U bent hier

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Een aantal aanpassingen aan het decreet zijn eerder vanzelfsprekend of bedoeld om ons in regel te stellen met de Europese richtlijnen. Een heel belangrijk element dat hieruit voortvloeit, is het gegeven dat de vervuiler betaalt. In de huidige regeling worden publieke middelen gebruikt voor de opruiming van zwerfvuil. Dat verandert door de zwerfvuilkost door te rekenen aan de producenten. De kosten worden verhaald op de producenten en consumenten, wat een zeer belangrijke stap is in de procedure.

Nog een ander belangrijk element is de rechtsgrond die wordt gecreëerd voor de toerekening van zwerfvuilkosten aan producenten van artikelen die in zwerfvuil voorkomen. Ook dat is heel belangrijk in de strijd tegen zwerfvuil. Het is heel belangrijk dat iedereen daarvoor meebetaalt. En het gaat hier met name ook over bepaalde plastics, een hele ruime aanbod aan plastics, voedselverpakkingen, drankverpakkingen, drinkbekers, plastic draagtassen, vochtige doekjes, ballonnen, tabaksproducten, maar veel meer en uitgebreider dan dat zelfs. Dit is dus een zeer goede zet in de juiste richting. Zoals we in de commissie ook aangaven, zal er echter nog heel veel werk zitten in de uitvoering van het decreet. Maar dit is alvast een enorm grote stap in de goede richting.

De heer Pieters heeft het woord.

Voorzitter, dit ontwerp van decreet is het zoveelste voorbeeld van de regels die ons door Europa worden opgedrongen. Nu Vlaanderen wordt verplicht om met dit ontwerp van decreet een aantal Europese richtlijnen om te zetten in Vlaamse wetgeving, is er sowieso weinig speelruimte voor ons parlement. We zijn niet tegen de idee dat de kosten van zwerfvuilopruiming verschuiven van de overheid en de burger, die hiervoor belasting betaalt, naar de producenten van de producten die zwerfvuil veroorzaken. Volgens de stellers van het ontwerp van decreet zou dit moet leiden tot een verlaging van de belastingdruk voor de burgers. We zijn van oordeel dat het huidige ontwerp van decreet voldoende garantie biedt dat de belastingdruk op dit punt ook effectief zal dalen. Maar het gevaar is reëel dat de burger zelfs tweemaal de rekening gepresenteerd zal krijgen, onder de vorm van zowel blijvende belastingen om zwerfvuilopruiming te financieren als prijsverhogingen die de getroffen producenten voor hun producten zullen aanrekenen.

Daarnaast zijn we evenmin tegen een grondige scheepvaartafvalwetgeving wanneer zeeschepen onze havens aandoen. Alleen staat of valt onze afvalwetgeving met een voldoende grote pakkans in samenhang met een effectieve en voldoende zware bestraffing. En ook daar knelt het schoentje: nergens in de voorbereidende teksten van dit ontwerp van decreet wordt vermeld welke extra mensen en middelen zullen worden vrijgemaakt en voorzien om de effectieve naleving van deze nieuwe regels op afdoende wijze te kunnen verzekeren.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Collega's, minister, ik kom graag even tussen om duidelijk te stellen dat wij zeer tevreden zijn met dit ontwerp van decreet. Onze fractie heeft er altijd voor gepleit om een ruime producentenverantwoordelijkheid op te nemen in het kader van de zwerfvuilproblematiek. Dit ontwerp van decreet zet op dat vlak zeker een positieve stap voorwaarts, omdat producenten inderdaad moeten bijdragen in de kosten voor het opruimen van zwerfvuil. Ik ga ervan uit dat iedereen er alles aan wilt doen om de zwerfvuilproblematiek mee op te lossen. Ik denk dat iedereen beseft dat die zwerfvuilproblematiek een zorg is voor heel veel mensen. Zeker in coronatijden, wanneer de mensen zich steeds meer buiten begeven, stellen we vast dat nog meer mensen zich ergeren aan deze problematiek. We hebben de plicht om te bekijken hoe we alles in het werk kunnen stellen om dat mee op te lossen.

Minister, u gaf aan dat er in het ontwerp van decreet ruimte is voorzien voor de gekende zwerfvuilmaterialen. Maar die materialen zijn soms fluctuerend in de tijd. Ik verwijs naar deze coronatijd, waarbij we vaststellen dat er mondmaskers aanwezig zijn in het zwerfvuil. Ook dat element is opgenomen in het ontwerp van decreet. Het is dus zeer positief dat we de soorten materialen kunnen afstemmen op de samenstelling van het zwerfvuil, zodra we dat ook vaststellen.

