U bent hier

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, een goede voormiddag. Mijn eerste vraag is een vrij technische. Elia en Eandis hebben er wat verontrust op gereageerd. “Waar haalt u dat?”, vroegen ze me. Voor alle duidelijkheid, ik heb dit gehaald bij een aantal aannemers die in onderaanneming werken voor Elia en Eandis. Ze hebben me een paar problemen gesignaleerd.

Het eerste probleem is dat er nogal wat nieuwe transfo’s worden geplaatst. Ze hebben andere technische karakteristieken – ik probeer het in mensentaal uit te leggen – waardoor een lichte faseverschuiving over de netten kan ontstaan. Dat kan technisch opgelost worden, maar de vraag is wie dit moet doen: degene die de transfo’s heeft geplaatst, bijvoorbeeld Elia, of de distributienetbeheerders (DNB’s).

Blijkbaar is er geen communicatie tussen beide en daarom gebeurt het wel eens dat een investering in het signaal aan de transfokant, aan de transportzijde, niet is gebeurd. Aan die kant had het maar 10.000 euro gekost. De DNB’s moeten echter een aantal investeringen doen die kunnen oplopen tot ongeveer 170.000 euro. Door gewoon te praten met elkaar, kan die meerkost misschien worden vermeden.

Elia heeft dit ondertussen eindelijk bevestigd. We hadden ook het volgende probleem aangekaart: nieuwe transformatoren die worden geplaatst, hebben andere specificaties dan vroeger. Elia stelt dat het daar niets aan kan doen, dat het gewoon de techniek is die evolueert. Soms is er inderdaad een probleem dat de netten vervuild kunnen geraken.

Minister, nieuwe technologieën kunnen dus leiden tot het vervuilen van de netten. Bent u zich bewust van die problematiek?

Doordat de twee organen niet of toch onvoldoende met elkaar praten, gebeuren er blijkbaar kosten die vermeden konden worden. De kosten worden uiteindelijk meegerekend in de transport- of distributiekosten. De burger betaalt ze dus.

Is het opportuun om aan de transmissienetbeheerder, de transportnetbeheerder, Elia, te vragen om voor een betere signaalkwaliteit te zorgen en ook voor bijkomende investeringen in de stroomkwaliteit? Als Elia iets van nieuwe technologie plaatst, zou het ervoor moeten zorgen dat dat correct gebeurt, dat het perfect kan passen in het net.

Is het opportuun om aan de distributienetbeheerder de mogelijkheid te geven om, indien Elia het niet doet, direct in te grijpen op het transportnet om zo te kunnen streven naar de laagste kost om de netten niet te vervuilen?

De voorzitter

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Voorzitter, minister, uit de bevraging van de DNB’s blijkt dat ze niet meteen kunnen duiden naar welke concrete case er wordt verwezen. U zegt dat u het van verschillende mensen hebt gehoord. Ik twijfel daar niet aan, maar misschien moet u me de concrete informatie eens doorgeven, los van de commissie. Mijn antwoord is immers vrij algemeen, het probleem is bij ons eigenlijk niet gekend.

De kwaliteit van de spanning is de verantwoordelijkheid van zowel de transportnetbeheerder, de distributienetbeheerder, als de netgebruikers. Het federaal Technisch Reglement voor het Beheer van het Transmissienet, artikel 382, legt de transmissienetbeheerder op om minstens de norm voor kwaliteit EN50160 te waarborgen aan de beheerder van het distributienet of het plaatselijk vervoernet voor elektriciteit.

Elia en de beheerders van distributienetten bepalen, na gezamenlijk akkoord, een aangepast bewakingssysteem over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de bevoorrading. De algemene kwaliteit van de spanning is een resultaat van de kwaliteit die binnenkomt van de transportnetbeheerder samen met de vervuiling die eigen is aan het aansluiten van netgebruikers: reactieve energie, harmonische vervuiling, verzwakking van signalen centrale afstandsbediening enzovoort.

Echter, dezelfde norm die van toepassing is voor de transportnetbeheerder is ook van toepassing voor de distributienetbeheerders, waardoor er weinig ruimte is om het net te beheren en uit te baten.

