U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2011, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2011 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2011.

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, geachte collega’s-ministers en collega’s-volksvertegenwoordigers, ik wil beginnen met u te bedanken. Wij hebben in de commissies goede en diepgaande debatten gehad over de beleidsbrieven en over de begroting 2011. Dat hebben we gisteren en vandaag nog even overgedaan. Ik bedank u ook voor de positieve commentaren, zowel over het algemene begrotingsbeleid als over de specifieke beleidsdomeinen, die ik de voorbije dagen en uren heb ontvangen, zowel uit de meerderheid maar hier en daar ook uit de oppositie.

Wij beleven een belangrijk moment. Vandaag dient de Vlaamse Regering als eerste entiteit in het federale België maar ook als een van de eerste in Europa, samen met Beieren, een begroting in evenwicht in. Wij kunnen ongetwijfeld zeggen dat dit een stap vooruit is, een stap weg van een grote financiële en economische crisis, een van de grootste crisissen sinds de Tweede Wereldoorlog.

De Vlaamse Regering heeft vanaf het regeerakkoord en vanaf haar aantreden duidelijk de intentie naar voren gebracht om de vereiste besparingen van 2 miljard euro, meer dan 8 procent van de begroting, in deze legislatuur te realiseren. Dat is zeker niet eenvoudig, maar we wensen dit te doen om snel een gezonde basis te hebben waarop we een eigen regeringsbeleid kunnen voeren maar ook om een goed uitgangspunt te creëren om alle uitdagingen die op ons afkomen met vertrouwen het hoofd te kunnen bieden. Hoe duidelijk de intentie van de Vlaamse Regering ook is, ik kan u zonder twijfel zeggen dat het waarmaken van die intentie in een tijd waarin we toch nog een crisis beleven niet eenvoudig is. Om dat te bereiken, heeft de Vlaamse Regering in consensus beslist om een aantal generieke besparingsprincipes toe te passen, gericht op efficiëntiewinsten en op het aanhalen van de buikriem, maar wel met een minimale impact op de dienstverlening. De leuze “met minder meer doen” werd dikwijls gehoord, ook in de commissies.

Wij hebben vooral bespaard op uitgaven voor lonen, 4 procent op 2 jaar. Als we daarbij rekening houden met de endogene groei, die we hebben geschrapt, is het zelfs 6 procent. Op de werkingskosten van het apparaat hebben we op 2 jaar 7,5 procent bespaard, op communicatie en consultancy 20 procent. We hebben ook bespaard op subsidies waarop de begunstigden niet automatisch een recht hebben op basis van decretale regelingen.

Dit is, zoals de voorbije dagen vaak werd herhaald, ondertussen bekend als de kaasschaafmethode.

De oppositie zegt dat die kaasschaafmethode blind en zonder visie snijden is in de overheidsuitgaven. Ik ben het daar niet mee eens. De kaasschaaf heeft zeker haar verdiensten. Ze legt besparingsprincipes en verantwoordelijkheden bij elk lid van de Vlaamse Regering en ieder minister moet binnen zijn eigen beleidsdomein zorgvuldig eigen beleidskeuzes maken en daar budgettaire consequenties aan verbinden. Men zegt zelfs dat er bloed aan de kaasschaaf hangt. Ik heb eigenlijk vooral vet aan de kaasschaaf gezien. Maar na twee jaren kaasschaaf moet ik wel zeggen dat de regering duidelijk heeft gesteld dat we aan de grenzen ervan zijn gekomen.

Toen we de ongunstige federale cijfers over de dotaties voor 2011 kregen, heeft de Vlaamse Regering er unaniem voor gekozen om een duidelijke beleidskeuze te nemen en het gat te vullen met het afbouwen van de jobkorting. Sommige kwade tongen zeggen dat we hals over kop met een aantal amendementen een wankel evenwicht hebben moeten dichtspijkeren. Ik denk dat degenen die dat gisteren hebben gezegd, bewust of uit onwetendheid – ook dat kan natuurlijk –, voorbijgaan aan hoe de financiering van gewesten en gemeenschappen in elkaar zit. Beste collega’s, ik ga niet herhalen wat ik in de commissie uitvoerig heb toegelicht, namelijk de wijziging in de schatting van de parameters inzake demografie, leerlingenaantallen en fiscale capaciteit die via horizontale en verticale verdeelsleutels van de Financieringswet de dotaties bepalen. Die dotaties vormen de belangrijkste bron van inkomsten voor de Vlaamse Gemeenschap. Ik heb u erop gewezen dat de Federale Regering autonoom beslist wanneer die nieuwe schattingen van parameters worden vrijgegeven. We hadden ze gevraagd maar we hebben ze pas gekregen na het afsluiten van onze begroting.

De Vlaamse Regering had gemakkelijk kunnen beslissen om te werken op basis van de parameters die ons gekend waren op het moment dat we de begroting hebben ingediend. Dat zou niet moeilijk zijn geweest, dat zou te verantwoorden zijn geweest, maar wij hebben daar uitdrukkelijk niet voor gekozen. Wij hebben ervoor gekozen om tijdens de begrotingsbesprekingen – ik heb het bij de eerste bespreking in de commissie gezegd – ervoor te zorgen dat we die wijzigingen in de dotaties opvangen om het begrotingsevenwicht in 2011 te vrijwaren. We hadden positieve groeicijfers van volgend jaar kunnen afwachten om te kijken of die niet meer inkomsten met zich mee zouden brengen zodat we niets moesten doen, maar we hebben dat niet gedaan. We hebben ervoor gezorgd dat met een aantal amendementen de begroting ook met die verlaagde dotatie in evenwicht is. Als we de maatschappelijke context zien, was dat voor de Vlaamse Regering de enige keuze die ze kon maken.

