U bent hier

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Minister, twintig jaar geleden werd het toelatingsexamen voor arts en tandarts ingevoerd. De argumenten hiervoor, alsook de gevolgen, zijn zeer bekend. Minder in de belangstelling staat echter de opleiding Diergeneeskunde. Ook hier zouden vergelijkbare argumenten, zoals het overschot aan dierenartsen, kunnen worden aangehaald. Dat leidt onder meer tot zware onderlinge concurrentie. Bovendien is Vlaanderen naast Denemarken zowat de enige regio waar geen enkele vorm van toelatingsvoorwaarden voor de opleiding Diergeneeskunde bestaat. Daardoor zien wij bijvoorbeeld dat er een behoorlijke instroom van Nederlandse studenten in deze opleiding is, aangezien er bij onze noorderburen een behoorlijke drempel bestaat om die studies daar aan te vatten. In de Franstalige media vernamen we medio mei dat de Franse Gemeenschapsregering met ingang van komend academiejaar maatregelen zal nemen om de doorstroom van het eerste naar het tweede jaar te filteren.

Ook in Vlaanderen zijn de opleidingen Diergeneeskunde slachtoffer van hun eigen succes. Aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Gent zijn deze opleidingen behoorlijk bevolkt met studenten, hoewel het allesbehalve zeker is dat zij aansluitend het beroep zullen kunnen uitoefenen waarvoor zij hun studies zijn begonnen. Toch is het geen vanzelfsprekendheid om daarom meteen voor een numerus clausus te pleiten, en dat zal ik ook niet doen, het is niet het meest eerlijke systeem. Er zijn ook andere implicaties verbonden aan het monitoren van de instroom. Ik denk dan aan een daling van de financiering, wat voor een studierichting als Diergeneeskunde niet evident is. De hogere jaren, wanneer er veel labolessen zijn, vragen ook een hoge kost. We moeten dan ook voorzichtig omspringen met die situatie.

Minister, is het bespreekbaar dat op termijn ook een toelatingsproef diergeneeskunde wordt ingevoerd, naar analogie met het toelatingsexamen arts en tandarts, en zal die dan een bindend karakter hebben? Kan de vergelijking met Franstalig België worden gemaakt, waar de opleiding eveneens met een grote aanwezigheid aan bachelor- en masterstudenten wordt geconfronteerd? Welke maatregelen kunnen worden genomen om de kwaliteit van de opleiding te behouden rekening houdend met het huidig personeelsbestand?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

De vraag om ook voor de opleiding Diergeneeskunde een toelatingsexamen in te voeren is niet nieuw. In het verleden hebben de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent en de beroepsvereniging het probleem van het hoge aantal studenten in de opleiding en de oververzadiging van de arbeidsmarkt al aangestipt. De meningen over de noodzaak om een instroombeperking in te voeren waren toen verdeeld.

In Vlaanderen kennen we een open en democratisch hoger onderwijs. Enkel voor de kunstopleidingen en voor de opleidingen arts en tandarts is de toelating afhankelijk van een bindend toelatingsexamen. Bij de kunstopleidingen is die er om te kunnen nagaan of er intrinsiek artistiek talent aanwezig is, of er affiniteit met de kunstvorm is en wat het groeipotentieel is. Het argument voor het toelatingsexamen voor de opleidingen arts en tandarts is, zoals u weet, de contingentering die door de federale overheid wordt bepaald met betrekking tot de instroom in deze beroepen.

Ik ben er zelf geen voorstander van om het systeem van toelatingsexamens verder uit te breiden naar de opleiding Diergeneeskunde. Er komt wel een toelatingsexamen maar dat is niet bindend. Er is afgesproken dat zo’n examen er in elke richting moet komen. Wat diergeneeskunde betreft, is er geen specifieke aanleg of talent om te onderzoeken zoals bij de kunsten, en er is ook geen contingentering van het beroep zoals bij de artsen en de tandartsen.

