U bent hier

De voorzitter

Voorstel tot spoedbehandeling

Dames en heren, vanmiddag heeft de heer Ludwig Caluwé bij motie van orde een voorstel tot spoedbehandeling gedaan van het voorstel van de heren Ludwig Caluwé, Bart Van Malderen en Kris Van Dijck tot wijziging van het Reglement van het Vlaams Parlement, wat de adviesaanvragen bij de Raad van State betreft.

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Voorzitter, we denken dat het nuttig is dat deze anomalie uit het reglement wordt gehaald, vooraleer iemand er de toepassing van vraagt. Het komt neer op het wijzigen van een woordje en daar hoeven we geen commissiebespreking aan te wijden.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, het is toch een beetje eigenaardig dat we op een drafje het Reglement van het Vlaams Parlement zouden moeten wijzigen en dat de heer Caluwé zonder blikken of blozen zegt dat we daar zelfs geen commissievergadering moeten aan wijden.

Het probleem zit bij de meerderheid en niet bij de oppositie. De meerderheid zit in de problemen met de miserietaks en wat doet de meerderheid dan? Het is eigenlijk ongehoord, maar even op een drafje, op vijf minuten, wil de meerderheid het reglement zodanig wijzigen dat een aantal middelen van de oppositie uit handen wordt geslagen. Los van de inhoud van dit voorstel, kan het niet om dit bij spoedbehandeling te doen.

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, er is een commissie Reglement die dient om zulke zaken te bespreken. Als er een beslissing komt, wordt die dan verwezen naar de plenaire vergadering. Wij vragen verwijzing naar de commissie.

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, ik ben evenzeer verbaasd over het feit dat de fractievoorzitters van de meerderheidspartijen dit zomaar indienen. We hebben toch de gewoonte om zulke zaken te bespreken in de commissie Reglement. Dat gebeurt nu opeens niet. Men gaat hier een reglementswijziging voorstellen, puur voor de eigen agenda. Dat kan niet. Dit is geen goede werking. Als we wijzigingen aan het reglement goedkeuren, dan heeft het een invloed op alle parlementsleden van alle fracties en we moeten dit dan minstens bespreken in de commissie Reglement.

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, ik wil het nog niet hebben over de inhoud van dit voorstel tot wijziging van het reglement. Ik zie de hoogdringendheid totaal niet in. Er is inderdaad een commissie Reglement.

We hebben het afgelopen jaar heel wat werk geleverd in die commissie. Ik zie een kwalijke evolutie in de werking van dit parlement. Gisteren is in de commissie Financiën – dat is hoogst uitzonderlijk – de regeling der werkzaamheden niet bij consensus gebeurd, maar meerderheid tegen oppositie. In die commissie was dat tot nu toe helemaal niet gebruikelijk. Het ging ook over de miserietaks. Dit is opnieuw een manier om dit heel, heel snel door het parlement te jagen. Laat ons daar eens rustig over nadenken. Ik kan daar alle ramificaties nog niet volledig van inschatten. Ik stel voor om dat in alle rust te bekijken en niet hoogdringend te bespreken.

De voorzitter

We stemmen bij zitten en opstaan over het voorstel tot spoedbehandeling.

De volksvertegenwoordigers die het voorstel wensen aan te nemen, wordt verzocht op te staan.

De tegenproef.

Het voorstel tot spoedbehandeling is aangenomen. Dan stel ik voor dat het voorstel van de heren Ludwig Caluwé, Bart Van Malderen en Kris Van Dijck tot wijziging van het Reglement van het Vlaams Parlement , wat de adviesaanvragen bij de Raad van State betreft, onmiddellijk wordt behandeld.

Is het parlement het daarmee eens? (Instemming)

Het incident is gesloten.

