U bent hier

Commissievergadering

woensdag 1 april 2015, 9.30u

Voorzitter
De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Dit is een uitdieping van mijn eerdere vraag om uitleg, maar over een heel specifiek punt dat enorm mijn aandacht heeft getrokken.

In dezelfde hoorzitting bleek ook duidelijk dat de bevolking niet alleen heel sterk zal stijgen, maar dat er vooral een toename van het aantal 65-plussers zal zijn. Bijkomend werd ook duidelijk dat het aantal huishoudens in de Vlaamse Rand de komende jaren zal toenemen met 8 procent. We zien ook dat vooral een- tot twee persoonsgezinnen zullen stijgen met 10 procent. Het aantal 65-plussers zal de komende jaren toenemen met 16 procent. In de rest van Vlaanderen is dat gemiddeld 20 procent, maar daar is er geen historische achterstand op dat vlak.

Dat zijn voor de brede regio van Vlaams-Brabant heel specifieke uitdagingen die heel grote gevolgen zullen hebben op het vlak van woon- en zorgbeleid in de Rand.

Minister, welke visie hebt u als minister van de transversale bevoegdheid Vlaamse Rand – zoals u het zelf zegt – over het omgaan met de uitdagingen van die evolutie op het vlak van woon- en zorgbeleid in de Vlaamse Rand?

Hoe zult u in samenspraak met uw domeinspecifieke collega-ministers ervoor zorgen dat de diversiteit in de evolutie zich vertaalt in een beleid op maat van woon- en zorgbeleid in de Vlaamse Rand?

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

De heer Michel Doomst (CD&V)

Het is uiteraard een zorg die leeft. Ik denk dat er hier ook tweepoligheid moet zijn. Alles moet niet op de frêle schouders van de ministers worden gelegd. Het zal heel belangrijk zijn dat het een goed samenspel wordt tussen wat we op het terrein kunnen realiseren en dat waarvoor we gesteund worden door de Vlaamse overheid.

Minister, ik bedoel daarmee dat we ons moeten afvragen of we het creatieve wonen niet moeten aanmoedigen in de Rand. Er wordt veel gepraat over generatiewonen, maar in de praktijk zie ik er weinig van. Recent was er het idee van meegroeiwoningen. Moeten we dat niet meer in onze projecten opnemen, waardoor we creatiever proberen om met de schaarse ruimte tot een maximaal resultaat te komen? Moeten we het behalve creatief niet ook innovatief aanpakken? Hoever staan we met Vlabzorg? Is er een perspectief van invulling op korte of middellange termijn?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Natuurlijk sluiten die bevindingen en ambities naadloos aan bij wat we al hebben besproken in de beleidsnota en bij wat we hebben vooropgesteld als te realiseren doelstellingen en bij de bekommernissen die we met zijn allen delen.

Wij zijn ons bewust van de uitdagingen op het vlak van wonen. Er is de demografische ontwikkeling. Er is de toename van de migratiedruk en alle gevolgen daarvan in de Vlaamse Rand op ruimtelijk vlak en op het vlak van groen- en milieubeleid. En dan is er misschien nog de belangrijkste zorg: het effect op sociale verdringing. Heel wat jonge gezinnen kunnen het zich niet langer veroorloven om te blijven wonen in hun eigen gemeente en streek, net door die migratiedruk en het gevolg daarvan op de grond- en woonprijzen, die de pan uit swingen. Op dat vlak heeft een vorige Vlaamse Regering een belangrijk initiatief genomen met het Grond- en Pandendecreet. Daarbij werden enerzijds het aantal sociale woningen en een bindend sociaal objectief met betrekking tot het realiseren van extra sociale woningen naar voren geschoven. Anderzijds was in het Grond- en Pandendecreet ook een voorrangsbeleid vervat. Het Grond- en Pandendecreet is natuurlijk voor onze Vlaamse Rand essentieel als het gaat over het voorrangsbeleid. Men heeft zelfs een mechanisme ingevoerd waardoor we een voorrangsbeleid kunnen voeren voor mensen die een band hebben met de gemeente of de streek, ook ten aanzien van private gronden. Dat wil concreet zeggen dat jonge Vlaamse gezinnen die een band hebben met de gemeente of de streek, voorrang kunnen genieten bij de verkoop van private kavels en private gronden.

Franstalige partijen hebben dit voor het Grondwettelijk Hof aangevochten. Zij hebben binnengehaald wat ze wilden: cruciale bepalingen uit dat decreet werden vernietigd. Enerzijds ging het om bepalingen over het sociaal bindend objectief, dat niet werd aangevochten door de Franstaligen maar door andere partijen, maar anderzijds werden ook wat betreft het voorrangsbeleid cruciale bepalingen door het Grondwettelijk Hof vernietigd.

