U bent hier

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister, een tijd geleden werd een expertencomité samengesteld door de Vlaamse Regering, met als doel aanbevelingen te formuleren om discriminatie tegen te gaan en om ervoor te zorgen dat elke inwoner in Vlaanderen dezelfde kansen krijgt. Uit hun rapport blijkt nu dat correspondentietesten de beste manier zijn om discriminatie aan te pakken. Het is goed dat de Vlaamse overheid hier het goede voorbeeld toont en de eigen werking onder de loep neemt. Daarom ben ik tevreden dat lokale besturen een extra middel in handen zullen hebben om dit ook lokaal te implementeren en zo voor gelijke kansen te zorgen.

Gelijke kansen op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt zijn immers noodzakelijk om tot een inclusief Vlaanderen te komen, waar discriminatie geen kans heeft. Fictieve sollicitaties en fictieve aanmeldingen voor woningen vormen hierbij een belangrijke tool.

Het lijkt me echter ook een goede zaak dat u steden en gemeenten niet verplicht om deze correspondentietesten te gebruiken maar dat u sensibiliseert. Er kwam hier vandaag al heel wat aan bod. We moeten niet altijd verbieden, verplichten en straffen. We moeten vooral motiveren en stimuleren.

Mijn vraag is dan ook: hoe zal dat concreet in zijn werk gaan? Hoe krijgen we de steden en de gemeenten mee op de kar?

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Ik wil me daarbij aansluiten. Ik ben ook blij dat ik de vraag kan stellen. Zoals u weet, hebben we in juni de motie goedgekeurd, na een intens debat, mag ik wel zeggen. Ik ben blij dat er dan uitvoering is gegeven aan de aanbevelingen in die motie, dat de regering effectief stappen heeft gezet, zoals we erop vertrouwden dat ze dat zou doen.

U en minister Crevits kunnen aan de slag met dat expertencomité, minister Crevits binnen de convenanten en u voor de eigen Vlaamse overheid en, zoals de collega zonet zei, voor de lokale besturen.

De vraag is: op welke manier zult u de gemeenten inderdaad ondersteunen? Dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn. Het moet gaan om een geclusterde aanpak, om een bepaald volume, volgens bepaalde methodes. Er wordt ook duidelijk gezegd dat er andere methodes zijn die hierbij aansluiten en meer inzicht geven in de mechanismen achter racisme. De vraag is dus: hoe zult u aan de slag gaan met de correspondentietesten maar ook met de andere valabele methoden, samen met de gemeentebesturen, om dat antiracismebeleid ook op lokaal niveau mee armen en voeten te geven?

De heer Dewinter heeft het woord.

Minister, proficiat! U hebt uw slag thuisgehaald. Nadat er deze zomer zowaar nog een week crisis was in de Vlaamse Regering over de fameuze praktijktesten, is er nu een semantisch compromis bereikt. De praktijktesten heten nu correspondentietesten en plotseling is alles oké. U moet mij niets wijsmaken. In Antwerpen hebben we net dezelfde testen, door dezelfde professor, de heer Pieter-Paul Verhaeghe. U kent hem, hij geeft zijn boeken uit bij de PVDA-uitgeverij EPO. Hij is nu uw raadgever in dezen. De testen zijn identiek. Daar worden ze praktijktesten genoemd. Maar hier heten ze correspondentietesten en dus is er niets aan de hand. Maar er is natuurlijk van alles aan de hand, want de heksenjacht op de verhuurders, op immokantoren en op werkgevers kan nu volop beginnen, met de steun van de Vlaamse overheid.

En waar zit de N-VA? De N-VA zit in de coulissen, waar ze tegenwoordig meestal zit, in de hoop dat de storm wel zal overwaaien.