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van de heren Ludwig Caluwé, Bart Van Malderen en Kris Van Dijck tot wijziging van het Reglement van het Vlaams Parlement, wat de adviesaanvragen bij de Raad van State betreft.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Collega’s, in alle rust, wij hebben enkele maanden geleden een groot aantal wijzigingen aan het reglement doorgevoerd op basis van een groot aantal voorstellen. Er waren een aantal rechtzettingen en correcties. In de commissie waren er ook een aantal amendementen, onder andere van de Open Vld-fractie.

Een van die amendementen sloeg erop om een bepaling van de federale Kamer en Senaat over te nemen, namelijk dat een adviesvraag aan de Raad van State in plenaire vergadering niet louter, zoals het nu in ons reglement is bepaald, zou kunnen gebeuren op basis van de handtekeningen van een derde van het aantal parlementsleden, 41 of 42 al naargelang het gaat over gewest- of gemeenschapsaangelegenheden, maar ook dat dit tijdens de bespreking mondeling zou kunnen worden opgeworpen, en dat men dan via stemming zou kunnen vaststellen of inderdaad 41 of 42 leden van het parlement steunen dat er advies zou worden gevraagd aan de Raad van State.

Bij de technische uitwerking – dat is wat geïmproviseerd verlopen in de commissie – is echter één onderdeel van wat in het Kamer- en Senaatsreglement is opgenomen, niet overgenomen, namelijk dat het in de plenaire vergadering enkel kan gebeuren vóór het afsluiten van de algemene bespreking, omdat dat technisch in een ander artikel staat in het Kamer- en Senaatsreglement dan in ons reglement het geval is.

Daardoor staat dat daar nu niet in en is het dus op dit moment, zoals ons reglement nu bepaalt, theoretisch mogelijk om ook bij de artikelsgewijze bespreking advies te vragen van de Raad van State. Uiteraard schorst dat dan de bespreking tot dat advies binnen is. Dan zou men theoretisch opnieuw nagenoeg een perpetuum mobile op gang kunnen brengen qua adviesvraag van de Raad van State. Ik veronderstel dat dat niet de bedoeling was van de Open Vld-fractie op het ogenblik dat ze dit amendement hebben ingediend. Vanmorgen nog zei de heer van Rouveroij dat een meerderheid uiteindelijk een meerderheid moet kunnen zijn. Op het moment dat een meerderheid een bepaald ontwerp wil goedkeuren, moet die democratische meerderheid zich kunnen uiten, zo niet moet men bepalen dat alles bij tweederdemeerderheid in dit parlement moet worden goedgekeurd.

Daarom willen wij nu in nuttige orde deze anomalie wegwerken en de versoepeling houden dat bij mondelinge vraag gedurende algemene bespreking in plenaire vergadering men nog steeds kan vragen dat er advies gevraagd wordt aan de Raad van State, maar dat het dan stopt en dat men dat niet opnieuw kan doen bij de artikelsgewijze bespreking. Dat is ook het geval in het Kamerreglement en in het Senaatsreglement, dat men wilde overnemen maar door een foutje niet heeft gedaan.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, de uitleg van de heer Caluwé is bijzonder belachelijk. Indien er een anomalie zou zijn in het Reglement, en dat kan, dan bespreekt men dat ten eerste in de commissie Reglement. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Jaja, mijnheer Van Dijck, dat is al beslist.

Waarom? Omdat het Reglement geen zaak is van meerderheid en oppositie. Het Reglement is sowieso een zaak van het parlement. Ik ben me er ook wel van bewust dat men met reglementaire bepalingen niet alle problemen – als men dat al problemen zou kunnen noemen – kan oplossen. Maar ik heb wel geleerd in die paar jaar dat ik hier al zit, dat het reglement er vooral is om de oppositie te beschermen tegen de willekeur van de meerderheid. Als de meerderheid dan op een bepaald moment vaststelt dat ze door haar eigen onenigheid in de problemen geraakt en de oppositie daarop inspeelt, dan geeft het geen pas om hier op een drafje de regels van het spel aan te passen zodat de problemen binnen de meerderheid eventueel opgelost geraken. Dat is geen manier van doen.

