U bent hier

Het antwoord wordt gegeven door minister Dalle.

De heer Anaf heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, deze coronaperiode is moeilijk voor iedereen, maar ze is zeker moeilijk voor onze kinderen en helemaal moeilijk voor de meest kwetsbaren onder hen. Dat blijkt nog maar eens uit het recente onderzoek van Uit De Marge naar jongeren in kwetsbare maatschappelijke situaties. Dat werd maandagavond erg pijnlijk duidelijk door de heel moedige getuigenis van Dylan, 13 jaar, in Karrewiet. Een kind van 13 jaar dat de vraag kreeg: als je nu eens een wens mocht doen, wat zou dat dan zijn? Dat kind had geen wens voor een nieuwe fiets of een leuk nieuw spelletje voor de PlayStation, de ene wens van dat kind van 13 jaar was: ‘Ik zou graag een beetje meer geld hebben, want ons eten is bijna op, en dan kunnen we weer eten kopen.’ Collega's, dat kwam heel hard binnen, niet alleen bij mij, maar aan de reacties te zien, bij heel veel mensen in Vlaanderen.

Dylan is niet alleen. Er zijn 130.000 Dylans in ons land. Eén kind op zeven groeit op in kansarmoede. Dat zijn kinderen die het al niet gemakkelijk hadden vóór de coronacrisis, maar helaas zullen dat ook de kinderen en de gezinnen zijn die het door deze coronacrisis heel moeilijk zullen krijgen, die heel hard getroffen zullen worden door deze periode.

Als je dan kijkt naar het onderzoek van Uit De Marge, dan zie je dat vier op de vijf van de bevraagde kinderen in dat onderzoek aangeven dat ze problemen hebben met preteaching. 65,9 procent van hen geeft aan dat ze thuis geen laptop of computer bezitten. 94 procent mist zijn vriendjes. 61 procent van de maatschappelijk kwetsbare kinderen in Vlaanderen geeft aan dat ze geen tuin hebben. Dat wil zeggen dat ze in vele gevallen al meer dan twee maanden permanent opgesloten zitten tussen de vier muren van een appartement of een klein huis.

Minister, collega's, de voorbije weken …

Uw vraag luidt, mijnheer Anaf?

… hebben we heel wat oproepen van experts gezien. Ook de minister en wij als parlement hebben ons al uitgesproken om een kindperspectief heel centraal te zetten in de exitstrategie. Dit is momenteel echt een vergeten groep. Dat kindperspectief moet centraal worden gezet. Welke maatregelen plant de Vlaamse Regering om kwetsbare kinderen en jongeren door deze crisis te helpen?

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Vanaf het begin van de lockdown op 18 maart hebben week na week, stap voor stap, alle ministers van de Vlaamse Regering maatregelen genomen om onze bevolking te beschermen. Alle krachten werd gemobiliseerd om ondernemingen, grote en kleine zelfstandigen te ondersteunen. Om massale ontslagen te vermijden, konden in april 1,2 miljoen mensen op een systeem van tijdelijke werkloosheid terugvallen.

We vinden het best oké dat deze maatregelen worden genomen. Behalve op economisch vlak waren er ook maatregelen in welzijn, mobiliteit enzovoort. Wij als groenen zagen samen met vele Vlamingen dat in domeinen waar sterk gelobbyd werd, er maatregelen kwamen.

Mensen zonder zo'n sterke lobby werden haast vergeten. We zijn nu een stap verder richting exit. Na de laatste Nationale Veiligheidsraad werd duidelijk dat door deze coronacrisis en de manier waarop de regering ermee omgaat, de kinderen in de steek worden gelaten. De exitstrategie keek bijzonder lang niet naar kinderen. Negen weken lockdown, dat is op zich al een hele periode. Ondertussen kregen we ook signalen van groepen die het voor de crisis al moeilijk hadden en het nu nog moeilijker krijgen.

