U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 30 januari 2008, 14.00u

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, over gokken duiken steeds meer alarmerende berichten op. Het aantal gokverslaafden neemt alsmaar toe, het gokspel wordt toegankelijker en kan in alle anonimiteit beoefend worden. De omvang van de ingezette bedragen en de daarmee gepaard gaande verliezen kent fenomenale stijgingen. De leeftijd waarop men begint te gokken, wordt steeds lager.

Gokken, in zijn meest diverse vormen, dreigt een ernstig maatschappelijk probleem te worden en maakt alsmaar meer slachtoffers. Ons land zou momenteel ruim 100.000 zware gokverslaafden kennen. Rekenen we daar nog de enkele tienduizenden internetgokkers bij, dan kunnen we niet meer om de maatschappelijke impact van het fenomeen gokken heen en dringen nieuwe of bijkomende maatregelen zich op.

Van 2006 tot nu tekende de werkgroep Gokverslaving 26.789 oproepen op. Dat is ruim het dubbele van vijf jaar geleden. Iemand die in een casino voor 17.000 euro per maand speelt, zou slechts een gemiddelde gokker zijn. Hoewel de casinodirecties tot op de laatste cent noteren hoeveel spelers er spelen, zal men in een Belgisch casino nooit tot voorzichtigheid aanmanen. In Nederland gebeurt dat wel.

Er is ook een vaak terugkerend patroon bij de gokverslaafden. Ze werken zich steeds dieper in de put omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze het grote lot zullen winnen om hun schulden af te betalen. Ze leiden ook vaak een dubbelleven. Gemiddeld zou het zeven jaar duren vooraleer ze ontmaskerd worden.

Vooraleer de gokverslaafden zich wenden tot professionele hulpverlening, hebben ze nogal vaak een lange weg afgelegd: ze hebben hun spaarcenten soms opgesoupeerd en leningen afgesloten. Tot slot leidt gokverslaving soms ook tot depressies en zelfs tot zelfmoordpogingen.

Mijnheer de minister, de wetgeving daarover is natuurlijk een federale bevoegdheid. De voorbeelden tonen echter aan dat er nood is aan meer sensibilisering en preventie. Het initiatief van het onderwijsblad Klasse om met een stappenplan de gokcultuur in de klas te doorbreken, is lovenswaardig. We mogen er echter niet van uitgaan dat het onderwijs alleen dit probleem kan oplossen of voorkomen. Het gokken is immers diep in onze maatschappij geworteld. Dat blijkt onder andere uit de gokspelletjes, die samen met de gezelschapsspelletjes in de winkelrekken liggen. Er wordt helemaal niet gewezen op de gevaren ervan.

Ik vind het bovendien nog erger als een populair magazine op een subtiele manier aanzet tot gokken of de populariteit van gokken gebruikt en gratis een cd-rom meegeeft, waarop een bekende Vlaming leert hoe men moet pokeren. De drempel om te gokken wordt telkens lager.

Mijnheer de minister, er is nood aan een globale aanpak binnen een breed maatschappelijk kader en een globaal preventie- en begeleidingsbeleid. Welke evoluties zijn er merkbaar in de al bekende cijfers? Welke beleidsmaatregelen op het vlak van preventie en sensibilisering zijn er al genomen? Welke conclusies hebt u daaruit getrokken? Hebben die geleid tot een remediëring? Plant u nieuwe maatregelen voor een globaal preventiebeleid? Wordt er over de gokproblematiek overleg gepleegd met de federale overheid? Zo ja, wat wordt dan besproken en hebben die besprekingen al resultaat opgeleverd? (Applaus)

De voorzitter

Minister Vanackere heeft het woord.

Minister Steven Vanackere

Mevrouw Robeyns, het applaus is terecht. Gokverslaving kan mensenlevens vernietigen. In mijn antwoord zal ik vooral wijzen op de evoluties. Samen met een aantal collega's bent u in de commissie immers al langer dan vandaag begaan met dit probleem.

De Vlaamse Gemeenschap werkt vooral met de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD), die de convenanthouder is inzake middelengebruik. Gokken is daarbij uitdrukkelijk opgenomen in de actieradius van de VAD. Dat blijkt trouwens ook uit het feit dat de VAD brochures ter beschikking stelt. Er is ook een dossier dat gratis kan bekomen worden op de website van de VAD. Het richt zich tot mensen en hulpverleners die worden geconfronteerd met gokverslaving.