De heer Caluwé verwijst voorts naar het reglement van de Senaat. Wel, mijnheer Caluwé, ik heb het opgezocht. Ik heb het hier voor mij: het klopt niet wat u zegt. Ik zal u het reglement van de Senaat voorlezen. We hebben inderdaad een stuk van het reglement van de Senaat overgenomen, met name dat als een bepaald voorstel of ontwerp zich in de plenaire vergadering bevindt, we niet met alle lijsten nog eens moeten rondgaan om te kijken of een derde van de Vlaamse volksvertegenwoordigers vindt dat we met een of ander amendement of bepaling naar de Raad van State moeten gaan, maar dat dat ook bij stemming zou kunnen. Dat was de initiële bedoeling, om het te vergemakkelijken. Welnu, in het reglement van het Vlaams Parlement staat nu dat als men dat vraagt voor het einde van de algemene bespreking, de beraadslaging dan wordt geschorst.

Wat u nu vraagt, is dat dat element, namelijk dat de beraadslaging wordt geschorst, eruit wordt genomen zodat de beraadslaging kan voortgaan, dat men eventueel naar de Raad van State kan gaan en als het terugkomt, dat men dan vaststelt dat de algemene bespreking gesloten is, en dus kan men geen advies van de Raad van State over om het even wat nog vragen. Dat is uw bedoeling. U verwijst daarvoor naar het reglement van de Senaat. Wel, ik lees voor uit artikel 66 van het reglement van de Senaat: “Wordt echter in de loop van de bespreking in de plenaire vergadering een dergelijk verzoek” – om naar de Raad van State te gaan – “mondeling geformuleerd, dan wordt de bespreking geschorst en gaat de voorzitter na of het verzoek gesteund wordt door het vereiste aantal leden.”

U moet hier dus niet komen zeggen dat wij maar een stukje van het reglement van de Senaat hebben overgenomen. Neen, wij hebben de kern van de zaak van het reglement van de Senaat overgenomen. In het reglement van de Senaat staat zeer duidelijk dat dan de beraadslaging wordt geschorst. Dat wil zeggen dat men stopt met de bespreking. U zegt: dat is een anomalie. Neen, dat is geen anomalie. Dat is helemaal geen anomalie. Dit stond in het reglement en we hebben dat ook hier ingevoerd om de oppositie alle mogelijkheden te geven om oppositie te voeren. Het ligt natuurlijk zowel aan de meerderheid als aan de oppositie om na te gaan – dat is een politieke overweging – in hoeverre men de middelen kan gebruiken of niet. Dat is een politieke overweging, zowel van de meerderheid als van de oppositie.

Wij van de oppositie hebben ten aanzien van de miserietaks, want daar gaat het over, geopteerd om alle middelen te gebruiken. Wat de meerderheid nu doet, is en cours de route een poging doen om het reglement, dat de bijbel is van een parlement, op tien minuten te wijzigen om haar eigen problemen binnen de meerderheid op te lossen.

Mijnheer Caluwé, collega’s van de meerderheid, dat is zelden gezien in een parlement. Ik vind het verwerpelijk dit voorstel op die manier en op dit ogenblik voor te stellen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, collega’s, de heer Van Hauthem heeft voldoende aangetoond dat dit even moet worden bekeken. We mogen tijdens de vergadering niet worden verrast met een voorstel tot wijziging van het reglement. Het reglement dient inderdaad om deze instelling te laten werken en op zich niet om een meerderheid te laten werken. Het moet de tijdelijkheid van een meerderheid overstijgen. Het moet over de grenzen van minderheid, meerderheid en partijen heen gaan. Zo kan deze instelling werken zoals het behoort. Zoals de heer Van Hauthem zegt, geldt het reglement in de eerste plaats ter bescherming van de oppositie. Dat moet duidelijk zijn.

