U bent hier

De heer Anaf heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, er is gisteren een beslissing genomen over buitenschoolse activiteiten. Minister, ik kan me voorstellen dat dat een heel moeilijke beslissing is geweest. Langs de ene kant heb je natuurlijk het feit dat we in een pandemie zitten en dat we met z’n allen zoveel mogelijk onze contacten moeten proberen te beperken om de verspreiding van dat virus zoveel mogelijk tegen te houden, om de wind uit de zeilen te halen. Aan de andere kant heb je kinderen en jongeren en hun mentale welzijn en ook het recht op spel, wat zo belangrijk is voor die kinderen. Mijn eigen zoontje van bijna 5 jaar mag vandaag voor het eerst in drie maanden terug gaan basketten. Toen ik hem dat vorige week vertelde en ik zijn oogjes zag glunderen, bleek hoe moeilijk kinderen en jongeren het in deze crisis hebben. Laat ons dat alstublieft niet vergeten. Ze kunnen hun grootouders niet meer zien, laat staan knuffelen. Ze kunnen heel veel activiteiten niet meer doen. Het is ook geen race wie het het moeilijkst heeft, we zitten allemaal in een moeilijke situatie.

Je moet die twee dingen verzoenen. Er is nu een beslissing genomen en ik heb begrepen dat die in heel nauw overleg met de jeugdsector genomen is, zoals dat trouwens ook voor de zomervakantie gebeurd is. Zijn dat nu de perfecte maatregelen? Wellicht niet. Hadden er dingen strenger of soepeler gekund? Misschien, maar wat mij betreft is die beslissing genomen. Ik ga die respecteren en ik ga die absoluut niet ter discussie stellen. Maar er zijn wel nog heel wat vragen, ik hoor vragen uit de buitenschoolse kinderopvang, het deeltijds kunstonderwijs (dko). Maar ook vragen ouders zich af of ze met een gerust gemoed hun kinderen kunnen inschrijven voor een kampje in de krokusvakantie en of ze dan niet het risico lopen dat ze last minute toch nog op zoek moeten gaan naar kinderopvang, die dan wellicht niet meer te vinden is. Dat zijn een aantal vragen. Ik hoop dat u daar zo meteen wat meer duidelijkheid over kunt geven.

Wat ik u zeker ook wil voorleggen, minister – en ik heb u daar al verschillende keren over gesproken –: we hebben tijdens deze crisis de laatste maanden een paar keer cavaliers seuls gezien, vooral bij de provinciegouverneurs. Ik zou dus willen vragen of dit een maatregel is die effectief voor heel Vlaanderen hetzelfde zal zijn. Als er dan toch lokaal andere maatregelen genomen moeten worden, zal dit goed afgestemd worden op het Vlaamse niveau zodat alle kinderen in Vlaanderen op dezelfde manier behandeld worden?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om jullie eventjes te laten wegdromen en misschien collectief terug te denken aan een herinnering die ons leven heeft gemaakt in onze jeugdperiode. Ik hoop, als jullie die herinneringen in gedachten brengen, dat jullie het met me eens zijn dat dat type ervaringen, die avonturen, die impact niet meer terugkeren. Dat is een impact op jullie in die tijd – voor de een is dat al iets langer geleden dan voor de ander –, op mensen in volle ontwikkeling. Dat is wat de coronacrisis ook vandaag doet met onze kinderen en jongeren, die specifieke behoeften hebben.

De grootste fout die we zouden kunnen maken is om hen te benaderen als een soort van minivolwassenen, want die impact, beste collega’s, – we hebben dat in het voorjaar al gezien – is gigantisch. Het gaat over sociale contacten die wegvallen, familie die wegvalt, eenzaamheid, mentaal welzijn, vrije tijd, toename van mishandeling en misbruik, impact op de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren. Dat gaat van kleuters, van baby’s tot studenten. Ieder worstelt op zijn manier met de uitdaging van COVID en de impact ervan op zijn leven.

We zien daar nochtans een zeer solidaire coronageneratie, die tot op vandaag zeer trouw en zeer plichtsbewust de maatregelen navolgt, niet voor hun eigen gezondheid, maar voor deze van zeer vele andere kwetsbare mensen in onze samenleving. Het is van de kinderrechtencommissaris, tot de jeugdsector, tot de mensen die deze week nog de actie ‘Erdoor’ lanceerden, dat er vandaag een noodkreet wordt geuit: er is meer nood aan perspectief voor die kinderen en de jongeren. Dus is eigenlijk de vraag vandaag, minister, naast de beslissingen die gisteren genomen zijn, zeer duidelijk: wat is uw plan voor de komende dagen, maar ook voor de komende maanden om perspectief te geven, prioritair aan die kinderen en jongeren die tot vandaag zo plichtsbewust de maatregelen nagevolgd hebben?

