U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van het actualiteitsdebat over de verklaringen van minister-president Kris Peeters betreffende de geplande hervorming van het secundair onderwijs.

Collega’s, ik ben tot nu toe als voorzitter in dit actualiteitsdebat zeer tolerant opgetreden, want ik vind dat een debat ook echt een debat moet zijn, maar ik wil toch oproepen om iets meer sereniteit aan de dag te leggen.

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Voorzitter, ik heb heel uitdrukkelijk namens de gehele oppositie gevraagd dat de regering een standpunt zou innemen met betrekking tot de vraag die voor de schorsing door mevrouw Deckx werd gesteld.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, bij mijn weten is dit nog niet voorgekomen, maar ik zal natuurlijk antwoorden op de vraag van de heer Van Mechelen. (Opmerkingen)

Hij heeft me gevraagd om te antwoorden, en ik kan u hierbij nogmaals onderstrepen dat ik als minister-president vertrouwen heb in de gehele ploeg van de Vlaamse Regering en in elke minister. Ik waag me niet aan evaluaties, maar er is dan ook geen enkele reden om aan een minister te twijfelen, en zeker niet aan minister Pascal Smet.

Dirk Van Mechelen

Voorzitter, ik neem akte van het antwoord van de minister-president. Ik kan alleen maar vaststellen dat de mot er echt goed in zit.

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Collega’s, de trein staat niet stil. De commissie Onderwijs heeft hard gewerkt rond dit belangrijk dossier. Dit gebeurt nu nog. De discussienota van minister Smet had de bedoeling het debat te openen over een aantal zaken, en dat is gelukt. We weten wat de problemen zijn, we organiseerden hoorzittingen, en we kregen adviezen vanuit belangrijke organisaties zoals de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor). We weten vanuit het veld wat de sterktes en zwaktes zijn, de uitdagingen en de bedreigingen, en we doen ons uiterste best om met alle actoren tot een gedragen hervorming te komen.

Het is geen eenvoudig debat. Daar zijn we ons allemaal van bewust. De discussies van de voorbije maanden – de aanzet van N-VA en de visienota van CD&V – hebben ons inderdaad verrast. We hebben daar binnenskamers echter heel serieus over gepraat, alle aspecten in acht genomen en er verder aan gewerkt.

Minister-president, om vandaag verder te kunnen werken was het voor mij heel belangrijk om uw mening te kennen over de werkzaamheden. Vandaar mijn belangrijke vraag aan het begin van mijn betoog.

We zijn er ons van bewust dat we tot een consensus moeten komen en dat we op zoek moeten gaan naar een manier om verschillende standpunten te verzoenen. We gaan niet ineens alles veranderen. U zei dat in een gesprek met De Standaard over de hervorming van het secundair onderwijs. Niemand heeft ooit de bedoeling gehad om the big bang te organiseren. Dat is duidelijk gebleken uit een debat waaraan Kris Van Dijck, Kathleen Helsen en ikzelf hebben deelgenomen in organisatie van het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG). Wij hebben dat daar alle drie duidelijk aangegeven.

We hebben altijd gezocht naar een breed draagvlak alvorens verder te gaan. We zijn er absoluut van overtuigd dat die hervorming echt nodig is. Ons onderwijs is de absolute top, maar de alarmlichten knipperen. Te veel leerlingen verlaten de school zonder diploma. Er is te veel schoolmoeheid en demotivatie. De ongelijkheid is onaanvaardbaar. Te weinig leerlingen kiezen voor technologie, met alle problemen van dien op de arbeidsmarkt. Het watervalsysteem zet leerlingen vast in een negatieve spiraal enzovoort. Die hervorming is dus nodig. We zullen die niet op de lange baan schuiven.

