U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 1 juli 2020, 14.03u

Voorzitter
van Annick Lambrecht aan minister Lydia Peeters
669 (2019-2020)

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Minister, triest nieuws: het aantal verkeersdoden is opnieuw gestegen. In 2018 waren er in Vlaanderen 310 doden, in 2019 waren er 315. We stellen ook een stijging met 7 procent vast bij fietsers en zelfs met 24 procent bij de voetgangers. Eens te meer zien we dus dat de zwakke weggebruikers de grootste onveiligheden ervaren in het verkeer.

Ook de verkeersovertredingen nemen toe. Men rijdt meer met alcohol, men rijdt meer onder invloed van drugs en men rijdt ook vaker te snel.

Nochtans bestaan er Europese richtlijnen die stellen dat we tegen 2030 50 procent minder verkeersdoden moeten hebben. In 2050 moeten het er nul zijn. Vlaanderen is iets minder ambitieus dan Europa, maar stelt toch dat er tegen 2030 30 procent minder doden in het verkeer moeten zijn.

Wij vernemen dat we een nieuw verkeersveiligheidsplan zullen hebben tegen 2021 en dat u pleit – en dat siert u – voor een ambitieuzere en innovatievere aanpak. Het is broodnodig, minister. Het zijn dramatische cijfers. Het is niet vijf voor twaalf, het is vijf over twaalf. Achter die cijfers gaat heel wat leed van mensen schuil. Iedereen heeft het over meer verkeersveiligheid en de nood daaraan. Maar het mag niet bij holle woorden blijven.

Minister, wat zult u concreet doen om het aantal verkeersslachtoffers te doen dalen tegen het einde van deze legislatuur, 2024?

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, ik kom in dit parlement heel dikwijls tussen over het aantal verkeersdoden. Vorige week maakte ik al een bruggetje naar het stijgende aantal verkeersdoden. Dat was dit weekend in de media.

In Vlaanderen hadden we de ambitie om in 2020 200 verkeersdoden te hebben. In 2017 doken we voor het eerst, met 299, onder de grens van 300. Er was toen nog een hele weg te gaan, maar jammer genoeg is het daarna weer de verkeerde richting uitgegaan, met 310 in 2018 en 315 in 2019. Wat mij vooral zorgen baart, is het hoge percentage voetgangers – ik kom op een stijging van 2018 naar 2019 met 28 procent, mevrouw Lambrecht. Minister, dat zijn toch wel cijfers die ons zorgen baren, zeker en vast als je tegelijkertijd in de krant leest dat het aantal verkeersboetes is gestegen met 7,5 procent. 5,5 miljoen Belgen vliegen de bon op vanwege verkeersovertredingen, waarbij drugsmisbruik, alcohol, snelheid en gsm-gebruik problematisch zijn. Dat zijn toch echt overtredingen die kunnen leiden tot zware verkeersongevallen. We kunnen ons dan ook afvragen of er nog voldoende sense of urgency is als we het over dit probleem hebben.

Ik ben blij, minister, dat u een nieuw verkeersveiligheidsplan heeft aangekondigd, en dat er 124 miljoen euro wordt uitgetrokken voor het aanpassen van verkeersinfrastructuur, waarvan 30 miljoen euro voor twintig zwarte punten. Er zijn veel middelen en goede voornemens, maar toch slagen we er nog altijd niet in om die cijfers te doen dalen.

Minister, welke maatregelen zult u nemen om het tij echt te doen keren?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel, mevrouw Lambrecht en mijnheer Ceyssens, voor uw vragen en uw terechte bezorgdheid over de verkeersveiligheid. Ik deel absoluut die bezorgdheid met u. We moeten inderdaad helaas vaststellen dat er nauwelijks of eigenlijk geen evolutie is, integendeel: de cijfers worden slechter. Dan is er maar één voor de hand liggende conclusie: we moeten het geweer van schouder veranderen. We moeten de bestaande aanpak kritisch in vraag durven te stellen. We moeten sowieso ten volle inzetten op efficiëntie.

