U bent hier

De voorzitter

Aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2005, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2005 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2005.

We bespreken nu de beleidsdomeinen binnenlandse aangelegenheden, bestuurszaken, institutionele en bestuurlijke hervormingen, decreetsevaluatie wonen, stedelijk beleid, inburgering, gelijke kansen, Brussel en de Vlaamse rand.

Gerda Van Steenberge

In het verleden werd het beleid inzake de Vlaamse rand altijd stiefmoederlijk behandeld. De bevoegdheid voor de rand werd symbolisch toevertrouwd aan een specifiek minister, wiens rol zich evenwel beperkte tot het coördineren van de bevoegdheden van zijn functionele collega's. In de regeringsverklaring van september werd uitdrukkelijk gezegd dat in die situatie verandering zou komen. In de begroting is echter weinig te merken van een krachtdadig beleid voor het Vlaams karakter van de Vlaamse rand.

Op dit vlak haal ik twee initiatieven aan waarmee de regering zou kunnen aantonen dat het haar menens is met een echt Vlaams beleid in de rand, namelijk Ring-TV en het probleem van de taal- en pedagogische inspectie in het Franstalig onderwijs in de faciliteitengemeenten.

Ring-TV kampt al jaren met financiële moeilijkheden. De vorige Vlaamse Regering heeft daar nooit aandacht aan geschonken. Minister Keulen stuurde bijvoorbeeld aan op een samenwerking met ROB-TV. Dit zou de specifieke bijdrage van Ring-TV aan het Vlaams karakter van de Vlaamse rand echter in het gedrang brengen. TV-Brussel, die een gelijkaardige rol speelt voor de Vlamingen in Brussel, wordt daarvoor gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, en wel voor een bedrag van 1,566 miljoen euro. Voor Ring-TV kan dat blijkbaar niet. Nochtans werd er al in het verleden gepleit voor kredieten. Het Vlaams Belang kon toen met zijn pleidooi zelfs op de steun rekenen van CD&V-fractieleider Van Rompuy. Die stelde in de commissie dat die situatie zou veranderen als zijn partij deel zou uitmaken van de Vlaamse Regering. Dat blijkt nu echter niet het geval te zijn. Ring-TV moet zijn eigen boontjes doppen en het voortbestaan van deze zender als een aparte entiteit komt hiermee in gevaar.

Het verdwijnen van Ring-TV zou nochtans een ernstige verarming betekenen voor de Vlamingen in de rand. Het zou een bres zijn in de dam die moet worden opgeworpen tegen de verfransing van de Vlaamse rand. De verfransingsdruk blijft immers toenemen, dat geeft minister Vandenbroucke zelf toe in zijn beleidsnota.

De minister maakt zich er ook terecht druk over dat er nog steeds geen oplossing is voor het probleem van de taal- en pedagogische inspectie in het Franstalig onderwijs in de faciliteitengemeenten. De Vlaamse Regering blijft de Franstalige faciliteitenscholen in de zes gemeenten van de Vlaamse rand en in Ronse subsidiëren voor een bedrag van bijna tien miljoen euro. Dat is opmerkelijk vermits er in de decreetgeving rond Onderwijs geen uitzonderingen worden voorzien voor Franstalige scholen in Vlaanderen. De Franstalige scholen laten echter de taal- en pedagogische inspectie niet toe, volgen de Vlaamse eindtermen niet en werken niet mee met de Vlaamse CLB's.

Het is nochtans evident dat de Vlaamse Gemeenschap zelf moet toezien op de kwaliteit van het Franstalig faciliteitenonderwijs. Dit onderwijs heeft immers de bedoeling de integratie in de Vlaamse gemeenschap te bevorderen. Het is geen subsidie voor het organiseren en bestendigen van fanatiek Franstalige scholen in Vlaanderen. Dit standpunt wordt gedragen door een meerderheid in dit parlement. In 2002 werd zelfs in een motie aan de Vlaamse Regering gevraagd de bestaande protocollen nietig te verklaren en de subsidies stop te zetten indien de Franse Gemeenschap haar verplichtingen niet nakomt. Daarvan is echter nog niets in huis gekomen. We moeten het stellen met een belofte van de minister in de beleidsnota. Het Vlaams Belang meent dat Vlaanderen de subsidiekraan moet dichtdraaien. Dat zullen ze aan de overkant van de taalgrens wel begrijpen. Mijn fractie heeft een amendement ingediend waarin wordt gepleit voor een stopzetting van de subsidies aan het Franstalig onderwijs.

Ook de oprichting van een huis van het Nederlands in een van de zes faciliteitengemeenten rond Brussel zou een goede zaak zijn.

Ook inzake Brussel zorgt deze regering niet voor een kentering. De huidige minister voor Brussel beheerde dezelfde portefeuille ook tijdens de vorige regeerperiode. Er is veel aandacht voor interculturaliteit, maar niet voor andere dringende zaken.

De zaak van de vzw Flagey is een goed voorbeeld. Het Vlaams Belang steunt de minister in zijn initiatief om de vzw te redden en te vervlaamsen. De minister vermeldt natuurlijk gauw dat er een interculturele programmatie komt. Crucialer nog is de vaststelling dat de nodige kredieten uit het Vlaams Brusselfonds komen. bij het departement Cultuur zijn er namelijk geen middelen. Zijn er dan geen andere zaken die bij voorrang met de middelen van het Vlaamse Brusselfonds moeten worden gerealiseerd, bijvoorbeeld op het vlak van zorg of welzijn? De wantoestanden inzake taalgebruik bij Brusselse hulpdiensten, ziekenhuizen en RVT's zijn immers schrijnend.

Het Vlaams Belang vindt ook geen middelen in de begroting voor de oprichting van een tweede Vlaams ziekenhuis in Brussel door overname van een bestaand ziekenhuis of antenne ervan. Ook voor nieuwe Vlaamse rusthuizen en voorzieningen voor bejaarden is er geen geld. Het Vlaams virtueel zorgnetwerk is onvoldoende.

Nederlandstalige kinderen in Brussel hebben recht op hetzelfde kwaliteitsonderwijs als in de rest van Vlaanderen. Ook daarvoor zijn er geen extra middelen. Bovendien moet er werk gemaakt worden van een voorrangsbeleid zodat Nederlandstalige kinderen in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel niet het slachtoffer worden van het GOK-decreet.

Kortom, de begroting zorgt niet voor een kentering in Brussel en de Vlaamse Rand. Als Vlaanderen zijn hoofdstad niet wil verliezen en de rand niet wil laten breken onder Franstalige druk, moet daar dringend verandering in komen. (Applaus bij Vlaams Belang)

Jan Verfaillie

Lokale besturen spelen een cruciale rol in het bestuur van Vlaanderen. Door de moeilijke financiële situatie zagen de gemeenten zich genoodzaakt om stelselmatig hun belastingen te verhogen. Recente studies van Dexia tonen aan dat hun financiële toestand zorgwekkend blijft. Een vaste groeivoet van het Gemeentefonds van 3,5 procent biedt de gemeenten duidelijkheid. Het is jammer dat een gelijkaardige maatregel nog niet mogelijk is voor het Provinciefonds.

Uit de discussies in de commissie leid ik af dat de regering de lokale besturen als bevoorrechte en onontbeerlijke beleidspartner beschouwd. CD&V acht respect voor de gemeentelijke autonomie hoog. Termen als 'overeengekomen en bedrijfsvriendelijke fiscaliteit' en de afschaffing van de forfaitaire huisvuilbelastingen zijn vast goed bedoeld, maar de gemeenten moeten zelf kunnen bepalen welke belastingen zij invoeren.

Het gemeentelijke effectenrapport en compensaties voor bijkomende taken zijn noodzakelijk, maar bleven al te veel theorie. CD&V rekent erop dat de minister zijn collega's blijft wijzen op de noodzaak van overleg en compensaties. Voorts dring ik aan op een voortzetting van het kerntakendebat zodat vanuit het subsidiariteitsbeginsel de diverse bevoegdheden duidelijk worden toegewezen.

Een recente studie van professor Moesen wijst erop dat Belgische gemeenten in vergelijking met andere Europese landen een beperkte budgettaire bevoegdheid hebben. Dat moet veranderen: van centraal naar decentraal besturen.

CD&V dringt aan op een screening van de planningsverplichtingen: planning is geen doel op zich maar moet een nut hebben.

CD&V vertrouwt er op dat er een degelijk gemeentedecreet komt. Er is geen behoefte aan een grootscheepse hervorming van de gemeentewet, maar wel een mini-gemeentedecreet, dat enkele verbeteringen aanbrengt en de stabiele werking niet in het gedrang brengt. Voorts moet er rekening gehouden worden met de verscheidenheid tussen de besturen. Ook inzake personeelsbeleid is meer flexibiliteit nodig zodat vooral de grote steden aantrekkelijke jobs kunnen bieden aan voldoende gekwalificeerd personeel.

Deze begroting, met de vaste groeivoet van het Gemeentefonds, is een goed begin. Als er meer financiële ruimte komt, reken ik erop dat de minister meer middelen voor de gemeenten in de wacht zal slepen. (Applaus bij CD&V en N-VA)

Chokri Mahassine

De samenlevingsproblemen vormen een grote uitdaging voor alle politieke partijen. De visie van de minister sluit grotendeels aan bij onze opvattingen, toch hangt veel af van de klemtonen die bij de uitvoering worden gelegd. We hopen dat de huidige polarisatie plaats zal maken voor gedeeld burgerschap.

Inburgering mag niet vrijblijvend zijn, maar heeft pas zin als het leidt tot meer en evenwichtigere participatie aan onze samenleving. Pas als initiërende cursussen taal en maatschappelijke oriëntatie tot resultaten leiden, in de vorm van vervolgcursussen of werk, zullen deelnemers gemotiveerd zijn en zich nadien niet enkel meer terugplooien op de eigen gemeenschap.

We kennen nu nog te veel mensen die zowel taallessen en een door de VDAB aanbevolen beroepsopleiding gevolgd hebben maar die, vanwege hun afkomst, geen werk vinden. Er moet dus een sterker verband gelegd worden naar meer kansen op werk. De evenredige participatie op de arbeidsmarkt moet beter uitgebouwd worden. De Vlaamse overheid moet, als werkgever, hierbij het voorbeeld geven.

De eerste vereiste blijft dus de uitbouw van een werkelijk behoeftedekkend aanbod van taal- en opleidingstrajecten. Enkel op die manier kan men ook een daadwerkelijk sanctioneren.

Ik wil ook nog enkele bedenkingen over de begroting formuleren. Aan de basisallocatie 12.02, die betrekking heeft op projecten die gericht zijn op de kwalitatieve verbetering van het aanbod Nederlands als tweede taal voor anderstaligen, zal, net zoals vorig jaar, 499.000 euro besteed worden. Deze subsidies werden altijd goed gebruikt. Vooral de ontwikkeling van les- en testmateriaal was belangrijk. Dit alles gebeurde vanuit de visie dat er niet alleen kwantitatieve maar ook kwalitatieve verbeteringen moesten aangebracht worden in het NT2-aanbod. Dat men, ondanks de wachtlijsten, toch investeerde in de ontwikkeling van cursusmateriaal is bewonderenswaardig.

We zijn wel een beetje bang dat dit geld, precies wegens de terechte bekommernis om kwantitatieve resultaten te behalen, niet meer zal gebruikt worden voor de vervaardiging van cursusmateriaal maar enkel zal aangewend worden in het kader van inburgering en de Huizen van het Nederlands.

Wat is de visie van de minister over dit alles? Zal hij de beschikbare middelen verder willen besteden aan de kwaliteitsverbetering? Kan hij hierover duidelijkheid scheppen?