Om die reden is in het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit (TRDE) opgenomen dat de netbeheerders moeten samenwerken. De distributienetbeheerders en de transportnetbeheerder maken dan ook in een samenwerkingsovereenkomst afspraken over taken en verantwoordelijkheden in verband met de kwaliteit van de spanning en de uitbating van de netten. Dit document omvat onder meer afspraken over uitbatingsvereisten rond spanningsregeling, monitoring, uitwisseling van informatie en overleg tussen partijen rond planning en ontwikkeling van netten, aanpak van kwaliteitsincidenten enzovoort.

Een belangrijk element van die afspraken is het technisch-economisch optimum waar het algemeen maatschappelijk technisch-economisch optimum wordt nagestreefd, de investeringskosten binnen een kader van technische aanvaarding maximaal worden beperkt en bij de meest gerede partij worden gelegd. Op die manier worden situaties zoals in de vraag beschreven, maximaal voorkomen.

Gelet op de toenemende complexiteit van het energielandschap, denken we aan de flexibiliteit, de opslag en de hernieuwbare energiebronnen, is het wenselijk dat er meerdere aspecten scherper worden gesteld dan vroeger. Op Europees vlak is er dan ook een evolutie aan de gang met betrekking tot de ontwikkeling van de Europese netwerkcodes om duidelijkheid te brengen in dit verband.

Echter, door het tot stand komen van de Europese regelgeving dreigt het evenwicht tussen partijen verstoord te worden. Het wordt immers mogelijk voor de transmissienetbeheerder om op de koppelpunten tussen zijn net en de distributienetten, en aan de distributienetgebruikers zelf, strenge eisen op te leggen waardoor er onredelijke verplichtingen en kosten bij de distributienetbeheerders zouden kunnen ontstaan.

Gezien de goede samenwerking tussen de verschillende netbeheerders, met als doelstelling het nastreven van het globaal maatschappelijk technisch-economisch optimum, lijkt het niet opportuun om dergelijke ingrepen in elkaars netten te faciliteren omdat het kan starten met de beste bedoelingen, maar het kan natuurlijk ook wel fout lopen.

Mijn diensten kennen de concrete problemen niet. Daarom is het misschien nuttig dat u eens de concrete informatie doorgeeft aan mijn diensten, zodat we het kunnen onderzoeken. Dat is in het kader van deze commissie moeilijk. Ik twijfel niet aan de informatie waarover u het hebt, maar we moeten wel die informatie hebben om te weten hoe we daarmee omgaan.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, dank u voor het antwoord. Ik ben het ermee eens om die informatie door te geven. Het eerste was iets heel technisch. Maar het tweede was frappant omdat – doordat die vraag om uitleg bij jullie binnenkomt en jullie dan te rade gaan bij de VREG, waarna het bij Elia is terechtgekomen – Elia ook ons is beginnen te contacteren om te vragen waar wij die informatie haalden. Elia heeft bevestigd dat de nieuwste transformatoren een impedantie hebben – sorry voor de techniek – die tweemaal hoger ligt dan bij de oude transformatoren, waardoor het voor de DNB’s een grotere uitdaging is om het signaal stabiel te houden.

Minister, u hebt gelijk: er moet overleg en samenwerking zijn. Men moet streven naar een technisch-economisch optimum. Je moet onderzoeken wat de goedkoopste oplossing is om die investering te doen. Zij waren verwonderd dat dit niet gebeurde. Wij hebben gewoon vastgesteld dat het niet gebeurde. Het overleg en de samenwerking werken dan toch nog niet zo perfect, als ik het zo mag uitdrukken. Elia bevestigt dat het probleem er is, maar ze waren er niet van op de hoogte dat de DNB’s het, bij manier van spreken, aan het oplossen waren.

Ik ben het ermee eens dat als je in elkaars netten begint te werken, dat dat tot discussies kan leiden. Vandaar dat het principe van het technisch-economisch optimum het beste is. Maar er is dus wel degelijk een probleem van overleg en samenwerking.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Het is inderdaad vreemd dat de DNB’s en Elia niet overleggen over dat probleem – als het een probleem is, zoals u ook zelf zegt, minister. Ik weet niet of de politiek zich daar fel mee moet gaan moeien. Misschien wel om dingen te faciliteren, maar ik denk dat hier het gezond verstand moet zegevieren. Als het is zoals de heer Gryffroy zegt, dan lijkt het mij dat ze dat vooral zelf onder elkaar moeten oplossen.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

De heer Danen heeft gelijk. Ik heb het hier aangekaart als een probleemstelling. We kunnen hooguit faciliteren, maar het is de sector die het zal moeten oplossen. Ik vond het wel belangrijk om het even te signaleren.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.