U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 30 mei 2012, 14.00u

van Ivan Sabbe aan minister Kris Peeters
379 (2011-2012)
De voorzitter

De heer Sabbe heeft het woord.

Ivan Sabbe

Minister-president, waar men ook gaat langs Vlaamse wegen, komt men slecht gecoördineerde wegen maar ook veel subsidies tegen. Ik ben helemaal geen voorstander van subsidies. Die zijn ook niet goed voor de economie.

Uit het antwoord op een aantal schriftelijke vragen die ik heb gesteld, blijkt dat er in drie jaar tijd ongeveer 200 miljoen euro is uitgegeven aan opleidingssteun voor bedrijven. Daarnaast stellen we vast dat meer dan 60 procent is gegaan naar grote bedrijven met 250 werknemers of meer. Dat betekent dat het speerpunt van onze economie, de kmo’s, buiten de prijzen valt. De reden daarvoor is dat er een administratieve mallemolen gepaard gaat met dergelijke opleidingssteun. Als goed manager die inspeelt op zaken die worden aangeboden, ongeacht of ik die al dan niet goed vind, heb ik die steun ooit zelf aangevraagd. Zo niet, werd ik geconfronteerd met een competitief nadeel. Er komt echter een hele rompslomp bij kijken. Wie echter de administratieve kracht heeft om iemand die opleiding te laten volgen, gaat daarop in. We willen echter vermijden dat grote bedrijven bevoordeeld worden, in functie van de prestatie van het bedrijf en van zijn belang voor de economie. Wie de meeste administratieve krachten heeft, kan dit doen.

Minister-president, ik heb uw reactie gehoord. U hebt gezegd dat u de kmo-portefeuille zult verhogen. Daar wil ik het echter niet over hebben. Ik wil het wel hebben over de benadeling van de kmo’s. Hoe evalueert u die en hoe denkt u daar in de toekomst iets aan te doen?

De voorzitter

Miniser-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Sabbe, u hebt het krantenartikel bij u. Het antwoord staat erin, maar ik zal het hier nog eens herhalen.

Er moeten twee zaken onderscheiden worden: de kmo-portefeuille en de tweede strategische opleidingsteun. De kmo-portefeuille bereikt 52.458 opleidingsprojecten voor kmo’s. Het gaat om een bedrag van 21,6 euro in 2011. Wij verhogen dat budget. Ik veronderstel dat die kmo-portefeuille voor u in orde is.

Daarnaast is er de strategische opleidingssteun voor strategische projecten. We hebben het in het verleden al gehad over bepaalde projecten. Ik heb in de commissie gezegd dat we die strategische steun zullen hertekenen, niet alleen op het niveau van de onderneming, maar ook op het niveau van Vlaanderen om daar gelijk te sporen met het Nieuw Industrieel Beleid en Vlaanderen in Actie. Het is de bedoeling dat dit concept nog voor de zomer klaar is. We willen daarbij nagaan in welke mate daarin nog meer een kmo-concept kan worden gelegd.

Mijnheer Sabbe, u hebt aangekondigd dat het iets meer moet zijn dan in het artikel staat. U zegt dat we moeten gaan voor lastenverlaging. Ik heb het dan over de opleidingssteun van alles bij elkaar 62 miljoen euro. Als u met dat bedrag een lastenverlaging doorvoert voor de 469.000 ondernemingen, dan komt u op 132 euro per bedrijf. Daar bent u voorstander van. Hopelijk heb ik uw voorstel goed begrepen.

Ivan Sabbe

Minister-president, u hebt mijn voorstel goed begrepen. U licht er één zaak uit, maar we moeten naar de totaliteit kijken. Ik heb al vaak gezegd dat, als u alle bedragen in de plannen die u aankondigt – het reconversieplan en het strategisch plan – optelt, u wel tot een ander verhaal komt. De middelen die u aanhaalt, zou u kunnen aanwenden. Voor sommige zaken is dat al gebeurd. ‘Rendons à César ce qui revient à César.’ Er zijn al zaken gebeurd, met name de onroerende voorheffing. Vlaanderen heeft al inspanningen gedaan op dat vlak, maar er zijn nog heel wat andere zaken. We spreken nog altijd over registratierechten ten belope van 10 procent.

U verplicht een kmo tijd en energie te investeren in het opmaken van een dergelijk dossier. Ik ben blij dat u en uw administratie erkennen dat dit dossier administratief complex is voor een kmo, dat een kmo geen mensen te veel heeft om dat dossier volgens de regels van de kunst in te vullen. Een groot bedrijf kan dat wel. U weet uit ervaring: als een ambtenaar een dossier krijgt, en de juiste cijfers zijn niet in het juiste hokje ingevuld, dan komt het dossier terug. Dat is een instapdrempel voor de kmo’s. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we alle andere subsidiemaatregelen moeten optellen. Die optelsom moeten we in lastenverlaging brengen.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

De steun die Vlaanderen aan kmo’s geeft, is heel belangrijk en bereikt heel veel kmo’s. We moeten er alles aan doen om er nog meer te bereiken. Daar zijn we het allemaal over eens.

