U bent hier

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ongeveer 1700 federale ambtenaren werken sinds begin 2015 niet meer voor de federale, maar voor de Vlaamse overheid. De domeinen waarop ze actief zijn, zijn door de staatshervorming een Vlaamse bevoegdheid geworden. Er blijven bij deze overdracht van ambtenaren van federaal naar Vlaams niveau echter nog heel wat vragen rond loon- en werkvoorwaarden onbeantwoord. Een groot deel van de ambtenaren dreigt te moeten inleveren. Ook de vakbonden hekelen het aanslepen van en het uitblijven van duidelijkheid omtrent dit dossier.

Minister, welke initiatieven nam u reeds om de onduidelijkheden voor de ambtenaren weg te nemen? In welke timing voorziet u om klaarheid te scheppen in de onduidelijkheden naar loon- en werkvoorwaarden? Hoe ver staat u met het onderhandelen over dit dossier met de ambtenarenvakbonden? Wanneer verwacht u deze onderhandelingen af te ronden? Kunt u garanderen dat geen enkele ambtenaar die voorheen op het federaal niveau en nu op het Vlaams niveau werkt, moet inleveren inzake loon- en werkvoorwaarden?

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, er zijn heel wat collega’s die over deze zaak een vraag willen stellen. Het probleem bij de overgang naar de zesde staatshervorming is gekend. Er zijn al een heel wat ambtenaren overgeheveld en er zijn er nog ‘onderweg’. De ongerustheid over de inschaling sleept al een aantal maanden aan. Er moet nog heel wat onderhandeld worden. Vandaag stond ook in de krant dat er nog geen akkoord is bereikt. Ik lees dat men zelfs dreigt met rechtszaken en andere initiatieven. De vraag, die een aantal weken is uitgesteld, had misschien achterhaald kunnen zijn, maar ze is nog steeds brandend actueel.

Minister, is het uw inschatting dat veel personeelsleden netto minder verdienen na de overheveling? Zijn er eventueel ook personeelsleden die netto meer overhouden als gevolg van de overheveling? Wat is de stand van zaken in de onderhandelingen met de vertegenwoordigers van de werknemers? Welke stappen zult u zetten om een goede afloop van deze onderhandelingen te verzekeren en aldus de overgehevelde federale ambtenaren duidelijkheid te verschaffen over hun finale loon- en werkvoorwaarden?

Het is misschien ook belangrijk dat er over premies, tweetaligheidspremies enzovoort, duidelijkheid komt, want dit soort van discussies dreigt nogal eens in een welles-nietesspelletje te verzanden. Zo komen er discussies waar mensen naast elkaar gaan praten. Het is voor het parlement heel belangrijk om goed te weten wat er volgens u allemaal in de weegschaal ligt.

Voorzitter, minister, collega’s, ik ga meteen over naar mijn vragen. We hebben in de pers vernomen dat de syndicale onderhandelingen geëindigd zijn met een protocol van niet-akkoord.

Minister, wat is de stand van zaken? Klopt die berichtgeving? Welke initiatieven zult u nu de komende dagen en weken nemen?

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, we hebben gisteren – jammer genoeg – de onderhandelingen moeten afsluiten met een protocol van niet-akkoord. De vragen waren inderdaad al eerder ingediend, maar de antwoorden zijn relevant om op de hoogte te zijn van alle aspecten. De heer Kennes heeft er ook naar verwezen: wat waren de eisen van de vakbonden? Wat hebben wij op tafel gelegd?