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

De voorgaande collega’s verwezen er al naar: ik denk dat, naast het beheren van het virus, het ook ons aller plicht is om oog te hebben voor het psychisch welzijn van ons allen. In de afgelopen week hebben wij moeten vaststellen dat de druk enorm is geweest om de buitenschoolse activiteiten van onze kinderen en jongeren met één pennentrek opnieuw af te gelasten. En dat terwijl er eigenlijk met harde cijfers niet duidelijk kan worden aangetoond dat die activiteiten de redenen of de grote verspreiders zijn. Overigens zijn die activiteiten wel cruciaal voor het psychisch welzijn en de ontwikkeling van onze kinderen en jongeren.

Minister, ik was dan ook bijzonder blij om gisterenavond het positieve nieuws te horen dat die activiteiten, en eveneens de kampen in de krokusvakantie, wél kunnen blijven doorgaan, weliswaar in aangepaste vorm, en dat ook de jongeren van 12 tot 18 jaar meer ruimte krijgen om hun gedachten te verzetten. Het is dan ook goed dat in het debat, naast de risico’s van het verspreiden van het risico, ook ruimte wordt gemaakt voor álle gezondheidsrisico’s, met name ook voor psychisch welzijn en voor het pedagogisch welzijn.

Nu, het feit dat de min 12-jarigen een keuze zouden moeten maken, tijdelijk weliswaar, tussen een aantal hobby’s, roept ook wel dadelijk een aantal vragen op in de huiskamers. Vandaar, minister, wil ik heel concreet de vraag voorleggen of kinderen en jongeren, die een keuze moeten maken qua activiteiten, de ene week en de andere week zouden kunnen afwisselen, zodat ze effectief wel de contacten kunnen blijven houden met hun geliefde kunstacademie, met hun geliefde sportclub of jeugdvereniging.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Inderdaad, minister, we zien de laatste weken steeds meer verhalen opduiken over besmettingen bij kinderen en jongeren. Dat heeft veel onduidelijkheid teweeggebracht, veel verwarring. Mensen stelden zich vragen of dit aan de teststrategie lag, of aan nieuwe varianten die actief zijn. Wat doen we dan met de scholen, met de sport- en jeugdactiviteiten, en hoe kijken we tegen de krokusvakantie aan? Iedereen had daar wel een mening over, virologen en gouverneurs op kop. Maar het zijn vooral jongeren en ouders die rekenden op de kampjes in die krokusvakantie. Dat is voor jongeren een manier om zich uit te leven, om plezier te maken. Maar voor ouders is het ook een middel om werk en gezin te kunnen combineren, en vooral – virologisch heel interessant – om ervoor te zorgen dat die kinderen niet naar de grootouders moesten worden gebracht om in opvang te voorzien. We hebben dat trouwens ook aan getuigenissen van verschillende organisatoren kunnen afleiden: er is nog nooit zoveel vraag geweest naar jeugdkampen in de krokusvakantie. Gisteren hebt u dan, samen met uw collega Weyts, perspectief geboden. Activiteiten blijven inderdaad mogelijk. Ze worden iets aangepast wat betreft de min 12-jarigen. En ook de kampen zullen kunnen blijven doorgaan, zij het ook daar met wat minder kinderen.

Maar ik denk dat het nodig is dat we nu heel snel ook heel concrete en duidelijke informatie bieden aan het terrein, aan die verenigingen zelf, aan de lokale besturen, over het implementeren van die nieuwe regels. Anders dreigen we in de situatie te komen dat niemand nog iets organiseert, onwetend van wat nu wel en niet echt mag. Bijvoorbeeld: het deeltijds kunstonderwijs. Is dat een hobby? Of valt het onder de draaiboeken onderwijs, zoals het tot nu toe altijd heeft gedaan? Een voetbalploeg bestaat uit meer dan tien spelers, per definitie. Hoe werkt dat dan? Mogen die in tweeën gesplitst worden op één terrein? Ik geef maar wat voorbeelden. En mag dezelfde trainer daar dan training aan geven?

Heel concreet, minister, denkt u dat het met deze nieuwe maatregelen mogelijk zal blijven voor organisatoren en verenigingen om die jeugdkampen effectief te organiseren en op die manier ook dat perspectief te geven aan die jongeren en die ouders in de krokusvakantie van dit jaar?

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Minister, het feit dat ik als vijfde mag aansluiten, toont natuurlijk wat het belang is van het welzijn van onze kinderen en jongeren, en dat dit gedeeld wordt door alle collega’s hier. De meeste van de vragen gingen over de huidige maatregelen en de huidige situatie. Ik zou een beetje vooruit willen kijken.

