U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, ik stel deze vraag naar aanleiding van een aantal incidenten, van een aantal gevallen van agressie op of rond bussen en haltes van De Lijn.

De geschiedenis gaat terug tot 2008, toen er werk werd gemaakt van de zogenaamde veiligheidsmonitor. Die veiligheidsmonitor lijst gegevens rond agressie en overlast op en analyseert die gegevens zodat er heel gericht maatregelen kunnen worden getroffen en er kort op de bal kan worden gespeeld om agressie en overlast terug te dringen. Een aantal maatregelen zijn ons allemaal bekend, zoals het inzetten van gemeenschapswachten en samenwerking met politiediensten die kan worden opgedreven op bepaalde probleemlijnen of probleembuurten. Om de drie maanden wordt er gerapporteerd aan de sociale partners over de bevindingen van die veiligheidsmonitor en wordt het bijhorende veiligheidsplan indien nodig bijgestuurd en wordt de focus verlegd.

Sinds afgelopen zomer hebben een aantal spijtige incidenten het nieuws gehaald. Het ging over gevallen waarbij chauffeurs van De Lijn werden belaagd, bespuwd en aangevallen. Zo sloeg verleden zomer in het Gentse een tiener tijdens een controle tegen zwartrijden een controleur van De Lijn in het gezicht. Een andere tiener verkocht een buschauffeur een oplawaai aan de autobusparking aan het station van Zottegem. En recent legden werknemers  het werk neer uit protest tegen meerdere incidenten in de regio Dilbeek-Meerbeke. Vanochtend kwam het jammere bericht over Heusden-Zolder, waar zeven tieners, scholieren een chauffeur zeer ernstig hebben verwond, waardoor die in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Dat zijn toch ernstige incidenten, die dan fragmentair de pers halen.

Ik moet jullie er natuurlijk niet bij vertellen dat de veiligheid van reizigers, maar ook van chauffeurs een conditio sine qua non is om te kunnen spreken van een kwaliteitsvol openbaar vervoer. Derhalve moet er streng worden opgetreden tegen mogelijk wangedrag. Nu, deze en vorige regering en De Lijn zelf doen dat ook, getuige daarvan de veiligheidsmonitor die tot stand kwam en die herhaaldelijk wordt bijgestuurd.

Minister, kunt u een overzicht geven van de maatregelen zoals ze momenteel bepaald zijn in het veiligheidsplan? Het lijkt mij belangrijk als signaal naar de chauffeurs die elke dag met hart en ziel hun job uitoefenen. Het is belangrijk dat ze het signaal krijgen dat hun veiligheid ter harte wordt genomen.

Wordt er naar aanleiding van de incidenten overleg gepleegd met bijvoorbeeld de lokale overheid en politiediensten?

Wordt er in bijsturingen voorzien in het veiligheidsplan naar aanleiding van die incidenten? Is er een versterkt toezicht op bepaalde lijnen en locaties, naar aanleiding van incidenten?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het is een interessante thematiek, die ik ruim wil benaderen.

Het totale veiligheidsplan van De Lijn is betrekkelijk omvattend. Het heeft verschillende poten en omvat verschillende maatregelen die gericht en flexibel worden ingezet. Grosso modo heb je enerzijds de maatregelen die we continu inzetten en anderzijds de maatregelen die reactief worden ingezet, reagerend op bepaalde gewelddadige incidenten die zich hebben voorgedaan, waarbij de maatregelen ook beperkt zijn in tijd en ruimte. 

De verschillende maatregelen kunnen worden ondergebracht in vier types, namelijk: organisatorische maatregelen, preventieve maatregelen, opleidingen en de samenwerking met partners. 

