is een heel andere problematiek dan wat we nu hebben bij de omgevingsvergunning.

Wat de omgevingsvergunning en monitoring betreft, gebeurt de monitoring voornamelijk vanuit technisch oogpunt. Men gaat na waar er eventuele problemen zijn en waar de foutboodschappen vandaan komen, welke boodschappen dat zijn, wat de oorzaak daarvan is bijvoorbeeld code, infrastructuur, databank, geheugen en dergelijke. Die werkt nu al sinds anderhalve week op die van de omgevingsvergunning die daar eerst is geïnstalleerd. Doorheen de eerdere situatie van de DAB kon dat daar niet onmiddellijk op geplaatst worden. Door de migratie kan dat nu wel en kunnen we daar ook monitoren. Op die manier willen we dat probleem nog altijd opgelost krijgen.

Wat de DAB betreft, gaat het niet echt om een kinderziekte maar om een probleem ad hoc, namelijk een plotse bevragingstoename waardoor er problemen waren met de toegang tot het systeem en de antwoorden. Dat probleem moet worden opgelost en daar zijn we nog altijd mee bezig. Ik hoop dat de inspanningen van onze dienstenleverancier van vandaag opnieuw een zeer grote, zo niet volledige vooruitgang brengen.

Wat de omgevingsvergunning betreft, zijn er aanpassingen bezig. Oorspronkelijk zaten we daar met dezelfde SOAP-services. Die worden nu omgezet in andere services die veel performanter zijn en die heel goede resultaten geven. Wanneer onze dienstenleverancier erin slaagt om tegen 1 juni die omslag te maken, beschikken we wel degelijk over de performantie die we nodig hebben om op dat moment correct te kunnen werken.

De heer Ronse heeft het woord.

Dat debat doet me denken aan een gigantische bouwwerf. Het grootste probleem op een bouwwerf is de communicatie. Ik stel vast dat er op alle mogelijk echelons, zowel over de DAB als over de omgevingsvergunning, zeer veel ruis zit.

Uit het antwoord van de minister leid ik af dat er ruis zit tussen wat de administratie zegt en wat de minister zegt. Alles zal in orde komen maar plots komt het niet in orde.

Daarnaast stel ik vast uit de communicatie die ik krijg van architecten van klanten die wij horen te bedienen, dat er ruis zit op de communicatie of op zijn minst op de manier waarop de communicatie vanuit Vlaanderen wordt begrepen door gemeenten. Die gemeenten moeten als eerste in de linie omgaan met de gebruikers. Het gaat over gemeenten als Kapelle-op-den-Bos, die de omzendbrief en de technische bijsturing niet begrijpen. Dat is een tweede as waar er zeer veel ruis op zit.

Een derde as waar ruis op zit, is die tussen de administratie en de gebruikers zelf. Mijnheer Van Lindt, u hebt het goed uitgelegd en ik twijfel absoluut niet aan uw goede intenties en aan het voluntarisme van uw dienst om daar op een zo professioneel mogelijke manier mee om te gaan, maar er zit ruis tussen wat u bedoelt met vectoriële pdf’s, bestandsnamen, schaalgrootte en wat die architecten daarmee moeten doen. Dat kunnen we niet ontkennen. Door heel dat verhaal krijgen we een probleem dat niet zozeer met software te maken heeft maar fundamenteel met communicatie en een goede coördinatie.

Minister, ik ben geen voorstander van overbodige en nutteloze structuren maar het zou misschien wel goed zijn een crisisgroep op te richten waarin alle vertegenwoordigers een afvaardiging hebben: architecten, bouwheren, lokale besturen en Ruimte Vlaanderen. Misschien bestaat die al, het zou goed zijn om ons in dat geval een verslag te bezorgen van wat daarin werd besproken.

Daar moet echt ownership zijn en daar moet over beide projecten, zowel de digitale bouwaanvraag – wat voor mij geen probleem ad hoc is, misschien wel wat het softwarematige betreft maar niet wat het fundamentele betreft – als het omgevingsloket op een serieuze manier verder worden vergaderd. De minister moet dat voorzitten en dat moet verder goed worden gecoördineerd. In plaats van hier vier of vijf vragen om uitleg in te dienen kunnen wij als parlement dan misschien een gedachtewisseling krijgen over wat daar wordt besproken. Ik heb er geen probleem mee wanneer die afgevaardigden ook meekomen, maar het zou goed zijn als het parlement een geïntegreerde aanpak kan te horen krijgen waarbij de ruis op de communicatie tussen al die verschillende spelers is weggewerkt. Ik ben het eigenlijk moe om al die mails te krijgen, ik wil er absoluut geen politiek spelletje van maken, ik heb niemand hier in de zaal gezien met de intentie om daar politieke spelletjes van te maken, iedereen wil een oplossing. Laat ons dus de ruis op die communicatie wegwerken.

