U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtcolleges.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Kennes, verslaggever, heeft het woord.

De heer Ward Kennes

Minister, collega’s, op 11 en 25 februari en op 11 maart 2014 heeft onze commissie Binnenlands Bestuur het ontwerp van decreet besproken. Tussendoor is er op 5 maart nog een hoorzitting georganiseerd, waarop zowel de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken, de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed als de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen aanwezig was.

In de commissie heeft de minister het ontwerp toegelicht. Daaruit bleek dat het beoogt om de bestaande en ook toekomstige Vlaamse administratieve rechtscolleges, die nu elk hun eigen manier van werken hebben, met een eigen structuur, reglementering, procedures en personeel, te laten samenwerken om zo te komen tot één efficiënt en kostenbesparend geheel. Tegelijkertijd heeft de Vlaamse Regering een oplossingsgerichte bestuursrechtspraak voor ogen, die tevens de rechtsbescherming van de burgers bevordert.

De scope van dit ontwerp van decreet omvat de Raad voor Vergunningsbetwistingen, het Milieuhandhavingscollege en de vijf provinciale Raden voor Verkiezingsbetwistingen. Die worden omgevormd tot één enkele Raad voor Verkiezingsbetwistingen. Wat de organisatie van de bestuursrechtcolleges betreft, zal er nog één overkoepelende algemene vergadering zijn, bestaande uit alle effectieve bestuursrechters en de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, met een gemeenschappelijk huishoudelijk reglement.

De voorzitter van de algemene vergadering is de ‘eerste voorzitter’ en staat in voor de algemene en dagelijkse leiding van de Vlaamse bestuursrechtscolleges. De eerste voorzitter is ook belast met het opmaken van het beleidsplan en het jaarlijkse werkingsverslag. De voorzitter van een bestuursrechtscollege bewaakt de eenheid van rechtspraak binnen zijn college en is verantwoordelijk voor de toewijzing van een beroep aan een kamer. De griffiers, referendarissen en het ondersteunend personeel worden gecentraliseerd in één binnen het departement Bestuurszaken nog op te richten afdeling, namelijk de dienst van de bestuursrechtscolleges.

De minister verwijst tevens naar de beoogde efficiëntiewinsten, doordat er meer mogelijkheden geboden worden om een geschil definitief te beslechten via verschillende rechtstechnieken. Die op Vlaams niveau innoverende technieken zijn: de bestuurlijke lus, de vereenvoudigde procedure, de bemiddeling, de injunctiebevoegdheid en de dwangsom. Indien er in de toekomst een nieuw Vlaams bestuursrechtscollege wordt opgericht of wanneer één van de betrokken bestuursrechtscolleges wordt uitgebreid met een nieuwe bevoegdheid, kan dat ook gebeuren onder de koepel van deze samenwerkingsvorm en met dezelfde ondersteuning.

Tijdens de hoorzitting merkte de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST) op dat de stap naar één uniform bestuursrechtcollege niet is gezet, maar dat er slechts een beperkte harmonisering van procedures en instrumenten komt. VLABEST stelde ook dat de vraag wat er moet gebeuren met de administratieve rechtscolleges van de Vlaamse Gemeenschap, zoals de Raad voor Studievoortgangsbetwistingen, niet werd beantwoord. VLABEST erkent wel dat er met dit ontwerp efficiëntiewinsten geboekt worden, maar dat de onmiddellijke meerwaarde toch onduidelijk is.

Het advies van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO) loopt in grote mate gelijk met dat van VLABEST. De SARO stelt de vraag of de rechtsbedeling eenvoudiger en transparanter wordt voor de rechtsonderhorige.

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) op zijn beurt verklaart dat voor de werkgevers- en werknemersorganisaties transparantie en duidelijkheid van belang zijn. Hij beklemtoont dat naar zijn oordeel een rechter actief en oplossingsgericht moet kunnen werken. De SERV vindt het dan ook positief dat het ontwerp van decreet de mogelijkheid tot bemiddeling bevat. Ook de mogelijke toepassing van rechtstechnieken zoals de bestuurlijke lus en de injunctiebevoegdheid worden toegejuicht.