Momenteel kijken we naar de jeugd om de coronacijfers, die weer de slechte kant uitgaan, in te dijken. Ik denk dat het ongelooflijk belangrijk is  – en ik hoor bij de collega’s eenstemmigheid daarover – dat we ervoor proberen te zorgen dat we de scholen en de activiteiten, beide naast elkaar, kunnen openhouden in het belang van onze kinderen.

Het sluiten van de scholen in de eerste lockdown heeft, ondanks alle moeite en het thuisonderwijs en het vele werk dat daar werd ingestoken, ervoor gezorgd dat er een leerachterstand is opgelopen. Dat is nog het meest bij diegenen die het eigenlijk al het moeilijkst hadden. De digitale jeugdbeweging sloeg heel erg aan en was een fantastisch alternatief, maar het fysieke spelen en het contact met vriendjes werden toch heel erg gemist. Het zou dus ongelooflijk spijtig zijn dat we binnenkort een van beide moeten missen. Voor de mentale gezondheid van de kinderen is het dus geen of-ofverhaal, maar een en-enverhaal waar we naartoe moeten gaan. De scholen moeten openblijven en we moeten de activiteiten zoveel mogelijk laten plaatsvinden. De experten geven nu ook aan dat het in dezen belangrijk is dat het aantal wisselende contacten van de kinderen moet ingeperkt worden, zonder dat we hun bewegingsvrijheid afnemen.

Als de huidige maatregelen onvoldoende zouden zijn, wil ik u vragen om proactief na te denken of de jeugdbeweging in de klasbubbels kan worden gebracht in plaats van de klasbubbels te verspreiden en te splitsen over de verschillende jeugdbewegingen waardoor het verspreidingsrisico hoog wordt gehouden. Het vergt veel denkwerk en organisatie, maar ik heb vertrouwen in onze jeugdbewegingen en ik weet dat u dat ook hebt. Zult u dus bekijken om school- en vrijetijdscontacten in dezelfde bubbel te laten plaatsvinden indien mogelijk?

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Dank u wel, collega’s, voor de talrijke vragen die effectief aantonen dat dit debat bij u in dit Vlaams Parlement enorm leeft.

Laat mij starten met te benadrukken dat kinderen en jongeren het vandaag in deze coronatijd bijzonder moeilijk hebben. Ik trap daarmee een open deur in. Voor iedereen van ons is dat een zeer zware periode, maar niet in het minst voor de allerjongsten, kinderen en jongeren en ook voor studenten in het hoger onderwijs. Het is alsof je leven een beetje stilstaat. Collega’s, voor ons is dat misschien niet zo erg. Wij hebben een job, wij hebben onze opleiding al achter de rug, wij hebben familie en vrienden. Voor kinderen en jongeren die in volle ontwikkeling zijn, is dat des te pijnlijker. Het is heel zwaar voor hun mentale toestand, heel zwaar voor hun ontwikkeling, heel zwaar voor de manier waarop zij leren omgaan met vriendjes, heel zwaar voor hoe ze een nieuwe studentenstad leren kennen, hoe ze nieuwe vrienden leren kennen, hoe ze naar school kunnen gaan en hoe ze hun vrije tijd kunnen beleven. Daarom kunnen we niet lichtzinnig omgaan met wat zij nog kunnen doen. Als er beperkingen komen, die heel begrijpelijk zijn door het virus, dan moeten we heel goed opletten met wat we doen ten aanzien van kinderen en jongeren.

Collega’s, dat is natuurlijk ook relevant voor de ouders. Er zitten er hier een aantal, die daarmee inzitten en bezig zijn met de opleiding van hun kinderen, met hun school en vrije tijd. Ook zij zijn vandaag aan het puzzelen. Hoe moeten ze zich organiseren? Hoe gaan ze om met hun kinderen? Hoe zorgen ze ervoor dat hun kinderen een perspectief blijven hebben en geen leerachterstand oplopen, maar ook dat ze zich goed in hun vel blijven voelen in die moeilijke omstandigheden?

Onderwijs is daarbij heel belangrijk. We hebben het er hier al vaak over gehad. In de eerste lockdown was het alle hens aan dek. Scholen en speelpleinen werden gesloten en het jeugdwerk moest dicht. We hebben daaruit geleerd. Ik ben eigenlijk fier dat we met de hele ploeg vanuit de Vlaamse Regering steeds het belang van kinderen en jongeren centraal hebben gesteld.

Collega’s, ook de vrije tijd is oh zo belangrijk. Kinderen en jongeren zijn niet alleen bezig met leren en bijleren, ze zijn ook bezig met zichzelf te ontwikkelen, met gewoon kind te zijn, met te spelen en vriendjes te maken. Daarom is die vrije tijd zo belangrijk.