Wat waren oorspronkelijk de eisen van de vakbonden? Zij wilden dat de personeelsleden hun vroegere loopbaanvoordelen van het federale statuut konden behouden. Ze wilden ook niet dat de maaltijdcheques, die wel bestaan op Vlaams niveau maar niet op federaal niveau – een maaltijdcheque van 7 euro per gewerkte dag –, werden meegenomen in de vergelijkingsbasis tussen de federale en de Vlaamse bezoldiging. Dit druist in tegen de uitgangspunten van de inschalingsregeling zoals die door de Vlaamse Regering is bepaald. Ze bevat drie punten. Ten eerste is er minimaal behoud van de bezoldiging op datum van overdracht, mits verrekening van de maaltijdcheques. Het tweede uitgangspunt is dat de inschaling in een best passende Vlaamse schaal en in de Vlaamse loopbaan moet gebeuren. Een laatste uitgangspunt is een maximaal inschalingsvoordeel van gemiddeld 5 procent per schaal, of maximum 8 procent op bepaalde trappen van een schaal.

In het kader van deze onderhandelingen heeft de Vlaamse Regering het begrotingsakkoord van 10 januari 2014 heeft gevolgd. Wat hield dat akkoord in? Het ging over de inschaling van de federale ambtenaren die werden overgeheveld in het kader van de Plantentuin en de verkeersbelasting. Ook was er een overheveling in het kader van de staatshervorming. We hebben de voorwaarden die toen wel zijn aanvaard door de syndicale organisaties en ook vastgelegd door de Vlaamse Regering, nu gewoon gevolgd. Dat is absoluut niet in strijd met het KB van 25 juli 1989, het bewuste KB dat de overheveling van federale ambtenaren naar een ander niveau, in casu de Vlaamse overheid, regelt. 

Een van de kritieken van de syndicale organisaties is het feit dat aan de maaltijdcheques geen pensioenrechten verbonden zijn. Ik denk dat we daarbij een aantal nevenbedenkingen moeten meegeven. Enerzijds kan er aan dit probleem geremedieerd worden door het instrument van de P-schalen, waarbij aan 55-plussers een brutosalaris wordt toegekend dat minstens gelijk is aan het brutosalaris dat op ze op datum van de overdracht hadden bij de federale overheid. In het kader van de onderhandelingen – ik geef straks mee op welke data die plaatsvonden – hebben we dit nog verlaagd naar de leeftijd van 54 jaar. Dat was een compromisvoorstel dat op tafel werd gelegd. U begrijpt ook dat, als er een protocol van niet-akkoord is, alle compromisvoorstellen niet meer geldig zijn. Wij hadden ook gehoopt – en ik vind het belangrijk dat mee te geven in het kader van dit debat – om nog tot een gedeeltelijk akkoord te komen. Dat is helaas niet gelukt.

De basis van de inschalingsmethode is de vergelijking van de generieke bezoldigingscomponenten van de federale en de Vlaamse overheid. Bij de federale overheid zijn er de generieke componenten salaris, eindejaartoelage, vakantiegeld en eventueel weddecomplementen. Bij de Vlaamse overheid gaat het over de generieke bezoldigingscomponenten salaris, eindejaartoelage, vakantiegeld en maaltijdcheques. Ik heb u daarnet gezegd dat men bij de Vlaamse overheid per gewerkte dag een maaltijdcheque van 7 euro krijgt en bij de federale overheid niet. Door de bepaling van de best passende salarisschaal en mits de verrekening van de maaltijdcheque, gaat geen enkel personeelslid er netto op achteruit. Ik kom daar straks nog even op terug. Het lijkt mij alvast belangrijk in dit debat.

We kunnen dat natuurlijk beweren, maar we hebben het ook geverifieerd aan de hand van 35 concrete personeelsdossiers, die willekeurig zijn gekozen. We hebben 35 concrete personeelsdossiers gekozen uit alle federale diensten, alle niveaus, contractueel/statutair, voltijds/deeltijds, ook op voordracht van vakorganisaties, die ons zelf een lijst hebben overhandigd – die ik bij me heb – van mensen waarvan zij dachten dat die erop achteruit zouden gaan. Ik kan u zeggen dat zelfs bij de voorbeelden die door de vakorganisaties zijn aangereikt er geen enkel personeelslid op achteruitgaat. De percentages gaan er alleen maar op vooruit. Het is toch wel belangrijk om dit mee te geven.

