U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van de dames Katrien Schryvers, Else De Wachter, Helga Stevens, Vera Jans, Danielle Godderis-T’Jonck en Mia De Vits en de heer Tom Dehaene houdende de organisatie van pleegzorg.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, in de beleidsnota Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 2009-2014 staat het voornemen om de pleegzorg in Vlaanderen te reorganiseren, om via schaalvergroting de efficiëntie en de performantie van de pleegzorgstructuren te verhogen en tot verdere differentiatie te komen.

Pleegzorg wordt bovendien naar voren geschoven als eerste te onderzoeken hulpverleningsvorm voor kinderen tot 6 jaar die omwille van een probleemsituatie niet in hun natuurlijk gezin kunnen blijven of verblijven. Ook tijdens de werkzaamheden van de Commissie Jeugdzorg kwam meermaals het belang van pleegzorg als hulpverleningsvorm ter sprake. Met de conceptnota die we ongeveer een jaar geleden hebben ingediend, hebben we de discussie over pleegzorg en de organisatie ervan verder op gang getrokken.

Ik ben heel blij dat we hier vandaag een voorstel van decreet kunnen voorleggen, dat allesomvattend is voor de pleegzorg binnen de Vlaamse bevoegdheden. Ik wil dan ook uitdrukkelijk iedereen, zeker ook al wie er vanuit het werkveld aan heeft meegewerkt, hartelijk danken.

Wetenschappelijk onderzoek stelt uitdrukkelijk dat met het oog op hun gehechtheidsontwikkeling de plaatsing in een gezinsomgeving bij jonge kinderen altijd de absolute voorrang heeft. Deze prioriteitstelling vloeit ook voort uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), dat bepaalt dat “een kind dat tijdelijk of blijvend het verblijf in het gezin waartoe het behoort moet missen, of dat men in zijn of haar eigen belang niet kan toestaan in het gezin te blijven, recht heeft op bijzondere bescherming en bijstand van staatswege.” Het IVRK schrijft voor dat deze zorg onder andere plaatsing in een pleeggezin kan zijn.

Pleegzorg staat voor vermaatschappelijkte zorg. Het is een combinatie van informele zorg in een pleeggezin enerzijds en professionele begeleiding door een dienst voor pleegzorg anderzijds. De aandacht voor pleegzorg past perfect binnen de evolutie naar zorg die deel uitmaakt van de samenleving. Dit streven is ook opgenomen in de beleidsbrief Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 2010-2011. CD&V gelooft absoluut in de kracht ervan.

Met dit voorstel van decreet beogen we, met respect voor de rol van alle betrokkenen bij pleegzorg, een versterkt, gedifferentieerd, beter afgestemd en gestroomlijnd aanbod van pleegzorg te creëren. Zo wordt ingespeeld op de behoefte om pleegzorg nog sterker te profileren binnen de zorg voor en ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassenen.

Pleegzorg wordt gedefinieerd als zorg waarbij een pleegzorger vrijwillig, onder begeleiding van een dienst voor pleegzorg en tegen een kostenvergoeding, een of meerdere pleegkinderen en/of pleeggasten opvangt.

De principes die het decreet schragen, zijn: pleegzorg als vermaatschappelijkte zorg, het belang van het kind en pleegzorg als eerste te overwegen zorgvorm bij uithuisplaatsing van kinderen en jongeren. Dit principe wordt geoperationaliseerd door in hoofde van de jeugdrechtbank te voorzien in een motiveringsplicht wanneer een kind in een residentiële voorziening wordt geplaatst en niet in een pleeggezin. Let wel, dit voorstel van decreet dwingt de jeugdrechtbank niet om steeds in pleegzorg te voorzien voor kinderen en jongeren wanneer een uithuisplaatsing noodzakelijk is. Pleegzorg is niet per definitie in alle omstandigheden de beste oplossing. Verwijzers worden er via de motiveringsplicht wel toe aangezet om pleegzorg ‘als eerste’ te overwegen.

Zowel onderzoek als de praktijk hebben aangetoond dat pleegzorg in veel gevallen – en vooral bij de allerjongsten – betere resultaten boekt dan opname in een instelling. Het loont dus zeker de moeite en het is absoluut in het belang van het kind om deze vorm van hulpverlening op alle vlakken meer ondersteuning en meer erkenning te bieden – meer nog, om pleegzorg als eerste zorgvorm te overwegen bij uithuisplaatsing van kinderen en jongeren. We kiezen er in dit voorstel uitdrukkelijk voor de prioriteitstelling niet te beperken tot jonge kinderen, maar bepalen weloverwogen pleegzorg als eerste te overwegen hulpverleningsvorm voor alle kinderen en jongeren.

Vandaag ressorteert pleegzorg in Vlaanderen onder vier sectoren. Dat gaat gepaard met uiteenlopende regelgevingen, financieringen en personeelskaders. Pleegkinderen veranderen soms van sector. Dat schept verwarring voor alle betrokkenen. Dit voorstel maakt aan deze verkokering een einde. We kiezen voor een intersectorale harmonisatie van pleegzorg als zorgvorm en geven zo gevolg aan het Vlaams regeerakkoord. Het enten van een decreet op één globale zorgvorm, de pleegzorg, kan worden verantwoord vanuit de keuze van het beleid voor vermaatschappelijking van de zorg.

Tegelijkertijd willen we pleegzorg duidelijk afgrenzen van andere zorgvormen. Pleegzorg staat open voor alle leeftijden. Het kan bijvoorbeeld gaan over minderjarigen in problematische leefsituaties of uit gezinnen met een tijdelijke ondersteuningsnood, kinderen of volwassenen met een handicap of met een psychiatrische problematiek. Het voorstel van decreet bouwt in dat verband bij de diensten voor pleegzorg aandacht in voor de transitie van minderjarigen in de pleegzorg naar de eventuele zorg voor meerderjarigen.

Vandaag bestaan er 24 pleegzorgdiensten. Met de uitvoering van dit voorstel van decreet zullen alle pleegzorggerelateerde taken worden ondergebracht binnen één organisatie, een organisatie waarvan het werkingsgebied de provincie is.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, mevrouw Schryvers, u houdt uiteraard een sterk pleidooi voor de integrale aanpak via het voorstel van decreet. U weet toch dat de sector zwaar ontgoocheld is omdat dit voorstel van decreet ingaat tegen een aantal actuele tendensen waar zij mee bezig zijn, vooral de zorgvernieuwing voor personen met een handicap. U weet dat daar zeer zwaar tegen geageerd wordt. Hoe gaat u dat aanpakken? Welke oplossing gaat u bieden?

Wel, mevrouw Van der Borght, we hebben er heel bewust voor gekozen om ook de meerderjarige personen met een handicap op te nemen in dit voorstel van decreet, en wel vanuit een weloverwogen idee van zorgcontinuïteit. Dat betekent dat we heel veel belang hechten aan een naadloze overgang van minder- naar meerderjarigheid. Die mag zeker niet abrupt verlopen en zeker niet voor kwetsbare groepen. Als we andere 18-jarigen niet zomaar loslaten, waarom zouden we dat dan wel doen met heel kwetsbare personen?

De diensten voor pleegzorg zullen moeten instaan voor een naadloze overgang. Wij vinden dat de pleeggast zelf in samenspraak met het pleeggezin of de pleegdienst moet kunnen beslissen hoe en wanneer een eventuele overstap naar een andere zorgvorm zal verlopen. Ik heb u altijd een pleidooi horen houden voor een eigen mening, voor de vrije keuze van de persoon met een handicap. Ik denk dat we daarin op deze manier het best kunnen in meestappen. We zetten iemand op zijn 18 niet ineens in een andere zorgvorm. Dat vind ik zeer zeer belangrijk.

Ik vind dit heel, heel belangrijk.

