U bent hier

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, de voorbije jaren is een beperkt groeipad uitgetekend voor de sociale economie, en meer in het bijzonder ook voor de beschutte werkplaatsen. In 2011 kwamen er zo 75 plaatsen bij, voor 2012 waren dat er 60. Ook in 2013-2014 was er een groeipad, waarbij de middelen voor beide jaren geclusterd waren. Het in het vierde Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA-4) geplande groeipad van 110 voltijdsequivalenten (vte’s) werd volgens een administratief eenvoudige procedure verdeeld.

In uw beleidsnota is geen concreet groeipad ingeschreven. Bij de toelichting van de beleidsnota hebt u gezegd dat u ervoor pleit om een herverdeling te doen van de niet-benutte plaatsen zodat de capaciteit effectief kan worden ingevuld. Zo kwamen er onlangs tien vte’s opnieuw vrij om te herverdelen. Aan de beschutte werkplaatsen werd gecommuniceerd dat deze plaatsen alle naar de stad Antwerpen zouden vloeien. Daardoor ontstond er verontwaardiging bij verschillende beschutte werkplaatsen en de koepel omdat er in het verleden op een andere manier werd herverdeeld. Er zou in samenwerking met de beschutte werkplaatsen een procedure zijn uitgetekend om deze plaatsen bij een mogelijke herverdeling toe te kennen. Hier wordt nu, om onbekende redenen, van afgeweken. De koepel liet al verstaan de minister een schrijven te bezorgen om hun ongenoegen namens alle beschutte werkplaatsen te uiten.

Minister, wat was de procedure die was afgesproken met de beschutte werkplaatsen om plaatsen te herverdelen? Met welke factoren wordt er rekening gehouden bij deze procedure? Waarom werd van deze procedure afgeweken? Zal de herverdeling van de tien vte’s alsnog anders ingevuld worden? Is er een zicht op bijkomende plaatsen die in de nabije toekomst zouden moeten worden herverdeeld?

De heer Beenders heeft het woord.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Voorzitter, minister, collega’s, mijn vraag is bijna gelijklopend en gaat over dezelfde bezorgdheid.

In het nieuwe Maatwerkdecreet is een specifieke regeling opgenomen rond het terugzetten van niet-ingevulde capaciteit bij maatwerkbedrijven. Bij de beschutte werkplaatsen is er in de huidige regelgeving een gelijkaardige procedure. Het lijkt alsof de procedure niet toegepast zou zijn. Ik spreek voorwaardelijk omdat ik het antwoord eerst wil afwachten en omdat ik wil nagaan welke de argumenten zijn waarom deze tien vte’s naar de stad Antwerpen zijn gegaan.

Ik wacht het antwoord af en zal nog bijvragen stellen als niet alles beantwoord is.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, ik heb nog eens het Maatwerkdecreet en de uitvoeringsbesluiten nagelezen om mij goed te informeren. Wat in de uitvoeringsbesluiten staat over de herverdeling van de contingenten, leek me toch zeer gunstig te zijn. Ik lees dat “de vrijgekomen capaciteit automatisch herverdeeld wordt per eenheid van één vte over de maatwerkbedrijven waarvan de invullingsgraad hoger is dan 95 procent. De herverdeling gebeurt volgens rangorde en start bij het maatwerkbedrijf met de hoogste invulling. Deze procedure zal zich jaarlijks herhalen.”

Deze aanpak van de herverdeling van contingenten in het nieuwe Maatwerkdecreet lijkt me toch wel een zeer positieve evolutie. Het wordt een echt eerlijk en wettelijk kader waardoor de sector veel duidelijkheid zal krijgen, waar er vroeger veel onduidelijkheid was. Alles wordt ook zo eerlijk mogelijk verdeeld, automatisch, en is duidelijk ook goed geregeld. Wat ook zeer belangrijk is, is dat kleine spelers nu ook aan bod zullen komen en niet enkel de grote spelers.

Ik denk dat dit al een groot deel van het antwoord is. Sorry als ik daarmee al een antwoord op de vragen heb gegeven.

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Claes, mijnheer Beenders, ik vind uw vragen frappant. U beseft allebei zeer goed wat ik heb moeten doen bij mijn aantreden voor de tewerkstelling in een beschutte werkplaats die failliet was gegaan. Dat ging toen over 26 voltijdsequivalenten (vte) in Limburg. U zegt nu dat er tien plaatsen worden toegewezen aan de stad Antwerpen. Als ik toen dezelfde redenering waarvoor u nu pleit, had moeten toepassen, had ik die 26 vte’s niet in Limburg gehouden. Dat is duidelijk. Het gaat concreet over het LDE-initiatief (lokale diensteneconomie) in Limburg, waar ik onmiddellijk voor 26 vte’s voor nieuwe tewerkstelling heb gezorgd. Er zijn er vijf naar Trabajo gegaan, vijftien naar De Winning en zes naar Natuurpunt.

Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om regelgeving die nooit is geformaliseerd in decreetgeving. Het is een onderlinge afspraak. U zegt nu dat die regelgeving moet worden toegepast. Ik vind het zeer bizar dat u nooit dezelfde signalen hebt uitgezonden toen het over de provincie Limburg ging. Ik vond het toen zinvol om op 26 vte doelgroepmedewerkers een herverdeling toe te passen. Moet dit over de provincies heen? Neen, want het is niet zinvol om iemand die in Limburg woont en daar altijd heeft gewerkt, te heroriënteren naar West-Vlaanderen. Dat zou dom zijn en ik heb dat niet gedaan. Ik heb dit met alle middelen van dien rechtgezet en de tewerkstelling gegarandeerd.

U verwijst naar allerlei procedures. Ik herhaal dat er geen wettelijke procedure is, maar een soort afspraak. In het uitvoeringsbesluit bij het Maatwerkdecreet, dat ingang vindt op 1 april 2015, staat in artikel 31 wel degelijk een wettelijke procedure voor de herverdeling. We hebben hier gekeken naar het aantal werkzoekenden in de Bijzondere TewerkstellingsOndersteunende Maatregelen beschutte werkplaatsen (BTOM BW) en het aantal ingeschreven personen in het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 2 (buso OV2) boven de 20 jaar. Dan is er een analyse gemaakt van het hoogste aantal werkzoekende doelgroepwerknemers, en dat was in de stad Antwerpen, meer bepaald 744 mensen of 10,66 procent van het totaal. Gelet op het ontbreken van een wettelijk kader van herverdeling, heb ik een aantal parameters in rekening genomen. Ik vond het dan ook gerechtvaardigd om die tien vte’s aan de stad Antwerpen toe te bedelen. Er is ook gekeken naar de ingevulde capaciteit en de economische werkloosheid van de BW’s. U weet boven welk percentage een beschutte of sociale werkplaats moet zitten om in aanmerking te komen voor bijkomende capaciteit.

Het Maatwerkdecreet gaat dus in op 1 april 2015. Momenteel worden de niet-ingevulde plaatsen via een tweejaarlijkse herbezettingsprocedure in kwartaal twee en vier van het jaar herverdeeld. Deze herverdeling van de tien vte’s is de laatste herverdeling voor de start van het Maatwerkdecreet. Daar ga ik in elk geval van uit. In de nieuwe regelgeving staat dat uiterlijk op 1 januari 2018 voldaan moet zijn aan de invulling van minimaal 90 procent van het contingent. Zo hebben de werkplaatsen de tijd om te groeien naar die invulling van 90 procent. Dat blijf ik belangrijk vinden. Elke werkplaats moet daar werk van maken. Een eerstvolgende herverdeling zal ten vroegste plaatsvinden in 2019, gebaseerd op de invulling tijdens 2018.

Ik herhaal dat er momenteel geen enkel wettelijk kader is op basis waarvan deze herverdeling gebeurt. Mevrouw Claes, ik zie u instemmend knikken. Ik ben heel blij dat u het met mij eens bent. Dit gebeurde op basis van afspraken. In het uitvoeringsbesluit bij het Maatwerkdecreet is dat wel opgenomen in artikel 31 en dat is veel beter.

We hadden dus vastgesteld dat de hoogste nood in Antwerpen was en dat daar de hoogste parameters werden waargenomen. Daarom hebben we de tien vte’s daar toegewezen.

Voorzitter, ik heb bij de administratie allerlei cijfers en parameters opgevraagd op basis waarvan dit gelegitimeerd kan worden. Ik heb cijfers per provincie laten uitsplitsen van wat de toewijzing is bij beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen, lokale diensteneconomie en dergelijke meer. Dan zie je echt wel dat in de stad Antwerpen de hoogte nood bestaat. Als er momenteel een equivalent van tien voltijdse equivalenten is toegekend, heeft dat niets te maken met het feit dat ik van de stad Antwerpen ben, want als dat het geval was, dan had ik de 26 van Limburg ook naar Antwerpen overgebracht.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, u vermengt een aantal discussies. Op de eerste plaats zijn die 26 plaatsen lokale diensteneconomie. Er was geen regeling voor een herverdeling van de plaatsen lokale diensteneconomie of sociale werkplaatsen. Dat was er wel voor de beschutte werkplaatsen. Er was inderdaad geen decreet, maar er was wel een gangbare praktijk. Er was een manier waarop er werd omgegaan met bijkomende plaatsen. Vandaar dat ik vooral geïnteresseerd was met welke criteria u rekening hebt gehouden om die tien plaatsen toe te kennen aan de stad Antwerpen.

