U bent hier

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik hoor via via dat de Vereniging Vlaamse Cultuur- en gemeenschapscentra (VVC) gevraagd zou hebben om te fusioneren met Locus-Bibnet. Dat verhaal geeft me de gelegenheid om de minister te vragen wat zijn visie is op belangenbehartigers, steunpunten en hun onderlinge verhouding. De VVC is de ledenvereniging van cultuurcentra en gemeenschapscentra in Vlaanderen en Brussel: spreekbuis, overlegplatform, beleidsadvisering, enzovoort. Kortom, het is de belangenbehartiger van de cultuur- en gemeenschapscentra.

In dat kader kan men ook nog vragen stellen over de positie van andere belangenbehartigers in het culturele landschap: de Federatie sociaal-cultureel werk (FOV), de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie (VVBAD). Ik vermeld die twee organisaties omdat ze een kleine subsidie ontvangen, maar mijn vraag geldt evengoed voor bijvoorbeeld de podiumkunstensector.

Ik weet niet of de geruchten die ik heb gehoord juist zijn. Ik zou het natuurlijk aan de organisaties zelf kunnen vragen, maar ik wil graag een antwoord vanuit de politiek horen. Mocht dit juist zijn, dan worden de functies van belangenbehartiger en steunpunt vermengd. In een kleine sector in Vlaanderen is dat min of meer het geval, namelijk in de sector van de amateurkunsten. Het Forum voor Amateurkunsten vervult beide rollen. De amateurkunsten omvatten een heel groot veld, maar de landelijke organisatie ervan is zeer beperkt. Het betreft een twaalftal organisaties voor amateurkunsten. Dat is een uitzonderlijke situatie.

Bij ons bestaat echter de traditie om de belangenbehartiging van het steunpuntwerk te onderscheiden. Ik ga geen bloemlezing geven van het veld, want dat geeft veel mensen de indruk dat het complex is, maar het is relatief helder. De vraag is dus of belangenbehartiging en steunpuntnetwerk vermengd worden. Dat kan onschuldig lijken, maar bevat een aantal gevaren. Een steunpunt wordt eigenlijk aangestuurd door de overheid, en een belangenbehartiger door het veld zelf. Een steunpunt heeft niet altijd dezelfde vrijheid om te spreken of te handelen in de sector of in de deelsector. Bovendien is de vraag wie de werkagenda maakt: de overheid of het veld.

Minister, is het juist dat de Vlaamse overheid – u dus – aan de VVC gevraagd heeft om te fuseren met LOCUS-Bibnet? Zo ja, welke motieven liggen er aan de basis? Meent u dat de functies en opdrachten van steunpunten en belangenbehartigers het best gescheiden worden in verschillende organisaties? Of is net een vermenging binnen één organisatie volgens u een meerwaarde? Hebt u plannen met andere belangenbehartigers en steunpunten? Bijvoorbeeld met VVBAD in relatie tot LOCUS-Bibnet, of FOV ten opzichte van het Steunpunt Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk (Socius)?

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Ik hoor dat de heer Caron via via informatie heeft gekregen. Ik stel me dan voor dat er ’s ochtends een koolmeesje aan bed komt vertellen wat er allemaal gebeurt. Waarschijnlijk komt dat niet overeen met de realiteit, maar goed, dit terzijde.

Toen ik, nog niet zo lang geleden, in het Vlaams Parlement kwam, was het voor mij soms moeilijk om het onderscheid te maken tussen steunpunten en belangenbehartigers. Ik heb uiteraard ook de beleidsnota van de minister gelezen, en ik begrijp ook dat je moet gaan kijken wie wat doet en op welke manier. Het lijkt me logisch dat bij een volgende legislatuur nagegaan wordt wat eventueel de mogelijkheden zijn tot optimalisatie. Net zoals we gezegd hebben, moet steeds worden gekeken naar de missie, naar de meerwaarde, het gewenst effect op het terrein en de finaal gerealiseerde meerwaarde van steunpunten en belangenbehartigers. Natuurlijk is er wel een verschil tussen de finaliteit van de taak van een steunpunt en de taak van een belangenbehartiger. Zoals u ook zegt in uw beleidsnota moet de belangenbehartiging eigenlijk door de sector worden georganiseerd. Dat lijkt me wel logisch. Ik geef de heer Caron wel gelijk dat we goed het onderscheid moeten maken, dat elk zijn eigen meerwaarde en zijn eigen opdracht heeft en dat we dat goed moeten bewaken. Langs de andere kant ben ik steeds bereid om te kijken hoe dat in het veld beter kan worden gerealiseerd.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