Voorzitter, ik roep ook uw gezag in. Het geeft inderdaad toch geen pas dat wij hier staande de vergadering worden geconfronteerd met een reglementswijziging waar de heer Van Hauthem net een aantal bedenkingen over heeft geformuleerd. Zelf ben ik geen grote reglementskenner. Het lijkt mij evenwel de moeite waard om die bedenkingen af te wegen, ook met onze fractiesecretarissen en derden die daar meer over weten.

Collega’s van de meerderheid, ik vraag jullie nogmaals om dit te verwijzen naar de commissie. Als u bang bent dat dit een al te lang uitstel zou worden of naar de Griekse kalenden wordt verwezen, stel ik voor dat we morgenmiddag even samenkomen met de commissie, bijvoorbeeld om 14 uur of aansluitend op de vergadering van de commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting. We kunnen dit thema met elkaar bespreken en samen beslissen of die reglementswijziging al dan niet gerechtvaardigd is. Dan zijn we nog ruim op tijd voor volgende week woensdag en loopt u geen enkel risico dat er op ongepaste wijze wordt gefilibusterd.

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, ik heb er het reglement even bijgenomen. Als ik het reglement even bekijk en daar de tekst van het voorstel tot wijziging van het Reglement van het Vlaams Parlement van de heren Caluwé, Van Malderen en Van Dijck naast leg, klopt er iets niet.

In het voorstel staat bijvoorbeeld: “Het mondeling verzoek kan geformuleerd worden in de loop van de beraadslaging in de plenaire vergadering.” Men verwijst dan naar artikel 65bis, ten tweede. Dat staat daar niet. Het is dus niet identiek hetzelfde.

Ik heb een aantal zaken naast elkaar gelegd. Ik vind die zaken niet terug. Ik heb het snel bekeken. In ieder geval kun je op die manier niet werken. Mijnheer Van Dijck, u moet niet zo lachen. Ik wil dit serieus nemen, serieus bekijken en serieus beoordelen. Er wordt ons gevraagd daar op enkele minuten tijd een oordeel over te geven. Ik stel voor dat dit op zijn minst wordt doorverwezen naar de commissie, zodat we inderdaad een duidelijk, gerechtvaardigd en weloverwogen standpunt kunnen innemen.

De voorzitter

Collega’s, voor alle duidelijkheid: u mag het vroegere boekje niet meer gebruiken, want het is ongeldig. U hebt allemaal een nieuw exemplaar gekregen. Let ervoor op dat u niet het verkeerde reglement raadpleegt. Daar wil ik u toch even op wijzen.

Lode Vereeck

Voorzitter, collega’s, ik sluit mij aan bij de vorige sprekers. Het is inderdaad geen goede manier van werken om het reglement hier staande de vergadering zo onverwacht te wijzigen.

Ik wil graag nog een aantal inhoudelijke vragen stellen, maar ik heb begrepen dat de meerderheid bereid is om de hoogdringendheid opnieuw in te trekken.

Ludwig Caluwé

Voorzitter, ik wil eerst zeggen dat we bereid zijn om in te gaan op het voorstel van de heer van Rouveroij om morgen de commissie samen te roepen. Volgende week kunnen we daar dan over beslissen.

Ik wil wel iets rechtzetten. De heer Van Hauthem heeft gesproken over het Senaatsreglement. Als het daarin gaat over de schorsing van de beraadslaging, wil dat zeggen dat de Senaatsvoorzitter bij de besprekingen op staande voet controleert of een derde inderdaad aanwezig is. Nadien gaat men verder, aangezien het Senaatsreglement uitdrukkelijk stelt dat het verzoek om advies de bespreking van het betrokken ontwerp of voorstel niet schorst.