Er werd hier al naar verwezen. We hebben in Vlaanderen zo’n sterk jeugdwerk met tienduizenden vrijwilligers die daarin actief zijn. We hebben de afgelopen weken ook heel intensief met hen samengewerkt om te kijken hoe we hiermee verder kunnen. Als we vandaag beslissingen nemen en voorstellen doen voor het Overlegcomité, dan is dat altijd een beetje met lood in de schoenen. Eind oktober heb ik een van de moeilijkste beslissingen mee moeten nemen door voor jongeren tussen 12 en 18 jaar alle vrijetijdsactiviteiten te laten stoppen. Dat zijn enorm moeilijke beslissingen en dat is tot op vandaag heel erg moeilijk. Als we vandaag opnieuw beslissingen moeten nemen en deels moeten verstrengen, dan doe ik dat met heel veel schroom.

Vorige week vrijdag was er een beslissing van het Overlegcomité waarin de jeugdwerkregels niet zijn aangepast. Ik was eigenlijk tevreden dat we in die context konden blijven doorwerken. In het weekend bereikten ons echter signalen van virologen die zeiden dat de situatie aan het verslechteren was. Ze zeiden: je moet iets doen. Er wordt nog te veel binnengespeeld. 

De groepjes zijn nog te groot, er zijn nog te veel contacten en bubbels per week. Het onderscheid tussen de kinderen tot en met 12 jaar en de scholieren tussen 12 en 18 jaar is te radicaal: de enen kunnen nog heel veel, de anderen kunnen helemaal niets. Vandaar is er de afgelopen dagen heel veel overleg geweest met de collega’s van de drie gemeenschappen, en met de virologen. Voor de Vlaamse Regering is dat minister van Onderwijs en Sport Weyts, minister-president Jambon, bevoegd voor cultuur, minister Beke, bevoegd voor de kinderopvang, en ikzelf. We hebben een gedragen voorstel geformuleerd dat nu aan het Overlegcomité wordt voorgelegd en daarna geformuleerd in een ministerieel besluit.

Drie elementen staan centraal: buiten, buiten, buiten! Zoveel mogelijk buiten spelen.

Ik zie een aantal collega’s bezorgd kijken. Ze denken misschien aan de Vlaams Belangfractie, maar het gaat over buiten spelen. (Opmerkingen van Chris Janssens)

Zoveel mogelijk activiteiten buiten organiseren, en alleen binnen als het moet voor de kinderen tot 12 jaar. Tegelijk is perspectief gegeven aan de jongeren boven 12 jaar. Zij mogen buiten activiteiten doen in kleine groepjes tot tien, en enkel buiten.

We hebben gekozen voor kleinere groepjes. Er waren contactbubbels tot 50 personen. De virologen vonden dat niet meer verantwoord. Ze willen groepjes tot 10 personen. In de krokusvakantie tot 12 jaar mag het tot 25 personen.

Tot slot, beperk het aantal hobby’s of activiteiten tot één per week. Er zijn nog heel wat vragen over. We rekenen op de verantwoordelijkheid van de ouders om samen met hun kind te kiezen voor één activiteit.

We moeten wat strenger zijn voor kinderen tot 12 jaar. Dat was jammer genoeg onvermijdelijk. Ik weet hoe zwaar dat valt. Ik weet hoe moeilijk dat te organiseren valt voor al die organisaties, onder meer jeugdverenigingen, die daarmee bezig zijn, maar we konden niet anders. Tegelijk ben ik toch ook wel heel tevreden dat we een beetje perspectief hebben kunnen geven aan die scholieren en jongeren tussen 12 en 18 jaar die nu ook in georganiseerd verband in kleine groepjes buitenactiviteiten kunnen ontwikkelen.

Er zijn nog veel vragen. Er wordt de komende uren en dagen nog veel uitgewerkt met dat ministerieel besluit. Er is contact geweest met federaal minister Verlinden.

Zoals gezegd, een deel gaat over duidelijke regels, een deel gaat over de verantwoordelijkheid van ouders om daar op een goede manier mee om te gaan.

Mijnheer Coenegrachts, u vroeg of de krokusvakantie zal kunnen doorgaan, of er misschien ouders voor hun kinderen andere oplossingen zullen moeten zoeken. Ik kan daar jammer genoeg niet zeggen of dat voor alle organisaties mogelijk zal zijn, maar we hebben met die keuze voor de halvering van 50 naar 25 ervoor willen zorgen dat de activiteiten die gepland waren, kunnen doorgaan, zoals de kampen. Ik heb er goede hoop op dat men daar op een zeer geëngageerde manier mee zal omgaan.