Tijdens de bespreking stelde de heer Vanden Bussche uit de hoorzitting te onthouden dat de adviesraden niet enthousiast zijn over dit ontwerp van decreet. De bestuursrechtscolleges blijven aparte entiteiten, wat volgens hem geen vereenvoudiging betekent. De indruk dat ze fuseren, maakt de zaak volgens hem veeleer ingewikkeld. Hij stelt de vraag waarom de bestuursrechtscolleges over gemeenschapsbevoegdheden en de Beroepscommissie voor Tuchtzaken voor de Lokale Besturen niet onder de dienst van de bestuursrechtscolleges vallen, en hij vraagt ook aan welke mogelijke bijkomende bestuursrechtscolleges de minister nog denkt. Hij verwijst expliciet naar de juridische onduidelijkheid of Vlaanderen wel bevoegd is om bestuursrechtscolleges op te richten, ze te groeperen en er ook gemeenschapsmateries bij te betrekken. En hij vraagt zich daarbij af of het wel verstandig is om een dergelijk ontwerp van decreet goed te keuren. Een ander punt van zijn kritiek betreft de focus die in het ontwerp gelegd wordt op het beheer en de procedures. Hij zegt dat er te weinig wordt gewerkt op het ontwikkelen van een visie op de rechtsbescherming van de rechtsonderhorige. Hij vindt dat een en ander overhaast gebeurt.

Namens de CD&V-fractie heb ik zelf beklemtoond dat de integratie van eean aantal bestaande colleges alvast een stap in de goede richting is. Dit ontwerp van decreet biedt kans op meer eenheid in de rechtsbedeling, meer eenvormigheid in organisatie en werking, procedures en processen. Ook heb ik het belang van de nieuwe rechtstechnieken sterk beklemtoond. Ik heb ook gevraagd om dit ontwerp van decreet nu goed te keuren, zodat de colleges zich tijdig kunnen voorbereiden op de nieuwe omgevingsvergunning.

De heer Meremans kon zich daar in grote mate bij aansluiten. Hij beklemtoonde de voordelen die hij in het ontwerp van decreet ziet: eenheid in rechtsbedeling, de eenvormigheid, de hogere daadkracht door de integratie van de delen in een geheel, de samenwerking van de secretariaten.

Namens zijn fractie stelde ook de heer De Loor dat hij het ontwerp van decreet zal steunen omdat het duidelijkheid creëert en de efficiëntie en effectiviteit ten goede komt.

In zijn antwoord betwistte minister Bourgeois dat er in Vlaanderen veel administratieve rechtscolleges zijn. Hij verwijst ook naar de nasleep van de lokale verkiezingen, toen bleek dat een uniforme rechtspraak over verkiezingsbetwistingen beter is dan een provinciale organisatie. De nieuwe rechtstechnieken, zoals de beoordeling van de kennelijke onontvankelijkheid en van de uiterst dringende noodzakelijkheid, de bestuurlijke lus, de bemiddeling, het injunctierecht en de dwangsom, zullen er volgens de minister voor zorgen dat er sneller gehandeld zal kunnen worden. Hij verwees ook nog naar de problematiek van de inwerkingtreding van het decreet. Hij stelde dat het ontwerp van decreet de datum vermeldt van uiterlijk 1 januari 2015, maar dat dit nog kan worden vervroegd.

Een amendement van de meerderheidspartijen tot rechtzetting van een materiële vergissing werd aangenomen. Een amendement ingediend door de heren De Meulemeester en Caron over de benoemingsvoorwaarden voor de bestuursrechters werd niet aangenomen.

Finaal werd het ontwerp van decreet goedgekeurd met 8 stemmen voor en 1 tegen bij 2 onthoudingen.