Het regeerakkoord kiest ook duidelijk voor niet-bindende toelatingsproeven om de studiekeuze te versterken en niet voor bindende toelatingsexamens om de instroom te beperken. Momenteel zetten de universiteiten in deze context in op ijkingsproeven voor de STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering and Mathematics), in eerste instantie de ingenieursopleidingen, burgerlijk en industrieel, maar ook de andere wetenschappen. Intussen stappen sommige opleidingen uit naburige studiedomeinen ook al mee in dit project, bijvoorbeeld de handelsingenieurs of de farmaceutische wetenschappen. Binnen deze ijkingsproeven werken de universiteiten nu samen om de proeven te veralgemenen, over de instellingen heen en met de ambitie dat alle kandidaat-studenten ze in de toekomst zouden afleggen.

Ik vind het belangrijk dat de opleiding Diergeneeskunde hier zo snel mogelijk bij aansluit. Het blijft wat mij betreft een toelatingsproef zoals wij die hebben bepaald in het regeerakkoord, met name een verplichte maar niet-bindende toelatingsproef.

Bij het maken van die studiekeuze mogen we er overigens van uitgaan dat jongeren ook kijken naar de perspectieven op de arbeidsmarkt zonder dat we daar grendels moeten opzetten. Het aantal faculteiten waar men diergeneeskunde kan volgen in Vlaanderen, is beperkt. Wanneer we de contingentering daarin bepalen, zullen we ook in andere richtingen beperkend moeten optreden.

Hoewel men in de Franse Gemeenschap ook te maken heeft met een groot aantal studenten in de opleiding Diergeneeskunde, geldt ook daar momenteel geen toelatingsproef. Ik heb vernomen dat er wel een voorstel is om een verplichte maar niet-bindende proef in te voeren vooraf en dat er een selectieproef zou komen op het einde van het eerste jaar, zoals die sinds dit academiejaar in de Franse Gemeenschap ook bestaat voor geneeskunde. Ik ben heel benieuwd naar de resultaten daarvan.

De opleiding Diergeneeskunde is op dit moment zeer kwaliteitsvol en ik ben het uiteraard met u eens dat we dit zo moeten houden. Als we kijken naar de cijfers, dan zien we dat de stijging van de studentenaantallen zich niet langer doorzet. Op Dataloep zie je bijvoorbeeld dat het aantal generatiestudenten van de Universiteit Gent en de Universiteit Antwerpen samen vorig academiejaar zakte van 456 in 2013-2014 naar 393 in 2014-2015. Ook bij de start van dit academiejaar zijn opnieuw minder dan 400 generatiestudenten geteld. In principe zou de huidige kwaliteit dus moeten kunnen worden gehandhaafd. Ik reken erop dat dit nauw wordt opgevolgd via de kwaliteitszorg.

Minister, ik ben vrij gerust wat de kwaliteit betreft. Ik weet dat dit een grote zorg is van u. Momenteel is de kwaliteit heel goed, maar wanneer er te veel studenten zijn voor een beperkt personeelsbestand, zou die wel in het gedrang kunnen komen.

Er doet zich inderdaad een lichte daling voor van het aantal generatiestudenten, maar hadden we er maar zoveel bij de ingenieurs op één universiteit of twee universiteiten want dat is wel een knelpunt. We hebben meer studenten nodig in bepaalde richtingen van toegepaste en exacte wetenschappen, maar wat kiest men dan op een redelijk emotionele basis? Diergeneeskunde. Men verkiest die concrete opleiding maar het is niet zo eenvoudig om na die opleiding Diergeneeskunde om het even wat op die arbeidsmarkt te doen. Met meer generieke diploma’s uit de toegepaste en exacte wetenschappen kan dat wel.