Er waren vragen over de lokale aanpak van provinciegouverneurs en gemeentebesturen. Dit is een voorstel van algemene aanpak voor heel het land, en voor heel Vlaanderen. Het is aan onze burgermeesters om te bekijken wat dat voor hen betekent. In het verleden, de afgelopen week zelfs, hebben gemeenten beslist om de activiteiten te beperken. De burgemeesters zijn effectief goed geplaatst om die beslissingen lokaal te nemen als er lokaal een virologische reden is om zo te handelen.

Ik denk dat het collega Perdaens was die het vroeg: wat gebeurt er als de situatie verslechtert? Vandaag hopen we natuurlijk dat, als we allemaal samen doorzetten, de situatie kan verbeteren. Er is echter afgesproken dat we in de krokusvakantie een evaluatie zullen doen, en er is ook afgesproken dat, als de situatie het op dat moment toelaat, we op dat moment het perspectief van jongeren centraal zullen stellen. Als er versoepelingen mogelijk zijn op basis van de virologische toestand, dan zullen we de jongeren centraal stellen.

Collega’s, tot slot, het zijn heel moeilijke beslissingen, op het snijvlak tussen gezondheid en virologie en de rechten van kinderen, de mogelijkheden om te spelen. Ik denk dat we met deze voorstellen en deze beslissingen perspectief hebben kunnen bieden voor jongeren en tegelijk ook op virologisch vlak verantwoorde beslissingen hebben kunnen nemen.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Het zijn inderdaad heel moeilijke beslissingen. U zegt voor een groot stuk ook te rekenen op de verantwoordelijkheid van ouders om dat daadwerkelijk tot één hobby per week te beperken. Ik denk dat dat ook wel correct is. Anderzijds rekenen die ouders natuurlijk ook op de Vlaamse Regering om echt duidelijk te zijn over een aantal dingen. De mensen in de kinderopvang rekenen vooral ook op de Vlaamse Regering om duidelijk te maken waar zij nu eigenlijk onder vallen, want uit die hoek komen er heel veel vragen. Leraars in het deeltijds kunstonderwijs verwachten ook van u dat u duidelijkheid geeft. Kan bijvoorbeeld pianoles een-op-een nog wel, of niet? Dat zijn een aantal vragen die echt op het terrein leven, en ik hoop dat er op heel korte termijn daadwerkelijk duidelijkheid wordt gegeven.

Wat de lokale besturen betreft, ben ik het met u eens dat, als de virologische situatie in een bepaalde gemeente het echt noodzakelijk maakt, daar kan worden bijgestuurd, maar alleen dan. Ik denk dat dat echt de algemene lijn moet zijn.

Tot slot, u gaf aan dat er een evaluatie komt in de krokusvakantie. Ik denk dat het voor heel veel ouders echt cruciaal is om te weten of dat echt de eerste keer is dat er een evaluatie gebeurt, of ze met een gerust gemoed hun kinderen kunnen inschrijven voor de krokusvakantie en ze dan zeker kunnen zijn dat hun kind daar daadwerkelijk aan kan deelnemen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Sta mij toe toch nog vier kleine elementen in te brengen in het debat, om daar extra aandacht voor te vragen.

Ten eerste, collega Anaf zei het ook, houd die lokale besturen de komende weken dicht genoeg bij u, om ervoor te zorgen dat zij het kindperspectief centraal blijven stellen, ondanks alles. Uiteraard moet er soms worden ingegrepen, maar laat hen het kind en de jongere niet vergeten. Ten tweede, dit heeft ook een enorme impact op de sector zelf, die ook met een aantal problemen worstelt. Ik nodig u uit om nu al na te denken, proactief, over een ondersteuningspakket van maatregelen voor de sector zelf. Ten derde, laten we de lessen over het buiten spelen en wat u daarnet zo beklemtoonde, niet vergeten. Laten we de komende jaren nog meer dan ooit inzetten op de kracht van buitenomgevingen, buiten spelen en buiten zijn. Ten vierde, en zeker niet het minst belangrijke, er is nog een groep die op dit moment massaal hieronder kreunt en zoekt naar perspectief. Dat is de groep tussen 18 en pakweg 25 jaar. Het is die doelgroep die vandaag helemaal geen perspectief heeft. Minister, ik vraag u dus om daar absoluut prioriteit aan te geven.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik wil u ook hartelijk danken voor uw antwoord. Het klopt dat er nog wel een aantal praktische vragen naar boven zullen komen, en dat we daar inderdaad de komende uren en dagen zo spoedig mogelijk een antwoord op moeten kunnen geven.

Minister, ik heb u heel duidelijk horen stellen dat het voor de min 12-jarigen gaat over één activiteit per week, en dat we daarbij ook rekenen op het gezond verstand van ouders. Anderzijds hebt u ook heel duidelijk gewezen op de extra ruimte voor de 12-tot-18-jarigen.