Ik wil echter toch graag toch minister Diependaele, de minister van Wonen, die niet meedoet aan heel dit verhaal, citeren: “We moeten stoppen met elke Vlaming te behandelen als een racist. (...) Een overheid mag haar burgers niet opzettelijk in de val lokken, dan gooi je het vertrouwen in de overheid te grabbel. (...) Een overheid mag niet liegen tegen haar burgers.” Dat is hetgeen nu gaat gebeuren. Inderdaad, onder vals voorwendsel wordt de burger, in dit geval een immokantoor, een verhuurder, een werkgever, uiteindelijk benaderd om hem in de val te lokken. Men gaat ervan uit dat hij schuldig is en hij moet zijn onschuld bewijzen: praktijken die thuishoren in de DDR of in de Sovjet-Unie, maar niet in een democratisch land, niet in een rechtstaat zoals Vlaanderen er misschien ooit eens een is geweest. Toch gaat de overheid deze praktijk tolereren en zelfs stimuleren. Minister, ik vraag me af, en ik vraag het ook aan de N-VA-ministers, aan de N-VA-parlementsleden en ook aan de voorzitter van dit parlement, vroeger ooit minister van Wonen en tegenstander van de praktijk- en correspondentietesten ...

Ik mag niks zeggen. Kunt u uw vraag aan de minister stellen, alstublieft?

Minister, is hier ooit enig juridisch overleg en advies door om het even wie geweest om na te gaan in hoeverre dit alles wel wettelijk is? Ik denk immers dat het een overtreding is van een aantal wetten. Identiteitsfraude en uitlokking is het zeer zeker. Minister, ik vraag het aan u: is hierover juridisch advies gevraagd?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Collega’s, dank u wel voor de vraagstelling. U weet dat de Vlaamse Regering wil werken aan een samenleving die alle mensen gelijke kansen biedt, ongeacht hun afkomst, mogelijke handicap, gender, seksuele oriëntatie of welke andere specificiteit ook. Dat is een werk dat we elke dag opnieuw moeten doen. Dat vergt ook inspanningen van de samenleving in haar geheel, en ook van de overheid. De Vlaamse Regering hecht belang aan een Vlaanderen van gelijke kansen, een inclusief Vlaanderen. Daarom heeft ze in juni beslist een beroep te doen op de academische wereld om een sensibiliserend monitoringsysteem uit te werken dat de aard en het volume van discriminatie in beeld kan brengen. Dat systeem wil de regering dan toepassen, zo heeft ze in juni beslist, op de eigen overheidsorganisatie, als werkgever, en ter beschikking stellen van lokale besturen die ermee aan de slag willen gaan, op voorwaarde dat de Vlaamse Regering het voorstel ook valideert. We denken dat dat belangrijk is, want het is evident dat er in elke samenleving, ook de Vlaamse, op dat punt nog heel wat werk aan de winkel is. De Vlaamse overheid heeft daarvoor een expertencomité samengesteld, om na te gaan welke wetenschappelijk valabele methoden er zijn om discriminatie op te sporen, en zo dus bij te dragen aan die gelijke kansen, en te monitoren. Dat bestaat uit acht academici, waaronder de heer Baert en de heer Verhaeghe. Het expertencomité heeft op 9 december 2020 een eindrapport opgeleverd.

Heel gebald samengevat was de conclusie van het eindrapport dat correspondentietesten, die een schriftelijke vorm zijn van sensibiliserende praktijktesten, de meest valabele methode zijn voor het objectief monitoren van discriminatie en het sensibiliseren inzake discriminatie en gelijke kansen. Het expertencomité beveelt eveneens aan de lokale besturen te ondersteunen of te betrekken bij deze methode indien ze verder willen gaan in die strijd voor gelijke kansen. Op basis van de wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen van het eindrapport van het expertencomité heeft de voltallige Vlaamse Regering tijdens de laatste ministerraad van 2020 beslist dat de ontwikkeling en toepassing van een monitoringsysteem via correspondentietesten kan worden ingezet om bij de Vlaamse overheid discriminatie te meten, en dat dat systeem ook kan worden aangeboden aan lokale besturen, uiteraard niet dwingend aangeboden, als een van de elementen, een van de instrumenten die ze kunnen gebruiken in hun gelijkekansen- en antidiscriminatiebeleid.

Heel belangrijk daarbij is dat zowel de experten als de Vlaamse Regering dit instrument niet als een sanctionerend instrument zien, maar als een sensibiliserend instrument, waarmee men mensen motiveert en mobiliseert om mee te werken aan gelijke kansen. Daarnaast zijn er de sectorconvenanten van minister Crevits, maar ik stel voor dat u die vraag aan de bevoegde minister stelt. Dat valt buiten mijn competentie.

