U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 3 februari 2015, 14.00u

Voorzitter
van Bart Van Malderen aan minister Annemie Turtelboom
924 (2014-2015)
van Jos Lantmeeters aan minister Annemie Turtelboom
946 (2014-2015)
De voorzitter

De heer van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, we moeten een actueel debat uit de Kamer ook hier voor een stuk voeren. Ik hoop dat u de kans aangrijpt om duidelijkheid te creëren.

Het is een open deur intrappen als ik zeg dat er federaal een debat wordt gevoerd over het feit dat de FOD Financiën beschikt over een dienst Voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, of in de volksmond ‘een rulingdienst’. Die spreekt zich uit over hoe wetgeving, inzonderheid fiscale wetgeving, wordt toegepast in bijzondere situaties of verrichtingen. Belastingplichtigen kunnen er terecht met hun dossier met het oog op fiscale rechtszekerheid. Het is evenzeer een open deur intrappen dat Vlaanderen als gevolg van de zesde staatshervorming een aantal fiscale bevoegdheden heeft bijgekregen.

De aanleiding van mijn vraag is dat in de Commissie voor de Financiën van de Kamer tijdens een hoorzitting met de voorzitter van de federale rulingdienst werd bevestigd dat als gevolg van de bevoegdheidsoverdracht en in het zog daarvan, een aantal hangende dossiers waarin nog geen beslissing werd genomen, werden overgedragen aan u als politiek verantwoordelijke, en in de praktijk aan de Vlaamse Belastingdienst. Het gaat dus over historische dossiers. Het zijn geen dossiers waarin u als minister initiatiefrecht hebt genomen. Het roept wel de vraag op hoe we daarmee omgaan, en vooral, als we naar de toekomst kijken, of we ons, door wat we vandaag doen, bewust zijn van het al dan niet opbouwen van een jurisprudentie ter zake.

Minister, bevestigt u de overdracht van een aantal lopende, niet-afgewerkte dossiers van de federale rulingdienst naar de Vlaamse Belastingdienst? Kunt u wat duiding geven over hoeveel het gaat, over welke aspecten en dergelijke meer? Zo kunnen we inschatten wat de draagwijdte is van de uitspraak van de federale voorzitter van de rulingdienst. Wat zal er met die dossiers gebeuren? Gaat u daar beslissingen in nemen? Gaan we naar een Vlaams systeem van rulings? Op zich valt er veel te zeggen om rechtszekerheid te creëren, maar ik vind het belangrijk dat je voorafgaandelijk rechtszekerheid creëert. Dat is een essentiële voorwaarde. Vragen dat je, vooraleer bepaalde stappen, constructies of dergelijke, worden opgezet, een toetsing kunt doen aan het standpunt van de Vlaamse Belastingdienst, is een heel ander verhaal dan als je, op het moment dat er een aantal problemen opduiken, dat er desgevallend zelfs betwistingen zijn, postfactum de ruling gaat opzetten. Dan is het wel heel belangrijk wat het karakter is van de dossiers die hangende zijn omdat je met een beslissing in één dossier altijd wat het kader creëert voor de vragen die nadien komen. Ik wil het niet dramatiseren, maar we zitten echt wel op een sleutelmoment inzake fiscale bevoegdheid.

De voorzitter

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Minister, ik kan me aansluiten bij enkele vragen die de heer Van Malderen heeft gesteld. Het is niet de eerste keer dat ik deze vraag stel. Het is niet de bedoeling dat ik deze vraag steeds maar blijf herhalen om te blijven herhalen. Ik ben er al een paar keer op teruggekomen. Een eerste keer heb ik het opstellen van een ruilingdienst ingeroepen bij de bespreking van uw beleidsnota en een tweede keer bij de bespreking van de overname van de dienst registratie- en successierechten van het federale niveau. Het is eigenlijk al de derde keer dat ik aandring op het tot stand brengen van een Vlaamse rulingdienst.

Minister, u hebt destijds geantwoord bij de bespreking van de beleidsnota. Ik citeer uit het verslag: “De minister is niet geneigd een volledige rulingsprocedure in het leven te roepen vanaf 1 januari 2015 omdat er te weinig zicht is op de behoeften. Wel zal de belastingplichtige aan VLABEL een interpretatieve vraag kunnen stellen.” U hebt daaraan toegevoegd dat u, als de tijd rijp is, wel zult zien of het nodig is dat een bepaalde rulingdienst in het leven zou worden geroepen.

