U bent hier

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de toename van het aantal coronabesmettingen en het bezoekrecht in de woonzorgcentra.

We gaan op dezelfde manier te werk als vorige week. Elke fractie – u kent de volgorde – krijgt twee minuten de tijd voor een openingsstatement. Dan mag men niet worden onderbroken. De minister in kwestie, minister Beke, krijgt dan vijf minuten – vijf minuten, minister – voor een repliek. Dan krijgen de fracties in dezelfde volgorde opnieuw vijf minuten. Dan mag er wél worden onderbroken en mag u, minister, wanneer u wilt, het woord vragen. Als u het woord vraagt, krijgt u dat uiteraard.

Collega’s, voor diegenen die het nog niet hebben opgemerkt: er zijn nu drie klokken aanwezig: daar één, daar één en daar één – maar die is vooral voor mij. Zo kunnen ook de mensen op de achterste rij de klok zien, want dat was vorige week niet echt handig.

Het debat is geopend.

Mevrouw Schryvers heeft het woord. U hebt twee minuten.

Collega's, de voorbije weken is het aantal coronabesmettingen in heel het land sterk gestegen, en dat laat zich nu ook voelen in de woonzorgcentra. Ook daar zien we het aantal besmettingen stijgen. Volgens de laatste cijfers hebben meer dan 1 op de 10 van de woonzorgcentra te maken met 2 of meer gevallen van besmetting en zijn er 56 woonzorgcentra met zelfs 5 besmettingen of meer.

Collega's, dat maakt me bezorgd, heel bezorgd: bezorgd om de gezondheid van de bewoners – zij zijn immers heel kwetsbaar voor COVID-19 –, bezorgd ook om de medewerkers die onder heel grote druk staan – er zijn er al heel veel uitgevallen de voorbije dagen –, en ook heel bezorgd over het welzijn van al de bewoners.

We hebben in dit halfrond de zomermaanden gebruikt om samen tot een aantal aanbevelingen te komen om beter gewapend zijn tegen deze tweede golf. En dat zijn we ook, gelukkig. Er is meer beschermingsmateriaal, er zijn meer structurele samenwerkingen, er wordt ook meer getest. De centrale boodschap die we in juli gaven, allemaal samen, over partijgrenzen heen, was: dit nooit meer.

Allemaal waren we het erover eens: het welzijn van bewoners moet vooropstaan. En daarvoor is het garanderen van een bezoekrecht en sociaal contact essentieel. Hoe moeilijk de situatie nu ook is, die rode draad mogen we niet loslaten. Mensen kunnen sterven door corona, maar ook door eenzaamheid. En onze ouderen moeten het perspectief kunnen blijven hebben dat ze hun familie kunnen zien. Niemand meer mogen zien, dat is onmenselijk. Maar ook leven in angst, om elk moment van de buitenwereld te kunnen worden afgesloten, is onmenselijk.

Om dat te kunnen blijven waarmaken, collega's, moeten we nu alles op alles zetten om te zorgen voor het personeel: voldoende personeel en ondersteuning. En daarom moeten we dan ook oplossingen aanreiken voor de tekorten en de woonzorgcentra met veel uitval helpen. Minister Beke en minister Crevits onderzoeken de piste van de inzet van tijdelijk werklozen voor niet-zorgfuncties. Ik hoop dat dit snel tot resultaat leidt, samen met een aantal andere mogelijkheden.

Dat zal dan voor straks zijn, want uw tijd is om.

Allemaal, voorzitter, vanuit de doelstelling om alles in het werk te stellen om én de gezondheid én het welzijn van de bewoners te verzekeren.

U hebt straks nog de tijd om uw pleidooi af te maken.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, het ging een tijdlang goed in onze woonzorgcentra. Alles leek wel onder controle, temeer omdat, zoals mevrouw Schryvers zegt, iedereen dacht dat de woonzorgcentra nu beter gewapend waren tegen eventuele uitbraken dan in maart het geval was. Maar nu plots, sinds enkele dagen, neemt het aantal coronabesmettingen in Vlaanderen in de woonzorgcentra weer zienderogen toe. In diverse woonzorgcentra testten zowel residenten als personeelsleden positief.

Het was vooral door preventief het personeel te testen dat nieuwe besmettingen werden vastgesteld. De situatie is niet zo dramatisch als in maart, maar het blijft niettemin cruciaal om het virus zoveel mogelijk uit onze woonzorgcentra te weren. We moeten dus bijzonder waakzaam zijn en kunnen ons eigenlijk geen uitbraken permitteren.

Ondertussen, minister en mevrouw Schryvers, gaan sommige woonzorgcentra wel al in lockdown en laten ze geen bezoekers meer toe. Dat het niet de goede richting uit gaat met het mentale en fysieke welzijn van het personeel in onze woonzorgcentra, is een open deur intrappen, maar dat komt straks aan bod bij een actuele vraag van de heer Vaneeckhout.

Minister, ik wil u straks een open brief overhandigen die u misschien al hebt gelezen, een pakkende getuigenis van Sarah Demeulenaere, 34 jaar en elf jaar actief in een woonzorgcentrum. De heer De Reuse komt er straks nog op terug, maar ik raad u aan dit toch even te lezen.

Minister, ik weet dat het een juist evenwicht zoeken is tussen enerzijds het gezondheidsaspect en anderzijds het mentale welzijn van personeel, residenten en familieleden.

Ik heb dan ook enkele vragen voor u. Iedereen, iedere fractie – ook u – heeft hier dure eden gezworen: minimaal bezoekrecht zou te allen tijde gegarandeerd worden.

Afronden, mijnheer Sintobin.

Ik stel momenteel vast dat dit niet zo is.

Hoe zit het met de uitval van personeel? Zult u tijdelijk werklozen inschakelen? Moet de teststrategie met betrekking tot woonzorgcentra niet aangepast worden? Hoe wilt u vermijden dat onze woonzorgcentra opnieuw sterfhuizen worden?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, onze woonzorgcentra worden opnieuw in de armen gejaagd van corona. Hoe komt dat? Minister, omdat uw beleid opnieuw faalt. U leerde uw les na de eerste golf niet. Er is geen plan om onze zorgmedewerkers, bewoners en bezoekers te testen. Sterker nog, collega's, onze voetballers en wielrenners worden sneller getest dan de medewerkers uit onze rusthuizen en welzijnsvoorzieningen. (Opmerkingen van Lorin Parys)

Ik vind dit tragisch. (Opmerkingen van Lorin Parys)

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Ik vind het tragisch, minister. Vorige week vrijdag pas besliste u om sneltesten aan te kopen. Hoeveel en voor wie, dat weet u nog niet eens. U noemde die tests tot vorig weekend zelfs nog ‘een vals gevoel van veiligheid’. Ik wil toch eventjes onderstrepen dat over de grens in Duitsland vorige maand al sneltesten werden aangeschaft. Maar wat doet minister Beke? Hij aarzelt, staat aan de kant, wacht af. Dat was zo tijdens de eerste golf en dat is nu weer zo.

De woonzorgcentra, hun directies, medewerkers en bewoners, de familieleden hebben een generaal nodig die alert is en die vooruitloopt, geen twijfelaar. Ik hoop, minister, dat u ook de verhalen hoort van ouderen die afgesneden worden van de wereld, die alleen op hun kamer zitten, van woonzorgcentra die geen bezoekers meer binnenlaten. Dat is gewoon niet menselijk. U, mijnheer Beke, bent minister en u moet ingrijpen. Hoe zult u het bezoekrecht garanderen van alle ouderen die in woonzorgcentra verblijven waar er besmettingen zijn?

Dit parlement heeft en had welzijnslessen geleerd. Het leidde tot 95 duidelijke aanbevelingen van de coronacommissie, van minimale bezoekregeling tot snelle testing, van het inschakelen van mensen tot cohortering en de mogelijkheid om vrijwilligers en mantelzorgers in te zetten in ondersteunende taken in de zorgvoorzieningen. Minister, er rest mij maar één vraag. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat we exact drie maanden later hier opnieuw zitten zonder resultaten op het terrein?

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, we zitten vandaag volop in een tweede golf en het is een hevige golf. Als we de voorbije maanden stevige dijken hadden opgeworpen, als we die hadden verstevigd en versterkt, hadden we de impact van die tweede golf in de woonzorgcentra kunnen vermijden en hadden we het drama dat in de eerste golf is gebeurd, kunnen afwenden. Ik vind het ongelooflijk dat we vandaag niet beter zijn voorbereid. We hadden er vandaag moeten staan, we hadden klaar moeten staan, we hadden lessen moeten trekken uit de eerste golf.

Er zijn twee belangrijke dijken die onze woonzorgcentra hadden moeten beschermen tegen het coronavirus en die er vandaag niet zijn: testing en versterking van het personeel.

Die eerste dijk, de testing, is vandaag gebroken. Omdat we niet meer kunnen volgen, gebeuren er geen preventieve testings meer van de mensen in de woonzorgcentra. Ik vind dat heel moeilijk om te begrijpen, want we weten hoe essentieel het is om te voorkomen, om kort op de bal te spelen, om te kunnen ingrijpen voor de mensen in de woonzorgcentra symptomen ontwikkelen. We kennen de angst op het terrein als we blind varen, zonder testing. En toch gaan we opnieuw dezelfde weg op.

Een tweede dijk, een heel belangrijke dijk, minister, is het personeel. Het zijn onze coronahelden van de eerste golf: de mensen die zich kapot hebben gewerkt, die uitgeput zijn en die vandaag nog steeds wachten op waardering, op ondersteuning op de werkvloer. Ook die dijk is aan het breken. Het zorgpersoneel dreigt in te storten. Mensen stoppen, mensen vallen uit en worden ziek.

Wat hebt u gedaan, minister? U hebt de steunmaatregelen voor de woonzorgcentra, voor de versterking van het personeel, afgebouwd. U hebt die eind september afgebouwd, en dat is onbegrijpelijk. We zitten midden in een coronacrisis en u bouwt de steunmaatregelen af.

Ik vraag u om uw verantwoordelijkheid te nemen.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, collega's, het lijkt wel alsof we opnieuw in een slechte film zijn beland. Week na week zien we de coronacijfers, ook in de woonzorgcentra, stijgen en zelfs verdubbelen. Eén ding weten we: in het voorjaar is alles misgegaan wat kon misgaan. Toen konden we nog zeggen dat we verrast werden en dat er te laat werd ingegrepen omdat te laat duidelijk werd wat er in de woonzorgcentra aan het gebeuren was. De signalen zijn genegeerd.

Minister, u hebt, zeker in het voorjaar, achter de feiten aangehold. Toen werden we verrast, maar nu zien we de verpletterende golf opnieuw op ons afkomen. Week na week verdubbelen de cijfers en de vraag zal zijn wat er gaat gebeuren als de verdubbelingen zich blijven verderzetten en de cijfers blijven stijgen.

Minister, als parlement hebben we met de coronacommissie heel veel adviezen en aanbevelingen geformuleerd, door te spreken met experts en met zorgverleners op het terrein. Dit keer zijn we niet verrast en zouden we niet verrast mogen zijn. We wisten dat er in het najaar wellicht een nieuwe grote crisis aan zat te komen. U hebt nu wel maanden de tijd gehad om u daar goed op voor te bereiden. We gaan er dus achter komen of u uw huis, de woonzorgcentra, goed op orde hebt. Ik vind het een beetje voorbarig om nu al conclusies te trekken. We zullen de volgende weken zien of we nu wel zijn voorbereid.

Collega's, er zijn verschillende soorten sequels. Er is soms een held die heeft geleerd, maar soms kom je nog in een veel slechter verhaal terecht. Het zal de vraag zijn welke sequel dit wordt. De zorgverleners in de woonzorgcentra houden in elk geval hun hart vast.

Minister, ik weet het oprecht niet. Als ik zie hoe u met de sneltest opnieuw weken tijd hebt verloren, ben ik wel heel erg bezorgd. Wat ik weet, is dat heldere communicatie helpt. Ik ben dus heel erg benieuwd naar wat uw beleid de volgende weken zal zijn.

Ik weet één ding heel zeker – een aantal collega's hebben het ook al gezegd: alles zal staan of vallen bij voldoende personeel. We kunnen hier heel grote woorden hebben over bezoek dat moet worden gegarandeerd, maar dan moet er voldoende personeel zijn.

Oké. Duidelijk.

Minister, ik vraag u: zoek voldoende personeel, ook buiten de zorgsector, en versterk het zorgpersoneel.

Collega's, even tussendoor, want ik zie collega Daniëls opnieuw de zaal binnen komen. Mijnheer Daniëls, de tekst van het voorstel van resolutie van mevrouw Meuleman staat ondertussen wel al op de webstek. 

De heer Parys heeft het woord.

Minister, wij hebben drie prioriteiten om bij deze crisis aan te pakken: het aantal besmettingen terugdringen, de uitval van ons zorgpersoneel beperken en de eenzaamheid bestrijden. Voor ons blijft testen, testen, testen prioritair. Het federale niveau gaat hoogrisicocontacten zonder symptomen niet langer testen, maar ik geef u één cijfer om u te overtuigen, collega’s, dat we die teststrategie nooit mogen toepassen in onze woonzorgcentra: van alle bewoners van een woonzorgcentrum die in de maand oktober positief getest zijn op corona, was 94 procent zonder symptoom. Dat betekent dat wij nog altijd preventief testen – en ik zou graag hebben dat de PVDA-fractie haar statement corrigeert – en dat dat nog altijd kan, maar dat wij willen dat dit mogelijk blijft. Wij zijn Vlaanderen, wij moeten zorgen voor onze kwetsbaren, wij moeten onze zorgsectoren, ons onderwijs en onze bedrijven openhouden, en wij moeten niet wachten op het federale niveau. Wij moeten dus zelf snel sneltesten aanschaffen, en het liefst in een veelvoud van de 500.000 testen die het federale niveau bestelt.

Ten tweede moeten we de uitval van ons zorgpersoneel beperken. Voor zorgberoepen willen we dat alle stages kunnen blijven doorgaan. Voor niet-zorgberoepen hebben we vorige week al voorgesteld om de flexibiliseringsnorm los te laten. Dat wil zeggen dat we meer logistieke medewerkers, ergotherapeuten en ondersteunend personeel kunnen inzetten, samen met technisch werklozen van wie de handen jeuken om zich effectief in te zetten in onze woonzorgcentra om bezoek te regelen, te ontsmetten, eten te serveren of de was te doen.

Ten derde moeten testen en genoeg personeel ervoor zorgen dat bezoek altijd kan blijven doorgaan; dat is een mensenrecht. Maar we hebben ook een marshallplan tegen eenzaamheid nodig. Een op de vier van onze woonzorgcentrabewoners is eenzaam. Dat zijn 20.000 Vlamingen die in een woonzorgcentrum wonen die zich alleen op de wereld voelen. Wij willen die 20.000 Vlamingen koppelen aan 20.000 andere Vlamingen in een echt buddyproject. Dat zijn onze drie prioriteiten. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, de coronasituatie is ernstig aan het escaleren, dat hoeft geen betoog. Ook in de woonzorgcentra gaat het heel snel. Sinds begin oktober is het aantal besmettingen in de woonzorgcentra verzesvoudigd. Dat is heel veel. Uiteraard heeft dit ook een invloed op het personeel, dat kan ook niet anders. We zitten momenteel met zo’n drieduizend personeelsleden uit de woonzorgcentra die gedwongen thuiszitten, en dat zijn zeer verontrustende cijfers. Zeker het tempo gaat heel snel. Natuurlijk rijst de vraag of we wederom de deuren in de woonzorgcentra gaan sluiten uit angst voor dat virus. Ik heb heel positieve signalen gehoord dat men er toch voor zal zorgen dat er altijd één bezoeker gegarandeerd is en dat er vier contacten mogelijk zijn op een afstand, eigenlijk een beetje zoals de rest van de bevolking. Dat moet natuurlijk praktisch haalbaar zijn. We zijn er de voorbije maanden over de partijgrenzen heen van overtuigd dat we dat bezoek echt moeten garanderen, maar personeel is nodig, en dat is een groot probleem. We moeten echt heel snel schakelen, want we hebben veel meer handen nodig. We moeten andere soorten profielen inschakelen. Er is hier gesproken over tijdelijk werklozen inschakelen, maar het moet snel gaan. Zij zouden eventuele logistieke taken voor zich kunnen nemen zodat verpleeg- en zorgkundigen zich echt kunnen specificeren op de zorg. Als we die eenzaamheid en schrijnende taferelen, zoals we in het voorjaar gezien hebben, echt willen voorkomen, dan lukt dat alleen als we in die woonzorgcentra voldoende handen hebben.

Mijn vraag is dan ook heel simpel: hoe gaat u ervoor zorgen dat dat bezoekrecht gegarandeerd blijft in de woonzorgcentra en dat er voldoende personeel is?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, de besmettingen in ons land stijgen exponentieel. De besmettingen in onze samenleving verdubbelen meer dan eens per week. In Vlaanderen hadden we de voorbije veertien dagen een stijging met 362 procent, in Wallonië een stijging met 445 procent en in Brussel met 416 procent. Ze stijgen enorm en woonzorgcentra zijn geen afgesloten ruimten. We hebben hier allemaal samen gezegd dat we dat niet willen. Als de besmettingen zo sterk stijgen, hebben we niet veel alternatieven. Ofwel plamuren we de woonzorgcentra weer dicht, en dat willen we absoluut niet, we doen er alles aan om dat te voorkomen. Ofwel doen we er alles aan om mensen meer bewust te maken, als we bezoek toelaten, en dat is onze ambitie.