Uit de tegenstrijdige betogen die ik de afgelopen uren en dagen vanuit de oppositie heb gehoord, krijg ik de indruk dat men het ten gronde eens is met het besparingspad dat we hebben gevolgd. Ik hoor mensen in eenzelfde pleidooi en mensen van dezelfde partijen pleiten voor meer besparingen, voor het sneller aanleggen van reserves, voor het afbouwen van schuld, en tegelijkertijd voor het behoud of zelfs voor meer uitgaven inzake cultuur, onderzoek en ontwikkeling, integraal waterbeleid, infrastructuurwerken, welzijn, onderwijs, sociale huisvesting expansieve renovatiepremies en ik vergeet zeker nog een aantal domeinen. Slechts enkele oppositieleden durfden alternatieve besparingen voorstellen, maar meestal werd het oorverdovend stil wanneer de vraag werd gesteld door andere parlementsleden waar er dan wel bespaard moest worden.

Geachte leden, vandaag legt de Vlaamse Regering als eerste entiteit in België een begroting in evenwicht voor. Verschillende parlementsleden hebben gewezen op het effect van de economische herneming en de mogelijke extra ontvangsten, ook degene die we al geraamd hebben. De vraag is regelmatig gesteld in de commissie – de heer Vereeck heeft ze hier nog eens herhaald – wat de regering doet met 1,5 miljard extra ontvangsten.

In de actualiteit van de televisieprogramma’s, maar dan zonder de show en het theater waarmee dit gisteren naar voren is gebracht, zal ik vijf juiste antwoorden geven.

Ten eerste, we financieren de noden die uit de lopende engagementen van de Vlaamse Regering voortvloeien. Het gaat dan om de overheidslonen, om noden in het onderwijs en in de welzijnssector en om engagementen ten aanzien van de Vlaamse gemeenten. Ten tweede, we betalen verder de facturen van het expansief beleid uit het verleden. Ten derde, we creëren ruimte voor nieuw beleid en voor nieuwe investeringen. Ten vierde, door met conservatieve uitgangspunten inzake, bijvoorbeeld, de onderbenutting te werken, bouwen we buffers in. Ten vijfde, we realiseren voor het eerst sinds de crisis in België een begroting in evenwicht. Dat zijn zaken waarop wij, als Vlaamse Regering trots op kunnen en mogen zijn. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Voorzitter, geachte collega’s en, op verzoek van minister Bourgeois, geachte medioren en senioren… (Gelach)

Volgens Voltaire is een begroting een methode om zich op voorhand, voor het geld wordt uitgegeven, zorgen te maken in plaats van daarna. In deze moeilijke tijden heeft de Vlaamse Regering deze wijsheid ter harte genomen.

In eerste instantie heeft de crisis de Vlaamse industrie hard getroffen. De welvaart is in 2009 met 3 procent gedaald. De overheidsinkomsten daalden fors. Er dreigde een begrotingstekort van 8 procent te ontstaan.

We hadden ook geen keuzes kunnen maken en onze kop in het zand kunnen steken. Wat zou er dan zijn gebeurd? De schuldenberg zou opnieuw groter worden. Op termijn zouden we een groter gedeelte van onze jaarlijkse begroting moeten gebruiken om onze schulden terug te betalen. Onze kredietwaardigheid zou kunnen dalen, met een duurdere financieringslast tot gevolg. Onze welvaart, die we de voorbije decennia hebben opgebouwd, zou op het spel staan. Dat wilden we niet laten gebeuren.

Het realiseren van een begrotingsevenwicht is dan ook een duidelijke keuze. Na de ondersteuningsoperatie ten voordele van de banken, moesten de openbare financiën op een verantwoorde wijze zo snel mogelijk op orde worden gezet. Na een periode van twee jaar is dit nu een feit.

Voor sommigen lijkt een begroting in evenwicht een fetisj. Dat is het echter niet. Het is een bittere noodzaak. Het zou onverantwoord zijn het begrotingstekort niet weg te werken. Ik heb begrepen dat de meeste fracties in het Vlaams Parlement deze keuze van de Vlaamse Regering onderschrijven.

De Vlaamse Regering bouwt geen schulden meer op. Tegelijkertijd geven we de bevolking, de bedrijven en de internationale waarnemers een duidelijk signaal van vertrouwen. De Vlaamse Regering heeft de koe bij de horens gevat. We zijn de uitdaging aangegaan.

We willen niet terechtkomen in een situatie zoals in Ierland of in Griekenland of zelfs zoals in Frankrijk of in Groot-Brittannië. Daar moet de overheid uiteindelijk drastische maatregelen nemen die tot een sociaal bloedbad leiden. Aangezien we niet willen dat het inschrijvingsgeld aan onze scholen moet worden verdrievoudigd, hebben we voor een snel herstel van onze eigen financiën gekozen.

Een strak begrotingstraject is uiteraard geen gemakkelijke keuze. Het Vlaams Parlement heeft onze begroting de voorbije dagen en maanden grondig bestudeerd en bediscussieerd. Hierbij zijn veel suggesties aangedragen. Ik wil alle fracties en alle volksvertegenwoordigers hiervoor oprecht danken.

De Vlaamse Regering heeft budgettaire keuzes moeten maken. De eerste keuze bestond erin iedereen een beetje minder te geven.