Deze week verscheen dat grootschalig onderzoek van Uit De Marge, het Steunpunt voor jeugdwerk en jeugdbeleid met kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare situatie. Hieruit blijkt dat de coronamaatregelen van de voorbije weken hun doel voorbijschieten. Welke zijn die maatregelen? Ze werden vorige vrijdag mooi opgelijst door de Vlaamse Regering. Het zijn negen bladzijden met maatregelen, maar blijkbaar zijn ze niet in functie van de noden van die kwetsbare gezinnen.

Kinderen zitten niet goed in hun vel. Ze hebben thuis te weinig ruimte, ze hebben geen laptop of computer. Samengevat: kinderen die het voor de lockdown al moeilijk hadden, zitten nu nog dieper in de problemen.

Ook het Corona Onderzoeksconsortium voor Inkomensverdeling en Sociale Effecten (COVIVAT) zegt dat de maatregelen van de overheden niet toereikend zijn om het inkomen van getroffen lage-inkomensgezinnen op een aanvaardbaar niveau te houden. De verhouding van de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid en de eenmalige energiepremie schieten volgens dit onderzoek hun doel voorbij.

En uw vraag luidt?

Jullie zullen niet van jullie stoel vallen door deze cijfers. Ik veronderstel dat jullie die cijfers goed hebben doorgenomen. Welke concrete daden – geen woorden, maar concrete daden – zult u in deze coronatijden verrichten voor deze kwetsbare gezinnen en kinderen?

De heer Schiltz heeft het woord.

Voorzitter, collega's, leden van de regering, onze fractie en ikzelf hebben het hier al vaak aangehaald: de mate van beschaving van een maatschappij wordt afgemeten in hoe ze omgaat met haar zwaksten. We hebben hier debatten gevoerd over kinderen met een beperking, het heropenen van de opvang. We hebben het gehad over de ouderen in de woonzorgcentra en vandaag over de kinderen in het algemeen, maar zeker ook de kinderen in precaire situaties.

We krijgen meldingen dat de problematische thuissituaties toenemen. De stress neemt toe. De eerste resultaten rond de preteaching, hoewel nog heel precair, tonen aan dat ze er toch niet in geslaagd zijn om de kloof tussen kansrijke en kansarme kinderen binnen de perken te houden. Die kloof dreigt te vergroten.

En dan was er gisteren de brief van 269 artsen die aan de alarmbel trekken. Ik begrijp dat het in de huidige situatie, onder de huidige veiligheidsmaatregelen, onmogelijk is om zomaar alle scholen open te doen. Maar er moet iets gebeuren. Los van de leerwinst die er al dan niet is, is er de algemene ontwikkeling van het kind die in de problemen dreigt te komen.

De medische redenen om de kinderen nog langer af te sluiten en de stringente sanitaire maatregelen te handhaven, worden op de korrel genomen. Er zijn vanuit wetenschappelijke hoek verschillende visies daarover. Zo zouden kinderen minder vatbaar zijn voor besmetting en dergelijke meer. U kent de bemerkingen.

Om die redenen is het volgens mij essentieel, minister, om het kind centraal te stellen, maar ook de ouders van het kind, die een belangrijke mate van hun opvoeding bepalen, in de toekomstige beslissing rond de exitstrategie en het normaliseren van onze samenleving.

Minister, zult u dit pleidooi van de 269 artsen ter harte nemen en een kindvriendelijker perspectief in onze exitstrategieën ondersteunen?

Perfect binnen de tijd.

Minister Dalle heeft het woord. U hebt zes minuten. 

Minister Benjamin Dalle

Prima, voorzitter.

Collega's, hartelijk dank voor de vragen over een thematiek die zeer belangrijk is, namelijk die van kwetsbare kinderen en jongeren.