Ik wil hierbij nog opmerken dat dit voorstel van decreet absoluut niet uitsluit dat er een combinatie wordt gemaakt van pleegzorg met handicapspecifieke ondersteuning, integendeel zelfs. Ik wil hier nog aan toevoegen, mevrouw Van der Borght, dat er vorige week nog maar een symposium plaatsvond in Nederland waar uitdrukkelijk werd gesteld dat er veel meer aandacht moet zijn voor pleegzorg na 18 jaar, want dat het vanuit het perspectief van het pleegkind enorm belangrijk is om de band met het pleeggezin juist dan te kunnen behouden voor de opstap naar een zelfstandig leven. Het is een weloverwogen keuze.

Vera Van der Borght

Het gaat hem niet over de naadloze overgang van kinderen naar plus 18-jarigen, het gaat hem wel heel degelijk over de problematiek van de zelfregie, de zorgregie die de mensen zelf in handen hebben, die nu aan banden wordt gelegd.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

Ik heb een klein technisch vraagje. In het begin heb ik de besprekingen een beetje opgevolgd vanuit mijn persoonlijke interesse. Ik herinner me dat sommige actoren wat problemen hadden met de organisatie per provincie.

Daar kom ik straks nog op terug.

Marc Hendrickx

Het was maar omdat u het vermeldde daarnet.

Ik weet dat als u het woord ‘provincie’ hoort, er bepaalde belletjes gaan rinkelen. (Opmerkingen van de heer Marc Hendrickx)

Mevrouw Van der Borght, ik denk juist dat de zelfregie hiermee wordt gegarandeerd.

Collega’s, ik kom tot de pleegzorgdiensten en de provinciale organisatie ervan. Ik herhaal dat er vandaag 24 pleegzorgdiensten bestaan en dat met de uitvoering van dit voorstel van decreet alle pleegzorggerelateerde taken zullen worden ondergebracht binnen één organisatie, een organisatie die als werkingsgebied de provincie heeft. Schaalvergroting is absoluut nodig, maar impliceert geenszins dat pleegzorg drempelverhogend moet worden of dat diensten voor pleegzorg niet meer zouden moeten investeren in contacten met het ruimere veld van welzijnsvoorzieningen. Schaalvergroting moet pleegzorg meer zichtbaar maken als een coherent en slagkrachtig aanbod met diverse modules. Dit zal bijdragen tot een grotere bekendheid van pleegzorg. Sterke en sterk zichtbare diensten voor pleegzorg kunnen krachtiger investeren in acties die pleegzorg bekendheid geven en die inzetten op het werven van en verwerven van een voldoende grote diversiteit aan kandidaat-pleegzorgers. Met schaalvergroting moeten de kansen op een ‘matching’ tussen pleegkinderen, pleeggasten en kandidaat-pleeggezinnen worden geoptimaliseerd. De provinciale organisatie betekent geenszins dat de diensten minder bereikbaar zouden zijn. Integendeel, we kiezen ook uitdrukkelijk voor de inrichting van antennepunten.

Ik ben er ook van overtuigd dat de provinciale organisatie zal tegengaan dat diensten tegen elkaar worden uitgespeeld. Zo kan worden vermeden dat mensen gaan ‘shoppen’ of dat diensten voornamelijk bekommerd zullen zijn over de kwantiteit of het aantal plaatsingen dat ze kunnen uitvoeren, in plaats van over de kwaliteit die wij zo ongelofelijk belangrijk vinden.

Collega’s, een kind of jongere opvangen in een pleeggezin is nooit de eerste keuze. Terecht benadrukte het Kinderrechtencommissariaat tijdens de hoorzittingen dat de eerste piste altijd het eigen gezin is en moet zijn. Pleegzorg is als eerste te overwegen wanneer dit niet mogelijk is.

Geen pleegzorg zonder pleegouders. Het is belangrijk om onze enorme appreciatie uit te drukken voor de vele pleeggezinnen die dag in dag uit klaarstaan om kinderen en jongeren, pleeggasten, het beste te bieden van hun eigen gezin en hun eigen woning. De kwetsbaarheid van het kind dat of de jongere die in een pleeggezin zal worden opgenomen, maakt echter ook dat het noodzakelijk is om voldoende zekerheid te hebben met betrekking tot de draagkracht van en de eventuele risico’s in een kandidaat-pleeggezin.

Daarom voeren wij via de screening een attest in. Ik ben ervan overtuigd dat kandidaat-pleegzorgers en pleegzorgers zullen begrijpen dat zij worden gescreend. Zij hoeven hierdoor geenszins ontmoedigd of bevreesd te worden. De diensten voor pleegzorg worden belast met de screening. De screening houdt in dat per pleegkind of pleeggast een kandidaat-pleegzorger of een pleegzorger moet beschikken over een attest om het pleegkind of de pleeggast te kunnen opvangen. Het voorstel van decreet bepaalt dat een attest kan worden toegekend als voor alle meerderjarige leden van het kandidaat-pleeggezin of het pleeggezin een recent uittreksel uit het strafregister volgens model 2 aan de dienst voor pleegzorg wordt voorgelegd. Hieruit moet blijken dat er in hoofde van die personen geen elementen bestaan die onverzoenbaar zijn met pleegzorg.

Een tweede voorwaarde is dat het pleeggezin over voldoende draagkracht moet beschikken om het pleegkind of de pleeggast een stabiel leefklimaat te bieden. Met deze voorwaarde wordt geen uitspraak gedaan over wat een ideaal gezinsleven is voor de ‘natuurlijke’ leden van het gezin, laat staan voor pleegkinderen of pleeggasten. Het voorstel van decreet spreekt zich niet uit over het aantal pleegkinderen of pleeggasten dat in een pleeggezin mag worden opgevangen. Pleegzorg moet ook gedragen zijn door het gezin. Een derde voorwaarde is dan ook dat de leden van het gezin van de kandidaat-pleegzorger of de pleegzorger moeten worden betrokken bij de kandidaatstelling door de kandidaat-pleegzorger of de pleegzorger. Ook voor de ‘natuurlijke’ kinderen van het pleeggezin heeft de komst van een pleegkind of pleeggast – een pleegbroer of pleegzus – een grote impact.

Een dienst voor pleegzorg kan te allen tijde een attest intrekken wanneer de dienst oordeelt dat het pleeggezin niet langer over voldoende draagkracht beschikt om een pleegkind of een pleeggast op te vangen. Het voorstel van decreet voorziet ook in een bezwaarprocedure. Naast wervingsacties, het matchen van pleegkinderen en -gasten met pleeggezinnen en het begeleiden van pleegzorgsituaties krijgen de diensten voor pleegzorg de bijkomende taak om in te staan voor passende nazorg voor pleegkinderen, pleeggasten, ouders, pleegzorgers en pleeggezinnen. Een groot aantal minderjarigen die 18 jaar worden, blijven nood hebben aan een of andere vorm van zorg of ondersteuning. De diensten voor pleegzorg moeten daarom ook instaan voor zorgcontinuïteit.

Het voorstel van decreet beoogt niet alleen een schaalvergroting, maar ook – en dankzij de schaalvergroting – een verdere differentiatie in de pleegzorg. De brede gerichtheid van het pleegzorgaanbod wil bij uitstek mogelijk maken dat zorg op maat wordt gerealiseerd. Het is belangrijk om, rekening houdend met de diverse noden van de pleegkinderen of pleeggasten, een divers palet aan typemodules en modules van de pleegzorg te kunnen aanbieden. In het voorstel van decreet maken wij een onderscheid tussen ondersteunende pleegzorg, perspectiefzoekende pleegzorg, perspectiefbiedende pleegzorg en behandelingspleegzorg. Het voorstel van decreet legt de Vlaamse Regering op om te bepalen welke typemodules van de pleegzorg kunnen worden gecombineerd met typemodules buiten de pleegzorg of andere vormen van hulp- en dienstverlening. Een dienst voor pleegzorg moet ondersteunende pleegzorg aanbieden. Crisispleegzorg moet er deel van uitmaken, en daar moet zuinig mee worden omgesprongen.