Er komt vanavond een taskforce samen. De richt- en de krijtlijnen zijn al duidelijk: bezoek moet mogelijk blijven. Eén nauw contact, één knuffelcontact moet mogelijk blijven. Vier contacten, zoals voor de rest van de samenleving, voor de ouderen thuis, kunnen. Ik zou wel willen vragen aan die nauwe contacten dat ze zich zeer goed bewust zijn van het feit dat ze bezoek zullen brengen en zeer nauw contact hebben met kwetsbare mensen. Ze moeten zich houden aan de regels die op ons allemaal van toepassing zijn en zouden moeten zijn, en waarvan ik hoop dat ze allemaal worden toegepast door elf miljoen Belgen, door zes miljoen Vlamingen. Dat zijn: hou afstand, beperk uw contacten, was uw handen, doe uw mondmasker op, bescherm de kwetsbaren. Dat iedereen dat respecteert, is van cruciaal belang.

De exponentiële stijging van vorige vrijdag heeft voor draconische maatregelen gezorgd: een lockdown, beperkte contacten, de horeca die dichtgaat, om er maar een paar te noemen. Dat heeft men gedaan omdat men ziet en zag in welke situatie we kwamen. Ik vind het een beetje gemakkelijk om te zeggen dat de besmettingen stijgen en dat we daar in de woonzorgcentra mee zitten. De besmettingen stijgen in onze samenleving en dus hebben we daar een probleem.

Er zijn terechte vragen gesteld waarop ik een antwoord zal geven. Ten eerste, we gaan de woonzorgcentra niet sluiten. We gaan wel maatregelen treffen in de cafetaria. Bezoek zal niet meer mogelijk zijn in de cafetaria’s. Hetzelfde geldt voor de dienstencentra: geen maaltijden meer, wel afhaalmaaltijden. Zo willen we ervoor zorgen dat we daar minder risico lopen.

Ten tweede, testen. Met een stijging van 300 à 400 procent in veertien dagen tijd kan de stijgende testcapaciteit, die in dezelfde periode met 50 procent gestegen is, dat niet volgen. Dus moeten we prioriteren. Die prioriteiten hebben we genomen. Er zijn hier karikaturen gemaakt: we gaan wel nog testen in de sport en niet meer bij onze ouderen. Neen, de prioritering, en niemand heeft dat graag gedaan, is nu: als de testcapaciteit niet kan volgen, gaan we prioriteren bij oudere, kwetsbare mensen, 65-plussers als er comorbiditeiten zijn. We gaan ervoor zorgen dat we kunnen testen als er uitbraken zijn en om te voorkomen dat we in een situatie komen waarin we vorige week dreigden terecht te komen. Dan is het om die reden.

Drie, personeel: dat is inderdaad onze grootste zorg. Zij hebben de voorbije maanden ongelooflijk werk verricht. Ik zou een oproep willen doen aan de mensen die vandaag of morgen hun partner, hun vader of moeder, hun grootvader of -moeder gaan bezoeken: respecteer de regels die het personeel vraagt te respecteren, ondersteun hen en help hen. Wij zullen maatregelen nemen om dat personeel te ondersteunen. We hebben dat al gedaan, we komen daar nog op terug, op het vlak van het mentale welzijn. Inderdaad, ik ben samen met minister Crevits bezig om op heel korte termijn maatregelen te nemen zodat er bijkomende capaciteit voor de niet-zorgende functies komt.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

We hebben in de coronacommissie terecht heel veel tijd en aandacht besteed aan het mentale welzijn van de bewoners in de woonzorgcentra. Ik wil nog eens herinneren aan die vele getuigenissen van bewoners en hun familieleden. Er zijn in die periode trauma’s opgelopen. Weken en maanden zonder contact met familie of vrienden, dat heeft er echt diep ingesneden. Sommige mensen zijn alleen moeten sterven of hebben geen afscheid kunnen nemen van hun dierbaren. Sommigen hadden het gevoel dat het leven voor hen op die manier niet meer hoefde. Dat is waar het over ging in de coronacommissie. En dat is waar we allemaal samen conclusies uit hebben getrokken, 95 aanbevelingen, dat het niet opnieuw mocht gebeuren, ook niet als er een tweede coronagolf zou komen. En spijtig genoeg zitten we volop in die tweede golf.

En dus moeten we vandaag proberen om zekerheid te geven, want niemand mag met die onrust leven dat mogelijk morgen of volgende week het woonzorgcentrum weer op slot gaat. Daarom, minister, is het zo belangrijk dat u hier die garantie geeft en zegt dat we het bezoekrecht gaan garanderen, minimaal één bezoeker, en ook een aantal andere contacten. Dan moeten we daar natuurlijk allemaal samen de randvoorwaarden voor vervullen om dat mogelijk te maken. En die situeren zich op verschillende domeinen.

De heer Anaf heeft het woord.

Collega Schryvers, ik onderschrijf volledig wat u zegt. Dat is inderdaad iets wat we allemaal samen gesteld hebben in de aanbevelingen: dat willen we absoluut niet. Maar aan een van de aanbevelingen, die extreem belangrijk is om dat net te bewerkstelligen, is momenteel nog niet voldaan. Ik verwijs naar aanbeveling twaalf, waarin we gezegd hadden om een duidelijk mobilisatieplan te maken om extra personeel in te schakelen in woonzorgcentra wanneer dat nodig is om de afwezigheid van werknemers te compenseren. Dan hoor ik de minister zeggen dat hij samen met minister Crevits aan het bekijken is of er mensen uit andere sectoren kunnen worden ingezet. Er is inderdaad al dat sectorale akkoord, zodat mensen uit de zorgsector kunnen bijspringen. Maar daar maak ik mij niet te veel illusies over, want in de zorgsector staat momenteel iedereen het water aan de lippen. Daar verwacht ik dus niet heel veel heil van. Het is een goede stap, maar ik denk dat daar heel weinig extra mensen gevonden zullen worden. Maar dat andere gaat men nu nog onderzoeken, terwijl we de aanbevelingen in juli geformuleerd hebben. We wisten al heel lang dat we dit najaar voor een grote tweede piek zouden staan. Hoe komt het dan dat dat nog niet in orde is? Hoe komt het dat we daar nog steeds stappen in moeten zetten? Want dat is echt wel cruciaal om ervoor te zorgen dat we echt niet naar die eenzame toestanden gaan van in het voorjaar.

De heer Sintobin heeft het woord.

Collega Schryvers, u zegt het zelf. U verwijst naar de resolutie en alle aandachtspunten die we partijgrensoverschrijdend opgesomd hebben. Maar het gaat niet alleen over het opmaken van een resolutie, het gaat ook over het toepassen van die resolutie. U zegt zelf dat de resolutie er is gekomen om te vermijden dat we in eenzelfde situatie terecht zouden komen als in maart. Wel, we zitten nu in diezelfde situatie. En dus zeg ik nogmaals aan u, maar ook aan de minister, dat dit toch een teken van falend beleid is. Vorige week was er een andere actuele vraag over de zorg, over welzijn. Het is altijd hetzelfde. Wij lopen de feiten achterna. Wij zijn op niets voorbereid. Er is geen plan. Er is geen visie. Wij reageren alleen maar als zich zaken voordoen.

Er zijn nu inderdaad nieuwe besmettingen, minister. Ik weet dat ook wel. Iedereen weet dat. Er zijn meer besmettingen in de samenleving, en dus zijn er automatisch ook meer besmettingen in woonzorgcentra. Maar daar gaat het niet over. U hebt drie minuten gesproken over de besmettingen in de samenleving en de woonzorgcentra, allemaal zaken die we wisten. U hebt verwezen naar de bezoekers en erop gewezen dat de bezoekers hun handen moeten wassen en een mondmasker moet dragen. Ik denk dat bezoekers van woonzorgcentra, minister, zich wel bewust zijn van wat ze daar moeten en niet mogen doen.

Kunt u afronden?

De vragen waren: hoe gaat u bezoek aan de woonzorgcentra garanderen? En wat gaat u doen aan de uitval van personeelsleden?

Het is zoals men in het buitenland zegt: België, maar ook Vlaanderen verliest de controle. De ontspoorde situatie is een gevolg van een beleidsfalen.

Collega Sintobin, ik weet dat u graag praat en graag debatteert, maar kunt u zich alstublieft beperken. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Mevrouw Schryvers, u spreekt terecht met lof over onze ‘helden van de zorg’ en over het belang van bezoek in de strijd tegen eenzaamheid. Mensen sterven inderdaad niet alleen van corona maar ook van eenzaamheid. Maar dan moeten we er wel voor zorgen dat het bezoek mogelijk is en dat we personeel versterken. Een van de conclusies van de coronacommissie was dat er gesproken werd over versterking van het personeel in 2021, maar die versterking is vandaag nodig. Om bezoek mogelijk te maken, moet er vandaag versterking zijn, moet er hulp zijn bij het organiseren van bezoek, want er zijn heel veel meer taken vandaag. Ik hoop dat jullie dat allemaal beseffen. De mensen hebben veel meer taken. Ze moeten zich houden aan de hygiëne. Ze moeten goed werken. Er vallen veel mensen uit, er zijn veel mensen ziek. Het is heel moeilijk om vervanging te vinden. Het is een probleem dat we na al die maanden, waarbij we met zoveel lof over dat personeel spreken, geen extra personeel op de vloer van de woonzorgcentra hebben, om vandaag de strijd tegen het coronavirus aan te gaan.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, er zijn inderdaad redenen om ons zorgen te maken over het personeel in de zorg, niet alleen in de woonzorgcentra maar in de zorg in het algemeen. In het voorjaar, in maart, toen we in lockdown gingen, konden we rekenen op zeer veel zorgdiensten, welzijnsdiensten, die op dat ogenblik tijd en ruimte hadden. Thuiszorgdiensten bijvoorbeeld, en een aantal andere. Die hebben we toen massaal daarvoor kunnen inzetten. Dat kader willen we nu voortzetten, en dat doen we ook. Maar het is tezelfdertijd onze ambitie om die mensen ook allemaal verder hun werk te laten doen voor diegenen die het absoluut nodig hebben. Dus moeten we breder gaan.

Er is hier verwezen naar de aanbevelingen. Een van de belangrijke aanbevelingen was om geld op tafel te leggen voor een sociaal akkoord. We versterken het statuut. De Vlaamse Regering heeft 525 miljoen euro op tafel gelegd. Werkgevers en werknemers onderhandelen nu daarover.

De open brief waarvan sprake heb ik gelezen. Ik begrijp dat die dame zegt dat ze in een woonzorgcentrum werkt en dat men in een ziekenhuis zoveel verhoging krijgt. Waarom zij dan niet? Wij hebben hier gezegd dat wij dat ook gaan doen. Wij zullen dat doen binnen dat sociaal akkoord. Werkgevers en werknemers zijn daarmee bezig, samen met de regering en de bemiddelaar. Maar daar zijn we vandaag niets mee. Dat is toekomst, dat is belangrijk, dat gaat over heel veel geld, 525 miljoen euro, maar daar zijn we vandaag niets mee.

Wat we vandaag doen, is opnieuw een hele resem maatregelen nemen om al die mogelijke versterkingen mogelijk te maken. Ik denk aan het Rode Kruis, waar we crisisvrijwilligers voor inzetten. Aan het intersectoraal akkoord, dat deze week opnieuw werd afgesloten, om toe te laten dat mensen uit de zorg bij elkaar kunnen komen. Dat is opnieuw een belangrijk akkoord tussen werkgevers en werknemers, dat ons ook in het voorjaar heeft geholpen. Aan de huisartsen in opleiding (HAIO’s), die worden ingezet. Samen met mijn collega van Onderwijs bekijk ik hoe we opnieuw stages kunnen laten plaatsvinden. Dat was in het voorjaar een probleem, onder andere door een gebrek aan beschermingsmateriaal. Wel, beschermingsmateriaal is er nu wel, en ten overvloede. Er is er genoeg, daar moet men zich niet meer ongerust over maken. Dat is er op de vloer, en dat hebben we met onze eigen Vlaamse stock, nog iets wat we hebben uitgevoerd in de uitvoering van die aanbevelingen.

Daarnaast zijn we, samen met collega Crevits en VDAB, aan het bekijken hoe we tijdelijke werklozen kunnen inzetten. Ik hoop dat we daar heel snel een platform voor zullen hebben. Personeel is dus ontzettend belangrijk in de toekomst.

Er is ook nog ‘Help de helpers’. Mensen in een zorgfunctie of een niet-zorgfunctie die de komende periode als vrijwilliger willen helpen, kunnen zich nog altijd bij de medische reserve aanmelden. Dit is een oproep om dat te doen en te blijven doen.

Wat de testen betreft, kom ik terug op het debat dat daarstraks is gevoerd. De federale overheid heeft zich ertoe geëngageerd tegen het einde van het jaar naar 90.000 of 100.000 testen te gaan. We worden door het stijgend aantal besmettingen ingehaald. Ik ben niet van plan daar zwartepieten voor uit te delen, maar we moeten wel ingrijpen. We hebben dat op een dubbele manier gedaan.

Ten eerste hebben we beslist te testen daar waar we moeten testen, namelijk bij de meest kwetsbaren. We maken van de woonzorgcentra een prioriteit. Als er een uitbraak is, moeten we kunnen testen. Als er daar asymptomatische personeelsleden, nieuwe bewoners of mensen uit een ziekenhuis zijn, moeten ze kunnen worden getest. Dat is een absolute prioriteit.

Ten tweede zal de Vlaamse overheid ook eigen antigeentesten aankopen. Hier wordt veel over sneltesten gesproken, maar de vraag is dan wie ze op welke manier en op welke plaats zal inzetten.

Mijnheer Anaf, ik vind wat u zegt gemakkelijk. Ik verwijs naar federaal minister Vandenbroucke, die zelf een aantal bedenkingen bij de sneltesten heeft. Ik ben principieel voor. Hoe meer we testen, hoe beter. Het zal een en-enverhaal worden. Het gaat om PCR-testen (polymerase chain reaction) en om antigeentesten. De vraag is waar we die testen precies inzetten. Ik wil het advies van de experten vragen.

U hebt naar Duitsland verwezen. In Duitsland worden die testen echter niet in de woonzorgcentra ingezet. Professor Goossens heeft vandaag nog verklaard dat hij hier niet tegen is, maar dat hij niet wil dat we hier nu snel testen zonder te weten wat de impact precies is. Als we die testen inzetten en dan zien dat we hiermee grote risico’s hebben gelopen, zult u de eerste zijn om te zeggen dat ik daar niet over heb nagedacht. U bent altijd slimmer na de feiten dan voor de feiten.

We zullen dat niet doen. We zullen de antigeentesten aankopen en inzetten waar ze nodig zijn. De Vlaamse Regering heeft al beslist te zullen kijken naar de bedrijven, de scholen en de woonzorgcentra. De juiste strategie zullen we onderling bepalen op basis van wetenschappelijke feiten en niet op basis van slogans. (Applaus bij CD&V en Open Vld)

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, het kan dat ik slimmer ben na de feiten, maar u gaat wel voorbij aan het feit dat we vaak al weken op voorhand vragen stellen en voorstellen doen. Pas weken nadien, als het kalf al is verdronken, komt u in actie.

Het personeel is het beste voorbeeld. U wist op voorhand dat we een moeilijk najaar tegemoet zouden gaan. Er zijn een aantal goede initiatieven genomen. Het intersectoraal akkoord is een goed initiatief. U wist echter op voorhand dat er in de zorgsector sowieso weinig marge is. Waarom ligt het plan van VDAB er nog niet? Waarom wordt dat pas nu bekeken?

Gisteren hebben we in de commissie een hele discussie gevoerd over de vraag of de verblijfplaats tijdens de contacttracing niet wordt opgevraagd. (Opmerkingen van minister Wouter Beke)

Minister, u hebt me dat achteraf in een sms gestuurd. Tijdens de commissie is helaas geen antwoord gekomen. We hebben dat begin juli 2020 al gevraagd. Toen was er geen noodzaak, maar achteraf bleek dat toch een goed idee te zijn. Ik vind dat u dat dan ook wel mag zeggen.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Voorzitter, wat het personeel en de testen betreft, vind ik dit wel heel straf. Hier wordt elke keer vol lof over de inzet en de veerkracht van het personeel gesproken, maar er moet wel versterking komen. We hebben net een barometer gezien waaruit blijkt dat heel veel mensen in de zorgsector vermoeid zijn, onder druk staan, hyperalert zijn en een slaaptekort hebben. Zij zijn op.

Minister, u hebt het nu over wat u zult doen, maar de versterking had nu klaar moeten staan. U hebt de steunmaatregelen voor meer personeel eind september 2020 stopgezet. Zult u die maatregelen opnieuw activeren? Zult u ervoor zorgen dat de woonzorgcentra opnieuw mensen kunnen aanwerven? Zult u hiervoor in financiering voorzien? Dat is een heel duidelijke vraag.