Het pleidooi dat we vandaag luid horen klinken in dit parlement, ook in de open brief, in de bevraging van Uit De Marge en bij de kinderrechtencommissaris, is een pleidooi dat ik, als minister van Jeugd, en ook de Vlaamse Regering, al lang aan het houden zijn. Die vraag is effectief om bij de exitstrategie, ook in de Groep van Experts belast met de Exitstrategie (GEES) en de Nationale Veiligheidsraad, de economische belangen te bekijken, uiteraard de gezondheidsrisico's af te wegen, maar ook de kinderen en jongeren centraal te stellen.

De Vlaamse Regering heeft al diverse maatregelen genomen om dat te doen en heel wat zaken in het vooruitzicht gesteld. Ten eerste, in het onderzoek van Uit De Marge blijkt dat jongeren het heel belangrijk vinden dat ze ruimte krijgen, onder meer in het jeugdwelzijnswerk. Dat is zeer relevant. We hebben vanaf het begin geprobeerd om dat centraal te stellen. Eén, jeugdwelzijnswerkers zijn in het federale ministerieel besluit (MB), op vraag van de Vlaamse Regering, bijna vanaf het begin erkend als een essentieel beroep. Dat is een belangrijke erkenning van de sector en dat maakt het hen mogelijk om af en toe fysieke contacten te hebben, ook op de moeilijkste momenten van de lockdown.

Daarnaast hebben we met de sector in het jeugdwelzijnswerk een soort van protocol voorbereid, net zoals minister Beke dat heeft gedaan in het welzijnswerk, zodat sinds maandag opnieuw in kleinere groepen van acht personen met één begeleider kan worden gewerkt in het jeugdwelzijnswerk. Dat jeugdwelzijnswerk centraal stellen is een heel belangrijk element.

Verschillende plannen zijn gericht op kwetsbare gezinnen, kwetsbare jongeren. We zijn begonnen met extra investeringen in de online- en telefonische dienstverlening. We hebben extra middelen gegeven voor de jongerentelefoonlijn en -chat Awel. We hebben extra middelen gegeven voor het jongerenplatform WAT WAT. In het beleidsdomein van minister Beke zijn het nummer 1712 en de Zelfmoordlijn 1813 vanaf het begin extra betoelaagd, om in de periode van corona extra ter beschikking te staan, online en digitaal.

Er zijn ook twee relevantie actieplannen, waaronder het actieplan mentaal welzijn van minister Beke, met een impuls van 25 miljoen euro voor het mentaal welzijn, maar zeker ook voor jongeren. Minister Beke heeft ook een taskforce voor kwetsbare gezinnen die operationeel is. Zelf hebben we bijna twee maanden geleden een taskforce kwetsbare jongeren en kinderen opgestart, waarbij de Vlaamse Regering twee weken geleden een actieplan kwetsbare jongeren en kinderen heeft goedgekeurd met 4,5 miljoen euro aan maatregelen.

Voorzitter, heb ik nog even tijd om daarop door te gaan?

U hebt nog drie minuten.

Minister Benjamin Dalle

We hebben ook heel breed met de sector, met het departement, met heel veel experten bekeken wat de exacte noden zijn en hebben onze 4,5 miljoen euro doelmatig ingezet.

Via de Huizen van het Kind en het Agentschap Opgroeien stellen we voor 1 miljoen euro vrijetijdsmateriaal ter beschikking van de verschillende lokale besturen, om ook in de vrije tijd kinderen en jongeren te ondersteunen.

Voor de heropstart van het jeugdwerk in de jeugdhulpvoorzieningen trekken we 200.000 euro uit. Ik was, en de heer Keulen weet dat, vanmorgen nog in Lanaken waar de vereniging NATURE voor vrijetijdsondersteuning in de leefgroepen zorgt. Het is heel belangrijk dat dat ook mogelijk is.

Voor de tijdelijke ondersteuning van specifieke problemen wordt 275.000 euro uitgetrokken, die naar de lijn www.nupraatikerover.be voor misbruikte kinderen gaat, en 200.000 euro voor huistaakbegeleiding in de context van het jeugdwerk.

