U bent hier

De heer de Meyer heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, 20 procent van de wereldwijde aardappeloogst gaat verloren aan de aardappelziekte die veroorzaakt wordt door de schimmel Phytophthora infestans. Vooral in regio’s met een gematigd klimaat, zoals Vlaanderen, is de schimmel een van de grootste bedreigingen voor de aardappelteelt. De schimmel kost de Belgische landbouwers jaarlijks 55 miljoen euro.

Bovendien legt de controle van de ziekte een enorme druk op het milieu. In Vlaanderen moeten aardappelboeren hun gewassen 10 tot 15 maal per jaar besproeien. Dit resulteert in een gemiddelde van 17 kilogram fungicide per hectare. In België wordt meer dan 1000 ton fungiciden gebruikt voor de controle van Phytophthora.

Genetische manipulatie biedt een mogelijke oplossing. Stijn Bruers, woordvoerder van een dierenrechtenorganisatie, stelt dat er minder gewasbeschermingsmiddelen gebruikt moeten worden bij de teelt van ggo’s. Zo zei hij onlangs in De Standaard: “Het blijkt niet juist te zijn dat er door ggo’s meer pesticiden worden gebruikt, integendeel. Dat we kruisingen moeten vrezen van ggo’s met wilde planten, klopt evenmin. En dat boeren die ggo’s telen een lager inkomen hebben en de dood worden ingedreven, strookt ook niet met de waarheid.”

Ook Bart Coenen, oudgediende bij Groen en Velt, sluit zich hierbij aan: “Ggo’s hebben bewezen positieve invloeden te hebben op opbrengsten, pesticidenreductie en het milieu, maar tegenstanders hebben de introductie van de technologie met succes belemmerd”. Bovendien vindt hij dat het ggo-debat meer gebaseerd moet zijn op wetenschap en minder op waarden en gevoelens. Dat zijn toch wel getuigenissen uit onverdachte hoek.

Het is bekend dat Phytophthora gemakkelijk door enkelvoudige resistenties heen breekt. Wanneer echter meerdere resistentiegenen aanwezig zijn bij een aardappelras is het voor de schimmel veel moeilijker om zich tezelfdertijd genetisch aan te passen aan beide resistentiegenen. Het voordeel van de techniek van genetische modificatie ten opzichte van klassieke veredeling is dat men veel sneller en gerichter resistente rassen kan ontwikkelen en ook veel gemakkelijker meerdere resistentiegenen tegelijk kan inbrengen. Dit inbrengen via genetische modificatie kan bovendien zonder verlies van raseigenschappen.

Genetisch gewijzigde Phytophthoraresistente aardappelen bezitten resistentiegenen die van nature voorkomen in wilde, knoldragende Solanaceae. Dezelfde of vergelijkbare genen zijn ook aanwezig in conventioneel veredelde Phytophthoraresistente aardappelen. De genen in de genetisch gewijzigde aardappellijnen zijn daarom net zo milieuveilig als diezelfde genen in de conventioneel veredelde rassen en diezelfde genen in de wilde verwanten. Bovendien grijpen er bij het vinden van geschikte genetisch gemodificeerde lijnen strenge selecties plaats, met als doel enkel die lijnen te selecteren die de correcte raseigenschappen behouden hebben. Zo worden in veldproeven het uiterlijk en het gedrag van de planten uitvoerig bestudeerd, om eventuele afwijkingen op te sporen en na te gaan of eventuele afwijkingen ongewenste gevolgen hebben. Planten met ongewenste eigenschappen zullen niet op de markt worden gebracht. Daarenboven moet een risicobeoordeling worden uitgevoerd door de nationale bioveiligheidsraden en de European Food Safety Authority (EFSA), alvorens het ggo-gewas überhaupt op de Europese markt gebracht kan worden. Als verschillende comités van experten of de Europese Commissie een beslissing nemen, hebben de lidstaten nog steeds de keuze om de ggo’s al dan niet toe te laten op hun grondgebied of op delen van hun grondgebied.