Het cursusregistratieprogramma Matrix dat door de onthaalbureaus en de Huizen van het Nederlands gebruikt moet worden, functioneert niet goed. Liever dan te investeren in de vervolmaking van dit programma moet men zich durven afvragen of men dit programma eigenlijk nog wel kan corrigeren. Hoe zal de minister dit probleem aanpakken? Mag ik aandringen op de nodige doortastendheid terzake?

Aan de projecten in verband met basisallocatie 33.01, subsidies voor de organisatie en coördinatie van het aanbod Nederlands als tweede taal voor anderstaligen, zal 6,278 miljoen euro toegekend worden. De verhoging van het budget met 3 miljoen euro is absoluut noodzakelijk. De middelen van vorig jaar bleken immers onvoldoende om de wachtlijsten weg te werken. We kunnen enkel een status quo in de wachtlijsten vaststellen. De verhoging van de middelen en de rendementsverhoging moeten er leiden dat de wachtlijsten in de meeste regio's in Vlaanderen weggewerkt zullen zijn en dat in Antwerpen, Mechelen en Gent de wachtlijsten zichtbaar afgebouwd zullen worden.

Ik hoop dan ook dat de middelen volwaardig ingezet kunnen worden. Het is goed om veel aandacht te besteden aan de nieuwkomers. Maar men mag zich niet enkel prioritair op de nieuwkomers richten. Wanneer men dit doet, ontstaat er immers een verdringingseffect en creëert men een negatief maatschappelijk effect.

Daarnaast is het nog onduidelijk hoe men dit alles concreet wenst te realiseren. Momenteel heerst op het terrein een lichte chaos als het gaat over nieuwkomers. De centra weten soms eerder dat er nieuwkomers in hun groepen zitten dan de onthaalbureaus. Bovendien is de informatie die de onthaalbureaus aan de centra bezorgen is dikwijls niet up-to-date en de gemeenten die verantwoordelijk zijn voor het aanschrijven van nieuwkomers doen hun werk nog altijd niet volledig zoals het zou moeten.

In vele regio's werken de centra echter goed samen met de onthaalbureaus. Met veel pragmatisme werkt men er de beste oplossingen uit. Zo worden de wachtlijsten regelmatig vergeleken met de SEVI-lijsten. We moeten dit pragmatisme nu niet gaan doorkruisen met allerhande dwingende, niet uitvoerbare maatregelen door de nieuwkomers absolute voorrang te geven.

De middelen kunnen ook slechts ingezet worden voor intensieve trajecten op niveau 1.1. Dit betekent dat er geen extra middelen zijn voor tragere trajecten of voor traaglerenden of voor het secundaire traject op niveau 1.2.

Verder pleit ik er ook voor om deze middelen ook open te stellen voor analfabeten. De wachtlijst is immers voor een groot deel samengesteld uit deze mensen.

Voor de basisallocatie 33.02, de zogenaamde Huizen van het Nederlands, werd 2.500.000 euro voorzien. Na enige vertraging lijkt de werking van de Huizen van het Nederlands dan toch op kruissnelheid te komen. Dit is enkel toe te juichen. De voorziene middelen zullen dan ook meer dan nodig zijn. Maar is het wel logisch dat er naast de onthaalbureaus ook nog Huizen van het Nederlands bestaan? Misschien moeten we eens een uitbreiding van de onthaalbureaus, waarin de Huizen van het Nederlands organiek worden opgenomen worden, overwegen.

Ik wil het ten slotte ook nog hebben over de middelen die aan het programma 41.7 van het inburgeringsbeleid besteed worden. Tot begin dit jaar kochten de onthaalbureaus voor een bedrag van 4 miljoen euro cursussen voor de nieuwkomers bij de centra voor basiseducatie. Het nieuwe decreet op de inburgering maakte dit niet langer mogelijk. Dit had een steile groei van de wachtlijsten tot gevolg. Minister Keulen kwam al in september 2004 terug op de door zijn voorganger genomen beslissing. Vanaf september 2005 wordt er echter opnieuw in een budgetverandering voorzien. Ik vrees echter dat de wachtlijsten dan opnieuw zullen toenemen.

Minister is Keulen is de allereerste minister voor integratie. Dit siert deze regering. Ik wens hem te feliciteren met de manier waarop hij de afgelopen maanden de samenlevingsproblemen heeft aangepakt. Hij heeft immers gepoogd om, via een overlegmodel, de verschillende geloofsgemeenschappen dichter bij elkaar te brengen. Dit is de enige manier om tot een betere samenleving te komen en samen te werken aan een betere toekomst. (Applaus bij sp·a-spirit)

Ik dank de heer Mahassine voor deze lovende woorden.

Het hele integratiebeleid is echter amper uit de startblokken. Omdat het integratiethema omgeven was met taboes en clichés hebben we het jarenlang niets gedaan. We moeten dus heel wat tijd inhalen.

Vooreerst moeten we de sector zelf herstructureren. We moeten de onthaalbureaus, Huizen van het Nederlands en integratiediensten centraliseren. Tegen de lente van 2006 zou dit moeten lukken. Het zal de efficîëntie ten gode komen.

Vandaag staan er ongeveer 3.300 mensen op de wachtlijsten. Maar slechts enkele honderden daarvan zijn werkelijk verplicht om de inburgeringscursussen te volgen: de ontvankelijk verklaarde asielzoekers en de erkende en geregulariseerde vluchtelingen. De rest zijn oudkomers maar ook analfabete Vlamingen.

Bovendien is er enkel een wachtlijst in Antwerpen en Leuven. In andere steden krijgen we de klas soms niet vol. De Antwerpse onthaalbureaus zullen extra middelen krijgen om de wachtlijst weg te werken.

Integratie is weliswaar in de eerste plaats de taak van de bevoegde minister, maar de hele regering en de maatschappij zijn mee verantwoordelijk. We moeten allochtonen niet alleen een faire kans geven, maar hen ook op hun eigen verantwoordelijkheden wijzen. Ik heb niet de indruk dat de allochtone gemeenschap daar bang van is.

Jan Penris

Voor het eerst is een minister bevoegd voor Inburgering, wat bewijst hoe belangrijk het inburgeringsbeleid is. Het programma Maatschappelijk Welzijn bevat liefst zes begrotingsartikelen samen goed voor 22.532.000 euro. Het positieve daaraan is dat deze regering eindelijk erkent dat er een inburgeringsprobleem is.

Op zich is dat merkwaardig voor een gastvrij volk als de Vlamingen. In Antwerpen zijn wij inwijking gewoon.We hebben dat altijd als een verrijking beschouwd. Wie hier tijdelijk verbleef, behield zijn eigenheid. Hun aantal bleef beperkt. Wie zich hier voor een lange tijd bleef, paste zich aan. Door onze taal te spreken en onze wetten, waarden, normen en traditie te respecteren, zijn de inwijkelingen Vlamingen onder de Vlamingen geworden. Ze zijn dat bovendien geworden op eigen kracht.

Er zijn ook andere inwijkelingen die bewust hun eigenheid bewaren vanuit een onbegrijpelijk godsdienstig fanatisme. Zij verrijken onze samenleving niet. De Vlaamse regering ziet dat in en wil dat probleem verhelpen. Over de manier waarop dat dient te gebeuren, verschillen wij wel van mening.

De uitgangsstelling van minister Keulen is nochtans interessant: het recht op en de plicht tot inburgering zijn een dwingende uitnodiging om actief deel te nemen aan de Vlaamse samenleving. Het beleid wil emancipatorisch werken en de nieuwe Vlamingen op zijn verantwoordelijkheid wijzen. Het beleid wil de zelfredzaamheid verhogen om iedereen te laten aansluiten bij de Vlaamse samenleving. Elke burger moet inspanningen leveren om actief aan de samenleving deel te nemen. Iedereen moet het Nederlands en de waarden en normen van onze samenleving kennen en uitdragen. Helaas doet minister Keulen niets met dit uitgangspunt.

Voor ons is inburgering zonder immigratiestop onmogelijk. Men mag evenmin verwachten dat de Vlamingen zich aanpassen aan de vreemdelingen. De vreemdeling moet zich schikken naar onze waarden.

Bovenal moet er een einde komen aan de verkwisting door de talrijke subsidies aan de integratie-industrie en de allochtone verenigingen, die als allochtone lobby optreden. In 2003 gaf de Vlaamse overheid 11,2 miljoen euro uit aan het minderhedenbeleid. Nu is dat bedrag verdubbeld tot 22,5 miljoen euro. De diversiteitssector blijft de partner van de Vlaamse overheid.

De integratie-industrie kost veel, maar levert niets op. De afgelopen jaren gaven ook de traditionele partijen toe dat het integratiebeleid mislukt is. Toch weigert minister Keulen de subsidiekraan dicht te draaien. Terwijl het verleden ons heeft geleerd dat inburgering maar mogelijk is als men bereid is zelf inspanningen te leveren om Vlaming te worden. We zullen ons alternatief nog toelichten tijdens de bespreking van de beleidsnota.

Ik wil nog één zaak opmerken over het woonbeleid, en richt me in de eerste plaats tot mevrouw Heeren. Het ontwerp van programmadecreet bepaalt dat de Vlaamse regering het gebouw van de VHM aan de Koloniënstraat mag verkopen en opnieuw huren. Mevrouw Heeren verzette zich daartegen. De huisvestingsmaatschappijen zijn mede-eigenaar van dit gebouw, maar hun instemming werd niet gevraagd. Desondanks keurde mevrouw Heeren het ontwerp van programmadecreet goed. (Applaus bij Vlaams Belang)

De heer Penris maakt een karikatuur van het beleid. Wij willen vrijblijvendheid vervangen door rechten en plichten. Wij willen mensen op hun verantwoordelijkheid wijzen, maar geven hun tegelijk een eerlijke kans. Van wie hier permanent komt wonen, verwachten we dat ze Nederlands leren. We breiden het aantal doelgroepen uit. Allochtonen beseffen dat ze voluit voor Vlaanderen moeten kiezen. De sector zelf zal eveneens afstand nemen van de vrijblijvendheid. Iedereen, ook autochtonen, zullen een beroep kunnen doen op de sector. Door mensen zelfredzaam te maken, worden ze sterk genoeg om hun problemen zelf op te lossen.

Wie Nederlands leert en onze basisregels aanvaardt, heeft het recht anders te zijn. Deze openheid is de basis van onze sterke samenleving. (Applaus)

Veerle Heeren

Ik moet de heer Penris ontgoochelen. Ik blijf consequent met mijzelf. Het kooprecht werd geschrapt omdat het niet thuishoort in het programmadecreet. We zullen zelf een wetgevend initiatief nemen.

In de commissie Financiën heeft de minister gezegd dat men op dit ogenblik zoekt naar een oplossing voor het VHM-gebouw. Ik ben er zeker van dat die oplossing er ook komt.

Rob Verreycken

Ik wil mevrouw Heeren corrigeren. Uit de stukken van de commissie Financiën blijkt dat de extra vergoeding voor VHM, die haar eigen gebouwen terug zal moeten huren, reeds opgenomen is in de begroting 2005. De goedkeuring van het programmadecreet impliceert dus de verkoop van de gebouwen, inclusief dat van VHM. Ze terug huren over een periode van 18 jaar verhoogt de kosten met 1 miljard frank voor de belastingbetaler in.

Veerle Heeren

Het regeerakkoord besteedt heel wat aandacht aan het woonbeleid en dat is goed. CD&V kan zich volledig terugvinden in de voornaamste doelstellingen. Ze komen allemaal neer op een streven naar goed en betaalbaar wonen voor iedereen. De woningnood is groot. De regering moet alles in het werk stellen om de doelstellingen ook effectief te realiseren. Woonbeleid moet een prioriteit zijn en blijven, uiteraard in samenspraak met de lokale besturen.