Uit een vergelijking van het netto maandelijkse loon bij de federale overheid  en bij de  Vlaamse overheid, blijkt dat iedereen die van het federale niveau naar het Vlaamse wordt overgeheveld, erop vooruitgaat. De gemiddelde verhoging  is 3 tot 4 procent. Voor alle duidelijkheid: dit is bekeken op jaarbasis en kan nog worden verhoogd na verrekening van de hogere eindejaartoelage en het vakantiegeld. Onze laagste schaal, niveau D, is sowieso hoger ingeschaald dan de D-schaal op het federale niveau. De ambtenaren die op het laagste niveau worden betaald en van de federale overheid overkomen naar de Vlaamse overheid, gaan er dus per definitie meer op vooruit dan de 3 tot 4 procent die ik daarnet heb genoemd.

Voorzitter, op de volgende vraag ben ik al een beetje ingegaan. Maar gezien de gebeurtenissen van gisteren, wil ik er toch uitgebreid op ingaan. Bovendien hebben drie collega’s een gelijkaardige vraag gesteld en ga ik er dus van uit dat er in deze commissie – terecht – een behoorlijke interesse is in deze problematiek. Er is mij gevraagd of ik kan garanderen dat geen van de ambtenaren erop achteruit zal gaan, niet alleen wat loonvoorwaarden, maar ook wat werkvoorwaarden betreft. Je moet namelijk naar meer kijken dan enkel het loon. Ik heb u al gezegd: wat het nettoloon betreft, zal niemand er op achteruitgaan. Integendeel: ze stijgen gemiddeld 3 tot 4 procent. Er zijn bovendien nog een aantal extralegale voordelen die bij de Vlaams overheid veel beter zijn dan bij de federale overheid.

Voor deze inschalingsoperatie werden 26 toelagen en vergoedingen die federaal bestonden, onderzocht. 12 regelingen werden in overgang overgenomen of geïntegreerd in het salaris. Voor 10 regelingen wordt een analoge regeling die reeds bestaat bij de Vlaamse overheid toegepast. Voor 2 regelingen is er inderdaad geen oplossing gevonden, namelijk de taalpremie en de directietoelage. Wat de taalpremie betreft, vind ik het eigenlijk niet zo abnormaal dat je, als je voor de Vlaamse overheid komt werken, geen recht meer hebt op een taalpremie. Je wordt namelijk niet meer verondersteld een andere taal dan het Nederlands machtig te zijn. Ik vind dat dus redelijk logisch.

Daarnaast zijn er nog een aantal andere toelagen en vergoedingen die niet bestonden op het federale niveau. Daarop heb ik u daarnet al gewezen. Je moet niet alleen naar het nettoloon kijken, dat dus gemiddeld wel degelijk stijgt, want er zijn andere extralegale voordelen die bij de Vlaamse overheid voordeliger zijn dan bij de federale overheid. De personeelsleden die vanuit de federale overheid naar de Vlaamse overheid komen, zullen die voordelen ook ontvangen. In het kader van dit debat vind ik het belangrijk om dit mee te geven. Zo is er een ruimere regeling voor gevaarlijk werk, de ploegenarbeid en de tijdelijke functieverzwaring.

Ook belangrijk is dat een Vlaams ambtenaar in ziekteverlof gedurende zijn hele carrière kan rekenen op 666 dagen die worden betaald aan 100 procent terwijl een federale ambtenaar vrij snel terugvalt op 65 procent. Ook dat is een voordeel. Het is dus slechts uitzonderlijk dat bepaalde federale toelages of vergoedingen na de overdracht niet meer worden toegekend. Integendeel, ik denk dat er nog ruimschoots een aantal leuke Vlaamse voordelen bij komen.