Wat ga ik nu doen? Twee elementen. Eerst en vooral de eigen organisatie testen. Ik ben ervan overtuigd dat onze Vlaamse organisatie op het vlak van gelijke kansen in haar aanwervingsbeleid zeer performant is. Dat is mijn vaste overtuiging. Maar ze heeft een voorbeeldfunctie. Het is niet omdat je overtuigd bent dat je goed bezig bent dat je jezelf daar niet op kunt testen. Daar kun je ook dingen uit leren. Er zijn verschillende steden die ook al werken met die correspondentietesten en daar soms zeer opvallende conclusies uit hebben getrokken. Een van de dingen die je misschien kunt vaststellen, is dat de Vlaamse overheid eigenlijk op een heel billijke en rechtvaardige manier functioneert. Dan versterkt dat je positie en kun je met meer overtuiging, ook tegen hen die twijfelen en sceptisch zijn, duidelijk maken dat mensen met een handicap, mensen met een bepaalde seksuele oriëntatie of van een vreemde afkomst, wanneer ze solliciteren, door de Vlaamse administratie correct worden behandeld.

Ten tweede zullen we een beleid ten aanzien van de lokale besturen ontwikkelen op het vlak van gelijke kansen. Ik wil een tamelijk robuust beleid. Ik heb een nota inzake samenleven, een horizontaal plan, waarin we af willen van die honderden sporen, maar waarin we gebald op die fundamentele dingen inzetten die een wezenlijk verschil kunnen maken in de aanpak van een Vlaanderen dat echt inclusief is. In dat pallet zullen we correspondentietesten aanbieden als een van de instrumenten waaruit een lokaal bestuur kan kiezen. We zullen lokale besturen goed informeren en we zullen ook monitoren wat er lokaal gebeurt. Op die manier geven we lokale besturen extra hefbomen, voor zij die dat wensen, om mee te werken aan correspondentietesten.

De grootste steden van Vlaanderen doen stuk voor stuk mee of zijn van plan om dit te doen. Dit kan een zinvol, belangrijk en wezenlijk instrument zijn op het vlak van gelijke kansen en om de strijd tegen discriminatie verder te voeren, vooral omdat we het doen op sensibiliserende basis ten aanzien van de lokale besturen, op basis van vrijwillig engagement. Dat zou anders trouwens ook niet werken. Als je lokale besturen zou verplichten om in zo'n traject te stappen, zou je veel meer weerstand ondervinden. We zullen dit uiteraard doen met respect voor het wettelijke kader dat vandaag bestaat. Daarmee kunnen we een goed, stevig en degelijk beleidsinstrument in stelling brengen op basis van goed onderbouwd wetenschappelijk advies aan de Vlaamse Regering.

Minister, het is goed dat lokale besturen die tools in handen krijgen om discriminatie een halt toe te roepen, want we weten allemaal dat dat een werk is van lange adem. Dat kan niet van vandaag op morgen veranderen. We kunnen het ook niet van vandaag op morgen oplossen. We zullen daar samen in moeten blijven investeren.

Ik stel me wel de vraag wat de doelstellingen op lange termijn zijn. Het is uiteraard niet verplicht, maar wel stimulerend en sensibiliserend. Zijn er bepaalde resultaten die u elk jaar wilt halen? Hoe zou het idealiter op het einde van deze legislatuur moeten zijn? Het is natuurlijk belangrijk dat deze testen effectief gevolgen hebben en dat er wel degelijk minder discriminatie is in onze samenleving.

Uiteraard is het een goede zaak en voor centrumsteden zal dit ongetwijfeld een geschikte aanpak zijn, maar de vraag naar clustering van kleinere gemeentebesturen blijft toch een bezorgdheid, om te vermijden dat het een symbolenstrijd blijft en om het effectief handen en voeten te geven. We moeten de praktische organisatie bij gelegenheid ook nog eens verder bekijken en u moet uitklaren hoe u dit concreet zult doen.