Mijnheer Sabbe, u spreekt zichzelf tegen. U bent de eerste om op de bühne te staan om, terecht, de problematiek van de knelpuntberoepen aan te klagen. We moeten onder andere onze werknemers inzetbaar houden en ze beter opleiden om de knelpuntberoepen aan te pakken. Wat doet de strategische opleidingssteun? Die geeft bedrijven de mogelijkheid om dat te doen, om de werknemers langer inzetbaar te houden en beter op te leiden. Dat is een zeer nuttig instrument, dat zijn meerwaarde al vele jaren heeft bewezen en dat heel belangrijk is voor de betrokken bedrijven, ook voor kmo’s. Het zou jammer zijn om dat nu in vraag te stellen.

De voorzitter

De heer Deckmyn heeft het woord.

Minister-president, ik volg de heer Sabbe ten dele. Vlaanderen voert soms te veel een subsidiebeleid, maar daar is een reden voor en die is dat we niet over de noodzakelijke bevoegdheden beschikken. Ondertussen blijven de lasten natuurlijk hoog. Net vandaag zien we dat zelfs Europa België opnieuw op de vingers tikt wegens te hoge lasten op arbeid.

Het Vlaams Belang stelt al veel langer dat de loonlasten te hoog zijn en dat Vlaanderen niet over de noodzakelijke eigen fiscale middelen beschikt. We hebben op de lange termijn al een beetje zicht op kortingen voor bepaalde doelgroepen, maar nu is het uiteraard behelpen met subsidies.

Minister-president, u hebt het tegengesproken, maar toch klopt het verhaal niet volledig. Als de loonlasten in het algemeen zouden dalen, zouden de grote ondernemingen en de kmo’s allebei winnaar zijn. De vraag is uiteraard retorisch: wanneer zal Vlaanderen eindelijk echt een eigen beleid kunnen voeren?

De voorzitter

Mevrouw Ceysens heeft het woord.

Patricia Ceysens

Onze positie is bekend. We zijn uiteraard voorstander van een politiek van lastenverlaging. Het is niet helemaal correct om alleen dit bedrag te berekenen, wat betekent dat je het kunt ridiculiseren door te zeggen dat het zo minimaal zou zijn dat we die 62 miljoen euro die we jaarlijks aan de opleidingssteun geven, beter kunnen laten.

Minister-president, ik heb in het verleden altijd begrepen dat het voor u ook een voorkeurscenario was om, mocht het kunnen, te werken met lastenverlaging. Dan kan de overheid wat kunstmatig kiezen wie ervoor in aanmerking komt. Bij subsidies zijn het jammer genoeg vaak die bedrijven die het best de weg kennen, die de contacten hebben.

We horen allemaal dat bedrijven soms subsidiologen moeten inschakelen om daar de weg in te vinden. Dan onderhoud je te veel een parasitaire economie, terwijl iedereen vragende partij is om de reële economie te ondersteunen. Wij zouden niet liever hebben dan dat die dingen worden omgezet in lastenverlaging, klein en groot, en dat er bij de bedrijven voldoende vrijheid is om te kiezen waar ze dat op willen inzetten.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Ik wil me aansluiten bij de opmerking van de heer Bothuyne. Iedereen is wel voor een lastenverlaging, maar je moet ervoor zorgen dat je incentives hebt voor de bedrijven om maatregelen te nemen om hun werknemers inzetbaar te houden.

Uw bezorgdheid is op zich terecht. We moeten zeker aandacht hebben voor het feit dat die maatregelen ook tot bij de kmo’s geraken. Het is een beetje vergelijkbaar met de innovatiesteun: kmo’s vinden moeilijk ingang tot die steun. Nu is de ironie dat we vanmorgen het tweede rapport-Soete hebben besproken waarin door een onafhankelijke expertengroep wordt verwezen naar onder andere de hervorming van de kmo-portefeuille als een goed voorbeeld. Men verwijst ernaar om de internetapplicatie die voor de kmo-portefeuille bestaat, ook te gaan toepassen voor het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) om de administratieve last te gaan verminderen. In die zin is de kmo-portefeuille wel een goed voorbeeld.

Ik heb uit de media begrepen dat de bezorgdheid terecht is, maar dat aan vele punten van die bezorgdheid al is tegemoetgekomen, dat er al is bijgestuurd, en dat het voor een groot deel al in orde is, zowel voor de opleidingssteun als voor het Europees Sociaal Fonds (ESF) zelf.