Ik vind het straf. Het is niet zo dat u maanden tijd hebt gehad om dit in orde te brengen. U hebt eigenlijk jaren tijd gehad. De witte woede komt al jaren op straat voor meer personeel. CD&V levert al jaren de minister van Onderwijs. U had er al jaren geleden voor moeten zorgen dat er meer personeel voor de woonzorgcentra was. Tijdens deze epidemie zien we de dijken breken omdat er te weinig personeel is.

Ten tweede is er de testing. U zegt dat die testings prioritair zijn voor de woonzorgcentra. Maar vandaag zegt uw woordvoerder, en dat lezen we ook bij het agentschap Zorg en Gezondheid, dat er geen preventieve testings meer gebeuren in woonzorgcentra. Er gaan testings gebeuren bij uitbraken en bij hoogrisicocontacten van de zorgsector, maar er gaan geen preventieve testings meer gebeuren in de woonzorgcentra. Als u zegt dat dat wel zo is, mag u dat hier aankondigen. Maar zoals vandaag door uw woordvoerder is aangekondigd, en zoals het ook in de richtlijnen van het agentschap staat, gebeuren er vandaag geen preventieve testings meer bij woonzorgcentra. Het is nochtans heel belangrijk om clusteruitbraken te voorkomen.

Mevrouw Vandecasteele, voor de correctheid van het debat: u zegt tegen minister Beke dat zijn partij al jaren de minister van Onderwijs levert. Ik neem aan dat u Welzijn bedoelt?

Juist, ik bedoelde de minister van Welzijn.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, over het garanderen van het bezoekrecht zullen we ongetwijfeld straks nog een antwoord krijgen. Ik vind het een beetje triest dat u de open brief van de juffrouw herleidt tot een vraag tot loonsverhoging. Er staat veel meer in dan dat.

Ten tweede, wat de uitval van personeelsleden betreft: iedereen kon het zo voorspellen. Collega Anaf heeft gelijk. Iedereen, in de commissie maar ook in de ad-hoccommissie, kon al maanden voorspellen dat er een probleem zou zijn met het personeel en met de uitval ervan. Hoeveel weken of zelfs maanden horen we in het parlement al dat men misschien wel die technisch werklozen gaat inschakelen, dat je daar eens over gaat praten met collega-minister Crevits, en dat je wel iets zult uitwerken. Maar we zijn intussen maanden verder, en er is geen enkel proactief beleid.

Wat uw platform Help de helpers betreft, minister, heb ik antwoord gekregen op een schriftelijke vraag van mij. Dat was een ramp, dat is een ramp. Daar is niets uit voortgekomen. Ik ga de cijfers niet citeren maar ik wil gerust de cijfers bezorgen aan iedereen. Dat is helemaal niet het wondermiddel geweest zoals u het maandenlang aan ons hebt verteld.

Wat het testen betreft, hebt u misschien wel gelijk dat er meer zal worden getest, en dat personeel preventief zal worden getest. Maar wat zijn we met preventief testen als men vier, vijf, zes of zeven dagen moet wachten op het resultaat van de test? Dat heeft geen enkel nut. Jullie kunnen onder elkaar misschien wel zeggen dat het een Vlaamse of federale bevoegdheid is en de paraplu opentrekken, maar het gaat erover dat er te weinig testcapaciteit is. Dat is de schande: het feit dat we niet voorbereid waren op die tweede golf, terwijl iedereen zich ervan bewust was dat die er zou komen.

Ik vraag mij af wat wij de afgelopen maanden eigenlijk hebben gedaan in die ad-hoccommissie. En ik vraag mij vooral af wat u, als bevoegd minister, de afgelopen maanden hebt gedaan.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, ik ga een stuk verder op de teststrategie. Uiteraard begrijp ik dat we niet alles konden voorzien en dat het ook een hele periode onduidelijk is geweest wat de functie, de geloofwaardigheid en de kracht van die sneltests was. Maar als Duitsland een maand geleden sneltest bestelde en tien dagen geleden in de pers verkondigde dat die sneltests waarschijnlijk een vals gevoel van veiligheid zouden kunnen geven, dan vind ik dat echt problematisch. Het is vooral problematisch dat u dan vijf dagen later op de ministerraad van de Vlaamse Regering beslist om alsnog sneltests aan te kopen – een goede keuze, voor alle duidelijkheid – om dan vandaag aan te geven dat u nog niet weet hoeveel en naar waar.

Dan gaat het er mij, voor alle duidelijkheid, niet om dat die sneltests per se daar of daar zouden moeten worden gebruikt. Het gaat er mij over dat u geen strategie hebt. En het ontbreken van die strategie is een van de voorbeelden om te schetsen dat we rond heel wat zaken in deze crisis geen strategie hebben.

U bent bevoegd minister. U kunt dan misschien hoogdravend doen naar het parlement omdat wij u die vragen blijven stellen, maar ik vind dat een beetje ongepast. U bent minister, het lijkt mij logisch dat u hier op uw plaats zit om te antwoorden op die vragen, en op onze kritische vraag waarom er ook na de eerste golf de voorbije drie maanden geen werk is gemaakt van een diepgaande strategie om deze crisis de baas te kunnen.

De heer Parys heeft het woord.

Ik wil even inpikken op wat de PVDA zei over die preventieve testen in de woonzorgcentra. Op de laatste taskforce, en dat is de laatste informatie waarover ik beschik – misschien hebt u meer recente informatie, en dan hoor ik die graag – ,werd beslist dat preventief testen in woonzorgcentra nog altijd kan. Zij zitten in de tweede categorie. Eerst en vooral zijn er de ziekenhuizen, en de tweede categorie qua prioriteit zijn de woonzorgcentra, ook voor preventief testen.

Minister, als de informatie intussen voorbijgestreefd is omdat het agentschap Zorg en Gezondheid intussen iets anders heeft gecommuniceerd, dan willen wij daar graag duidelijkheid over. Het is immers belangrijk om ervoor te zorgen dat we ons zorgpersoneel met een gerust hart naar het werk kunnen laten gaan en onze bewoners van de zorgcentra rustig hun oude dag kunnen laten beleven. Dit is mijn eerste vraag.

Mijn tweede vraag is voor de heer Anaf. Soms vraag ik me af hoeveel versies van sp.a er nu eigenlijk zijn. Mijnheer Anaf, u spreekt hier over sneltests. Vlaanderen bestelt een veelvoud van wat er op federaal niveau wordt besteld. Maar weet u wat? Wij kunnen ze niet gebruiken. En waarom kunnen we ze niet gebruiken? Omdat uw minister die sneltests nog altijd niet heeft goedgekeurd. Ze zijn niet erkend en kunnen dus niet worden gebruikt. De tests die ze vandaag hebben, staan in een labo in een kartonnen doos en daar kan niemand mee getest worden. En u komt dan hier, in dit parlement, zeggen dat het niet snel genoeg gaat. Wel, veeg eerst eens voor eigen deur alstublieft. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik wil even reageren op wat de heer Sintobin heeft gezegd, namelijk dat de testcapaciteit veel te laag is. België is een van de enige landen in Europa waar zoveel wordt getest. Het probleem is dat de labo’s niet meer kunnen volgen en zoals ik vorige week al heb gezegd, verzuipen de huisartsen. Zij kunnen het aantal tests niet meer afnemen. We moeten andere profielen hebben. Wat heeft het nu voor zijn om de capaciteit omhoog te laten gaan wanneer de huisartsen en labo's niet meer kunnen volgen? (Applaus bij Open Vld en CD&V)

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, ik wil antwoorden op wat een aantal collega’s hebben gezegd.

Mijnheer Sintobin, vorige week hebben we het hier nog gehad over die testen. Dat is een hele keten: men moet genoeg testen hebben, genoeg mensen om die testen af te nemen waarbij de belasting van de huisartsen ter sprake is gekomen, en genoeg labocapaciteit. Daar is dus een heel logistiek gebeuren rond.

U zegt nu dat mensen veel te lang moeten wachten op het test resultaat. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin).

Het is net omdat die keten overbelast is dat we prioriteiten moeten stellen. En die prioriteit, dat zijn ook de woonzorgcentra, wees daar maar zeker van. De minister heeft dat daarstraks ook gezegd en het is natuurlijk ook niet meer dan terecht dat de woonzorgcentra een prioriteit zijn. En dan zullen we niet langer moeten wachten op die testen, want het is inderdaad niet oké dat er te lang moet worden gewacht op een testresultaat.

Wat sommige andere collega's aan de andere kant betreft: ik weet niet waar jullie de vorige jaren zaten. Jullie doen nu alsof de personeelsproblematiek in de zorgsector er nu ineens is en er voordien niet was. De personeelsproblematiek bestaat al lang. (Opmerkingen)

En als iemand een toverformule had om genoeg mensen te vinden om al die vacatures op te vullen, dan hadden we die allang toegepast. Daar zijn al meermaals plannen voor gemaakt in combinatie met, samen met en tussen Welzijn, Onderwijs, Werk enzovoort, niet alleen om jongeren aan te zetten om een beroep in de zorgsector te kiezen, maar ook voor zijinstroom. En nu komt daar die coronacrisis nog bovenop. En we hebben inderdaad een aanbeveling gedaan. Doe nu dus niet alsof er geen maatregelen zijn genomen. We hebben het ze net gehoord: het platform Help de helpers, het uitbreiden van contracten van mensen in de woonzorgcentra, het inzetten van jobstudenten, de samenwerking met minister Crevits om tijdelijke werklozen in te zetten enzovoort. Er zijn tal van maatregelen en die zullen de komende periode natuurlijk ook nodig zijn.

Wat die sneltesten betreft, collega Anaf, ik heb gisteren uw federale minister op tv gezien, en ik heb hem letterlijk horen zeggen dat die sneltesten zelfs niet voor de eerste weken zouden zijn. Kom dus hier nu niet Vlaanderen aanwrijven dat die sneltesten hier nu nog niet kunnen worden ingezet, terwijl het aan de federale overheid ligt. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Mevrouw Schryvers, u moet eigenlijk wel durven. U bent sinds mensenheugenis vrijwel altijd bevoegd geweest voor deze domeinen, en u gaat hier nu zeggen dat er eigenlijk geen echt probleem was en dat het er enkel over gaat dat we te weinig instroom hebben qua medewerkers. Hebt u er al over nagedacht dat het misschien zou kunnen dat u hebt nagelaten om de voorbije decennia structureel te investeren in een aantrekkelijk statuut voor medewerkers in de zorgsector, dat dat misschien zou helpen om dat voor mensen aantrekkelijk te maken? We hebben hier in de coronacommissie ook een getuigenis gekregen van de kinderverzorgers, een heel andere sector. Dat is de minst betaalde beroepsgroep in ons land. Verwondert het u dan dat het niet zo aantrekkelijk is om daarin actief te worden? Ik zou toch enige bescheidenheid aan de dag leggen wat dat betreft.

Collega Saeys, u zegt terecht dat ons land bij de koplopers is als het gaat over testcapaciteit, maar als we enkel testen en zo weten of iemand positief of negatief is, dan zijn we daar eigenlijk betrekkelijk weinig mee. Dat hebben de voorbije maanden ook aangetoond. Mochten we dat testen nu hebben ingebed in een zeer goed tracingbeleid, in bronopsporing, mochten we dat niet hebben nagelaten, dan stonden we nu misschien elders. En raad eens waar dit Vlaams Parlement onder andere voor bevoegd is? Voor tracing, voor bronopsporing.

En dan zie ik een minister die deze week fier aankondigde, op sociale media en overal, dat er extra middelen gaan naar lokale besturen voor de lokale tracing. Een zeer goede investering, maar dat is wel dezelfde minister die drie maanden geleden midden in de zomer zei het geen goed idee te vinden dat lokale besturen en regionale samenwerkingen zelf het initiatief nemen om die tracing zelf te doen. Minister, u hield die boot af. U bevestigt daarmee alleen nog maar eens dat er geen plan is.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik denk dat we toch een paar puntjes op de i moeten zetten. Ik vind het eigenlijk heel treurig dat men in dit debat, met de uitdagingen waar we op dit ogenblik voor staan, probeert met goedkope slogans elkaar vliegen af te vangen. Mijnheer Vaneeckhout, of mijnheer Anaf, het is ontzettend gemakkelijk om te verwijzen naar de Federale Regering. Voor mij zou het ontzettend gemakkelijk zijn om de vergelijking te maken met Wallonië, met Brussel en wat weet ik veel, maar daar zijn we toch niks mee. Het is ontzettend gemakkelijk om hier de goedkope slogan te komen zeggen dat we al decennialang de minister van Welzijn leveren. Ja, dat is juist. In de woonzorgcentra betekent dat een groei van het budget met 25 procent. De voorbije tien jaar … (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

Minister Beke heeft het woord!

Minister Wouter Beke

De voorbije tien jaar zijn er 62 procent meer gezondheidsbeoefenaars in ons land actief, in Vlaanderen actief. 62 procent meer!

We hebben geld uitgetrokken voor een sociaal akkoord van 525 miljoen euro. Er zal geen enkele Vlaamse Regering zijn geweest, geen enkele, die zoveel geld heeft uitgetrokken. Dat is meer dan alle voorgaande sociale akkoorden samen. Dat zullen wij doen.

Daar zijn we vandaag echter natuurlijk niks mee. We moeten bekijken hoe we vandaag antwoorden moeten geven.

Over die sneltesten, dezelfde slogans. Er wordt verwezen naar Duitsland. Duitsland doet 1,6 miljoen PCR-testen per week. Wij doen er in Vlaanderen 220.000 per week. Duitsland heeft 83 miljoen inwoners, wij 6,5. We doen dus in verhouding bijna 3 keer zoveel. Collega Saeys heeft gelijk. Dat is echter niet genoeg. Dat is natuurlijk niet genoeg, als je ziet dat je op 2 weken tijd een stijging van de besmettingen met 350 procent hebt! Dan moet je prioriteren.

Ja, we gaan antigentesten aankopen, we gaan dat doen. We hebben inderdaad weken zitten wachten. Dan kunt u zeggen: “Een ‘beke’ wachten op het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) om te weten te komen of die testen voldoende solide zijn.”

Wij gaan ze aankopen, en tegelijk gaan we het debat voeren over waar we ze precies zullen inzetten. Preventief testen in de woonzorgcentra, voor mij kan dat, als we de garantie hebben dat het op een goede manier gebeurt.

Nog eens, voor mij is dat niet politiek, dat moeten we samen met de experten doen. Waar zetten we ze nu het beste in? Hoe doen we dat op de juiste manier? Zo zullen we dat doen.

Over de tracing, collega Vaneeckhout, vertelt u opnieuw dezelfde nonsens. We hebben op 4 augustus met alle lokale besturen een vergadering gehad. Alle burgemeesters namen deel aan een digitale vergadering, waarin we hebben gezegd dat het een en-enverhaal wordt. We hebben de hand uitgestoken en gevraagd wie daarin wil meestappen.

Het is juist dat op het ogenblik dat we hier debatteerden over contactopsporing en het feit dat Vlaanderen dat moet overnemen, er als hypothese werd gesteld door de experten, niet door ons, dat we in België moeten rekenen op 1000 besmettingen per dag. Daarvoor moeten we een contactopsporingssysteem opzetten. 1000 besmettingen per dag, dat betekent 600 in Vlaanderen, 100 in Brussel en 300 in Wallonië.

Vandaag zitten we aan meer dan 3000 alleen al in Vlaanderen! Dan moet je alle zeilen bijzetten en dat hebben we in de Vlaamse Regering besproken. Minister Somers heeft een oproep gedaan aan alle ministers en alle administraties dat we extra capaciteit nodig hebben. Dan zetten we alle zeilen bij, zoals we het initiatief hebben genomen met de lokale besturen om nog eens te herinneren aan het aanbod dat we in de zomer hebben gedaan. We hebben aan de centrumsteden gezegd: laat ons kijken wie ons hierin kan vervoegen.

De oorlog voeren we samen. Waar zijn we hier eigenlijk in godsnaam mee bezig? Met elkaar proberen vliegen af te vangen terwijl we samen een oorlog tegen dat virus moeten voeren. We zouden beter samenwerken. (Applaus bij de meerderheid)

Collega's, mevrouw Schryvers heeft nog 3:25 minuten.

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, ik heb daar ooit drie kwartier gestaan.

Ja, maar, de formule is nu anders.

Minister, als ik u zo bezig hoor, stel ik voor dat we dit debat afsluiten en allemaal naar huis gaan. U stelt zich zodanig defensief op, u kunt niet overweg met kritiek. Wij doen ons uiterste best om week na week samen te zitten in de commissie. Ik denk dat de voorzitter van de ad-hoccommissie kan garanderen dat alle fracties, maar dan ook alle fracties, constructief meewerken. Dan komt u hier zelf af met slogans en u antwoordt niet op de vragen.

Van wat nu aan het gebeuren is, ik zeg niet dat alles fout is, maar een groot stuk daarvan heeft te maken met uw beleid, of met het gebrek aan een proactief beleid. Alles wat nu gebeurt, was te voorspellen, en u stelt zich defensief op. U verwijt collega Vaneeckhout en collega Anaf, u verwijt alle oppositieleden die hun parlementaire opdracht vervullen. Daar gaat het over. Wij spreken niet in slogans. Wij stellen gewoon vast dat er een aantal problemen zijn, waarvoor u telkens opnieuw te laat komt. Als we dat al niet meer mogen doen, minister.