Nu, evalueren wat werkt, is op zich een goede zaak, maar tegelijkertijd moeten we ook durven te elimineren wat weinig of geen resultaten oplevert. En daar willen we allemaal ten volle op inzetten. Ik heb inderdaad aangekondigd dat wij werken aan een nieuw verkeersveiligheidsplan 2021. Maar dat betekent niet dat we tot dan op onze lauweren gaan rusten of de kat uit de boom zullen kijken. Ik denk dat we nu onmiddellijk moeten schakelen, want de cijfers zijn niet goed. De doelstellingen waren ambitieus, maar zoals het nu voorligt, gaan we die doelstellingen niet halen.

Wat hebben we tot nu toe gedaan? We hebben de input gevraagd van heel wat stakeholders in het veld, input die we zo snel mogelijk moeten kunnen implementeren in ons beleid, en waarbij we echt veel sneller moeten schakelen. Jullie kennen allemaal het vorige verkeersveiligheidsplan met de vijf E’s: education, engineering, enforcement, evaluation en engagement.

We mogen daar alleszins ook niet de hele technische evolutie bij vergeten. Maar al die facetten – opleiding, sensibilisering, campagnes, handhaving, evaluaties, maar ook de technologische evoluties – moeten we bekijken als een groot geheel. En ik zie die nieuwe aanpak dan ook eerder als een grote geoliede machine die men van bovenuit aanstuurt, een machine die alleszins zeer snel en accuraat problemen aanpakt daar waar ze zich stellen.

De cijfers zijn al door een aantal collega’s genoemd, zowel inzake investeringen als inzake slachtoffers en overtredingen. Die cijfers liegen er niet om, maar eigenlijk zeggen deze cijfers niet alles. Als ik kijk naar de vastgestelde verkeersovertredingen, weten we dat dat maar een fractie is van het aantal overtredingen dat continu gebeurt. Als we kijken naar het aantal ongevallen, dan weten we dat er naast het aantal geregistreerde ongevallen ook nog heel wat andere ongevallen gebeuren met heel wat menselijk leed.

En dan de slachtoffers tout court: we weten dat het niet gaat om die 315 mensen, maar ook om heel wat familieleden, vrienden en kennissen, die daar allemaal de dupe van zijn. Ik heb op het kabinet al een aantal gesprekken gehad met onder andere de nabestaanden en met slachtoffers van zware verkeersongevallen die het nog kunnen navertellen. Ik kan u zeggen dat dat er telkens zwaar in hakt. Dat zijn vaak zware, heel emotioneel beladen gesprekken. Maar dat is eens te meer de motivatie om te zeggen dat we hier veel sneller moeten schakelen.

We moeten hier veel sneller over gaan tot een nieuw verhaal, tot een nieuwe actie, met het liefst de neuzen in dezelfde richting. Vandaag gaat het over heel veel entiteiten, allemaal met heel goede bedoelingen, maar waarmee we de facto geen vooruitgang boeken. Daarom zetten we daar ook ten volle op in. Ik wil heel snel komen tot een innovatief en ambitieus veiligheidsplan, maar intussen blijven we schakelen en blijven we met alle stakeholders samenzitten, en blijven we er ook qua infrastructuur op hameren dat alles veel sneller moet gebeuren. Dossiers moeten veel sneller worden aangepakt, maar we gaan uiteraard niet sneller rijden op de weg. Ik dank u.

Ik dank u, minister. Niemand twijfelt aan uw goede bedoelingen, maar de cijfers van de verkeersdoden zijn wat ze zijn: dramatisch. En vooral voor de veiligheid van de zwakke weggebruiker dient men in Vlaanderen echt een tandje bij te steken. Er is nood aan een echt concreet plan, een concreet plan voor onder andere veiligere en bredere fietspaden. Het geweer moet van schouder worden veranderd.

U hebt gelijk: wat de voorbije jaren gedaan is, werkt niet. Ik heb dan ook de volgende vraag: hoe zult u de fietsinfrastructuur verkeersveiliger krijgen tegen 2024?

Minister, ik dank u voor uw antwoord en uw aanpak. Ik wil toch even stilstaan bij een heel belangrijk aspect, en dat is volgens mij attitude. Ik heb hier in het parlement al eens verteld over een kennis van mij die in een aantal landen heeft gewoond. Hij vertelde mij dat je in Stockholm echt met de nek wordt aangekeken als je achter het stuur kruipt met een glas op. In Nederland gaan je vrienden je tegenhouden om niet in de auto te kruipen als je gedronken hebt. En hier bij ons zeggen je vrienden: ‘Neem die weg, want op de andere weg is er controle.’