Minister-president, in uw interview vergelijkt u de hervorming met een trein. Ik zou dat niet doen gezien de Belgische problematiek met de treinen. Ik zou de hervorming willen vergelijken met de bouw van een huis. Wie een huis bouwt, maakt best eerst een goed plan. Zodra dat plan er is, kan het worden uitgevoerd, beetje bij beetje maar steeds met het duidelijke doel voor ogen. Dat moeten we hier ook doen met deze hervorming. Het is aan ons om dat plan te maken en vervolgens aan de minister om het beetje bij beetje maar toch met bekwame spoed uit te voeren. Heel veel uitstel kunnen we immers niet meer dulden. Onverhoeds te werk gaan leidt dan weer tot slechte bouwsels die de tand des tijds niet zullen doorstaan.

Minister-president, ik had twee concrete vragen voor u, maar die hebt u intussen al beantwoord. U wilt doorgaan met de hervorming van het secundair onderwijs. Minister Smet zal de architect zijn van het plan. We hebben geen tijd meer te verliezen. Elk politiek steekspel is er een te veel. We gaan opnieuw aan de onderhandelingstafel zitten. De lucht is uitgeklaard, en we gaan verder met ons werk. (Applaus bij sp.a, CD&V en de N-VA)

Sas van Rouveroij

Mevrouw Deckx, ik treed uw stelling bij dat de vergelijking met een trein ongelukkig is. Ik krijg inderdaad de indruk dat er alleen nog maar wat wagonnetjes op de rails staan, maar dat er geen locomotief is.

De tegenstellingen zijn nog duidelijker geworden, niet alleen op het vlak van werkwijze en oppositie voeren binnen de meerderheid in de pers, maar ook op inhoudelijk vlak. Als we de minister-president mogen geloven, is het eindstation nog niet zo duidelijk. Het zal echter concreter worden naarmate het nadert. Dat was een quote in het artikel. Die hervorming moet eigenlijk van onderuit komen.

Mevrouw Deckx, u vergelijkt de hervorming met een huis. Er moet een zeer duidelijk plan zijn waarvan minister Smet de architect is. U hebt het over eensgezindheid tijdens het OVSG-debat. Ik was daar ook. De enige eensgezindheid die ik daar heb vastgesteld, is dat er een hervorming moet komen. Hoe, aan welke snelheid en volgens welk plan dat moet gebeuren, daar bestaat absoluut geen eensgezindheid over. Daarover staan de neuzen helemaal nog niet in dezelfde richting.

We zijn nu inderdaad al 3,5 jaar verder. Minister-president, bent u het ermee eens dat minister Smet de architect is van een plan, een heel duidelijk plan, dat zal tonen hoe het huis er in de toekomst uit zal zien, en dat dat plan klaar zal zijn tegen 2014?

Kathleen Deckx

Blijkbaar maakt mevrouw Meuleman deel uit van de werkgroepen, want ze trekt er conclusies uit. Mijn conclusies zijn anders. Ik stel vast dat het absoluut de intentie is om goed werk te leveren. Ik heb helemaal niet de indruk dat de neuzen telkens weer in een verschillende richting wijzen.

Mevrouw Meuleman, ik kan u wat dat betreft dus geruststellen.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren ministers, collega’s, geen halfjaar geleden hebben we hier ook een debat gevoerd, ook een actualiteitsdebat over de hervorming van het secundair onderwijs. Mijn collega Vera Celis heeft toen het volgende citaat naar voren gebracht uit het rapport-Dijsselbloem: “Goed beleid en goed onderwijs vragen om tijd. Tijd voor een kritische analyse, tijd om uit te proberen, tijd om zorgvuldig in te voeren, tijd voor omscholing en tijd om zo nu en dan eens achterom te kijken.”

Dit citaat is vandaag nog meer dan toen van tel. Maar laten we het debat niet enkel herleiden tot ‘interne verdeeldheid’. Want waarover gaat die interne verdeeldheid dan? Als we inderdaad een debat voeren, dan is dat geen eenvoudig debat. Het is een moeilijk debat, het is ook een heel moeilijk en broos onderwerp. De heer Bouckaert heeft gelijk: er zijn moeilijkheden, maar het is geen bedrijf in moeilijkheden. En daarom moeten we op een gepaste manier handelen. We moeten discussiëren. En geef toe, collega’s, voor de problemen die zich aandienen, zijn geen eenduidige oplossingen voorhanden, ook niet op wetenschappelijk vlak. Het is dus een moeilijke discussie, waarbij er over ideeën en gedachten moet worden gediscussieerd. En laat ons het debat voeren over ideeën, niet over personen, niet over mensen.