Collega Saeys en collega Schryvers, de testcapaciteit, het tekort in de labo's, dat is niet mijn fout. Daar gaat het ook over proactief beleid. Het gaat niet over federaal en het gaat niet over Vlaams. Ik ken labo's waar machines staan die niet geïnstalleerd geraken. De apparatuur is er. Het is niet een gebrek aan testen, het is niet een gebrek aan personeel, het is gewoon de apparatuur die niet wordt geïnstalleerd.

Wat het personeel betreft, ben ik met u akkoord dat er in het afgelopen decennium inderdaad investeringen gebeurd zijn in woonzorgcentra. Maar u bent het toch met mij eens dat ook de noden gestegen zijn in die woonzorgcentra? Dus kom niet altijd af met ‘we hebben 500 miljoen extra daar, en 500 miljoen ginder’. De noden zijn gestegen.

Nogmaals, ook aan collega Schryvers en aan alle andere collega’s van de meerderheid, ik raad u allen aan om de getuigenis van deze juffrouw te lezen. Het gaat haar niet alleen om loonsverhoging. Het gaat haar om de werkomstandigheden, de werklast, de manier waarop ze nu moeten opereren. Dat u zegt dat er geen problemen zijn en dat u alles wel zult oplossen, dat hoor ik nu al zeven maanden. Ik heb het u vorige week gezegd, ik zeg het nu opnieuw: we zijn bijna dag op dag zeven maanden in deze crisis en nog altijd is er geen proactief beleid en lopen wij altijd maar achter de feiten aan.

De heer Parys heeft het woord.

Collega’s, ik denk dat iedereen het ermee eens is dat we moeten denken in termen van oplossingen. En hier liggen heel veel opportuniteiten, voor iedereen in dit halfrond, om daaraan mee te werken.

Collega Saeys heeft de vraag gesteld wie die testen zal afnemen. Wel, collega Anaf, uw partijgenoot Vandenbroucke is federaal bevoegd voor onder andere de wet op de uitvoering van de gezondheidsberoepen. Daarin staat in een artikel dat personen die bij derden diagnostische oriëntatietests afnemen, na een opleiding door een arts of een verpleegkundige, daar de toelating voor kunnen krijgen. Hij kan dat bepalen. Mijnheer Anaf, mijn vraag aan u is: zult u aan uw collega Vandenbroucke vragen om dat ook effectief mogelijk te maken?

Ten tweede, als het gaat over tracing, ben ik het eens met collega Vaneeckhout als hij zegt dat we veel meer moeten inzetten op brononderzoek. Dit is een ziekte – dat weten we nu – die in grote mate wordt verspreid door superverspreiders. Dat betekent ook dat ons contactonderzoek helemaal omgedraaid moet worden. We moeten dus aan ‘backward contact tracing’ doen, zoals dat heet in het Engels, in plaats van de huidige ‘forward contact tracing’. We moeten op zoek naar die bronnen van besmetting. Dat wil zeggen dat we aan clusteronderzoek moeten doen. Ik wil naar niemand een steen werpen, maar Vlaanderen heeft 119 clusteronderzoeken uitgevoerd, Wallonië 9 en van Brussel bestaan zelfs geen cijfers. Uw collega Van den Brandt is verantwoordelijk in Brussel voor contacttracing. De vraag is of u aan uw collega zult vragen om ook haar deel te doen en ervoor te zorgen dat we nu ook clusteronderzoek gaan uitvoeren. Vlaanderen moet nog meer doen dan die 119. Dus daar kan ook nog verbeterd worden. Het initiatief om lokale gemeenten en steden daarvoor te financieren, is een heel goed initiatief, dat wij absoluut steunen.

Mijn laatste vraag, of mijn laatste opportuniteit om samen te werken om hier iets aan te doen, gaat over de inzet van die technisch werklozen. Ook daar kunnen de collega’s die deel uitmaken van de Federale Regering – en ik kijk dan naar sp.a, omdat het gaat om een PS-minister – ervoor zorgen dat technisch werklozen gemakkelijk ingezet kunnen worden in bijvoorbeeld woonzorgcentra om een aantal ondersteunende diensten te leveren zonder dat ze hun uitkering voor technische werkloosheid verliezen, en er misschien zelfs op vooruitgaan. Dat is dus een vraag aan zowel de heer Anaf als de heer Vaneeckhout, om ervoor te zorgen dat we daarop gaan inzetten en dat zij dat doen op de verschillende niveaus waar ze er verantwoordelijkheid voor dragen. En ik vraag natuurlijk aan minister Beke om zich als een laser te focussen op die drie prioriteiten die we naar voren hebben geschoven.

De heer Anaf heeft het woord.

Ik stel vast dat de minister de oppositie verwijt dat wij de hele tijd spelletjes spelen tussen het Vlaamse en federale niveau. Tegelijkertijd word ik hier door collega Parys afgeschilderd als dé vertegenwoordiger van de Federale Regering in dit Vlaams Parlement.

Goed, ik volg wel uw oproep dat we moeten samenwerken. Die volg ik voor 100 procent. Als er federaal dingen zijn die inderdaad geregeld moeten worden, laten we dan allemaal in het federaal parlement vragen om die dingen aan te passen. Ik heb zelfs goed nieuws: ik heb ondertussen begrepen dat die beroepsgroepen die de testen kunnen uitvoeren, ondertussen uitgebreid werden. Misschien moeten ze nog verder uitgebreid worden, maar het gebeurde al. Logopedisten bijvoorbeeld kunnen dat momenteel al doen. Maar dat is ook geen quick fix, want die mensen moeten eerst nog een opleiding krijgen. Maar dat zijn inderdaad dingen die ons stappen vooruit kunnen doen zetten.

Ik wil het nog heel kort even hebben over de sneltests. Ik ben het ermee eens, laten we die discussie dan ook stoppen. Als Frank Vandenbroucke in Terzake zei dat dat iets voor over enkele weken zal zijn, dan is hij gewoon eerlijk. Want wat is de situatie? Een aantal weken geleden was er een aanbod op de markt om sneltests aan te kopen. Duitsland heeft dat gedaan. Wij hebben dat gemist, waardoor dat aanbod er niet meer is. Als je pas nu sneltests aankoopt, dan is het uiteraard effectief zo dat die pas over enkele weken operationeel ingezet kunnen worden. Het klopt ook dat het FAGG zijn toestemming nog moet geven. Ik heb begrepen dat daarvoor een nota zal worden opgesteld. Laten we inderdaad hopen dat we daar snel de toestemming voor krijgen, en ook dat de sneltests die zullen worden aangekocht door deze Vlaamse Regering, snel inzetbaar kunnen zijn. Die kunnen perfect gebruikt worden voor symptomatische – ook in de woonzorgcentra, daarvan ben ik overtuigd – misschien minder voor asymptomatische cliënten. Maar laat ons daarmee verder werken.

En ik hoor hier iedereen nu zeggen: laat ons samenwerken. Wel, doe dat dan ook in de praktijk en stop met heel de tijd te verwijzen. En zeker, mijnheer Parys, stop alstublieft met te verwijzen naar Wallonië en Brussel. Als je dat de hele tijd doet, ook op sociale media, heel de tijd verwijzen naar Wallonië en Brussel ... Ik zou dat niet doen. Je mag eerlijk de cijfers duiden, daar gaat het niet om. Maar als je dat doet, geef je tegelijkertijd de Vlaming het idee dat het hier allemaal nogal meevalt. En we moeten natuurlijk absoluut vermijden dat als signaal te geven. (Applaus bij sp.a)

Collega Parys, heel kort wat dat feit betreft.

Nee, het valt niet mee in Vlaanderen. Laat me daar héél duidelijk over zijn: de situatie is ernstig en zal nog ernstiger worden. Maar wat ik op sociale media heb bepleit, is dat we allemaal, als volksvertegenwoordigers en politici, de juiste cijfers gebruiken. En die mogen ook weleens worden geciteerd op de juiste manier. Als ik naar de incidentie kijk over de laatste twee weken per 100.000 inwoners, dan zitten we in Vlaanderen aan 546 besmettingen, in Brussel aan 1358 besmettingen en in Wallonië aan 1417 besmettingen. Dat zijn ook cijfers waarop onze bevolking op een correcte manier recht heeft. En daarmee heeft niemand gezegd dat de situatie niet ernstig is en dat ze waarschijnlijk nog ernstiger zal worden.

Collega Vandecasteele, dan collega Saeys en dan geef ik graag weer het woord aan collega Schryvers.

Minister, u bent daarnet begonnen met te zeggen dat u de puntjes op de i wilt zetten en het debat niet op deze manier wilt voeren. En vervolgens zegt u, rond personeel, dat u dit jaar, meer dan andere jaren, investeert in de zorg. U zegt: ‘Ik heb voor de volgende jaren 525 miljoen euro vrijgemaakt voor ons sociaal akkoord voor de zorg, en dat is veel meer dan de afgelopen jaren.’ Dat klopt, toch? (Opmerkingen van minister Beke)

Dat is veel meer dan de afgelopen sociale akkoorden. Dat klopt helemaal. Maar dat is wel net het probleem, minister, dat u nú pas beseft dat er wérkelijk moet worden geïnvesteerd in de zorg. Dat was al járenlang gekend. Al járen is personeel op straat gekomen, stonden er negenduizend zorgverleners in de straten van Brussel om meer personeel te eisen. En die eisten dat niet zomaar, minister. Dat personeel was tóén al op. De werkbaarheidsmonitor van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) toont dat mensen toen al voor de helft zeiden: ik heb geen werkbaar werk. Ze hebben té lage lonen. Dat had al járen geleden kunnen worden aangepakt. En nu pakt u ermee uit dat u een half miljard euro zult voorzien. Dat zal zelfs niet volstaan voor alles, voor meer personeel én voor loonsverhogingen. Dat zal zelfs niet volstaan, net vanwege die jarenlange onderfinanciering. En daarin hebt u met uw partij wél een verpletterende verantwoordelijkheid.

Eerst collega Saeys en nadien collega Schryvers. Dan mag u opnieuw beginnen aan uw resterende 3 minuten en 25 seconden.

Ook ik wil de oproep onderschrijven. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. We vechten allemáál tegen dat virus. We zijn met 11 miljoen Belgen. We zijn hier in Vlaanderen, maar ik wil toch een oproep doen aan de 11 miljoen Belgen, om zich te houden aan de basisregels. Vandaag kwam ik naar hier en zag ik weer mensen, op een afstand van minder dan anderhalve meter, zonder mondmasker. En dan denk je in jezelf: hoe kan dat in godsnaam? En daarmee begint het, met het motiveren van mensen. Dat is de essentie. En dat is heel belangrijk. Testing en tracing is onze eerste verdedigingslinie, dat is zo. Maar motivatie van mensen is zó, zó belangrijk.

Minister, ik heb u gisteren in de commissie een vraag gesteld. Ik weet dat de contacttracing op dit moment ook bijna niet meer kan volgen. Als er zo veel besmettingen zijn, is dat zeer, zeer moeilijk. En nu zal men een sms sturen naar hoogrisicocontacten. Een sms sturen, dat baart mij wel wat zorgen. Waarom? Als je mogelijk in contact bent geweest met iemand die besmet is, en je krijgt gewoon een sms die zegt: ‘Mijnheer of mevrouw, u moet nu tien dagen in quarantaine’, dan weet ik niet goed of dat wel een motivatie zal zijn voor die mensen om dat effectief te doen. En dat is nu juist het punt, mijnheer Vaneeckhout. U zegt: ‘Testen, of het nu positief is of negatief…’ Maar het gaat wel over het zich houden aan een quarantaine! Zelfs nu, als je geen test hebt, moet je je verdorie houden aan die tien dagen! En dát is de cruciale vraag: hoe gaan wij mensen daartoe motiveren?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Er zijn ook veel elementen aan bod gekomen die ik vanzelfsprekend in mijn tussenkomst ook wilde aanraken. Zo was er het beschermingsmateriaal. Daar was heel veel om te doen tijdens de eerste golf, maar gelukkig zitten we op dat vlak vandaag in een heel andere positie. Tekort aan materiaal kan vandaag geen reden meer zijn om bezoek in onze woonzorgcentra te beperken.

Een andere kwestie – en die is ook al ruim aan bod geweest – is het testen. Als we de woonzorgcentra openhouden voor bezoek – wat we allemaal willen –, dan weten we natuurlijk ook dat er besmettingen kunnen binnenkomen. Snelle opsporing van nieuwe besmettingen is dan natuurlijk cruciaal. Ik wil daarom toch de minister oproepen om aan de Federale Regering garanties te vragen dat het preventief testen in de woonzorgcentra een absolute prioriteit blijft en dat Vlaanderen zal kunnen blijven beschikken over voldoende materiaal, maar ook dat er kan worden ingezet op niet-medisch geschoold personeel om die testen af te nemen.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Ik wil dat er nu duidelijkheid wordt verschaft. Minister, blijven die preventieve testings in de woonzorgcentra gebeuren of niet? Er wordt heel veel verwarring over gezaaid.

De heer Parys heeft het woord.

De Waalse overheid heeft juist bekendgemaakt dat ze elke week het personeel in de woonzorgcentra zullen testen. Zal Vlaanderen dat ook doen? Vindt u dat nuttig?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Ik wil de vraag van mevrouw Vandecasteele beantwoorden. Het is daarstraks al aan bod geweest. Wij vinden preventieve testings in woonzorgcentra zeer belangrijk. Waar het kan, willen we dat die mogelijk blijven. We vragen aan de federale overheid om daarvoor in voldoende testcapaciteit te voorzien. Als het nodig is, mevrouw Vandecasteele, dan moeten er vanzelfsprekend prioriteiten worden gesteld. Daar hebben we daarstraks ook op gewezen.

Ik ga verder naar het luik personeel – het is hier ook uitvoerig aan bod gekomen –, want daar gaat ook mijn heel grote zorg naartoe. Voldoende capaciteit is een noodzakelijke voorwaarde om bezoek op een veilige manier te kunnen organiseren. Ik zal een tweet citeren van Naike Costa, directeur van woonzorgcentrum: “Bijna een job op zich om bezoek op de meest optimale manier te laten verlopen. Maar kijk, het biedt perspectief en er blijft ruimte voor menselijkheid en warmte.” Het is duidelijk dat zorgpersoneel vandaag opnieuw het beste uit de kast probeert te halen om het bezoekrecht te blijven respecteren. Ook zij willen natuurlijk niet teruggaan naar de situatie tijdens de eerste coronagolf.

Collega's, het is vandaag Dag van de Zorgkundigen en Verzorgenden. Normaal gezien is dat een moment om diegenen die werken in de zorg in de bloemetjes te zetten. Ik denk dat we hen vandaag geen groter plezier kunnen doen dan door elkaar niet te zwartepieten, maar samen de strijd aan te gaan tegen de vijand die het virus is, door samen te zoeken naar oplossingen. Dat gaat over de bevoegdheidsniveaus heen, over de partijgrenzen heen. Dat gaat over zelf allemaal de maatregelen opvolgen en alle burgers daartoe motiveren. Dat gaat ook over oplossingen zoeken voor de woonzorgcentra en de personeelsinzet daar. Er zijn al besprekingen gaande met betrekking tot de inzet van tijdelijk werklozen voor bijvoorbeeld niet-zorgtaken. Ik hoop dat er snel een positieve uitkomst is.

Er is ook het platform Help de helpers, waarvan de woonzorgcentra en de zorgsector zelf vragende partij zijn om het te kunnen blijven gebruiken. Laat ons dat ook verder zetten.

Het zorgpersoneel in de woonzorgcentra wil zijn job op een menselijke en warme manier uitoefenen. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat ze daar ook de ruimte toe hebben. Dat moeten we samen doen. Dat is de beste garantie opdat we die rode draad niet moeten lossen: zorgen dat doorheen deze periode niet alleen de zorg voor de fysieke gezondheid, maar ook het sociaal contact en de menselijke warmte voor onze ouderen verzekerd blijven. (Applaus bij CD&V)

Collega Schryvers, ik heb begrepen dat de heer Sintobin u nog kort wil onderbreken vooraleer hij zelf aan het woord komt.

Ik heb daarnet al geprobeerd om te zwaaien met het antwoord op een parlementaire vraag aan de minister over het platform ‘Help de Helpers’ waarnaar u verwees. Ik ga vlug enkele cijfers citeren. 

Heel snel, want u bent niet aan de beurt.

Hoeveel mensen hebben zich aangemeld? In april viel het nog mee: 2417. In mei waren het er 305, in juni 42, in juli 46, in augustus 28 en in september 13. Dat platform waar u telkens naar verwijst en waarover de minister de afgelopen maanden de loftrompet heeft afgestoken, werkt niet, jammer genoeg.

Ik kan u ook de cijfers van de woonzorgcentra geven. Zelfs de woonzorgcentra maken geen gebruik van dit platform.

Wilt u daar nog heel kort op repliceren? Heel kort alstublieft.

Collega Sintobin, ik weet zeker dat binnen de zorgsector en de woonzorgcentra het platform absoluut wel wordt gewaardeerd en dat men wel wenst dat dit wordt behouden. Bij dezen, doe ik ook een oproep aan iedereen die zich vrijwillig wil laten registreren en opnemen op dat platform. We gaan jullie de volgende weken nodig hebben.

