U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 20 juni 2012, 14.05u

De voorzitter

De heer Dehaene heeft het woord.

Tom Dehaene

Voorzitter, minister, enkele weken geleden heb ik samen met de sector aan de alarmbel getrokken. We hadden vernomen dat de Federale Regering geen middelen kon vrijmaken voor bijkomende rvt-erkenningen. Ze moest besparen. Het gaat over erkenningen voor rusthuisbedden waar zwaar zorgbehoevende mensen opgevangen worden. Versta daaronder: extra zorgen en kosten voor die initiatiefnemers.

Vooral voor de nieuwe initiatiefnemers was dat een gigantisch financieel probleem, omdat ze wel degelijk de zwaar zorgbehoevende bewoners willen opvangen, maar daarvoor geen financiële bijdrage krijgen van het RIZIV. Daardoor lopen ze tot 25 euro per dag per bewoner mis. Voor grotere initiatieven loopt dat bedrag al gauw op tot boven een miljoen euro per dag. Dat geld moeten ze zelf ophoesten of doorrekenen aan de bewoners.

U hebt van mij maandag een heel gelukkig man gemaakt toen ik uw persbericht las. Ik wist natuurlijk wel dat er een interministeriële conferentie zou plaatsvinden, maar het resultaat mocht gezien worden. Er werd hier daarjuist al naar verwezen dat het niet meer zou kunnen, maar u hebt bewezen dat samenwerkingsfederalisme wel kan. U hebt uw collega’s ervan kunnen overtuigen dat er extra middelen vrijgemaakt worden voor bijkomende rvt-erkenningen, 1324 las ik in uw bericht. Het is een heel belangrijke realisatie, vooral omdat die voortbouwt op de weg die we zijn ingeslagen om bijkomende investeringen te doen voor de vergrijzing.

Minister, ik heb een vraag voor u omdat ik dit niet kon afleiden uit het persbericht. Zullen de bedden retroactief aan nieuwe initiatieven toegekend worden? Volstaan ze voor dit jaar voor alle nieuwe initiatieven?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Mijnheer Dehaene, ik ben natuurlijk op mijn beurt blij omdat ik u blij heb gemaakt. Het is juist dat op de interministeriële conferentie van vorige maandag een aantal belangrijke beslissingen genomen werden. Een van de dossiers waarin er toch een kleine doorbraak was, betreft inderdaad de afspraak dat er op het federaal niveau, vanuit het RIZIV, toch dit jaar nog een aantal rvt-statuten zullen worden toegekend. Het komt neer op iets meer dan 1300 rvt-statuten in Vlaanderen die worden toegekend vanaf 1 juli. Ze mogen terugwerkend toegekend worden met ingang van 1 juli, dus als we later beslissen, kan het terugwerken tot 1 juli.

Hoe gaan we ermee aan de slag? We doen het zoals we elk jaar doen. Dat wil zeggen dat we zullen overleggen met de sector over de vraag hoe we ze gaan verdelen over de woonzorgcentra. In het verleden werd altijd een dubbele beweging gemaakt. Langs de ene kant zullen we een aantal nieuwe initiatieven en uitbreidingsinitiatieven trachten te voorzien van een aantal statuten om een startpositie of een groei te faciliteren. We doen dat natuurlijk vanuit de overweging dat de zorgbehoevendheid van de mensen dat ook wettigt. Aan de andere kant betrachten we dat in heel Vlaanderen alle initiatieven zo veel mogelijk rvt-statuten kunnen krijgen in functie van het aantal mensen dat in een woonzorgcentrum verblijft en dat aan de zorgbehoevendheidsgraad beantwoordt. Natuurlijk gaan we niet het hele probleem, de hele aantallen die nodig zijn om iedereen die aan de normen zouden voldoen in het woonzorgcentrum, ook een rvt-statuut te geven, maar we zullen proberen om het zo snel mogelijk te doen met de sector. Het zal dus gebeuren met terugwerkende kracht tot 1 juli.