Een van de prioriteiten is het wegwerken van de wachtlijsten. Het is essentieel het investeringsprogramma voor de sociale huur- en koopwoningen te handhaven. Het is mooi dat die handhaving er inderdaad is, ondanks de budgettaire krapte. Met enige creativiteit zullen zelfs meer dan de 15.000 geplande woningen kunnen gerealiseerd worden. Toch moet het budget de komende jaren nog verhogen en moet het tempo opgedreven worden. De 15.000 woningen volstaan immers niet voor 70.000 wachtende gezinnen.

De kredieten voor renovatie en bouw van woningen blijven gehandhaafd. Dit is positief, maar toch moeten we erover nadenken of het parallelle bestaan van verschillende financieringsmechanismen wel nuttig is. Zo ligt het subsidiëringpercentage bij het SBR-programma - subsidie Bouw en Renovatie - veel hoger dan bij het investeringsprogramma IP en het is dus evident dat de bouwmaatschappijen voor SBR kiezen. We zouden naar één enkel subsidiesysteem moeten kunnen evolueren.

Ook de verhuursubsidies aan socialehuisvestingsmaatschappijen worden gehandhaafd. Toch bestaat de uitdaging er niet in ieder jaar die 11 miljoen euro in te schrijven, maar wel tot een structurele oplossing te komen en het socialehuurbesluit zo snel mogelijk uit te werken.

Het aanbieden van de verzekering gewaarborgd inkomen is bijzonder positief. Anderzijds wordt niet genoeg gewerkt aan de bekendmaking ervan. Heel wat kandidaat-eigenaars zijn niet op de hoogte van de mogelijkheden. Door de lage rente worden vandaag zeer veel hypothecaire leningen afgesloten, en vaak worden mensen bij tegenslag geconfronteerd met afbetalingsproblemen omdat ze de verzekering gewaarborgd inkomen niet kenden.

De begroting 2005 is een eerste stap naar een daadkrachtig woonbeleid. Toch zullen nog veel meer middelen en creativiteit nodig zijn om betaalbaar wonen voor iedereen te kunnen realiseren. Het recht op een behoorlijke huisvesting zou van theorie tot realiteit moeten verheven worden.

Sven Gatz

Over de inburgering is de laatste maanden heel wat inkt gevloeid. De stijl van de minister is een verademing. De beleidsnota heeft een duidelijk inhoudelijk uitgangspunt. 'Geen groepen uitsluiten maar mensen inburgeren' is een mooi motto. Ook de dialoogstijl van de minister wekt vertrouwen op het terrein en werpt reeds vruchten af.

Als politicus heeft de minister de toon gezet en een goede basis gelegd. Nu moet hij als manager aan de slag. Hoewel we een decreet hebben dat operationeel is, is daar nog niet altijd voldoende van te merken op het terrein. Het verschil tussen het politiek discours en de realiteit moet tot een minimum herleid worden.

Het is goed dat de regering in 2005 meer middelen voor inburgering ter beschikking stelt. Nu komt het erop aan enerzijds de doelgroepen uit te breiden en anderzijds de wachtlijsten weg te werken en erop toe te zien dat de toeleiding vanuit de onthaalbureaus goed functioneert.

Wat stedenbeleid betreft meldt het meest recente VRIND-rapport een bescheiden terugkeer naar de steden. Deze is hoofdzakelijk te danken aan immigratie, want de autochtone middenklasse trekt nog altijd overwegend naar buiten.

Het is niet alleen een demografisch gegeven. Het is een goede zaak dat veel steden de laatste vijf jaar veel hebben gedaan om de binnensteden te renoveren. Het komt er nu op aan dat het beleid die beweging structureel onderbouwt want anders zal de stadsvlucht binnen een paar jaar opnieuw een feit zijn.

Begin jaren 1990 is er op een vreemde manier begonnen met een stedenbeleid toen een aantal Vlaamse steden een compensatie wilden voor het feit dat de federale regering besliste om de schuldenlast van Brussel en Luik te delgen. Toen werd het Vlaams Fonds voor de Integratie van Kansarmen opgericht en dat is in de loop van de jaren 1990 omgevormd tot het Stedenfonds. De vorige regering heeft een Stadsvernieuwingsfonds gecreëerd en op het einde van de vorige regeerperiode waren er een witboek en de actie Thuis in de stad. Nu is het aan de minister van Stedenbeleid om daarop voort te bouwen. Van een echt stedenbeleid is er nog geen sprake.

De VLD-fractie schuift drie elementen naar voren die de minister kan hanteren. Zo is het heel belangrijk om de kennis en creativiteit die in de steden aanwezig is, uit te bouwen. Ik wijs in dat verband naar de methodiek die Flanders DC de komende weken zal gebruiken om een aantal steden door te lichten. Tegen de zomer zal de minister over de resultaten kunnen beschikken om een beleid op af te stemmen.

Vervolgens nodig ik de minister uit regelmatig in dialoog te treden met zijn collega's, bijvoorbeeld over de uitbouw van het hoger onderwijs of het stedelijke cultuurbeleid en de samenwerking tussen de grote podia. Wat de creatie van een nieuw gemeentedecreet betreft kunnen we in de commissie een debat voeren over de manier waarop de steden daarin kunnen passen. Een aantal basisregels zijn voor elk lokaal bestuur hetzelfde, maar een differentiatie tussen kleinere gemeenten, kernsteden, centrumsteden en grote steden kan voor bepaalde aspecten zinvol.

Een andere aanbeveling is dat een aantal fiscale maatregelen de bescheiden terugkeer naar de stad kunnen onderbouwen. Het parlement zal ongetwijfeld initiatieven ontwikkelen, maar ook de minister kan ervoor zorgen dat het fiscaal aantrekkelijker wordt om in bepaalde zones van de stad te komen wonen of te ondernemen. De minister heeft een kadernota als beleidsnota gepresenteerd. Ik kijk ernaar uit om daarover een debat te voeren en die verder in te vullen.

Verder ben ik verheugd dat de regering de 300.000-norm voor Brussel blijft hanteren. Als tegenprestatie dient de beleidsbrief van de minister van Brusselse Aangelegenheden na te gaan of dat per sector gebeurt. Als men de norm wil onderbouwen, is het nuttig om aan het parlement te laten zien wat de gevolgen van het beleid zijn en dat het geld goed wordt besteed.

In het Vlaams-Brussels beleid zijn er drie hoofdpunten. Wat het onderwijsbeleid betreft wijs ik erop dat het Voorrangsbeleid vruchten afwerpt. Op het gebied van cultuur zijn we bezig met de uitbouw van een stevig netwerk, maar vooral op het welzijnsvlak moeten we extra inspanningen leveren. Ik pleit ervoor dat er binnenkort een plan-Anciaux-Vervotte komt waarin de welzijnspolitiek gekoppeld wordt aan het Vlaams-Brusselfonds.

Verder hoop ik dat het kapitale netwerk daadwerkelijk op het terrein kan worden gerealiseerd en dat er een structurele onderbouw wordt gecreëerd om over de gewestgrenzen heen samen te werken. (Applaus bij CD&V, VLD-Vivant, sp·a-spirit en N-VA)

Cathy Berx

De samenleving verkleurt en het komt erop aan nuchter en rationeel om te gaan met deze ingrijpende wijziging van de Vlaamse samenleving. Voor CD&V betekent dit: onderkennen dat diversiteit de sociale samenhang op de proef stelt; erkennen dat inburgering en integratie van nieuw- en Nederlandsonkundige oudkomers behoorlijk wat geld en wederzijdse inspanningen kost en oog hebben voor de kansen die diversiteit en verkleuring, onder welbepaalde voorwaarden, kunnen inhouden.

CD&V is tevreden met de substantiële verhoging met ongeveer 5,3 miljoen euro in de begroting 2005 van de middelen voor inburgering.

Onze fractie heeft immers steeds gepleit voor onder meer een aanbod aan inburgeringstrajecten dat overeenstemt met de vraag ernaar; een substantiële uitbreiding van het toepassingsgebied van het decreet op de verplichte inburgering op zijn minst tot de gezinsherenigers- en gezinsvormers, ongeacht of ze trouwen met een Belg of een vreemdeling; een uitbreiding van het inburgeringstraject voor de hoger opgeleiden met voldoende uren maatschappelijke oriëntatie; een verhoging van het aantal uren Nederlands in de modules NT2 en soepelere inburgeringstrajecten op maat, die combineerbaar zijn met een job of andere opleiding.

De motieven voor deze opties zijn duidelijk: elke niet-EU-burger die zich permanent en legaal in Vlaanderen wil vestigen moet onze taal leren en moet zich onze normen, waarden, omgangs- en leefregels eigen maken. Kennis van de taal is niet alleen het onontbeerlijke instrument om op de arbeidsmarkt terecht te kunnen, schoolgaande kinderen te begeleiden en op te volgen, maar biedt ook meer kansen om ons referentie- en waardenkader te delen én zich ermee te vereenzelvigen. Dat is evenwel niet genoeg, vandaar dat ook hoger opgeleiden voor ons de cursus Maatschappelijke oriëntatie moeten volgen.

De stijging van de middelen komt gedeeltelijk tegemoet aan onze bekommernissen terzake. Het is in ieder geval een belangrijke stap om wachtlijsten weg te werken en de kwaliteit te verbeteren. Net zo fundamenteel is de verbetering van een aantal instrumenten, zoals het cliëntvolgsysteem, om de resultaten en het traject dat de 'inburgers' moeten afleggen te volgen en in kaart te brengen. Uiteraard kijken we uit naar de meerjarenbegroting en het daarin voorziene groeipad voor het inburgeringsbeleid.

Niet alle aspecten van het inburgeringsbeleid hoeven geld te kosten. Ook hier zoeken we het best naar instrumenten om de samenleving sterker te betrekken bij de realisatie van een aantal doelstellingen, zoals de uitbreiding en versterking van vrijwilligers en verenigingen die zich inzetten voor lessen Nederlands en de begeleiding van nieuw- en oudkomers.

Het onder controle houden van de kosten van het inburgeringsbeleid veronderstelt voorts dat het federale migratie- en migrantenbeleid veel beter wordt afgestemd op het Vlaamse inburgeringsbeleid. Het is één van de kritische succesfactoren voor het welslagen van het beleid: de aanpassing van de snel-Belgwet, de verstrenging van het recht inzake gezinshereniging en gezinsvorming, de strafbaarstelling van schijnhuwelijken, de koppeling van de inburgering aan het verblijfsrecht en dergelijke.

Ook het federale 'non-spreidingsbeleid' met betrekking tot asielzoekers is nefast voor de sociale samenhang in de grootsteden van Vlaanderen. Laten we zoeken naar mechanismen die een reële spreiding in de hand werken en de risico's op samenlevingsproblemen beheersen.

Om de steden te versterken heeft ook de minister belangrijke instrumenten, die niet noodzakelijk geld kosten. Die instrumenten zijn onder meer een veel betere spreiding van de sociale huisvesting over steden en gemeenten en binnen de steden; een nieuw steden- en gemeentedecreet dat een flexibel instrument is dat steden en gemeenten soepel kunnen hanteren en kneden op maat van hun schaal, behoefte, omvang en bestuurskracht

We dienen ook met verenigde krachten te ijveren voor de overheveling van de federale middelen voor een grootstedenbeleid en de veiligheids- en preventiecontracten. Die evenals de keuze over de aanwending ervan horen niet thuis op het federale niveau, maar moeten worden ingezet in functie van het Vlaamse stedenbeleid.

De middelen voor het inburgerings- en diversiteitsbeleid moeten ook renderen. Er moeten terugverdieneffecten worden gerealiseerd.

De minister wil de diversiteitssector onderwerpen aan een aantal resultaatsverbintenissen. De geloofwaardigheid van het beleid en van de inzet van bijkomende middelen staat of valt trouwens met de resultaten die hij vooropstelt voor zijn eigen beleid en met de mate waarin hij deze haalt.