Voorzitter, ik heb tot slot nog een paar korte bedenkingen bij dit ontwerp van decreet. Mijn fractie blijft voorstander. Wij zijn niet blind voor de pleidooien voor een meer omvattende regeling, maar we blijven het van belang vinden dat nu een stap in de goede richting wordt gezet, ook al is het einddoel vandaag niet bereikt. We kennen de richting die we uit willen: meer efficiëntie, meer eenheid in de rechtsbedeling, meer eenvormigheid in de organisatie. Dat zijn stuk voor stuk elementen die we in dit ontwerp van decreet terugvinden. En ook de introductie van de al een paar keer geciteerde nieuwe rechtstechnieken vinden we heel belangrijk.

Ik wil afsluiten met een herhaling van mijn pleidooi om niet te wachten tot 1 januari 2015 om het decreet in werking te laten treden. De regering beschikt over de mogelijkheid om dit te vervroegen. Dit is volgens ons zeker verantwoord met het oog op de nieuwe opdrachten inzake de omgevingsvergunning die de Vlaamse bestuursrechtscolleges naar zich toe zien komen. Ze moeten dat tijdig kunnen voorbereiden. In die zin is een vervroegde inwerkingtreding zeker verantwoord.

Voorzitter, collega’s, minister, mijn fractie zal dit in elk geval goedkeuren. (Applaus)

De voorzitter

De heer De Meulemeester heeft het woord.

De heer Marnic De Meulemeester

Collega’s, de verslaggever heeft reeds melding gemaakt van het standpunt van mijn fractie. De Open Vld-fractie is inderdaad van oordeel dat dit ontwerp van decreet juridisch wankel is en in feite het tegendeel doet van wat het eigenlijk beoogt.

Immers, de Vlaamse bestuursrechtcolleges dienen vereenvoudigd en geïntegreerd te worden. Het ontwerp van decreet maakt de zaken onzes inziens minder coherent, ondoorzichtiger en complexer.

Tijdens de hoorzittingen hebben de adviesraden erg negatieve adviezen geformuleerd. Ik denk daarbij in het bijzonder aan het vernietigende oordeel van VLABEST: na de creatie van deze koepel van Vlaamse bestuursrechtcolleges zou de administratieve rechtspraak in Vlaanderen wel eens niet eenvoudiger en sneller verlopen, wat nochtans de bedoeling was. Deze zou integendeel complexer en trager verlopen, onder meer door het feit dat de bevoegdheidskwestie niet helder kan worden beslecht. Handige advocaten zouden daardoor de procedures opnieuw kunnen overdoen bij de Raad van State.

Daarom heeft mijn fractie de meerderheid tweemaal opgeroepen om hierover grondig na te denken. Net zoals in de commissie vragen wij ook hier om dit ontwerp van decreet in te trekken. Dit is trouwens de reden waarom de Open Vld-fractie zich bij de stemming in commissie heeft onthouden.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron

Ik kon helaas niet aanwezig zijn op de bespreking, maar was wel aanwezig op de hoorzitting. Voor de bespreking had ik me verontschuldigd. Ik had toen helaas een dubbele boeking in mijn agenda. Dat is vaak het lot van iemand die tot een kleine fractie behoort. (Opmerkingen van de voorzitter).

Graag wens ik het ook even te hebben over de adviezen die door de SAR’s zijn geformuleerd en waar de heer De Meulemeester reeds naar verwees.

Het is me niet te doen om de vraag of we voor of tegen die bestuursrechtscolleges zijn. De vraag is of dit wel een interessante en nuttige stap vooruit is in de ontwikkelingen die we kennen met betrekking tot het van naast elkaar bestaan van verschillende administratieve rechtscolleges.