Verder voorzien we 150.000 euro voor e-inclusie via Mediawijs, het Vlaamse Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid. Tablets en laptops ter beschikking stellen is heel belangrijk en dat hebben we ook gedaan, minister Weyts voor Onderwijs en wij via het jeugdwerk, maar men moet er ook mee kunnen omgaan, vandaar de inzet op e-inclusie.

Er is ook 750.000 euro steun voor het landelijk en lokaal jeugdwerk. Uit De Marge bijvoorbeeld zit daarbij. Daarbij versterken we de jeugdwerkorganisaties die specifiek inzetten op kwetsbare kinderen en jongeren.

Tot slot is er een brede projectoproep van 2,1 miljoen euro, breed gedefinieerd rond sport, welzijn, handicap en cultuur, waarbij projecten kunnen worden ingediend die specifiek inspelen op de context van corona en die zich richten op kwetsbare kinderen en jongeren.

De volgende weken en maanden zullen we die zaken verder uitrollen en ook in de maatschappelijke relance zullen we ervoor ijveren dat kwetsbare kinderen en jongeren centraal staan. Hetzelfde geldt voor de Nationale Veiligheidsraad. Vanuit de Vlaamse Regering drukken we er voortdurend op om zeker kinderen en jongeren centraal te stellen.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Er zijn inderdaad al een aantal goede dingen gebeurd, we hebben ook van bij het begin benadrukt dat jeugdwelzijnswerker een essentieel beroep moet zijn. Maar momenteel missen jongeren een perspectief om opnieuw buiten te kunnen spelen, naar school te kunnen gaan, hun vrienden te zien, uit die vier muren te breken. U zegt terecht dat u dat pleidooi al lang houdt maar dat deed u ook al voor de vorige bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad. We hebben dat hier toen met heel wat partijen, over meerderheid en oppositie heen, mee gesteund. We verwachten van een minister van Jeugd dat die de jeugdsector op zijn schouders draagt, maar ook dat er resultaten komen. Wij hopen dan ook dat er bij deze Nationale Veiligheidsraad effectief resultaten kunnen worden voorgelegd. Minister, wordt dit ook door de minister-president gedragen? Want hij is degene die in de Nationale Veiligheidsraad zit en die daar de vorige keer zeer weinig heeft weten uit te slepen voor de jeugdsector.

Met welk concreet plan gaan jullie naar de volgende Nationale Veiligheidsraad om opnieuw perspectief te geven aan kinderen en jongeren?

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, de maatregel die u hebt opgenoemd, was niet de concrete vraag van Dylan. Dylan vroeg: geef ons een beetje meer geld zodat we eten kunnen kopen. Ik denk dat Dylan niet wordt geholpen met geld om naar de telefoonlijn te bellen. Dylan werd ook opgevangen in het jeugdwerk, Dylan vraagt concreet: help ons gezin.

Vorige week was er in dit parlement een voorstel van resolutie van onder andere collega Moerenhout om huurders op de privéhuurmarkt, die het moeilijk hebben om de huur te betalen, te helpen. De voorbije dagen hebben we alle verenigingen van kwetsbare gezinnen en alle sociale onderzoekers naar armoede de Vlaamse overheid horen oproepen om de instrumenten die we hebben, in te zetten.

Wij willen onder andere dat de voorwaarden worden versoepeld zodat mensen in aanmerking kunnen komen voor een sociale toeslag in het Groeipakket, zodat ze geen zes maanden moeten wachten, maar één maand. We hebben daarvoor een voorstel van resolutie geschreven en dat is door alle oppositiepartijen mee ondertekend.

Mevrouw De Martelaer, uw tijd is om. U bent hier eigenlijk handig gebruik aan het maken van uw tijd om de inhoud van uw voorstel van resolutie toe te lichten, maar uw tijd is nu om.

De heer Schiltz heeft het woord.