Het gaat dus niet alleen om het aantal mensen dat het verplichte inburgeringstraject volgt. Het gaat vooral om de kennis van het Nederlands, de vertrouwdheid met onze normen en waarden, de doorstroming naar opleidingen en arbeidsmarkt, de daling van de allochtonenwerkloosheid tot het Vlaams gemiddelde en de daling van overlast en criminaliteit gepleegd door allochtonen.

Mogelijke instrumenten zijn het cliëntvolgsysteem en een strategisch plan inburgering en diversiteit. Dit laatste kan een goed instrument zijn voor het vervullen van de coördinerende opdracht. Een consistente bundeling van programma's en basisallocaties voor inburgering in de begroting zou eveneens bijdragen tot die consistentie.

De premier zegt in zijn kerstboodschap dat waarden tot zwaarden geworden zijn. Volgens mij hoeft Vlaanderen echter niet af te stevenen op een clash of the civilizations, zeker niet in naam van een religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging.

Het tijdschrift Tertio bracht onlangs een priester, een rabbijn en een imam rond de tafel. Imam Maftouhi stelde dat vrede betekent dat elke mens veiligheid moet garanderen voor de andere, of hij nu moslim is of niet. Zoals jij graag behandeld wil worden, moet je ook anderen behandelen, zegt de koran. De priester en de rabbijn repliceerden hierop dat dit ook geldt voor de bijbel. Die stelregel, een van de formuleringen van de categorische imperatief van Kant, wordt ook gedeeld door vrijzinnigen.

Behandel je naaste, zoals je zelf behandeld wil worden. Dit geldt voor autochtonen en voor allochtonen, voor oudkomers en voor nieuwkomers. Dat is een rijker verhaal dan love it or leave it, waarbij love it moet gelezen worden als assimilate of become the same. (Applaus)

Dominique Guns

Bij de aanpassing van de begroting voor 2004 en de opmaak van de begroting voor 2005 was er niet veel ruimte voor nieuwe initiatieven, integendeel, er moest bespaard worden. In de aangepaste begroting voor 2004 is er sprake van een daling van het beleidskrediet. De besparingen komen neer op een nieuwe raming van bepaalde budgetten in functie van werkelijke behoeften. De besparing heeft er echter niet toe geleid dat bepaalde verbintenissen niet worden gehonoreerd. In de betalingskredieten is er een stijging met bijna 16 miljoen euro. Dat verheugt me, want de Vlaamse overheid kan het zich niet veroorloven zijn facturen aan de sector van de sociale huisvesting laattijdig te betalen.

In de begroting voor 2005 is er wel degelijk bijzondere aandacht geweest voor Wonen. De begroting voor Wonen is in hoge mate de besparingsdans ontsprongen en de investeringskredieten voor de bouw en de renovatie van sociale woningen zijn opnieuw verhoogd. Door de verhoging van het krediet voor de sociale verhuurkantoren is er ruimte gecreëerd voor een uitbreiding van het patrimonium met 15 procent en voor de subsidiëring van 4 nieuwe kantoren. De middelen voor de financiële ondersteuning van de sociale huisvestingsmaatschappijen die de laagste inkomensgroepen huisvesten, namelijk een bedrag van 11 miljoen euro, zijn behouden. Ook de middelen voor sociale leningen zijn verhoogd.

Ik hoop dat we deze aandacht voor Wonen zullen terugvinden in de tweede helft van de regeerperiode, wanneer er wel budgettaire ruimte is voor nieuwe initiatieven. Een extra inspanning voor Wonen is immers onontbeerlijk, al is er discussie mogelijk over de manier waarop die middelen moeten worden besteed. De minister zegde in de commissie dat er met een stijging van 10 miljoen euro aan subsidies voor bouw en renovatie, ongeveer 160 nieuwe sociale woningen kunnen worden gerealiseerd. Als we bedenken dat er een lijst is van 72.000 wachtenden, dan is het duidelijk dat we op zoek moeten gaan naar alternatieven. Ook de privé-sector moet hierbij betrokken worden.

Voor de sociale leningen die worden aangeboden via het Vlaams Woningfonds, voorziet het programmadecreet in een uitbreiding van de doelgroep tot gezinnen met een kind. De gezinssituatie in Vlaanderen is immers gewijzigd. Bovendien is de eigendom van een eigen woonst de beste garantie voor een zorgeloze oude dag. Ik feliciteer de minister met dit initiatief. Het stimuleren van eigendom met fiscale middelen en met sociale leningen is volgens mij een belangrijke taak voor de overheid.(Applaus)

Marnic De Meulemeester

Uit de beleidsnota en uit de begroting voor Binnenlands Bestuur blijkt dat deze regering veel belang hecht aan het partnerschap tussen de Vlaamse overheid en de gemeenten. De overheid ziet de gemeenten niet langer als ondergeschikte besturen, maar als het beleidsniveau dat het dichtst bij de burger staat. In de toekomst wil men de planlast voor de gemeenten laten dalen. Ook het Belfortprincipe raakt steeds beter ingeburgerd. Wanneer de hogere overheid de gemeenten bepaalde taken oplegt, dan moet daar de nodige financiering tegenover staan.

De vorige Vlaamse Regering heeft een aantal belangrijke dingen gerealiseerd voor de hervorming van het lokale bestuur: het decreet op de intergemeentelijke samenwerking, de versoepeling van het administratief toezicht en de hervorming van de kerkfabrieken. Sommige van deze decreten zullen in de nabije toekomst moeten worden geëvalueerd.

Het nieuwe organieke gemeente- en provinciedecreet is wellicht de grootste uitdaging voor deze regering. De minister heeft al een paar ideeën gelanceerd over de mogelijke inhoud van dit decreet. Een voorbeeld is de een eigen gekozen voorzitter van de gemeenteraad wat zou moeten leiden tot een grotere betrokkenheid van alle raadsleden. Een andere voorbeeld is een grotere integratie tussen gemeente en OCMW, wat op gemeentelijk vlak een geïntegreerd sociaal beleid mogelijk kan maken.

De groeivoet van het Gemeentefonds werd vastgelegd op 3,5 procent. Zo krijgen de gemeenten meer zekerheid over de evolutie van de middelen. De regering moet haar verplichtingen nakomen, zeker als het gaat om maatregelen met een onmiddellijke impact op de gemeentelijke financiën. De extra kredieten voor de opleiding van ambtenaren en mandatarissen liggen in de lijn van een verdere professionalisering.

Op het vlak van Binnenlands Bestuur is er nog heel wat werk aan de winkel. Deze begroting en de beleidsnota doen me geloven dat de minister voor Binnenlands Bestuur dit werk tot een goed einde zal brengen.

De collega's die het over Wonen hebben gehad zou ik willen uitnodigen tot overleg, over de partijgrenzen heen, over de vraag hoe we het aanbod aan sociale woningen en appartementen kunnen verhogen. De Vlaamse Regering doet vandaag een nooit geziene inspanning. Met de 309 miljoen euro investeringskredieten kunnen 3.000 tot 3.500 nieuwe woningen worden gebouwd. Aan dat tempo zijn we echter twintig jaar bezig met het wegwerken van de wachtlijst. Ik ben er trouwens van overtuigd dat de nood in de toekomst nog zal toenemen. Daarom nodig ik iedereen uit om na te denken over alternatieve sporen.

De voorzitter

Aan de orde is de bespreking van de onderdelen van de begroting Leefmilieu, Natuur, Landbouw, Visserij, Ruimtelijke Ordening, Onroerend Erfgoed, Openbare Werken, Mobiliteit en Energie.

Marleen Van den Eynde

Door de besparingen moet het beleid op een inventieve manier de verplichtingen nakomen en een evenwicht zoeken tussen ecologie en economie. De minister zal snel een aantal struikelblokken van het milieubeleid uit de weg moeten ruimen. Meermaals wordt hij daarin gehinderd door beslissingen van de federale overheid of politieke onwil aan de andere kant van de taalgrens.

De Kyoto-verplichtingen zijn loodzwaar voor Vlaanderen. De meest energie-intensieve bedrijven zijn gevestigd in de haven van Antwerpen. Die bedrijven, die Vlaanderen en West-Europa welvarend gemaakt hebben, beschikken al van voor 1990 over de best beschikbare technologie en kunnen de CO2-uitstoot moeilijker nogmaals reduceren. Ze worden dus gestraft voor hun inspanningen. Aan de andere kant van de taalgrens is er nog heel wat meer zware en vervuilende industrie: hun CO2-uitstoot moet beperkt worden. Daarenboven brengt het bijgeschaafde klimaatplan de inspanningen voor Vlaanderen op 74 procent en voor Wallonië op 21 procent. De minister geeft die onjuiste lastenverdeling toe, maar handelt niet. Zijn er al concrete initiatieven? Heeft de minister al overlegd met de federale regering? De minister-president nuanceert zelfs zijn eigen terechte uitspraken. Blijft het bij stoere taal of zal de Vlaamse Regering ageren?

Het fonds voor slachtoffers van stookolieverontreiniging kan niet gerealiseerd worden door problemen bij de federale regering. Ook het waterbeleid heeft een communautair kantje. Het BTW-geschil maakte een grondige herstructurering van het drinkwatersysteem nodig. Het is goed dat het probleem opgelost wordt. Het is echter niet de overheid maar de burger die voor de kosten van de waterzuiveringproblemen opdraait. Het slechte waterbeleid moet hervormd worden, maar de kosten mogen niet afgeschoven worden op de burger zoals nu in het programmadecreet gebeurt.

Erik Matthijs

Op 22 juni 2005 hebben uw fractieleider en de heer Penris in de gemeenteraad van Antwerpen een samenwerkingsakkoord goedgekeurd waardoor de Antwerpse Waterwerken nu rioolrechten kunnen innen. Het is ongepast om hier kritiek te uiten.

De heer Matthijs heeft een jaar geleden het omgekeerde gezegd van wat minister Peeters nu invoert. De Vlaamse Regering belast de gemeenten met de rioleringswerken. Die zullen de kosten via hun intercommunales doorschuiven naar de belastingbetaler.

Een maand geleden heeft men in Antwerpen op een slinkse manier een samenwerkingsakkoord voorgesteld om de intercommunale een aantal taken van de stad te laten overnemen. Dat samenwerkingsakkoord werd ingevoerd vóór het amendement op de programmawet goedgekeurd is. In de bijlage van de bijlage, die nooit aan de gemeenteraadsleden verstrekt is, staat dat de waterfactuur zal stijgen. De rest van de gemeenten zal volgen. Eergisteren hebben we op de gemeenteraad geprotesteerd tegen de slinkse handelwijze. In de goedgekeurde tekst wordt immers niet gerept van een verhoging van de waterfactuur.

Erik Matthijs

Het was duidelijk dat de overdracht van het rioolbeheer aan de intercommunale precies bedoeld was om een riooltaks te laten innen. Vlaams Belang heeft dat goedgekeurd.

Wij zijn voorstander van de bevoegdheidsoverdracht aan de intercommunale, maar niet van een verhoging van de middelen. We hadden geen weet van voornoemde bijlage van de bijlage.

Marleen Van den Eynde

Vroeger werd de aanleg en het onderhoud van de riolen gefinancierd met de algemene middelenbegroting van de steden en gemeenten. Voortaan zal dit niet meer het geval zijn, maar kunnen op de eengemaakte waterfactuur bijkomende kosten aangerekend worden. Ik vraag me daarom af of de steden en gemeenten de huidige rioolkosten zullen schrappen uit hun algemene middelenbegroting.