U weet ook dat je met cijfers alles kunt bewijzen. Als u wilt bewijzen dat die plaatsen in Limburg moesten blijven, dan kunt u dat ook bewijzen. Ik wil maar zeggen dat ik het heel erg belangrijk vind dat er in het nieuwe decreet staat aangegeven dat de herverdeling jaarlijks zal gebeuren. In de sociale economie en ook in de lokale diensteneconomie zijn er vandaag geen regels voor herverdeling. Er waren afspraken binnen de beschutte werkplaatsen over hoe dat dan wel moest gebeuren, maar dat was er niet in de sociale economie en de lokale diensteneconomie. U hebt zelf geantwoord op een schriftelijke vraag die ik daarover heb gesteld dat de sociale werkplaatsen en de lokale diensteneconomie een bepaalde tijd kregen om die plaatsen in te vullen. Als men die niet had ingevuld, kreeg men een verlenging om dat te doen. In de praktijk werden die plaatsen allemaal ingevuld. Ik denk dat het belangrijk is, als u zegt dat in de toekomst de volgende herverdeling zal gebeuren op 1 januari 2019, er in tussentijd wel een regeling komt voor de manier waarop voor de lokale diensteneconomie en de sociale werkplaatsen de herverdeling gebeurt en wat de criteria zijn die daarin meespelen. Het is belangrijk dat men aangeeft welke criteria in de toekomst zullen spelen om een herverdeling te doen en dat er een duidelijke regelgeving komt.

Ik ben het eens met u als u zegt dat men jaarlijks een herverdeling doet en dat men ernaar moet streven dat een bepaalde werkplaats 90 procent van haar bezetting haalt. Ik ben het daar volledig mee eens.

Een van de antwoorden op mijn schriftelijke vraag was dat er een halfjaarlijkse verdeling zou gebeuren. In het decreet staat: jaarlijks. Als u daar ook nog duidelijkheid over kan geven, is dat voor mij voldoende. Daarmee zijn ook de vragen van een van de volgende weken beantwoord.

De heer Beenders heeft het woord.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Wat collega Claes zegt, is terecht. Die 26 plaatsen in Limburg, die LDE’s waren, waren eigenlijk al plaatsen die ingevuld waren. Dat was in een bedrijf dat in problemen zat, die moesten worden opgelost. In het verhaal van Antwerpen waren het niet-ingevulde plaatsen die op basis van een aantal criteria konden worden verdeeld daar waar de nood het hoogst was. Het is niet omdat het Limburg of Antwerpen zou zijn, of dat we voor bepaalde provincies zouden gaan, dat de vraag moet worden geïnterpreteerd. Voor LDE was er geen procedure en er zal er ook geen voor komen in de volgende maanden of jaren. Het is niet helemaal juist om het met elkaar te vergelijken. Het is niet alsof we voor Limburg iets hebben gedaan dat we dat dan ook voor een andere provincie moeten doen. Dat is net iets te kort door de bocht om dat zo te beantwoorden.

Ik heb begrepen dat er cijfers zijn die effectief kunnen aantonen dat deze toewijzing correct is gebeurd. De cijfers van de VDAB die wij kunnen zien, geven op basis van een aantal andere interpretaties misschien een iets ander beeld. Voorzitter, misschien kunnen we afspreken dat de commissie de cijfers krijgt. We hebben er allemaal alle belang bij om de juiste argumentatie te hebben om te kunnen uitleggen dat dit is gebeurd. Dat is de belangrijkste reden waarom we deze vraag stellen.

Ik ben geen minister, en ik zit maar in de oppositie, maar ik had misschien toch beter gewacht tot in april wanneer de regels er zijn en uitgevoerd kunnen worden. Dan was het voor iedereen duidelijk dat op basis van een vastgelegde procedure deze toewijzingen zijn gebeurd. Ik ga ervan uit dat dit de laatste herzetting was onder de huidige procedure. Weet u al wanneer de volgende herzetting zal plaatsvinden?