In  verband met de vraag of de veronderstelling klopt over de mogelijke fusie van enerzijds LOCUS-Bibnet en anderzijds de VVC, is mijn antwoord het volgende. Ik heb de keuze gemaakt om de rol van de bovenbouw en van de koepels te herdefiniëren, niet alleen omdat, zowel op zakelijk als inhoudelijk vlak, enige synergie en integrale aanpak interessant kunnen zijn, maar ook en vooral omdat de omgeving waarin ze optreden in verandering is. Ik wil samen met de sector kritisch herbekijken welke rol deze organisaties in de toekomst zullen opnemen en dit in relatie met het veld en met de te hertekenen administratie. Voor de kunsten is deze oefening al achter de rug. Wat betreft de ondersteuning van het lokaal cultuurbeleid heb ik in de beleidsnota de optie genomen om te focussen op een integrale ondersteuning, dus zowel inhoudelijk als instrumenteel, en zonder onderscheid naar sector of subsector  – gemeentelijk cultuurbeleid, bibliotheken, cultuurcentra. Bibnet en LOCUS zullen daarom in de loop van 2015 fusioneren tot één organisatie die de gemeenten een integrale ondersteuning kan bieden bij een aantal maatschappelijke uitdagingen omtrent hun lokaal cultuurbeleid.

Wat betreft de VVC  wil ik benadrukken dat ik nog geen keuze heb gemaakt, maar dat ik de verschillende pistes verken. De subsidiëring van Bibnet, LOCUS, van VVC en trouwens ook van de VVBAD is bovendien decretaal verankerd in het decreet lokaal cultuurbeleid. Bij de Vereniging Vlaamse Cultuur- en gemeenschapscentra speelt, zoals u weet, nog een ander element – en dat is een beetje de aanleiding van uw vraag, mijnheer Caron: organisaties bestaan niet alleen uit structuren, maar ook en vooral uit mensen. De VVC is een kleine organisatie: één directeur, één stafmedewerker en één administratief verantwoordelijke. Als zich in een dergelijke kleine organisatie wijzigingen aandienen – de concrete aanleiding is dat de directeur, het gezicht van de organisatie, met pensioen gaat – biedt dat volgens mij ook opportuniteiten – maar niet meer dan dat – om de zaken wat ruimer te bekijken, onder meer in het licht van de doelstellingen in mijn beleidsnota.

Op dat vlak is de VVC zelf vragende partij om binnen relatief korte termijn uitsluitsel te bieden. Meer kan ik daar niet over zeggen, dat is de context waarbinnen uw koolmeesje tot bij u is gekomen.

Dan stelt u de vraag fundamenteler, over de functies en opdrachten van steunpunten en belangenbehartigers. Ik ben ervan overtuigd dat de functies van belangenbehartigers en steunpunten beter in verschillende organisaties worden ondergebracht. Een van de redenen daarvoor is – en dat heb ik al meermaals verkondigd – dat ik vind dat belangenbehartiging een zaak is van de sector. Belangenbehartiging maar ook de steunpunten hebben nood aan een zuivere taakstelling en een zuiver model, waarbij de belangenbehartiger in alle vrijheid zijn taak kan uitvoeren, namelijk opiniëring, op de barricade, voor de belangen van de sector.