De blijvende ontkenning van de meerderheidsfracties dat de hervorming van het drinkwaterlandschap geen verhoging van de waterfactuur zal meebrengen, is pure onzin. Niet alleen de VB-fractie maar ook een aantal organisaties, zoals bijvoorbeeld Unizo, waarschuwen voor hogere rioolrechten.

De hervorming van het vennootschapsbelasting van begin 2003 leidde er daarenboven toe dat vele Vlaamse KMO's die een groot waterverbruik hadden, geconfronteerd werden met een zware financiële aderlating. Met deze hervorming verdween immers de fiscale aftrekbaarheid van de afvalwaterheffing. Dat deze aftrekbaarheid nu opnieuw mogelijk wordt gemaakt is uiteraard een goede zaak. Unizo waarschuwt echter voor de vele onduidelijkheden die dit decreet bevat. Het ontbreken van een duidelijk kader waardoor gemeenten geen extra rioolkosten kunnen heffen, is de ontbrekende schakel in een poging om een doorzichtige waterfactuur en een doorzichtig waterbeleid op te stellen.

Ook het advies van de MiNa-Raad is niet te verwaarlozen. De VB-fractie vraagt dat men dit advies zou afwachten. De MiNa-Raad stelt immers dat het programmadecreet gebruikt wordt om een aantal belangrijke beleidsbeslissingen, zoals de opzegging van de beheersovereenkomst met Aquafin, te nemen. Een grondig maatschappelijk debat was hier aangewezen.

Gedurende de vorige legislatuur werd het waterbeleid stiefmoederlijk behandeld. Tal van flaters werden begaan. Uiteindelijk is het echter duidelijk geworden dat het voorliggende amendement geen oplossing biedt voor de dreigende ingebrekestelling van de Europese Commissie.

De budgetten voor bodemsanering werden gedurende deze legislatuur inderdaad teruggeschroefd. Dit impliceert echter niet dat de regering minder wil doen om de historisch verontreinigde gronden te saneren. Men volgt echter niet de juist weg. Wil men op korte termijn resultaten boeken, dan moet men op zoek gaan naar privé-partners. Enkel op die manier kan de brownfieldsanering aangepakt worden. De samenwerking tussen het bedrijf Umicore en de Vlaamse overheid bij de aanpak van de historische bodemverontreiniging in de Hobokense Moretuswijk vormt hiervan een eclatant voorbeeld. Op voorwaarde dat het Vlaamse geld in Vlaamse handen blijft, is het VB om het beleid van de minister terzake verder te ondersteunen.

Patrick Lachaert

De drinkwatermaatschappijen krijgen na 1 januari 2005 de opdracht om de waterfactuur te innen. Deze factuur bestaat uit 3 onderdelen, namelijk de factuur van het verbruikte water, de gemeentelijke bijdrage voor waterzuivering en gewestelijke bijdrage voor waterzuivering.

Binnen de commissie werd er druk gespeculeerd of dit al dan niet voor de verbruiker een verhoging van de waterfactuur zou betekenen. Normaal gezien zal deze nieuwe regeling geen verhoging van de factuur met zich meebrengen. De vergoeding voor het waterverbruik en de gewestelijke bijdrage voor de waterzuivering blijven immers dezelfde. De hamvraag blijft echter of de vastlegging van de gemeentelijke bijdrage een grotere last voor de burgers, de bedrijven en de landbouwers tot gevolg zal hebben. De gemeenten kunnen op dit vlak immers volledig autonoom beslissen. Veel hangt af van het belang dat een gemeente wenst te besteden aan de waterzuivering die op haar grondgebied plaatsvindt.

Ook de besteding van de gemeentelijke waterzuiveringsbijdrage ressorteert onder de gemeentelijke autonomie. Het bedrag dat uit deze gemeentelijke bijdrage voortkomt kan op verschillende manieren gebruikt worden. Veel zal afhangen van de manier waarop de geïnde bedragen zullen gespendeerd worden. In ieder geval is oprichting van allerlei mini-Aquafins totaal uit den boze. De regering moet een bestedingskader vastleggen. Trekkingsrechten, waarbij voor de toewijzing een aantal criteria worden gerespecteerd, lijken mij het meest aangewezen.

De nieuw uitgewerkte structuur heeft alvast twee belangrijke voordelen. Vooreerst zal de BTW-factuur van Aquafin alvast jaarlijks met 50.000.000 euro afnemen. Een van de transfers van het Vlaamse naar het federale niveau wordt zo weggewerkt. Vervolgens komt deze regeling ook tegemoet aan de stijgende vraag naar waterzuiveringsmiddelen van de gemeenten.

De VLD-fractie zegt haar nadrukkelijke steun toe aan de begroting van minister van Milieu. In overeenstemming met het regeerakkoord worden immers een aantal prioriteiten vastgelegd en uitgevoerd. Bovendien worden er nu een aantal zaken die vroeger, door een gebrek aan daadkracht en visie niet uitgevoerd werden, toch uitgevoerd.

De VLD-fractie verwacht een doelgericht en weloverwogen milieubeleid dat, binnen de Europese context, rekening houdt met de eigenheid van Vlaanderen.

Bart Martens

Een begroting voor leefmilieu opmaken is geen sinecure. Deze begroting moet immers vooreerst passen in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse regering. Verdere wordt een dergelijke begroting ook geconfronteerd met het feit dat, door het gedragssturende effect van milieuheffingen, de inkomsten voortdurend afnemen. Ten slotte moet een milieubegroting ook tegemoetkomen aan bijkomende noden. Zo moet men inspanningen leveren om de biodiversiteit in stand te houden, water, lucht en bodem zuiver te krijgen en om aan de internationale verplichtingen te voldoen. Doet men dit niet dan wordt men, op langere termijn, geconfronteerd met een veel hogere rekening. Nu investeren kan voorkomen wat we in de toekomst dubbel moeten betalen.

De sp·a-fractie vindt het lovenswaardig dat er, ondanks de budgettaire krapte, toch tal van bijkomende investeringen vastgelegd zijn. Op die manier kunnen een aantal beleidsdoelstellingen gerealiseerd worden.

Het feit dat een bijkomend bedrag van 14 miljoen euro zal besteed worden aan een samenwerkingsovereenkomst rond milieu tussen de steden en gemeenten en het Vlaams Gewest, kan onze goedkeuring wegdragen. Ook de extra middelen voor de kringloopcentra kunnen onze goedkeuring wegdragen.

Het zou echter verkeerd zijn om de ambities van het milieubeleid alleen af te leiden uit de middelen die de overheid daarvoor veil heeft. Een pienter milieubeleid zorgt immers ook voor de responsabilisering van de veroorzakers van milieuverontreiniging. Door een aantal instrumenten te hanteren kan de overheid ervoor zorgen dat probleemveroorzakers en probleemeigenaars omgevormd worden tot probleemoplossers. Doelgroepen die milieukosten veroorzaken, moeten opdraaien voor de opruiming of - beter nog - de preventie van de milieuaantasting.

Niet de inspanningen van de overheid, maar die van gezinnen en bedrijven bepalen onze milieukwaliteit. Gezinnen moeten afvalwater in de riolen lozen, regenwater hergebruiken en hun woningen isoleren als we de milieudoelstellingen willen halen. Bedrijven moeten eveneens investeren in energiebesparing en afvalvermindering.

Daarom moeten we ons gamma aan responsabiliserende instrumenten optimaliseren en uitbreiden. Voor succesvolle instrumenten moet de lat hoger gelegd worden. Falende instrumenten moeten verbeterd worden. Bij instrumenten die omzeild worden, moeten we de achterpoortjes sluiten. Nieuwe economische instrumenten als regulerende heffingen kunnen het gamma uitbreiden.

De regulerende heffingen in het afval- en waterbeleid doen de hoeveelheid gestorte afval, ontgonnen grondwater en geloosd afvalwater dalen. Nu blijkt dat we de Europese NO-doelstellingen niet zullen halen, moeten we een regulerende heffing of verhandelbare emissierechten overwegen. Naarmate de vervuiling afneemt, dalen de overheidsinkomsten en de gezondheidsuitgaven. Tijdelijke inkomsten uit heffingen kunnen gebruikt worden voor de financiering van tijdelijke investeringen.

Een responsabiliserend beleid voeren, betekent niet dat de overheid niet langer zelf hoeft te investeren. De overheid dient integendeel meer te investeren in de common goods, in ruimte voor water, in het wegwerken van ons ecologisch passief en in openbare diensten.

De watersector staat voor een belangrijke hervorming, die wij urgent en noodzakelijk vinden. Nederland is even verstedelijkt als Vlaanderen, maar zuivert meer dan 90 procent van zijn huishoudelijk afvalwater. Vlaanderen haalt slechts 60 procent. De grote zuiveringsstations krijgen onvoldoende vuilvracht omdat veel gemeenten geen uitgebreid rioolnet hebben. Gezinnen lozen hun afvalwater vaak niet in de riolen. Het regenwater komt er wel in terecht. Wat we nodig hebben, is een schaalvergroting en een professionalisering door intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op te zetten of door drinkwatermaatschappijen om te vormen tot waterketenbedrijven. Het BTW-vraagstuk dient eveneens opgelost.

De op stapel staande hervorming van de watersector verdient alle lof. Drinkwatermaatschappijen worden verantwoordelijk voor de sanering van het geleverde water. Ze zullen daarvoor overeenkomsten moeten afsluiten met gemeenten of met intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Op die manier wordt vorm gegeven aan de schaalvergroting en de professionalisering. De heffing voor de bovengemeentelijke zuivering en de eventuele rioolbijdrage komen op de waterfactuur. De eengemaakte waterfactuur is een administratieve vereenvoudiging. Op de eengemaakte factuur wordt maar zes procent BTW betaald. Op die manier krijgt Vlaanderen 50 miljoen euro per jaar extra. De amendementen van de meerderheid leiden tot ecologische en sociale bijsturingen. De subsidies voor het gemeentelijk rioleringsbeleid dalen evenwel. We hopen dat deze daling tijdelijk is.

Wij maken ons zorgen over het gedaalde budget voor de aankoop van natuur-, bos- en duingebieden. Wij appreciëren dat minister Peeters de doelstellingen blijft onderschrijven. Wij zijn het eens met het voornemen om in plaats van bossen nog te bebossen gebieden aan te kopen. We gaan ervan uit dat de begrotingsmiddelen uitgegeven zullen worden. Beheersovereenkomsten met eigenaars en gebruikers moeten zorgen voor het duurzame beheer van private bossen, die toegankelijk worden gemaakt. Wij vrezen evenwel dat de daling onze achterstand nog groter zal maken. We blijven dat van nabij volgen.

De daling van de middelen voor ambtshalve bodemsanering baart ons eveneens zorgen. We kijken vol spanning uit naar de alternatieve financiering. Als die onvoldoende opbrengt, rekenen we op een budgetverhoging.

Minister Peeters wil de vergelijking met andere Europese topregio's doorstaan. Misschien moet hij eens kijken naar de middelen die andere lidstaten vrijmaken. Vlaanderen bespaart 5 tot 6 miljoen euro op de aankoop van natuur-, bos- en duingebieden. Nederland trekt in de periode 2004-2007 400 miljoen euro extra uit voor de uitbouw van de ecologische hoofdstructuur. Voor de ambtshalve bodemsanering maken wij minder dan 5 miljoen euro vrij. Nederland voorziet in een budget van 150 miljoen euro per jaar. Het Nederlandse beleid is niet altijd het voorbeeld. Toch kunnen we er nog een en ander van leren. (Applaus)

Rudi Daems

Ik wil het hebben over de link tussen de begroting en onze groene bezorgdheden op lange termijn. Ik zal ook even verwijzen naar de beleidsnota.