Collega De Reuse, ook over dit onderwerp? Zeer kort.

Zeer kort want zowel collega Schryvers als collega Saeys haalden het al aan: de motivatie om de quarantaineplicht te volgen. De beste manier om iemand  te motiveren is hem een resultaat in handen te geven. Als men tien dagen in quarantaine zou moeten gaan voor iets dat men misschien niet heeft en waarbij men loon verliest – heel wat mensen hebben het al niet gemakkelijk –, dan heeft men daar niet veel zin in. Er is natuurlijk ook de druk van de collega-werknemers die zeggen: “Hoe komt het dat jij thuis mag zijn?”

Dat is duidelijk.

Men moet dus performant testen, goed communiceren en vooral de contactopsporing op een goede manier organiseren.

Collega Saeys, ook kort alstublieft. En dan collega Vandecasteele, ook kort alstublieft, want ik zou graag met de tweede spreker willen beginnen.

Heel kort. Ik vind het een zeer rare redenering want zelfs mensen die op dag vijf negatief zijn getest, moeten sowieso in quarantaine blijven, ongeacht of men een positief of negatief resultaat heeft. U laat uitschijnen dat enkel wanneer men positief getest is, men gemotiveerd is. Sorry, maar als men negatief is, moet men ook in quarantaine.

Mijnheer De Reuse, ik heb u het woord niet gegeven.

Eerst mevrouw Vandecasteele en dan gaan we over naar collega Sintobin voor zijn betoog.

Als we mensen willen motiveren om in quarantaine te blijven, dan zullen we vooral moeten beginnen met geen loon af te nemen. Mensen die momenteel in quarantaine gaan, verliezen 30 procent van hun loon. Ik weet niet of jullie weten wat dat betekent, maar dat betekent voor mensen zeer veel. Ik reken er dan op dat de mensen van Open Vld er ook op federaal niveau voor ijveren dat mensen 100 procent looninkomsten blijven krijgen tijdens de quarantaine.

Het woord is nu aan de Vlaams Belang-fractie. 5 minuten.

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik weet niet of ik mijn 5 minuten op zal gebruiken want ik heb al een en ander gezegd.

U hebt al heel veel gezegd.

Ik ben een beetje ontroerd door de tussenkomsten van collega Parys. Minister, ik vind het ontroerend hoe de heer Parys u telkens opnieuw uit de wind zet en altijd maar bezig is tegen de PVDA en de sp.a en over het federale niveau en Wallonië en Brussel. Ik dacht dat hij via andere communicatiemiddelen wel wat meer kritiek had op uw beleid, maar hier in de plenaire vergadering heeft hij daar waarschijnlijk het lef niet voor.

Twee, ik wil terugkeren, collega Parys, naar het onderwerp van het actuadebat.

Dat zou zeer goed zijn, ja.

En dat was het garanderen van het bezoekrecht aan de woonzorgcentra. Tot nu toe, 1 uur en 20 minuten later, heb ik van u nog altijd geen garantie gekregen, minister, op welke manier u dat bezoekrecht gaat garanderen en wat u zult doen met woonzorgcentra die nu al in lockdown zijn – er zijn verschillende voorbeelden van – en geen bezoek toelaten. Hoe zult u dat bezoekrecht afdwingen? Hebt u trouwens de middelen om dit af te dwingen of kunt u alleen richtlijnen uitzenden?

Wat het personeel betreft, ik was...

Minister Beke wil onmiddellijk antwoorden op uw vraag. U wordt op uw wenken bediend.

Dat u tevreden zult zijn met het antwoord, heb ik niet gezegd. U wordt gewoon op uw wenken bediend.

In de commissie zijn er maar weinig mensen tevreden met de antwoorden.

Van u, of van de minister?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega Sintobin, ik wil antwoorden op twee vragen die u gesteld hebt.

Ten eerste hebt u verwezen naar de commissie ad hoc. We hebben in de commissie die u voorzit al tweemaal, nog voor deze plenaire vergadering deze aanbevelingen goedgekeurd heeft, die aanbevelingen overlopen. Als ik mij niet vergis, zijn 87 van de 95 aanbevelingen intussen uitgevoerd of in uitvoering. We zijn daar dus onmiddellijk mee aan de slag gegaan. Ik vermoed dat we nog wel de gelegenheid zullen krijgen in uw commissie om daar opnieuw over te rapporteren.

Ten tweede heb ik, wat het bezoekrecht betreft, daarstraks geantwoord. Wat mij betreft, en dat heb ik ook heel duidelijk gezegd aan de voorzitter van de taskforce – die taskforce vergadert straks –, moet de bezoekregeling gegarandeerd blijven, met één knuffelcontact en vier personen, zoals het ook voor alle mensen geldt, in de juiste omstandigheden: dat wil zeggen met de nodige afstand, mondmasker op, en alle regels die daarvoor gerespecteerd moeten worden. Het kan zijn dat, wanneer er een uitbraak is, een woonzorgcentrum dat tijdelijk kan opschorten.

Wordt dat gecontroleerd? De voorbije maanden is onze Zorginspectie in 160 woonzorgcentra geweest. Ik heb toen in uw commissie vragen gekregen of ik niet op mijn kop gevallen was, dat we op het ogenblik dat de woonzorgcentra bezig waren een crisis te bestieren, er ook nog de Zorginspectie op afstuurden. Ik zeg niet dat ik van u die vraag gekregen heb, ik heb in uw commissie die vraag gekregen. Ik heb toen gezegd waarom we dat zouden doen: om te kijken of dat wat we hier in het parlement allemaal zo belangrijk vonden, de aanbevelingen die we hier goedkeuren, de instructies die we geven over bezoekregeling, maar ook over opleiding van personeel en andere dingen, op het terrein wordt opgevangen. Dat is niet om op de vingers te kletsen, dat is om bij te staan en te zien of het lukt, en als het niet lukt, om te zien hoe er geremedieerd kan worden. Ik denk dat dat een heel duidelijk antwoord is, wat mij betreft wel. Ik heb begrepen dat dat straks ook in de taskforce bevestigd zal worden.  

De heer Sintobin heeft het woord.

Ja, wat u betreft, daarmee is alles gezegd natuurlijk. Ook wat mij betreft is er bezoekrecht mogelijk, maar ik stel toch maar vast dat een aantal woonzorgcentra de afgelopen dagen de deuren sluiten en geen bezoek meer toelaten. U laat het zelf open, u zegt dat een sluiting tijdelijk kan gebeuren. Het probleem is natuurlijk: wie bepaalt dat, hoe lang wordt dit gedaan? Woonzorgcentra beslissen daar feitelijk zelf over. Anders zou u geantwoord hebben op mijn vraag of u dit kunt afdwingen; blijkbaar niet. Het is aan de woonzorgcentra zelf om al dan niet te sluiten en geen bezoekrecht toe te laten. We zullen dus ongetwijfeld weer in dezelfde situatie geraken. Collega Parys en anderen kunnen hier dan wel zeggen dat we plannen moeten opmaken inzake eenzaamheid, volledig akkoord, maar mensen zullen in eenzaamheid zitten en ouderen zullen weer opgesloten worden in hun kamers. Het is dus eigenlijk maart ‘all over again’, zou ik zeggen, wanneer ik uw antwoord hoor.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Collega, hoe kunt u nu zeggen dat het dezelfde situatie is als in maart? (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Toen was er een algemene lockdown en is er beslist dat alle woonzorgcentra van het ene moment op het andere dicht gingen en dat er geen bezoek meer mocht komen. Vandaag is dat niet zo en zijn er richtlijnen om het bezoek wel te garanderen. U hebt ook de coronacommissie gevolgd; u was er, denk ik, ook toen mevrouw Moykens in de commissiehoorzitting geweest is. Daar hebben we de vraag gesteld aan mevrouw Moykens: wat als een woonzorgcentrum – dat kan uit angst voor het virus zijn – toch zegt de deuren te sluiten? Toen was die algemene richtlijn er nog niet; ondertussen is de richtlijn veel strikter dat bezoek altijd mogelijk moet zijn. Maar als het desondanks vandaag toch nog zou gebeuren, verwijs ik naar wat mevrouw Moykens toen zei, dat we dan contact gaan opnemen met dat woonzorgcentrum en proberen te zien hoe we hen kunnen helpen, ondersteunen, begeleiden om die angst weg te nemen en bezoek wel mogelijk te maken. Ik hoop dat dat vandaag ook kan blijven gebeuren, wanneer wordt vastgesteld dat woonzorgcentra inderdaad uit angst de deuren zouden sluiten.

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, het is inderdaad belangrijk dat we die aanbevelingen ter harte nemen. Ik ben heel tevreden dat iedereen, van links tot rechts, zegt: dat bezoekrecht moeten we absoluut garanderen.

Minister, ik heb een vraag voor u. Er blijft iets hangen bij mij. De heer Parys heeft er ook naar verwezen. Om de bezoekregeling te kunnen blijven afdwingen, is de preventieve testing in woonzorgcentra essentieel. Het parlement heeft, ook al werken we goed samen rond de coronacrisis, het recht om te controleren. Ik heb nog altijd geen duidelijk antwoord van u gekregen. Op 25 september zei een woordvoerder van het agentschap Zorg en Gezondheid: ‘Wij stoppen met de preventieve testing in woonzorgcentra’. Dat werd bevestigd. Dat stond in het artikel, zelfs met een quote van u, namelijk dat de preventieve testing ten minste tot 4 oktober wordt opgeschort. Dat wordt in de coronataskforce bevestigd.

Als we er inderdaad voor willen zorgen dat – ik lees ook kranten, sommigen sluiten zich volledig af – we dat scenario niet bij anderen zien, is de preventieve testing, zoals collega Parys aangaf, essentieel. Mijn vraag aan u blijft: hoe zit het met de preventieve testing vandaag? Dat is de vraag. Wordt er nog preventief getest? Volgens wat ik lees, volgens de woordvoerders van het agentschap, wordt de testcapaciteit vooral opgespaard voor degenen waar een besmetting plaatsvindt.

De heer Parys heeft het woord.

U citeert uit een oud krantenartikel. Ondertussen is de preventieve testing – ik heb daar toen op gewezen dat ze dreigde afgeschaft te worden – opnieuw actief. Vorige week hadden we dan een incident waaruit bleek dat de preventieve testing misschien ook in het gedrang kwam. Toen is er te elfder ure een testcapaciteit vrijgemaakt om de preventieve testing in de woonzorgcentra te kunnen laten blijven doorgaan, juist omdat, u hebt dat heel juist gezegd, zij een essentieel onderdeel is om dat bezoekrecht dat een mensenrecht is, te garanderen. Wij blijven op die lijn zitten: woonzorgcentra moeten de preventieve testing kunnen blijven doen.

De minister zal alleen maar bevestigen dat dat vandaag het geval is. Laat ons zeggen: wie begint over dingen die twee weken oud zijn in de coronacrisis, moet beseffen dat die waarschijnlijk al gedateerd zijn.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Uw voordvoerder heeft vandaag, 21 oktober, in De Standaard gezegd dat de preventieve testings in woonzorgcentra stoppen, omdat we niet kunnen blijven personeel van woonzorgcentra daaraan laten werken. Dat zei uw eigen woordvoerder.

Op de interministeriële conferentie van maandag was u aanwezig. Er waren verschillende prioriteiten. Aan de ene kant ziet u de symptomatische patiënten, aan de andere kant clusters in collectiviteiten. Dat wil zeggen: beginnen testen als er al uitbraken zijn.

Ten derde, preventieve screening gaat over nieuwe bewoners van woonzorgcentra. Andere preventieve screening wordt tot en met 15 november opgeschort. Ik denk dat u daar eindelijk duidelijkheid over mag schaffen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Zoals gezegd, is er maandag een interministeriële conferentie bijeengeweest. Die heeft op voordracht van de coronacommissaris een aantal prioriteiten gelegd. We hebben het debat daarover daarstraks gehad. Een van die prioriteiten is dat voor het niet meer asymptomatisch testen een uitzondering wordt gemaakt. Ik citeer: “Een uitzondering wordt gemaakt inzake de opschorting van de preventieve testen van individueel asymptomatische personen voor gezondheidswerkers die wel getest kunnen blijven zodat hun veiligheid en veilige inzetbaarheid binnen het gezondheidssysteem maximaal wordt verzekerd.” Dat is wat ik daarstraks heb gezegd.

Wat de bewoners betreft: al die nieuwe bewoners zullen nog verder getest worden. We zullen zelf nog antigeentesten aankopen. Dan gaan we in overleg met professor Herman Goossens, die dat leidt en die ook in de Vlaamse testgroep zit, bekijken hoe we dat het best kunnen inzetten. Het kan best zijn dat we die cumulatief gaan inzetten, dat we er een en-enverhaal van maken. Ik hoop dat we die antigeentesten snel hebben. Dan kunnen we ze snel inzetten.

Collega Parys, u verwijst naar de Waalse Regering. Ik weet niet wat die precies beslist hebben, maar als het gaat over speekseltesten, dan vraag ik me af hoe ze dat gaan doen. (Opmerkingen van Lorin Parys)

Ik zit niet in de Waalse Regering, dus ik kan er niet op antwoorden. Een probleem met die speekseltesten, collega's, is dat die nog altijd naar de labo's moeten gaan. Iedereen zegt dat dat sneltesten zijn, maar die moeten naar labo’s gaan. En dat is nu net het probleem. Collega Saeys heeft het al terecht gezegd. Het probleem is dat de labo's niet meer konden volgen. Op de IMC is gevraagd hoe het nu zit met de labo's en wat de snelheid van die labo’s is. De Vlaamse labo's slagen er nog in om in 74 procent van de tijd binnen de 24 uur resultaten af te leveren, de Waalse labo's in 41 procent en de Brusselse labo’s in 50 procent. Binnen de 36 uur zijn er nog maar 15 procent van de Vlaamse labo's die geen resultaat hebben binnengeleverd. In Wallonië en Brussel is dat het omgekeerde. Dus als men zegt dat men dat met speekseltesten gaat doen, en men moet via de labo’s gaan, dan wordt men eigenlijk met dezelfde problemen geconfronteerd.

Ik kan dus geen uitspraak doen over hoe ze het doen. Ik kan alleen maar zeggen dat wij een dubbele strategie hebben, en dat is ten eerste: zorgen dat de testcapaciteit maximaal ingezet blijft worden voor de woonzorgcentra. En dat betekent inderdaad dat het dus voor andere op dit ogenblik eigenlijk niet zal zijn en dat we terzelfder tijd ook antigeentesten zullen aankopen. Professor, euh, minister Frank Vandenbroucke heeft gezegd – het ene sluit het andere niet uit. Professor is ook goed. (Gelach. Opmerkingen van Bruno Tobback)

Professor-minister Frank Vandenbroucke heeft dus gezegd dat die er de komende weken niet gaan zijn. Ik weet niet wanneer die er zullen zijn. Ik hoop dat we die zo snel mogelijk gaan hebben. En intussen denken we na om die op een verstandige manier te kunnen inzetten.

De heer Parys heeft het woord.

Ik had dezelfde bedenking als de minister bij de Waalse plannen, omdat die natuurlijk ook labo's nodig hebben. Maar tegelijkertijd zijn die Waalse plannen wel ook meteen het antwoord op de vraag wat die interministeriële conferentie heeft beslist, mocht daar onduidelijkheid over zijn.

Mijnheer Rzoska, als de Waalse overheid beslist om elke week preventief alle personeel van alle woonzorgcentra te testen – ze kondigen dat aan, ik weet niet hoe ze dat gaan doen –, dan wil dat natuurlijk ook wel zeggen dat de interministeriële conferentie dat totaal niet onmogelijk heeft gemaakt en dat het dus wel gewoon kan blijven duren. De PVDA zegt hier dat er niet meer preventief kan worden getest omdat dat zou zijn beslist, maar de Waalse Regering bewijst wel het tegendeel door te zeggen dat ze nu elke week preventief alle personeelsleden gaan testen. We mogen daar dus ook geen onduidelijkheid over laten bestaan. De minister is duidelijk geweest. Laat ons dat personeel ook geruststellen.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Ik wil het personeel inderdaad geruststellen, als het klopt wat u zegt. U begint met te zeggen dat ook beslist is dat er een uitzondering is voor zorgpersoneel. Maar dat gaat wel over zorgpersoneel dat hoogrisicocontacten heeft. Ik lees hier ook maar letterlijk de besluiten van de IMC, minister. Daarin staat: “Voor zorgprofessionals wordt een uitzondering gemaakt: contacten met een hoog risico die werkzaam zijn in de zorg kunnen worden getest.” Dat gaat over hoogrisicocontacten. Dat gaat niet over een preventieve screening van woonzorgcentra als het aantal besmettingen in hun regio stijgt.

Dit is inderdaad zeer belangrijk. Om te vermijden dat het virus binnenkomt, is een preventieve wekelijkse testing nodig van woonzorgcentra. En dan wil ik inderdaad zekerheid hebben voor het zorgpersoneel dat dat vandaag zal gebeuren, ook in Vlaanderen.

De heer De Reuse heeft het woord.