Vandaag kan pleegzorg niet worden gecombineerd met andere hulpverleningsvormen. Voor het kunnen zorgen van echte hulp op maat, is dat een groot gebrek. Dit voorstel van decreet geeft daarom opvolging aan het Vlaams regeerakkoord en geeft de Vlaamse Regering de opdracht te bepalen welke typemodules in de pleegzorg kunnen worden gecombineerd met andere typemodules buiten de pleegzorg of andere vormen van hulp- en dienstverlening. CD&V vindt dat pleegzorg ten minste moet kunnen worden gecombineerd met thuisbegeleiding vanwege de bijzondere jeugdbijstand en de gehandicaptenzorg.

We hebben in de pers al meermaals kunnen lezen en het ook al van mensen uit het werkveld gehoord dat het aantal pleegzorgers voor heel jonge kinderen veel te beperkt is. De nood is groot. Het voorstel wijzigt op dit vlak het decreet over de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters. De bijdrage die pleegzorgers in de inkomensgerelateerde, voorschoolse kinderopvang voor het pleegkind zullen betalen, wordt voortaan de laagst gangbare bijdrage, onafhankelijk van het inkomen van het pleeggezin.

Pleegzorgers moeten immers worden gestimuleerd en gemotiveerd om ook jonge kinderen in hun gezin op te nemen en die kosten voor kinderopvang mogen, zoals we regelmatig hebben gehoord, geen barrière zijn.

We benadrukken ook het belang van een kostendekkende vergoeding voor pleegzorgers. De verschillende kostenvergoedingen die tot dusver gangbaar waren in de sectorale regelgevingen, zullen worden geharmoniseerd. Het voorstel van decreet reikt enkele parameters aan voor een differentiatie van die kostenvergoeding. De kostenvergoeding is vanzelfsprekend enkel bestemd voor het dekken van reguliere kosten. Daarnaast wordt voorzien in de toekenning van tegemoetkomingen voor bijzondere kosten door de Vlaamse Regering, gericht op het behoud of het herstel van de fysieke en/of psychische integriteit van het pleegkind of de pleeggast. Het voorstel van decreet is ook faciliterend voor pleegzorg doordat een pleegkind of een pleeggast voortaan sowieso recht heeft op een volledige studietoelage, op voorwaarde dat de pleegzorg in het pleeggezin langer dan een jaar duurt. Op die manier mogen oplopende studiekosten geen beletsel vormen om de pleegzorg voort te zetten.

Ik verwees daarnet reeds naar de bijzondere motiveringsplicht voor de jeugdrechtbank. Ook moet de jeugdrechtbank motiveren waarom meerdere minderjarigen uit eenzelfde gezin voor wie pleegzorg als afdwingbare pedagogische maatregel wordt opgelegd, niet kunnen worden toevertrouwd aan eenzelfde pleeggezin. Dit is niet meer of niet minder dan een motivering. De jeugdrechtbank kan bijvoorbeeld oordelen dat het wel opportuun is om een broer en een zus van elkaar te scheiden, maar er moet minstens over worden nagedacht en dit moet worden gemotiveerd.

Het voorstel regelt ook de vergunning en subsidiëring van de diensten voor pleegzorg. De opdrachten die deze diensten moeten vervullen, zijn nauwgezet geformuleerd. Daarnaast wordt voorzien in een partnerorganisatie waarmee de Vlaamse Regering een convenant zal afsluiten. Die organisatie moet onder meer de pleegkinderen, de pleeggasten, de pleegzorgers, de gezinnen waarvan de ouders of wettelijke vertegenwoordigers van de pleegkinderen of pleeggasten deel uitmaken en de diensten voor pleegzorg vertegenwoordigen.

Zoals ik daarnet al hebt gezegd, regelt dit voorstel van decreet alomvattend de pleegzorg binnen de Vlaamse bevoegdheden. Ik weet natuurlijk ook dat er een grote roep en nood is aan een aantal elementen waarvoor de federale overheid bevoegd is, zoals onder meer het statuut van pleegouders. Daarvoor liggen er wetsvoorstellen ter tafel bij onze federale collega’s. Ik hoop dat die snel verdere uitvoering zullen kunnen krijgen.

Collega’s, kinderen en jongeren zijn bijzonder kwetsbaar. Ook meerderjarigen kunnen zich in een kwetsbare positie bevinden en bescherming nodig hebben. Waar dit niet kan in de omgeving van een eigen gezin, kan pleegzorg een antwoord bieden. Ik hoop dat we met dit voorstel van decreet deze specifieke vermaatschappelijkte vorm van hulpverlening kunnen versterken. Het belang van het pleegkind of de pleeggast was bij het uitwerken van dit voorstel onze voortdurende leidraad. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Stevens heeft het woord.

Helga Stevens

Voorzitter, minister, geachte leden, onze fractie is zeer tevreden met het voorstel van decreet dat nu op tafel ligt. Het wil de hulpverleningsvorm pleegzorg duidelijk een duw in de rug geven. Pleegzorg moet voor jonge kinderen de eerste hulpvorm worden, zegt het Vlaams regeerakkoord. Dit voorstel gaat zelfs nog verder en breidt pleegzorg uit naar alle kinderen. Jeugdrechters zullen moeten motiveren waarom ze niet voor pleegzorg hebben gekozen, waardoor de hulpvorm een centralere plaats in het hulpverleningslandschap krijgt.

Voor de kinderen wordt duidelijkheid gecreëerd. Jeugdrechters kunnen kinderen boven de 12 jaar voor drie jaar in een pleeggezin plaatsen zonder hen jaarlijks te zien verschijnen voor de jeugdrechtbank, zoals dat nu wel gebeurt. Dit voorstel van decreet helpt deze kinderen bouwen aan hun toekomst.

Beste collega’s, tot op heden kampt Vlaanderen met een tekort aan pleeggezinnen. Via een recht op studietoelage voor pleegkinderen en een recht op het laagste tarief in de kinderopvang, wil dit voorstel nieuwe pleeggezinnen over de streep trekken. Elke pleegouder zal ook een attest moeten hebben per kind. Het voorstel van decreet kijkt dus niet enkel naar de kwantiteit van het aanbod, maar tracht ook de kwaliteit te verzekeren.

Er wacht de sector een grote reorganisatie. Onze fractie is zeer te spreken over de schaalvergroting die dit zal teweegbrengen. Vijf provinciale diensten zullen in Vlaanderen pleegzorg organiseren, bekender maken en intersectoraal verbinden. Van de screening van kandidaat-pleegouders tot de nazorg zullen deze diensten het aanspreekpunt zijn. Dit staat voor een eenvormige en duidelijke visie. Alle pleegzorggerelateerde taken zullen worden ondergebracht in een provinciale dienst. Dat betekent dat er meer duidelijkheid zal zijn voor iedereen, zeker voor de betrokkenen, zowel de gezinnen, de kinderen als de pleeggezinnen.

Ten slotte is onze fractie ook zeer benieuwd welke typemodules van pleegzorg de Vlaamse Regering combineerbaar zal maken met andere hulpvormen. Het voorstel spreekt minstens over de hulpverleningsvorm thuisbegeleiding. Ik vind dat men eventueel moet kijken naar andere vormen van ondersteuning die via het VAPH worden aangeboden zoals het persoonlijkeassistentiebudget en de internaten.