Ik doe een oproep om dit vooral in bestaande regelgeving te integreren en kleinere gemeenten zo geen bijkomende last op te leggen en ervoor te zorgen dat het geen hol engagement blijft dat niet waargemaakt kan worden door kleinere besturen.

Minister, ik heb de indruk dat het doel blijkbaar de middelen heiligt. Ik blijf mijn grootste bedenkingen hebben bij de methode. Een praktijktest is doelbewust opgericht om een bepaalde keuze uit te lokken. Het vermoeden van onschuld wordt al helemaal aan het begin van deze procedure omgekeerd, en dat kan niet in een rechtsstaat. Ik blijf herhalen dat het een heksenjacht is, waarbij men een hele sector en bij uitbreiding alle Vlamingen bij voorbaat schuldig acht van discriminatie. Ze moeten zelf bewijzen dat dit niet het geval is en onder vals voorwendsel presenteert de overheid zich bij de burger om dit uit te lokken, want dat is het uiteindelijk.

Ik ben en blijf ervan overtuigd dat het via correspondentie- en praktijktesten onmogelijk is om een onderscheid te maken tussen aan de ene kant de legitieme selectie die een werkgever, een verhuurder, een immokantoor mag en moet maken en discriminatie aan de andere kant. U scheert dat allemaal over dezelfde kam. U ontslaat vreemdelingen en anderen van hun verantwoordelijkheid. Men zoekt nooit naar de redenen waarom men uiteindelijk die selectie maakt, en dat is een fundamenteel verkeerd uitgangspunt van uw beleid.

De heer D’Haese heeft het woord.

De heer Tommelein zegt terecht dat de onderzoekers van het rapport dat jullie hebben besteld, zeggen dat wat zij correspondentietesten noemen – om de kerk in het midden te houden – de beste manier is om op te treden tegen discriminatie. Minister Somers zegt dat sensibiliserende praktijktesten de beste manier is, maar dat is niet wat er staat. Er staat: ‘meten, remediëren en meten’. Remediëren is natuurlijk van cruciaal belang. De vraag is wat jullie daaronder verstaan. Als dat enkel zelfregulering gaat zijn, waar we al jaren op rekenen, dan gaan we weinig vooruitgang boeken en jaar na jaar zien dat de situatie ernstig is.

Als dit de beste oplossing is, dan is de grote vraag natuurlijk waarom men dit niet overal op de woonmarkt gaat uitrollen. Dat is de cruciale vraag. Als het de beste manier is, en als we weten dat in Antwerpen vier op de tien makelaars – geen kleine verhuurders maar makelaars –, op de een of andere manier discrimineert, dan is de vraag waarom we dat op de woonmarkt niet overal uitrollen.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, dit is een stap vooruit. Eindelijk komen er metingen om discriminatie in kaart te brengen. Ere wie ere toekomt: als die stap vandaag wordt gezet, dan is dat ook dankzij de jarenlange strijd van heel wat middenveldorganisaties en academici die al lang pleiten om – laten we ze correspondentietesten noemen – discriminatie in kaart te brengen. Maar het is een vrijblijvende stap vooruit, het is een kwetsbare stap vooruit. Waarom? Neem de arbeidsmarkt, de sectoren van minister Crevits. Zij geeft aan dat ze een stap vooruit wil zetten. Dat is goed, maar het is vrijblijvend. De sectoren kunnen zelf kiezen om in te tekenen. Voor de kerstvakantie was bekend dat de helft van de sectoren zou intekenen. Dat wil zeggen dat men een onvolledige meting en een onvolledige foto zal krijgen van de discriminatie op de arbeidsmarkt. Voor de woonmarkt wil de minister niet meedoen. Lokale besturen kunnen kiezen, maar ook daar zal men een onvolledig beeld hebben.