De discussie is ook de motor van de vooruitgang. We discuteren dan ook frequent binnen de meerderheid met verschillende partners, met de onderwijswereld en met deskundigen die ons aanbevelingen aanreiken. We doen dit beredeneerd en stap voor stap. Ik heb het daarstraks al even aangehaald: er is gesteld dat er een werkgroep tot stand zou komen waarvan minister Smet de leiding neemt. Die werkgroep komt heel frequent en heel intens samen.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel

Excuseert u mij dat ik u onderbreek, maar u dreigt een hele mooie filosofische uiteenzetting te geven rond de begrippen ‘debat’, ‘discussie’, ‘verdeeldheid’ en ‘werkgroepen’. Ik zou graag van u horen waarover die verdeeldheid precies gaat, welke thema’s uw ploeg verdelen en welke oplossingen er in het verschiet liggen voor die thema’s. Gaat het over de brede eerste graad? Gaat het over andere zaken? Het onderwijs wil heel graag weten wat het te wachten staat.

Wim Van Dijck

Ik zou ook heel graag iets van de heer Van Dijck vernemen. Hij heeft het over de ideeën. Laat ons één idee noemen: de brede eerste graad. De meningen daarover staan toch diametraal tegenover elkaar? Als ik Monard lees, dan is hij voor de brede eerste graad. Als ik de oriëntatienota – die nu kaduuk is, maar ik heb ze toch gelezen – lees, dan is die voor een brede eerste graad.

Dan hoor ik de heer De Wever, die absoluut niet enthousiast is voor een brede eerste graad. Ik lees het interview met de minister-president, die zegt dat we nog eens goed moeten nadenken over de brede eerste graad. Hoe zullen jullie een consensus vinden, alleen maar over dat idee, in jullie werkgroep?

Ons onderwijs behoort tot het beste van Europa, een goed onderwijs met moeilijkheden. Het detecteren van die moeilijkheden is gebeurd. De analyse van de sterktes en zwaktes is gebeurd en staat op papier. Een tweede stap is hoe we een aantal van die problemen zullen aanpakken. Wat moet de basisdoelstelling zijn van ons secundair onderwijs?

Wat voor ons heel belangrijk is, en waarvan ik heel sterk ondervind dat de neuzen in de dezelfde richting staan, is dat we een kwaliteitsvol onderwijs willen aanbieden voor iedereen, dat we jongeren laten groeien tot persoonlijkheden die op een verantwoorde, maatschappijbetrokken, creatieve en verdraagzame manier participeren en bijdragen aan onze samenleving, dat we jongeren daartoe de nodige sleutelcompetenties bijbrengen om hen vervolgens voor te bereiden ofwel op een onmiddellijk functioneren op de arbeidsmarkt, ofwel op een vervolgonderwijs voor zij die willen en kunnen.

Alle aanpassingen en alle slimme maatregelen die we moeten nemen in het secundair onderwijs, moeten hierop worden gefocust. Als in de loop van het debat – en dat stoort me mateloos – wordt gesteld dat het onderwijsbeleid stilstaat, dat er niets gebeurt, dat deze ploeg geen dynamiek heeft, dan kijk ik naar de voorbije periode. Dan stel ik vast dat er ook op het vlak van onderwijs heel wat gebeurt onder de verantwoordelijkheid van minister Smet.

Boudewijn Bouckaert

Mijnheer Van Dijck, u spreekt voor de oppositie, maar wat u zegt, is niet juist. De oppositie zegt niet dat het onderwijsbeleid helemaal stilstaat. Er zijn duidelijke resultaten geboekt, en daarvoor wil ik het krediet geven aan de minister. Tbs is opgelost, er is vooruitgang in de onderhandelingen met de vakbonden enzovoort. We zeggen dat dus niet. We zijn als oppositie niet te beroerd om te zeggen dat de minister bepaalde resultaten heeft bereikt.