Ik sluit me aan – en de verslaggever heeft daar reeds naar verwezen – bij VLABEST, dat stelt dat de rechtscolleges als aparte entiteiten blijven bestaan en dat er inderdaad slechts een beperkte harmonisatie van procedures en instrumenten optreedt. Het is niet allemaal negatief, maar het blijft wel erg beperkt.

Daarenboven stelt VLABEST: “Er ontbreekt een algemene visie over de rechtsbescherming. De vraag wanneer men in beroep moet gaan bij de administratie en wanneer bij rechtscolleges, blijft onbeantwoord. Een tweede vraag die onbeantwoord blijft, is wanneer een administratief beroep aangewezen is, en wanneer een beroep bij de rechterlijke macht is aangewezen.” VLABEST voegt er vervolgens aan toe: “Gelet ook op de staatshervorming die straks haar implementatie krijgt en die voor dit parlement en de Vlaamse Regering buitengewoon belangrijk is, en die ook de implementatie of toepassing van een aantal administratieve rechtscolleges zal vereisen, vraagt VLABEST zich af of men niet beter had gewacht tot men meer zicht had op de implementatie van die staatshervorming”.

VLABEST concludeert uit een en ander dat een kleine stap vooruit wordt gezet. Er worden inderdaad enkele efficiëntiewinsten geboekt, maar de versnippering en de complexiteit vanuit het oogpunt van de burger blijft bestaan in een verkokerd Vlaams landschap. Het betreft meteen ook een opmerking ten aanzien van de organisatie van onze Vlaamse entiteiten en hoe die al dan niet geïntegreerd kunnen werken.

VLABEST vraagt dus om grondiger na te denken over de hervormingen en dit ontwerp van decreet pas terug op de politieke agenda te plaatsen als er een visie is op die rechtsbescherming van de burgers, een keuze voor één of meer gespecialiseerde rechtscolleges en er duidelijkheid bestaat over de invoering van de nieuwe bevoegdheden die van de federale overheid na de staatshervorming naar Vlaanderen komen.

Ook SARO had een aantal fundamentele bedenkingen. Die waren in sterke mate aansluitend op die van VLABEST. SARO wees echter met name op – en dat is eigenlijk de aanleiding voor de invoering van dit ontwerp van decreet –het anticiperen op de omgevingsvergunning en op het toepassen van die omgevingsvergunning. SARO stelt dat er toch een complexiteit blijft, met name over de interpretatie die u geeft met betrekking tot de impliciete bevoegdheden.

Er blijven een aantal verschillende procedures. De SARO zegt dat het zeer twijfelachtig is of daar eenduidigheid over zal bestaan en of de toepassing ervan niet zal leiden tot heel wat juridische discussies. Er zijn ook positieve zaken zoals de bestuurlijke lus, bemiddelingsmogelijkheden. Dat onderschrijf ik.

De voorzitter van VLABEST stelde tijdens de vragenronde dat de omgevingsvergunning ook zonder dit ontwerp van decreet kan worden ingevoerd. Dat is een heel fundamentele opmerking omdat dat de motivatie is van de Vlaamse Regering om dit ontwerp van decreet toch snel in te voeren. Het pleidooi van de heer Kennes is om het zelfs sneller dan de invoeringsdatum in de praktijk in te voeren.

Als VLABEST dat zegt, dan zouden wij pleiten om nog even de adem in te houden, te wachten tot het begin van de volgende legislatuur om een zicht te krijgen op onze nieuwe bevoegdheden. We maken dat er geen juridische betwistingen blijven over die bevoegdheid en passen een meer eenvormig stelsel toe in de toekomst. Wij beschouwen dit niet als een drama of een slecht decreet, maar het bevat heel veel onduidelijkheden. Het kan hooguit als een tussenstap naar een betere en definitievere oplossing. Daarom zullen wij ons onthouden.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Mijnheer Caron, nu pleiten om nog wat langer te wachten, houdt een enorm groot gevaar in. Van de omgevingsvergunning hebben we in het parlement alleen maar gehoord dat het sneller moest, vooral van degenen die zich niet hebben beziggehouden met de details in de totstandkoming ervan. De omgevingsvergunning is nu goedgekeurd in de commissie, komt naar dit parlement, dan volgen er uitvoeringsbesluiten, en een jaar later zijn we ze aan het gebruiken. Dan moeten we zorgen dat het bestuursrechtcollege klaar is. Ons pleidooi is om veeleer sneller dan trager te gaan, zo niet vrees ik dat we een tweede Raad voor Vergunningsbetwistingen aan het organiseren zijn. U bent het met mij eens dat we dat toch zeker niet willen in Vlaanderen.