Bij de organisatorische maatregelen gaat het over organisatorisch inbedden van het veiligheidsbeleid bij De Lijn. De veiligheidsmonitor, die werd geïnstalleerd voor het meten van het aantal feitelijke incidenten, is hierbij van groot belang. Die veiligheidsmonitor registreert incidenten, brengt ze in kaart. Het gaat om incidenten tussen reizigers en medewerker, tussen niet-reizigers en medewerkers, tussen reizigers onderling en incidenten gericht tegen de infrastructuur van De Lijn, dus vandalisme. Die incidenten worden verzameld via meldingen uit verschillende bronnen, waaronder de 'meldingsfiche agressie' voor personeel van De Lijn. De resultaten van de veiligheidsmonitor geven input aan het veiligheidsplan.

Uit die resultaten blijkt dat de echte veiligheidsproblematiek zich eigenlijk situeert, zich concentreert in 1 procent van de buurten waar zich een halte van het openbaar vervoer bevindt. In 99 procent van de buurten waar zich een halte bevindt, is er dus geen probleem. Het gaat over 1 procent waar wel echt een veiligheidsproblematiek is en waar dus extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn.

Een andere organisatorische maatregel betreft de structurele inzet van controleurs van De Lijn. Eind 2016 waren er 269 voltijdsequivalente (vte) lijncontroleurs in dienst - er zijn meer controleurs dan dat, maar ik druk het uit in vte. Er staan trouwens nog elf vacatures open. Er wordt niet geknipt in het aantal lijncontroleurs. De laatste jaren is het aantal controles gevoelig toegenomen. In 2013 waren er nog 1,8 miljoen controles. In het afgelopen jaar waren het er 2,4 miljoen. Van 1,8 naar 2,4 is een serieuze stijging.

Die lijncontroleurs hebben daarnaast ook nog andere specifieke taken waarmee ze zich moeten bezighouden. Zo moeten ze ook de kwaliteit controleren. Iedereen denkt misschien dat ze enkel kijken naar ticketfraude, de afwezigheid van tickets, het zwartrijden, maar het gaat ook over controle op de kwaliteit van de dienstverlening. Er wordt verder ook ingezet op verkeersveiligheid, waarbij ze als snelle interveniënten optreden bij verkeersongevallen. Ze worden ook ingezet voor sociale veiligheid: het preventief effect van hun aanwezigheid op de voertuigen.

Daarnaast wordt sterk ingezet op de samenwerking met gemeenschapswachten en lijnspotters. Op die manier kunnen we zoveel mogelijk conflictsituaties, storend gedrag en vandalisme voorkomen en zal het veiligheidsgevoel bij de andere reizigers verhogen. Ter ondersteuning van De Lijn-medewerkers is er ook altijd een dispatching. Dat wil zeggen dat de chauffeurs in geval van problemen, agressie of gewoon panne terechtkunnen bij de dispatching en dat van daaruit de nodige maatregelen kunnen worden getroffen.

Daarnaast zijn er de preventieve maatregelen. Dat gaat dan vooral over technologische oplossingen. Elk voertuig van De Lijn is uitgerust met radioverbinding, gps en alarm. Dat is misschien niet zo bekend. Dat alarmsysteem heeft tot doel om de aandacht te trekken van de omgeving en anderzijds de agressor te beïnvloeden zodat hij het voertuig verlaat. We zetten ook sterk in op camera’s op de voertuigen. Alle misbruiken en mistoestanden op die voertuigen worden op die manier geregistreerd. De installatie van die camerabewaking heeft natuurlijk ook een preventieve werking op vandalisme en graffiti. Vandaag zijn alle trams – dus 100 procent van de trams – uitgerust met een camerasysteem. We zijn stelselmatig ook de bussen daarmee aan het uitrusten. 52 procent van de eigen bussen is uitgerust met een camerasysteem. Door de ingebruikname van 202 nieuwe bussen zal dat percentage tegen eind van dit jaar stijgen tot 61 procent. Tegen eind van dit jaar moet 61 procent van de bussen dus ook uitgerust zijn met een camera. Bij de exploitanten is 43 procent van de bussen vandaag al uitgerust met camera’s. Maar ook daar heb je een – zelfs nog sterker – vervangingsritme, waardoor dat percentage tegen eind van dit jaar zal stijgen tot 50 procent. 50 procent van de exploitantenbussen zal tegen dan dus uitgerust zijn met camera. 