Minister, om deze redenen spreekt de N-VA-fractie zich positief uit over dit voorstel van decreet. Het zet een nieuwe stap naar de verdere vermaatschappelijking van zorg en ondersteuning. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan

Voorzitter, collega’s, ook onze fractie is heel blij met het initiatief dat voorligt. Vooral het belang van het kind en de vraaggerichtheid worden als zeer positief ervaren. In het verleden werden te veel de ouders als uitgangspunt genomen; nu primeert het belang van het kind, de continuïteit en de stabiliteit. Er is ook eenzelfde kwaliteit en garanties voor een netwerk ‘pleegzorg’. Het netwerk ‘pleegzorg’ wordt mee opgenomen in het decreet met dezelfde garanties, meer bepaald wat betreft ondersteuning, begeleiding, toezicht, betoelaging, kwaliteit, inspraak en verlofdagen.

Sp.a vroeg en kreeg een betoelaging die kostendekkend is. Dit gaat niet over bijvoorbeeld huishuur en dergelijke kosten, maar wel krijgt de pleegouder extra kosten terugbetaald van de Vlaamse Regering. Ook heel belangrijk is de mogelijkheid tot beroep tegen de beslissing van een dienst, wat ook voor onze partij een essentieel punt is. De nazorg voor de drie partijen – het pleegkind, de pleegouder en de ouder – dient ook als preventieve maatregel om herplaatsing te voorkomen en is broodnodig na meerderjarigheid. De beperking van administratieve lasten is ook heel positief. Alle administratieve gezinsondersteuning wordt mogelijk gemaakt. Ook voor crisispleegzorg is dit verkregen.

Van 24 diensten gaat men naar 5 provinciale diensten. Deze moeten, zoals opgenomen in het Kwaliteitsdecreet, vrij en met respect voor elke vorm van levensbeschouwing zijn. De verwijzing naar het decreet Rechtspositie Minderjarigen moet voor ons nog uitgebreid worden met gerechtelijke inspraak wanneer het kind langer dan 6 maanden ergens verblijft, en de contactmogelijkheid voor de pleegouders bij het beëindigen van de pleegzorg moet mogelijk zijn.

Om af te sluiten, inhoudelijk moeten de verschillende criteria bij de uitvoering nog op elkaar worden afgestemd, maar ik geloof dat dit voorstel van decreet een enorme verbetering is, dat de volle steun van onze fractie zal krijgen.

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Voorzitter, we behandelen hier een voorstel van decreet. Desondanks betreur ik dat de minister er niet is tijdens de bespreking. In zijn beleidsnota’s en -brieven geeft hij altijd aan aanwezig te willen zijn en tot daarjuist was hij ook aanwezig. Minister Vandeurzen heeft toch een parlementaire carrière achter de rug. Eigenlijk zou het hem sieren dit debat te volgen, ook al moet het strikt reglementair niet.

Pleegzorg is heel belangrijk en verdient de nodige aandacht. Indien een kind of jongere niet in de eigen thuisomgeving kan opgroeien, is in de meeste gevallen pleegzorg het beste alternatief. Zeker voor jonge kinderen, maar ik ben ervan overtuigd, voor alle jongeren die de warmte van een eigen thuis niet kennen.

De commissie Welzijn heeft in deze, en ook in de vorige legislatuur, al behoorlijk wat aandacht besteed aan pleegzorg in Vlaanderen. Er was de conceptnota, er hebben verschillende boeiende, interessante en leerrijke hoorzittingen plaatsgevonden en vandaag bespreken we het voorstel van decreet.

Het is een voorstel met verschillende positieve uitgangspunten. Het is inderdaad belangrijk dat er meer harmonisatie komt in de pleegzorg. De geplande crisispleegzorg bij elke pleegzorgdienst is ook een verbetering. Ook vindt onze fractie het bijzonder positief dat een pleeggezin een beroep kan doen op kinderopvang aan het laagste tarief, onafhankelijk van het gezinsinkomen, en dat in de toekomst de schooltoelage automatisch zal worden toegekend, ook voor kinderen ouder dan 18 jaar. Voor bijzondere kosten zal er een tegemoetkoming zijn. Dat was al lang een verzuchting.

Vandaag kan pleegzorg in veel gevallen niet worden gecombineerd met andere vormen van hulpverlening. Tijdens de hoorzittingen is hier uitvoerig op ingegaan. Dit voorstel van decreet wil ook hieraan iets wijzigen. Het is positief om een zorg op maat te realiseren. Het zal de Vlaamse Regering zijn die moet bepalen welke typemodules in de pleegzorg kunnen worden gecombineerd met andere typemodules buiten de pleegzorg of andere vormen van hulp- en dienstverlening. Ik hoop dan ook dat de Vlaamse Regering hier snel werk van zal maken. Misschien zou het wel nuttig zijn hierover eerst van gedachten te wisselen in de commissie Welzijn.

Nochtans blijven er belangrijke knelpunten. Dit voorstel kiest voor schaalvergroting. De huidige 24 pleegzorgdiensten worden beperkt tot één per provincie. Schaalvergroting op zich is een positieve evolutie, maar met dit voorstel van decreet gaat de meerderheid te ver. Eén dienst per provincie is nu echt wel van het goede te veel.

Als kandidaat-pleegouders op slechts één dienst van hun provincie een beroep kunnen doen, welke garanties zijn er dat hun dossier in alle gevallen op een objectieve en correcte wijze zal worden behandeld? Welke waarborgen zijn er dat de beoordeling op een neutrale wijze gebeurt? Wat gebeurt er bij ernstige meningsverschillen tussen de dienst en de kandidaat-pleegouder gedurende het pleegouderschap? Akkoord, u bepaalt dat dit dossier dan kan verhuizen naar een andere dienst die zal worden aangeduid volgens een jaarlijks wisselend rotatiesysteem, maar dit is absoluut geen goede manier van werken. Het is toch onaanvaardbaar dat een kandidaat-pleegouder of pleegouder uit Antwerpen zich in deze omstandigheid zou moeten wenden tot een dienst in Oost-Vlaanderen. Dit dient te worden herbekeken.

Er komt hiertegen dan ook reactie. Het Vlaams Welzijnsverbond is zwaar gekant tegen deze fusie. Zo vreest de organisatie dat de beoogde fusie tot één dienst per provincie praktische problemen met zich zal meebrengen omdat diensten vandaag een werkingsgebied hebben dat de provinciegrenzen overschrijdt.

Ook al is de situatie vandaag met 24 pleegzorgdiensten van het goede te veel, dat geef ik toe, een verplichte fusie is geen goed alternatief. Een fusie moet gebeuren wanneer de initiatiefnemers daar zelf voor opteren. De huidige regeling gaat in tegen het vrije initiatief en de vrijheid van vereniging.

Ook de beoordeling van de draagkracht van een kandidaat-pleeggezin of van een pleeggezin gedurende het pleegouderschap, moet op een soepele wijze gebeuren. Niet al te veel strikte regels, maar vooral kijken naar de ingesteldheid van de kandidaat-pleegouder, dat is heel belangrijk. Vandaag is het niet duidelijk hoe de draagkracht zal worden beoordeeld. Ik wil duidelijk beklemtonen dat het heel belangrijk is ervoor te zorgen dat er uiteraard geen misbruiken kunnen gebeuren en dat er een behoorlijke screening gebeurt. Maar ik ben ervan overtuigd dat het overgrote deel van mensen die de bereidheid aan de dag willen leggen om zich kandidaat te stellen, dit doen met een groot hart, dit doen omdat ze echt bekommerd zijn met het lot van het kind dat geen eigen thuis heeft, dit doen uit liefde.

Er is ook kritiek op de regeling voor meerderjarige personen met een handicap. Hier bestaat de vrees dat de zorg voor deze mensen erop zal achteruitgaan. Dat is trouwens heel uitvoerig aan bod gekomen tijdens de hoorzittingen. Ook hier biedt dit voorstel van decreet spijtig genoeg geen antwoord op.