Ik stel echter vast dat er verschillen zijn tussen sectoren. In de ene sector worden ze niet gesubsidieerd, bijvoorbeeld het Overleg Kunstenorganisaties (oKo) in de kunsten, terwijl ze in andere sectoren een plaats krijgen in het Sectordecreet, met name bij het sociaal-cultureel volwassenenwerk, lokaal cultuurbeleid en erfgoed. Of de functies van steunpunt en belangenbehartiger worden in één organisatie opgenomen, bijvoorbeeld het Forum voor Amateurkunsten of het Circuscentrum. Wanneer er zich kansen voordoen om de bovenbouw te harmoniseren, om overlap weg te werken, om taakstelling helder te krijgen en subsidiëring te stroomlijnen, wil ik daar wel werk van maken.

Wat andere belangenbehartigers en steunpunten betreft, heb ik zoals gezegd plannen met de bovenbouw en dit, voor alle duidelijkheid, in functie van ondersteuning en versterking van het veranderende werkveld en de te bereiken maatschappelijke doelstellingen. Elk steunpunt en elke belangenbehartiger heeft zijn ‘petite histoire’ en heeft zich een plek in het veld eigen gemaakt. Elke organisatie zal dan ook kritisch op zijn merites, doelstellingen en opdrachten worden bekeken. In die zin is het een toepassing van het adagium: ‘Fortiter in re, suaviter in modo’.

Een voorbeeld om de eigenheid van elke organisatie te illustreren is de VVBAD. Deze vereniging heeft in haar ledenbestand, in tegenstelling tot de VVC, niet enkel lokale openbare bibliotheken maar ook wetenschappelijke bibliotheken, schoolbibliotheken, erfgoed- en kunstbibliotheken, documentatiediensten en archieven. Ook voor de andere sectoren wil ik niet vooruitlopen op de zaken. Wat betreft het sociaal-cultureel volwassenenwerk, zal ik dit meenemen bij de geplande hertekening van het decreet.

Een en ander is in beweging, maar er zijn zeker nog geen definitieve sporen getrokken. Het wordt zeker vervolgd.

De heer Bart Caron (Groen)

Mijn vraag speelt in op een ontwikkeling. Ik begrijp dat die pas goed is gestart, behalve in de kunsten, waar ze min of meer is afgerond. Daar heb je een duidelijk scheiding: een zichzelf financierende organisatie oKo versus een eengemaakt steunpunt, en daarnaast twee fondsen voor letteren en film. Die situatie is heel duidelijk.

Maar hier is het niet duidelijk. U laat een en ander in het midden. Ik kan leven met veel argumenten die u aanbrengt en ermee omgaan. Het is niet gemakkelijk om te veralgemenen. Het Forum voor Amateurkunsten en het Circuscentrum tonen aan dat een tweeledige opdracht van belangenbehartiger en steunpunt ook combineerbaar en werkbaar is, maar dat zijn natuurlijk kleine sectoren. Het aantal spelers is beperkt. Dat staat haaks op oKo, die werking zou nooit in de schoot van het VTi zou kunnen worden georganiseerd. Ik zeg dus ook zelf dat er verschillen kunnen zijn tussen de sectoren, die goed moeten worden bekeken.

Er is een historisch deficit als het gaat over lokaal beleid. De VVC bestaat en de opdracht van de VVBAD gaat weliswaar breder dan de lokale openbare bibliotheek, maar heel het verhaal van het lokale cultuurbeleid daarbuiten is nooit behoorlijk georganiseerd. De museumwereld loopt kilometers achterop als het gaat over belangenbehartiging. Het is nooit geïntegreerd. Dat is onduidelijk. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) positioneert zich ook op dat vlak, en heeft dan weer een bredere opdracht. Het is een zeer complex veld.

Minister, ik zal het met belangstelling volgen. Wel vind ik dat een veld ook een mondigheid mag en moet hebben. Het is goed voor de overheid en het beleid dat er een partner is waarmee je kunt spreken, die de belangen van een sector of een deel vertegenwoordigt. Dan kun je een weg afleggen, of ruziemaken, of wat dan ook. Dan kun je communiceren. Ook is het nuttig dat er ondersteuning is via steunpunten. Aan die principes wil ik vasthouden. Waar nuttig en nodig, kan er worden afgeweken. Maar soms kan er beter niet worden afgeweken.