Daarnaast zijn de voertuigen van De Lijn uitgerust met afsluitbare stuurposten waardoor de chauffeur zich kan afschermen indien hij zich bedreigd voelt. In die stuurpost wordt ook een geldkoffer geplaatst.

Ik heb nog niet alles opgesomd. Nu is het bijvoorbeeld zo dat in de nieuwe albatrostrams die we laten uitrijden in Gent en Antwerpen, een communicatiesysteem bestaat dat in twee richtingen werkt. Het is een intercomsysteem, waarbij zowel de chauffeur zich kan richten tot het publiek, als vice versa, het publiek tot de chauffeur, in geval van nood aan enige communicatie.

Een derde pijler is de opleiding van het personeel. De Lijn geeft haar personeelsleden extra ondersteuning in functie van zulke veiligheidsproblemen. Dat komt erop neer dat ze voldoende moeten worden gewapend om agressie enerzijds tijdig te herkennen, maar anderzijds ook om daar op gepaste wijze mee om te gaan. Zowel in de basisopleiding, dus voordat men de functie opneemt, als in de voortgezette opleiding wordt daar extra op gefocust. Zo weten chauffeurs en lijncontroleurs hoe ze moeten omgaan met klanten. Klantvriendelijkheid, attitude, richtlijnen inzake agressie, omgaan met conflictsituaties: dat zit allemaal in die opleiding.

Tot slot is er de samenwerking met andere actoren. Ook daar is het vrij ruim. Vanzelfsprekend gaat het over de samenwerking met politie, justitie, lokale besturen, scholen, straathoekwerkers, die regelmatig worden aangesproken om te zorgen voor een verhoging van de veiligheid op het openbaar vervoer. Er worden ook samenwerkingsakkoorden in concreto afgesloten met de politiediensten. Op basis van de resultaten van de veiligheidsmonitor worden specifieke acties ondernomen, in samenspraak met politiediensten.

Daarnaast gaat De Lijn in op elke vraag van de jeugdparketten tot bemiddeling in dossiers waarbij minderjarigen betrokken zijn die zich schuldig hebben gemaakt aan graffiti of vandalisme. Het initiatief Trammelant heeft tot doelstelling de overlast zichtbaar te reduceren en het wederzijdse begrip tussen enerzijds chauffeurs en controleurs en anderzijds schoolgaande jeugd te versterken.

Dat is intussen uitgebreid met een e-learningmodule in de vorm van een kort spel waarbij de deelnemer foute situaties moet aangeven en wist-je-datjes over verkeersveiligheid, vandalisme en sociale veiligheid gepresenteerd krijgt.

De maatregelen die ik opsomde, vormen een continu verbeterproces, maar uiteraard blijven er incidenten bestaan die om een onmiddellijke respons vragen, zoals in mijn eigen regio Dilbeek. We proberen daarbij snel en flexibel op te treden. Lijncontroleurs worden flexibel en gericht op bepaalde plaatsen en tijdstippen ingezet, en er wordt ingezet op samenwerking met de lokale politiediensten en gemeenschapswachten, die desnoods voor een korte periode wordt verhoogd. Ook werden in het kader van de sociale veiligheid de camerabeelden door De Lijn bekeken en doorgegeven aan de politie om een stevig dossier te kunnen samenstellen tegen een betrokkene.