We stellen vast dat de labo's niet meer genoeg de snelheid kunnen maken die nodig is om tijdig de testresultaten af te leveren. Maar naar aanleiding van het interview deze week met de heer Facon op Radio 1, waarin hij verwees naar de voetballers en de cultuurwereld, werd contact opgenomen met een labo in West-Vlaanderen, dat geklasseerd staat als een soort overslaglaboratorium. Enkel als de capaciteit in de normale labo's niet genoeg is, worden die mensen aangesproken. Hoe komt het dat zij dan nog niet aangesproken werden om in het geheel van labocapaciteit opgenomen te worden? Want ik stel vast dat zij wel degelijk nog resultaten afleveren binnen de 24 uur.

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik zou eigenlijk eerst graag van de minister een antwoord krijgen op de vraag van mijn collega De Reuse, waarom die overslaglabo’s niet worden ingezet. Het is toch ongelooflijk dat we hier anderhalf uur zitten te debatteren over onder andere de labocapaciteit, en dat we nu moeten vaststellen dat er wel nog capaciteit over is, maar dat we er gewoon geen gebruik van maken. Ik reguleer de werkzaamheden niet, maar het zou toch…

Dat klopt!

Het zou toch wel interessant zijn om een antwoord te krijgen op de vraag van mijn collega.

Als minister Beke daartoe bereid is, krijgt hij het woord. Anders gaat u gewoon verder.

Minister Wouter Beke

Vanuit Vlaanderen hebben wij geen vat op die labo’s. Dat is een federale bevoegdheid. Ik weet dat u dat niet prettig vindt, en ik denk dat we het er zelfs over eens zijn dat we dat liever anders zouden zien, maar op dit ogenblik is dat zo. Ik heb als Vlaams minister geen vat op die labo’s. Ik zal dat mee overnemen en aan mijn federale collega bezorgen.

Ik wil nog iets zeggen over die testen. In het voorjaar, bij het begin van de crisis, einde maart, begin april, hebben minister De Backer en de federale diensten antigentesten, sneltesten gekocht. Die bleken toen onvoldoende rijp om in te zetten. Toen is er in het Federaal Parlement een hele heisa geweest, waarbij de minister onder vuur is komen te liggen. Men zei: ‘U hebt miljoenen euro’s uitgetrokken om testen te kopen waar u niets mee bent.’ Dat is ook waarom we een strategie hebben gevolgd waarbij we eerst wilden inzetten op PCR-testen. Na Denemarken zetten we het meeste daarop in. De vergelijking met Duitsland kunnen we rustig doorstaan. Wanneer die antigentesten de graad van performantie hebben bereikt om ze te kunnen inzetten, moeten we ze ook inzetten. Ik denk nog altijd dat dat een juiste beslissing is geweest.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, we zitten al meer dan zeven maanden in een zware gezondheidscrisis. Ik vind het altijd spijtig dat hier niets anders wordt gedaan dan paraplu’s opentrekken en verwijzen naar het federale niveau. Ik denk dat dit debat een ding duidelijk maakt: alle bevoegdheden moeten naar de regio’s komen. Maar dat is een totaal ander debat.

Ik veronderstel, minister, dat u dagelijks of tweedagelijks in overleg bent want het is soms moeilijk om nog duidelijkheid te krijgen: er zijn taskforces allerhande, overlegcomités, werkgroepen, en wat nog allemaal. Maar op het terrein is daar soms niets van te merken. Ik veronderstel dat u regelmatig overlegt met het federale niveau. Ik zou dus graag van u tegen volgende week willen weten waarom er geen gebruik wordt gemaakt van de overslaglabo’s. Want inderdaad, wanneer we uitbraken willen vermijden in de woonzorgcentra, zal het alleen lukken met preventief testen. Iedereen is het daarover ondertussen eens: preventief testen van het personeel moet ervoor zorgen dat er minder of geen uitbraken zijn in woonzorgcentra.

Wat het bezoekrecht betreft, vond ik het antwoord van collega Schryvers op mijn vraag duidelijker dan uw antwoord. Ik bedank dus collega Schryvers voor het duidelijke antwoord. We zullen het wel zien, de komende dagen en weken, hoe het loopt met het bezoekrecht in de woonzorgcentra. Ik zeg u, mevrouw Schryvers, nogmaals: er zijn nu al tientallen woonzorgcentra gesloten, in lockdown, waar geen bezoekrecht meer mogelijk is. U zegt dat het allemaal maar tijdelijk is. We zullen dat moeten zien. Voor de mensen die daar zitten is tijdelijk ook een eeuwigheid.

Voor het personeel wachten we af. Minister, u hebt tijdens het debat dikwijls gesproken over die 500 miljoen euro en over de inspanningen die u hebt gedaan. Allemaal goed en wel maar ik weet één ding, en dat zal ongetwijfeld aan bod komen bij de vraag van collega Vaneeckhout: het personeel is op, het personeel is angstig, het personeel is bang, het personeel is niet gerust op wat komen gaat. Men is vooral angstig om opnieuw in dezelfde situatie te geraken als in maart. Zoals we nu bezig zijn, zoals het beleid nu voortgaat, zowel federaal als Vlaams, zitten we binnenkort in dezelfde situatie als in maart. Er is geen proactief beleid, ik zeg het nogmaals. En dan kunt u wel zeggen dat er genoeg beschermingsmateriaal is en dergelijke. Maar dat heeft ook een aantal maanden geduurd. Nu zitten we in dezelfde situatie, maar met andere problemen, waarvoor eigenlijk nog een oplossing moet worden gezocht, terwijl die oplossingen er nu al zouden moeten zijn. Dat neem ik u, als bevoegd minister, bijzonder kwalijk.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Voorzitter, we hebben al een heel debat achter de rug. Ik zal een poging doen het niet te lang te rekken en mijn vijf minuten, die nog niet lopen, niet volledig in te vullen. (Opmerkingen)

Mijnheer Vaneeckhout, uw tijd is om.

Voorzitter, wat ik heb gezegd, was toch boeiend.

Ik zal bij het begin beginnen. We zitten hier in het Vlaams Parlement. Dat is een parlement en dat parlement is Vlaams. Zoals ik al heb gezegd, hoop ik dat het antwoord op wat ik de komende minuten zal zeggen niet zal zijn dat we deze crisis samen moeten doormaken.

Minister, u kunt veel zeggen, maar ik denk niet dat u de oppositie in het Vlaams Parlement kunt verwijten dat ze de voorbije maanden, sinds maart 2020, niet constructief is geweest. We hebben op gezette tijden decreten in spoedtempo door het Vlaams Parlement gejaagd. Die decreten zijn vaak in sneltempo verwerkt. Iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid genomen om te proberen deze crisis samen te beteugelen.

Dat we hier in een parlement zitten, betekent dat we ook kritische vragen durven te stellen. We zullen dat ook blijven doen. U kunt er zich hier elke week druk om maken dat we vervelende vragen stellen, maar dat is onze opdracht. Die kritische vragen leven ook in de samenleving.

Ik hoor hier terecht veel pleidooien voor een draagvlak voor de naleving van alle maatregelen. Als ik met mijn uitspraken over de testen een verkeerde interpretatie mogelijk heb gemaakt, is dat nu rechtgezet. Ook wie negatief test, moet in quarantaine. De maatregelen moeten worden nageleefd.

Een element van het draagvlak voor de maatregelen is het gevoel dat er een degelijke aanpak en een degelijk beheer van de crisis is. Dat gevoel ontbreekt momenteel bij de Vlamingen. Als ik hier zeg dat er geen plan is, spoelt mijn mailbox vol met berichten van mensen die vinden dat eindelijk eens is gezegd dat er geen plan is. Dit is wat leeft in Vlaanderen. U kunt dat ontkennen of u kunt hier lacherig over doen, maar dat is echt een probleem.

We zitten hier in het Vlaams Parlement. Ik vind het hier enorm boeiend. Ik wil open en bloot mijn mening over allerlei zaken op allerlei niveaus zeggen. Zij die me kennen, weten dat ik niet altijd een blad voor de mond neem. Ik heb bewust voor het Vlaams Parlement gekozen. Ik wil een zelfbewust parlement dat weet voor welke zaken het bevoegd is. Als we alle energie die we hebben gestoken in verwijzingen naar de federale overheid en in het kijken naar wat in Brussel of in Wallonië gebeurt in een deftige aanpak van de crisis hadden gestoken, zou ik er misschien van overtuigd zijn dat Vlaanderen het beter kan. Op dit moment ben ik daar absoluut niet van overtuigd. Dat is voor het Vlaams beleidsniveau een spijtige zaak.

Ik wil nog drie inhoudelijke elementen aankaarten. Ik zal proberen dat te doen door middel van zeer constructieve voorstellen.

Ten eerste hebben we met betrekking tot het personeel een tijdje geleden het voorstel op tafel gelegd de vrijwilligers en de mantelzorgers actief aan te spreken om in de woonzorgcentra een ondersteunende rol op zich te nemen. Wilt u hier verder mee aan de slag gaan? Wilt u nagaan met welke modaliteiten dat kan? De cijfers van het platform waarnaar is verwezen, tonen aan dat dit niet de enige manier mag zijn om mensen aan te trekken. Wilt u actief initiatieven ten aanzien van mantelzorgers en vrijwilligers nemen? We kunnen ervan uitgaan dat mantelzorgers met veel liefde naar de bewoners van de woonzorgcentra kijken en daar op een goede manier mee zouden omgaan.

Ten tweede mag u me niet kwalijke nemen dat ik uit uw antwoord over de bezoekgarantie afleid dat er geen volledige garantie is. Er kan altijd een tijdelijke schorsing van het bezoekrecht zijn. De resolutie met 95 aanbevelingen is geen vodje papier. Het Vlaams Parlement heeft beslist dat er te allen tijde een bezoekgarantie moet zijn. Ik vraag u om ervoor te zorgen dat die garantie er is, dat u die garantie kunt afdwingen als ze er niet is en dat mensen de mogelijkheid tot een bezoekgarantie hebben. Momenteel gaat de helft van de klachten bij de Woonzorglijn over het bezoekrecht. We moeten onze bewoners en hun familieleden beter wapenen om hun rechten op het terrein te kunnen afdwingen.

Ten derde hebben we wel wat vragen over het preventief testen. In alle beslissingen die hierover zijn genomen, is opgenomen dat de testcapaciteit voorhanden moet zijn. Dat is logisch. Het is ook geen bevoegdheid van het Vlaams Parlement. Het betekent echter dat de rol van de sneltests fundamenteel is. Ik blijf bij mijn punt. U hebt een beslissing hierover gedurende lange tijd terecht afgehouden. Waarom hebt u niet geschakeld op het ogenblik dat Duitsland heeft geschakeld? Waarom hebt u er toen niet voor gezorgd dat een bestelling werd geplaatst? De mondmaskers van de eerste golf zouden weleens de sneltests van de tweede golf kunnen worden. De internationale markt zal worden overspoeld en we zullen in leveringsproblemen komen.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Er is natuurlijk al heel veel gezegd, en ik denk dat we nu alle cijfers kennen. Maar we staan nog voor heel pittige weken. Ik denk dat we echt nog maar aan het begin zitten. Ik heb die vrees hier al een aantal keren geuit, en ik denk toch dat we voor maanden vertrokken zijn. Nu, het lijkt mij logisch dat we in de woonzorgcentra een stijgende trend zien, aangezien het virus in de maatschappij op dit moment enorm woekert. Vooral die snelheid is enorm beangstigend. Het personeel heeft inderdaad niet kunnen recupereren.

Men heeft nog altijd stress van die eerste golf, en nu staan ze plots voor een tweede, veel vroeger dan oorspronkelijk gedacht. En ze zijn heel moe. Zij hebben zowel psychische als fysieke tekenen van belasting. We zien nu dat er steeds meer medewerkers ook thuisvallen, niet alleen vanwege coronabesmettingen maar ook door burn-outs en om andere medische redenen. We gaan dus inderdaad echt werk moeten maken van het inzetten van andere profielen, met name die tijdelijke werklozen, omdat de zorgkundigen en verpleegkundigen zich echt moeten kunnen richten op de taken waarvoor zij echt nodig zijn, en dat zijn de zorgtaken.

Het is ook heel belangrijk dat we goed in het oog houden dat we voldoende beschermingsmateriaal hebben, te allen tijde. We willen inderdaad toch niet meer in de situatie terechtkomen zoals in het voorjaar. Het is heel belangrijk om dat goed te monitoren, zodat ons personeel in veilige omstandigheden kan werken. Dat is ook een voorwaarde om bezoek mogelijk te maken.

Ik denk dat niemand een nieuwe lockdown wil, maar het is hier al gezegd: we zijn het over alle partijgrenzen heen eens dat bezoek gegarandeerd moet zijn. We moeten dus alle hens aan dek hebben om dat ook mogelijk te maken. Meer handen zijn echt wel nodig.

Ik heb vorige week gewaarschuwd dat de dijken op barsten staan. We zijn een week later, en de teststrategie moest aangepast worden. Maar het was ook een vraag van de huisartsen, omdat zij inderdaad voelden dat ze niet meer konden. En dan moet er natuurlijk ingegrepen en bijgestuurd worden. Dat is dan niet altijd heel leuk en plezant, maar we kunnen gewoon niet anders. Het is anders niet meer haalbaar.

We hebben het hier al veel gehad over dat preventief testen in de woonzorgcentra. Hoe ik het lees is dat er enkel preventief wordt getest bij nieuwe bewoners van woonzorgcentra, bij clusters en bij contacten met hoogrisico voor personen werkzaam in de zorg, onder andere in de woonzorgcentra. Er zijn daar dus wel gaten. Ik denk dat u daar binnen de taskforce toch eens moet kijken of daar inderdaad toch geen aanpassing moet gebeuren rond het preventief screenen. Ik denk dat een absolute voorwaarde is om er juist voor te zorgen dat we die besmetting meer kunnen buitenhouden uit die woonzorgcentra.

Rond de sneltesten is hier ook al heel veel gezegd, daar ga ik niet op terugkomen.

In verband met het contactonderzoek wil ik toch nog eens benadrukken dat het heel belangrijk is om dat telefonisch te doen, en niet via sms. We moeten mensen echt motiveren om in quarantaine te gaan. Dat is een hele opoffering, ik versta dat compleet. Ik zou het zelf ook niet evident vinden om zolang thuis te zitten. Maar je moet dat doen, niet alleen voor jezelf maar vooral voor je moeder, je vader, je grootmoeder, je zus, je broer. Het is dat wat wij de mensen echt moeten vertellen: waarom het zo belangrijk is dat zij dat doen. We moeten mensen dus echt aansporen om de regels te respecteren. Daarom juich ik het initiatief toe dat u hebt genomen met uw collega Somers, om een vergoeding te geven voor de lokale contactopsporing. Testen en contacttracing, dat is onze eerste verdedigingslinie, samen met het motiveren. Het is nu echt alle hens aan dek willen we die curve ombuigen.

Het water staat de eerstelijnszorgers aan de lippen. Als we er nu niet voor zorgen dat we dit doorbreken, zullen onze ziekenhuizen vollopen en zal alle zorg volledig vastlopen. Dan ben ik zelf ook bang dat we taferelen zullen krijgen die we op televisie hebben gezien, en die we niet willen. Daarom doe ik nog eens een oproep om je alstublieft aan alle regels te houden. (Applaus bij Open Vld)

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, het is zeer belangrijk dat we goed blijven onthouden wat de eerste golf heeft betekend. Die eerste golf was een echte humanitaire ramp. Artsen Zonder Grenzen heeft beslist om hier te komen interveniëren, normaal doen ze dat in het buitenland, maar nu was dat bij ons het geval. De coronapandemie is een humanitaire ramp die enorm veel lichamelijk en psychisch lijden heeft teweeggebracht en dat nog altijd doet.

We hebben maanden de tijd gehad om dijken op te werpen om te vermijden dat we in onze zorgsectoren, de woonzorgcentra, de gezinszorg en andere instellingen, opnieuw besmettingen zouden binnenhalen. Een van de belangrijkste zaken daarbij is testing. Bij de eerste golf had het zorgpersoneel al het gevoel dat zij als laatste in de rij stonden voor beschermingsmateriaal, voor tests en nu voelen ze opnieuw dat ze langer moeten wachten op die tests. Uit de uitleg die u daarnet hebt gegeven, blijkt dat u niet van plan bent om in Vlaanderen wekelijks te testen in de woonzorgcentra.

De manier waarop het virus tijdens de eerste golf is binnengekomen was net via de asymptomatische personeelsleden die kwamen werken en die het virus konden binnenbrengen. Als wij die personeelsleden nu, tijdens een tweede golf, niet blijven testen, dan zullen ze dat opnieuw doen en dan kan het virus opnieuw binnenkomen.

Ook bij clusteruitbraken is het virus binnengekomen. Wanneer er een clusteruitbraak is, wanneer er vijf besmettingen zijn, dan zijn we te laat om te voorkomen dat het virus zich verspreidt en dat het personeel opnieuw hetzelfde moet doormaken als tijdens die eerste golf.

