U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 18 april 2007, 14.05u

De voorzitter

De heer Vanackere heeft het woord.

Steven Vanackere

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, men spreekt hier over bilans, maar het enige bilan waarover de burger binnenkort zijn mening zal geven, is het bilan van de federale regering. Dat is binnenkort aan de orde. En het is niet de eerste keer dat we hier moeten vaststellen dat op het federale niveau de kwaliteit van de beloften vaak beter is dan de kwaliteit van de uitvoering ervan. Dat is ook duidelijk het geval bij het onderwerp van mijn actuele vraag, het statuut van de vrijwilligers.

Mijnheer de minister, iedereen die de materies die u dierbaar zijn, volgt, weet dat het statuut van de vrijwilliger de Vlaamse aangelegenheden sterk beïnvloedt. Een van de zaken die de federale regering aangekondigd heeft en legistiek gerealiseerd heeft, is het nieuwe statuut van de vrijwilliger dat op 1 januari van dit jaar in werking is getreden. Ik zeg legistiek, omdat het voorlopig een zaak van juristen is. Op het terrein, en meer bepaald op het vlak van de verzekeringen, is het voorlopig nog koffiedik kijken.

Er zijn wel uitvoeringsbesluiten, maar er zijn zaken aangekondigd die vandaag nog steeds niet gerealiseerd zijn. Om te beginnen een collectieve polis, een soort standaardpolis waarvoor minister Verwilghen zich geëngageerd heeft, maar waarbij er nog geen vooruitgang geboekt is in het overleg met de verzekeringssector. Verder is er een initiatief van staatssecretaris Tuybens. Hij stelt een miljoen euro ter beschikking voor diezelfde problematiek van de collectieve verzekering. Dat geld zit voorlopig nog altijd ergens in een kast, omdat er tussen de verschillende provinciale besturen nog geen overeenstemming is over hoe dat geld het best verdeeld wordt.

U zult zeggen dat ik een oppositietoespraak houd voor het federale parlement maar met deze samenvatting wil ik nog eens wijzen op het belang van dit statuut voor de vrijwilligers. Ik verwijs naar een resolutie die het Vlaams Parlement ruim een maand geleden heeft goedgekeurd. Daarbij vroegen wij aan de Vlaamse Regering om naar aanleiding van dat statuut flankerende maatregelen te nemen. Vandaag moet ik tot mijn spijt zeggen dat de belangrijkste flankerende maatregel die de Vlaamse Regering kan nemen zeker geen bijkomend initiatief is op het niveau van de verzekeringsstatuten. Wat we wel moeten doen, is met onze vuist op tafel kloppen bij de federale overheid. We moeten op het Overlegcomité -er is er nog één voor de federale regering definitief aan haar campagne begint - vragen wanneer er uitvoering zal worden gegeven aan datgene waar zoveel vrijwilligers in Vlaanderen op wachten.

Mijnheer de minister, welke initiatieven hebt u al kunnen nemen in termen van overleg of desgevallend in termen van het agenderen van dit punt op het Overlegcomité? Het is de bedoeling om binnen een redelijke termijn - voor zover daar nog sprake van kan zijn - tot een conclusie te komen.

De voorzitter

Minister Anciaux heeft het woord.

Minister Bert Anciaux

Ik onderschrijf de vraag van de heer Vanackere. Ik erger me eveneens aan de onduidelijkheid in dit dossier.

Samen met minister Vervotte heb ik dit dossier geagendeerd op het Overlegcomité van 25 april. Dat is het laatste Overlegcomité binnen de huidige federale legislatuur. Het is de bedoeling om uiterlijk binnen de 14 dagen duidelijkheid te krijgen in dit dossier. Op Vlaams niveau willen we starten met een informatiecampagne. We beschikken echter niet over voldoende informatie. We hopen dan ook dat we nog voor de federale verkiezingen de verenigingen kunnen meedelen waar ze aan toe zijn.

Ik kan hier heel wat bedenkingen bij formuleren maar ik ga dat niet doen. Ik hoop dat op 25 april de federale overheid duidelijke garanties kan geven dat er binnen een zeer korte periode - wij vragen 14 dagen - duidelijkheid komt over dit dossier.

Steven Vanackere

Mijnheer de minister, u hebt gelijk. U kunt niet communiceren als u niet weet wat u precies zou moeten communiceren. Op het federale niveau moet er eerst duidelijkheid komen over de verzekeringsproblematiek. Ik reken erop dat we zodra die duidelijkheid er is, alle inspanningen zullen doen om niet alleen de verenigingen en de vrijwilligers maar ook de lokale besturen die vaak met dezelfde problematiek worden geconfronteerd, op een correcte manier te informeren. Ik kan u echter niet dwingen om te communiceren over iets wat vandaag omwille van een federale nalatigheid nog in de mist zit. U kunt pas communiceren zodra die mist is opgetrokken.

Ik stel met genoegen vast dat u bereid bent om naar het Overlegcomité te stappen om duidelijkheid te krijgen over dit dossier. Ik hoop dat die duidelijkheid er effectief komt eind april. Ik ben er niet helemaal gerust in omdat ik al heel wat deadlines heb zien passeren. Als er geen klaarheid komt, hoop ik toch dat de Vlaamse Regering in het kader van haar informatieplicht ten aanzien van de verenigingen, de gepaste informatie geeft om te vermijden dat de verenigingen in onzekerheid blijven functioneren. Eens de vervaltermijn van april-mei voorbij is, moeten we niet meer verwachten dat er op korte termijn nog initiatieven worden genomen op het niveau van het overleg met de verzekeringssector. In dat geval zullen we wellicht nog een halfjaar langer moeten wachten. Dat is bedroevend.

Tot slot wil ik er nog op wijzen dat alle partijen beweren gehecht te zijn aan het vrijwilligerswerk. Lippendienst volstaat echter niet. We moeten serieus de mouwen opstropen en eraan werken.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.