Het maakt iets los. Mijn vraag heeft er intussen toe geleid dat ik vier of vijf vragen heb gekregen van mensen en organisaties om met hen te spreken. Het is levendige materie.

De laatste jaren is er heel fors bespaard in de bovenbouw in het cultuurbeleid. Er is een kritische grens bereikt. Ik ben een zware pleitbezorger van ondersteuningsorganisaties, ook van een tweede en zelfs een derde lijn, waar het kan. Dat zijn de plekken van reflectie, van kritisch nadenken over de interne evolutie van sectoren. Nu heb ik het even niet over de belangenbehartigers, maar over de ondersteunende organisaties. Ik heb niets tegen reorganisatie en betere indelingen. Ik heb het project van het eengemaakte kunstensteunpunt gesteund. Ik pleit er wel voor om niet meer verder te knippen in de vleugelbreedte van die organisaties. Straks worden ze kleiner dan koolmeesjes. Dat is niet interessant voor het veld dat ze moeten ondersteunen.

Minister, u hebt geantwoord dat alles nog in evolutie is. En inderdaad, maar als ik het goed heb onthouden, zijn koolmezen een signaal dat de natuur goed werkt. Ze zijn wel belangrijk.

Minister, zoals u zegt, je hebt een landschap dat in beweging is. Ik begrijp dat wordt gezegd dat men niet meer verder kan wat die bovenbouw betreft, maar ik meen dat er nog steeds ruimte is voor harmonisatie, een betere synergie en goede afspraken. Als men in een financieel precaire context werkt, dan gaat mijn voorkeur nog steeds uit naar de basiswerking. Je moet inderdaad ook een bovenbouw hebben. De intermediaire structuren zijn nodig, maar ze moeten wel efficiënt zijn en ze moeten wel harmonieus kunnen samenwerken. Dat wou ik toch even meegeven. Dat betekent dus niet dat we niets meer hoeven te veranderen. Op diverse terreinen is het landschap ook anders dan pakweg tien, vijftien jaar geleden. Dan moet je daar ook op kunnen inspelen. Maar goed, wordt vervolgd. Dat zal zeer boeiend worden.

Mevrouw Caroline Bastiaens (CD&V)

Minister, ik zou ook nog even willen ingaan op wat u hebt gezegd. De collega’s hebben er al op gewezen: het veld is in beweging. Desondanks is het voor u ook heel duidelijk dat steunpunten en belangenbehartigers diverse functies hebben en dat het dus zeker niet fout is, om het dan genuanceerd te zeggen, dat die functies ook in verschillende organisaties zijn ondergebracht. Zoals de heer Caron zei, er zijn andere voorbeelden. De diverse functies die er zijn, moet men waarderen en in stand houden.

Willen we die waarderen, dan zijn daar natuurlijk ook wel de nodige middelen voor nodig. Ik ben dus toch iets genuanceerder dan de heer Meremans als die zegt dat er nog veel kan worden geharmoniseerd of geoptimaliseerd. We moeten dat bekijken, maar ik zou daar toch zeer voorzichtig mee willen omgaan.

Minister, wat me toch een beetje ongerust heeft gemaakt, is dat u zegt te willen bekijken in welke mate er verder kan worden gestroomlijnd. De culturele sector is zeer divers. De heer Caron heeft dat ook al aangehaald. Ik vind dat we heel goed moeten oppassen met het streven naar uniformiteit of een verder stroomlijnen. Het veld is in beweging, dus laten we zien hoe dat verder evolueert, maar toch met een zekere terughoudendheid wat mij betreft op dat vlak.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister, ik vind dat een cultureel veld een stem moet krijgen en moet blijven hebben. Er is al veel bespaard. Ik heb niets tegen andere indelingen en verschuivingen in velden en structuren, maar ik vind wel dat er niet meer kan worden geknipt in de financiële enveloppe voor de bovenbouw in de culturele wereld. Ik zeg dat nog eens uitdrukkelijk.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.