Minister, waarom niet werken op een duidelijker, snellere en efficiëntere manier en als Vlaamse Regering zelf die metingen doen en het zelf in handen nemen op de woon- en arbeidsmarkt? Op die manier ga je sneller een beeld krijgen en een veel heldere discussie kunnen voeren.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, ik heb al verschillende keren Deng Xiaoping horen citeren, met de gevleugelde woorden: ‘Het maakt niet uit welke kleur de kat heeft, als ze maar muizen vangt.’ Dat klopt. Academische monitoringsysteem, correspondentietesten, praktijktesten: what’s in a name? Als het maar een efficiënt instrument is in de strijd tegen discriminatie. Ik kan alleen maar vaststellen dat men vertrekt van hetzelfde principe. Ik lees ook in uw communicatie dat het rapport heel duidelijk zegt dat blijkt dat testen met fictieve sollicitaties of een fictieve aanmelding op de woonmarkt, de beste manier is om discriminatie te bestrijden en dus discriminatie te testen in de praktijk.

U gaat lokale besturen dus een systeem aanbieden. Ze kunnen ondersteuning krijgen. Ik vrees toch een beetje dat we naar een situatie gaan waarbij vooral de geïnteresseerde besturen zullen intekenen. De strijd tegen discriminatie wordt dan op verschillende snelheden gevoerd. In sommige steden zijn er wel correspondentietesten, in andere niet.

Minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat zoveel mogelijk besturen intekenen zodat de strijd tegen discriminatie in heel Vlaanderen wordt gevoerd?

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, als ik het hier zo hoor, denk ik dat niemand in dit parlement – of bijna niemand, moet ik zeggen – zegt dat er geen discriminatie in Vlaanderen is. Daar zijn we het over eens. Lokale besturen hebben de autonomie om dit te gaan vaststellen en te gaan meten, zonder daar eventueel een sanctie aan vast te koppelen. Goed, ik noteer dat, maar laat ons nu ook niet euforisch gaan doen, minister, dat we de oplossing tegen discriminatie hebben gevonden.

Het klopt dat er een nulmeting wordt gedaan maar ik hoor hier niemand in dit parlement zeggen wat nu de echte oplossing voor het fenomeen is. Bovendien hoor ik in dit debat regelmatig tussen de lijnen door zeggen dat er in Vlaanderen toch heel wat racisme en discriminatie inherent in onze samenleving aanwezig is. Ik wil nog eens benadrukken dat dit absoluut niet het geval is. Minister, ik wil van u heel graag horen wat nu de echte oplossing kan zijn voor die individuele, eventuele gevallen van discriminatie.

Minister Bart Somers

Ik dank alle sprekers voor hun vragen en ik dank ook voor de steun op de meeste banken voor dit systeem, met, evident, de nodige bedenkingen.

Ik zal beginnen met wat mevrouw Sminate op het einde zegt en waar ik het, en dat zal haar misschien verbazen maar we verbazen elkaar af en toe, eigenlijk eens mee ben. Dit is geen wondermiddel. Dat bestaat spijtig genoeg niet. Een samenleving creëren waar mensen met een handicap altijd evenveel kansen krijgen als iemand zonder handicap, is een samenleving waar we van dromen maar die is er vandaag niet. Mensen met een handicap botsen regelmatig op vooroordelen. We willen die wegwerken maar dat is een werk dat continu moet worden volgehouden. Dat geldt ook voor gendergelijkheid, voor seksuele oriëntatie en voor afkomst.

Daarnaast is het mijn overtuiging dat dit een ‘work in process’ is. U zegt dat dit een stap vooruit is maar dat er nog meer moet gebeuren. Ik geloof ook dat er nog meer moet gebeuren. Maar laten we eerlijk zijn, wie had hier in dit halfrond 3,5 jaar geleden durven te denken dat de twee grootste steden van Vlaanderen, Antwerpen en Gent, dit instrument zouden gebruiken in hun lokaal beleid? En zij doen dat niet alleen om gewoon een nulmeting te doen. Dat is de start. Op basis van de nulmeting gaan zij gesprekken aan, niet om te sanctioneren, maar om het mensen te praten. En wat de heer Dewinter zegt, dat ook moet worden gekeken naar de oorzaken, is juist de meerwaarde van een dergelijk systeem. Men krijgt immers een redelijk helder beeld van de situatie op het terrein waarmee men aan de slag kan. Men kan ook de vraag stellen waar die hindernissen zitten en hoe we daar een antwoord op kunnen bieden. Hoe kan men onrust, ongenoegen, vrees, vooroordelen maar soms ook reële vragen die mensen hebben wegwerken? Gent is de stad die daar het verst in staat en daar het langst mee bezig is.