Dat roept uiteraard bij heel veel betrokkenen protest op. Maar dat wil nog niet zeggen dat het niet verdedigbaar, niet aanvaardbaar of niet haalbaar is. De voorbije legislatuur kende de begroting een forse groei en het is ook logisch dat men bij een dergelijke uitbreiding van het budget de aandacht voor een efficiënter beheer wat durft te verslappen, dat de kerntaken al eens worden uitgebreid en dat er wat minder prioritaire uitgaven zijn. Door een lineaire besparing aan elk beleidsdomein op te leggen werd iedereen verplicht om mee in te staan voor de efficiëntieverhoging en zuiniger om te springen met overheidsgelden. Uiteindelijk, zoals minister Muyters zegt, moeten we ook wel aanvaarden dat aan die lineaire besparingen na twee jaar een einde moet komen.

Een begrotingsevenwicht vinden is moeilijk. Ik wil Hans van Mierlo citeren die zei: "De begroting is net als een deken in de winter: als de een hem naar zich toe trekt, ligt de ander in de kou." We hebben geprobeerd om iedereen een plaats te geven onder de deken. Voor iedere minister is dit een moeilijke periode geweest. Iedereen komt natuurlijk aan de deur kloppen vanuit eigen bezorgdheden. Dat is ook begrijpelijk. Iedere minister heeft zijn best gedaan om daar zorgzaam mee om te gaan, maar toch de budgettaire doelstellingen te halen.

Collega’s, de Vlaamse Regering heeft haar verantwoordelijkheid genomen en ook correcties aangebracht aan die lineaire maatregelen. Zo werd er niet bespaard op investeringskredieten. Zelf heb ik als minister van Innovatie ook keuzes gemaakt, namelijk dat fundamenteel onderzoek uiteindelijk is gevrijwaard van besparingen voor 2011. Het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek en de strategische onderzoekscentra leveren geen cent in ten opzichte van 2010. Maar ook minister Schauvliege heeft niet bespaard op waterbeheer en de aanpak van overstromingen. De Vlaamse Regering is er zich van bewust dat er misschien nog ongewenste neveneffecten zullen komen en die zullen we ook met de nodige verantwoordelijkheid opnemen in de begrotingscontrole. Naast lineaire besparingen zijn er ook een aantal punctuele besparingen doorgevoerd en ook daar hebben we keuzes gemaakt. De jobkorting is daar een duidelijk voorbeeld van. Deze maatregel gaf geen oplossing meer aan de werkloosheidsval en schoot zijn doel voorbij. Dan moet men ook durven om een maatregel te herzien, het lef hebben om te remediëren en andere oplossingen zoeken.

Tegelijk werden ook de engagementen uit het verleden gehandhaafd. Zo hebben we onze steden en gemeenten niet in de steek gelaten. We hebben uitvoering gegeven aan het grond- en pandenbeleid door het bouwen van extra sociale woningen en we blijven investeren in onderwijs en in welzijn.

Ik heb de voorbije dagen, net zoals minister Muyters, tegenstrijdige kritiek gehoord. Namelijk dat de lineaire besparingsvorm een gebrek aan keuze zou zijn en dat waar we keuzes hebben gemaakt, geen goede keuzes hebben gemaakt. Tegelijkertijd werd er ook gesteld dat we onvoldoende zouden besparen en dat er onvoldoende reserves zouden zijn. Collega’s, ik moet wel zeggen dat alle criticasters één zaak gemeen hebben. Alternatieven hebben ze ons niet echt aangereikt. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

Een begroting in evenwicht maakt dat Vlaanderen geen deel uitmaakt van en geen bijdrage levert aan de globale schuldgroei in België. Zo staan we sterk in onze schoenen om de uitdagingen van een doorgedreven staatshervorming aan te gaan. We nemen onze verantwoordelijkheid. Vanuit de begroting in evenwicht hebben we ook een draagkracht om conjuncturele schommelingen die misschien op ons afkomen op te vangen en om onverwachte kosten het hoofd te bieden en bijkomende lasten te dragen indien nodig.

Een begroting in evenwicht biedt de beste en zelfs de enige garantie op toekomstperspectieven. Vanaf hier kunnen we groeien en aan onze gezinnen en bedrijven het vertrouwen geven om te groeien. Onze ambitie blijft immers groot. In de eerste plaats willen we de economische motor versterken door gerichte investeringen, onder meer voor het oplossen van de missing links in het openbaar vervoer en in openbare werken, maar ook voor de havens en de binnenvaart en de bedrijventerreinen, meer onderzoek en ontwikkeling, onderwijs op maat en ondersteuning van de arbeidsmarkt zodat meer mensen goed opgeleid aan de slag kunnen.

Deze Vlaamse Regering maakt ook werk van een transformatie van onze economie door innovatie. Daarom zullen we bij de begrotingscontrole van begin 2011 een meerjarentraject opstellen voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling.

Bovendien willen wij een warme en sociale samenleving met nog meer opvangplaatsen voor gehandicapten en kinderen, een cursus Nederlands als tweede taal, inburgering en een uitbreiding van het aantal sociale woningen. Ook noodzakelijke basisinvesteringen in bijvoorbeeld schoolgebouwen, het structurele onderhoud van de wegen, het Sigmaplan en het bekkenbeheerplan verdienen onze aandacht.

Dat kan niet allemaal in één jaar, zelfs niet in één legislatuur worden gerealiseerd. Wel willen we nu een stap vooruit zetten. Ondanks de minimale budgettaire mogelijkheden in 2011, heeft deze regering positieve keuzes gemaakt en middelen en budgetten voorzien voor heel wat zaken. Ik som ze op.

Ten eerste, een verhoging van het werkgelegenheids- en investeringsplan met 7,5 miljoen euro voor de activering, competentieversterking en jobcreatie.

Ten tweede, bijkomende plaatsen in de gehandicaptensector, de thuisondersteunende zorg en de bijzondere jeugdbijstand.