Van de kant van de administratie is dat een correct antwoord. U kunt zeggen: wij hebben voldoende met een interpretatieve vraag en als iemand een vraag stelt, dan krijgt hij een antwoord. Diverse publicaties in diverse tijdschriften van de laatste maand bekijken de vraag van de andere kant, niet van de kant van de administratie. Ze zeggen: opgepast, op dit ogenblik is er een probleem, niet alleen van rechtszekerheid maar van wettelijkheid of zelfs grondwettelijkheid. Zoals ook de voorzitter van uw partij heeft verteld, is het op een bepaald ogenblik aan de wetgevende macht om te zeggen wat mag en wat niet mag, of het een misbruik is of niet, en niet aan de administratie. Wanneer we nu uw recente omzendbrief, ik dacht van 23 december 2014, met de witte lijst bekijken, zonder het bestaan van een rulingdienst, dan zouden we wel eens kunnen komen tot een ongrondwettelijkheid.

Diverse juristen en fiscalisten hebben zich op deze materie gesmeten. Ik verwijs naar Svjatoslav Gnedasj, die heel duidelijk schrijft in Fiscoloog: “De onmogelijkheid om vanaf begin dit jaar rulings aan te vragen over de Vlaamse registratie- en successierechten doet opnieuw vragen rijzen naar de grondwettelijkheid van de algemene antimisbruikbepaling zoals die vandaag in het Vlaams Gewest van toepassing is. En dit ondanks het arrest van het Grondwettelijk Hof (...).”

Gisteren stond er in Trends een vrije tribune van Sven Hubrecht van Optima, die ook verwijst naar de mogelijkheid van de ongrondwettelijkheid van de huidige situatie.

Ik heb reeds tweemaal aangedrongen op het tot stand brengen van die rulingdienst. De heer Van Malderen heeft dat zonet ook gedaan.

Minister, kunt u uw visie weergeven over de juridische argumenten die in het artikel dat u hebt overgemaakt, worden ontwikkeld? Welke verdere stappen zult u eventueel zetten om een maximale zekerheid te verkrijgen over de grondwettelijkheid van de antimisbruikbepaling? Indien zou blijken dat de Vlaamse rulingdienst wel degelijk noodzakelijk is, al is het maar uit louter juridisch oogpunt, hoe snel kunt u daar dan werk van maken? Welke voorbereidingen kunt u nu al treffen vanuit het voorzichtigheidsprincipe?

De voorzitter

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Als gevolg van de vijfde staatshervorming – het gaat over de vijfde! – heeft VLABEL sinds 1 januari 2015 de zogenaamde dienst van de belastingen van de registratie- en erfbelasting overgenomen van de federale overheid. Om de continuïteit van deze dienst te verzekeren zijn tussen de FOD Financiën en VLABEL een aantal afspraken gemaakt over de overname van hangende dossiers. Concreet: wat betreft de lopende dossiers bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen, werd er afgesproken dat de dossiers die vanaf 1 december 2014 ontvangen werden, behandeld zullen worden door VLABEL.

De indieners van aanvragen werden hierover geïnformeerd door de Dienst Voorafgaande Beslissingen. De dossiers van voor 1 december 2014 die nog niet afgehandeld waren op 31 december 2014, zouden ook worden overgedragen. Uiteindelijk werd er slechts één dossier overgedragen. Een formele, wettelijke procedure zoals die op federaal vlak bestaat voor het nemen van voorafgaande beslissingen, staat niet in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. We hebben er al over gedebatteerd. Maar VLABEL zal uiteraard in dit dossier binnen een redelijke termijn een beslissing nemen zodat de burger rechtszekerheid krijgt over zijn situatie.

Een van de voornaamste redenen – en ik verwijs naar het debat dat we hadden over de Vlaamse Codex – waarom tot nog toe geen formele rulingdienst of dienst voorafgaande beslissingen bij de Vlaamse Belastingdienst werd opgericht, is het ontbreken van de nodige schaalgrootte. Voor die belastingen die de Vlaamse Belastingdienst vandaag int, zou het aantal aanvragen bijzonder beperkt zijn, en dat geldt ook voor de belastingen waarvan de Vlaamse Belastingdienst sedert 1 januari van dit jaar de inning op zich heeft genomen.