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Ik ben van Oost-Vlaanderen, daar leeft de Antwerpse of de Limburgse identiteit niet zo sterk. Ik ben zeer blij voor de toekomst dat het nieuwe uitvoeringsbesluit met artikel 31 er komt en dat in Oost-Vlaanderen en andere provincies op een eerlijke, automatische en duidelijke manier alle werkplaatsen in aanmerking zullen kunnen komen, ook de kleintjes.

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Claes, het is een beetje jammer dat ik zelf van Antwerpen ben. Ik voel me in dit verband redelijk aangesproken. Het klopt dat dit de gangbare praktijk was. Dit was niet op regelgeving gebaseerd. In artikel 31 van het uitvoeringsbesluit bij het Maatwerkdecreet hebben we hoe dan ook gezorgd voor een regelgeving in verband met de herverdeling.

U hebt me om cijfers gevraagd. Ik weet, in alle eerlijkheid, ook wel dat het in het ene geval om de lokale diensteneconomie en in het andere geval om de beschutte werkplaatsen gaat. We moeten er echter een intellectueel eerlijk debat van maken. Op basis van de cijfers had ik nooit kunnen argumenteren dat de 26 voltijdse equivalenten volledig in Limburg moesten blijven. Ik heb dat echter wel gedaan. Ik heb daar de nodige middelen voor uitgetrokken.

Mijnheer Beenders, u hebt erop gewezen dat ik blijkbaar over cijfers beschik waarop ik me heb gebaseerd om die tien voltijdse equivalenten aan de stad Antwerpen toe te wijzen. Zoals ik al heb vermeld, gebeurt dit op basis van het aantal werkzoekende medewerkers in de doelgroep. Op dat vlak spant Antwerpen echt de kroon.

In de stad Antwerpen gaat het om 10,66 procent. Het zal u misschien vervelen, maar ik wil nog een aantal andere cijfers vermelden. In Aalst gaat het om 4 procent. In Brugge gaat het om 1,76 procent. In Dendermonde gaat het om 2,06 procent. In Diksmuide gaat het om 0,85 procent. In Eeklo gaat het om 1,48 procent. In Gent, een stad die redelijk met Antwerpen vergelijkbaar is, gaat het om 2 procent. Daar moeten we tegenover plaatsen dat het in Antwerpen om 10,66 procent gaat. (Opmerkingen van mevrouw Sonja Claes)

Mevrouw Claes, ik kan u ook Limburgse cijfers geven. In Maaseik gaat het 4,99 procent en in Tongeren gaat het om 4 procent. (Opmerkingen van mevrouw Sonja Claes)

We bevinden ons nog steeds in een situatie zonder regelgeving. Het is een goede zaak dat we acuut ingrijpen. Ik had het jammer gevonden indien die tien voltijdse equivalenten verloren waren gegaan. We hebben redelijk snel moeten handelen. Ik heb de administratie om een aantal objectieve parameters gevraagd. Wat het aantal werkzoekenden in de doelgroep betreft, staat Antwerpen ontegensprekelijk op de eerste plaats. Indien u dat wilt, zal ik de commissiesecretaris al die cijfergegevens bezorgen. Het Antwerps percentage is het hoogste van heel Vlaanderen.

Mevrouw Claes, ik herhaal dat ik het jammer vind dat we hier moeten discussiëren over de herverdeling van een contingent van tien voltijdse plaatsen, die we net zo goed verloren hadden kunnen laten gaan. Ik wilde dat niet. Ik ga ervan uit dat u dat ook niet wilde.

Ik heb behoorlijk wat inspanningen voor Limburg geleverd. Bij het begin van mijn aantreden heb ik, na een faillissement, 26 doelgroepmedewerkers een nieuwe job gegeven. Daar zijn er 15 bij De Winning, allicht in Genk, tewerkgesteld. Mevrouw Claes, ik neem aan dat dit in uw regio is.

We discussiëren hier over tien voltijdse equivalenten, maar ik heb uw regio vijftien voltijdse equivalenten gegeven op basis van het faillissement van een instelling. Ik had toen evengoed de niet-gangbare herverdelingsprocedure kunnen toepassen. Ik heb dat, voor alle duidelijkheid, niet gedaan.

Ik vind het een goede zaak dat we, zoals mevrouw Vermeulen al heeft vermeld, in artikel 31 van het uitvoeringsbesluit bij het Maatwerkdecreet in een wettelijke basis van de herverdeling voorzien. Dit is beter dan hier telkens weer allerlei debatten te moeten voeren.