Minister, verder wil ik meegeven dat handhaving inderdaad een sluitstuk is in het milieubeleid, met andere woorden, ook rond zwerfvuil of sluikstorten. We weten dat lokale besturen immens veel inspanningen leveren om sluikstorten, maar ook de zwerfvuilproblematiek op te lossen. Bij sluikstorten is de pakkans natuurlijk vaak iets groter dan bij zwerfvuil. En dat blijft toch echt een uitdaging. We hebben daarop gehamerd tijdens de bespreking in de commissie, om te zien op welke manieren we de lokale besturen meer kunnen ondersteunen in dat verhaal van handhaving. U hebt aangegeven dat u dat zult bespreken op de rondetafelconferentie in het kader van de evaluatie van het verpakkingsplan 2.0. In die zin kijken we zeker uit naar die bespreking en de eventuele stappen die we op dat vlak nog kunnen zetten.

De heer Schiltz heeft het woord.

Collega's, ook namens mijn fractie sluit ik mij aan bij hen die hierin een belangrijke vooruitgang zien. Overstappen van een systeem van algemene solidariteit via de belastingen naar een responsabilisering, zowel van de producent als van de gebruiker, is de manier waarop het klimaat- en milieubeleid moet worden gevoerd.

Het is wanneer producenten zelf voelen dat hun producten duurder worden, omdat ze vervuilend zijn, tegenover concurrenten die investeren in milieuvriendelijke producten, dat we effectief naar een economisch gedreven milieu- en klimaatbeleid kunnen gaan.

Minister, het is van kapitaal belang dat de middelen die vrijkomen doordat de kosten voor zwerfvuilophaling en -verwerking nu bij de producenten zullen liggen, dat die belastingverlaging zich ook laat voelen en dat die middelen die geïnd worden bij die producten ook terechtkomen bij diegenen die effectief het zwerfvuil aanpakken. Met andere woorden, dat het niet leidt tot een verhoging van de middelen van de Vlaamse overheid zonder dat die middelen dan eventueel doorgestort worden naar lokale steden en gemeenten, die vaak meer inzetten op het ophalen en verwerken van zwerfvuil. Alleszins het is een zeer belangrijke stap vooruit naar een verstandig milieu- en klimaatbeleid.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, dit ontwerp van decreet is inderdaad een belangrijke stap in de goede richting. We gaan echt de producentenverantwoordelijkheid doorvertalen. Want bijvoorbeeld in 2019 gaven we 144 miljoen euro uit om zwerfvuil op te ruimen. Op zich is het zeer goed dat we dat proberen door te vertalen en de producenten en consumenten hier proberen te responsabiliseren. Maar u weet, dat wij bij Groen voorstanders zijn om de grootste fractie waar het zwerfvuil bestaat – namelijk de flesjes en de blikjes – via een retour- en statiegeldsysteem al onmiddellijk uit het zwerfvuil te halen. Dat lijkt ons de meest efficiënte manier om de kost op zwerfvuil te verminderen. Dat neemt niet weg dat dat statiegeldsysteem kan bestaan naast deze nieuwe regeling. Vandaar dat we positief staan tegenover deze nieuwe regeling, op voorwaarde dat het statiegeld eerst wordt ingevoerd.

We hebben daarbij twee belangrijke opmerkingen. Ten eerste wordt er uitgegaan van slechts 80 procent van de kost van het zwerfvuil om door te rekenen naar de producent en de consument, terwijl we eigenlijk kunnen gaan naar 100 procent. Wij pleiten ervoor om daar voor te gaan en niet om die 20 procent niet aan te rekenen. Ten tweede, collega Rombouts gaf het ook al aan: handhaving is een zeer belangrijk element. Dat is niet evident voor zwerfvuil en we merken nu dat die handhavingskost uit het systeem is gehouden. Wij pleiten ervoor om dat ook in het systeem mee op te nemen. We kijken dan ook uit naar de verdere uitwerking van dit systeem en we pleiten ervoor om handhaving mee te nemen in de kostprijsberekening van het zwerfvuil.