Het aantal aanvragen tot het verkrijgen van een voorafgaande beslissing waarin enkel geregionaliseerde successie- en registratierechten betrokken zijn, was de voorbije jaren zeer beperkt. Dat blijkt uit de jaarlijkse rapportering van de federale Dienst Voorafgaande Beslissingen. In 2012 en 2013 ging het slechts om een tiental dossiers op jaarbasis. Met een afzonderlijke rulingdienst is het logisch dat die mensen gedetacheerd worden naar de Vlaamse rulingdienst, en dat ze niet tussen hun dagelijkse dossiers zitten om hun onafhankelijkheid te garanderen. Dat betekent in twee jaar tijd een aparte dienst voor 10 dossiers – op een totaal van 647 dossiers – met mensen die alleen dat werk doen.

Mijn antwoord is genuanceerder dan dit, ik kom er nog op terug. Maar ik wou toch eerst zeggen: let op, de zuiver gewestelijke belastingen – in de voorafgaande vragen – zijn op dit moment gewoon beperkt. Het kan over een halfjaar veranderen, en dat ben ik de eerste om te zeggen dat we moeten bijsturen.

En het is dan nog niet zeker of het in die tien dossiers wel om Vlaamse rechten gaat, die dossiers kunnen ook betrekking hebben op Waalse of Brusselse successie- of registratierechten. De medewerkers van de federale Dienst Voorafgaande Beslissingen zijn ambtenaren van de FOD Financiën die voor een bepaalde periode fulltime naar deze dienst worden gedetacheerd. Voor het beperkte aantal dossiers op het Vlaamse niveau een permanente rulingdienst installeren, zou niet echt efficiënt zijn. Intellectueel volg ik u volledig maar ik zit daar in … Het is niet verantwoord.

Daarom hebben we gekozen voor de mogelijkheid van interpretatieve beslissingen. De belastingplichtige, zijn notaris of andere raadgever kan een zogenaamde interpretatieve vraag stellen aan VLABEL, die deze binnen een redelijke termijn zal beantwoorden. Deze mogelijkheid is momenteel niet decretaal verankerd en daarom misschien nog niet algemeen bekend, maar via de interpretatieve vragen kan de burger wel rechtszekerheid krijgen over zijn situatie. Op de website van de Vlaamse Belastingdienst wordt deze mogelijkheid toegelicht. Ik ben het helemaal eens met de vraagstellers dat een voorafgaande rechtszekerheid van belang is.

Het vertrouwensbeginsel gebiedt de administratie in concrete situaties de eigen ingenomen standpunten na te leven. Ze moeten zich aan hun antwoord houden, dat is logisch. VLABEL zal de vragen en antwoorden in de toekomst geanonimiseerd publiceren op zijn website, zodat de lijn van de antwoorden op de interpretatieve vragen duidelijk is, en elke burger weet hoe een bepaald feit of verrichting fiscaal behandeld wordt.

Ik wens hierbij te beklemtonen dat deze interpretatieve beslissingen niet door één individuele ambtenaar worden genomen. De beslissingen zijn het resultaat van een grondig overleg met zowel het management, als de dienst gelast met de regelgeving en de dienst gelast met de uitvoering van de regelgeving. Net zoals bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen worden deze beslissingen door een aantal mensen genomen; zij zitten in een collegiaal samengesteld orgaan.

Wat de uitspraak van het Grondwettelijk Hof uit 2006 betreft, moeten we ons ervoor behoeden om al te snel conclusies te trekken. In de aan het Grondwettelijk Hof voorgelegde situatie was binnen de federale wetgeving sprake van een ongelijke behandeling tussen belastingplichtigen die wel een voorafgaand akkoord konden vragen en belastingplichtigen die geen voorafgaand akkoord konden vragen. De Vlaamse Codex Fiscaliteit voorziet momenteel niet in een formele wettelijke procedure rond voorafgaande akkoorden en dit geldt ten aanzien van iedere belastingplichtige, er is dus momenteel geen sprake van een ongelijke behandeling binnen de Vlaamse codex, wat wel het geval was in de federale wetgeving op het moment dat het Grondwettelijk Hof zich daar in 2006 over heeft gebogen.

In de versie van het ontwerp van decreet dat voor advies aan de Raad van State werd voorgelegd, was er reeds een antimisbruikbepaling opgenomen zonder formele mogelijkheid van voorafgaande beslissingen. De Raad van State heeft alvast de eventuele ongrondwettelijkheid van die antimisbruikbepaling niet opgeworpen. Het is ons ook niet gesignaleerd door de Raad van State, dat is een argument in dit verhaal.