Ik heb al in mei gevraagd om met preventieve testing te beginnen maar uiteindelijk bent u daar pas eind augustus mee begonnen. Een maand later, eind september, moest u al opschorten omdat er te weinig tests waren. En nu het testen is gestart, moet u opnieuw stoppen. Dat is een groot probleem en ik reken erop dat u dit in orde brengt en dat er wekelijks wordt getest in de woonzorgcentra en bij de gezinszorg in andere instellingen.

Minister, het zorgpersoneel voelt zich echt in de steek gelaten en ik hoop dat u dat heel goed beseft, en dat u heel goed luistert naar de mensen op het terrein. Bij een eerste golf voelden zij zich in de steek gelaten, bij een tweede golf voelen ze zich opnieuw steek gelaten had. Dat komt omdat er vandaag geen leger klaarstaat om hen te helpen. U moet nu beginnen fantaseren hoe u mensen zult vinden voor de versterking van de woonzorgcentra. Dat is ongezien. U hebt maanden de tijd gehad, u wist dat het personeel oververmoeid was en heel veel druk te verduren heeft gehad maar u hebt niet ingegrepen en moet vandaag beginnen zoeken naar versterking voor het personeel. Dat is een groot probleem. Er is versterking nodig van het niet-medisch personeel maar er is zeker en vast en vooral ook versterking nodig van het medisch personeel.

Minister, u hebt de steunmaatregelen voor het personeel – de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, COVID-19, financiële steun voor compensatie en vergoeding van extra inzet van het personeel – eind september afgebouwd en stopgezet. Zult u die steunmaatregelen voor de woonzorgcentra peracuut vandaag inzetten of niet?

Het personeel van de woonzorgcentra is volledig uitgeput. De situatie is vandaag onhoudbaar. De cijfers van de zorgbarometer tonen aan dat een op de vier mensen wil stoppen met de zorg. Op een moment dat wij die mensen keihard nodig hebben, zeggen zij dat ze het niet meer aankunnen en dat ze overwegen om uit de zorg te stappen. De helft van de mensen staat onder druk, de helft van de mensen is oververmoeid, mensen hebben een slaaptekort, hartkloppingen, spierpijn. Het personeel in de woonzorgcentra werkt zich uit de naad. Er zijn directies die sinds de uitbraak van de coronacrisis elk weekend zijn gaan werken, die uitgeput zijn en die vandaag versterking nodig hebben.

En wat horen ze dan, minister? Dat de versterking die u in juli hebt beloofd, namelijk vijftien mobiele teams die de woonzorgcentra zouden helpen bij uitbraken en medisch en geschoold personeel dat kan omgaan met uitbraken, er vandaag niet is. Ik vind het onvoorstelbaar, minister, dat u niet ingrijpt terwijl u weet dat dit zo belangrijk is. Dat was al in februari belangrijk. Artsen Zonder Grenzen heeft erop aangedrongen om mobiele teams samen te stellen, zij hebben dat eigenlijk zelf gedaan om in te grijpen. U hebt in juli beloofd daarvoor te zorgen maar vandaag zijn die teams er nog altijd niet.

Ik reken erop dat u die teams zeer dringend inzet, zeer dringend bij elkaar zoekt en zorgt voor de versterking van de woonzorgcentra.

Uw tijd is om. U hebt echter ook al veel gezegd.

Ik wou nog drie korte vragen stellen.

Mevrouw Vandecasteele, niemand heeft u onderbroken, dus u hebt eigenlijk aan één stuk door kunnen praten. U hebt daarnet heel veel kansen gekregen om anderen te onderbreken, dus ik denk dat uw belangrijkste punten zijn gemaakt. Ik ken uw partijprogramma natuurlijk niet vanbuiten, maar ik ga daarvan uit.

Collega Anaf, u hebt ook vijf minuten.

Voorzitter, er is al heel veel gezegd, er is al een heel lang debat geweest, dus ik denk dat ik de vijf minuten zelfs niet volledig zal gebruiken. Ik zou echter wel graag iets willen zeggen, uiteraard.

Collega’s, in alle ernst, als ik dit debat hoor, ben ik ervan overtuigd dat iedereen hier dezelfde bezorgdheid deelt. We willen absoluut niet wat er in maart, april, mei is gebeurd. Dat is ook de reden waarom we in de coronacommissie allemaal samen naar aanbevelingen hebben gezocht. Er zijn een aantal dingen gebeurd die ons hebben verrast.

Er was de sluiting van die woonzorgcentra op dat moment. Goed, dat is gebeurd en we willen dat niet meer opnieuw. We delen die bezorgdheden over het bezoekrecht – mensen mogen niet meer vereenzamen –, maar we moeten ook heel eerlijk zeggen dat we allemaal elke dag met een bang hartje de sterftecijfers volgen en hopen dat ook daar niet dezelfde cijfers terugkomen die we in het voorjaar hebben gezien. Laten we hopen dat dat meevalt.

Er zijn heel veel zaken voorbereid. We zijn veel beter voorbereid dan in het voorjaar, door de ervaring die – helaas – is opgedaan in het voorjaar, door de beschermingsmiddelen die er nu wel in groten getale aanwezig zijn, door het feit dat de richtlijnen nu ook veel duidelijker zijn omdat we het al eens hebben meegemaakt.

Testen is inderdaad een heel belangrijk aspect daarvan. Ik vind wel dat we daar heel eerlijk over moeten zijn. Mevrouw Vandecasteele, die nieuwe teststrategie komt er nu wel net om ervoor te zorgen dat we snel resultaten zullen kunnen blijven hebben van tests in de woonzorgcentra. Als er op dit moment vijf, zes dagen verlopen voor er een resultaat is … We hebben ook letterlijk in onze aanbevelingen van de coronacommissie gezet, in punt 30°, dat testresultaten snel beschikbaar moeten zijn. Anders kan je daar ook niet mee aan de slag. Laten we daar eerlijk in zijn: 7 procent van alle testen in België wordt gereserveerd voor de Vlaamse woonzorgcentra, omdat we dat belangrijk vinden. Aan andere groepen wordt gezegd dat ze nu even niet worden getest omdat we die woonzorgcentra erg belangrijk vinden.

Minister, heel die strategie, met al de voornemens die we hebben om dat bezoekrecht inderdaad te kunnen garanderen en om de juiste zorg te kunnen blijven garanderen voor de mensen, staat of valt natuurlijk met de aanwezigheid van personeel. Daar ben ik echt enorm bezorgd over. Mijn beginpleidooi ging ook daarover. Dat is immers natuurlijk cruciaal. We zien dat ook steeds meer van die mensen besmet geraken. Meer dan 1200 personeelsleden zijn momenteel al uitgevallen, en, laten we daar ook heel eerlijk over zijn, de volgende dagen zal dat nog toenemen. Er zullen nog meer personeelsleden besmet geraken. Er zullen ook nog meer personeelsleden in quarantaine moeten gaan, bijvoorbeeld omdat ze in hun gezin een besmetting hebben. Daar maak ik me heel veel zorgen over.

We zeggen hier allemaal dat we geen toestanden meer willen zoals in het voorjaar. Ik denk dat we dat allemaal willen, maar de realiteit is dat, als er op een bepaald moment niet genoeg handen zijn om het werk te kunnen doen, we voor toestanden zullen staan die we echt niet meer wilden. Minister, dat baart me echt zorgen. Ik denk echt dat men te laat in gang is geschoten wat dat betreft. Ik hoop dat ik fout ben. Ik hoop het echt.

Collega’s, ik zou willen afsluiten met een oproep. Als we door deze crisis willen komen, dan zullen de woonzorgcentra een aantal dingen moeten doen, maar zullen we er in elk geval voor moeten zorgen dat ook het aantal besmettingen in onze samenleving opnieuw afneemt. Dat is waar we het allemaal voor doen. Het is ook daarvoor dat die strenge maatregelen vrijdag zijn afgekondigd. Ik wil een aantal collega’s, onder andere collega Saeys, echt bijtreden: het zal aan ons allemaal zijn om ons aan die regels te houden, om ervoor te zorgen dat dat virus geen zuurstof meer krijgt en dat ook onze woonzorgcentra niet opnieuw in eenzelfde piek terechtkomen.

De heer Parys heeft het woord.

Ik vind die laatste oproep zeker een goede oproep.

Ik wil graag nog vijf puntjes aanhalen, eerst en vooral over testen. Als we de sneltesten effectief gaan inzetten, is het belangrijk dat we daar een goede strategie voor hebben. Wie gaat die afnemen, en wat doen we met het feit dat ze iets minder accuraat zijn dan de PCR-test? Dat zijn belangrijke vragen die mensen die in woonzorgcentra wonen of werken, vandaag graag beantwoord zien.

Twee, zal Vlaanderen speekseltesten aankopen, ja of neen? Ze zijn vandaag nog niet klaar volgens de informatie die ik heb. Ik maak me dan ook wat bedenkingen bij wat de Waalse overheid gaat doen. Minister, gaan wij die aankopen, ja of neen?

Dan het personeel. We moeten ervoor zorgen dat de technisch werklozen die eventueel ondersteunende functies in woonzorgcentra opnemen, erop vooruitgaan. Zult u ervoor zorgen dat dat ook effectief gebeurt?

Ik wil een heel specifiek probleem aankaarten. Als je vandaag in een woonzorgcentrum werkt, een test krijgt en in quarantaine moet gaan, dan is het probleem dat je maar 75 procent van je loon krijgt omdat je op technische werkloosheid valt. Eigenlijk zouden de mensen die ziek zijn – wel of niet ziek, dat weten we nog niet op dat ogenblik –, 100 procent van hun loon moeten krijgen. Minister, zult u ervoor zorgen dat dit ook effectief gebeurt? Dat is niet alleen fair, het is ook een goede maatregel om meer personeel sneller beschikbaar te hebben. Wat gebeurt er volgens sommige directies van woonzorgcentra? Als een personeelslid in quarantaine moet en maar 75 procent van zijn loon krijgt, gaat hij snel naar de huisarts, die hem een aantal weken – dus veel langer dan de quarantaineperiode – afwezig schrijft. Dan zijn we meer personeel kwijt dan dat we ze even volledig uitbetalen voor een factor waarop ze geen invloed hebben, namelijk dat ze in quarantaine moeten. Gaat u daar samen met uw collega's uit de Federale Regering werk van maken?

Minister, de volgende vraag heb ik u al gesteld, maar toch krijg ik graag een concreet antwoord: zult u de flexibiliseringsnorm aanpassen zodat er meer ondersteunend personeel tijdelijk kan worden aangenomen in de woonzorgcentra?

Mijn derde punt gaat over eenzaamheid, en uiteraard gaat dat veel breder dan woonzorgcentra. Hier hebben we weer de focus gelegd op de woonzorgcentra, maar we hebben andere collectieve opvanginitiatieven zoals kinderdagverblijven, jeugdhulpvoorzieningen, voorzieningen voor personen met een handicap. En die mogen we deze keer niet vergeten, dat is een les uit de coronacommissie. Zij voelden zich altijd onbesproken en vonden dat er niemand aandacht aan hen besteedde. Minister, ik doe dan ook een warme oproep om dat wel te doen.

De garantie op bezoek die hier al een paar keer is gevraagd, vraagt mijn fractie ook heel duidelijk. Een soort marshallplan tegen eenzaamheid, dat moet toch lukken. 20.000 Vlamingen zitten in een woonzorgcentrum en geven aan dat ze zich eenzaam voelen. We kunnen als Vlaamse overheid, als Vlaamse media, als politici toch 20.000 andere Vlamingen vinden die eens willen langsgaan, die eens kunnen beeldbellen, die eens een kaartje willen sturen naar die mensen. Sommigen zullen het daar gemakkelijk mee hebben, anderen zullen het daar moeilijker mee hebben, maar ik weet dat heel wat directies van woonzorgcentra vandaag bereid zijn om zelfs in deze moeilijke tijden en zelfs met het personeelstekort dat ze ervaren, daarop in te zetten, omdat ze ervan overtuigd zijn dat dat niet alleen de mentale, maar ook de fysieke gezondheid van de woonzorgcentrumbewoners ten goede zal komen.

Vierde punt. Collega Vaneeckhout heeft daarnet gezegd dat we een zelfbewust parlement zijn. Dat heb ik heel graag gehoord. Maar het is wel een fabeltje dat Vlaanderen een foutloos parcours kan rijden terwijl het federale niveau dat niet zou doen. We zijn van elkaar afhankelijk. Zonder een federale overheid die excelleert, die geen enkele fout maakt, heeft Vlaanderen het ontzettend moeilijk om er zelf voor te zorgen dat alles hier op wieltjes loopt.

Collega Vaneeckhout, ik geef u een voorbeeld. Als er geen testen zijn, zoals die nu federaal zijn afgebouwd, hoe kan Vlaanderen dan contactopsporing doen zonder dat er genoeg testen zijn voor iedereen? Zonder dat er genoeg testen zijn, is er geen adequate contactopsporing. Zonder adequate contactopsporing is er ook geen isolatie die vereist is om dat virus terug te dringen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit niet meer gebeurt? Ik weet dat heel wat mensen daar anders over denken.

Kunt u besluiten?

Nog twee punten. Ik geloof niet dat we hier politici hebben die minder competent zijn dan die in het buitenland. Toch hebben wij een van de ergste golven gehad van de covidpandemie in ons land en staan we nu alweer voor een van de ergste tweede golven wereldwijd. Dat komt niet doordat politici hier incompetenter zijn dan in het buitenland. Dat komt wel doordat de staatsstructuur zo moeilijk is, dat ze hindert in de plaats van helpt bij het terugdringen van dit virus.

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik wil een aanvulling geven bij wat collega Parys zegt. Er werd al een paar keer gesproken over wie de testen gaat afnemen, minister. Ik heb u vorige week gesuggereerd dat de apothekersbond bereid was om bij te springen, op voorwaarde van een vergoeding. Ik herhaal daarom mijn oproep vandaag. Hebt u daar al iets mee gedaan? Wordt daarover nagedacht?

Ik denk dat collega Parys inzage heeft in mijn mailbox, want ik heb deze middag een vraag om uitleg ingediend over een identiek verhaal van mensen in een instelling voor kinderen en jongeren met een beperking waar twee besmettingen bij kinderen waren. U weet allemaal – en u weet het zeker, minister – dat het in dergelijke instellingen onmogelijk is om alle maatregelen, zoals een mondmaskerplicht en afstand houden, aan te houden. Dat is onmogelijk.

Deze mensen zetten zich dag en nacht in om alles goed te laten verlopen en te zorgen voor het welzijn en de gezondheid van de kinderen en jongeren in de instelling, maar ook voor het mentale welzijn van de familie. Nu blijkt dat wegens twee besmettingen, die trouwens nog niet bevestigd zijn, een aantal personeelsleden op advies van de coördinerende arts in quarantaine zijn geplaatst, ten minste voor zeven dagen. Zoals collega Parys zegt: dan krijgen ze een quarantaineattest waardoor ze in technische werkloosheid verzeild geraken en inderdaad slechts 75 procent van hun loon krijgen. Mochten ze in ziekteverlof zijn, dan zouden ze een gewaarborgd loon krijgen.

Minister, ik weet dat dat niet uw bevoegdheid is, maar zoals zonet gezegd, bent u continu in overleg met het federale niveau. Collega Anaf, misschien kunt u iets regelen op het federale niveau? Collega Vaneeckhout, u kunt misschien ook een duwtje geven? Maar in feite is het oneerlijk dat deze mensen, die met hart en ziel hun job uitvoeren, daarvoor gestraft worden en 25 procent minder loon krijgen.

Dat heeft collega Parys ook duidelijk uitgelegd.

Ik kan u garanderen, collega’s, dat 25 procent loon voor heel wat mensen heel veel geld is. Ik heb dus twee vragen: ten eerste de apothekers inschakelen en ten tweede op federaal niveau deze problematiek aankaarten.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Kunt u het kort houden?

Ik ben altijd kort, voorzitter. Hoewel, dat is niet waar. Ik wil kort even bijtreden wat de heer Parys zei in het midden van zijn betoog. Het ging over de zorgcontinuïteit. Minister, ik denk dat het enorm belangrijk is om daar in deze fase oog voor te hebben. Het zal ongetwijfeld ook een aanbeveling zijn van de coronacommissie dat die zorg kan doorgaan in de voorzieningen voor mensen met een beperking, in de thuiszorg, in de geestelijke gezondheidszorg … Dat is zo enorm belangrijk. Ik krijg al berichten van ouders van kinderen met een beperking dat de schrik hun om het hart slaat de voorbije week dat de voorzieningen opnieuw zouden sluiten. Laten we er alles aan doen om te voorkomen dat dat opnieuw gebeurt.

Eerst een woord van appreciatie voor de laatste tussenkomst en ook voor dat gedeelte van de tussenkomst van collega Parys. Het onderwerp van vandaag waren inderdaad de woonzorgcentra, maar laat ons het hele spectrum van de zorg niet uit het oog verliezen en de hele residentiële zorg voor ogen houden.

Collega, u hebt daarnet gezegd: ik ben er niet van overtuigd dat er in ons land minder competente politici zijn dan elders. Ik zou alleszins de laatste zijn om u ervan te verdenken minder competent te zijn. Ik acht u hoog.

Moet er iemand een zakdoek hebben? (Gelach)

Ik zoek nog een knuffelcontact.

U hebt er nog geen?

Ik heb er thuis, maar ik heb nog recht op één extra, voorzitter.