Vlaanderen kan geen fraai milieurapport voorleggen. We zijn de meest versnipperde regio van Europa. De lucht in Vlaanderen is even vervuild als in Milaan en het Ruhrgebied. De gezondheid van de Vlamingen leidt onder de vervuiling. Ik wil niet in doemdenken vervallen, maar we moeten werk maken van biodiversiteit en een gezond milieu. Maar in Buenos Aires wordt het klimaatdebat op de lange baan geschoven. En minister-president Leterme wil de energieheffingen en de Kyoto-afspraken opnieuw bekijken.

Vlaanderen moet een ambitieus milieubeleid voeren. Milieu is geen luxeprobleem dat we aan de kant kunnen schuiven als de economie sputtert. Een welvarende regio als Vlaanderen moet offensief reageren uit respect voor de gezondheid van de huidige en de toekomstige generaties.

In de inleiding van zijn beleidsnota heeft de minister het over duurzame principes en keuzes voor de toekomst. In de nota zelf en in de begroting stellen we vast dat die keuzes op zich ook 'toekomst' blijven.

De minister vergeet dat een vooruitstrevend milieubeleid ook winst kan opleveren voor de economie. De link tussen een doorgedreven milieubeleid en een sterke economische performantie is bewezen. Vlaanderen kent een zo grote milieudruk dat het immoreel is alle milieubestanden te screenen op hun directe economische effecten of het milieubeleid te beperken om economische redenen: dat is precies het tegenovergestelde van duurzame ontwikkeling.

Het gebrek aan ambitie om keuzes te maken die pas zichtbaar worden op middellange of lange termijn is merkbaar in de begroting. De werkingsmiddelen van de Vlaamse milieuadministratie worden beperkt: de budgetten voor studies, werking en communicatie, die reeds verlaagd werden in 2004 gaan verder naar beneden, de wervingsstop voor ambtenaren wordt uitgebreid tot een vervangingsstop en op het terrein kampt men met een tekort aan personeel.

Ook in het natuur- en bosbeleid wordt stevig gesnoeid. In 2004 gaan 4 miljoen euro en in 2005 12,5 miljoen euro aan recurrente middelen voor aankoop van natuur- en bosgebied verloren. Dit valt niet te rijmen met het Vlaams milieubeleidsplan 2003-2007, waarin plaats is voor een jaarlijkse aankoop van 3000 hectare.

De minister stelt dat het accent zal verschuiven van de aankoop van bos naar de aankoop van te bebossen terrein. Daar is niets op tegen, ware het niet dat verhoging van het budget voor aanleg en beheer veel kleiner is dan de verlaging van het budget voor aankoop.

Erik Matthijs

De vorige minister beloofde een miljoen euro extra middelen, bovenop het voorziene budget. Daar is nooit iets van in huis gekomen. Plannen maken is eenvoudig, ze betalen is dat minder.

Rudi Daems

De vorige regering besliste dat er geen aparte middelen voor het milieubeleidsplan zouden voorzien worden. Men opteerde voor de verruiming van de algemene middelen voor Leefmilieu. Het milieubeleidsplan is de basis van het milieubeleid: het moet jaarlijks in de begroting terugkeren. Het ambitieuze plan wordt echter drastisch teruggeschroefd. De doelstellingen worden niet gehaald.

Minister Dirk Van Mechelen

Bij de goedkeuring van het milieubeleidsplan werd duidelijk gesteld dat het niet gelinkt werd aan enig financieel engagement. Anders was de volledige beleidsruimte van de Vlaamse Regering voor deze regeerperiode daardoor ingenomen.

Rudi Daems

De minister is niet consequent in zijn standpunt dat er meer middelen naar beheer moeten gaan. De middelen voor natuur- en landinrichting dalen in 2005 met meer dan 40 procent.

Met het programmadecreet worden grote stappen vooruit gezet in het waterbeleid. Maar waarom moet dit in een vuilnisbakdecreet gebeuren dat er in ijltempo doorgesleurd wordt terwijl de subsidies voor riolering teruggeschroefd worden, de gemeenten niet weten binnen welk kader ze moeten werken en er geen reguleringsinstantie is?

Dit ijltempo staat in schril contrast met de trage vooruitgang van het integraal waterbeheer. Daar zijn nog steeds geen uitvoeringsbesluiten voor, en de middelen om het hard te maken ontbreken. Minister Van Mechelen kondigde al aan dat we het eerste jaar ook niet op het Rubiconfonds moeten rekenen.

Erik Matthijs

De minister is nog maar 4 maanden aan het werk. De heer Daems verwacht te veel op korte tijd. Het verslag van de inspecteur van Financiën zegt dat de volledige uitvoering van het IWB bijkomend 67 miljoen euro en 40 à 50 extra ambtenaren zal vergen. Wij zien dit als een uitdaging.

Rudi Daems

Er zou toch al een aanzet kunnen zijn, maar die is er niet. De budgetten gaan consequent naar beneden.

Ook de ingreep die het bodembeleid betreft is zeer drastisch. OVAM en het Rekenhof rekenden aan het eind van de jaren '90 voor dat de overheid jaarlijks minimaal een bedrag van 2,3 miljard frank moest inbrengen op een totaal van 280 miljard frank om tegen 2036 alle zwarte punten weg te werken. De twee vorige regeringen hebben dit bedrag ook niet gehaald, maar ze waren aardig op weg. Daarin is nu een kentering gekomen: het bedrag voor 2005 is het laagste sinds 1995. Daarom heeft onze fractie een amendement ingediend dat het ecologische passief in een generatie moet wegwerken, rekening houdend met de budgettaire situatie van de Vlaamse begroting. Het is duidelijk dat de regering beleidskeuzes die pas op lange termijn zichtbaar zijn niet als prioritair beschouwt.

De minister verwijst naar het brownfielddecreet in wording. Wij kunnen ons achter de filosofie ervan scharen. Maar met de schaarse middelen die ervoor voorzien worden zal dat plan noodgedwongen een utopie blijven.

Vlaanderen heeft nood aan een regering die milieu niet als een noodzakelijk kwaad ziet en die voor een langetermijnvisie kiest. (Applaus bij Groen!)

Pieter Huybrechts

De huidige regering beschikt niet over voldoende middelen om gedane beloften na te komen. Wij moeten de facturen van paars-groen betalen. Minister Peeters kondigde dan ook een selectie aan van de projecten die wel zullen uitgevoerd worden, en zei dat hij al blij zou zijn met het oplossen van een derde van de knelpunten in het wegennet. Ook de Vlaamse Confederatie Bouw vindt de toestand niet rooskleurig is. Het is de vraag of minister Peeters de 800 zwarte verkeerspunten op 5 jaar tijd zal kunnen wegwerken, zoals hij aankondigde. Grote wegwerkzaamheden worden steeds maar uitgesteld: de Noord-Zuidverbinding in de Kempen wacht al 30 jaar op realisatie. Ik besef dat de minister in een moeilijke positie verkeert. De Vlaamse Regering moet zelf naar een oplossing zoeken.

De ondergrondse nutsinfrastructuur is een ander heikel punt: maatregelen en middelen die de aannemer moeten helpen ondergrondse infrastructuur te detecteren, bestaan enkel op papier. Informatisering, waarbij met een druk op de knop een volledig plan van de ondergrondse nutsvoorzieningen verkregen wordt, is aangewezen maar kan niet gerealiseerd worden bij gebrek aan middelen. Er moeten prioriteiten gesteld worden.

De minister merkt terecht op dat het wegwerken van een aantal knelpunten in het waterwegennet een belangrijke opdracht is, zoals onder meer de afwerking van de doortocht van de Leie te Kortrijk als onderdeel van de Schelde-Seineverbinding. Daarnaast is er uiteraard het normale onderhoud en het op diepte houden van de binnenwateren. Ik betwijfel evenwel of de minister deze beloften allemaal kan waarmaken. Zo is er bijvoorbeeld voor de noodzakelijke uitdieping van het kanaal Schoten-Dessel geen geld uitgetrokken.

Wat met de IJzeren Rijn? Buiten het feit dat ik niet verwacht dat de IJzeren Rijn snel opnieuw operationeel zal worden, worden door Nederland de milieuvoorwaarden dermate aangescherpt, dat het project onbetaalbaar duur wordt. En eerder werd overeengekomen dat vooral België, in de praktijk dus Vlaanderen, het grootste gedeelte zal betalen voor de heractivering van de IJzeren Rijn. Wie gaat dat betalen?

Wat het energiebeleid betreft, vragen we dat Vlaanderen meer bevoegdheden zou krijgen. Vlaanderen moet zelf zijn tarieven voor de stroomdistributie kunnen vastleggen. Het wordt de hoogste tijd dat de federale regering een aantal beslissingen over energieheffingen herroept, want die zetten een domper op de investeringswil. De minister krijgt van ons alle steun als hij zoekt naar een oplossing om de energie die we nodig hebben en die bepalend is voor de concurrentiepositie van onze bedrijven, betaalbaar maken. Ook Vlaams Belang is er voorstander van om hergebruik te stimuleren, maar aan groene stroom hangt een fors prijskaartje. De minister krijgt nogmaals onze steun om snel een serieus debat te voeren over de kernuitstap en de gevolgen ervan. Het resultaat van de kernuitstap zal zijn dat wij in het buitenland, voornamelijk in Frankrijk, energie zullen moeten kopen, die daar hoofdzakelijk door kernenergie wordt opgewekt zonder dat wij enige inspraak zullen hebben in het kernenergiebeleid. Windenergie waarborgt immers geen permanente toevoer van elektriciteit en is zeer duur. Ook hier zal de Vlaamse Regering prioriteiten moeten stellen.

Wat mobiliteit betreft, is het een goede zaak dat het openbaar vervoer in Vlaanderen de laatste jaren in de lift zit. Vraag is natuurlijk of de gratis-politiek haalbaar blijft. Het prijskaartje verbonden aan het openbaar vervoer stijgt veel vlugger dan de Vlaamse beleidskredieten. Blijft dit alles betaalbaar? Kan de geboden kwaliteit gehandhaafd blijven?

Op bepaalde domeinen moeten er afspraken gemaakt worden tussen de minister van Openbare Werken en de minister van Mobiliteit. Beide ministers zeggen dat motorrijders een belangrijke doelgroep zijn, maar ik vind dat nergens terug in de begroting. Minister Peeters verzekert dat de investeringen in onderhoud en verbetering van het wegennetwerk in deze regeerperiode een prioriteit zijn. Ik vrees evenwel dat de geplande investeringskredieten geen inhaalbeweging mogelijk maken. In de begroting staan evenmin de noodzakelijke financiële middelen voor het plaatsen van motorvriendelijke vangrails met steunpuntbeschermers en beschermschilden, van levensbelang voor motorrijders. Het wordt de hoogste tijd dat de Vlaamse regering de nodige financiële middelen voorziet om de gevaarlijke punten te detecteren en te starten met het installeren van motorvriendelijke vangrails. Ook hier moeten prioriteiten worden gesteld. Er is nog veel werk aan de winkel, maar op het vlak van Openbare Werken, Energie en Ruimtelijke Ordening, stellen we alvast een toename van het gezond verstand vast. Hopelijk wordt dat in de realiteit omgezet en komt er een noodzakelijke ommekeer. (Applaus bij Vlaams Belang)

Erik Matthijs

Ik beperk me in hoofdzaak tot de waterproblematiek. Tijdens de formatiegesprekken werden de onderhandelaars geconfronteerd met een aantal belangrijke knelpunten in verband met de organisatie en de financiering van de waterzuivering in Vlaanderen. De vorige regering liet dit moeilijke dossier aanslepen.