Minister, deelt u de mening dat ggo’s het pesticidenverbruik en bijgevolg de milieudruk kunnen reduceren? Wat is daarover de mening in onze buurlanden? Bent u bereid om ggo’s geval per geval te boordelen, en specifiek voor de aardappelteelt genetisch gemanipuleerde varianten toe te laten die voorkomen dat er onnodige hoeveelheden pesticiden gespreid moeten worden? Maakt u een onderscheid tussen soortgelijke genen en soortvreemde genen in de beoordeling of bepaalde teelten worden toegelaten? Momenteel wordt slechts één ggo-gewas geteeld in de Europese Unie. Lopen er nog aanvragen? Heeft BASF zijn aanvragen voor de Fortuna-aardappel opnieuw ingediend, nu er meer duidelijkheid is over het wettelijk kader? Loopt er nog wetenschappelijk onderzoek?

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Ik heb in de rand de vraag of er naar aanleiding van dergelijke debatten al een overleg is geweest tussen Vlaanderen, Wallonië en de federale overheid betreffende ggo’s. U hebt er naar aanleiding van een van de vorige vragen in deze legislatuur al eens naar verwezen.

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Ik ben blij dat een rationeel man als de heer De Meyer met een open geest naar dit debat kijkt en het op de agenda plaatst. We merken dat steeds meer mensen het debat meer rationeel gaan voeren, eerder dan een emotioneel en ongenuanceerd discours rond ggo’s te voeren. Dat moet het nodige tegenwicht bieden tegen helaas veel gemakkelijkere emo-discours waar halve waarheden en hele leugens vaak niet worden geschuwd.

Tegenstanders van ggo’s gaan ook almaar verder in hun oorlog tegen ggo’s. Zo begint men nu ook cisgenese en transgenese op een hoopje te gooien. Nochtans is cisgenese een proces waarbij genen van dezelfde soort worden gebruikt. Bij ons weten is er vanuit het GMO-panel (Genetically Modified Organisms) van de EFSA een analyse uitgevoerd rond risico’s verbonden aan het gebruik van cisgenese. Het concludeert dat plantenrassen die worden verkregen door cisgenese geen grotere risico’s inhouden dan de rassen die verkregen zijn uit conventionele kruisingen.

We hebben ook begrepen dat er binnen België een werkgroep gemandateerd is om een insteek te leveren in het Europese debat. Heeft die werkgroep inmiddels een wetenschappelijk advies afgeleverd rond cisgenese? Met betrekking tot goedkeuring voor ggo’s, antwoordde u, minister, op een schriftelijke vraag die ik in februari stelde, dat er 25 ggo’s wachten op goedkeuring voor import en verwerking als ‘food’ en ‘feed’. Maar daarnaast wachten er ook nog vier ggo-importtoelatingen voor het gebruik buiten de voedselketen.

In een recent artikel van het Vlaams infocentrum land- en tuinbouw (VILT) van 23 april stond dat er momenteel negentien goedkeuringen op stapel staan. Kunt u de correcte stand van zaken geven?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Collega’s, dit is een bezorgdheid die veel mensen bezighoudt. Het debat wordt volop gevoerd.

Mijnheer De Meyer, het zijn de specifieke eigenschappen die ingebracht werden via biotechnologische technieken, in combinatie met de daarmee verbonden landbouwpraktijk, die bepalend zijn of de ggo-teelt betrekking zal hebben op het pesticidegebruik. Het is dan ook niet mogelijk om daarover zomaar een algemene uitspraak te doen. Ik geloof zelf ook in het grote potentieel van de genbiotechnologie, om een reële bijdrage te leveren aan het verminderen van de milieudruk in de landbouw. Dat aspect komt inderdaad veel te weinig aan bod.

Heel wat wetenschappelijke studies hebben al uitspraken gedaan over het verband tussen ggo en pesticidegebruik. Elke studie heeft zijn eigen specifieke proefopzet, specifieke onderzoeksvraag en context van waaruit het onderzoek wordt uitgevoerd. Bovendien moet elke nieuwe ggo-toepassing geval per geval worden beoordeeld.

De teelttoelating van ggo’s blijft in de eerste plaats een Europese bevoegdheid. Een Europese teelttoelating is gebaseerd op een risico-evaluatie door de European Food Safety Authority (EFSA) en de lidstaten. Met de nieuwe Europese regelgeving kunnen lidstaten een uitzondering, in casu een verbod van teelt, vragen voor een regio of het grondgebied van de hele lidstaat. Vlaanderen beschikt dus ook over de mogelijkheid om tijdens of na de Europese autorisatieprocedure een verbod op teelt voor het Vlaamse grondgebied te vragen.