Het Vlaams Welzijnverbond klaagt ook aan dat dit voorstel van decreet ingaat tegen een aantal tendensen, zoals de multifunctionele centra in de bijzondere jeugdbijstand en de zorgvernieuwing voor personen met een handicap. Deze knelpunten moeten beter worden uitgeklaard alvorens dit voorstel van decreet goed te keuren.

Ik wil nog een knelpunt aanhalen, maar ik wil er onmiddellijk aan toevoegen dat dit helaas nog altijd niet onze bevoegdheid is, maar een federale. Toch wil ik het even opwerpen, namelijk het statuut voor de pleegouder. Ook hier moet dringend werk van worden gemaakt. Ik durf dan ook te vragen – daarom betreur ik dat de minister er niet is – dat de minister naar aanleiding van het overleg met zijn federale collega’s, erop aandringt dat daar werk van wordt gemaakt. Dat geldt ook voor de psychiatrische gezinsverpleging, waar de federale normering verhindert dat er een volledige integratie komt in de diensten voor pleegzorg. Ook dat moet aandacht krijgen in het overleg. Onze fractie zal zich dan ook onthouden bij de stemming. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Dillen, artikel 42bis van het reglement zegt dat de plenaire vergadering bij volstrekte meerderheid van stemmen de aanwezigheid van de leden van de regering kan vorderen als een volksvertegenwoordiger dat voorstelt. Het is niet de gewoonte dat bij voorstellen van decreet de minister aanwezig is, maar u had dat kunnen voorstellen.

Marijke Dillen

Voorzitter, in alle eerlijkheid, minister Vandeurzen, een minister met parlementaire ervaring, had dat zelf moeten weten. Het is een voorstel van decreet, net zoals vele andere, dat aan de Vlaamse Regering een aantal bevoegdheden geeft om een en ander uit te klaren. Minister Vandeurzen was tot een kwartier geleden aanwezig in het parlement. Ik had eigenlijk gehoopt dat hij uit eigen initiatief zou komen. Ik ken zijn agenda niet, dat zijn trouwens mijn zaken niet. Ik had echt gehoopt dat hij zelf dat initiatief zou hebben genomen. Ik wil deze vergadering niet laten schorsen om de minister op te vorderen. Ik had het alleen als een blijk van waardering voor dit parlement kunnen zien, niet meer maar ook niet minder (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Dillen, het is niet gezegd dat ik daarvoor zou schorsen.

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Mevrouw Dillen, ik heb ook op mijn voorbereiding staan: ’Mijnheer de minister,...’. Ik ging er ook van uit dat hij er zou zijn.

Voorzitter, collega’s, vooraleer de bespreking ten gronde aan te vatten, wil ik toch even mijn ongenoegen uiten over de gang van zaken in de commissie Welzijn, waar dit voorstel van decreet werd behandeld.

Wegens het gevorderde uur op het ogenblik dat we de bespreking van het voorstel van decreet in de commissie zouden aanvatten, hadden verschillende leden van de oppositie gevraagd of het, gezien het belang van het voorstel van decreet, niet wenselijk was de bespreking met een week uit te stellen. De meerderheid had daar geen oren naar, wat hun goed recht is.

Nadat mevrouw Schryvers de toelichting had gegeven over het decreet, vonden diezelfde mensen het nodig om buiten de commissie overleg te plegen over een amendement dat nog moest worden ingediend. Daardoor moest de oppositie haar opmerkingen noodgedwongen formuleren voor een lege commissiezaal. Uit protest hebben we toen de commissievergadering verlaten.

Er waren nog twee leden van de meerderheid aanwezig: mevrouw Turan als verslaggever en mevrouw Godderis. De indieners van het decreet stonden toen allemaal buiten. De heer Dehaene was toen verontschuldigd, ik mocht zijn voorzittersfunctie overnemen.

Wij hebben de commissievergadering verlaten. Ik had op dat ogenblik evengoed kunnen gebruikmaken van mijn recht als voorzitter om de vergadering stop te zetten. Dan hadden de leden van de meerderheid daar mooi gezeten met hun voorstel van decreet. (Opmerkingen van mevrouw Gerda Van Steenberge)

Ik ben veel te braaf, ik weet het. Ik hoop nog steeds op een hemel.

Voorzitter, wij hebben het hier vaak over de waardering van het parlementaire werk. U bent daar terecht heel gevoelig voor. De attitude van sommige leden van deze meerderheid ten aanzien van de oppositie maakt duidelijk dat dat een pleidooi zonder voorwerp is geworden.

Ik zal overgaan tot de inhoud. Misschien hebben mevrouw Schryvers en haar collega’s van de meerderheid nu wel tijd om te luisteren? Ik hoop het.

Mevrouw Van der Borght, u hebt blijkbaar een heel selectief geheugen. De week voor de commissievergadering waarop dit voorstel van decreet behandeld werd, had de heer Dehaene gezegd dat hij de commissie de week nadien niet kon voorzitten. De agenda is samengesteld. U hebt toen gezegd dat er geen enkel probleem was, dat u geen avondvergadering had en dat de commissievergadering dus sowieso kon plaatsvinden met de agenda die was vastgesteld.

Toen het voorstel van decreet werd behandeld in de commissie, was het bijna 17.00 uur. De oppositie heeft toen inderdaad geopperd de bespreking uit te stellen. Ik heb daarop gezegd dat we volgens mij geen nine-to-fivejob hebben en dat we er niets mee inzitten om wat later te werken. Het was een belangrijke bespreking en we hadden afgesproken die tijdens die vergadering af te handelen.

Vera Van der Borght

Mevrouw Schryvers, daar gaat het niet over. Het gaat over respect.

Mevrouw Van der Borght, u moet nu niet doen alsof u bent weggelopen omdat wij eventjes buiten waren. U had voordien gezegd dat u om 17.30 uur weg moest. U hebt één minuut voor 17.30 uur met heel veel omhaal de commissiezaal verlaten, zogezegd omdat wij even buiten waren. U moet de waarheid geen onrecht aandoen.

Vera Van der Borght

U moet de waarheid ook geen onrecht aandoen, mevrouw Schryvers. Wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen en zijn aan onze uiteenzetting begonnen. De heer Gysbrechts heeft zich op een bepaald moment de vraag gesteld voor wie hij eigenlijk sprak, omdat er niemand meer aanwezig was. Toen hebben we inderdaad gereageerd. Omdat mevrouw Vogels niet kon blijven, heeft zij gevraagd de bespreking uit te stellen. Zij is inderdaad meteen vertrokken. Het mag toch ook eens gezegd worden hoe sommige leden van de meerderheid te werk gaan. (Applaus bij Open Vld en het Vlaams Belang)

Pleegzorg is een begeleidingsvorm die in alle sectoren waar ze wordt gebruikt ervaren wordt als enorm waardevol. Aan de warmte die een gezin biedt, kan geen voorziening tippen. We kunnen deze mensen niet dankbaar genoeg zijn. Dat hebben de vorige sprekers ook al gezegd. We moeten echter ook aanvaarden dat pleegzorg niet voor elk kind de beste oplossing is.

We erkennen dat het voorstel van decreet een aantal positieve aspecten bevat. Het uitbouwen van een crisispleegzorg in elke dienst is zeker een goede zaak. De tegemoetkoming voor bijzondere kosten is een stap in de goede richting. Positief is trouwens ook dat inzake kinderopvang de laagste ouderbijdrage wordt aangerekend. Men moet dan wel een plaats vinden in de gesubsidieerde opvang of inkomensgerelateerde zelfstandige kinderopvang, maar goed.

Ook de toekenning van de hoge studiebeurs zal de financiële nadelen voor pleegouders beperken.