De Vlaamse Regering heeft nu wel de vaste ambitie om dat voorrangsbeleid te herstellen en om ervoor te zorgen dat er effectief instrumenten bestaan waarmee zelfs op de private markt jonge gezinnen die een band hebben met de gemeente of de streek, voorrang krijgen bij het verwerven van private gronden of private kavels. Daarover is een overleg aan de gang met het kabinet van minister Homans. Zij werkt aan een herstel op die twee fronten: het sociaal bindend objectief en het voorrangsbeleid. Er zijn grosso modo twee pistes. Ofwel gaan we werken met inkomensgrenzen. Het Grondwettelijk Hof heeft gezegd dat je een voorrangsbeleid mag uitvoeren bij de verwerving van private gronden en kavels waarbij voorrang wordt gegeven op basis van binding met de streek als dit niet het enige criterium is. Er moeten ook bepaalde sociale of inkomenscriteria aan verbonden worden. Zo zou men bijvoorbeeld geen hoger dan een gemiddeld inkomen mogen hebben. Dat moet in concreto nog worden gedefinieerd. Ofwel zullen we een totaal ander instrument ontwikkelen en andere decretale wegen verkennen om hetzelfde principe van het voorrangsbeleid gestalte te geven.

Wat zorg betreft, weten we dat de Vlaamse Rand een bijna historische achterstand heeft in de rusthuizen- en verouderingsproblematiek waarnaar u verwijst. In mijn eigen gemeente en in andere gemeenten in de Vlaamse Rand, bijvoorbeeld Dilbeek, zie ik een toename van het aanbod van woonzorgcentra. Ik verwacht nieuwe cijfers en evoluties van mijn bevoegde collega in de Vlaamse Regering, minister Vandeurzen, die ook bezig is met een investeringskalender voor de komende jaren. Maar dat is, gelet op de budgettair barre tijden, een zeer moeilijke oefening. Elk bijkomend bed in de woonzorgcentra vergt extra financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid. Dat is dus niet bepaald vrijblijvend. We zullen moeten bekijken wat die investeringskalender oplevert aan perspectieven voor de Vlaamse Rand, en dit koppelen aan de cijfers inzake vergrijzing en de toenemende nood aan woonzorgcentra.

Daarnaast is er in het regeerakkoord ook sprake van Vlabzorg-invest. Dat is een instrument om gronden beschikbaar te stellen, met specifiek de bedoeling om zorginitiatieven te ontwikkelen.

Dat staat natuurlijk nog in zijn kinderschoenen. Dat denkspoor moet nog worden uitgewerkt. We zullen hiervoor de nodige middelen moeten zoeken. Aangezien nu met het oog op andere bezorgdheden aan het budget wordt gewerkt, valt dit nog verder uit te werken. Het is in elk geval als doelstelling in het Vlaams regeerakkoord en in de beleidsnota opgenomen.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U bent diep op de voorrangsregels ingegaan. Hoewel ze belangrijk zijn, zullen we er met enkel die voorrangsregels niet komen. Uit de cijfers van de Studiedienst van de Vlaamse Regering blijkt dat het aantal huishoudens in de Rand met 8 procent zal stijgen. Dat betekent dat er in een reeds dichtbevolkt gebied 8 procent meer woningen moeten komen. Daar gaan enorme uitdagingen mee gepaard, onder meer om het groene karakter voldoende mogelijkheden te bieden. Met enkel voorrangsregels zullen we er niet komen. Er moeten meer initiatieven worden genomen om voor meer woningen te zorgen.

Mijn punt is dat de uitdagingen in de Rand op alle vlakken groter zijn dan elders in Vlaanderen. We hebben nood aan een integrale visie. Die visie moet integraal, maar niet algemeen zijn. Tijdens de hoorzittingen is immers gebleken hoe gediversifieerd de situatie in elk van de vier onderscheiden gemeentetypes is.

Er zijn gemeenten waar vooral het aantal 65-plussers toeneemt. Daar is nood aan zorg en aan woningen van nieuwe types, zoals kangoeroewoningen en dergelijke. Gemeenten als Vilvoorde, Machelen en Diegem zijn vooral tewerkstellingsgemeenten waar jongere mensen in een- of tweepersoonsgezinnen zich komen vestigen. Zij hebben ook heel specifieke noden. We hebben met betrekking tot de Rand een plan en cijfers nodig.

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

De heer Michel Doomst (CD&V)

Volgens mij zullen we dit niet enkel van bovenaf kunnen oplossen. We hebben weinig geld en weinig grond. Er moet een interactie met het terrein komen. Vooral in Vlaams-Brabant moeten we creatiever te werk gaan. Ik denk dan aan de nieuwe woonvormen. Het zal niet volstaan her en der nog eens dertig of veertig kavels te plaatsen. Volgens mij moeten we ook van onderuit creatiever en innovatiever werken met de ruimte en het woningbestand waarover we beschikken.

Minister, ik kijk uit naar de aanpassing van de voorrangsregel en naar de invoering van Vlabzorg. Daarmee alleen zullen we er echter niet komen. Om hier iets aan te doen, is er ook nood aan een creatieve invulling in interactie met het terrein.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

De gemeenten zijn de eerste regisseurs van het lokaal woonbeleid en van de aanpak van de verstedelijking. Zij kunnen vanuit de praktijk de lokale noden het best detecteren en maximaal beantwoorden. Het klopt dat we het lokaal woonbeleid niet enkel van bovenaf kunnen voeren. Aangezien onze middelen en mogelijkheden beperkt zijn, zal de creativiteit vooral van onderuit moeten komen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.