Ik zal proberen de chronologie van de onderhandelingen te schetsen. Om de verworven rechten verder te kunnen toekennen, moesten we die rechten oplijsten en over de juiste informatie beschikken. Daarvoor moesten we over een minimum aan personeelsgegevens beschikken. De overdrachtsdossiers vanuit de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO), de FOD Economie en de FOD Mobiliteit hebben we veel te laat ontvangen. Daardoor liep de eerste principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering van de wijzigingen van het Vlaams personeelsstatuut (VPS) vertraging op tot 28 november 2014. In het sectorcomité 18 van 3 november 2014 werd al een eerste maal een toelichting gegeven van de stand van zaken.

Op het volgende sectorcomité van 2 december 2014 werd afgesproken om de besprekingen in een werkgroep te behandelen op mijn kabinet. Die werkgroep kwam viermaal samen, op 12 december, 16 december 2014, 29 januari en 26 maart. Net voor ik hier binnenkwam, las ik nog een reactie van een syndicale organisatie waarin zij beweert dat er geen overleg is geweest. Uit eerbied voor mijn personeel wil ik herhalen dat zij bloed, zweet en tranen hebben gelaten om die onderhandelingen goed te leiden. Zij hebben dat voortreffelijk gedaan. Ik heb zelf ook tijd uitgetrokken om de syndicale organisaties persoonlijk op mijn kabinet te ontvangen. Mijn medewerker naast me heeft ook samen met vertegenwoordigers van andere kabinetten veel moeite gedaan en veel vergaderingen georganiseerd. De bewering dat er geen overleg zou zijn geweest, pik ik dan ook niet. Ik vind dat niet fair ten opzichte van al die mensen die daar zoveel tijd in hebben gestoken. Ik heb het dan over zowel de kabinetten als over de administraties. Dit getuigt van weinig respect.

Ik heb u een overzicht gegeven over de onderhandelingsdata. Op basis van de vergaderingen die hebben plaatsgevonden, hebben de vakorganisaties nog een aantal vragen en opmerkingen geformuleerd die verder onderzoek en arbeidsintensieve bevraging van de personeelsdiensten noodzakelijk maakten. De resultaten van dat onderzoek werden besproken tijdens de werkgroepvergaderingen van januari tot maart.

Gisteren hebben we jammer genoeg de onderhandelingen in het sectorcomité 18 moeten afronden met een protocol van niet-akkoord vanwege de drie vakbonden. Ik vind dat jammer. We hebben immers nog een aantal compromisvoorstellen op tafel gelegd. Zo was er aanvankelijk en nu nog veel discussie over de personeelsleden van de justitiehuizen. We hebben in samenspraak met minister Vandeurzen een zeer billijk compromisvoorstel op tafel gelegd maar dat is verworpen door de syndicale organisaties. Ook het feit dat elk personeelslid er gemiddeld 3 à 4 procent op vooruitgaat, is blijkbaar van weinig tel voor de syndicale organisaties.

Ik vind het jammer om in bepaalde kranten te moeten lezen dat de syndicale organisaties beweren dat de federale ambtenaren die overkomen naar de Vlaamse overheid, worden behandeld als tweederangspersoneel. Ik vind dat jammer: ik wil niet spreken over eerste-, tweede- of derderangspersoneel. Elk personeelslid dat voor de Vlaamse overheid werkt, moet op dezelfde manier worden behandeld. De reactie van de syndicale organisaties impliceert wel degelijk dat men tot twee groepen van Vlaamse ambtenaren zou komen. Dat zou niet billijk zijn ten aanzien van de ongeveer 27.000 Vlaamse ambtenaren die dagelijks hun best doen en voor de Vlaamse overheid werken. Wij hebben alles geprobeerd om tot een goed akkoord te komen. Wij hebben compromisvoorstellen op tafel gelegd, maar ik moet u helaas zeggen dat het niet heeft gebaat.