Goed, ik probeer weer tot mijn tussenkomst te komen.

Maar ik voel me natuurlijk aangesproken, collega Parys, door uw tussenkomst over het zelfbewuste parlement dat we zijn. Ik hoop dat ik u niet heb verrast met die tussenkomst, want u weet waarschijnlijk dat dat een evidentie is wat ons betreft, dat ieder beleidsniveau ten volle zijn verantwoordelijkheid moet kunnen nemen. Maar ik heb ook begrepen dat de Federale Regering de deuren openzet voor iedere goede samenwerking. En ik heb ook begrepen dat de intentie van de minister-president alleszins was om dat op dezelfde manier te doen. De deuren staan open bij de Federale Regering, de deuren staan open bij de nieuwe coronacommissaris, die hier trouwens ook in de coronacommissie ten volle de inzichten heeft gegeven dat samenwerking fundamenteel zal zijn.

Collega Anaf heeft daarnet al verwezen naar de redenen waarom er een aantal beslissingen zijn genomen over de testcapaciteit. Want het is inderdaad de bedoeling om op korte termijn resultaten te kunnen voorleggen, om het op die manier tot een zinvolle strategie te maken.

Maar ik heb er in dit parlement voor gekozen om mij te focussen op wat wij hier kunnen doen. En ik word altijd wat lastig als we de helft van onze tijd steken in het zoeken naar goede voorbeelden van waar het misloopt op een andere beleidsniveau, om het op datzelfde moment niet te moeten hebben over wat er bij ons misloopt. En dan heb ik het over iets waarin u mij daarnet zelf hebt bevestigd, de bronopsporing. Hoe komt het dat we de afgelopen vier maanden, waarin er wel voldoende testcapaciteit was, de bronopsporing niet op een goede manier hebben ingezet? Hoe komt het dat dat niet op poten staat en dat we nu vaststellen dat het eigenlijk te laat is voor een goede teststrategie, gezien de capaciteit?

Ik geef nog twee afsluitende opmerkingen.

Kort, alstublieft.

Heel kort.

Collega’s, het zou helpen mochten we niet de helft van onze tijd bezig zijn met de zoektocht naar waar een ander beleidsniveau het fout heeft gedaan. En wat zeker zou helpen, is dat, als de minister-president in het Overlegcomité iets mee beslist over de horeca, dan niet een heel weekend lang alle leden van uw partij het nodig vinden om die beslissing in twijfel te trekken. Collega's, het lijkt mij duidelijk wat daar beslist werd.

Collega Vaneeckhout, daarover is er nog een actuele vraag.

Collega Parys wil kort tussenkomen op de repliek van collega Vaneeckhout. Ik hoop dan ook een antwoord te krijgen op de vraag of hij al dan niet zijn knuffelbuddy wil worden.

Die plek is bij mij al ingenomen. Excuseer, collega Vaneeckhout, maar bedankt voor de sympathieke woorden.

Collega's – en daarmee wil ik antwoorden op wat u net zei –, we hebben hier binnenkort, vrees ik, weer een opportuniteit – en dat is een opportuniteit voor ons allemaal – om inderdaad dat zelfbewust parlement te zijn. We leven vandaag in de opbouw naar vrijdag, wanneer er een nieuwe vergadering van het Overlegcomité is. En iedereen heeft vandaag gelezen dat Georges-Louis Bouchez heeft gezegd dat er strenger moest worden opgetreden. En Emmanuel André heeft gezegd dat er een nieuwe lockdown moet komen. En daarnet heeft Elio Di Rupo op een persconferentie gezegd: “De nouvelles mesures restrictives paraissent inévitables.”

Collega's, we hebben daarnet gezegd dat de situatie in Vlaanderen ernstig is en dat er geen hint van triomfalisme kan zijn over het feit dat er 541 besmettingen zijn per 100.000 inwoners over de laatste twee weken. Maar de realiteit is ook dat we bijna aan het driedubbele zitten in het Franstalig landsgedeelte. De vraag is dus: gaan we naar een ‘one size fits all’-oplossing of kunnen we er effectief voor zorgen dat Vlaanderen er zelfbewust voor kiest om zelf een aantal maatregelen al dan niet strenger te maken? En mijn oproep aan alle collega's vrijdag is om ervoor te zorgen dat er geen nieuwe algemene lockdown komt in het hele land, maar dat er enkel strenge maatregelen worden genomen daar waar het nodig is.

En ten slotte: collega Anaf.

Voorzitter, ik wil kort tussenkomen op een punt dat collega Parys heeft gemaakt en dat ik ook heel belangrijk punt vind. We moeten er namelijk echt over waken dat, als mensen een kans hebben om besmet te zijn met het virus en in de zorg werken, zij in quarantaine gaan en thuisblijven. En inderdaad, als zij dan terugvallen op 70 of 75 procent van hun loon, zorgt dat er bij een aantal mensen misschien voor dat ze de neiging hebben om tóch te komen werken, omdat ze het financieel moeilijk hebben. Ik ondersteun dus zeker de oproep om te zoeken naar oplossingen zodat die mensen op 100 procent van hun loon kunnen blijven, zodat ze kunnen worden doorbetaald.

Woonzorgcentra kunnen dat momenteel trouwens ook al beslissen. Ze – of toch een aantal woonzorgcentra – krijgen momenteel al een financiering vanuit de overheid. Zo krijgen ze een compensatie omdat ze lege bedden hebben. Misschien kunnen ze daar dus voor een stuk al zelf over beslissen.

Maar ik wil afsluiten met iets wat ik daarnet ben vergeten in mijn oproep. Er hebben mij al verhalen bereikt over mensen die positief getest zijn en die bewust hun contacten in de zorgsector niet hebben doorgegeven, omdat ze weten dat die dan sowieso moeten thuisblijven en op 70 procent terugvallen. Laat mij daarover dan ook een oproep doen: doe dat alsjeblieft niet. Het is zo essentieel belangrijk dat, zeker in de zorgsector, het personeel ... Dat is nu toch wel het allerlaatste dat je moet doen. Geef die mensen gewoon door, maar laat ons samen naar oplossingen zoeken zodat zij geen loonverlies moeten leiden.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega's, hier is al heel veel gezegd, zijn heel veel vragen gesteld en tussenkomsten gehouden. Als vrijdag alle regeringen in dit land beslist hebben om een avondklok in te voeren, om het aantal nauwe contacten te reduceren tot één en nog andere beslissingen te nemen, dan is dat omdat de situatie ernstig is. Als het aantal besmettingen op veertien dagen tijd stijgt met 350, 450 procent, dan zitten we in grote problemen, dan bibberen en beven de ziekenhuizen, dan zijn de mensen die werken in de woonzorgcentra ongerust omdat ze weten wat er gebeurd is.

Dan is het in eerste instantie aan ons allemaal om wat de regering, de overheid, van ons vraagt, na te komen. Dat is onze eigen, individuele verantwoordelijkheid. Moeten we zorgen voor mondmaskers? Ja. Moeten we zorgen voor testen? Ja. Moeten we zorgen voor contactopsporing? Ja. Maar de eerste verantwoordelijkheid zit bij ons allemaal. Doe dat, niet omdat de overheid het vraagt, maar omdat u die verpleegster in het ziekenhuis die voor u zorgt als u misschien uw been breekt of de zorgkundige in het woonzorgcentrum die voor uw moeder of grootmoeder zorgt, recht in de ogen moet kunnen en durven kijken. Het hangt dus van ons allemaal af en de situatie is meer dan zorgwekkend.

Minister Vandenbroucke sprak zondag over een tsunami. Ik denk dat dat genoeg zegt. De situatie is onrustwekkend, en dus moeten we maatregelen nemen, en die hebben we genomen, op het vlak van testen om ervoor te zorgen dat de testcapaciteit ten minste voor de woonzorgcentra gegarandeerd zou kunnen blijven. Er kunnen daar veel vijven en zessen over worden gezegd, maar dat was wel de bedoeling en het objectief. Het is vanuit die finaliteit dat we de voorbije dagen beslissingen hebben genomen, ook moeilijke beslissingen, en dat we de komende dagen allicht nog moeilijke beslissingen zullen moeten nemen.

Ik ga heel snel op bepaalde punctuele zaken in. Mijnheer Sintobin, wat de apothekers betreft: ja, we hebben dat binnen de IMC aan de Federale Regering aangebracht om dat te bekijken. We zijn ook in overleg met de apothekersnetwerken. Maar het is niet zo'n eenvoudig verhaal, want het betekent dat asymptomatische mensen in een apotheek gebracht moeten kunnen worden. Dat kan alleen maar als er aparte afgesloten ruimtes zijn. Het is een piste waarover we al langer denken, maar de fundamentele vraag is wie dat soort testen mag afnemen. Wie mag er PCR-testen of speekseltesten afnemen? Kunnen we daar niet in het algemeen belang op een meer soepele manier mee omgaan, gelet op de situatie?

Mevrouw Saeys, u hebt gesproken over de druk bij de eerste lijn. We hebben het daar vorige week ook over gehad. We gaan in elke provinciehoofdplaats teststraten ontwikkelen. We zijn hier nog vertrokken voor een paar weken en maanden. Ik wil dat het parlement zich daar goed bewust van is. We hebben nog de griep die eraan komt. Het zullen nog moeilijke periodes zijn. De curve zal nog niet onmiddellijk dalen, misschien minder steil stijgen, zoals Steven Van Gucht heeft gezegd, maar ze zal nog niet onmiddellijk dalen. Dat betekent dat we dus nog moeilijke maanden zullen hebben.

De beslissingen die vandaag goed en adequaat lijken, kunnen op het eind van de maand totaal contraproductief zijn. We moeten dus ook durven door te denken over wat vandaag goed is, wat volgende week goed is, wat tegen Kerstmis goed is en wat begin volgend jaar goed is. Als we spreken over Kerstmis, dan hoop ik dat we samen zullen kunnen vieren, maar dat zal van ons allemaal afhangen in de eerstkomende weken.

Collega Vaneeckhout, wat de testen betreft. Ik vind het heel goed dat u zegt: ‘We moeten ons met het parlement heel bewust opstellen, maar waarom hebt u niet sneller die testen gekocht?’ Wel, omdat het FAGG dat de testen moet goedkeuren – en ik wil er echt geen spelletje rond maken –, tot nu toe op de rem heeft gestaan, en dat is dus niet in dit parlement. Op het ogenblik dat er perspectief is gegeven, heeft de Vlaamse Regering beslist om er ook aan te kopen. En ja, collega Parys, we overwegen ook om speekseltesten over te kopen.

Ik denk dat er op zijn minst twee criteria zijn die voor ons allen belangrijk zijn: ze moeten betrouwbaar zijn en ze moeten beschikbaar zijn. De betrouwbaarheid moet worden gegarandeerd zodat we geen vals gevoel van veiligheid krijgen – en dat heb ik tien dagen geleden ook gezegd. De antigeentesten van vandaag zijn niet de antigeentesten van een paar maanden geleden. Idem dito wat de speekseltesten betreft. We zullen ons daar inderdaad achter zetten op het ogenblik dat er perspectief over is.

Er is verwezen naar Duitsland. Duitsland is op vele vlakken een heel goed voorbeeld, maar Duitsland heeft ook twintig ministers van Volksgezondheid. Het hoeft dus niet noodzakelijk het institutionele te zijn dat een argument is voor het ene of het andere. Dit parlement heeft gezegd dat het een commissie gaat organiseren om zich daar apart mee bezig te houden; ik denk dat het bijzonder nuttig zou zijn voor wat de gezondheidszorg betreft. Ik wil de vergelijking met Duitsland wel aangaan wat de PCF-testen betreft. Op dit ogenblik doen wij meer dan het dubbele van Duitsland, meer dan het dubbele, en het is niet genoeg omdat de stijging veel te groot is. We moeten dus ingrijpen. Men vraagt mij waarom ik Duitsland niet volg. Wat dat betreft, hebben we zeker de juiste keuze gemaakt. De keuze van de antigeentest is een recente keuze van Duitsland en, zoals ik al heb gezegd, zullen wij die ook doen.

Collega Vaneeckhout, wat uw opmerking over de mantelzorgers betreft: wij zijn samen aan het bekijken met vrijwilligers.be om dat op te nemen.

De bezoekgarantie moet een recht zijn en die moet er zijn voor iedereen. De b-mol die er in de taskforce bij is geplaatst, is dat, als er uitbraken zijn, er in overleg met de regionale zorgraad waar alle actoren samenzitten, men even op de pauzeknop kan duwen om de situatie opnieuw te kunnen stabiliseren. Het kan niet zomaar uit zichzelf; het moet in een overleg zijn, tijdelijk, en Zorginspectie moet erop kunnen toezien, zoals ze dat in het verleden al heeft gedaan.

Collega Vandecasteele, u hebt minstens twee dingen gezegd die niet kloppen, namelijk over het testen en het preventief testen in de woonzorgcentra. Op het ogenblik dat het federale testplatform van voormalig minister De Backer er was, zijn we preventief beginnen te testen in alle woonzorgcentra. Het is dus geen verhaal van de zomer, zoals u daarstraks hebt gezegd, maar van veel vroeger. En over de mobiele equipes heb ik in het parlement al regelmatig uitleg gegeven. Sinds juni zoeken wij mensen en intussen hebben we er al vele gevonden. Het is dus niet zo dat ze niet bestaan, ze zijn vandaag actief: vijf artsen, achttien verpleegkundigen, drie gezondheidspromotoren, twee administratieve collega's enzovoort. Er zijn ongeveer een achttal equipes ‘fully employed’. Het is gewoon maanden en maanden zoeken naar artsen. Collega Schryvers heeft er ook naar verwezen: het is goed om te zeggen dat er volk moet zijn en dat er mensen moeten zijn, maar men moet ze wel weten te vinden. Er zijn nu eenmaal een aantal beroepen, artsen, verpleegkundigen en een aantal andere, die door velen worden gezocht en waar veel vacatures voor open staan omdat ze niet kunnen worden ingevuld. De mobiele equipes zijn dus wel degelijk aan het werk.

Collega Parys, ik heb geantwoord op de vraag over de speekseltesten en op de vraag over het personeel. We hebben gevraagd om flexibilisering mee op te nemen in het sociaal overleg, maar we hebben al een aantal maatregelen genomen. Ik denk dat we samen moeten nagaan hoe we ook op korte termijn een aantal bijkomende maatregelen moeten nemen die we de voorbije maanden al voor een deel hebben genomen.

Wat eenzaamheid betreft, is er het plan Zorgen voor Morgen, dat voor een deel kijkt naar de gespecialiseerde hulpverlening, maar dat ook kijkt naar het algemene welbevinden. ‘Check jezelf’ is een van de campagnes die daarrond zijn gebeurd. Je kunt geen zorg dragen voor anderen, niet als mantelzorger, niet als gewone burger, maar ook niet als professionele hulpverlener als je geen zorg draagt voor jezelf. Ik ben dus mee vragende partij om dat verder uit te rollen. U weet dat we daarvoor ook in extra middelen hebben voorzien in de begroting.

Voorzitter, ik denk dat ik intussen op alle vragen heb geantwoord.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, als een schip voor de tweede keer tegen een ijsberg vaart, is het dan de verantwoordelijkheid van de passagiers van dat schip of is het de verantwoordelijkheid van de kapitein van dat schip die geen lessen trekt, die de verkeerde richting uitvaart en die alle goede raad in de wind slaat? Daar gaat het hier over. U kunt wijzen op ieders verantwoordelijkheid, en iedereen heeft een verantwoordelijkheid, maar u, minister, hebt een heel specifieke verantwoordelijkheid: u hebt de verantwoordelijkheid om het coronavirus uit onze woonzorgcentra te houden, om een nieuwe humanitaire ramp uit die woonzorgcentra te houden. U moest ervoor zorgen dat er vandaag versterking zou klaarstaan voor de woonzorgcentra; u moet ze beginnen zoeken. U ging zorgen voor vijftien mobiele equipes die de achthonderd woonzorgcentra die Vlaanderen telt kunnen ondersteunen bij uitbraken. En u ging ervoor zorgen dat er testing bleef gebeuren zodat we het virus uit de woonzorgcentra konden houden. Dat is uw verantwoordelijkheid, minister, en die moet u opnemen en die moet u uitvoeren.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Ja, het is een lange namiddag. Ik heb drie specifieke opmerkingen.

Ten eerste, minister, bedankt voor het initiatief rond de mantelzorgers. Dat is een zeer belangrijk initiatief.

Ten tweede wil ik, wat de sneltests betreft, toch opmerken dat u vorige week in de commissievergadering zelf gezegd hebt dat u nu pas een taskforce opgericht hebt daarrond. Dus zeggen dat u al weken wacht op het federale om daar de 'go' voor te geven, lijkt me wel wat kort door de bocht.

Ten derde is het, wat het ‘on hold’ zetten van de bezoekersgarantie betreft, zeer belangrijk om de voorwaarden waaronder dat kan zeer strikt en controleerbaar te formuleren, zodat er achteraf geen discussies over ontstaan. Voor ons is dat echt een absolute must; om collega Parys te citeren, het is ook een mensenrecht.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– Het Vlaams Belang kondigt aan een motie te zullen indienen.

De motie moet uiterlijk om 17 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Samenstelling van de commissies
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.