Mevrouw Claes, uw schriftelijke vraag had natuurlijk betrekking op het verleden en over de gangbare praktijk. Ik kan enkel verklaren dat er op basis van artikel 31 van het uitvoeringsbesluit bij het Maatwerkdecreet wel degelijk een jaarlijkse herverdeling zal komen.

Mijnheer Beenders, u hebt me gevraagd of we met betrekking tot die tien voltijdse equivalenten niet beter op het nieuwe decreet zouden wachten. U hebt tevens gevraagd wanneer de volgende herverdeling zal plaatsvinden. Ik denk dat ik die vraag al heb beantwoord. Dat zal in het voorjaar van 2019 gebeuren. Het Maatwerkdecreet treedt op 1 april 2015 in werking. Ik vind het niet zo verstandig hierop te wachten. Het gaat immers om de tewerkstelling van toch wel zeer zwakke personen. We mogen dit niet uit het oog verliezen. Waar ze nu net zijn tewerkgesteld, vind ik echt niet zo belangrijk. Als dit toevallig in Antwerpen is omdat die stad 10,66 procent haalt, is dat maar zo.

U kunt me van veel betichten, maar u mag niet zeggen dat ik enkel en alleen voor mijn eigen stad rijd. Integendeel, ik heb in het verleden meer dan genoeg voor Limburg gedaan.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, ik vind het een beetje spijtig dat u het op die manier brengt. Ik heb het niet zo gebracht. Ik heb u gevraagd op basis van welke criteria u die tien plaatsen hebt ingevuld. U hebt geantwoord dat het gaat om de werkzoekenden in de doelgroep. In het verleden is echter ook de bezettingsgraad van de werkplaatsen in rekening gebracht. Dat hebt u niet gedaan. Hieruit blijkt dat u andere criteria hebt gebruikt.

De beschutte werkplaatsen waaraan u de plaatsen hebt toegewezen, zijn niet de werkplaatsen die het meest om arbeidsplaatsen vroegen of met de hoogste bezettingsgraad. Daar werd vroeger wel rekening mee gehouden.

Ik heb u gewoon gevraagd op welke criteria u zich hebt gebaseerd. Ik heb aangegeven dat er werknemers waren voor die lokale diensteneconomie. Ik vind het niet meer dan logisch dat het in die regio blijft als er een naam op kleeft. Ik hoop dat het ook in de toekomst zo gebeurt.

Ik ben het volledig met u eens dat u niet moest wachten tot 2018 om die 10 plaatsen te herverdelen. Dan zouden die inderdaad de volgende 3 of 4 jaar verloren gaan. Ik vind het spijtig dat u doet alsof ik enkel voor mijn regio praat, dat is helemaal niet zo. Ik heb u gewoon gevraagd hoe u ertoe bent gekomen om die 10 plaatsen naar de stad Antwerpen te laten gaan. Dat u er 26 in de lokale diensteneconomie in Limburg hebt gelaten of waar dan ook, lijkt me evident. Er zijn mensen verbonden aan die tewerkstelling. Die mensen kun je niet laten verhuizen.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Nu lijkt het alsof wij worden aangevallen omdat er in Limburg al veel is gebeurd. Het is een discussie die we inderdaad intellectueel eerlijk moeten voeren, zoals u zelf vraagt, minister. Het is niet correct om de reeds bestaande ingevulde plaatsen af te zetten tegen niet-ingevulde plaatsen.

Ik hoor dat u pas in het voorjaar 2019 een volgende herzetting zou willen doen. In het uitvoeringsbesluit lees ik dat het jaarlijks in het derde kwartaal gebeurt. Misschien is dat een overgang. Maar ik denk dat het allemaal wel sneller kan. Iedereen is vragende partij voor duidelijke regels.

Alle dankbaarheid voor wat er in Limburg is gebeurd, maar dat was eigenlijk niet relevant voor deze discussie. Zoals mevrouw Claes zegt, is het een plaats waar een naam op staat. Stel u voor dat we die openstellen en naar West-Vlaanderen brengen, dat is niet realistisch. Het zou helemaal verkeerd zijn om op die manier met de sector om te gaan. Die onderneming zat in de problemen met plaatsen die een naam hadden, die gaan we toch niet naar een andere provincie brengen.

Hier hadden we tien plaatsen die vandaag niet ingevuld waren en die ingevuld konden worden, die konden we op eender welke plaats toevoegen. Daar moeten criteria voor worden toegepast. Ik vind dat een logische vraag.

De cijfers worden bezorgd.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.