Ten derde, een resolute keuze voor meer en vooral sterker ondernemerschap in het economische beleid. We stimuleren sterkere starters, ook voor kansengroepen. We rollen het Vlaams gazellebeleid uit met de bedoeling dat onze KMO’s gemakkelijker internationaal doorgroeien, maar we pakken ook de uitdaging aan van de vergrijzing van onze ondernemerspopulatie.

Ten vierde, de verhoging van het investeringsprogramma voor huur- en koopwoningen en infrastructuursubsidies voor de ontsluiting van deze woningen.

Ten vijfde, de versterking en de promotie van het Nederlands in de Vlaamse Rand.

Ten zesde, de inzet op het ondersteunen van energiebesparende maatregelen.

Ten zevende, de automatische toekenning van studietoelagen in het onderwijs.

Ten achtste, een uitbreiding van het aanbod in de kinderopvang, de thuiszorg, de thuisondersteunende zorg, de zorg voor personen met een handicap. In deze sector is er ook een belangrijke nieuwe rode draad, namelijk het Perspectiefplan 2020. Ook daarvoor worden in onze begroting middelen vrijgemaakt.

Ten negende, de versterkte inzet van de begeleiding van oudere werkzoekenden.

Ten tiende, meteen investeren in dynamische verkeerssignalisatie voor betere mobiliteit.

Dat zijn de keuzes die de Vlaamse Regering heeft gemaakt. Dat zijn de juiste keuzes. Dat wordt ook bevestigd door socio-economische indicatoren zoals de daling van de Vlaamse werkloosheid. De daling heeft zich voor het eerst in twee jaar in september ingezet en werd in november bevestigd. In november 2010 ontving de VDAB 20 000 vacatures. Dat zijn er 32,6 percent meer dan in dezelfde maand van vorig jaar.

Het Vlaamse consumentenvertrouwen heeft zich recent opnieuw herpakt. Sinds de start van de registratie van het consumentenvertrouwen in januari 2003 is het maar één maand hoger geweest. De Vlaamse Regering ziet dat de conjunctuur in de Vlaamse industrie, de handel en de bouw gestaag verbetert.

De Vlaamse Regering heeft in uiterst moeilijke omstandigheden een stabiele en evenwichtige begroting opgesteld. Daarmee heeft Vlaanderen bewezen dat het werkt. De Vlaamse Regering heeft bewezen dat ze onmiddellijk actie heeft gevoerd, haar verantwoordelijkheid op zich neemt, duidelijke keuzes heeft gemaakt en een slagkrachtig beleid voert.

Dit parlement is er voor alle inwoners. Ik wil me tot hen richten. Hier staat een ploeg klaar. (Opmerkingen)

Het is een ploeg van goede huisvaders en van goede huismoeders die hun verantwoordelijkheden nemen. U kunt op ons vertrouwen. Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Gatz heeft het woord.

Sven Gatz

Ik dank de minister van Begroting en de viceminister-president voor hun antwoord. Gisteren hebben we het novum meegemaakt van een minister-president die niet aanwezig is bij de begrotingsbesprekingen. We gaan daar niet opnieuw over beginnen. Vandaag echter zien we dat de andere leden van de regering, op minister Crevits na – het zijn altijd dezelfde goede leerlingen –, niet aanwezig zijn bij de repliek die u aan het parlement geeft. Dat zegt toch ook iets over de cohesie van uw ploeg. Ik wil het daar niet verder over hebben, want dat zijn formaliteiten. Dat zijn echter wel de goede regels van het huis. De andere ministers zouden er goed aan doen om, zoals dat in het verleden gebeurde, hier te blijven tot het einde van het debat.

Ik wil mijn zorg uitdrukken over het vertrouwen. Minister Lieten, u hebt het daar zelf over gehad in uw toespraak. Vertrouwen komt eigenlijk neer op het nakomen van beloftes. Men komt zijn beloftes na vanuit een operationele begrotingslogica door ze te kunnen betalen. En juist daar wringt het schoentje. We gaan het debat over de jobkorting hier niet opnieuw voeren. Dat is in elk geval iets dat een maand geleden nog in de begroting was opgenomen en nu niet meer. Dat is opnieuw een vertrouwensbreuk met een deel van de burgers. Vorig jaar was dat met een groot deel van de burgers, dit jaar met de zwakkere Vlamingen. Ook de abrupte afbouw van de investeringen voor zonnepanelen, het abrupt stoppen van subsidies voor kinderopvang, het abrupt stoppen van subsidies voor scholenbouw zijn allemaal zaken die het vertrouwen geen goed doen. Ook de culturele wereld hangt wat ontmoedigd in de touwen. Het wetenschappelijk onderzoek ligt op zijn gat en slaakte gisteren nog een noodkreet vanuit het werkveld. Dat zijn allemaal zaken die interen op het vertrouwen.

Er is eergisteren nog een nieuw lijkje uit de kast gevallen. Nog maar eens bewijst deze Vlaamse Regering haar onbetrouwbaarheid door een aantal van haar beloftes niet na te komen. Minister Smet heeft aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie laten weten dat 5 procent van de dotatie die jaarlijks aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie wordt uitgekeerd, dit jaar niet zal worden betaald. Dat wordt dan doodleuk op heel informele wijze meegedeeld, enkele dagen voor wij over de begroting moeten stemmen. Hoe wilt u op die manier het vertrouwen winnen? Ons vertrouwen had u al lang niet meer, maar het vertrouwen brokkelt nu ook af bij de burger. Het vertrouwen van de oppositie is voor u niet van belang. Het vertrouwen van de meerderheid hebt u nodig om te kunnen functioneren. Maar als het vertrouwen bij de burger begint af te brokkelen, dan moet u opletten. Ik denk dat dat moment nu is gekomen. Als u niet oplet, gaat deze Vlaamse Regering achteruit de toekomst in.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Het zou vreemd zijn indien ik niet tevreden zou zijn met de repliek van de regering. We moeten niet discussiëren over wie al dan niet aanwezig is. Maandag is heel duidelijk gesteld dat zowel minister Lieten als minister Muyters namens de regering repliek zou geven. Zij hebben dat met brio gedaan.