Daarnaast hebben we ook een aantal andere dingen meegenomen. Er zijn nu een aantal structurele financieringen voor een drietal projecten die specifiek met dementerenden aan de slag zijn gegaan, dat is ook belangrijk. Er zijn ook nog wat middelen om de inschrijvingen, het gebruik van het BelRAI (Resident Assessment Instrument) beter te financieren en te honoreren. Er gaat ook nog een klein stukje naar zorgvernieuwingsprojecten, een oproep die opnieuw gelanceerd zal worden. In het algemeen waren wij wel tevreden met de beslissingen die nu genomen zijn. Die zijn in eerste instantie natuurlijk de verdienste van minister Onkelinx.

Tom Dehaene

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik heb maar één bijkomende vraag. We hebben de 1324 bijkomende erkenningen. Die zullen volstaan om een hele reeks nieuwe initiatieven een aantal te geven bij de opstart, maar wat met volgend jaar? Is er al een perspectief? Uiteraard hebben we de uitbreiding met een dergelijk aantal bijna jaarlijks nodig.

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Voorzitter, minister, nu we zien dat de zon schijnt en iedereen gelukkig zou zijn, ben ik blij dat ik een gelukkige commissievoorzitter heb en dat er een gelukkige minister is.

Mijnheer Dehaene, minister, laat ons echter niet te vlug victorie kraaien. Ondanks het feit dat er een doorbraak is bereikt – en ik wil u daarvoor feliciteren – blijft het probleem van de wachtlijsten voor rvt-bedden toch torenhoog.

Ik hoop dus dat u blijft ijveren voor een situatie waarbij iedere zwaar zorgbehoevende oudere een rvt-bed krijgt toegewezen. U weet immers even goed als ik dat wie op een plaats wacht, daar zelf maar ook zijn hele omgeving de problemen van ondervindt. Ik vraag u dus om ervoor te blijven ijveren dat de hele wachtlijst wordt weggewerkt.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, minister, collega’s, het stond in de sterren geschreven dat de heer Dehaene of een van zijn collega’s deze vraag zou stellen. Ik dank beide heren voor de heldere gedachtewisseling, maar eigenlijk is er, wat de actualiteit betreft, niets nieuws gezegd. Het stond in de krant te lezen. Op 6 maart hebben wij in de commissie hierover uitvoerig van gedachten gewisseld. Mijnheer Dehaene, ik heb u toen zwaar aangepakt omdat u het nodig vond in de media een doemscenario te schetsen van failliete rusthuizen en mensen die hun factuur niet meer zouden kunnen betalen. Ik heb toen heel duidelijk gesteld dat dit probleem op een interministerieel overleg moet worden uitgeklaard. Dat is dan ook gebeurd. Die paniekzaaierij en de uithaal naar de federale overheid in de media was echt voor niets nodig. Hier probeert u opnieuw een ballonnetje op te laten, met de vraag hoe het voor volgend jaar zit. Mijnheer Dehaene, u bent veel te vroeg met uw vraag.

De voorzitter

Mevrouw De Vits heeft het woord.

Mia De Vits

Voorzitter, minister, collega’s, het klopt dat wij op 6 maart hierover een discussie hebben gevoerd. U hebt toen uitgelegd hoe technisch dat dossier wel is. Ook ik betreur een beetje de commotie die daarover in de pers is ontstaan. Maar goed, het is positief dat vandaag die uitbreiding van de rvt-bedden er is. Wij willen mensen zo lang mogelijk thuishouden, en dan denk ik aan het Vlaams sociaal beleid en de rusthuisfactuur. Het is voor de zorgbehoevenden met de grootste problemen belangrijk dat de reconversie er is. Mijn vraag betreft het protocolakkoord dat de omzetting van die rvt-bedden toelaat. Dat akkoord loopt eind 2012 af. Zoals de heer Dehaene al vroeg, wil ik graag weten welk groeipad voor 2013 bij het federale niveau zal worden verdedigd. Wij zelf zullen immers ten vroegste vanaf 2014 bevoegd zijn.

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, minister, collega’s, wij zijn natuurlijk erg blij met de extra financiering voor zwaar zorgbehoevende ouderen. Maar verschuiven wij het probleem niet op die manier? Wij weten immers dat de meeste van die rvt-bedden omgevormde bestaande ‘gewone’ bedden zijn, ook al zijn er nieuwe initiatieven. Zal dat niet leiden tot een grotere achterstand inzake ‘gewone’ bedden? Ik heb nog een tweede vraag. Ondanks het goede nieuws lees ik toch in het persbericht van de heer Dehaene dat er jaarlijks 1900 rvt-gerechtigden bij komen. Volstaat het goede nieuws om aan de vraag te voldoen?