Maar met het vlaggenschip van het onderwijsbeleid, namelijk de hervorming van het secundair onderwijs, wordt geen vooruitgang geboekt. Dat moet u toch zelf eens durven toe te geven. We naderen het einde der tijden, in 2014, en er is nog altijd geen oplossing in zicht. Dan mag u niet verwonderd zijn dat de oppositie zich daar vragen over stelt. Mijnheer Van Dijck, leeft u zich eens in in onze rol. Mocht u in de oppositie zitten, u zou net hetzelfde doen.

Mijnheer Bouckaert, ik begrijp die vraag. Daarom kom ik hier als lid van de werkgroep getuigen van het feit dat die frequent samenkomt, dat er intens wordt gewerkt, dat de minister er zelf de leiding van neemt en dat parlementsleden van de meerderheid en medewerkers van kabinetten er op dit moment voor gaan. Ze staan niet stil, ze gaan vooruit om de moeilijkheden die we kennen, aan te pakken.

Ik vraag om straks over die inhoud verder te gaan, om die werkgroep de kans te geven. Te gepasten tijde zullen we met een deftig document en een degelijke voorbereiding naar dit parlement komen.

Ann Brusseel

Mijnheer Van Dijck, u hebt het over slimme maatregelen. Ik neem aan dat u ondertussen in het tweede deel van uw betoog bent gekomen, maar u bent blijven steken in redelijk abstracte bewoordingen waarin u spreekt over slimme maatregelen, het beste onderwijs en intense vergaderingen van uw werkgroep. Maar kunt u alstublieft toch eens een of twee voorbeelden geven van die maatregelen? Als ze dan toch zo slim zijn, dan durft u er toch mee uit te pakken?

De voorzitter

Mevrouw Zamouri heeft het woord.

Khadija Zamouri

Mijnheer Van Dijck, u zegt altijd: “Ons onderwijs is het beste”. Ja, het beste van wat eigenlijk? Maar het is waar, toch voor een aantal onder ons, maar het is onwaar voor anderen. Wij hebben de grootste kloof tussen de besten en de zwaksten. Daarvoor zijn de verbreding en aanpassing van de eerste graad van fundamenteel belang. Het staat trouwens in het regeerakkoord dat er in deze legislatuur werk van zou worden gemaakt. Het is dus goed om te zeggen dat ons onderwijs bij de beste is, maar wij vertonen ook de grootste kloof tussen diegenen die het aankunnen en diegenen die het niet aankunnen. Dat wou ik er toch even bij zeggen.

Collega’s, dit is nu net het debat. We weten ondertussen wat onze doelstellingen zijn. We weten wat we willen bereiken. Maar de weg ernaartoe, welk spoor we volgen, dat vormt op dit moment – en terecht – voorwerp van discussie, want je kunt bijna elke stelling, voor of tegen, wetenschappelijk verklaren. Dat is nu net op dit moment de discussie. De synthese is gemaakt. De zwaktes en sterktes zijn gekend. De doelstellingen zijn geformuleerd. Maar ik meen dat de minister van Onderwijs in deze zijn antwoord zal formuleren.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, collega’s, dames en heren, de afgelopen twee dagen zijn voor mij niet gemakkelijk geweest. Ze waren hard en ze hebben mij pijn gedaan. Ze waren ook onwezenlijk. Als je weet wat er gebeurd is, en als je weet wat de bedoelingen zijn, en als je ziet wat ervan wordt gemaakt, word je een lijdend voorwerp. Dan zie je een debat ontstaan over een intentie, terwijl ik ervan uitga dat die er niet was. Dan ontstaan er allerlei dingen, en worden daarover allerlei dingen gezegd. Dat is hard en dat doet pijn. Maar toen ik hier gisteren aankwam, stonden er buiten aan de ingang drie mensen te praten. Ik ken hen niet. Een van hen – en nogmaals: ik ken hem niet – zei spontaan: “Doorgaan!” (Opmerkingen)