De combinatiemogelijkheden van pleegzorg met andere zorgvormen is een natuurlijk uitvloeisel van de integrale jeugdhulp. Het moet ook maken dat pleeggezinnen ook kinderen met een ruimere problematiek kunnen handhaven in hun gezin en dat zij daarbij, net als natuurlijke ouders, de nodige begeleiding kunnen krijgen. Ik hoop dat daar echt werk van wordt gemaakt, want het kan heel wat falen voorkomen.

Het voorstel van decreet bepaalt ook dat de beslissing of het om perspectiefzoekende pleegzorg dan wel om perspectiefbiedende pleegzorg gaat, zich moet uitkristalliseren binnen de zes maanden, eventueel binnen het jaar. Het is positief dat we die termijn kort houden, omdat dit de rechtsonzekerheid bij alle partijen – natuurlijke ouders, pleegkinderen en pleegouders – snel kan wegnemen.

Pleegzorg vinden we vandaag terug bij Kind en Gezin op vrijwillige basis, bij de bijzondere jeugdzorg vrijwillig of gedwongen, bij personen met een handicap en historisch in de psychiatrie in Geel. Elke vorm van pleegzorg had zijn eigen regels, voorwaarden en financieringsmodaliteiten. Met het streven naar een integrale jeugdhulp was het duidelijk dat we ooit de discussie zouden gaan voeren over een geïntegreerd model.

Toch is er over het doelpubliek ook enige discussie. De sector van personen met een handicap ziet deze formule van pleegzorg niet zitten voor volwassen personen met een handicap. Open Vld deelt die mening, omdat we inderdaad denken dat er voor volwassen personen met een handicap vandaag goede initiatieven bestaan die veeleer focussen op wonen met begeleiding, waarbij terecht de nadruk wordt gelegd op het in handen houden van de regie van het leven door de personen met een handicap, iets wat deze mensen heel hoog in het vaandel dragen. Ons amendement om volwassen personen met een handicap uit het toepassingsgebied te halen, dat ook werd ondertekend door de collega’s van Groen, is spijtig genoeg niet behouden.

De geïntegreerde dienst voor pleegzorg bevat ook de gezinsverpleging in de psychiatrie, ofschoon zij hun ziekenhuisstatuut behouden. We weten dat de federale subsidies voor die gezinsverpleging op dit ogenblik niet kostendekkend zijn. Zal deze pleegvorm ook nog een uitrol kennen in andere provincies dan de provincie Antwerpen? Initiatiefnemers zijn immers niet geneigd om verlieslatende werkvormen te ontplooien op andere plaatsen. De vraag is dus of de Vlaamse Regering voorziet in subsidies die het financieel mogelijk maken om deze werkvorm wel uit te rollen. Zo niet, zie ik niet de toegevoegde waarde van hun integratie in de provinciale dienst voor pleegzorg.

Pleegzorg kende binnen de bijzondere jeugdzorg een grote groei. We weten dat dit vooral te maken had met de beperkte groei in gesubsidieerde en vooral geprogrammeerde voorzieningen. Die toename heeft ons gewezen op een aantal knelpunten: het tekort aan pleegouders, waarbij we een stijgend aantal netwerkplaatsingen kennen en een stabiel aantal bestandplaatsingen, de problematiek van de screening, het feit dat pleegzorg niet geschikt is voor elk kind. Bij de diensten leefde heel sterk het gevoel dat mensen moesten kunnen worden vrijgemaakt om pleegzorg bekend te maken en nieuwe pleeggezinnen te vinden. Daaruit kwam de conclusie dat er nood was aan schaalvergroting.

Het voorstel van decreet dat voorligt, spiegelt zich aan het Limburgs model, waar de welzijnssector traditioneel op provinciale leest georganiseerd is. Dat model wil men nu van bovenaf opleggen in heel Vlaanderen.

Iedereen is het ermee eens dat er nood is aan schaalvergroting. Schaalvergroting maakt dat men voldoende capaciteit heeft om screening, matching en sensibilisering professioneel aan te pakken. Maar schaalvergroting kun je ook bereiken door die op te leggen en diensten de gelegenheid te bieden om van beneden te gaan samenwerken, samensmelten om die schaalgrootte te halen ofwel, zoals in casu, gewoon te bepalen dat er nog één dienst per provincie zal zijn. Willen of niet, wie als dienst wil overleven, zal samensmelten met de diensten die aanwezig zijn in de provincie. Wij, als liberalen, opteren voor het eerste model. De meerderheid heeft gekozen voor het tweede model.

De keuze voor het eerste model is ingegeven door de overweging dat vormen van synergie die vanuit de basis ontstaan beter functioneren dan opgelegde structuren en dat beperkingen garant staan voor een grotere diversiteit. Bovendien is de schepping van een monopoliepositie nooit een goede zaak. Dit is niet goed voor de kwaliteit van de zorg en omwille van het gevaar op machtsmisbruik.

Het voorstel van decreet legt per provincie een dienst op met een werkingsgebied binnen de provinciegrenzen. Dit staat in schril contrast met een schrijven van het IVA Jongerenwelzijn aan de voorzieningen binnen de bijzondere jeugdzorg. Ik citeer letterlijk:”Met de nota wil Jongerenwelzijn evenmin een proces van verplichte fusionering of van het in vraag stellen van de bestaansreden van de huidige initiatiefnemers opstarten. Binnen een geresponsabiliseerd werkveld gaan we ervan uit dat de private initiatiefnemers zelf de vraag naar optimale en efficiënte organisatievormen en -groottes zullen stellen.” De Vlaamse administratie heeft blijkbaar meer vertrouwen in het werkveld dan de Vlaamse volksvertegenwoordigers van de meerderheid.

Ten slotte stel ik me de vraag wat er zal gebeuren wanneer de Vlaamse overheid zich verplicht ziet, bijvoorbeeld omdat niet aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan, de vergunning van een provinciale dienst in te trekken. In een scenario dat per provincie slechts in een actieve dienst voorziet, blijft een hele provincie verweesd achter. Ook dit is een mogelijk neveneffect van deze werkwijze.

Een belangrijk probleem in dit voorstel van decreet is dat het weinig over de screening van kandidaat-pleeggezinnen zegt. Op zich is de screening moeilijk in regels te vatten. Dat hebben we in verband met adoptie met veel schade en schande geleerd. We zullen dat in de loop van de komende jaren in verband met het nieuw decreet betreffende de kinderopvang opnieuw ondervinden. We zullen de kandidaat-onthaalouders screenen en ons weer aan diezelfde steen stoten.

Veel leren we niet uit het voorstel van decreet. Zullen we met een uniek screeninginstrument werken? Ik hoop het niet. We weten dat de pleegdiensten momenteel op verschillende manieren te werk gaan. Ouders die volgens de ene dienst niet voldoen, functioneren bij een andere dienst zeer goed.

Dat binnen de provinciegrenzen slechts een dienst voor pleegzorg actief zal zijn, betekent dat we aan diversiteit zullen inboeten. Dit zal het voor kandidaat-pleegouders veelal onmogelijk maken om, zoals momenteel wel gebeurt, van de ene dienst naar de andere dienst over te stappen. Op die manier worden de kansen van mensen om een pleeggezin te vormen en van kinderen om in een pleeggezin terecht te komen enorm verkleind. Ik dacht nochtans dat het omgekeerde het doel was. Ik dacht dat dit voorstel van decreet de ambitie had de pleegzorg bekend te maken en meer pleeggezinnen te vinden en te werven.

Wie volgens een dienst niet geschikt is, kan een herkansing vragen. De Vlaamse overheid zal jaarlijks de dienst aanduiden die gedurende dat jaar de nieuwe screenings zal uitvoeren. We twijfelen er sterk aan of dit zal werken. Zelfs als een kandidaat-pleeggezin bij de herkansing geschikt wordt bevonden, zal het moeten functioneren binnen de dienst die het gezin in eerste instantie niet geschikt vond. Kan iemand zich inbeelden dat dit nog ooit goed komt? Bovendien kan de pleegdienst de ouders jarenlang op een pleegkind laten wachten. Op die manier kan de dienst nogmaals de aversie ten aanzien van kandidaat-pleegouders tonen.