Minister, dit is inderdaad een goed kader om het welzijn, zeker ook van kwetsbare kinderen, te verbeteren. Ik vrees dat het onderhand niet genoeg zal zijn, en dat u met al die maatregelen niet genoeg zult kunnen doen. Ze zijn goed, ze moeten gebeuren en het is fors, maar we moeten ook kijken naar het onderwijs. We moeten uitzoeken of we niet meer scholen open kunnen krijgen.

Scholen en schooldirecties doen vandaag alles wat ze kunnen. Het zijn absolute helden, naast de mensen in de zorgcentra en vele anderen. Momenteel kunnen ze niet meer aan. In samenspraak met de specialisten moeten we ons afvragen of de internaten terug open kunnen. Ouders van kinderen met een beperking, die naar het bijzonder onderwijs gaan, zitten nog altijd in een heel precaire situatie. Moet, door de scholen deels als opvang te gebruiken, het welzijn niet primeren op het vasthouden aan het wegwerken van zoveel mogelijk leerachterstand? Wat dat betreft, zijn we met de zomerscholen initiatieven aan het opzetten om die achterstand volgend jaar in te lopen.

Minister, ik heb een bijkomende vraag: kunnen we het onderwijs niet meer inschakelen om het welzijn van het kind te verbeteren?

De heer Parys heeft het woord.

Dit is een vraag naar concrete ondersteuning van gezinnen die het vandaag moeilijk hebben en die heel kwetsbaar worden door de coronacrisis. We moeten daar ook gehoor aan geven, maar het liefst met een totale oplossing.

Het is belangrijk dat we die kinderen effectief ondersteunen. Het getuigenis van Dylan heeft veel harten gebroken, en terecht, maar we mogen ook alleenstaanden niet vergeten, mensen met een handicap, bejaarden die van een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) moeten rondkomen. Heel veel gemeenten zijn het idee aan het uitwerken om een lokaal consumptiebudget ter beschikking te stellen van hun inwoners. De Vlaamse Regering zou daar bijvoorbeeld op verder kunnen werken door dat uit te breiden voor kwetsbare doelgroepen, zodat we iedereen bereiken met een eenmalige impuls die effectief de koopkracht ondersteunt.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, veel kinderen missen in deze periode vanzelfsprekend een fysieke en mentale uitlaatklep, weg van de school, weg van de sportclub, weg van hun vrienden. Uiteraard heeft dat een impact op hun leefsituatie. Vooral voor kinderen in een kwetsbare thuissituatie slaat de crisis dubbel zo hard toe. Er zijn veel kinderen die een grote weerbaarheid vertonen, maar er zijn er andere die we opnieuw op de goede weg zullen moeten helpen. Met voldoende politieke wil en daadkracht kan dat.

Minister, ik heb een vraag en een oproep voor u. Het is een goede zaak voor het jongerenwelzijn dat de speelpleinen opnieuw opengaan, maar dat moet wel gebeuren onder toezicht, zodat we niet de beelden zien van veel steden waar hangjongeren samentroepen en de regels niet meer respecteren.

Ik doe ook een oproep aan de bredere politiek. Natuurlijk moeten we zorgen dat het belastinggeld goed wordt besteed. Als ik zie dat ministers, zoals bijvoorbeeld Alexander De Croo, in het buitenland, tot in Afrika toe, Vlaams belastinggeld gaan uitdelen, terwijl er hier in Vlaanderen nog veel Dylans zijn, dan legt men de verkeerde prioriteiten. Ook in deze situatie moeten we het belastinggeld van onze mensen eerst aan onze eigen mensen besteden.

De heer Brouns heeft het woord.

Collega’s, ik denk dat het hier vandaag nog vaak over het kwetsbare kind vandaag in Vlaanderen zal gaan, en heel terecht. Als die coronacrisis ons één ding heeft geleerd of met één zaak heeft geconfronteerd, dan is het daarmee: die bestaande ongelijkheid die er vandaag in Vlaanderen is. Dylan heeft ons dat op heel pakkende wijze nog eens heel duidelijk gemaakt. Hij heeft ons met de neus op de feiten gedrukt.