Dames en heren, ik heb in mijn leven heel veel geknokt. Ik ben een arbeiderskind en ik weet hoe verdomd moeilijk het is voor arbeiderskinderen om tot in de universiteit te geraken. Ik weet hoe moeilijk het is om daar te komen. Ook als mens heb ik in mijn leven moeten knokken, om met mezelf in het reine te komen. Ook heb ik moeten knokken toen ik op dertigjarige leeftijd in dit land de verantwoordelijkheid kreeg om de grootste asielcrisis die het land ooit heeft gekend op te lossen. Ik heb dat gedaan. Toen ik negen jaar geleden in Brussel in de politiek kwam, heb ik moeten knokken voor dingen die ik zei en die nu gemeengoed zijn. (Opmerkingen)

Dames en heren, de afgelopen drie jaar heb ik voor Onderwijs hard gewerkt. Ik begrijp dat de oppositie oppositie moet voeren. (Opmerkingen)

De voorzitter

De beleefdheid gebiedt om minstens te luisteren. Mag ik vragen dat iedereen luistert?

Minister Pascal Smet

Maar het doet ook pijn om te moeten vaststellen dat fundamentele waarden waarmee ik in het onderwijs ben opgegroeid, waarden van eerlijkheid, door sommigen met de voeten worden getreden. Ik begrijp dat men focust op wat nog niet is gebeurd. Maar het is zoals de heer Kris Van Dijck en ook anderen hebben gezegd: er is de afgelopen drie jaar in Onderwijs al heel wat gebeurd.

We zijn deze regeerperiode in Onderwijs begonnen met een budgettaire besparing van 147 miljoen euro. We hebben dat gedaan zonder betogingen, zonder staking. We hebben dat gedaan met respect voor de mensen in de scholen en in de klassen, door te besparen in de structuren.

Ik heb er samen met de regering voor gezorgd dat we de afgelopen drie jaar maar liefst 1 miljard euro extra hebben geïnvesteerd in het onderwijs, in de toekomst van onze kinderen.

En ja, ik heb ook hervormd. We hebben het hoger onderwijs hervormd. De integratie van de academiserende opleidingen van de hogescholen in de universiteiten was niet gemakkelijk. Toen deze regering aantrad, was daar geen eensgezindheid over, was daar geen maatschappelijk draagvlak voor. We hebben dat gedaan, overigens met de gewaardeerde steun van Open Vld. We hebben ervoor gezorgd dat het Engels een onderwijstaal kan worden. Dan gaat het niet over Engels om het Engels, maar Engels als dat een toegevoegde waarde geeft.

We hebben nog meer hervormd. We hebben het basisonderwijs grondig hervormd. Er kwamen 1350 extra kleuteronderwijzers. De leerkrachten en de onderwijzers in de basisscholen weten nu wat dat betekent. Veel leden waren op 1 september aan het roepen dat de scholen leeg zouden zijn, dat er geen leerkrachten zouden zijn. Welnu, ze waren er. De kleuteronderwijzers en -onderwijzeressen weten dat die 1350 onderwijzers wel degelijk een verschil maken. Ook dat hebben we gedaan: een transparant, eerlijk omkaderingssysteem in het basisonderwijs.

We hebben de tbs aangepakt. Dat was niet gemakkelijk. We hebben leerkrachten twee jaar langer laten wachten. We hebben eerlijke, correcte overgangsmaatregelen uitgewerkt. Ook dat was niet gemakkelijk. Ook dat is gebeurd zonder staking, zonder sociale onrust in het onderwijs.

En ja, we hebben ook woord gehouden. Ik ben opgegroeid in ons onderwijs, in ons goed onderwijs, met de notie dat je woord moet houden. Op dit spreekgestoelte zijn er leden geweest die me belachelijk hebben proberen te maken toen ik zei dat op 1 september elk kind een plaats in ons onderwijs moest hebben. Ik was overmoedig. Wie dacht ik wel wie ik was? Het kon niet. Welnu, alle kinderen hebben de afgelopen drie jaar op 1 september in ons onderwijs een plaats gekregen.