Uit een Europese studie blijkt ook dat 20 procent van ons vindt dat het kan om met een glas op achter het stuur te kruipen. Het Europese gemiddelde is 9 procent, Nederland en Duitsland zelfs maar 4 procent.

Minister, ik vind het jammer dat er deze zomer geen ‘zomer BOB’ is. Kunnen we toch geen tandje bij steken?

De heer Claes heeft het woord.

Minister, ik dank u om nogmaals uw ambitie te onderschrijven om voor minder verkeersslachtoffers te gaan. Ik heb ook uw interview met de krant van dit weekend gelezen, en ik herinner me ook nog een antwoord op de actuele vraag van 11 maart, toen we het ook al over deze problematiek hebben gehad. Ik verwijs naar twee van uw antwoorden en suggesties.

Eerst en vooral zou u de procedures voor zwarte kruispunten proberen in te korten. Wat is de stand van zaken? Of zit dat mee in het verkeersveiligheidsplan dat u aankondigt?

Ten tweede maakte u er gewag van dat u voor de grijze punten – waar gelukkig nog geen zware ongevallen zijn gebeurd – zou gaan samenwerken met Febiac voor de analyse van bepaalde ‘car data’, zodat u die kon identificeren en tijdig veranderingen kon aanbrengen. Hoe is het daarmee? Is er de afgelopen drie maanden nog enige beweging geweest in dit dossier?

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Minister, samen met collega Ceyssens gaan we het morgen in de commissie al hebben over het niet laten doorgaan van de BOB-campagne dit jaar. Ik wil geen voorafname doen, maar ik wil in ieder geval samen met collega Ceyssens vandaag vragen om niet alleen te kijken naar de infrastructuur – de grijze, de zwarte punten en de fietspaden, allemaal zeer belangrijk –, maar vooral naar de attitude. De cijfers die collega Ceyssens net heeft opgesomd, zijn correct en zullen u morgen opnieuw worden voorgelegd. Ik wil ze vandaag ook nog eens benadrukken.

Minister, ik zou u willen vragen om inderdaad meer te kijken naar de attitude van de mensen en ervoor te zorgen dat er niet alleen wat alcohol betreft, maar ook wat snelheid betreft, werk wordt gemaakt van een aanpassing van het gedrag van de weggebruikers.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, ik kan me alleen maar aansluiten bij de collega's dat het een zeer pijnlijke vaststelling is: niet alleen de cijfers, maar ook de vaststelling dat het beleid niet bijdraagt aan beterschap. In die zin is het voor de toekomst een grote opdracht om echt eens bakens te verzetten. De stijging van het aantal dodelijke slachtoffers is pijnlijk, maar zeker de opvallende stijging bij fietsers en zeker bij voetgangers springt naar voren. Ik wil graag de link leggen met recent wetenschappelijk onderzoek dat eens te meer aantoont dat het gevaar op ernstige verwondingen of overlijden van actieve weggebruikers groter is als het gaat over voertuigen met een groter gewicht die betrokken zijn bij een ongeval, en de vaststelling dat er de laatste jaren een sterke stijging is van de verkoop van terreinwagens en SUV’s.

Minister, zult u in het nieuwe plan dat in uitwerking is, de link leggen tussen de twee vaststellingen die we doen? Zult u laten onderzoeken hoe het gewicht van wagens, betrokken bij een ongeval, invloed heeft op het aantal dodelijke slachtoffers en of de Vlaamse overheid daarop een grondiger antwoord moet formuleren?

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, ik denk dat we van het nieuwe normaal gebruik moeten maken. ‘Elk nadeel heb zijn voordeel’, zei de grote Cruijff. Ten gevolge van de lockdown is het fietsgebruik gestegen en verplaatsen er veel meer mensen zich te voet. Dat moeten we zien te verlengen. We moeten die attitude echt ingang doen vinden, zeker in het licht van de wetenschap, minister, dat meer dan 50 procent van de verplaatsingen zich afspelen over een afstand van minder dan 5 kilometer. De fiets of te voet kan het absolute performante alternatief zijn. Minder wagens op de weg betekent ook meer verkeersveiligheid.