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Ik wil de verslaggever bedanken voor zijn uitstekend verslag. Hij heeft heel duidelijk aangetoond welke de inhoud en essentie zijn van dit ontwerp van decreet. Er is al meteen een weerlegging gebeurd van de kritiek die daarna nog is gekomen van Open Vld en Groen. Mijnheer Caron, u was er niet, maar we hebben dat ook in de commissie uitvoerig gedaan.

Vandaag heb ik, net zomin als in de commissie, een enkel dragend argument gehoord. Het is niet omdat u refereert aan VLABEST, dat u argumenten ten gronde aandraagt. Het aanvankelijke concept – een soort Vlaamse Raad van State oprichten – hebben we niet tot een goed einde kunnen brengen om de eenvoudige reden dat we die volheid van bevoegdheid niet hebben. We hebben binnen onze expliciete bevoegdheden het maximum gedaan om te komen tot een coherent systeem van Vlaams bestuursrechtcollege.

Ik had gehoopt dat zeker Open Vld dit zou toejuichen. Het ligt volledig in de lijn van de hervorming die Dirk Van Mechelen heeft ingevoerd in de vorige periode, ook werkend met de impliciete bevoegdheden, met name de Raad voor Vergunningsbetwistingen. We bouwen daarop verder en we gaan maximaal voor de uitoefening van onze bevoegdheden. We hebben ons daarvoor gebaseerd op juridisch advies.

De houding van Open Vld en Groen is een breuk met de houding die in dit parlement altijd is aangehouden over de bestuursperiodes heen in alle coalities: we gaan voor een maximale invulling van onze Vlaamse bevoegdheden. Dat is altijd een lijn geweest vanaf Geens tot en met Peeters II, over alle regeringen heen. Plots vindt u dat dit ontwerp van decreet niet zou mogen doorgaan, maar u hebt in de vorige regeerperiode met overtuiging en enthousiasme de oprichting van de Raad voor Vergunningsbetwistingen goedgekeurd.

Met dit ontwerp van decreet komen we tot een maximum aan eenheid, één algemene vergadering, één korpsoverste, één management, eenheid van rechtspraak en bovendien voeren we alle denkbare technieken in om te komen tot de actieve rechter. De bestuurlijke lus, de dwangsom, de gedeeltelijke vernietiging van het ontwerp, het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de kennelijke onontvankelijkheid: dit kan alleen maar leiden tot een verbetering en versnelling van de procedures, tot een betere rechtspraak.

Ik begrijp dus niet dat u zich verschuilt achter het mijns inziens conservatieve standpunt van VLABEST ter zake. De andere adviesraden waren wel positief. Mijnheer De Meulemeester en mijnheer Caron, ik begrijp al helemaal niet dat u zegt: “Laat ons wachten op de zesde staatshervorming.” De zesde staatshervorming bevat geen overdracht van bevoegdheden op dit punt. Mocht het zo zijn, konden we inderdaad zeggen dat we zouden wachten tot na 1 juli om dan een Vlaamse Raad van State op te richten, maar we hebben die bevoegdheid niet. Dus gaan we hier binnen onze huidige bevoegdheden tot een maximum. Het is een zeer grote stap vooruit.