De kritiek die ik hoor, gaat vooral in de richting waar niet bespaard mag worden. Ik blijf ook wat op mijn honger over mijn eigen betoog, meer bepaald over de vraag waar dan wel.

Deze Vlaamse Regering geeft het voorbeeld door zelf de tering naar de nering te zetten. Zij geeft ook het voorbeeld wanneer er bespaard moet worden. Of de burger daar vertrouwen in heeft, kunnen we niet uitmaken. Dat zullen we pas weten op het einde van de rit wanneer de burger opnieuw een uitspraak moet doen.

In ieder geval, de ambitie die we hadden om in 2011 een begroting in evenwicht in te dienen, zelfs met de gewijzigde parameters, hebben we bereikt. Het debat is de voorbije twee dagen vanuit de meerderheid en vanuit de regering met brio gecounterd.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, vice-minister-president, u hebt een poging gedaan om de minister-president met brio te vervangen of er toch voor te zorgen dat zijn afwezigheid hier niet meer als een schaduw boven het debat hing. Of u erin geslaagd bent, dat is een ander paar mouwen. U hebt enerzijds het vel van minister-president Peeters gered, en anderzijds laten zien dat minister Muyters begrotingstechnisch niet veel te vertellen had. Hij heeft hier bijzonder kort geantwoord, dat doet niets af aan de antwoorden die tussendoor in de loop van de debatten gegeven zijn. We hadden toch wel wat meer verwacht. Ik heb nog een andere minister van Begroting gekend, de heer Van Mechelen, die altijd omstandig inging op de kritieken van de oppositie.

Vice-minister-president, uw antwoorden hadden voor mij een hoog Phil Bosmansgehalte van de Bond zonder Naam – waarmee ik geen afbreuk doe aan de heer Bosmans, noch aan de Bond zonder Naam –: ‘We zitten in een kerstsfeer. We zijn allemaal vrienden en gelukkig en tevreden. We hebben de juiste beslissingen genomen voor alle burgers in Vlaanderen.’ Het leek me van een Bond zonder Naamgehalte, met heel veel goede bedoelingen, maar met weinig concrete antwoorden op de fundamentele kritieken op de specifieke beleidsdomeinen, maar ook op het algemene beleid: de kaasschaafmethode, de lineaire besparingen, keuzes die men niet maakt in de Vlaamse Regering. U hebt het allemaal proberen toe te dekken in een soort ‘kerstsfeerantwoord’. Dat siert u, maar het geeft echt geen antwoorden op de fundamentele vragen die naar aanleiding van het begrotingsdebat zijn gesteld. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, minister, collega’s, we hebben weinig nieuwe elementen gehoord. Het schema blijft altijd hetzelfde: er is een begrotingsevenwicht en dus zijn we goed bezig. Een begrotingsevenwicht is inderdaad belangrijk en het moet nagestreefd worden, maar het is niet voldoende.

Minister Lieten heeft geprobeerd om toch nog te bewijzen dat de juiste keuzes zijn gemaakt. Ook hier was dat wat gemakkelijk: “We zijn goed bezig met innovatie.” Het leek bijna alsof er niet bespaard werd. Ik stel alleen vast dat, terwijl u hier de goednieuwsshow rond innovatie probeert te ontwikkelen, er intussen iets is zoals onderzoekers in actie. De universiteiten zijn niet tevreden. De industrie zegt dat er niet genoeg wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.

U zegt dat er niet wordt bespaard voor wateroverlast. Er wordt wel bespaard: een dotatie van 500.000 euro voor de VMM, 2,5 miljoen euro voor het Rubiconfonds.

U zegt dat u bezig bent met de ‘warme samenleving’. Armoede. Ik kan alleen maar vaststellen dat het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen zegt dat ze het gevoel hebben dat er op het terrein niets gebeurt. De socioculturele sector stond aan de deur van het hoofdkwartier van de meerderheidspartijen. Blijkbaar heeft niemand het begrepen. De regering is goed bezig, maar niemand heeft het begrepen. De oppositie heeft het niet begrepen, natuurlijk niet, maar ook de samenleving heeft het niet begrepen. U grijpt zelfs terug naar zoiets als het consumentenvertrouwen om te bewijzen dat u goed bezig bent.

Minister Muyters probeert nog eens om de kaasschaafmethode te verdedigen. Hij zegt dat iedereen zijn verantwoordelijkheid heeft gekregen. Het maakt het bijna nog wat erger. Wat er in de civiele samenleving is gebeurd en de organisaties die gewurgd werden, is dus met voorbedachten rade gebeurd. Men heeft het vanuit een verantwoordelijkheid gedaan. Ik vind dat de regering niet goed bezig is.

Als de ministers zichzelf herhalen, dan mag ik dat ook doen. Ik ga de vragen die ik gisteren heb gesteld, opnieuw stellen: is deze regering voldoende bezig met de transitie van de economie? Is ze voldoende bezig met armoede? Is ze voldoende bezig met milieu en klimaat? Neen. Ze heeft één trofee, met name het begrotingsevenwicht, en daarmee moet ze het doen.

Na verschillende weken discussiëren in de commissies en twee dagen in de plenaire vergadering, vind ik het erg jammer dat er met de kritieken van de oppositie heel weinig wordt gedaan. Ze worden geparkeerd en afgedaan als goedkoop. De regering zou moeten proberen die kritieken op hun waarde te schatten, maar dat doet ze niet. Daarom – tenzij ik me vergis – staat ViA voor ‘verenigd in arrogantie’.