Wat het auteursrechtelijke aspect betreft, dat was een eerste opmerking. Dank u wel, voorzitter, om me daarin te corrigeren, ik heb er geen enkele moeite mee om dat te begrijpen al vind ik wel dat we moeten zoeken naar een digitale weg. Ik heb al in andere systemen ook tijdelijk toegang gehad tot zaken waarbij er niet verder mag worden verdeeld, dat is een andere discussie. We moeten echter zoeken naar een vernieuwende manier om ook zaken in openbaar onderzoek digitaal consulteerbaar te maken. Ik blijf erbij dat een plan een impact heeft op de omgeving en dat de burger dat dus eigenlijk mag kennen.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ik heb in mijn vorige betoog al gezegd dat ik niet met een donkere bril naar het probleem kijk. Zoals de heer Ronse zegt, wil iedereen dat het zo snel mogelijk wordt opgelost. Maar hoe meer uitleg er wordt gegeven, hoe ongeruster ik word. Ik heb gevraagd of het gaat over kinderziektes of over een structureel probleem. De heer Van Lindt zegt dat het gaat over een ad-hocprobleem, als gevolg van de vele aanvragen, wat de heer Tobback ook al heeft gezegd. Het gaat dus over een probleem dat wordt veroorzaakt door de veelheid aan aanvragen.

Minister, u hebt in een eerste reactie gezegd dat niemand dat probleem kon voorspellen. Ik hoop dat u op zijn minst aan uw administratie de vraag hebt gesteld of het systeem ook goed zal blijven lopen als er zoveel aanvragen per dag zijn. Het is eigen aan de politiek dat je afhankelijk bent, zeker wanneer het om technische zaken gaat, van je administratie en van de technische mensen die die kennis in huis hebben. Dan kun je toch de eenvoudige vraag stellen en de garantie krijgen dat het systeem ook nog functioneert wanneer er veel aanvragen per dag komen. En is dat ook uitgetest? Als dat niet is gebeurd, dan vind ik dat een structureel probleem en dan houd ik mijn hart vast voor de toekomst.

Tot nu toe hebben we met zijn allen, over grenzen van meerderheid en oppositie, de beginfase van de DAB en het omgevingsloket met de mantel der liefde bedekt en heel veel begrip getoond maar wat mij betreft, is dat nu ten einde.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

We moeten duidelijk zijn: iedereen die vandaag een aanvraag indient en een omgevingsvergunning aanvraagt, wil dat zijn dossier op een vlotte en correcte manier wordt afgehandeld. We stellen vast dat er vandaag problemen zijn met de DBA als gevolg van de grote toevloed aan gebruikers. Los daarvan, en dat baart me meer zorgen voor de toekomst, zijn er ook wel wat problemen bij het omgevingsloket. Het omgevingsloket wordt vandaag door een zeer beperkt aantal lokale besturen gebruikt maar moet wel al door alle provinciale besturen en door de Vlaamse overheid worden gebruikt.

Men wilde de fase tussen 23 februari en 1 juni niet alleen voor de provinciale en de Vlaamse dossiers maar ook voor alle andere instanties als een testfase gebruiken. Voor de provinciale en de Vlaamse omgevingsvergunningen wilde men het al formeel laten verlopen. Als ik dan vandaag zie dat er zoveel problemen zijn, dan hoop ik opnieuw dat men de garantie kan geven dat het omgevingsloket zeer snel en performant zal werken. Iedereen die een omgevingsvergunning nodig heeft, wil een correcte en snelle afhandeling van zijn dossier. We mogen daar niet langer mee talmen, die rechtszekerheid moet kunnen worden gegarandeerd, en liever vandaag dan morgen. De provincies klagen vandaag steen en been, ik weet niet of Vlaanderen zelf al een dossier heeft lopen met een Vlaamse omgevingsvergunning maar in elk geval zijn er veel klachten van de provincies. We ondervinden zelf ook een aantal problemen, ik denk dan ook dat alles op alles moet worden gezet om het omgevingsloket performant te doen werken, liefst zo snel mogelijk.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik deel de mening van mevrouw Pira en ik word steeds ongeruster en bozer. We hebben inderdaad allemaal gezegd dat we voor de digitalisering en voor de omgevingsvergunning zijn. Daar bestaat een consensus over in heel deze commissie, dat is meermaals herhaald. Maar nu het niet blijkt te lopen zoals het zou moeten lopen, word ik met de minuut kwader wanneer ik hier het scherm van paraplu’s zie opengaan. Ik hoor de minister hier driemaal zeggen dat ze gevraagd heeft of het zou werken en dat er bevestigd is dat het zou werken. En daar stopt dan blijkbaar de ministeriële verantwoordelijkheid, daarmee is uw deel gedaan, minister. Dat is blijkbaar de stelling van de regering.