In principe zal ik de EU-autorisatie respecteren, omdat die op een wetenschappelijke beoordeling van de risico’s voor de gezondheid van mens en dier en het leefmilieu gebaseerd is, maar dat moet natuurlijk geval per geval worden bekeken. Het is wat mij betreft duidelijk dat er geen redenen zijn om landbouwers in Vlaanderen het telen van een in de toekomst Europees geautoriseerde plaagresistente aardappel bijvoorbeeld te ontzeggen. Integendeel, want het telen ervan kan zowel een milieuwinst opleveren als de rendabiliteit van de teelt verbeteren.

Cisgenese wordt samen met andere nieuwe plantenveredelingstechnieken door de Europese Commissie onderzocht in het kader van de ggo-regelgeving. Er is binnen België een werkgroep, met secretariaat binnen het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid. Die zijn gemandateerd om de technieken in detail te bestuderen en een insteek te leveren op Europees vlak. De werkgroep heeft als doel om aan de bevoegde overheden een wetenschappelijk advies te verlenen om de verschillende technisch-wetenschappelijke aandachtspunten toe te lichten. Zolang zij niet tot conclusies gekomen zijn, is het voorbarig om een standpunt over cisgenese in te nemen. We moeten de wetenschap het werk laten doen.

De toelating voor teelt wordt gegeven op Europees niveau. In deze procedure is een positieve risico-evaluatie cruciaal om een vergunning te kunnen verkrijgen. Of het nu om een cisgene dan wel een transgene plant gaat, deze gewassen moeten veilig zijn voor mens, dier en milieu. Dat is voor mij de toetssteen. Voor cisgene gewassen maakt men gebruik van soorteigen genen, en omdat er in dit geval een ‘history of safe use’ is, verloopt de risico-evaluatie voor cisgene gewassen een stuk eenvoudiger dan voor sommige andere toepassingen.

In 2012 publiceerde het Europese Voedselveiligheid Agentschap of EFSA een opinie waarin ze aangeven dat cisgene planten even veilig zijn als traditioneel veredelde gewassen. De vraag of cisgene organismen wel onder de ggo-regelgeving vallen, is vandaag een onderwerp van discussie op internationaal niveau, dat nog altijd niet is uitgeklaard.

Op Europees niveau, mijnheer De Meyer, is enkel maïs met code Mon810 geautoriseerd voor teelt. Momenteel zijn enkel maïsdossiers in behandeling in functie van het verkrijgen van een autorisatie voor teelt of voor een hernieuwing van de autorisatie. Ik heb een lijst van welke dat zijn, die zal ik aan het secretariaat bezorgen.

Het consortium van het UGent, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) werkt verder aan de ontwikkeling van cisgene plaagresistente aardappelen. Tijdens de veldproeven met ggo-Desiré-aardappelen is kennis verworven over de waarde en inzetbaarheid van resistentiegenen. Deze genen worden nu toegepast bij de ontwikkeling van cisgene aardappelrassen met commerciële waarde.

In nauw overleg met de betrokken sectoren, de primaire producenten en de verwerkende industrie, werd geopteerd om in het lopende onderzoeksproject Bintjeplus te focussen op de ontwikkeling van een cisgeen plaagresistent Bintje met verschillende resistentiegenen. Bintje wordt in Vlaanderen nog steeds op grote schaal geteeld vanwege zijn bijzondere eigenschappen waardoor deze aardappel bijzonder geschikt is voor consumptie en verwerking. Het onderzoek verloopt in nauw overleg en samenwerking met internationale partners binnen en buiten Europa.

Er is overleg tussen de verschillende bevoegde autoriteiten. Er is een instantie die dat structureert. De meest recente lijst van de importtoelatingen zal ik nog eens opvragen, mijnheer Vanderjeugd. Ik heb u de vorige keer de aantallen gegeven. Maar het is een federale bevoegdheid. Ik vraag op hoeveel het er exact zijn en wat het precies inhoudt en dat zal ik ook via het secretariaat bezorgen.