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Er is inderdaad een protocol van niet-akkoord afgesloten door de vakorganisaties. Er wordt gesteld dat u totaal geen luister- en onderhandelingsbereidheid aan de dag zou leggen. Ik vraag me af waar dat op gebaseerd is. Ik kan me voorstellen dat die gevoeligheid bij de vakorganisaties, maar in de eerste plaats bij de federale ambtenaren die zijn overgekomen naar het Vlaamse niveau, zeer groot is. Er was hun gezegd dat ze een rugzak mochten meenemen waarbij hun huidige situatie gevrijwaard zou worden, maar dat blijkt nu niet het geval te zijn.

Er wordt gegoocheld met cijfers, met het verschil tussen netto en bruto. Natuurlijk kun je met cijfers alles bewijzen, bij manier van spreken. Minister, u hebt de vinger op de wonde gelegd: u hebt gezegd dat de maaltijdcheques met het loon zouden worden verrekend bij de inschaling. Dat heeft natuurlijk zijn repercussies op heel wat andere zaken. Dan kom je natuurlijk op gevoelige zaken, met dat lagere brutoloon dat dan negatieve effecten heeft op toelagen, maar ook op de berekening van de pensioenrechten. Dat lijkt me toch niet weinig.

Daarbovenop is er natuurlijk de indexsprong, die heel recent is goedgekeurd en die ook zijn weerslag heeft op de inkomens, op de lonen en op de vervangingsinkomens. Dat dit er nu nog bovenop komt, dat alles samen maakt dit onverteerbaar voor die federale ambtenaren die zijn overgekomen, denk ik.

Het is en blijft natuurlijk een kwestie van voorzien in voldoende en noodzakelijke middelen om die positie, om die loon- en werkvoorwaarden van de federale ambtenaren die overkomen, te garanderen. Het is dus altijd een centenkwestie: men moet voorzien in voldoende noodzakelijke middelen. Ik pleit er dan ook voor om dat toch te doen. Ik zou het natuurlijk ook betreuren, mocht het tot een rechtszaak moeten komen. Minister, ik hoop echt dat het niet zo ver moet komen. Ik dring erop aan dat men ervoor zorgt dat die loon- en werkvoorwaarden en die loopbaanrechten van de federale ambtenaren die overkomen, toch gevrijwaard blijven.

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Mijnheer De Loor, ik denk dat de indexdiscussie nu niet meteen hieraan is gekoppeld. Er is geen inflatie, dus op dit moment ook geen indexstijging, en die sprong zal dan nog in de toekomst moeten gebeuren. Het is echter natuurlijk wel zo dat veel mensen zich ongerust maken over de gevolgen, omdat er heel veel elementen samenhangen. Minister, dat hebt u ook duidelijk in beeld gebracht. Er zijn heel veel zaken die mee in die mand liggen. De heer De Loor heeft dan natuurlijk wel een punt als hij zegt dat het ene ook wel repercussies heeft voor het andere: als de opbouw van pensioenrechten gekoppeld is aan bepaalde zaken en niet aan andere, dan zijn dat inderdaad wel punten die samenhangen en een repercussie kunnen hebben, mogelijk ook op de hoogte van de premies.

Minister, nu begrijp ik dat er toch wel heel wat overleg is geweest. Zoals vaak gaat dan het debat over de vraag of men echt heeft geluisterd, hoe men heeft geluisterd enzovoort. Dat kennen we ook uit het verleden. Ik stel echter vast dat er toch heel wat inspanningen zijn geweest, dat er ook al verscheidene weken en maanden wordt onderhandeld. Een goed onthaal van de overkomers in de Vlaamse structuren lijkt me belangrijk, ook voor de tevredenheid van die mensen. De Vlaamse overheid heeft een goed imago als werkgever, en ik ben ervan overtuigd dat u dat ook zo wilt houden. We zullen vanuit het parlement uiteraard de vorderingen in dit dossier blijven volgen. U hebt terecht gesteld dat daar heel wat interesse voor is bij de collega’s. Ik wil u dan ook bedanken voor het toch wel zeer uitgebreide antwoord, waarin alle aspecten aan bod zijn gekomen, denk ik. Er is vaak een welles-nietesspel over wie erop vooruitgaat en wie erop achteruitgaat, maar ik heb begrepen dat u toch stelt dat er, op basis van uw inschatting, heel wat mensen zijn die er wel degelijk op vooruitgaan.

