U bent hier

Commissievergadering

donderdag 24 maart 2016, 13.59u

Voorzitter
van Ann Brusseel aan minister Hilde Crevits
1534 (2015-2016)
De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, op 9 maart trok de Vlaamse Scholierenkoepel aan de alarmbel, omdat ze vonden dat het didactisch materiaal dat wordt gebruikt om hen te ondersteunen, te stereotiep is. Ouders zijn telkens een blanke mama en een blanke papa, zo stellen ze. Van eenoudergezinnen of holebiouders is geen sprake. Jongens voetballen, meisjes dansen, mama’s koken, papa’s hebben een gereedschapskist et cetera. Hoewel jongens uiteraard mogen blijven voetballen en ik er zeker niets op tegen heb dat sommige papa’s een gereedschapskist hebben, lijkt het me inderdaad wel belangrijk dat men de stereotypen doorbreekt. Leerlingen moeten aan de ene kant op de hoogte zijn van hoe onze huidige maatschappij eruitziet en aan de andere kant moeten leerlingen die niet binnen dat stereotiepe beeld vallen, niet het gevoel krijgen dat ze ‘anders’ of ‘abnormaal’ zijn of iets missen, bijvoorbeeld als het gaat over kinderen die bij één ouder opgroeien.

In 2007 voerde het Steunpunt Diversiteit & Leren uit Gent een screening uit van de lesmaterialen. Vorig jaar werd dat nog eens op kleinere schaal herhaald. Opvallend is dat hun conclusie merendeels gelijk is gebleven, ondanks het feit dat er na het initiële onderzoek wel een checklist voor uitgeverijen is verschenen. Toenmalig minister Smet vertelde me ook, in zijn antwoord op mijn vraag van 20 januari 2011, dat er een checklist met betrekking tot genderneutraliteit zou komen. Toch blijft de bevinding dat er in handboeken wel aandacht wordt besteed aan diversiteit in de maatschappij, maar dat die aandacht altijd zeer expliciet is. Om een voorbeeld te geven, die expliciete aandacht is er wanneer er enkel over de traditionele klederdracht van een bepaalde bevolkingsgroep wordt gesproken. Hoewel inzicht in tradities van andere bevolkingsgroepen natuurlijk moet worden gestimuleerd en dit moet worden gekend, wordt er iets te weinig impliciete aandacht besteed aan de diversiteit in de maatschappij. Zo zou men kunnen tonen dat die diversiteit normaal is door eens wat andere personages te tonen dan bijvoorbeeld het gangbare blanke heterokoppel als model van ouders in de handboeken.

Hierdoor kunnen jongeren zich niet altijd voldoende identificeren met de maatschappij die in hun handboek wordt voorgesteld. Door er enkel expliciet aandacht aan te geven, wordt ook een soort van wij-zijmentaliteit gecreëerd, waardoor gezinnen die niet binnen dat stereotiepe plaatje vallen, als ‘anders’ worden bestempeld. De leerlingen van de Scholierenkoepel alludeerden daarop. Zoals we allen weten, is zeker in de stedelijke realiteit anders de norm, en niet meer dat wat nog heel vaak in de leerboeken te zien is.

Minister, in hoeverre hebt u er een zicht op hoe uitgeverijen tegenwoordig meer moeite doen om gebruik te maken van de fameuze checklist? Plant u nog een grootschalige screening van lesmateriaal, zowel voor het lager als voor het secundair onderwijs, om na te gaan in welke mate stereotypen nog steeds worden gebruikt in het bestaande materiaal? Plant u initiatieven om scholen ertoe aan te zetten bewustere keuzes te maken als het gaat over didactisch materiaal, om zo stereotiep denken en vooroordelen de wereld uit te helpen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

In de vorige legislatuur is er tussen de vorige minister van Onderwijs en de educatieve uitgevers op 25 mei 2011 een charter ondertekend, waarin de uitgevers zich ertoe hebben geëngageerd in hun publicaties aandacht te hebben voor beeldvorming. De uitgeverijen hebben verklaard dat ze openstaan voor diversiteit en boodschappen van tolerantie, dat ze expliciete verboden doorvoeren op elke vorm van seksisme, genderisme, homofobie en andere vormen van onverdraagzaamheid, en dat ze ook inspanningen leveren om normen te doorbreken en de beeldvorming realistisch en correct weer te geven. Er is ook afgesproken dat elke auteur wordt gestimuleerd om de checklist te gebruiken. Die zou ook worden toegevoegd aan alle arbeidsovereenkomsten.