Ik had het voorrecht om kort contact te hebben met buurtwerkorganisatie ’t Lampeke, waar Dylan ook al vele jaren bekend is. En wat mij het meest opviel bij de coördinator, was de oproep – of bijna de noodkreet – tot meer samenwerking. De scholen alleen kunnen dit niet. De scholen doen heel goed hun best maar alleen kunnen ze het niet. Zij als buurtorganisatie kunnen dit niet alleen. De verschillende verenigingen in de strijd tegen armoede kunnen die strijd niet alleen winnen. In die zin denk ik dat het positief is dat er een taskforce is, dat de krachten gebundeld worden om die strijd aan te gaan.

Er is ook al naar verwezen in het onderzoek: heel wat van die kinderen zitten vandaag meer dan anderen letterlijk in isolement. Geef ze de ruimte om te spelen, doe de speeltuinen open, nadat u al de skateparken hebt geopend. Heel skateminnend Vlaanderen was bijzonder blij dat u dat deed. Maar doe nu ook de speeltuinen open, de zomerkampen, en alle zomeractiviteiten.

Hebt u ook een vraag?

Wanneer kunt u duidelijkheid geven rond de zomerkampen, de zomeractiviteiten en de speelpleinen?

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Een van de problemen die uit het onderzoek blijken, is een gebrek aan ruimte. Het is hier al door verschillende partijen benadrukt. Scholen doen vandaag gigantische inspanningen. Ik kan dat zelf zien bij mijn kinderen. Maar heel veel scholen geven aan dat het niet gemakkelijk is om ook de noodopvang te organiseren, naast het opnieuw opstarten van de lessen. Vaak is er ook voor die noodopvang een gebrek aan ruimte.

Ik wil een positief voorbeeld toelichten. In Gent is er een samenwerking tussen de schepen van Onderwijs en een cultuurcentrum. Daar worden sinds deze week veertien kinderen opgevangen in De Centrale, een cultureel centrum. Daar zeggen ze het zelf heel mooi: ‘Een spelend kind lijkt eigenaardig genoeg een beetje op hedendaagse dans. Het verschil met anders is dus niet zo heel groot.’

Maar in Vlaanderen staan er vandaag heel veel gebouwen leeg, van sporthallen tot expo’s. Ik denk ook spontaan aan het Bouwcentrum in Antwerpen. De vraag is een beetje of we geen gebruik kunnen maken van al die ruimte, om daar ook een plaats te kunnen vinden waar jongeren thuis kunnen zijn, waar jongeren veilig buiten kunnen komen. In samenwerking met het jeugdwelzijnswerk lijkt mij dat een goed plan.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Collega’s, ik dank jullie voor de extra vragen.

Mevrouw De Martelaer, ik was een beetje verwonderd dat u die discussie puur naar het financiële trekt. Uiteraard zijn financiële middelen heel erg belangrijk, zeker voor wie in armoede leeft. Maar als we het specifiek over de jonge Dylan hebben: die maakt deel uit van kinderwerking Fabota van buurthuis ‘t Lampeke. Collega Brouns heeft ernaar verwezen. Dat is een van de organisaties die we vanuit het jeugdwerk ondersteunen. En dat soort ondersteuning is ook van onschatbare waarde. Het zijn dat soort van organisaties die we met ons actieplan Generatie Veerkracht trachten te ondersteunen.

Het financiële is belangrijk, maar laat ons vooral ook niet vergeten dat al de organisaties die zich inzetten voor kwetsbare kinderen en jongeren, ook zeer belangrijk zijn, omdat zij precies weten wat de problemen zijn, en wat zij aan extra ondersteuning kunnen bieden. Het gaat niet alleen om het financiële aspect. Dat als inleiding.

Collega Schiltz, u hebt terecht verwezen naar de belangrijke plaats van het onderwijs. Ik denk dat collega Weyts ook constant bezig is met de opvolging van de heropening van de scholen, om te bekijken wat de mogelijkheden zijn.