Vanwege deze twee grote opmerkingen en het feit dat men statiegeld niet als eerste maatregel naar voren heeft geschoven, onthouden wij ons bij dit ontwerp decreet.

De heer Tobback heeft het woord.

Collega’s dit ontwerp is een stap vooruit. Als sp.a geloven wij – dat weet u allemaal – in stappen vooruit.

Allemaal? (Gelach van de voorzitter)

Allemaal, stuk voor stuk. Wacht maar af. (Gelach)

Hoe dan ook, het is een stap vooruit in de erkenning van het feit dat producenten van toekomstig afval een groter deel van hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Ik denk dat we daar in Vlaanderen Europa niet per se voor nodig hebben om dat onder ogen te zien. Maar wat er vandaag wordt toegevoegd aan die producentenverantwoordelijkheid, is een opvulling van een leemte. Het overdragen van de financiële lasten van het opruimen van dat zwerfvuil naar de producenten en veel minder naar onze eigen gemeenten en lokale besturen, zoals het vandaag het geval is voor ettelijke miljoenen euro per jaar, is iets waar we allemaal gelukkig mee kunnen zijn, zeker na alle discussies die we daarover in dit parlement al gehad hebben.

Dat neemt niet weg dat sp.a dit ontwerp van decreet niet mee zal goedkeuren. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste is het inderdaad zo dat in onze ogen aan de ene kant de producentenverantwoordelijkheid voor wat er toch nog van restafval overblijft en aan de andere kant het absolute vermijden van het zwerfvuil, namelijk via een systeem van statiegeld, perfect hand in hand hadden kunnen en moeten gaan. Uit de besprekingen is ook heel vaak gebleken – zowel de voorbije maanden als tijdens de bespreking van dit ontwerp in de commissie – dat men dit eigenlijk voor een stuk als een alternatief voor statiegeld bekijkt. Daar zijn wij het niet mee eens. Die twee hadden hand in hand moeten gaan.

Een tweede punt waarom wij ons zullen onthouden bij de stemming over dit ontwerp van decreet is dat ervoor gekozen is om de producentenverantwoordelijkheid, de financiële last, niet voor 100 procent maar voor slechts 80 procent door te schuiven. We vinden dat jammer omdat Vlaanderen al een vrij lange traditie heeft in het aansprakelijk en verantwoordelijk stellen, in het betrekken van producenten in het afvalbeleid en in het mee responsabiliseren. We hebben al heel lang het systeem van Fost Plus en het Groene Punt en dergelijke waarbij de sector zelf van bij het begin mee in de discussie zit over de ophaalsystemen, over de reglementering en dergelijke, en zich dus zeer goed bewust is van de verantwoordelijkheid en de uitdaging. Dat is niet van gisteren, dat is niet vandaag ingevoerd, dat loopt al een hele tijd.

Dit moment is niet meer het ogenblik om die producentenverantwoordelijkheid niet voor de volle 100 procent toe te wijzen. Men valt hier niemand mee koud op zijn dak. Wat we vandaag nog niet gerealiseerd hebben, is geen verrassing, dit had allang moeten gebeuren. Het is geen verrassing dat we rond dat zwerfvuil al heel lang aan het werken zijn en al heel lang voor een berg van uitdagingen staan. Men had die 100 procent verantwoordelijkheid aan de producenten moeten geven in onze ogen.

Samengevat, het is één stap vooruit maar als sp.a hebben wij ambitie om de lat wat hoger te leggen. We zijn niet tevreden met één stap vooruit, we wensen meerdere stappen vooruit. Tot u daarin wilt meemarcheren, zullen we ons op dit soort van ontwerpen onthouden.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik zal enkele punctuele tussenkomsten doen. Dit ontwerp van decreet is geen alternatief voor statiegeld zoals sommigen doen uitschijnen. Het ontwerp van decreet gaat veel verder en breder en zet in op alle aspecten van zwerfvuil en zet het principe van de vervuiler betaalt voorop. Statiegeld is maar voor een bepaalde fractie bedoeld. U verwees naar de flesjes, maar dat zijn niet de grootste fractie, dat zijn wel de sigarettenpeuken en dat probleem gaan we met statiegeld niet oplossen.

In het regeerakkoord staat een verpakkingsplan. Dat zal worden geëvalueerd. Als men de doelstellingen niet haalt, zal er een systeem worden uitgewerkt. Dat is heel duidelijk. Ik zal de evaluatie in 2022 al opstarten. Dit is geen alternatief.