Er is wel iets aan de hand met de cijfers en evoluties. De cijfers die we evalueren via een jaarlijkse leerlingenbevraging, onder andere door de VAD, laten zien dat de traditionele vormen van gokken afnemen. De incidentie inzake gokautomaten is de afgelopen zes of zeven jaar bijna gehalveerd. Het spelen op de Lotto is ook verminderd. Er wordt minder voor geld gekaart.

Dat wijst erop dat er een toename is van een aantal nieuwe fenomenen die kunnen leiden tot een gokverslaving. Dat volgt niet uit die bevraging. Ik heb aan de VAD gevraagd bij een volgende enquête ook het pokeren op te nemen.

Ik ben ervan overtuigd dat er een overlap is.

Dat merken we uit onze contacten met jeugdhuizen, waarmee we het laatste jaar met de VAD aan de slag zijn gegaan rond verschillende vormen van verslaving. Ik zie er uitdrukkelijk op toe dat gokken daarvan deel uitmaakt.

Hoe zit het met de hulpverlening? Die is vooral via de cgg's georganiseerd. De hulpvraag explodeert niet, maar dat betekent niet dat het probleem stabiel blijft. Alles samen melden ongeveer 200 mensen per jaar zich aan met gokgerelateerde problemen. Dat is eigenlijk weinig en verwijst vooral naar wat u ook aanhaalde, namelijk dat het lang duurt eer een gokverslaving aan de oppervlakte komt. Men schat gemiddeld zes, zeven jaar. We ondersteunen de cgg's en andere organisaties, in het bijzonder een aantal zelfhulpgroepen, zoals de Anonieme Gokkers en Werkgroep Gokverslaving, die ook binnen het cgg met het aanbod van VAGGA actief zijn. We ondersteunen vooral zo veel mogelijk het Trefpunt Zelfhulp.

Dat heeft te maken met hulpverlening op het moment dat de gokverslaving iets aanricht in het leven van de gokker en zijn familie. Maar de echte primaire preventie bestaat erin jonge mensen - en ook andere, maar hoe jonger hoe beter - te leren hoe zij nee kunnen zeggen tegen impulsen, hoe ze kunnen omgaan met de risico's van verslaving en weerbaar kunnen worden. In de nasleep van de gezondheidsconferentie over middelengebruik eind 2006 is het project Life Skills gestart. Het heeft een Engelse naam omdat het internationaal getoetst is en uitgeprobeerd. De Life Skills-methode leert jonge mensen in het onderwijs om assertief te zijn, om te gaan met verleidingen en er nee tegen te zeggen. Ik trek daarvoor in 2008 140.000 euro uit, in samenwerking met vzw De Sleutel. De vzw kwam onlangs in de aandacht met een meer curatief aspect van de werking, maar nu krijgen zij voor het eerst een behoorlijk bedrag in het preventieve luik om aan de slag te gaan met de Life Skills.

Ik heb persoonlijk contact opgenomen met de federale minister van Justitie die me op hetzelfde fenomeen wees en de Kansspelcommissie aanhaalde. Men vindt dat de actieradius van de wetgeving vandaag beperkt is. Voor de gokautomaten heeft de wet gezorgd voor een vermindering van het aantal gokkers. Maar de wet maakt jammer genoeg niet onmogelijk dat nieuwe vormen van verslavende spelletjes hun weg vinden. Die worden niet door de wetgeving gedekt. Ik vind het belangrijk om samen met de minister van Justitie op weg te gaan om te zorgen dat het wetgevend kader, dat beperkend is, zeker voor minderjarigen, voldoende rekening houdt met nieuwe effecten.

Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. In het verleden zijn de nodige preventie en sensibilisering gebeurd, maar inderdaad meer gericht op traditionele gokspelen. De laatste jaren komt er een steeds populairder nieuw aantal gokspelen op de markt. We moeten daarop een passend antwoord vinden.

Ik hoor graag dat er een nieuw initiatief is in het onderwijs qua primaire preventie, maar we mogen niet alleen van het onderwijs alle heil verwachten. De zelfhulpgroepen zijn belangrijk, maar op het moment dat die de mensen met problemen bereiken, zijn er vaak al vele jaren verstreken. Het probleem is soms al zo dramatisch dat het moeilijk is om de mensen terug op weg te helpen.