En ja, ik loop inderdaad soms vooruit. En ja, ik ben ambitieus, maar wat is er nu verkeerd aan ambitieus zijn? Wat is er verkeerd aan een minister die vooruitloopt? Neem de digitale school. Ook hier heeft men me daarover ondervraagd. Smet laat een ballonnetje op, luidde het. Nu is het doorvoeren van die digitale school beleid van de Europese Unie en van de OESO. Welnu, veel dingen die ik hier heb gezegd en die kritiek hebben gekregen, heeft deze regering ook daadwerkelijk beslist. Ik daag u uit om aan te geven welke door mij voorgestelde zaken nog niet of niet bijna zijn beslist. U zult er nauwelijks vinden.

En ja, geachte leden, er is nog veel werk. Dat is duidelijk. We hebben echter nog wel zeventien maanden. Ik ben met al mijn collega’s in de Vlaamse Regering gestapt om vijf jaar in die regering te werken. Ik weet dat sommigen nu misschien al in verkiezingsmodus zijn, maar ik weet dat ikzelf en al mijn collega’s niet in die verkiezingsmodus zijn en dat we al die zeventien maanden zullen blijven doorwerken, en we zullen keihard werken. Op 1 september, de start van dit schooljaar, heb ik inderdaad aangegeven dat dit voor mij het belangrijkste schooljaar is. De minister-president heeft me toen ook gezegd dat ik ambitieus was, dat ik de lat hoog legde. Welnu, ook zo ben ik opgegroeid. Dat is misschien eigen aan arbeiderskinderen. We hebben nog zeventien maanden en we zullen werken.

De hervorming van het secundair onderwijs is een belangrijk dossier. Dat is al meermaals gezegd. Niemand voor mij is daarin geslaagd. Het is dan ook bijzonder moeilijk. Mevrouw Vanderpoorten, dat is geen verwijt: u weet dat ik u waardeer. Er wordt soms gezegd dat we dat dossier niet behoedzaam zouden aanpakken. We hebben de afgelopen drie jaar inderdaad veel overlegd. We hebben een oriëntatienota, en, alstublieft, een oriëntatienota dient om een debat te oriënteren, om een debat te openen, om naar argumenten te luisteren en dan een mening te vormen. Laten we echter allemaal toch maar eerlijk zijn: het onderwijsveld is verdeeld. Soms is dat zo bij partijen hier, maar het is ook zo in scholen.

Toen de Guimardstraat in mei zijn blauwdruk op tafel legde, bleek dat het draagvlak in de scholen, waarvan ook ik en anderen dachten dat het groter was, toch niet zo groot was. En dus hebben we meer tijd moeten nemen, hebben we discussies gehad in onze meerderheid. Dat is toch niet meer dan normaal? De regering bestaat uit verschillende partijen. We hebben ons wel geëngageerd om die hervorming door te voeren. In juli 2012 heeft deze regering, naar aanleiding van het actualiteitsdebat hier, beslist dat wij tegen januari-februari een regeringsnota op tafel zouden leggen over de hervorming van het secundair onderwijs.

We hebben overeenstemming bereikt over de zwaktes en de sterktes van ons onderwijs. We hebben ook overeenstemming bereikt over de doelstellingen van de hervorming. En nu zullen we nog wat moeilijke discussies hebben – dat moeten we ook niet wegstoppen – over hoe die hervorming eruit zal zien. En of het nu een trein of een huis is dat je bouwt, je moet weten waar je naartoe gaat. Het is belangrijk te weten wat op een bepaald moment je bestemming is. En dan neem je daar maatregelen voor.