Mijnheer Pieters, u zegt dat Europa dit oplegt, maar los van Europa moeten we dit doen. Uw stelling klopt niet. U zegt dat de burger weer gaat betalen, maar dat is wat hij nu doet, hij betaalt nu. De maatschappelijke kost bedraagt jaarlijks 150 miljoen euro. Dat wordt natuurlijk betaald door de lokale en Vlaamse begroting, door de belastingbetaler dus. Nu rekenen we de kosten door naar de producenten. Dat lijkt me heel logisch volgens het principe de vervuiler betaalt, maar je moet dat principe dan wel goed vinden. Uw stelling klopt niet.

De handhaving, mevrouw Rombouts, is aangekaart op de rondetafel. We hebben met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) afgesproken dat we de handhaving op het zwerfvuil samen met de lokale besturen gaan versterken. Het is niet altijd gemakkelijk. Het zwerfvuil is toegenomen, dat weet u, zelfs zonder corona mee te rekenen. Het komende jaar zullen de cijfers nog slechter zijn. Vandaag zien we in bepaalde gebieden, in de natuur en stadsparken, enorm veel zwerfvuil. Het is hallucinant, ik vind dat onverantwoordelijk. Ik vind dat echt gewoon not done, dat doe je gewoon niet, maar blijkbaar toch wel, helaas. De cijfers zullen nog stijgen, omdat men rekening zal houden met corona. Ik heb op de rondetafel ook heel duidelijk aangegeven dat de huidige bijkomende acties niet voldoende zijn.

Ik verwacht wel van de sector dat hij zijn verantwoordelijkheid opneemt, want er is een verpakkingsplan afgesloten. De doelstelling was minder en het is meer geworden. Wat vandaag voorligt, is informeren en sensibiliseren, maar ik denk dat we die periode stilaan voorbij zijn. Ik verwacht van de sector dat hij deze week bijkomende inspanningen qua budget en maatregelen op tafel zal leggen om die vervolgens dan ook door te voeren. Dat is nog niet af.

De reden waarom we ons aligneren met de Europese doelstelling en de kostendekking beperken tot 80 procent heeft natuurlijk te maken met de systemen in Vlaanderen, die met premies werken. Het is niet altijd eenvoudig om dan aan te tonen dat een kostendekking van 100 procent wordt bereikt. Voor alle duidelijkheid: dat neemt natuurlijk niet weg dat men moet motiveren waarom het in bepaalde gevallen niet aangewezen is om die 100 procent aan te houden. Dat zul dus ook gemotiveerd moeten worden.

In ieder geval denk ik dat dit toch een grote stap vooruit is, als ik het zo mag zeggen. Je hanteert hier echt het juiste principe, namelijk dat de vervuiler betaalt. We zetten de stap vooruit, maar wat mij betreft, is het werk niet af. Ik kijk uit naar de bijkomende maatregelen die de sector nu op tafel zal leggen. Zo niet, dan zal ik het charter ook niet tekenen. Ik heb dat tijdens de ronde tafel ook heel duidelijk aangegeven. Daarna volgt de evaluatie van het verpakkingsplan. We hebben in het regeerakkoord afgesproken dat we zullen kijken wat we zullen doen indien de doelstelling niet wordt gehaald.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Dank u, minister, voor uw duidelijke antwoord. Ik ben blij dat het overleg met de sector over het verpakkingsplan en de doelstellingen positief evolueert. Zoals in de commissie ook is aangegeven, liggen de doelstellingen nog helemaal niet in het verschiet en er zullen dus extra inspanningen nodig zijn. Het regeerakkoord is daarover zeer duidelijk. Dat weet iedereen, ook de heer Tobback, want dat is al meermaals verteld. Als de doelstellingen niet worden bereikt, zal er tot het statiegeldsysteem worden overgegaan. In dezen kijk ik samen met u uit, minister, naar de bijkomende inspanningen die men voorstelt.

Wat de 80 of 100 procent betreft, vind ik het een beetje raar om daar nu het debat over te voeren. Alsof de producenten volledig en alleen de verantwoordelijkheid dragen. Ik ben het er volledig mee eens dat zij de grootste verantwoordelijkheid hebben in de mentale switch. Zij moeten naar verpakkingsmaterialen zoeken die uiteraard minder gevoelig zijn voor zwerfvuil. Ze moeten zich vooral baseren op de circulaire economie en verpakkingen maken die gerecycleerd of verwerkt kunnen worden, maar ook de gebruiker moeten we in dezen op zijn verantwoordelijkheid blijven wijzen. Er zijn nog altijd gebruikers die het nalaten om de verpakking op een correcte manier in te zamelen. Iets wat ervoor zou zorgen dat we de doelstellingen kunnen bereiken. Ik hoop dan ook, minister, dat u het luik van de sensibilisering verder blijft uitbouwen.  