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, minister-president, het gebeurt niet veel dat ik dit zeg, zeker als het over werk gaat, maar de heer Sabbe heeft een punt. Als je het dossier competentiebeleid van de Stichting Innovatie & Arbeid bekijkt, dan zie je dat kmo’s achterblijven op het vlak van competentiebeleid en opleidingsbeleid. 6,3 procent van de kmo’s werkt met persoonlijke ontwikkelingsplannen tegenover 40 procent van de bedrijven met meer dan 200 werknemers. Ongeveer 20 procent van de kmo’s werkt met competentieprofielen terwijl dat bij de grotere bedrijven 60 procent is. In die zin zou het dus logisch zijn dat de opleidingssteun een stuk geheroriënteerd wordt naar de kmo’s. De subsidies afschaffen is geen goed idee. Het moet gemakkelijker worden gemaakt voor de kmo’s om er een beroep op te doen zodat ze eindelijk ook het competentiebeleid veralgemeend gaan toepassen.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, er zijn twee niveaus in de discussie. Het eerste debat gaat over lastenverlaging versus subsidies. Daarover heb ik in het verleden al gezegd dat wanneer we de bevoegdheden inzake de vennootschapsbelasting en dergelijke zouden hebben, we dat op een andere manier zouden kunnen doen. Maar ik heb die bevoegdheid niet. Ik kan hier nog uren, dagen of weken wachten: het zal niet onmiddellijk gebeuren. Als je niet de fiscale instrumenten hebt, is het debat over de lastenverlaging een academisch debat. U kent mijn visie: ik zou dat instrument graag hebben, maar er is voorlopig in de zesde staatshervorming niet in voorzien.

Het tweede debat gaat erover of er een onevenwicht is in wat we doen voor de kmo’s en wat we doen voor de grote ondernemingen. Ik zeg hierover dat de kmo-portefeuille uitdrukkelijk voor de kmo’s is voorzien, en we steken daar nog meer geld in. Voor de strategische investerings- en opleidingssteun gaan we naar een herziening, een transformatie op het Vlaamse niveau. Voor de groei-kmo’s geven we er nog een extra accent aan. Op die twee punten is het antwoord zeer duidelijk. Met de instrumenten die we nu hebben, proberen we de middelen efficiënt in te zetten.

Het standpunt van de heer Sabbe is dat er te weinig geld naar de kmo’s gaat en te veel naar de grote ondernemingen. Mijnheer Sabbe, dat was uw punt in de krant. Dat is bij de kmo-portefeuille rechtgezet. Voor het andere zullen we bekijken of we een verschuiving kunnen doen. Grote ondernemingen die opleidingen geven voor hun personeel, moeten ook in aanmerking komen. Daar moeten we ook geld voor uittrekken.

Een laatste element, mijnheer Sabbe: vanmorgen is op de Europese Raad voor Concurrentie een document goedgekeurd waarin Europa expliciet bijkomende elementen en middelen geeft voor onder meer de financiering van de kmo’s. Ook daar zullen we volop op inspelen.

Ivan Sabbe

Minister-president, u kunt nog werken aan een aantal middelen betreffende lasten, namelijk de onroerende voorheffing, niet meer in hoofde van de Vlaamse overheid maar wel in hoofde van de provincies. U weet dat er nog altijd 300 miljoen euro van de onroerende voorheffing naar de provincies gaat. Uiteindelijk is Vlaanderen bevoegd, dus u zult nog altijd iets kunnen doen wat betreft de onroerende voorheffing, die voor vele bedrijven een zeer zware last is.

Verder zijn er de registratierechten, die in Vlaanderen nog altijd 10 procent bedragen. Ik begrijp dat u niet aan de vennootschapsbelasting kunt raken, maar u zou wel kunnen inzetten op een aantal andere belastingen.

U zegt dat u ernaar zult kijken. Mijnheer Diependaele, u zegt dat in het artikel staat dat alles al is opgelost. In het artikel staat de intentieverklaring. De vraag is wat ervan zal komen. We zullen opvolgen wat daar concreet van komt. Vandaag is het nog maar een intentieverklaring.

Last but not least, mijnheer Bothuyne, moeten we ervan uitgaan dat een onderneming sowieso aan opleiding doet. Als we dan toch vasthouden aan het systeem waarin er geen lastenverlaging mogelijk is, vraag ik me af waarom we die middelen niet gebruiken aan de andere kant, voor de activering van de werklozen, waar de VDAB al op inzet, zodat het aanbod op de arbeidsmarkt voor de kmo’s verbeterd wordt. We kunnen eventueel ook inzetten op de vroege schoolverlaters die we misschien kunnen kanaliseren richting beroepsopleiding om ervoor te zorgen dat het aanbod van gekwalificeerde arbeiders en vaklui groter wordt. Daarmee zouden we op een beter spoor kunnen terechtkomen. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.