U kent de cijfers van Gent. In Gent heeft men zonder te sanctioneren in twee jaar tijd een daling van discriminatie gerealiseerd van 26 naar 14 procent. Ik heb de schepen van Antwerpen gehoord die daar ook mee aan de slag zal gaan. Ik verwijs ook naar mijn eigen stad en ik weet ook waar men in Leuven mee bezig is. Langzaam maar zeker zal dat ook andere steden motiveren. Dat opleggen aan onwillige gemeenten die niet gemotiveerd zijn en geen zin hebben om dat te doen, werkt volgens mij contraproductief. Mensen moeten innerlijk overtuigd zijn dat dit een zinvol instrument is in hun gemeente of stad, naast vele andere instrumenten.

Het kan soms ook verrassende beelden opleveren. Het grootste probleem in Antwerpen waren niet mensen die werden gediscrimineerd op etnisch-culturele basis maar mensen met een handicap, rolstoelgebruikers. Die kregen de minste kansen op de woningmarkt. Soms krijgt men dus zeer verrassende beelden.

Soms zitten er ook verhalen in die moed geven. Wanneer we vaststellen dat in Antwerpen 60 procent van de makelaars op een heel correcte manier optreedt, zelfs volgens de strenge criteria die bij een dergelijke test worden gebruikt, dan zeggen we dat het maar 60 procent is. Maar het is wel 60 procent en dan weet men ook waar men moet aan werken. Voor mij is dit een zeer belangrijk en zinvol instrument, geen wondermiddel, waarmee we aan de slag kunnen gaan.

Wanneer kleinere gemeenten daar ook mee aan de slag willen gaan, kunnen zij zich clusteren. Wij zullen hen informatie aanbieden. De verschillende wetenschappelijke instellingen en universiteiten in Vlaanderen zijn heel geëngageerd om lokale besturen daarin te ondersteunen.

We gaan natuurlijk een foto krijgen waarvan men zegt dat hij niet helemaal volledig is. Maar in alle eerlijkheid: zelfs wat we nu in Antwerpen of in Gent of in Mechelen gezien hebben, is ook maar een foto die inderdaad een indicatief beeld geeft, dat natuurlijk niet iedereen tot de laatste persoon kan bevragen. Maar het zal verder uitdeinen, daar ben ik wel van overtuigd.

Het is niet het wondermiddel. Als lokale besturen, in het kader van een gelijkekansenbeleid, waarbij wij zeggen dat we dat ook financieel ondersteunen, aan de Vlaamse Regering zeggen dat ze voor andere instrumenten kiezen, die volgens hen zinvoller zijn in hun gemeente, misschien omdat bepaalde groepen niet sterk aanwezig zijn, omdat het misschien nog een etnisch-cultureel heel homogene gemeente is, en men ziet dit instrument niet zitten, maar men gaat op een aantal andere dingen werken, dan is dat een vrije keuze van die gemeente. Ik ben blij en ik ben geëngageerd op het moment dat men zegt dat gelijke kansen een grote maatschappelijke opdracht is voor iedereen van ons, dat je niet wordt beoordeeld op je afkomst, je handicap of je seksuele geaardheid, maar dat je gelijke kansen krijgt.