De heer Pieters heeft het woord.

Minister, u zegt dat wij dat verkeerd zien. Wij zijn ook voor het principe dat de vervuiler betaalt, alleen willen we vermijden dat hij twee keer betaalt. Dat zwerfvuil moet ook opgehaald worden en daar zal toch iets tegenover moeten staan. We zijn voor handhaving en we moeten de pakkans verhogen. Als u dit echter doorrekent of als de producenten hun bijdrage doorrekenen, dan stijgen de prijzen van de producten en betaalt de cliënt een tweede keer de prijs. Hiervoor willen we waarschuwen.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik wou toch even reageren op de cirkelredenering van collega Rombouts – en dat is iets anders dan circulaire economie. Collega Rombouts, ik ben het met u eens dat niet alleen de producent verantwoordelijk is, maar dat het gedrag van de consument een belangrijke rol speelt. Een van de voornaamste instrumenten om het gedrag van de consument te sturen, is uiteraard statiegeld, waarmee men garandeert dat er een financiële stimulans is om dat gedrag op een goede manier aan te pakken en dat flesje – en dat is inderdaad niet het geheel van het zwerfvuil – tenminste niet in de berm te gooien, maar ergens binnen te brengen waar er nog geld van teruggekregen kan worden. Dat is de hele redenering achter statiegeld. Dat is ook wat ik gezegd heb in mijn tussenkomst: als men de twee had gecombineerd, had men een logisch en coherent systeem gehad. Maar nu is het eigenlijk een systeem waarbij u aan de producenten nog een hele tijd minstens een gedeeltelijke vrijgeleide geeft om verder te doen zoals men bezig is. Want het was ofwel statiegeld, ofwel 100 procent producentenverantwoordelijkheid. De twee horen op die manier bij elkaar.

Ik ben ook blijvend verbaasd over de los van alle realiteit staande beweringen dat we nog eens moeten nadenken over statiegeld en dat we wel zullen kijken of we nu succes hebben. We zijn al twee legislaturen aan het praten over statiegeld, we zijn al twintig jaar aan het praten over het oplossen van het afvalprobleem in Vlaanderen. Als men het nu nog niet begrepen heeft? Ofwel moet men zeggen: we doen het niet en we zullen het nooit doen. En wees daar dan eerlijk in. Ofwel kan men het beter meteen doen. Maar wees nu alstublieft eens coherent in plaats van cirkelredeneringen te blijven hanteren die dan niet eens kloppen, want uw cirkel is niet gesloten. Dat zien we ieder jaar opnieuw in de cijfers over het zwerfafval trouwens, dat die cirkel niet gesloten is.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Ik wil nog een keer herhalen dat de toestand van het zwerfvuil met 14 procent verslechterd is in 2019. De minister zei het daarnet al, dat was 2019; daar zit het moeilijke jaar 2020 nog niet bij. Wij verwachten dus alleen maar dat de zwerfvuilhoeveelheid zal stijgen. Ik begrijp dan ook helemaal niet waarom we de idee van statiegeld niet nu al invoeren. We weten eigenlijk allemaal dat die doelstelling die vooropgesteld is, nooit gehaald kan worden. In plaats van vooruit gaan we achteruit. We gaan met 14 procent achteruit, en we verwachten in 2020 dat we nog achteruit zullen gaan.

Er is geen enkel systeem dat effectiever is dan statiegeld om de zwerfvuilkost naar beneden te halen. 40 procent van de hoeveelheid zwerfvuil zijn flesjes en blikjes. De combinatie van wat hier op tafel ligt én statiegeld was de beste oplossing, dat was de goedkoopste oplossing, dat zou het minste zwerfvuil met zich meebrengen. Wij vinden het op zich geen slechte zaak dat we dit ontwerp van decreet doorvoeren, maar niet zonder de invoering van statiegeld. En nog eens twee jaar wachten lijkt ons twee jaar verloren tijd.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Collega Tobback, eigenlijk suggereert u nu zelf dat als we 100 procent invoeren, dat ter vervanging is van statiegeld. Wij doen het net niet. Het ene vervangt net niet het andere. U suggereert nu zelf om dat wel te doen. Het is inderdaad een heel bewuste keuze om dat net niet te doen.