Ik citeer punt 5 van artikel 66: “De bespreking van ontwerpen of voorstellen in de commissie of in de plenaire vergadering wordt door het verzoek om advies niet geschorst.” Dat staat uitdrukkelijk in het Senaatsreglement. Ook in ons reglement, artikel 65bis, ten zevende, staat uitdrukkelijk dat de bespreking niet wordt geschorst – wel de behandeling van de betrokken artikelen en de eindstemming, maar niet de bespreking. Daarover gaat dat niet. Dat is een van de mogelijke interpretatieproblemen, hoewel het overduidelijk is: het punt met betrekking tot de schorsing is geregeld in het Senaatsreglement. De vraag om advies aan de Raad van State schorst de bespreking niet, zoals dat ook volgens ons reglement niet het geval is.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, er worden hier zeer zware terminologieën gehanteerd in verband met de rol van de oppositie en dergelijke. Deze reglementswijziging, collega’s, heeft enkel en alleen te maken met het feit dat er in ons reglement inderdaad een anomalie zit, die maakt dat een derde van dit parlement niet alleen haar rechten kan doen gelden, maar te allen tijde voorstellen, ontwerpen en resoluties kan blokkeren. Ik stel de vraag aan eenieder, of u nu op meerderheids- of oppositiebanken zit: willen we een parlement waar alles derhalve dient te worden onderworpen aan een tweederdemeerderheid?

Joris Van Hauthem

De vraag van de heer Van Dijck is terecht. Dat zijn de rechten van de oppositie. Daar gaat het over. Kan de oppositie – die moet dan wel verzameld zijn – eventueel alles tegenhouden? Als dat reglementair kan, dan kan dat. En dan moet men die politieke afweging maken. De oppositie is ook wel zo verstandig om niet alles zodanig te rekken dat er niets meer mogelijk is, net zoals de meerderheid van het reglement misbruik zou kunnen maken – en dat heeft ze in de voorbije legislaturen meer dan eens gedaan – om in de plenaire vergadering van dit Vlaams Parlement zaken bij hoogdringendheid erdoor te jassen. Dat is geen manier van doen, mijnheer Van Dijck, maar het is ook gebeurd.

Ik zal u een voorbeeld geven. Wat deden de Franstaligen in de Kamer wanneer er een wetsvoorstel over de zuivere splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde op de agenda kwam? Zij dienden een amendement in – zij waren eensgezind – en vroegen daarvoor het advies van de Raad van State, en het was van de agenda. Zo eenvoudig was dat. Men had in de Kamer nu eenmaal een derde van de leden die dat deden. Je kunt dat politiek indecent vinden, mijnheer Van Dijck. Ik vind dat ook. Men heeft het reglement van de Kamer wat dat betreft nog altijd niet gewijzigd. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Dat is democratie op zijn Belgisch, ja. U wilt hier de oppositie wat dat betreft fnuiken. Dat doet u niet op vijf minuten, mijnheer Caluwé. En morgen, over de middag, doet u dat ook niet op tien minuten. Dit gaat niet over het wegwerken van een anomalie. Dit is er gekomen naar aanleiding van een ontwerp van de meerderheid waarover de meerderheid zelf verdeeld was, waarbij de meerderheid zichzelf zodanig in de knoei heeft gewerkt dat men nu stelt: het moet afgelopen zijn met het oppositiewerk. We gaan nu vlug vlug het reglement even wijzigen, om onze eigen, interne meerderheidsproblemen proberen op te lossen. Als dat de manier is waarop de meerderheid met dit parlement, deze oppositie en dit reglement, dat de bijbel is van de werking van een parlement, omgaat, is dat ongezien. We zullen morgen zien of het op tien minuten gedaan is. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Als voorzitter van de Commissie voor Reglement en Samenwerking hoop ik dat er voldoende leden aanwezig zullen zijn. Ik heb al eens een vergadering van die commissie moeten afgelasten omdat niet voldoende leden aanwezig waren.

Ik nodig de heer Caluwé, de heer De Meyer, mevrouw Heeren, de heer Dewinter, mevrouw Dillen, de heer Van Hauthem, de heer Van Mechelen, de heer van Rouveroij, mevrouw De Vits, de heer Van Malderen, mevrouw Stevens, de heer Vereeck en de heer Watteeuw uit om morgen, om 13.15 uur, in de Hans Memlingzaal dit voorstel tot wijziging van het Reglement van het Vlaams Parlement te bespreken.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.