Dat wordt allemaal continu geëvalueerd in een stuurgroep Veilig op Weg. Daar zitten vertegenwoordigers van De Lijn in, van de vakbonden, maar ook van TreinTramBus en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. De stuurgroep komt om de vier maanden samen en daar houden we dus ook de vinger aan de pols.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Dank voor uw uitgebreid antwoord, minister. Ik denk dat dat allemaal ook noodzakelijk is, omdat ik niet graag zou meemaken wat chauffeurs overkomt. Ze zijn op de weg met hun bus en worden belaagd. Ik vind het belangrijk dat de overheid een duidelijk signaal geeft dat ze daarmee aan de slag gaat en werk maakt van bijsturing.

Nieuw voor mij is de grote aandacht voor camerabewaking. Ik wist dat men daarmee bezig was, maar als ik u dan hoor zeggen dat alle trams al met camera’s zijn uitgerust en dat ze tegen het einde van het jaar in 61 procent van de bussen aanwezig zullen zijn, dan vind ik dat een goede zaak, niet enkel om reactief op te treden of beelden aan de politie te kunnen doorgeven wanneer er iets is gebeurd, maar ook preventief om agressief gedrag te ontmoedigen. Dat is dus een goede zaak. Het is ook goed dat kort op de bal wordt gespeeld en wordt bijgestuurd in bepaalde probleemgebieden, al is het maar in 1 procent van de buurten waarover u spreekt. Voor de betrokken chauffeurs en reizigers is die 1 procent nog steeds de jammere procent te veel. Het is een goede zaak dat kort op de bal wordt gespeeld, en hopelijk kunnen we dan in de toekomst tot een vermindering van het aantal incidenten komen.

De voorzitter

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, dit thema komt hier natuurlijk niet voor het eerst aan bod. In onze provincie gaat het onder andere om de lijnen 127 en 128, van Brussel over Dilbeek en Roosdaal naar Ninove. In mei 2015 hadden we een gevecht op de bus, in augustus 2016 was er ook een en ander te doen en nu weer in februari 2017. De tussenperiode wordt alleen maar korter. Elke keer opnieuw incidenten, waarna de chauffeurs spontaan het werk neerleggen en er vragen worden gesteld in het parlement.

Bij een van die laatste keren hebt u gezegd dat u in nieuwe bussen investeerde, en nu hoor ik u dat opnieuw zeggen. In die nieuwste bussen wordt ook extra aandacht besteed aan veiligheid voor de bestuurders, met camera’s enzovoort. Aangezien we uit de veiligheidsmonitor heel goed weten waar het misloopt en op welke lijnen er met de regelmaat van een klok problemen zijn – collega De Ridder spreekt over 1 procent van de lijnen – is mijn vraag of de nieuwste bussen met alle mogelijkheden die ze bieden om de veiligheid te verhogen dan ook volop op die lijnen worden ingezet. Ik hoor u spreken over trams, maar in Vlaams-Brabant rijdt er nergens een tram, behalve op een kort stukje in Tervuren. Daar hebben we dus niet zoveel aan. Zitten de supergoede bussen al op de lijnen met problemen en hoe komt het dat dat blijkbaar toch nog onvoldoende resultaat geeft? Ik zie ons hier immers over een halfjaar opnieuw zitten, en als we niet opletten, zal het opnieuw over dezelfde lijn gaan. We worden daar een beetje moedeloos van, u zowel als ik, denk ik. Worden de bussen met de nieuwste snufjes ingezet waar het nodig is en volstaat dat dan ook?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik weet niet uit het hoofd welk type bus op welke lijn in Vlaanderen rijdt. (Gelach)

Ik kan wel meegeven dat we met het ontwerp van beheersovereenkomst heel snel vooruitgaan in de vernieuwing van het wagenpark. Tegen het einde van het jaar zal 61 procent van de bussen in eigen exploitatie met camera’s zijn uitgerust. In de beheersovereenkomst is de concrete doelstelling opgenomen om tegen 2025 op alle bussen camerabewaking te hebben. Specifiek in Dilbeek, op de lijn waar de problemen waren, was er alleszins camerabewaking, want de beelden werden aan de politie doorgegeven. Maar ik weet niet of dat geldt voor alle bussen op die lijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.