De heer De Meyer heeft het woord.

Minister, ik ben het voor honderd procent met u eens als u stelt dat wetenschappelijk onderzoek en de toetssteen wat de gevolgen zijn voor mens, dier en milieu, voor ons essentieel zijn. Dat is een heel correct uitgangspunt. Wat betreft de ggo-dossiers is Europa niet altijd even consequent geweest en het boekt eigenlijk weinig vooruitgang met dit dossier. Zeker ook als eraan wordt gedacht om sommige elementen te hernationaliseren. Dit is geen consequente houding.

Collega’s, ik heb in mijn vraag bewust de aardappelteelt genomen. Als je bekijkt welke milieueffecten en financiële gevolgen er vandaag zijn door het veelvuldig moeten sproeien, en als je leest wat daarover verschijnt in de wetenschappelijke literatuur en alles wat erbij hoort, heb ik de indruk dat er een grote bereidheid is om in deze dossiers hoe dan ook vooruitgang te boeken.

Minister, ik wil u aanmoedigen om ook op Europees en uiteraard op Vlaams niveau een grote bijdrage te blijven leveren zodat de wetenschap in deze dossiers consequent kan worden gevolgd. Daarom is het goed dat hierover ook in Vlaanderen verder onderzoek wordt verricht.

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik verneem dat er overleg is in een bepaald orgaan. Is dat iets aparts? Staat dat los van uw kabinet of gebeurt dat vanuit uw kabinet? Welk orgaan overlegt daar? Ik heb begrepen dat u vanuit Vlaanderen wel de Europese richtlijnen of regels inzake ggo’s wilt volgen, of hetgeen men voorstelt, maar ik heb links en rechts ook gehoord dat bijvoorbeeld de regio’s Brussel en Wallonië daarover toch een iets anders gedacht hebben. Het is belangrijk dat we weten welk overlegorgaan daarover discussieert. Misschien moet ik daarover eens een andere vraag stellen.

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Minister, het stemt mij positief dat u dit met een open geest en rationeel bekijkt. We moeten eerlijk zijn. Er is, zoals de heer De Meyer zei, een vertraging geweest. We moeten zeker die inhaalbeweging doen. Het is geen allesomvattende oplossing. Elke ggo-toepassing moet goed bekeken en goed wetenschappelijk onderbouwd worden. Het is een innovatieve techniek, die zeker een oplossing kan bieden zowel voor de landbouw als voor het milieu.

De heer Sanctorum heeft het woord.

In deze discussie betreur ik dat elke mogelijke tegenstand wordt ondergebracht in het emodebat. Maar dat klopt natuurlijk niet. Het lijkt erop alsof mensen die voor ggo’s zijn, de zuivere rationele benadering volgen, terwijl mensen die kritisch zijn een ongeloof hebben ten aanzien van ggo’s, hun potentieel, de mogelijke impact op de leefomgeving en eventueel zelfs de gezondheid – hoewel daar inderdaad heel wat nuance op is aan te brengen. Je ziet gewoon dat onder wetenschappers discussie bestaat of ggo’s nu een positieve of een negatieve impact hebben op het gebruik van herbiciden en pesticiden. We doen dat ook in dit debat. Het is inderdaad een genuanceerd debat. Zowel voor- als tegenstanders hebben een argumentatie. Ik heb de indruk, telkens wanneer er hier een ggo-vraag wordt gesteld, dat de tegenstanders meteen worden geclassificeerd als mensen die totaal niet rationeel en puur vanuit een ethisch bezwaar reageren. Dat is helemaal niet het geval.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Dit wordt besproken in een permanente werkgroep binnen de Interministeriële Conferentie Landbouw.

Naar aanleiding van een vorige vraag om uitleg heb ik ook al gesteld dat als wij vinden dat bij ons iets kan terwijl Wallonië vindt van niet, we dan afspraken moeten maken over de afstandsregels, zodat het ene niet kan overspringen op het andere. Dat moet ook daar worden besproken en uitgeklaard.

De heer De Meyer heeft het woord.

Mijnheer Sanctorum, ik heb alleen maar geprobeerd om nuances in mijn verhaal in te bouwen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.