Minister, er was de campagne die pas heeft gelopen ‘Met z’n allen op de fiets. Goed bezig!’, een heel goede campagne. Denkt u na over een soortgelijke campagne? Door het versterken van de positie van de zwakke weggebruiker – meer dan 50 procent van de verplaatsingen gebeurt voor minder dan 5 kilometer –, nemen we structureel de opmaat naar een verkeersveiliger omgeving.

Minister Lydia Peeters

Collega’s, dank voor de bijkomende vragen. Een aantal onder u hebben het hier al gezegd: de e van engagement, gedrag is uiteraard een heel belangrijk aspect van alles wat met verkeersveiligheid te maken heeft, maar het is en blijft natuurlijk een en-en-enverhaal. Vandaar dat we moeten inzetten op al die facetten, op alles wat de moderne mobiliteitsvisie met zich meebrengt en niet mogen vasthouden aan wat in het verleden is bepaald, want alles is evolutief. We hebben in de commissie al meermaals gezegd dat meer fietsongevallen voor een deel te maken hebben met het feit dat er meer fietsers zijn, en ook snellere fietsers, waaronder de speedpedelecs en elektrische fietsen. Maar elk ongeval, of het nu een dodelijk ongeval is of een van de 23.000 geregistreerde ongevallen met lichamelijk letsel, is er een te veel.

Wat dat betreft, is gedrag zeer belangrijk: het zijn niet de voertuigen die een ongeval veroorzaken maar de mensen in de voertuigen. Een seconde onoplettendheid kan dodelijk zijn en we moeten dan ook ten volle blijven inzetten op dat gedrag, ongeacht of het dan gaat over de drie killers in het verkeer, snelheid, alcohol en drugs, of over afleiding. Het is de verantwoordelijkheid van eenieder die zich in het verkeer begeeft om alert te zijn, om geen alcohol of drugs te gebruiken en zich zeker ook aan de aangepaste snelheid te houden.

Op dat vlak is toekomstgericht een en ander mogelijk, onder meer voor de nieuwe voertuigen met het Advanced Driver Assistence-systeem (Ada-systeem) maar dat moeten worden opgenomen in het nieuwe verkeersveiligheidsplan dat we zo snel mogelijk willen uitrollen en waarbij opnieuw de input van alle mogelijke stakeholders ten zeerste welkom is.

Er is ook al meermaals gevraagd naar de BOB-campagne, ook morgen in de commissie zijn daarover een aantal vragen geagendeerd. De BOB-campagne gaat deze zomer inderdaad niet door, die campagne is als dusdanig in handen van Vias en de Vlaamse Stichting Verkeerskunde om te kijken hoe men daar verder mee omgaat. Het is echter niet omdat er geen BOB-campagne loopt dat er daarom geen handhaving of controle op alcohol in het verkeer zou zijn. Alle politiezones zullen daarop blijven focussen en handhaving blijft ook zeer belangrijk. Ook de gedeelde verantwoordelijkheid en het gedrag blijven zeer belangrijk, over welke weggebruiker het dan ook gaat. Daar moeten we volop op inzetten.

Hoe kunnen we fietsinfrastructuur maar ook andere weginfrastructuur veiliger maken? Voor de fietsinfrastructuur hebben we al heel wat extra middelen uitgetrokken: alleen al voor 2020 is 180.000 euro extra ingezet voor fietsinfrastructuur. Uit studies moet ook blijken hoe die veiliger kan worden ingericht. Zoals ik vorige week nog in de plenaire vergadering heb gezegd, moeten we naar een systeem gaan waarbij elke weggebruiker heel snel een melding kan doorgeven van een onveilige verkeerssituatie, ongeacht of het gaat om een lokaal bestuur of een individuele burger, zodat daar accuraat gevolg aan gegeven kan worden. We moeten daar met zijn allen op inzetten. Het kan niet zijn dat men acht maanden moet klagen om dan te horen te krijgen dat het probleem volgend jaar wordt aangepakt. Daar hebben mensen, en zeker slachtoffers geen boodschap aan. Dat moet dus allemaal veel sneller en accurater gebeuren. Vandaar ook het belang van data; waar de heer Claes terecht naar verwezen heeft. De data in alle auto’s die rondrijden, zijn ter beschikking en kunnen worden uitgewisseld.