De gedelegeerd bestuurder, mevrouw Van den Bossche, bevestigde onlangs aan mijn administratie dat sinds die ondertekening in de geest van het charter wordt gewerkt. Het effect op de beeldvorming zou nu al reëel moeten zijn. Auteursteams van nieuwe handboeken zijn immers veelal leraren en zowel zij als uitgeverijen zijn gevoelig voor die veranderende samenleving, zo meldt men me. Het probleem lijkt dus veeleer te liggen bij de levensloop van de oude handboeken. Niet alle scholen actualiseren regelmatig hun leermethodes en handboeken, bijvoorbeeld wegens de kostprijs die daaraan is verbonden. Bij elektronische leermiddelen gaat dat een stukje sneller.

Het charter en de checklist waren het resultaat van het project ‘Open Boek’, waarin çavaria in 2010-2011 52 werkboekjes Taal van het tweede tot het zesde leerjaar had doorgelicht op het vlak van de beeldvorming met betrekking tot gender en seksuele geaardheid.

In Vlaanderen zijn handboeken en educatieve materialen een keuze die de school toekomt, in het licht van haar autonomie en het door haar uitgedragen pedagogisch project. Ik kan daar niet zoveel op ingrijpen.

De onderwijsinspectie gaat na of het lesmateriaal voldoende de realisatie van de onderwijsdoelen ondersteunt. Voor zover de onderwijsdoelen of de visie waarop ze zijn gebaseerd aandacht besteden aan stereotypen en vooroordelen, zal de onderwijsinspectie dit expliciet meenemen in haar onderzoek.

De thematiek sluit zeer nauw aan bij de kernopdrachten van de pedagogische begeleidingsdiensten. Zij zetten in op het versterken van het beleidsvoerend vermogen van scholen.

Tot slot: çavaria ontwikkelt educatief materiaal en heeft een gedifferentieerd aanbod volgens onderwijsniveau. De organisatie krijgt al gedurende jaren een subsidie van 70.500 euro, die ze zeer nuttig gebruikt.

Wij wijzen al heel lang op het belang van onderwijs dat inhaakt op en aan de slag gaat met de leef- en belevingswereld van de kinderen op school en binnen hun gezinnen. Hoe herkenbaarder en hoe meer de werking diversiteit uitstraalt, hoe kleiner het risico dat onderwijs bijdraagt aan maatschappelijke kwetsing van leerlingen.

Wat het nieuwe materiaal betreft, zit het vrij goed. Daar waar het oude materiaal wat langer wordt gebruikt, is het inderdaad zo dat er nog te veel in stereotypen wordt gedacht. We volgen dat verder op.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik begrijp dat het voor sommige scholen niet evident is om zomaar op nieuwe handboeken over te schakelen. Het is ook niet altijd zo dat men oog heeft voor dat specifieke aspect van het educatieve materiaal. Sommige leerkrachten zijn tevreden over dat materiaal, dat misschien wel stereotypen bevat maar waarop ze niet letten. Ik heb er begrip voor dat men niet continu nieuw didactisch materiaal kan aankopen. Sommige scholen hebben ook heel erg grote kosten, niet zoveel middelen en ze moeten dus spaarzaam zijn.

Ik begrijp dat, maar het is een kwestie van bewustwording, en daar kunnen we aan werken in overleg met de lerarenopleiding en het steunpunt dat in bijscholingen kan voorzien. Ik geloof dat dit nodig is. Het is belangrijk dat çavaria zijn werk kan blijven voortzetten, niet alleen in het ontwikkelen van didactisch materiaal, maar ook in het aan de man brengen van het materiaal en het komen uitleg geven over alles wat te maken heeft met genderidentiteit. Ik denk aan het bestrijden van stereotypen, maar ook van seksisme, homofobie enzovoort. Çavaria is goed in het geven van instructies aan schoolteams over hoe ze daarmee moeten omgaan en wat ze kunnen doen voor leerlingen. Het is ook belangrijk dat de pedagogische begeleiding daar aandacht voor heeft. Ik hoop dat dit effectief gebeurt.

Ik zal aandacht blijven hebben voor deze problematiek, want nieuwe boeken aanschaffen, is niet op een, twee, drie geregeld. De vraag komt van de basis. Ik hoop dat de leerlingen erop blijven hameren en dat ze het ook voldoende herhalen tegenover hun leerkrachten, want het is de school die het educatief materiaal kiest en niet wij.

Ik vind het goed nieuws dat de Vlaamse Scholierenkoepel hierop wees. Ik heb er jaren geleden al vragen over gesteld. Ook de vrouwenraad heeft het onder de aandacht gebracht. Çavaria brengt het onder de aandacht. Laat ons hopen dat iedereen dit werk voortzet en dat het steeds meer vruchten afwerpt.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.