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik steun mevrouw Robeyns in haar bezorgdheid. Terecht heeft Klasse deze week aan de alarmbel getrokken. U hebt gelijk dat een aantal vormen van gokken gestabiliseerd zijn, maar het is beangstigend dat het gokken bij jongeren toeneemt. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren beginnen met gokken, is 11 jaar en 8 maanden. Dat zijn meestal nog kinderen uit het lager onderwijs. Dat moet ons tot nadenken stemmen. Ook het feit dat jongeren steeds meer geld uitgeven aan gokspelletjes is vrij beangstigend. Het populaire pokerspel is bij veel jongeren gewoon niet meer weg te denken. Het wordt zelfs meegenomen naar de school om er tijdens de vrije tijd mee te spelen. Ik stel me daar heel veel vragen bij, zeker in combinatie met het internet. Daar is het blijkbaar heel gemakkelijk om te pokeren. Het internet is bovendien dag en nacht beschikbaar, is anoniem en er is geen sociale controle. Mijnheer de minister, u bent daar uiteraard - spijtig genoeg - niet voor bevoegd.

Het is heel belangrijk om de preventie ten aanzien van jongeren op te drijven. Het initiatief van Klasse is positief, maar ik pleit ervoor om ten aanzien van de jongeren een globaal beleid uit te werken om gokverslaving te voorkomen. U stelt terecht dat jongeren meer weerbaar moeten worden gemaakt. U mag in elk geval op onze fractie rekenen als u met een verder doorgedreven beleid naar het parlement komt.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Mevrouw de voorzitter, ik wil me aansluiten bij de bezorgdheid die beide collega's hebben geuit.

Mijnheer de minister, ik ben een beetje verbaasd omdat u er precies nogal gemakkelijk over gaat. U zegt dat de cijfers aantonen dat het niet zo dramatisch is en dat er een daling is van het gokken. Ik wil dat relativeren. Heel wat jongeren kampen met een gokverslaving. Het is dikwijls een vicieuze cirkel. Jongeren hebben geen werk, vervelen zich, hebben vaak veel geld nodig en wagen zich aan gokspelen. Er zijn al een aantal goede initiatieven genomen, maar er moet op verschillende terreinen worden samengewerkt om jongeren op te vangen en te voorkomen dat ze verder de dieperik in gaan. Op die manier geraken ze in de schuldenproblematiek, wat dan opnieuw een zwaar probleem is.

Naast preventie via het onderwijs moeten we er alles op zetten om jongeren aan het werk te krijgen zodat het aspect van verveling wegvalt. Op die manier hebben ze een doel in hun leven.

Minister Steven Vanackere

Mijnheer Van der Borght, ik wil een misverstand uit de wereld helpen. Ik heb de cijfers geciteerd waarover ik beschik. Het spelen op gokautomaten daalt. Ik heb er meteen de conclusie aan verbonden dat dit betekent dat andere vormen van gokverslaving stijgen. U hebt me helemaal niet horen spreken over een stabilisatie van het fenomeen. Integendeel, ik ben mevrouw Robeyns dankbaar dat ze dit probleem blijvend onder de aandacht brengt zowel in de commissie als in de plenaire zitting. Ik onderschat het probleem allerminst. Datgene waar we vandaag vat op hebben, onder andere doordat de federale wetgeving er een heel stringente pak op heeft, geeft aanleiding tot een daling van traditionele vormen van gokken. Dit bewijst dat het beleid moet worden aangepast om nieuwe fenomenen van gokken onder de actieradius van de wetgeving te brengen.

U hebt me zeker niet horen zeggen dat het naar beneden gaat.

U hebt gelijk. Het gaat niet over het onderwijs als de plaats waar men zou gokken, overdag wordt er trouwens niet veel aan internetgokken of aan andere vormen van gokken gedaan op school, maar we willen de school gebruiken als een kanaal waarlangs belangrijke boodschappen aan jonge mensen overgebracht kunnen worden. We werken daarnaast ook met jeugdhuizen. Dit jaar zullen we heel intensief aan de slag gaan met de jeugdhuizen inzake internetverslaving en spelen op het internet. Het is natuurlijk veel moeilijker voor een minister van Welzijn om in de huiskamers binnen te lopen, en daarom tracht ik de kanalen te vinden waarlangs ik jonge mensen weerbaarder kan maken. Een van de meest prominente kanalen is natuurlijk het onderwijs.

We mogen de problemen niet onderschatten en zeker niet minimaliseren. De cijfers zijn eerder hallucinant. Ik merk dat ook de andere fracties de bezorgdheid delen.

Het is inderdaad belangrijk om in het wetgevende kader ook de nieuwe fenomenen op te nemen. In dat opzicht gaat het om een federale bevoegdheid. U kunt hier in overleg met de minister van Justitie aan voortwerken.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

van Jan Penris aan minister Kathleen Van Brempt, beantwoord door minister Frank Vandenbroucke
155 (2007-2008)
van Jurgen Verstrepen aan minister Kathleen Van Brempt, beantwoord door minister Frank Vandenbroucke
156 (2007-2008)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.