Professor Vlieghe heeft gezegd dat er op virologisch vlak geen probleem is met de basisscholen. Maar het moet natuurlijk georganiseerd geraken. Schooldirecties plooien zich vandaag dubbel om dat te realiseren. Ik hoop, net als u, dat er ook extra jaren kunnen opengaan.

De topman van het katholiek onderwijs, Lieven Boeve, heeft gezegd: ‘Laat ons er in elk geval voor zorgen dat elk kind, elke jongere, minstens nog een keer naar zijn klas kan teruggaan.’ Ik denk dat dat absoluut het minimum minimorum is. En ook het initiatief van de zomerscholen kan zeker helpen.

Er waren heel wat terechte oproepen rond ruimte en perspectief. Ik denk effectief dat we vanuit de Vlaamse Regering tot nu toe al het nodige hebben gedaan dat in onze macht ligt om dat te ondersteunen. Maar wat jongeren en kinderen vandaag vooral nodig hebben, is dat ze ruimte hebben om te spelen, ruimte om zichzelf te zijn, en een perspectief hebben op een toekomst die beter is, ook op korte termijn.

Collega Anaf, er is wel degelijk resultaat geboekt, ook bij de Nationale Veiligheidsraad, wat mij betreft nog onvoldoende, maar er is resultaat geboekt. Denk aan de beslissing van vorige week over sport, waarbij is gezegd om niet te beperken tot jongeren die lid zijn van een sportclub en die een sporttrainer hebben om hen te begeleiden, maar open te trekken naar verenigingen, naar feitelijke verenigingen en naar lokale besturen. Samen met collega Somers heb ik dan ook snel duidelijk gemaakt dat lokale besturen die zaken kunnen organiseren en ervoor kunnen zorgen dat basketpleinen, voetbalpleinen en skateparken kunnen worden geopend, onder controle van de lokale besturen. Ze zijn er vandaag ook dag in dag uit mee bezig om dat mogelijk te maken.

Dat is een eerste belangrijke stap, maar daar stopt het inderdaad niet. Ik denk – en collega Brouns heeft het ook even aangehaald – dat ook de speelpleintjes opnieuw moeten kunnen openen. Heel veel kinderen leven op kleine oppervlaktes en hebben weinig ruimte om te spelen. Het zou een heel krachtig signaal zijn als de Nationale Veiligheidsraad ook daar stappen vooruit zou zetten en wel op heel korte termijn.

Waar ook perspectief voor nodig is, is voor de periode na dit schooljaar, na 30 juni. Je merkt dat heel veel kinderen en jongeren, zeker de meest kwetsbare maar ook al die andere, uitkijken naar een onbezorgde vakantie. Een onbezorgde vakantie waar ze kunnen deelnemen aan jeugdactiviteiten, een onbezorgde vakantie waarin ze op kamp kunnen gaan met de jeugdbeweging of op vakantiekamp. Vergeet niet dat het gaat over ongeveer 1 miljoen kinderen en jongeren die met dit jeugdwerk in aanraking komen en over meer dan achtduizend kampen. We hebben met de hele sector in de taskforce zomer en met de subwerkgroep en de experten van de GEES wekenlang samengewerkt om dat mogelijk te maken. We hebben uitgebreide protocollen geschreven om ervoor te zorgen dat die kampen en jeugdactiviteiten op een veilige manier kunnen plaatsvinden, op een manier die aansluit bij de regels voor de volksgezondheid. Ik hoop absoluut dat de Nationale Veiligheidsraad hiervoor op heel korte termijn groen licht kan geven. Dat is wat kinderen en jongeren vandaag nodig hebben: perspectief op een onbezorgde zomer.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, het voorbeeld dat u aanhaalt van de skatepleinen, vind ik wel niet het beste voorbeeld. Ik hoor dat de lokale besturen hierdoor wat werden verrast: op vrijdagnamiddag kregen ze het bericht dat vanaf maandag, onder voorwaarden, de skateterreinen opnieuw open konden. In het weekend hebben ze alle zeilen moeten bijzetten om dat gerealiseerd te kunnen krijgen. Beter overleg met de lokale besturen was op zijn plaats geweest.