Ik wil me in dezen ook aansluiten bij de vragen. Wat met de plus 18-jarigen? Van hen horen we immers natuurlijk ook heel duidelijk een noodkreet. Velen van hen bevinden zich momenteel in de examenperiode, kijken misschien uit naar een lesvrije week, maar wat daarmee? Hoe kunnen we die ontlading ook aan hen bieden? Op welke manier maakt de regering werk van meer perspectief voor die jongeren?

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. U hebt gelijk: de situatie die we in de eerste lockdown hebben gezien, moeten we absoluut vermijden. Ik denk dat we ons het sociaal isolement en de psychologische gevolgen daarvan voor onze jongeren niet meer kunnen permitteren. In dat opzicht is de zeer beperkte opening die gisteren is gemaakt naar de plus 12-jarigen, een positief signaal.

Op het deeltijds kunstonderwijs bent u niet heel diep ingegaan. Is dat nu een hobby of valt dat onder het onderwijs? Zij werken al het hele jaar onder een eigen draaiboek, code rood. Kan dat blijven gebeuren? Of valt dat onder de regels die gisteren zijn afgesproken? In dat geval, minister, zou de pianoles waar de heer Anaf naar verwees, in de buitenlucht moeten doorgaan. Dat is toch een beetje onpraktisch. Ik zou dus ook aandacht willen vragen voor die jongeren die niet alleen met sport en spel bezig zijn, maar die ook met creativiteit en cultuureducatie bezig zijn en die daar hun uitlaatklep in vinden, zodat daar ook het perspectief en de mogelijkheid blijft om dat te doen.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoord. Ik denk dat iedereen samen met u hoopt dat er in de krokusvakantie een positieve evaluatie mogelijk is, maar ik vrees dat we toch ook rekening zullen moeten houden met de vraag: wat als het niet zo is?

Er zijn maatregelen voor kleinere groepen. Ik denk dat dat heel erg belangrijk is. Maar je hoort ook – en ik denk dat dat dan weer op tafel zal liggen – dat het aantal wisselende contacten beperkt moet worden. Dat wordt nu gedaan. Ik zou hopen dat een volgende stap niet het afschaffen van de verschillende activiteiten zal zijn. Ik denk dat het voorstel dat ik u daarnet deed, om de jeugdbewegingsbubbels naar de klasbubbels te brengen in plaats van de klasbubbels te verspreiden over de jeugdbewegingen, toch de moeite waard is om minstens op tafel te leggen tijdens de evaluatie in de krokusvakantie, mochten er extra maatregelen nodig zijn. Ik zou u dus met aandrang willen vragen om dat toch alstublieft mee te nemen naar een overleg. Dank u wel.

De heer Brusselmans heeft het woord.

Minister, collega's, ik kan me aansluiten bij het meeste dat hier vandaag al is gezegd, op een flauw mopje na dan. Ook ik was opgelucht dat gisteren niet alles verboden werd voor alle kinderen, in tegenstelling tot wat in sommige gemeenten, bijvoorbeeld in het Limburgse, wel gebeurde. En daar heb ik dan wel een punt van kritiek op u, minister. Dat zou enkel moeten kunnen in een uitzondering op een uitzondering op een uitzondering. Ik denk dat u daar veel te weinig op hamert. U bent minister van Jeugd. U zet de lijnen uit. U moet echt nogmaals aan iedereen heel duidelijk maken dat maximale vrijheid de boodschap moet zijn voor al de kinderen. En ik ken u zo. Ik weet dat u daar ook vaak op inzet. U doet dat al van in het begin van deze crisis. Dat is iets zeer positiefs. Ook daarom denk ik dat u zich vaak laat ringeloren, ook nu weer, en dat die verstrengingen er eigenlijk komen onder invloed van ministers van andere niveaus. Daarom is de oproep van mijn fractie duidelijk: laat de tanden van deze regering zien. U bent bevoegd. Geef onze jeugd de maximale vrijheid die zij verdient, los van andere regeringen in dit land, en al zeker los van provinciegouverneurs.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Collega's, bedankt voor de bijkomende vragen en bedenkingen. Voor de duidelijkheid: als we die moeilijke beslissingen hebben genomen, is dat niet onder druk van ministers of provinciegouverneurs, maar wel omdat virologen ons heel duidelijk hebben aangegeven dat er moest worden geageerd. Dat is de reden waarom we beslissingen hebben moeten nemen, en we tegelijk ook een stuk perspectief hebben kunnen geven aan de scholieren tussen 12 en 18 jaar.