Elke afwijzing wordt centraal geregistreerd. Nergens in het voorstel van decreet staat te lezen wat de diensten met een dergelijke afwijzing moeten doen. Nergens wordt vermeld hoe lang die registratie stand houdt. Dit getuigt van weinig respect voor de rechten van mensen. Bovendien vraag ik me af wie nog zin zal hebben om als pleegouder in dit sterk door de overheid gestuurd kader te functioneren.

Verder heb ik mijn twijfels bij de partnerorganisatie. Zoals dit in het voorstel is geconcipieerd, wordt de partnerorganisatie een kenniscentrum dat de actoren moeten runnen. Dit betekent dat ze zelf moeten beslissen hoe ze zichzelf zullen ondersteunen. Tot slot zullen ze, met al hun tegengestelde belangen, als gesprekspartner van de Vlaamse Gemeenschap moeten dienen. Dit lijkt me een onwerkbaar systeem.

De Open Vld erkent de meerwaarde van sommige punten in dit voorstel van decreet voor de pleegzorg. We ervaren het voorstel van decreet desalniettemin als te dirigistisch en weinig getuigend van respect voor het werkveld en voor het doelpubliek. De nagestreefde doelstelling, de werving van meer pleeggezinnen, zal wellicht worden ondergraven door de te strakke regie die de Vlaamse overheid nastreeft. Vanuit die invalshoek zullen we dan ook tegen dit voorstel van decreet stemmen. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Dit voorstel van decreet is belangrijk maar niet hoogdringend. De indieners hebben er lang aan gewerkt. Er is een visienota over gemaakt en er zijn hoorzittingen geweest. Ik heb nooit begrepen waarom dit voorstel van decreet, dat achteraan de agenda staat, absoluut op één namiddag moest worden goedgekeurd. Het was een kwestie geweest van wederzijds begrip en respect om daar de tijd voor te nemen. Indien dat was gebeurd, dan hadden wij hier op de tribune in deze plenaire vergadering niet meer zo lang moeten spreken. Ik betreur de manier van werken in de commissie en ik betreur het feit dat de indieners het absoluut nodig vonden om daar de forcing te voeren. Die forcing wint men altijd, want dat gaat over meerderheid tegenover oppositie. Dat wilde ik even vooraf zeggen.

Nu wil ik het hebben over het voorstel van decreet zelf. Vinden wij pleegzorg belangrijk? Ja, met een groot uitroepteken! Steunen wij de indieners van dit voorstel van decreet wanneer zij stellen dat vooral voor kleine kinderen pleegzorg de eerste keuze moet zijn wanneer de opvang in het eigen gezin niet meer mogelijk is? Ja, met een groot uitroepteken! Vinden wij dat pleegzorg sterker kan worden wanneer de verschillende vormen van pleegzorg beter samenwerken? Ja, met een groot uitroepteken! De hamvraag is echter of we daarvoor een speciaal voorstel van decreet moeten maken.

Op het terrein ziet men al lang door de bomen het bos niet meer. In 1999 zijn we begonnen met een proces dat nog altijd bezig is. Het gaat over integrale jeugdhulpverlening, waarbij we ervoor hebben gekozen om niet de zorgaanbieder maar de zorgvrager centraal te stellen en om te werken met een vermaatschappelijking van de zorg. Het is de bedoeling om op maat van het kind een geheel van zorgmodules aan te bieden die het best passen bij de zorgbehoefte van dat kind op dat moment. Dat betekent dat men op een bepaald moment bijvoorbeeld kan zeggen dat een kind tijdens de week in het internaat verblijft maar in het weekend bij een pleeggezin. Een kind kan ook in een pleegezin verblijven maar intussen begeleid worden door een thuisbegeleidingsdienst. Allerlei soorten zorg worden in modules aan elkaar gebreid. Daar heeft men dit voorstel van decreet niet voor nodig. Er is een decreet Integrale Jeugdhulp uit 2004, waarvan de minister heeft aangekondigd dat hij dat wil wijzigen. Toch gaat hij nog altijd verder op dat idee.

Ik ben het volledig eens met mevrouw Van der Borght, die zegt dat er opeens een voorstel van decreet over de pleegzorg is met allerlei bijkomende formules en regels en met een eigen dynamiek en regelgeving, waardoor de samenwerking met de andere zorgvormen veel moeilijker zal worden. De multifunctionele centra zijn in het leven geroepen precies om op maat van het kind en op een eenvoudige manier verschillende zorgvormen te combineren. Dat wordt nu zwaar gehypothekeerd.

Ik zou de indieners van dit voorstel van decreet willen vragen waarom zij morgen geen apart voorstel van decreet indienen voor thuisbegeleiding. Er is thuisbegeleiding in de jeugdzorg, bij Kind en Gezin en in de gehandicaptenzorg. Of waarom wordt er geen apart voorstel van decreet ingediend voor begeleid wonen? Dat bestaat ook in de bijzondere jeugdzorg en in de gehandicaptenzorg. Ik zie de logica niet in van dit apart voorstel van decreet. Het staat haaks op de idee van het doorbreken van al die verschillende zorgvormen om zorg te organiseren op maat van de klant.

Dat geldt bij uitstek wanneer je zegt dat je niet enkel de pleegzorginitiatieven van jongeren maar ook die van volwassenen in de sector van de gehandicaptenzorg opneemt. Die zitten ondertussen in het Perspectief 2020, waar wordt gedacht vanuit de vermaatschappelijking van de zorg en multifunctionele centra. Plots heb je een vorm die je in een apart decreet steekt. Ik zie de logica van dit voorstel van decreet totaal niet.

Het voorstel van decreet zet de zorgaanbieder opnieuw centraal en hypothekeert de zorg op maat voor kinderen, maar zeker voor volwassenen. Het is duidelijk dat niet enkel het Vlaams Welzijnsverbond, maar ook het Pluralistisch Platform Gehandicaptenzorg hiertegen zwaar reageert.

Is het voorstel van decreet belangrijk om de pleegzorg te versterken en meer pleegouders te vinden? Heb je dit voorstel van decreet nodig om de verschillende diensten voor pleegzorg te laten samenwerken? Dat denk ik niet. Ik ben het eens met mevrouw Van der Borght. Ik ben absoluut voor regionale samenwerking en tegen verzuilde samenwerking, maar het provinciale model is een Limburgs model. In Limburg kun je inderdaad een provinciaal niveau creëren waar je pleegouders kunt werven en organiseren. In een provincie als Oost-Vlaanderen, waar je zit met de grootstedelijke regio Gent, en meer nog in Antwerpen, waar je zit met de grootstedelijke regio Antwerpen, kent pleegzorg een totaal andere realiteit.

Pleegzorg, collega’s, vindt moeilijk kandidaten omdat steeds meer mensen geroepen worden om met twee actief te zijn op de arbeidsmarkt. Het wordt steeds moeilijker om gezin en arbeid te combineren. Dat geldt natuurlijk bij uitstek wanneer je een bijkomende zorgtaak opneemt voor een pleegkind. In een stedelijke omgeving, waar je met veel alleenstaande ouders zit en waar de vraag naar pleegzorg veel groter is, ken je vooral de netwerkpleegzorg. Dat betekent dat kinderen worden opgenomen in de familiekring of in de vriendenkring.