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

Voorzitter, ik ben het met een punt van de heer Watteeuw eens, dat is dat de oppositie het niet heeft begrepen. We krijgen tenminste de indruk dat ze het niet wil begrijpen. Tenzij ik slecht geluisterd heb, heb ik van de regering, in reactie op de oppositie, enkele keren gehoord dat een aantal punten die ze aanbracht, wel terecht waren, en dus wel een bekommernis is en blijft van deze regering. Dit wordt niet allemaal weggewuifd.

Ik geef twee voorbeelden. Waarom is de begroting in evenwicht belangrijk? We hebben al veel internationale vergelijkingen gemaakt. Spanje heeft gisteren een besparing van 122 miljard euro goedgekeurd om zijn tekort daarmee op min 6 procent te brengen. Als Spanje een nultekort wil, dan moet dat land de hele Belgische economie besparen. Dat is heel zwaar.

Wij wonen in een regio met een begroting in evenwicht. De repliek van de regering is nog bescheiden. De begroting in evenwicht is opgemaakt. De instanties die daarover gaan, zullen de aannames daarover heel goed vinden. Maar ondertussen zijn de parameters, niet alleen die van premier Leterme, die van nature optimistisch is, maar ook van de Nationale Bank, beter dan de parameters uit deze begroting. Dat betekent dat de natuurlijke raming van de inkomsten inderdaad bescheiden is.

Men kan veel zeggen over het belang van dat evenwicht en van het consumentenvertrouwen, maar als we kijken naar wat er gebeurt in Europa en zelfs in de wereld, met de onzekerheid die er heerst, dan is het hebben van een evenwicht, met wat er eventueel nog kan komen – maar dat willen we liever niet weten – een enorme steun in de rug. Dat valt niet te onderschatten, zeker niet op dit moment. Het feit dat het bijna nergens bestaat, is een teken dat dit niet evident is. Men kan niet blijven zeggen dat er wordt gedaan alsof er geen echte besparingen zijn, om vervolgens te zeggen dat er mensen zijn die het moeilijk hebben met de besparingen die worden gedaan. Natuurlijk is dat lastig.

Het tweede punt dat ik wil aanhalen, zijn de keuzes en de kaasschaafmethode. Ik hoorde deze morgen op de radio een specialist-onderhandelaar uitleggen hoe goed of hoe slecht de kaasschaafmethode is. Maar eigenlijk komt het altijd neer op de vraag of deze regering in staat is om keuzes te maken en of er visie in zit. Die vraag heb ik van in het begin niet begrepen omdat de begroting is opgemaakt bij de vorming van de regering, met de keuze dat een aantal beleidsdomeinen, ondanks de crisis en ondanks de besparingen, belangrijk genoeg zijn om er extra middelen in te stoppen. Kinderopvang en gehandicaptenbeleid zijn het meest bekend.

Tegelijk zijn vooral de sociale domeinen gevrijwaard van besparingen. Men is dat blijkbaar allemaal vergeten. Dat is nochtans een duidelijke keuze. Er is gekozen om bepaalde grote maatregelen terug te schroeven, ook al is dat heel moeilijk. Dan wordt er naar de jobkorting verwezen – als dat geen moeilijke keuze is.

Ook in innovatie zijn er keuzes gemaakt. Er zijn nieuwe middelen voor nieuwe bestemmingen. Elektrische voertuigen is er een van. Ook dat zijn keuzes. Ondertussen kunnen de onderzoekscentra verder met dezelfde middelen die ze hadden. Dit zijn twee voorbeelden: het evenwicht en de keuzes die erin zitten, waar de lineaire delen van de begroting maar een deeltje van zijn. Maar we hebben er gedurende 95 procent van onze tijd over gediscussieerd. Dit bevat wel degelijk keuzes en ook zware keuzes.

We mogen daarom terecht blij zijn met dat evenwicht, en in de toekomst zullen we er misschien nog veel blijer mee zijn. Ik ben in elk geval heel blij dat het er is.

Ik ga op één punt blijven aandringen tot er iets mee gebeurt: we hebben echt een grondig debat nodig over de manier waarop we nu kunnen beginnen met het positieve verhaal van het creëren van groei en het inzetten van publieke spaarmiddelen om projecten mogelijk te maken tegen redelijke prijzen en met veilige spaarproducten voor de huishoudens in Vlaanderen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voortgaand op wat de vorige spreker zegt, is het voor mij ook duidelijk dat er geen keuzes worden gemaakt. Ik verwijs naar wat de Nederlandse regering doet. Die bespaart 18 miljard euro, maar ondertussen gaat er wel 1 miljard euro extra naar de ouderenzorg. Dat zou een beleid zijn waar ik mij volledig achter kan zetten.

En dan is er die kaasschaafmethode. U haalt er aan de ene kant een beetje af en doet er elders wat bij. Over die 45 miljoen euro voor de gehandicapten bijvoorbeeld zegt het Rekenhof dat het amper genoeg is om de bestaande plaatsen op peil te houden. Dat is dus geen uitbreiding, hoe men dat ook mag presenteren. Nu hoor ik hier al bijna zeggen dat we op O&O vooruitgaan, maar ook daar zegt het Rekenhof zeer duidelijk dat we erop achteruitgaan.