Er zijn verschillende vragen geweest over ‘wat als?’, zowel in het geval van verslechtering als van verbetering. Kunnen we erop rekenen dat die activiteiten in de krokusvakantie ook doorgaan? Dit is een helder voorstel, een heldere beslissing, om de komende weken te werken met de jeugdsector, en ook met sport en cultuur. We hebben natuurlijk geen glazen bol. Er zijn virologen en epidemiologen die modellen hebben om de komende weken min of meer te voorspellen. Maar niemand weet met zekerheid hoe het zal evolueren, zeker niet gelet op de nieuwe variant, die Britse variant, die steeds meer aanwezig is in Vlaanderen en in ons land.

Daarom is het moeilijk om daar een duidelijk antwoord op te geven. Wij gaan ervan uit dat wat nu beslist is, voor de volgende weken kan gelden, met die groepjes van 10 voor de krokusvakantie en voor de kinderen tot en met 12 jaar groepen van 25 in de krokusvakantie. Dat is het engagement dat wij nemen. Als er natuurlijk een complete degradatie van de situatie is, zal men dat zeker willen herevalueren, ook op het niveau van het Overlegcomité. Dat spreekt voor zich. En collega Perdaens, op dat moment is die zogenaamde klasbubbel waar u naar verwijst, iets wat we zeker moeten onderzoeken.

Tegelijk, als er meer mogelijkheden zijn, als we ons allemaal samen goed aan die regels houden en als we erin slagen om het virus onder controle te houden, dan hebben we echt perspectief nodig, ook voor jongeren, en moeten we op dat moment ook die versoepelingen voor de extra mogelijkheden voor jongeren op tafel kunnen leggen. Ook dat maakt deel uit van het voorstel dat geformuleerd is richting het Overlegcomité.

Er zijn verschillende vragen geweest over specifieke kwesties, over het deeltijds kunstonderwijs (dko), over buitenschoolse opvang. Dit akkoord heeft geen betrekking op de buitenschoolse opvang op zich. Het principe is dat georganiseerde vrije tijd in groepsverband daaronder valt in de sectoren cultuur, sport en ook jeugd. Ik begrijp dat er daarover nog vragen zijn. We zijn ook nog in verder overleg met De Ambrassade en Bataljong wat het jeugdwerk betreft om ook heel heldere antwoorden te geven op de vragen die nog zullen komen.

Collega’s Rombouts en Vaneeckhout hebben verwezen naar de problematiek van de studenten aan de hogescholen, de 18- tot 25-jarigen aan de universiteiten. Eerlijk, ik denk effectief dat die in een bijzonder zware situatie zitten. Als je zelf denkt aan je studententijd, het eerste jaar in een studentenstad op kot of als pendelende student, dat is het moment dat je nieuwe vrienden leert kennen, dat is het moment dat je jouw docenten leert kennen en het moment dat je bijleert, dat je in die klassen zit en dat je vooral ook alles daarnaast doet. Dat is vandaag niet mogelijk. Ik betreur het ook dat het virologisch gesproken op dit moment heel moeilijk is om hen extra mogelijkheden te geven.

We moeten absoluut ook verder denken aan kansen voor hen, zeker ook wanneer er versoepelingen mogelijk zijn.

Er is ook gepeild naar begeleiding, ondersteuning, een soort van perspectiefplan voor kinderen en jongeren. Ik ben effectief in overleg met de sector. Ik heb ook aan mijn uitleendienst bijvoorbeeld voor de tenten al opdracht gegeven welke mogelijkheden er daar zijn. We gaan daar ook de komende weken werk van maken om die ondersteuning te versterken met als enige doelstelling, collega’s, om ook de komende weken perspectief te kunnen geven aan jongeren, maar met respect voor de toestand waarin we verkeren. Dank u wel.

De heer Anaf heeft het woord.

Zeer kort nog.

Dank u wel voor uw bijkomende antwoorden, minister. Ik had natuurlijk liever gehad en ik denk alle ouders hier, maar zeker ook alle ouders thuis die mee aan het kijken zijn, dat u 100 procent garantie had kunnen geven voor de krokusvakantie. Uw antwoord is wel eerlijk. We zitten inderdaad in een situatie waarbij je het constant moet herbekijken en laten we met zijn allen hopen dat deze maatregelen – die goed onderhandeld zijn met de hele jeugdsector – effectief stand gaan kunnen houden, ook in de krokusvakantie, en dat er toch perspectief is voor kinderen en jongeren tot 18 jaar. De oproep om ook perspectief te bieden voor jongeren boven de 18 jaar is iets wat we uiteraard heel erg steunen. Mijn collega Goeman gaat morgen in de commissie voor Onderwijs ook nog een vraag stellen over de studenten. Ik denk dat dat een discussie is die we heel levendig moeten houden en dat we ook die leeftijdsgroep zeker niet mogen vergeten in de komende weken.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, collega’s, bij de start van mijn betoog heb ik daarnet de oproep gedaan om terug te denken aan herinneringen. Het is fijn om vast te stellen dat mijn whatsapp momenteel volloopt met collega’s die behoefte hebben om jeugdherinneringen te delen en die situeren zich op allerlei velden, van jeugd, sport, cultuur tot muziek, tot sociale contacten, tot het eerste lief, tot de studenten en de schooltijd.