In juni 2000 zegde de toenmalige minister van Leefmilieu de beheersovereenkomst van 10 november 1993 op, maar deed verder niets. Aangezien de opzeggingstermijn van 20 jaar meebrengt dat de periode van 15 jaar voor de terugbetaling van de investeringen niet meer toepasbaar is

vanaf 2005, is een nieuwe overeenkomst meer dan dringend. Verder is er sinds 2001 een BTW-betwisting tussen het Vlaamse Gewest en de federale BTW-administratie. Wat betreft de Aquafïnconstructie startte de Europese Commissie in oktober 2002 een inbreukprocedure vanwege het niet nakomen van de mededingingsregels. Verder is er het probleem van de consolidatie van de NV Aquafin volgens de ESR 95-regels en zijn door de gewijzigde vennootschapswetgeving eind 2002 de afvalwaterheffingen sinds

2003 niet langer fiscaal aftrekbaar. Ten slotte werd in het arrest van 8 juli 2004 van het Europees Hof van Justitie België een eerste keer veroordeeld voor het niet voldoen aan de richtlijn Stedelijk Afvalwater.

De toestand is dus dramatisch. Vlaanderen heeft een grote achterstand opgelopen op het vlak van de waterzuivering. Op 17 september 2004 heeft minister Peeters op de ministerraad een globaal plan voorgesteld, dat de regering heeft goedgekeurd. Het plan houdt een integrale aanpak van de waterketen in door de invoering van een saneringsplicht voor de drinkwatermaatschappijen. Zij worden decretaal verantwoordelijk gesteld voor het saneren van het afvalwater. Daarnaast wordt werk gemaakt van de eengemaakte waterfactuur. De economische toezichthouder, de VMM, controleert dit alles. Belangrijk is ook dat het Vlaams Gewest en de gemeenten hun specifieke bevoegdheden voor respectievelijk het bovengemeentelijke en het gemeentelijke vlak behouden.

Deze nieuwe structuur en de eengemaakte waterfactuur betekenen ook een invulling van de Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater en de

kaderrichtlijn Water.

Rob Verreycken

Volgens het advies van de MiNa-Raad biedt het amendement geen oplossing om aan de Europese sancties te ontsnappen. Vindt u nog altijd dat het tegemoetkomt aan de Europese richtlijn?

Erik Matthijs

Het is geen oplossing, het is een instrument dat moet leiden tot een oplossing.

Er wordt ook een oplossing geboden voor de fiscale problematiek. De BTW-last wordt teruggebracht van 21 naar 6 procent en de aangerekende bedragen worden niet langer als een heffing beschouwd maar als een vergoeding voor een dienst, waardoor de door de drinkwatermaatschappijen gefactureerde bedragen fiscaal aftrekbaar zijn voor de bedrijven.

Door de eengemaakte waterfactuur kunnen de gemeenten ook een bijdrage vragen aan hun inwoners om de 'achteropgeraakte waterzuivering' te helpen oplossen. De maximumbijdrage die gemeenten kunnen invoeren, is wel geplafonneerd tot anderhalve keer de gewestelijke bijdrage; dit houdt ook in dat andere belastingen op de rioleringen moeten afgeschaft worden. Door dit amendement vermindert de globale last voor de aanleg van rioleringen door steden en gemeenten eveneens met 15 procent als gevolg van het BTW-voordeel.

Personen die om sociale, of ecologische redenen van een vrijstelling genieten,

behouden deze vrijstelling. Onze fractie is van oordeel dat de regering op die manier een oplossing heeft gevonden voor verschillende problemen in de waterketen. De nieuwe constructie moet zo vlug mogelijk in werking treden. Onze fractie zal dan ook de begroting en dit onderdeel van het programmadecreet goedkeuren.

Ik wil nog ingaan op een aantal opmerkingen van de heer Daems.

De samenwerkingsovereenkomst voor de periode 2001-2007 tussen het Vlaams Gewest en de gemeenten is goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Er waren echter onvoldoende middelen zodat de regering nu een supplementaire inspanning van 14 miljoen euro moet doen.

In de begroting voor 2004 was voor de verwerking van dierlijk afval slechts geld uitgetrokken voor een half jaar.

De uitvoeringsbesluiten voor het Veiligheidsrapporteringsdecreet zijn niet tijdig klaar omdat het decreet onwerkbare procedures zou bevatten.

Ook de uitvoeringsbesluiten voor het integraal milieujaarverslag waren niet klaar. De integrale milieuvoorwaarden werden wel aangekondigd, maar waren niet uitgevoerd.

De 50 miljoen euro voor subsidies aan de gemeentelijke riolering waren voorzien in de begroting voor 2004, maar de middelen waren niet beschikbaar. Als de verkoop van het aandeel van het Vlaams Gewest in de VMW rond raakt, komen die middelen alsnog ter beschikking.

Men heeft een hele reeks vzw's ontdekt die worden gesubsidieerd zonder dat de doelstellingen ervan in een groter geheel lijken te passen.

De recurrente middelen voor bodemsanering zijn door de vorige regering teruggebracht tot vijf miljoen euro. De eenmalige bedragen kwamen uit de reserves van OVAM en die reserves zijn nu op. Ik ben ervan overtuigd dat de huidige minister zal zorgen voor een betekenisvolle versnelling met behulp van PPS-constructies en van het brownfielddecreet. (Applaus bij CD&V en N-VA)

Rudi Daems

Ik heb er in de commissie al meerdere malen mijn waardering over getoond dat de minister het beleid inzake de samenwerkingsovereenkomst voortzet. Uit de e-mails van de VVSG maak ik wel op dat er niet met driejaarlijkse maar met jaarlijkse contracten zal worden gewerkt.

Het MER-besluit was principieel goedgekeurd door de vorige Vlaamse Regering. Er is echter geen tweede goedkeuring gekomen, ook al was er hierover destijds een ruime consensus tussen de coalitiepartners.

Het decreet betreffende de integrale milieuvoorwaarden werd goedgekeurd door dit parlement. Intussen zijn er al twee voorwaardenpakketten klaar, namelijk voor de schrijnwerkerijen en voor de garages. Ik hoop dat ook andere integrale voorwaardenpakketten mogelijk zullen zijn.

Inzake de 50 miljoen euro voor waterzuivering is er inderdaad een koppeling aan de VMW. De middelen die volgend jaar zullen vrijkomen, zullen echter meermaals kunnen worden uitgegeven. Er is immers ook een tegemoetkoming in het vooruitzicht gesteld voor het geval de riooltaks te hoog zou worden voor de gezinnen.

Wat de heer Matthijs bedoelt met zijn opmerking over de vzw's, begrijp ik niet.

Voor de bodemsanering wilde de vorige regering vanaf vorig jaar een rollend fonds creëren, waarvoor initieel bijna 50 miljoen euro was uitgetrokken voor 2004. Uiteindelijk was er slechts 32 of 33 miljoen euro beschikbaar omdat er geen middelen zijn gekomen van de VMH. Het rollend fonds moest een budget zijn dat over de begrotingsjaren heen beschikbaar was en dat voor een deel recurrent zou worden gefinancierd vanuit het MiNa-fonds. De vorige regering heeft de recurrente middelen dus niet bewust teruggeschroefd.

Karlos Callens

Ik wil het hebben over landbouw. Met de oprichting van een subcommissie Landbouw ben ik zeer tevreden.

De begroting voor Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid zorgt niet voor een sterke financiële injectie voor de sector. De meeste middelen zijn afkomstig van Europa en worden besteed aan de eerste pijler, namelijk het inkomensbeleid. In de toekomst wil de minister de tweede pijler, namelijk het plattelandsontwikkelingsbeleid, nog versterken.

De minister wil vervroegd starten met de implementatie van de Mid Term Review. De talrijke premietoekenningen worden vervangen door een unieke bedrijfstoeslag, wat moet leiden tot een sterke administratieve vereenvoudiging. Wij juichen dat toe, maar we vrezen dat deze ingreep voor probleemdossiers kan leiden tot een laattijdige betaling van de premie.

We hechten veel belang aan het imago van onze producten. Een kwaliteitsimago zorgt voor een duurzame relatie met de consument. De regering wil hieraan nieuwe impulsen geven via een substantiële verhoging van 48.000 euro voor het GVK in 2004 naar 1.168 miljoen euro plus 54.000 euro aan het GOK in 2005.

Bij de enige premie van de Mid Term Review werden randvoorwaarden gesteld inzake voedselveiligheid en dierenwelzijn. De sector en de beleidsmakers hebben na de recente crisissen besloten een systeem van autocontrole op te zetten. In de komende regeerperiode willen we deze expertise verder uitbouwen. De steun die Vlaanderen hiervoor ontvangt van Europa, wordt op ongeveer 2,5 miljoen euro geschat voor 2005. Dat bedrag wordt stelselmatig opgetrokken tot 2012. De regering moet daar zeer adequaat mee omspringen.

Kwaliteit is een sleutelbegrip voor de toekomst, maar daarnaast zijn er ook andere marketingpijlers nodig zoals innovatie en onderzoek, communicatie en een gezonde, rechtszekere investeringspolitiek.

De minister voor Landbouw moet, samen met de minister voor Leefmilieu, snel werk maken van een nieuw vereenvoudigd MAP. In samenhang met het stimuleringsdecreet voor mestverwerking moet dit ertoe leiden dat iedere veehouder een toekomst ziet die rust en zekerheid brengt. (Applaus bij CD&V en VLD)

Herman Lauwers

De beleidsdomeinen Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit zijn voor het eerst sedert 1995 gespreid over drie verschillende ministers.

Bovendien zijn Openbare Werken en Mobiliteit in handen van twee ministers met een erg verschillend profiel. Bij minister Van Brempt van sp·a, die ook bevoegd is voor sociale economie en gelijke kansen, dreigt snel de perceptie te ontstaan dat Mobiliteit vooral te maken heeft met de bescherming van de zwakke weggebruiker en dat het openbaar vervoer er is voor zwakkere groepen in de samenleving. Bij minister Peeters van CD&V, die afkomstig is uit het middenveld van middenstand en KMO, en die als nieuw buitenparlementair minister de behoefte voelt om zijn overstap te verantwoorden naar zijn achterban, ontstaat veeleer de perceptie dat Openbare Werken vooral een kwestie is van het economisch leven, van het realiseren van de grote missing links, waarbij de voorrang wordt gegeven aan auto's en vrachtwagens.

Van die duale perceptie moeten we dringend af: de minister van Mobiliteit maakt de mobiliteitsplannen en de minister van Openbare Werken voert werken uit in functie van die planning. De planlast roept, gedeeltelijk terecht, wrevel op, maar nu pas beginnen we de vruchten van die aanpak te dragen. Zo maken de mobiliteitsconvenants een integrale aanpak van de verschillende beleidsniveaus mogelijk. Vlaanderen is wel goed bezig, de planmatige aanpak werd trouwens nog in 1995 door een regering met CD&V ingevoerd.

De kritiek op De Lijn is onterecht. De Lijn krijgt inderdaad veel middelen en besteedt verhoudingsgewijs steeds meer overheidsmiddelen dan eigen middelen, maar de resultaten zijn spectaculair. De Lijn is een cruciaal instrument voor het planmatige personenvervoer en een motor in de planmatige aanpak en het is een goed presterende overheidsinstelling, dus krijgt ze terecht veel middelen. Versterken van het openbare vervoer vergt investeringen in onder meer een continuering van de minder-hindermaatregelen in Antwerpen; busvrije banen, ook op snelwegen; een betere dienstverlening. De minister van Mobiliteit wil dat waarmaken, maar daarvoor moeten er voldoende middelen zijn en moet de minister van Openbare Werken haar steunen.

Tal van projecten bewijzen dat de planmatige aanpak werkt. Een aantal aspecten van basismobiliteit moeten inderdaad geëvalueerd en eventueel geheroriënteerd worden. De minister is daartoe bereid.