Minister, ik dank u voor uw heel ruim, omstandig en volledig antwoord. Het bevat heel veel elementen die in die discussie toch wel een en ander in perspectief kunnen plaatsen.

Heel wat collega’s hier hebben ook zelf ervaring met sociaal overleg, met syndicaal overleg, op lokaal of Vlaams vlak of op andere niveaus. De constante die je dan toch steeds ziet, is dat men pas een goed akkoord heeft, dat men pas een compromis kan bereiken als een van de beide partijen – of het liefst de beide – uit haar egelstelling komt. Met permissie, ik heb niet meteen het gevoel dat dit hier is gebeurd, als we bedenken dat de mensen er gemiddeld met 3 à 4 procent op vooruit gaan, als we bedenken dat netto iedereen erop vooruitgaat, als we bedenken dat men voor heel wat andere regelingen – u hebt ze geschetst, minister – beter af is bij de Vlaamse overheid dan federaal. Slechts voor twee van die regelingen, waaronder die taalpremie, bleek er geen oplossing te zijn gevonden. Het lijkt me vrij logisch dat men die taalpremie hier in Vlaanderen niet kan krijgen. Dat men dan een protocol van niet-akkoord tekent, dat men dan het overleg opblaast, dat vind ik, dat vindt mijn partij nogal betreurenswaardig.

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer De Loor, u verwijst naar de mededeling van de syndicale organisaties dat er geen onderhandelingsbereidheid zou zijn geweest. Ik betreur dat. Dat lijkt me altijd een beetje een teken van onmacht: als wordt geopperd dat we niet hebben willen onderhandelen, dan meen ik dat men het liefst wil afwijken van de inhoud.

Ik heb u daarnet een heel uitgebreide lijst gegeven van alle data waarop er inderdaad heel intensief is onderhandeld. Ik herhaal mijn opmerking van daarnet: ik vind dat van zeer weinig respect getuigen voor alle mensen die dat hebben gedaan, voor zowel de ambtenaren en de administratie als de kabinetsmensen die dag in dag uit – gisteren tot zeven uur of tot half acht ’s avonds, denk ik – hebben onderhandeld om toch nog al was het maar een gedeeltelijk akkoord te bereiken. Als er dan wordt gezegd dat er geen onderhandelingsbereidheid was, sorry, maar dat lijkt me dan veeleer aan te tonen dat men niet wil ingaan op de inhoud, dat men als syndicale organisatie niet wil aangeven waarom men niet akkoord wou gaan met het voorstel.

Over de maaltijdcheques heb ik geantwoord dat het een van de grote struikelblokken was. Wat me wel verbaast, is dat men bij de onderhandelingen in januari 2014 over de overheveling van de personeelsleden van de federale naar de Vlaamse overheid – de mensen van de Plantentuin en de verkeersbelasting – er niet over is gestruikeld. Het was de normaalste zaak van de wereld dat de maaltijdcheques werden opgenomen in de berekening van het loon. Nu plots niet meer.

Mijnheer De Loor, u hebt terecht gezegd dat je geen maaltijdcheque krijgt als je ziek bent. Dat is juist, maar ik heb u ook gezegd dat de ziekteregeling van de Vlaamse overheid veel voordeliger is dan die van de federale overheid. Maar dat neemt inderdaad niet weg dat je geen maaltijdcheque krijgt als je ziek bent.

U zei ook dat dit een effect heeft op het pensioen. Ik denk dat ik het in mijn antwoord toch uitgebreid heb gehad over de P-schalen en over wat we daar hebben gedaan. Iemand die 55 jaar is en overkomt naar de Vlaamse overheid, heeft sowieso zijn brutoloon dat hij op dat moment heeft bij de federale overheid. Ik heb u ook gezegd dat we nog een compromis hebben voorgesteld om de 55 jaar te verlagen naar 54 jaar. Een compromis veronderstelt dat er een akkoord moet zijn tussen beide partijen. Als er een partij zelfs geen gedeeltelijk akkoord wil, dan verdwijnt natuurlijk ook elk compromisvoorstel.