Ik geef nog eens het voorbeeld dat ik al eens heb vermeld, maar dat overeind blijft. Een alleenstaande moeder met drie kinderen wordt op een bepaald moment gecolloqueerd. Het is vrijdag en de consulent van het comité bijzondere jeugdzorg zit dus met drie jonge kinderen. Er is nergens opvang. De enige mogelijkheid is de grootmoeder aanspreken en vragen of die haar verantwoordelijkheid wil nemen. De grootmoeder wordt psychologisch onder druk gezet. Ze wil dat ook wel doen voor haar drie kleinkinderen, maar ze woont in een sociale woning met één slaapkamer. De grootmoeder neemt de drie kinderen in huis. Er wordt gezorgd voor drie matrasjes in de living, waar ze kunnen slapen. Er wordt gezegd dat het een noodoplossing is in afwachting van een betere oplossing. Zes maanden later wonen die kinderen nog altijd in dezelfde onaanvaardbare omstandigheden en krijgt de grootmoeder last met de sociale huisvestingsmaatschappij, want zij mag geen drie bijkomende personen huisvesten.

Dat is de realiteit op dit moment in de grootstad Antwerpen. Kijk naar de cijfers. Het percentage netwerkpleegzorg – niet allemaal even schrijnend als mijn voorbeeld, maar wel gevallen waarbij men gaat zoeken naar familieleden omdat men geen opvang heeft – overschrijdt ruimschoots het percentage pleegzorg waaraan wij hier in de middenklasse denken. Wij denken aan de goede tweeverdieners die uit caritatieve overweging een kindje in huis halen.

Ik zie niet in hoe je met de instrumenten van dit voorstel van decreet, waarbij een soort attest en een soort proef nodig is, op die netwerkpleegzorg kunt afgaan. Zul je die mensen testen om te weten of zij goede pleegouders zijn? Zij kunnen niet anders dan hun kleinkinderen opvangen. Zij kunnen niet anders dan hun familie opvangen. Dit voorstel van decreet gaat totaal voorbij aan de realiteit die er op dit moment in de grootstad bestaat. (Opmerking van mevrouw Marijke Dillen)

En voor een groot deel, allicht, ook op het platteland.

Het is dus een fictie om te denken dat je met dit voorstel van decreet de pleegzorg kwalitatief zult verbeteren en een beter statuut zult geven – want dat is niet onze maar een federale bevoegdheid. Je zult de pleegzorg ten dele loswrikken uit de rest van de jeugdzorg, wat absoluut niet de bedoeling is. Je zult er opnieuw meer regeltjes en controle op zetten, wat totaal voorbijgaat aan de realiteit.

Collega’s, wij zullen dit voorstel van decreet niet goedkeuren. Pleegzorg ligt ons zeer na aan het hart. Maar dit voorstel is overbodig. Het is niet nodig. Er zijn problemen binnen de pleegzorg, maar die kunnen op een andere manier worden opgelost. En veel beter dan met een decreet dat opnieuw regeltjes en overlegfora oplegt.

Collega’s van de meerderheid en vooral van CD&V, ik wil ten slotte verwijzen naar de persmededeling van het Vlaams Welzijnsverbond van gisteren. Dat haalt eigenlijk de twee amendementen die we samen met de collega’s van Open Vld hebben ingediend, opnieuw aan. Zij zeggen dat ze het niet oké vinden dat ook de pleegzorg voor volwassen personen met een handicap mee in dit voorstel van decreet zit, en ook niet dat van bovenuit een soort van provinciaal model wordt opgelegd. Zij hebben waarschijnlijk andere redenen dan ik, maar ik wil u vragen dit voorstel terug te trekken. Het is niet rijp om goedgekeurd te worden. De belangrijkste middenveldorganisaties, die u anders nochtans heel na aan het hart liggen, het Vlaams Welzijnsverbond, mevrouw Schryvers, heeft heel grote vragen bij dit voorstel van decreet. Houd de eer aan uzelf en trek het terug. Ik denk niet dat minister Vandeurzen, die hier vandaag niet voor niets niet is, dit ooit zal uitvoeren. (Applaus bij Open Vld, het Vlaams Belang en Groen)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Opmerkingen)

In het kader van de discussie die hier werd gevoerd, die trouwens veel langer geduurd heeft dan in de commissie zelf, lijkt het me logisch dat er een repliek wordt gegeven op datgene wat de oppositiepartijen hier naar voren hebben gebracht.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, ik wil wel repliceren, maar ik ben op alle punten die door de oppositie worden naar voren gehaald – de opname van meerderjarige personen met een beperking en de provinciale organisatie – uitvoerig ingegaan tijdens mijn algemene uiteenzetting. Ik kan dat nog eens herhalen.

De voorzitter

De heer Dehaene heeft het woord.

Tom Dehaene

Voorzitter, er zijn hier collega’s die kritiek hebben op de snelheid waarmee dit voorstel van decreet behandeld zou zijn. Collega’s, mag ik u eraan herinneren dat er zelden zoveel tijd werd uitgetrokken voor de behandeling van dit thema? We zijn begonnen met een conceptnota. We hebben toen zeer veel hoorzittingen georganiseerd. Op basis van die hoorzittingen zijn we tot die tekst gekomen. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat dit op een drafje wordt gerealiseerd, zonder terugkoppeling met de sector. Als het u kan geruststellen, wees er dan van overtuigd dat ook de minister dit een goed voorstel van decreet vindt en niet zal twijfelen om het uit te voeren.

Marijke Dillen

Voor alle duidelijkheid: naast de bedenking dat ik het betreur dat de minister hier niet was, ben ik mijn uiteenzetting begonnen, mijnheer Dehaene, met te zeggen dat wij in de commissie en in dit Vlaams Parlement heel veel aandacht hebben besteed aan dit thema. En dat niet alleen deze legislatuur – u weet dat ook want we zaten in de vorige legislatuur ook samen in de commissie. Er was de conceptnota van de meerderheid, die heel uitvoerig werd besproken. Er waren zeer interessante hoorzittingen, waarvoor tijd genoeg werd genomen. Maar u moet toch wel toegeven dat het op een drafje door de commissie is gegaan, zonder respect voor de opmerkingen. Ik kon die middag zelf niet aanwezig zijn. Ik heb mij verontschuldigd en u weet waarom.

U moet niet zeggen, mevrouw Schryvers, dat u vandaag al uw hele uitleg hebt gegeven op het spreekgestoelte. (Opmerkingen van mevrouw Katrien Schryvers)

De voorzitter heeft het terecht opgemerkt: alles staat letterlijk in het verslag van de commissie. Ik heb de moeite gedaan om dat volledig te lezen, dat was in twee minuten gebeurd. Er werd nauwelijks aandacht besteed aan de amendementen die toen – terecht – werden ingediend door collega’s van de oppositie. Nu zeggen dat er in de commissie wel aandacht voor was, is onjuist. Dat gebeurde hier vandaag op het spreekgestoelte misschien wel even, maar in de commissie niet.

Mieke Vogels

Ik wil daaraan toevoegen dat er inderdaad hoorzittingen geweest zijn, twee namelijk. Maar het voorstel van decreet houdt op geen enkele manier rekening met de opmerkingen die tijdens de hoorzitting werden gegeven.

Voorzitter, mevrouw Dillen, ik heb daarnet niet gezegd dat ik op die opmerkingen uitvoerig ben ingegaan in de commissie, maar wel hier. Ik heb dit thema en die twee elementen daarnet behandeld.

Nog eens, wat de commissieagenda betreft, we hebben in de commissie uitdrukkelijk afgesproken dat we dit zouden behandelen en dat het mogelijk lang zou duren. Iedereen ging daar toen mee akkoord. Ik vind het dan ook niet netjes die dag om vijf uur te gaan lopen en dan hier te komen vertellen dat het voor ons op een drafje moest worden afgehandeld. (Opmerkingen van mevrouw Marijke Dillen)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1597/3)

– De artikelen 1 tot en met 53 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.