Ook van de idee dat de minister van Mobiliteit verantwoordelijk is voor personenvervoer en de minister van Openbare Werken voor vrachtvervoer moeten we af. De behoefte aan meer coördinatie wordt geïllustreerd door het voorbeeld van Mortsel. De effecten van de aan de gang zijnde doorstromings- en leefbaarheidswerken daar worden nu mogelijks tenietgedaan door een gepland nieuw bedrijventerrein. Daarvoor zijn er geen mobiliteitseffectenrapporten gemaakt. Ik pleit niet voor meer planlast maar wel voor een beter gecoördineerde planning tussen de departementen. Er is wel degelijk behoefte aan mobiliteitseffectenrapporten voor grote infrastructuurwerken.

Het is goed dat er middelen vastgelegd zijn voor fietspaden en schoolomgevingen. Het is echter niet duidelijk of de middelen ook besteed zullen worden aan de dringendste dossiers. Dat zijn immers meestal de moeilijkste, met onder meer onteigeningsperikelen.

Jan Peumans

De opsplitsing van de bevoegdheden Openbare Werken en Mobiliteit is niet logisch. Vlaanderen is de planmatige aanpak nog lang niet optimaal. In Nederland ressorteren beide bevoegdheden wel onder één departement. Daar is er een planologische kernbeslissing, die de aanleg van een weg voorbereidt. In Vlaanderen bestaan de problemen al 15 jaar. Ik heb concrete cijfers dienaangaande gevraagd aan de minister.

Herman Lauwers

De woorden van de heer Peumans zijn niet in tegenspraak met mijn bevindingen. Ik vertrek echter van de bevoegdheidsverdeling, allicht worden de bevoegdheden te omvangrijk om samen te voegen.

De minister van Openbare Werken wordt geviseerd omdat zijn uitspraken nogal eenzijdig economisch klonken en soms de planningen doorkruisten. Mijn fractie geeft hem het voordeel van de twijfel. Hij is misschien nog niet gewoon om te werken in een collegiaal orgaan zoals de Vlaamse Regering en met een op overleg gesteld parlement. Met de begroting kan hij de kritiek een belangenminister te zijn, overstijgen.

Er zijn voldoende middelen in de begroting. Een ideologisch debat is niet nodig als er harde cijfers en uitgevoerde plannen zijn. Grondig overleg tussen de ministers van Openbare Werken en Mobiliteit en met de minister van Ruimtelijke Ordening is nodig.

Minister Kris Peeters

Ik heb een protocol afgesloten met minister Van Brempt met duidelijke afspraken over de bevoegdheidsverdeling. Dat betekent niet dat mijn rol beperkt is tot het uitvoeren van haar plannen. Ieder zal in overleg zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik vind de opmerkingen over belangenvermenging of oncollegiaal optreden misplaatst. (Applaus bij CD&V)

Herman Lauwers

Ik wil precies aantonen dat we van de perceptie af moeten en dat we met de begroting de middelen daartoe hebben. Er is meer nodig dan alleen een schriftelijk protocol. De recente mediaperikelen moeten gecounterd worden met daden. Ik begrijp de wrevel niet: ik pleit enkel voor samenwerking. (Aplaus bij sp·a-spirit)

Gedurende de vorige regeerperiode kon de VLD-fractie zich vinden in het gevolgde tweesporenbeleid. Enerzijds investeerde de Vlaamse Regering in meer en beter openbaar vervoer. Anderzijds besteedde ze voldoende middelen aan investeringen in infrastructuur.

De VLD-fractie heeft altijd een realistische houding aangenomen omtrent de bestrijding van files en de verkeersonveiligheid. Geen enkele overheid kan immers de mobiliteit volledig in haar greep hebben. Door alles gratis te maken, zullen de files dus niet verdwijnen. Men moet de mensen evenmin trachten wijs te maken dat er niemand meer zal sterven in het verkeer.

De VLD-fractie heeft er dan ook steeds voor gepleit om het mobiliteitsbeleid te herleiden tot haar essentie, namelijk de bestrijding van de verkeersonveiligheid en de files. Elementen als leefbaarheid, ecologie en vervoersarmoede zijn enkel randfactoren van dat beleid.

De volgende vijf jaar zal de VLD-fractie deze houding verder blijven aannemen. Investeringen in een mobieler en veiliger Vlaanderen zijn meer dan ooit aan de orde. Wegens de beperktheid van de budgettaire middelen kunnen niet alle aspecten van het mobiliteitsbeleid even veel aandacht krijgen. Voor de VLD impliceert meer mobiliteit een grotere bereikbaarheid en meer veiligheid. Belangrijk daarbij zijn de invoering van het wegenvignet en de aanwending van de opbrengst daarvan, doordat ook buitenlandse gebruikers worden belast.

Men moet streven naar een evenwicht tussen de investeringen in een beter openbaar vervoer en de investeringen in wegeninfrastructuur. Gezien de budgettaire krapte zal men elke euro goed moeten besteed worden. Het is daarom aan te bevelen dat alle mobiliteitsuitgaven op regelmatige basis geëvalueerd worden, ook de investeringen in De Lijn. Indien bepaalde uitgaven niet leiden tot een hogere effectiviteit of efficiëntie moet men tijdig durven ingrijpen.

In de vorige regeerperiode heeft de VLD-fractie steeds geijverd voor een reorganisatie van beleid inzake het openbaar vervoer. Ook nu blijft de VLD voorstander van een duidelijke rolverdeling. Enerzijds moet de overheid het openbaar vervoer organiseren en controleren. Anderzijds kan men zich echter ook afvragen of de verbindingen zelf wel met een overheidsmonopolie moeten worden aangeboden. Kunnen de budgettaire inspanningen die voor dit laatste geleverd worden niet op een efficiëntere, effectievere manier ingezet worden? Het uiteindelijke doel blijft daarbij de ontwikkeling van een volwaardig en competitief alternatief voor het individuele autogebruik.

De VLD is gewonnen voor de uitwerking van een nieuw systeem van taakafbakening. Daarom moet er een studie, die de mogelijkheden van een dergelijke nieuwe taakafbakening moet nagaan, uitgevoerd worden.

Deze Vlaamse Regering blijft, binnen het gekende budgettaire kader, ambitieus genoeg. De VLD-fractie kan zich in voldoende elementen van deze begroting en beleidsnota terugvinden en zal ze dus ook goedkeuren.

Jan Peumans

Stelt u het monopolie van de Lijn in vraag?

Er is een duidelijke taakverdeling. Enerzijds moet de overheid het openbaar vervoer organiseren en controleren. Anderzijds moet men ook durven nadenken over de manier waarop men de verbindingen aanbiedt. De monopoliepositie van de overheid moet niet per se doorbroken worden. Een studie naar deze monopoliepositie is echter wel aangewezen.

Jan Peumans

Wat voor een studie wil u dan uitvoeren? Het Vlaams Parlement heeft een decreet in verband met personenvervoer goedgekeurd. Dit decreet stipuleert dat de Lijn een monopoliepositie bekleedt voor het personenvervoer in Vlaanderen.

Verder hebben de Lijn en de Vlaamse regering een beheersovereenkomst afgesloten. Deze beheersovereenkomst bepaalt duidelijk binnen welke krijtlijnen de Lijn haar opdrachten moet uitvoeren.

Ten slotte moet u ook eens naar de buitenlandse voorbeelden durven te kijken. Het zogenaamde Kopenhagenmodel is terug naar af. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de liberalisering van het Britse openbare vervoer.

Ik begrijp dan ook niet goed dat u het decreet dat de monopoliepositie van de Lijn regelt, in vraag stelt.

Men moet durven te onderzoeken op welke manier men tot een efficiënter openbaar vervoer kan komen. De liberalisering van het Britse openbare vervoer werd inderdaad op een totaal verkeerde manier doorgevoerd. Ik vraag enkel om een studie die ook de buitenlandse voorbeelden onderzoekt.

Jan Peumans

De VLD heeft er gedurende de vorige regeerperiode mee ingestemd dat de helft van buskilometers door pachters zouden gereden worden. De pachters zouden als referentiekader dienen om na te gaan of de Lijn wel efficiënt werkte. Nu stelt u echter het monopolie van de Lijn in vraag. U wil een andere, gevaarlijke richting uitgaan. Ik kan uw stelling niet onderschrijven.

Marc van den Abeelen

Ik kan de heer Peumans alvast gerust stellen. Op 25 januari zal een hoorzitting georganiseerd worden over BAM.

De voorbije jaren heeft de VLD-fractie steeds een zeer duidelijk standpunt ingenomen over openbare werken. Vanuit het standpunt dat de openbare werken een middel zijn economische en maatschappelijke doelstellingen te bereiken, opteerde de VLD-fractie voor een beleid dat investeert in meer bereikbaarheid en meer verkeersveiligheid. Bereikbaarheid en veilige wegen bieden immers meer kansen aan particulieren en bedrijven. Investeren in openbare werken is investeren in welvaart en welzijn.

De VLD-fractie trekt deze lijn ook tijdens deze regeerperiode door. Hiervoor zijn verschillende redenen: de stand van de economie, de nood aan meer jobs en het onaanvaardbare van elk overlijden in het verkeer. De Vlaamse Regering heeft in het regeerakkoord dezelfde krijtlijnen uitgezet. Het beleid van de vorige regeerperiode wordt verdergezet. De VLD-fractie is dan ook tevreden met deze begroting.

Daarnaast wil de VLD-fractie echter ook nog een aantal bijzonder klemtonen leggen. Vooreerst ben ik tevreden dat het structureel onderhoud van onze infrastructuur een blijvende aandacht geniet. Goed onderhouden wegen zijn een troef voor de bereikbaarheid en zijn een noodzakelijke voorwaarde voor een veilig verkeer. Als Antwerpenaar heb ik bovendien mogen vaststellen dat de werken op de Antwerpse ring sneller dan voorzien afgewerkt werden.

De VLD vraagt investeringen in de bereikbaarheid in het belang van het Vlaamse bedrijfsleven. Tegelijk pleit ik voor de expressweg in de Ruppelstreek, die niet afraakt door de talrijke procedures bij de Raad van State. We moeten daar eens over nadenken.

We moeten onze economische poorten, in de eerste plaats de zeehavens open houden. De regering moet gewoonweg investeren in de bereikbaarheid van de zeehavens. Was het Deurganckdok nu al af geweest, dan had de haven van Antwerpen nog sterker kunnen groeien. De klanten staan gereed. We mogen echter niet vergeten daar bereikbaarheid de belangrijkste factor blijft. We zijn blij dat de Vlaamse regering het Masterplan Antwerpen wil realiseren. Een hoorzitting over dat Masterplan is volgens mij nuttig om een correcte stand van zaken te krijgen.

De maritieme bereikbaarheid van de havens is eveneens belangrijk. Minister-president Leterme heeft weliswaar de verzekering gekregen van Nederland, maar toch moeten we dit dossier op de voet blijven volgen om alle getalm te vermijden.

De Vlaamse regering heeft de luchthaven van Zaventem bezocht om na te gaan hoe de luchthavens als bron van werkgelegenheid bewaard kan worden. De Brusselse regering zal wel bereid moeten zijn om wat water in de wijn te doen. We moeten ook de bereikbaarheid van de luchthaven garanderen.

De VLD dankt de bevoegde ministers voor hun budgettaire inspanningen, maar zal nauwlettend toezien op de uitvoering.

Minister Kathleen Van Brempt

Mobiliteit is meer dan bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Leefbaarheid en milieu zijn ook speerpunten.

Er werd gezegd dat gratis openbaar vervoer geen files oplost. In Zwijndrecht werd niet alleen een gedurfd tariefbeleid gevoerd, maar ook meer en beter openbaar vervoer ingezet. Nu heeft één op de drie inwoners er een abonnement. Het autoverkeer is er met 15 procent gedaald.

De keuze om op het vlak van het openbaar vervoer met exploitanten te werken, apprecieer ik. De regie moet echter in overheidshanden blijven.

Opening van de vergadering
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.