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, collega’s, ik wil nogmaals benadrukken dat dit dossier gaat over de financiering van woonzorgcentra, wat een zaak is van het federale Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). De basisfinanciering gaat over de rustoorden voor bejaarden (rob’s). En rob’s met een bijzonder statuut kunnen een extra rvt-budget krijgen. Wij hebben dus, boven op de groei in de rob-sector, ook een aantal rvt-statuten gegeven. Vlaanderen heeft er inderdaad altijd voor gekozen om bestaande rob-bedden om te zetten in rvt-bedden, zodat de woonzorgcentra kunnen rekenen op een behoorlijke financiering voor de omkadering van het zorgpersoneel, want daaraan is extra nood omdat zij zeer zwaar zorgbehoevende mensen moeten verzorgen. Dat is het kader.

Iedereen weet dat dit niet zal volstaan om de komende jaren de noden te lenigen. Vlaanderen probeert al een aantal jaren – en de jongste jaren in toenemende mate – om initiatiefnemers op het terrein ertoe aan te zetten om bestaande rustoorden om te bouwen tot woonzorgcentra nieuwe stijl, en ook om nieuwe te bouwen. Dat gebeurt met incentives die wij zo hoog mogelijk houden. Dat is ook de reden waarom wij zwaar inzetten op investeringssubsidies.

In 2011 heeft dat geresulteerd in het openen van een aantal nieuwe plaatsen in woonzorgcentra. Dat was een historisch record: er was sprake van meer dan 1540 nieuwe plaatsen in capaciteit die effectief in gebruik zijn genomen. Dat hoge ritme moeten we de volgende jaren volhouden.

De vragen over wat er moet gebeuren met de RIZIV-financiering, voor de rustoorden voor bejaarden, maar zeker voor de rust- en verzorgingstehuizen, moeten echter federaal worden gesteld. Dat is een debat over keuzes in de uitbouw van de gezondheidszorg. Dat moet worden behandeld in de gremia van het RIZIV, en later politiek door de bevoegde ministers en het federale parlement. Ik heb het al eens gezegd en kan dat alleen maar blijven zeggen: België, en wellicht later deels ook Vlaanderen, door de staatshervorming, zal niet ontsnappen aan een debat over de vraag welk soort zorgbehoefte men in de toekomst nog voldoende ruimte wil geven om in capaciteit, in financiering te groeien. We weten allemaal dat de ouderenzorg, de geestelijke gezondheidszorg en de thuiszorg zeker sectoren zullen zijn waarvoor zal moeten worden gekozen. Dat debat wordt tot nader order hoofdzakelijk niet op het Vlaamse niveau gevoerd, maar uiteraard volgen we dit met belangstelling.

Mevrouw Van der Borght, ik ben blij dat ik u ook eens als een bondgenoot kan zien. U zegt dat er is gebeurd wat werd gevraagd. We moeten van de institutionele organen die ons ter beschikking zijn gesteld om met collega’s te overleggen, inderdaad gebruikmaken om dergelijke Vlaamse zorgen ook duidelijk te maken. Dat is in dezen gebeurd. Nogmaals, de grote pluim komt mij dan ook niet toe. Ik mag het goede nieuws hier nog eens bevestigen, maar de pluim komt toe aan diegene die de beslissing uiteindelijk moet nemen, namelijk minister Onkelinx.

Tom Dehaene

Minister, ik dank u opnieuw voor uw antwoord. Ik kan niet genoeg onderstrepen dat het signaal van de Federale Regering dat er geen middelen waren voor uitbreiding, duidelijk was. Ik denk dat u er wel degelijk mee voor hebt gezorgd dat u die uitbreiding dan wel hebt gekregen. Geachte leden, voor alle duidelijkheid, die uitbreiding is nodig, zeker als er zoveel bijkomende initiatiefnemers zijn, vooral als die ervoor kiezen om zwaar zorgbehoevende mensen op te nemen en de zaak ook nog rendabel willen houden. Die nieuwe rusthuizen zijn inderdaad nodig. Als we die bijkomende erkenningen niet hebben, dan zullen zeer veel initiatiefnemers afhaken. Dan staan we nog veel verder en dan zal de wachtlijst nog veel langer zijn.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.