Het is belangrijk dat studenten zich informeren over de arbeidsmarkt en daar rekening mee houden. Ik heb de indruk dat die 18-jarigen die dromen van het beroep van dierenarts – en dat is vooral een emotionele keuze – geen rekening houden met hun kansen op de arbeidsmarkt. Het is een soort passie, en eigen aan passie is ook koppigheid, om daar geen rekening mee te houden. Het zijn de beroepsverenigingen die aan de alarmbel trekken. Er zijn zoveel jonge mensen die afstuderen als dierenarts en verwachten dat ze hun brood daarmee zullen kunnen verdienen, maar dat lukt hen niet. Ze moeten al heel veel geluk hebben om dat beroep te kunnen uitoefenen. Een praktijk beginnen is ook een grote investering. Ik vraag me dan ook af of we niet moeten gaan voor een contingentering of naar een beperking van de instroom. Het is goed dat er oriënteringsproeven komen. Ik vind ook dat er mag worden gewerkt aan een ijkingstoets. Dat kan de faculteit zelf doen, daarvoor hoeft ze niet op decreetgeving te wachten. Het perfide aan het systeem is echter dat men als gevolg van de financiering die studenten wel laat instromen. Ik begrijp dat wel, ik wil de mensen van de universiteiten niet beledigen. Het is een dure studierichting, maar er starten veel te veel studenten die geen kans maken, in eerste instantie om af te studeren en in tweede instantie om er hun beroep van te maken. Dat is een maatschappelijke zorg.

Ik heb verwezen naar het model van de Franse Gemeenschap om erop te wijzen dat er wel aan gewerkt wordt, maar ik vind het geen goede oplossing. Ook voor de geneeskunde in de Franse Gemeenschap vind ik het geen goede oplossing om na een jaar te gaan filteren. Men laat iemand starten met de illusie arts te kunnen worden, om het nadien te blokkeren. Dat vind ik tijdverspilling voor de studenten.

Daar moet werk van worden gemaakt, en niet alleen met een ijkingstoets. Ik zal daarvoor blijven pleiten.

De heer De Meyer heeft het woord.

Dit is een interessante vraag. Als voorzitter van de commissie Landbouw ben ik uiteraard geïnteresseerd in deze problematiek. Vandaar dat ik daar tijdens de vorige legislatuur meerdere vragen over gesteld heb.

Minister, ik stel in eerste instantie een oververzadiging op de arbeidsmarkt vast en een hoge instroom van buitenlandse studenten. Ik ben voorstander van een vrij verkeer van studenten, maar in dit geval gaat het om een hogere instroom van buitenlandse studenten dan in andere faculteiten. Verder merk ik ook dat alle beroepsverenigingen een beperking vragen van de in-, door- en uitstroom van studenten diergeneeskunde. Minimaal op korte termijn is een richtinggevend ingangsexamen een absolute noodzaak voor deze faculteit.

De heer Daniëls heeft het woord.

Dit is een gelijkaardig verhaal als dat van de geneeskundestudenten, waarbij ik bang afwacht wat langs federale en Waalse zijde gebeurt met de ‘lissage’ en het al dan niet globale pardon. Dat is voor onze partij geen goed idee, ook met het oog op de kosten van de ziekteverzekering.

Dit verhaal bevindt zich op een gelijkaardig niveau. Het gaat over een zeer dure opleiding met enerzijds mensen die uitvallen en anderzijds mensen die afstuderen maar geen werk vinden behalve in het buitenland. We gebruiken het belastinggeld voor de opleiding van mensen die geen bijdrage meer kunnen leveren aan het Vlaamse bruto binnenlands product, om het heel kort en economisch te vertellen.

Mijn fractie vindt het zinvol om een niet-bindende toelatingsproef te organiseren. Ook voor de lerarenopleiding bestaat er een niet-bindende toelatingsproef naast de oriëntatieproef. Wanneer we het er over de partijgrenzen heen over eens zijn dat we ook een niet-bindende toelatingsproef voor de diergeneeskunde moeten organiseren, dan moeten we die trein in gang zetten, in het belang van de leerlingen, in het belang van de universiteiten en in het belang van de tewerkstellingskansen voor dierenartsen.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik noteer een grote eensgezindheid, althans bij de meerderheidspartijen, die deze commissie exclusief bevolken. Waar is de oppositie? Ze zien het niet meer zitten om weerwerk te bieden. We zullen zien wat de komende weken nog brengen.

We hebben in het regeerakkoord de keuze gemaakt om een niet-bindende toelatingsproef in te voeren. Voor mij is het relevant dat de opleiding Diergeneeskunde snel aansluit bij die eerste golf van STEM-toelatingsproeven.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.