Heel wat instanties zijn daarmee bezig. Maar ook daar moeten we de krachten bundelen om effectief iets met de data te kunnen doen. Als men aan de hand van het cardatasysteem ziet dat men op bepaalde locaties heel vaak op de rem moet gaan staan, dan moet dat minstens onmiddellijk een signaal geven dat er iets niet helemaal is zoals het hoort, dat er een onveilige situatie is. Dan kan men een ploeg daarnaartoe sturen, om te bekijken hoe men daarvan kan gebruikmaken. Ook dat zal zeker mee worden opgenomen in ons verkeersveiligheidsplan. Daarom hamer ik specifiek op de technische evolutie, de technologische vooruitgang. Er is zoveel potentieel aan data. Laat ons ook daar samenwerken, laat ons zorgen voor een accurate uitwisseling van die data, zodat we dat kunnen gebruiken om onze infrastructuur een stuk veiliger te maken. Dat is en blijft heel belangrijk.

Maar de heer Keulen verwijst ook terecht naar de campagnes. Ik heb mij zelf geërgerd aan het feit dat we bijvoorbeeld op de E17 op amper 50 dagen tijd 35 ongevallen hebben gehad, alle mogelijke initiatieven inzake signalisatie van de aannemer en ons Agentschap Wegen en Verkeer ten spijt. Sommigen komen vertellen dat het daar 's nachts wel een verlichte kerstboom lijkt. Maar het aantal ongevallen blijft er toenemen. En keer op keer krijgen we van de federale politie te horen dat de oorzaak daar vaak bij het gedrag ligt, en dat een aantal mensen daar veel te laat de file opmerken en op de staart van de file inrijden. We zouden ook daar heel doelgericht en accuraat campagnes moeten kunnen inzetten, maar dan komt men mij vertellen dat de kalender van de campagne is vastgelegd voor het komende jaar en dat men daar niets aan kan wijzigen. Tja, dat kan natuurlijk niet. We moeten veel sneller, veel vlotter en ook regionaal campagnes kunnen inzetten, opdat ze hun doel niet voorbijschieten.

Het verhaal van alcohol en drugs is hier al een paar keer aan bod gekomen. We voeren daar heel veel campagnes rond. Maar we moeten dat allemaal opnieuw in vraag durven stellen. Handhaving is heel, heel belangrijk. Maar we zien dat de cijfers opnieuw niet goed zijn, dus moeten we schakelen en het geweer sneller van schouder veranderen. We moeten heel snel – zo snel mogelijk – komen tot een nieuwe en geoliede aanpak, waarbij we allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben: die cijfers moeten drastisch naar beneden. Ik dank u.

Minister, ik wil u oproepen om niet in hetzelfde doodlopende straatje te geraken als uw voorganger: telkens grote aankondigingen, telkens recordinvesteringen, en toch massa's verkeersdoden. Met grote beloftes zullen we geen levens redden in het verkeer, wel met heel veel concrete acties, zoals u er heel terecht een aantal hebt opgesomd. Ik denk aan die zwarte punten die weg moeten, aan conflictvrije kruispunten en aan bredere, veiligere fietspaden en ga zo maar door. Ik kan u zeggen dat wij echt op u rekenen en dat heel Vlaanderen op u rekent. 

Minister, ik dank u voor uw antwoord. We zullen morgen in de commissie nog verder discussie voeren over de BOB-campagne. Er zal inderdaad gehandhaafd worden, maar we moeten ook maximaal sensibiliseren. Het is heel duidelijk dat er vanuit Vlaanderen zware budgettaire inspanningen worden geleverd. Maar veiligheid is een zaak van ons allemaal. Door de zesde staatshervorming zijn we in Vlaanderen bevoegd voor sensibilisering. We moeten de rol voluit spelen en iedereen ervan bewust maken dat ze een individuele verantwoordelijkheid hebben in het verkeer. Anders kunnen we tot in den treure investeringen blijven doen, maar dan zullen de verkeersdoden blijven vallen.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.