Het is absoluut dringend nodig om dat perspectief te geven aan de kinderen en jongeren die nu tussen vier muren zijn opgesloten. We moeten echt oppassen dat ze geen achterstand oplopen in hun ontwikkeling, geen achterstand oplopen op de school die ze nooit meer zouden kunnen inhalen. Het is tijd om hun een perspectief te bieden. Dat is blijkbaar mogelijk op tal van terreinen: in de sport, voor tweedeverblijvers, voor bedrijven, waar meteen 1,9 miljard euro belangrijke steunmaatregelen waren. Het is erg belangrijk om dat perspectief voor kinderen en jongeren, en vooral voor kwetsbare kinderen en jongeren, te geven.

Collega's, het is vandaag blijkbaar niet gemakkelijk om zich aan de spreektijd te houden.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Deze regering sluit haar ogen voor mensen in armoede. Gisteren wou geen enkele minister – noch u, minister Dalle, noch u, minister Beke – commentaar geven op de getuigenis van Dylan, die honger heeft. Ik vind dat echt ongelooflijk. Zwijgen, zich verstoppen, niets doen, geen commentaar geven: dat is letterlijk en figuurlijk laten zien dat deze regering afstand neemt van kwetsbare Vlamingen. Week na week worden hier in het parlement voorstellen gelanceerd om mensen te helpen die in uitzichtloze armoede terechtkomen. De regering neemt akte en doet verder. Het is duidelijk niet zichtbaar voor u en voor jullie, maar in veel steden en dorpen staat het water aan de lippen van gezinnen met kinderen. Daarom wil ik het nog één keer zeggen: deze corona is voor veel gezinnen in Vlaanderen een ‘gamechanger’. Corona verandert alles. Mensen kunnen hun kosten niet meer betalen en geraken in de schulden.

Vlaanderen zag met de krop in de keel een grote vraag van een kleine mens: Dylan vraagt meer geld om eten te kopen. Zover is het dus gekomen in Vlaanderen, een van de rijkste regio's in Europa. Een kind wil meer geld om eten te kopen. Het is lovenswaardig dat de regering onmiddellijk in actie schoot om premies te geven voor ondernemers, maar wij verwachten ook solidariteit van de regering voor al die gezinnen die nu echt in armoede dreigen te vallen.

De heer Schiltz heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, het is een beetje gemakkelijk. Ja, het verhaal van Dylan heeft ook mij en mijn fractie diep geraakt. En er zijn er nog heel veel die we niet op het scherm gezien hebben. Een van de elementen in het armoedebeleid en het detecteren, is ervoor zorgen dat je weet wie in armoede zit, want veel mensen verbergen hun armoede. Daarom vind ik het benadrukken door minister Dalle van de rol van lokale besturen om jongeren meer speelruimte te geven zo belangrijk. Lokale besturen zijn de eerste partner, de OCMW’s ook, om te detecteren wie in de problemen zit.

Mevrouw De Martelaer, de maatschappelijke relance, ik begrijp niet hoe u dat kunt vertalen als ‘doof zijn voor de sociale problemen die er zijn’. Het is het tegendeel: de technische werkloosheid is allesbehalve een asociale maatregel. De 200 euro forfaitaire energievergoeding is bovendien een maatregel met een bijkomend sociaal versterkend effect.

Ja, er moet nog meer gebeuren. Vandaag en de komende week zullen we nog tal van voorstellen bespreken om verder te gaan. Deze regering en deze meerderheid, en heel dit parlement, willen verder gaan om te zoeken op welke manier we mensen die extra getroffen zijn door corona en door de impact van deze crisis in de armoede terechtkomen, kunnen helpen. Opnieuw, de graad van beschaving meet je af aan hoe men omgaat met de zwaksten.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.