Ik heb steile verwachtingen. Als die raad goed wordt geleid, door een goede korpsoverste, dan zullen we komen tot een efficiënte, snellere, betere rechtspraak waarbij de rechtzoekende snellere rechtsbedeling krijgt. In die zin is het een heel belangrijk ontwerp. Uiteraard blijft er een beroep mogelijk bij de Raad van State, want dat is evenzeer nu zo bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Het is een cassatieberoep dat open blijft. Er zijn relatief weinig cassatieberoepen. Ik hoop dat we komen tot goede en degelijke rechtspraak, zodat er zo weinig mogelijk cassatieberoepen bij de Raad van State zijn. Ik wil er ook op wijzen dat we uitgaan van een werklast voor de rechters die zeer hoog ligt, hoger dan in de bestaande bestuursrechtcolleges.

Ik heb er dus goede hoop op dat dit een ontwerp wordt dat zijn effecten zal sorteren. Ik betreur het – want het is geen partijpolitiek initiatief – dat Open Vld en Groen het niet steunen.

De heer Bart Caron

Voorzitter, ik lag die dag met een heel ouderwetse griep in bed. Ik was gewoon niet in staat om uit mijn bed te komen, wat niet vaak gebeurt. Het is de eerste keer in 27 jaar dat ik nog eens een ouderwetse griep heb gehad.

Minister Geert Bourgeois

U had dan nog het verslag kunnen lezen.

De heer Bart Caron

Minister, ik heb dat uiteraard gedaan. Ik heb het zelfs bij en kan eruit citeren.

De vraag is of de versnelling die u beoogt, hiermee wordt gerealiseerd. Dat moeten we afwachten. Minister, ik wil wel iets tegenspreken: alleen de SERV was finaal positief over het advies, niet VLABEST en de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO). U noemt hun standpunten conservatief, wij noemen dat misschien wat voorzichtiger standpunten. Het gaat niet over de principes die u daarnet als verbeteringen hebt aangehaald en die we steunen – anders zouden we tegenstemmen –, maar er zijn toch te veel mankementen.

Minister Geert Bourgeois

Collega Caron, als straks de omgevingsvergunning er is, dan zult u ervoor pleiten om de ruimtelijkeordeningsvergunningen – het aspect van de omgevingsvergunning dat betrekking heeft op de ruimtelijke ordening – voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen komt, en dat het leefmilieuaspect naar de Raad van State gaat? Of gaat u zeggen dat we de Raad voor Vergunningsbetwistingen werkloos maken en dat we de voor het leven benoemde magistraten werkloos maken? Dat is toch niet efficiënt. U pleit, denk ik, net als iedereen hier voor een omgevingsvergunning die al sinds de jaren 80 wordt gevraagd. We komen tot één omgevingsvergunning. In het ontwerp van decreet op de omgevingsvergunning – deze week in de commissie goedgekeurd – staat dat de bevoegdheid voor die omgevingsvergunning ook hier aan de orde is. En dan komt u met een niet-coherent antwoord. Ik begrijp het echt niet.

De heer Bart Caron

Minister, het is de discussie over het halfvolle of halflege glas. Dat is mij intussen duidelijk. Als de specialisten uit VLABEST zeggen dat de toepassing van de omgevingsvergunning perfect kan zonder dit decreet en zonder de snelheid waarmee het wordt ingevoerd, wie ben ik dan om hen niet te geloven?

Daar gaat het nu toch niet meer over adviezen? Als we spreken over een omgevingsvergunning, dan spreken we toch over de integratie van alles: het verlenen van de vergunningen, de handhaving en de beroepen. Of gaan we de beroepen opnieuw opsplitsen? Dat is toch te gek om los te lopen? Als we het integreren, integreren we toch alles? We hebben het kamerbreed in de commissie Versnelling gezegd: omgevingsvergunning. Laat ons nu toch doorwerken en geen vertragingsmanoeuvres meer inbouwen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2013-14, nr. 2383/5)

– De artikelen 1 tot en met 96 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.