Nogmaals: als het zo eenvoudig zou zijn geweest, dan hadden anderen de oplossing toch ook al voorgesteld? Maar die heb ik nog niet gehoord. Het is nu eenmaal niet eenvoudig. Laten we nu met z’n allen toch eens leren om te discussiëren en debatteren. “Du choc des idées jaillit la lumière”, is een mooi Frans gezegde. Ik geloof daarin. En dus zullen we de komende maanden verder werken aan die hervorming.

Collega’s, dames en heren, gisterenavond belde mijn moeder. Moeders zijn bezorgd, en dat hoort ook zo. Mijn moeder vroeg me of ik geen spijt had dat ik opnieuw in de politiek was gestapt en minister was geworden. Ik heb haar gezegd dat ik er geen spijt van heb. Ik ben een arbeiderskind, en ik weet wat het onderwijs mij heeft gegeven. Ik weet dat vandaag in Vlaanderen het onderwijs veel geeft aan kinderen, maar ik weet evenzeer dat er op dit moment veel kinderen in Vlaanderen zijn die, met hun ouders, niet de juiste keuze kunnen maken voor hun toekomst. Ik weet dat op dit moment in Vlaanderen één op acht kinderen het onderwijs verlaat zonder diploma. Ik weet dat in ons onderwijs veel kinderen kiezen op basis van wat anderen zeggen, niet op basis van wat ze zelf graag zouden doen.

Om die reden, collega’s, wil ik samen met jullie verder gaan. Om die reden vind ik dat we vandaag de commotie opzij moeten zetten. We moeten proberen om binnen de meerderheid, en in tweede instantie samen met de oppositie, die hervorming uit te werken. We moeten proberen te doen wat Vlaanderen van ons verwacht: ervoor zorgen dat ons onderwijs toponderwijs blijft. Dat betekent inderdaad dat we ambitieus moeten zijn, dat we de zwakke kinderen sterker moeten maken, maar ook de sterken sterker moeten maken. Het gaat om alle kinderen in Vlaanderen. Dat is de reden waarom ik, ondanks wat er de afgelopen twee dagen is gebeurd, verder zal doen.

Collega’s, ik ben iemand die zegt wat hij doet en doet wat hij zegt. Ik heb op een bepaald moment in een kranteninterview gezegd dat de dag waarop ik als minister voel dat ik geen wijzigingen, veranderingen en hervormingen meer kan doorvoeren, de dag zal zijn dat ik weg ben als minister. Ik weet dat ik voldoende vertrouwen en steun heb in de Vlaamse Regering. Ik weet dat ik in de partijen van de meerderheid, bij de mensen bij wie het er echt om gaat, voldoende vertrouwen heb. Ik weet dat ik samen met al die mensen verder zal werken, om te doen wat de kiezer, de Vlaming, de Brusselaar van ons verwacht: een goed onderwijs voor alle kinderen in Vlaanderen. Dank u wel. (Applaus bij de meerderheid)

Marleen Vanderpoorten

Een mooie, bijna aandoenlijke toespraak, minister. We gaan ons bijna schuldig voelen dat we vragen durven te stellen over de hele hetze.

Maar u mag ons nu toch niet kwalijk nemen dat we na de uitvallen van de minister-president de Vlaamse Regering ondervragen over de stand van zaken na drieënhalf jaar? Ik weet het na twee uur debat nog niet. Waarover is er nu eensgezindheid? Dat kunt u toch niemand wijsmaken? Er is al zoveel gesproken en geschreven over de hervorming van het secundair onderwijs. Men kan vandaag toch niemand duidelijk maken dat er nog geen letter van een akkoord is, alleen het feit dat men gaat hervormen? Dat is het, maar voor de rest? Waar gaat men naartoe? De heer Kris Van Dijck zegt dat men nu gaat vergaderen over de doelstellingen die men wil bereiken. Maar we kennen de doelstellingen: men gaat hervormen. Weet men al wat het einddoel is? Kent men al elementen of bepaalde punten die men zal hervormen? Weet men daar al iets over?

Ik ken het antwoord, maar ik zou het graag van u horen.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, de toespraak van de minister was aandoenlijk, in die zin dat het er een beetje op leek dat hij peptalk moest verkondigen om bij de minister-president op een goed blaadje te komen staan om een tweede interview in De Standaard te vermijden.