Kunnen we allemaal aan die groep worden toegevoegd? (Gelach)

Ik ga uw herinneringen niet delen, voorzitter.

Ik heb nog niets… ik zit niet in de groep. Ik wil in de groep. (Gelach)

Maar als er iets duidelijk wordt uit die herinneringen, collega’s, dan is het dat die jullie mee als mens hebben gevormd en dat die de rest van je leven doorschemeren in wie je bent. Ik denk dat we dat niet mogen vergeten en dat dat net vraagt om hier vandaag als parlement in de komende maanden een collectief engagement te nemen dat op het moment - en dat is nu niet - collega’s, dat er ruimte voor versoepelingen is, we prioritair aandacht hebben voor die jongeren en die kinderen om daarin snel te schakelen en snel een antwoord te bieden op de problemen waarmee ze vandaag worstelen. Dat is de enige manier om hen te belonen voor de solidariteit die ze aan de dag leggen en om zij die het Vlaanderen van morgen zullen vorm geven, die coronageneratie, een hart onder de riem te steken. Dank u wel.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Dank u wel minister voor uw antwoord waarin u er duidelijk voor pleit om ruimte te bieden voor onze kinderen en jongeren en het kindperspectief altijd voor ogen te houden.

Ik begrijp dat u de bezorgdheid inzake de plus 18-jarigen deelt en dat u dit binnen de Vlaamse Regering zult opnemen. Ik hoop dat met minister Weyts wordt gekeken naar mogelijkheden voor studenten, vertrekkende vanuit de campus.

Wat mij, net zoals andere collega's, de afgelopen week misschien het meest heeft gestoord, is de kakofonie aan communicatie uit de meest diverse hoeken, specifiek gericht op het inperken van de buitenschoolse activiteiten en de ruimte voor kinderen en jongeren. Ik ben blij dat er een evenwichtig debat heeft plaatsgevonden, maar ik hoop dat mensen die daarover communiceren, stilstaan bij de effecten daarvan op het welzijn van kinderen en jongeren, van ouders en ons allemaal, en zeker ook van vrijwilligers die alles op alles zetten om coronaproof activiteiten te organiseren. Dit zet een immense druk. Ik hoop dan ook dat, nu deze besluitvorming is genomen, we aan één zeel kunnen trekken om de juiste en correcte communicatie te voeren, zodat die voor iedereen duidelijk is en vertrouwen geeft om ook dit goed uit te voeren.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Er is snel duidelijke en heel concrete informatie nodig omdat verwarring er alleen maar toe kan leiden dat er niets meer zal gebeuren en organisatoren worden afgeschrikt, en dat is het laatste wat we willen. We willen net perspectief geven aan onze kinderen en jongeren.

Ik doe tot slot nog een warme oproep om ook rekening te houden met kinderen die niet voor sport zijn, maar eerder voor het creatieve, voor kunsten en cultuur, door perspectief te geven aan het deeltijds kunstonderwijs, en op die manier jongeren te blijven stimuleren zich voor kunst en cultuur te interesseren. (Applaus van Stephanie D'Hose en Tom Ongena)

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het perspectief dat, zelfs mocht het bergaf gaan, we toch hoopvol kunnen zijn omdat er nog alternatieven zijn naast het afschaffen van activiteiten. Ik denk dat we daar heel erg blij om mogen zijn. Voor kinderen die momenteel nood hebben aan mogelijkheden om hun activiteiten toch te laten doorgaan, ondanks de stijgende cijfers, is dat heel belangrijk.

Ik begrijp dat het voorstel dat ik deed, een andere invalshoek heeft. Het vergt extra denkwerk en er zijn praktische uitdagingen, maar de voordelen zijn er zeker wel, namelijk een beperking van het aantal contacten en de mogelijkheid dat kinderen vanuit de klasbubbel kennis kunnen maken met de jeugdbeweging, ook al maken ze er nog geen deel van uit. Dat is iets waar we het voor corona heel vaak over hadden, namelijk kinderen naar de jeugdbeweging krijgen. Dat zou hier een bijkomstig voordeel kunnen zijn en zou heel wat kinderen op langere termijn heel goed uitkomen.

Ik hoop dat we hiermee verder kunnen en ik ben alvast vragende partij om eraan mee te werken zodra dat nodig is. (Applaus van Koen Daniëls)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.