Het klopt dat statiegeld een zeer interessant instrument kan zijn voor de inzameling van fracties en om aan mentaliteitswijziging te doen. U kent ons standpunt daar ook zeer duidelijk in. Ik heb daarnet ook nog heel duidelijk de afspraken daaromtrent herhaald. Als daar versnelling kan komen, omdat men effectief inziet dat de doelstellingen niet bereikt zouden worden, kunnen we dat alleen maar toejuichen. Maar u kunt niet ontkennen dat sensibilisering in dezen minstens een even belangrijke boodschap blijft en dat er zeker ook nog fracties zijn die niet gevat zullen worden door statiegeld. Dus alles onderbrengen in statiegeld en dat alles daarmee ineens opgelost zou zijn, dat klopt niet.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

We wachten nog – dat weten de collega’s, aangezien we het al regelmatig bespraken in de commissie – op die bepaalde fractietelling om voort te kunnen gaan en om verder te evalueren. Er zijn doelstellingen gesteld. Dat wordt continu geëvalueerd. Wat meer is, er worden ook extra afspraken gemaakt om die doelstellingen toch te proberen te halen. Het is ook gewoon zo: het is al vastgelegd dat, wanneer de doelstellingen effectief niet gehaald zullen worden, nog andere maatregelen genomen zullen worden. Maar stellen dat dit zonder statiegeld sowieso geen zin heeft en dit ontwerp van decreet geen zin heeft, dat is gewoon onnozelheid, het spijt mij ten zeerste.

Als we die kosten bij de producent gaan leggen, dan heb je enerzijds het principe ‘de vervuiler betaalt’, maar anderzijds – dat gaat dan richting circulaire economie, daar ging het gisteren in de hoorzitting ook heel de tijd over –, doordat we de producent daarvan bewust maken en we de producten die in het zwerfvuil terechtkomen duurder maken dan alternatieven, zal de producent nadenken over zijn productontwikkeling. Dat is heel belangrijk, want we moeten ervoor zorgen dat de materialen die worden gebruikt voor de producten die uiteindelijk in het zwerfvuil terechtkomen, anders worden ontworpen en in de winkels en bij de consument terechtkomen. Dat zal maken dat we dit probleem op een duurzame manier gaan oplossen.

Zal statiegeld op de duur een optie moeten zijn? Ja, dat zullen we moeten zien en daar zullen we ook naartoe werken indien dat nodig is. Maar stellen dat we met dit ontwerp van decreet geen voldoende grote stap vooruit zetten, dat is een beetje te onnozel.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Perdaens, in de landen waar men statiegeld heeft ingevoerd, bereikt men een heel hoge recyclagegraad. Dat is omdat men daar heel zuivere recyclagestromen genereert ten gevolge van dat statiegeld. Wat wij gaan doen, is zwerfvuil opruimen, dan sorteren en dan recycleren. Dat is eigenlijk een stap te veel. Als je die 40 procent er nu al uit neemt, dan krijg je veel zuivere recyclagestromen, dan kun je veel beter recycleren en hoef je voor die 40 procent al die bewegingen niet te maken.

Ik begrijp het helemaal niet. Duitsland doet het al twintig jaar met heel veel succes. Wij gaan nu weeral eens twee jaar wachten om te bewijzen wat we eigenlijk al heel lang weten: statiegeld is een zeer effectief systeem, het leidt echt tot circulaire economie en zal de zwerfvuilkost heel wat doen afnemen. Je kunt nog twee jaar proberen om het achteraf dan toch in te voeren. Wij hadden dat liever samen zien gebeuren.

Ik geef u wel gelijk dat dit een goed systeem is voor de andere fracties. Voor de petflessen, de flesjes en de blikjes heb je een veel beter werkend systeem. In de buurlanden tonen ze ons dat aan. Wij zijn jammer genoeg bijna de laatste om dat in te voeren. Finaal zullen we het wel doen, maar we verliezen er nu heel veel tijd en geld mee.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 612/1)

– Er zijn geen opmerkingen bij de artikelen 1 tot en met 28.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemmingen over de artikelen en over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.