Minister, u hebt een aantal dingen gezegd. U had het over arbeiderskinderen. De heer Dirk Van Damme heeft bijvoorbeeld gezegd in zijn toespraak op de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) dat met de hervormingen die op tafel lagen er een ‘vermiddenklassing’ van het onderwijs dreigde, waardoor de arbeiderskinderen zich in het onderwijs helemaal niet meer thuis zouden voelen. U zou daar toch wel goed naar moeten luisteren om dit soort zaken te vermijden.

Er is iets dat me intrigeert. U zegt dat u met uw nota bent vooruitgegaan en dat u hebt gemerkt in mei 2012, toen het katholiek onderwijs met haar nota naar buiten kwam, dat er geen draagvlak was in het onderwijs. Maar u hebt in september 2010, anderhalf jaar eerder, uw oriëntatienota gepubliceerd. Waarom hebt u dan niet eerder afgetoetst of er een draagvlak was? Het is alsof die oriëntatienota daar blijven ‘blubberen’ is en dat u pas in mei 2012 hebt gezien dat daar geen draagvlak voor was.

Bij de oppositie blijft het gevoel bestaan dat dit dossier bijzonder mismeesterd wordt, dat er wordt getalmd en dat er geen vooruitgang wordt geboekt. Het gevoel leeft ook dat bepaalde partijen – die moeten dat maar zeggen – de hervormingen liever in een volgende legislatuur zien, wanneer de machtsverhoudingen veranderd zijn.

Wim Van Dijck

Wat heb ik geleerd uit dit debat? Ten eerste dat de minister geëmotioneerd is en dat de voorbije twee dagen voor hem hard waren. Minister-president, het ondermijnende interview heeft heel wat aangericht. Schouder aan schouder kan inderdaad wel eens pijn doen en botsen, maar, minister Smet, meestal wordt daar niet voor gefloten.

Ik heb ook geleerd dat de klad in deze regering er serieus in zit. Dat hebben we mogen horen in de uiteenzettingen van mevrouw Helsen en mevrouw Deckx. Ik heb ook geleerd dat de meerderheid er nog geen idee van heeft hoe de hervorming van het secundair onderwijs er zal uitzien. Ik heb vandaag niets, maar dan ook niets concreets gehoord.

Ik heb geleerd dat er in 2014 hoogstens een visienota zal zijn of een zeer vage tekst. Ik heb geleerd dat de trein niet alleen stilstaat maar voor juni 2014 ook niet meer zal rijden, in welke richting dan ook. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Collega’s, ook ik probeer te begrijpen waarom de minister-president maandag zo nodig dat interview moest geven. Dat is me nog altijd niet duidelijk. Wat ik wel begrepen heb; is dat het was om de ‘sense of urgency’ van de hele zaak te benadrukken. De minister-president wil absoluut vooruit. Tot nu toe zijn er verschillende visies geweest. Elke meerderheidspartij heeft zijn eigen nota over hoe het onderwijs er moet uitzien. Men blijft daarover discussiëren.

Minister-president ik neem aan dat u die ‘sense of urgency’ heeft willen duidelijk maken en dus een goedgekeurd decreet wilt in 2014, zoals ook afgesproken in de beleidsnota deze legislatuur. Wij rekenen erop dat er tegen dan effectief een decreet zal zijn dat de goedkeuring zal meedragen van alle meerderheidspartijen in dit halfrond. Dan hebt u er inderdaad goed aan gedaan om de ‘sense of urgency’ zo duidelijk te stellen afgelopen maandag. Ik zie geen enkel ander nut.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De voorzitter

Moties

Door het Vlaams Belang, door Groen, door de meerderheid en door Open Vld en LDD werden tot besluit van dit actualiteitsdebat moties aangekondigd. Ze moeten uiterlijk om 17.30 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daar straks over uitspreken.

Het debat is gesloten.

Regeling van de werkzaamheden
Motie van orde

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.