Minister, ik wil het nog eens hebben over die 1,5 miljard euro extra waarover u beschikt. Ik zal het nog één keer proberen uit te leggen. Wanneer u uw meerjarenraming hebt opgesteld, bent u uitgegaan van een bepaald begrotingstraject onder veel ongunstiger omstandigheden. Ik zal het nog anders zeggen. In vergelijking met uw meerjarenraming hebt u netto ESR-matig 189 miljoen euro meer: 486 miljoen euro meer ontvangsten min de extra uitgaven die daar tegenover staan. U hebt dus ongeveer 200 miljoen euro meer uit te geven in vergelijking met uw meerjarenraming. Waar is dat naartoe? U geeft dan een opsomming van waar het allemaal naartoe is, maar hoe komt het dat dat allemaal weg is aan uiteindelijk niet veel extra’s? Dat komt omdat u daarvoor niet structureel hebt bespaard.

Ik ben blij dat u erkent dat wij als fractie hebben geprobeerd om onze nek uit te steken en een aantal voorstellen te doen waar we kunnen besparen, onder andere in het openbaar vervoer, in Cultuur en in Ontwikkelingssamenwerking. Daar kan de hakbijl voor ons best wel in. Het hoeft zelfs geen kaasschaaf te zijn, en ook geen N-VA-methode – wat naar links draaien, wat naar rechts draaien en dan de zwartepiet doorschuiven. Wij kiezen dan voor de hakbijlmethode.

Het evenwicht dat u presenteert, is wel een prestatie qua pr voor het geruststellen van de financiële markten, maar daar zit ook een zeker onevenwicht onder. We geven namelijk geld uit aan zaken waar niemand om staat te springen – ik denk aan de kindpremie voor 7 miljoen euro – en besparen tegelijkertijd op zaken waar wel extra middelen worden gevraagd. U maakt dus ook wat dat betreft onevenwichtige keuzes.

Ik zeg niet dat de begroting op los zand is gebouwd, maar bijvoorbeeld de dividendbetaling van KBC is nog niet helemaal zeker.

Met al die elementen denk ik niet dat wij deze begroting zullen goedkeuren, voorzitter.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Minister Muyters, ik ben sterk ontgoocheld in uw antwoord. De mensen die hier al in de vorige legislatuur of vorige legislaturen zetelden, weten dat wij hier wat anders gewoon waren en wel een ander antwoord kregen van de minister van Begroting na twee dagen debat. Ik heb zeer weinig inhoudelijks gehoord van u.

Minister Lieten, u hebt wel gepoogd ons een aantal zaken mee te geven. Ik wil een aantal elementen opnieuw op tafel gooien, te beginnen met iets wat de heer Crombez heeft gezegd. Hij zegt dat deze regering wel rekening wil houden met een aantal kritieken vanuit de oppositie. Ik zou nu graag eens precies weten met welke kritieken deze regering wel rekening wenst te houden. Men kan vaag blijven en zeggen dat er goede zaken gezegd zijn, maar als men niet opsomt wat deze regering gaat meenemen van die kritieken, zitten we hier eigenlijk allemaal twee dagen onze tijd te verdoen.

Ik kan me wel vinden in wat de heer Watteeuw heeft gezegd. Ik heb ook een beetje het gevoel dat we gedurende twee dagen een dovemansgesprek hebben gevoerd. Iedereen blijft maar naast elkaar praten, horen wat men graag hoort, en de rest wordt naast zich neer gelegd. Ik zou van deze regering graag een paar exacte antwoorden krijgen.

Mijnheer Crombez, u hebt gezegd dat kinderopvang en de sector van personen met een handicap de twee sectoren zijn die aantonen dat er wel degelijk wordt gewerkt. Ik zeg al lang dat deze sectoren inderdaad steeds meer krijgen. Ondanks het feit dat ze steeds meer krijgen, lossen we het probleem echter ten gronde niet op. Gisteren heeft Open Vld duidelijk drie keuzes naar voren gebracht. Er moet dus gekozen worden.

Mevrouw de minister, u vertegenwoordigt de regering. Ik had graag met u het debat aangegaan over die keuzes. U zegt dat bij keuzes iedereen een beetje minder krijgt. Bent u van mening dat uw regering de juiste keuzes heeft gemaakt? Ik verwijs graag naar één keuze die de afgelopen twee dagen herhaaldelijk is aangehaald, namelijk die over de kindpremie. Kunt u die maatregelen blijven verdedigen als u weet dat er zo veel plaatsen in de kinderopvang te kort zijn? U zegt dat u getracht hebt iedereen onder het deken te krijgen. Het is koud buiten, dat weten we. Als u weet dat er zo veel mensen buiten staan te wachten op zorg, als u weet dat er partners zijn die hun hand willen reiken naar deze regering om samen de oplossing te bieden en om de uitdaging aan te gaan om ervoor te zorgen dat we die warme en sociale samenleving kunnen realiseren, dan zou ik nu graag een duidelijk antwoord krijgen van de regering. Bent u bereid de handschoen op te nemen? Ik zou graag een duidelijk antwoord krijgen op die twee vragen.

De voorzitter

Ik stel wel voor dat we het debat niet opnieuw voeren.

Vera Van der Borght

Voorzitter, daarnet hebben mensen tijdens het debat tien keer dezelfde vraag gesteld aan mensen die vooraan stonden. Dan mogen wij aan de regering ook deze vragen stellen. En dan vind ik dat de regering ook een antwoord moet kunnen geven.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght, u mag hier alle vragen stellen die u wenst. We hebben echter gedurende twee dagen uitgebreid bij die zaken hebben stilgestaan, ook inzake Welzijn. Ik wil het debat nu niet opnieuw openen. Ik denk trouwens dat de andere leden daar ook niet op zitten te wachten.