Dat is een ‘work in process’. Ik denk dat dit een niet onbelangrijke stap is in de goede richting. Ik ben ook blij dat we echt kiezen voor een sensibiliserend verhaal. Opgelet, discriminatie is een misdrijf. Mensen discrimineren kan niet in onze samenleving. Dat is ook zo. Men kan klacht indienen en dergelijke meer. Maar ik denk dat dit instrument er in de allereerste plaats op gericht moet zijn om zeker op de eerste plaats de professionele spelers, want dat is de grote bulk, te motiveren om mensen te beoordelen op wie ze zijn en niet op basis van een aantal vooroordelen. En als die professionele spelers zeggen: ‘Wij hebben een aantal drempels. Begrijp ons toch eens, dat dat voor ons niet eenvoudig is.’ – dat is het verhaal dat de heer Dewinter eigenlijk vertelt – ‘We zijn geblokkeerd. We willen dat niet. U moet begrijpen dat we dat niet doen omdat we racistisch zijn of willen discrimineren, maar omdat dat probleem A, B of C meebrengt’, ook dan kun je met die mensen aan de slag. En het is dan, wanneer mensen innerlijk overtuigd raken, dat men voorbij die dingen stapt en dat je met de samenleving ook oplossingen zoekt voor bepaalde hindernissen. Want die zijn er ook wezenlijk. Daar mogen we ook niet blind voor zijn. Dan kun je een stap vooruit. En dat is volgens mij het werk dat ik probeer te doen als minister van Gelijke Kansen, samen met de Vlaamse Regering, namelijk stapsgewijs proberen een verschil te maken op het terrein.

Dank u wel, minister. Ik denk dat u dat zeer goed uiteengezet hebt, maar ik onthoud vooral dat, los van wat men daar ook van mag denken, het de experten zijn die in deze methode het meeste heil zien. Ik reken er dan ook op dat we tot resultaten kunnen komen. Dat dat stapsgewijs zal zijn en dat het geen wondermiddel is, daar ben ik mij zeer goed van bewust.

Een discriminatievrije samenleving is heel belangrijk, zeker voor mensen die een beperking hebben, die het al moeilijk hebben, die daar zelf absoluut geen enkel voordeel bij kunnen halen, voor mensen die een andere geaardheid hebben en ook voor mensen die een andere afkomst hebben. Die hebben het in onze samenleving al moeilijk genoeg. Ik denk dat dit mee kan helpen om in de komende jaren het verschil te maken om deze mensen als gelijke burgers te behandelen.

Zoals minister Somers zegt, zal het een gemeenschappelijke inspanning zijn, zowel van de Vlaamse overheid – arbeidsmarktbeleid, woonbeleid – als van de lokale besturen als van heel de maatschappij zelf. Er waren in de resolutie ook nog andere aanbevelingen: het laagdrempeliger maken, het mogelijk maken van aangifte van discriminatie, de vervolging van racisme en discriminatie, het vervolgen van online racisme en discriminatie. Ik denk dus dat er nog een hele weg te gaan is, maar dat dit alvast een goede start is.

Minister, eerst en vooral: wat niet gelukt is in de vorige legislatuur via de nieuwe Vlaamse huurwetgeving, wat niet gelukt in het regeerakkoord, wat niet lukt via het beleid van uw collega's van de N-VA, is u wel gelukt. Proficiat daarvoor. U bent de linkse duikboot in deze regering, die die praktijktesten, mevrouw Homans, mijnheer Diependaele, toch maar netjes hier in het beleid heeft kunnen insluizen.

Hou er mee op mensen met een beperking en met een andere geaardheid te misbruiken om uiteindelijk een multiculideologie van non-discriminatie telkens opnieuw door te duwen. Praktijktesten zijn een politieke marketingtool. Lees het boek van uw professor Pieter-Paul Verhaeghe, jaren geleden geschreven, uitgegeven bij EPO. Het staat er allemaal in wat hij wou en hoe hij het zou doen, en hij doet het nu onder uw auspiciën. Het is allemaal de schuld van discriminatie. Vreemdelingen, allochtonen en aanverwanten hebben geen enkele verantwoordelijkheid ter zake. Het is nooit een probleem van cultuurverschillen, nooit een probleem van attitude. Het zijn de Vlamingen, het zijn de werkgevers, het zijn de immokantoren, het zijn de verhuurders, het zijn de huiseigenaren, kortom het zijn wij die de racisten zijn en verantwoordelijk voor de problemen. Dat is de filosofie achter de praktijktesten die u vandaag invoert met deze regering. Dat de N-VA daarmee akkoord gaat, is onbegrijpelijk en onaanvaardbaar.

Dat is zeer duidelijk, maar mag ik u toch vragen, collega Dewinter – u bent altijd heel vurig in uw pleidooi – om toch op de klok te letten. Als u het niet doet, dan zal ik het voor u doen.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.