Mijnheer De Loor, u hebt ook uw bekommernis geuit of dit alles juridisch wel overeind kan blijven. Ik heb ook zeer omstandig geantwoord waarom wij in regel zijn met het KB van 1989. Ik kan u ook zeggen dat bij de vorige overhevelingen de Raad van State ook om advies is gevraagd die daar nooit een probleem van heeft gemaakt. Ik maak me sterk dat er ook nu geen probleem is.

We gaan door, we moeten doorgaan. Het is ook in het voordeel van het personeel om door te gaan. We moeten tot een definitieve goedkeuring van dit besluit komen. We zullen het ook voor advies voorleggen aan de Raad van State. We zullen het oordeel afwachten. Maar omdat ze bij voorgaande en vergelijkbare regelingen nooit een opmerking hebben gemaakt, denk ik dat we ook nu goed zitten.

Mijnheer Kennes, u hebt op een aantal moeilijkheden gewezen. Onderhandelingen zijn nooit gemakkelijk. Je moet met de verzuchtingen van allerlei partijen rekening houden. Ik ben zeer blij dat u ook wel onthouden hebt dat elk personeelslid er gemiddeld 3 tot 4 procent op vooruitgaat. We mogen niet evolueren naar twee groepen binnen de Vlaamse ambtenaren: zij die van de federale overheid komen en zij die hun carrière bij de Vlaamse overheid zijn begonnen. Dat zou niet goed zijn.

Wij hebben er gisteren alles aan gedaan om nog tot een gedeeltelijk akkoord te komen, maar zelfs dat was niet mogelijk, ondanks alle compromisvoorstellen die wij op tafel hebben gelegd.

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw bijkomende uitleg.

Ik heb uit het persbericht van ACV-Openbare Diensten geciteerd dat er geen luisterbereidheid was. Ik zeg niet dat die er totaal niet was, maar ik weet uit ervaring dat men dat niet zomaar lichtzinnig verklaart.

Mijnheer Kennes, u zegt dat de indexsprong er hier niet veel toe doet. Ik heb alleen maar willen zeggen dat het er wel toe doet als die verschillende zaken allemaal samenkomen. Ik kan ook begrijpen dat jullie dat niet graag horen dat men over de indexsprong begint.

Minister, wat wel tekenend is, is dat het verschillende syndicale organisaties – en niet één – die het protocol van niet-akkoord hebben afgesloten.

Bovendien waren een heleboel federale ambtenaren zelf geen vragende partij om de overstap naar de Vlaamse overheid te maken.

Er wordt inderdaad gedreigd met een rechtszaak. Het gaat ten slotte nog altijd om een contractverandering. Als men bij iemand bepaalde zaken gaat veranderen, is dat een eenzijdige aanpassing van een contract. Ik denk dat u zich op juridisch glad ijs begeeft.

Minister, ik zou er nogmaals voor willen pleiten om in voldoende en noodzakelijke middelen te voorzien zodat iedereen zijn recht op loon en loopbaanmogelijkheden kan behouden.

Mijnheer De Loor, u zegt dat veel federale ambtenaren geen vragende partij waren om te worden overgeheveld naar de Vlaamse overheid. Dat is natuurlijk eigen aan een zesde staatshervorming. Ik kan me niet herinneren dat uw partij daar niet voor heeft gestemd.

Minister, ik heb niet gezegd dat we er niet achter staan. Ik wou enkel zeggen dat die mensen niet op vrijwillige basis zijn gekomen, maar nu wel de negatieve gevolgen moeten ondergaan van iets waar ze zelf niet voor hebben gekozen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.