Ik hoor de administratie dan zeggen dat het probleem bij de DBA te maken heeft met de plotse toevloed aan aanvragen. Ik dacht dat ik daarnet had gevraagd, maar daar bent u niet echt op ingegaan, of er dan een dergelijke plotse vermenigvuldiging is van het aantal bouwaanvragen ten opzichte van 1, 2, 3 of 4 jaar geleden. Is er niemand die wist hoeveel bouwaanvragen er jaarlijks, maandelijks of dagelijks worden ingediend in Vlaanderen?

Ik neem aan dat de serviceproviders die er zijn, de IT-providers die er zijn en de dienstverlening die er is, de opdracht hebben gekregen, ook voor de DBA, op basis van een aanbesteding. Kan iemand mij zeggen of er in de bestekken voor die offerteaanvraag stond voor hoeveel aanvragen per dag, per uur, per week, per maand het systeem moest functioneren? Stond dat daarin? Of heeft men gewoon een spreadsheet gevraagd waarbij men een aanvraag kan indienen? Als men er 1 kan indienen, zal het voor 150 ook wel lukken. Stond er in de offerteaanvraag een aantal aanvragen per dag, per uur, per week, per maand waarvoor het systeem foutloos en gestroomlijnd zou moeten functioneren zonder ‘hiccups’ die langer dan een aantal dagen zouden moeten dienen om op te lossen? Wat dat voorzien of was dat niet voorzien?

Als het voorzien is, moet u vandaag namens de Vlaamse gebruikers de dienstverleners in gebreke stellen, want dan is het hun fout. Als het daar niet in stond, dan hebben we wel een probleem dat verder gaat dan het gepuzzel om er een mouw proberen aan te passen, want dan is er wel degelijk tekortgeschoten. Wie heeft dat bestek dan opgesteld? Welk kabinet heeft dat nagekeken? Wie heeft ervoor gezorgd? Hoe zit het met dezelfde vragen voor het omgevingsloket? Aan hoeveel aanvragen per dag mogen we ons verwachten? Voor hoeveel per dag, per uur, per week, per maand is het gepland om foutloos te lopen?

Het is toch tamelijk evident dat het foutloos zou moeten kunnen werken op basis van het aantal aanvragen dat men kan verwachten. Ofwel weet men niet hoeveel aanvragen men per dag kan verwachten, wat ook al onrustwekkend is in een beschaafd land, want we hebben al jaren een verplichting om een bouwaanvraag in te dienen, dus je zou toch stilaan kunnen tellen hoeveel er dat zijn en dan een systeem ontwerpen dat aan dat aantal beantwoordt. Als er dan plots 5 of 10 procent meer zijn, dan kunnen we zeggen dat er een probleem is. Maar anders zijn er wel een paar in gebreke gebleven en ik zou dan graag willen weten wie. Net zoals collega Ronse en vele anderen ben ik al die mails met klachten beu, maar ben ik ook gechoqueerd door het beeld van een niet functionerende Vlaamse administratie en een niet functionerende politieke verantwoordelijkheid, die zich blijkbaar heeft verkeken op het systeem dat men heeft beloofd, dat het ook kan werken.

Minister, ik wil nu wel graag het antwoord hebben op de vraag naar de bestekken en de offerteaanvragen en dat we dat nu eens uitklaren.

Collega Tobback, u gaf een slotbemerking, maar u hebt gevraagd naar de openbaarheid van de bestekken. Er is openbaarheid van bestuur, dus dat kunt u officieel opvragen. Weet ook dat de aanbesteding al in de vorige legislatuur is gebeurd, dus door de vorige Vlaamse Regering en de vorige Vlaamse minister die toen die verantwoordelijkheid droeg. U kunt dat dus opvragen.

Sta me toe om het debat voor vandaag hier af te ronden. U hebt uw slotbemerking gegeven, en als u vraagt naar de openbaarheid van aanbesteding, kan u dat dan worden bezorgd.

Iedereen zal dit met grote ogen opvolgen. Met andere woorden ligt hier een grote uitdaging om alles zo spoedig mogelijk en volledig op de rails te zetten.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.