Ivan Sabbe

Voorzitter, collega’s, minister, ik wil helemaal het debat niet heropenen. Ik wil me wel even richten tot minister Lieten. Minister, u hebt één uitspraak gedaan, die ik toch moet rechtzetten. Als de economie groeit, is dat niet dankzij een regering, is dat niet dankzij een beleid, maar wel dankzij de inzet van ondernemers, van zelfstandigen, van vrije beroepen, van mensen die werken. Dat zijn degenen die een toegevoegde waarde creëren, dat zijn degenen die zorgen voor economische groei. In het geval van Vlaanderen zou ik zelfs durven zeggen dat ondanks de grote overheid, ondanks de regulitis, ondanks de regelneverij en ondanks de zware fiscale druk met de pestbelastingen er bovenop, men hier onderneemt en vooruit gaat. Dat is ondanks de regering en niet dankzij uw beleid. U kunt dat aftoetsen met de organisaties. Ze zullen u net hetzelfde zeggen.

Veerle Heeren

Ik zal een korte reactie geven van onze fractie. We zijn tevreden met de reactie van de regering na dit tweedaags debat, dat niet zo ruim gevolgd werd. Desalniettemin werden de juiste inhoudelijke insteken gegeven. Zoals de andere sprekers van de meerderheid hebben gezegd, gaat het over het maken van keuzes. Dat vergt moed. Keuzes worden natuurlijk gemaakt vanuit een bepaalde ideologische invalshoek. Deze Vlaamse Regering is samengesteld door drie politieke partijen, die op een bepaald moment een consensus hebben gevonden om, zeker wat het sociale onderdeel betreft, duidelijke keuzes te maken.

Met dat budget gaan we op weg. Bij de stemming morgen krijgt u de goedkeuring van mijn partij. Het komt erop aan om ook in 2011 dat geld daadkrachtig te gebruiken. De actieplannen en beleidsbrieven die werden voorgelegd en besproken in de verschillende commissies, waaraan velen van mijn fractie hebben deelgenomen, zijn in elk geval veelbelovend. Onze fractie zal in 2011 op een constructieve manier verder werken.

Mijnheer Gatz, als de aanwezigheid in het parlement de weerspiegeling is van de cohesie en de coherentie binnen uw partij, zoals u dit de regering verwijt, dan hebt u een probleem. (Applaus bij de meerderheid)

Marijke Dillen

Bij de N-VA ziet het er dan ook niet zo goed uit.

Vera Van der Borght

En bij CD&V is het ook niet zo denderend.

Mevrouw Dillen, mevrouw Van der Borght, de opmerking kwam van de heer Gatz en was tot de regering gericht. Als dat zijn afweging is, dan pas ik dezelfde afweging bij hem toe. Wij hebben die afweging niet gemaakt; daarom richt ik me tot de heer Gatz, niet tot iedereen.

Iedereen heeft zijn eigen stijl. Mijn voorganger had een andere stijl. Ik weet dat ik heel uitvoerig heb geantwoord op alle vragen in de commissie. Zelfs de heer Vereeck heeft gezegd dat hij alles heeft afgepunt dat werd gevraagd. Hij heeft nagezien of alles beantwoord was en elk onderdeel werd beantwoord. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

Mijnheer Van Hauthem, in de algemene inleiding werden geen vragen gesteld die daar bovenop kwamen. De vragen die werden gesteld, werden hetzij rechtstreeks door de vakministers beantwoord, hetzij tijdens het debat of helemaal op het einde door mij. Als het parlement graag efficiënt werkt, dan wil ik ook efficiënt werken in de commissies, want dat is de bedoeling. Iedereen, ook mevrouw Van der Borght, is welkom op commissievergaderingen. Ook de heer Van Hauthem. (Rumoer)

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, excuseer, ik had het woord moeten vragen, maar naast mij zit een lid van de commissie Financiën en die wacht nog altijd op antwoorden op zijn vragen over de verkeersbelasting! Hij wacht er trouwens al maanden op!

Minister, komt u ons dus niet zeggen dat onze fractie niet aanwezig is in die commissie en geen vragen stelt. We krijgen geen antwoorden! (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Ingrid Lieten

Voorzitter, ik ben toch een beetje ontgoocheld. Uit de repliek die we nu horen, blijkt niet alleen dat we effectief een dovemansgesprek voeren, want al wat we hebben gezegd, heeft men blijkbaar niet gehoord, maar er blijkt ook uit dat er een kakofonie is. Die kakofonie vanuit de oppositie toont opnieuw aan dat er hier allerhande recepten naar voren worden geschoven die niet coherent zijn. Met uitzondering van de heer Vereeck, die zegt dat hij wil besparen op cultuur en op het openbaar vervoer en die daarmee de enige is die duidelijk is, zeggen alle anderen alleen maar dat er te weinig werd bespaard, dat er te veel werd bespaard, dat we geen keuzes maken of dat we de foute keuzes maken.

Dames en heren, ik wil hier duidelijk eindigen. Wij proberen ons vanuit de Vlaamse Regering effectief te gedragen als een goede huisvader en een goede huismoeder. Ik denk dat de mensen heel goed begrijpen dat dit wil zeggen dat als het minder goed gaat, we het met minder doen, dat we zorgvuldige keuzes maken en een nieuw pad creëren voor zorgvuldige groei, voor duurzame investeringen en voor duurzaam onderwijs en welzijn. Dat zijn de keuzes die wij maken en waarover u in deze begroting kunt lezen. Dat is waar wij voor gaan. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Ik heb voor de aardigheid even de optelsom gemaakt van de mensen die het woord hebben gevoerd gedurende de afgelopen twee dagen. 49 van hen zijn zelfs niet meer aanwezig om te luisteren naar het antwoord van de regering, en ik heb het zowel over de meerderheid als over de oppositie. Dat getuigt ook van weinig respect ten aanzien van de regering. Ik wil iedereen die hier aanwezig is, daarvoor feliciteren.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.