Na het verkrijgen van het advies van de Raad van State werd bij de parlementaire bespreking van het ontwerp van decreet de huidige federale antimisbruikbepaling geïntegreerd in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Noch in de oorspronkelijke tekst, noch in de geamendeerde tekst was in de mogelijkheid voorzien voor de belastingplichtige om een voorafgaande beslissing te verkrijgen. We hebben dus ook daar geen nieuwe situatie gekregen.

De federale wetgever heeft in de mogelijkheid van een voorafgaande beslissing wettelijk voorzien om de burger rechtszekerheid te bieden over hoe de administratie rechtsmisbruik beoordeelt. Zoals gezegd, kan de burger hieromtrent ook bij de Vlaamse Belastingdienst rechtszekerheid krijgen door het stellen van een interpretatieve vraag. De situatie die geleid heeft tot de uitspraak van het Grondwettelijk Hof in 2006, is verschillend van de regeling vervat in de Vlaamse codex.

Welke stappen zullen er verder moeten worden gezet om tot maximale rechtszekerheid te komen, die voor mij van zeer groot belang is? Bij de bespreking van mijn beleidsnota heb ik verwezen naar het juridische kader van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Dat zou voldoende garanties moeten bieden om de nieuwe uitdagingen aan te gaan en voor voldoende rechtszekerheid ten aanzien van de belastingplichtigen te zorgen. Ik heb dan ook aan VLABEL gevraagd om de kwestie verder te onderzoeken. We zullen dus bekijken of een decretale regeling nodig is, dan wel of het verkrijgen van een standpunt van de administratie – een mogelijkheid die de Vlaamse Belastingdienst vandaag al biedt – kan volstaan. Als het invoeren van een formele voorafgaande beslissing toch raadzaam is, moeten we ook bekijken in welke vorm die het best kan worden verleend.

De zogenaamde ‘gemengde’ dossiers baren me meer zorgen. Hieronder versta ik dossiers en concrete casussen waarbij zowel de federale als de geregionaliseerde belastingen betrokken zijn. Daarover heb ik het overleg met mijn federale collega van Financiën opgestart. De Vlaming heeft immers recht op een duidelijk en rechtszeker kader. Ik heb er hem over aangesproken en een aantal voorstellen geformuleerd om op korte termijn tot een werkbare oplossing te komen. We bekijken bijvoorbeeld de mogelijkheid om een personeelslid van VLABEL ad hoc bij de federale dienst te betrekken, of een procedure waarbij ook de Vlaamse Belastingdienst zijn standpunt ten aanzien van een dergelijke casus kan geven. Je kan immers aan de cijfers zien dat de meeste dossiers gemengde dossiers zijn. Het aantal dossiers die alleen Vlaams zijn, is heel beperkt. De situatie is anders voor Vlaanderen dan voor Wallonië en Brussel. Door de zesde staatshervorming hebben wij nu de inkanteling op 1 januari. Wallonië en Brussel doen dat nog niet. We zullen meer gemengde dossiers hebben, en dus moeten we ervoor zorgen dat we op dat vlak duidelijke lijnen hebben. Het kan immers dat de belastingplichtige geen advies heeft van een federale rulingdienst of niet weet wat Vlaanderen gaat doen. Daar gaat het eigenlijk om meer gevallen.

Deze en eventuele andere voorstellen bespreken we met minister Van Overtveldt, waarbij we vooral zoeken naar een praktisch werkbare oplossing. Ik heb de suggestie gedaan om een ambtenaar van VLABEL erbij te betrekken, omdat je dan op die manier onmiddellijk één advies hebt. Het advies komt gemeenschappelijk tot stand. Wat is de belastingplichtige immers met een advies van een federale rulingdienst, van de DVB, en een Vlaamse interpretatieve vraag? Als men er dan niet voor 100 procent zeker van is dat voor 100 procent hetzelfde wordt gezegd, dan is de rechtszekerheid nog verder weg. Een staatshervorming is van belang, maar dat kan niet de bedoeling zijn.

Dat is een oplossing die we in deze commissie ook hebben kunnen uitwerken voor de zogenaamde fiscale regularisaties: de federaal genomen beslissingen werden van rechtswege bekrachtigd op het Vlaamse niveau. Ik denk dat we tot iets vergelijkbaars moeten kunnen komen, op voorwaarde natuurlijk dat de Vlaamse Belastingdienst zich ook in het ingenomen standpunt kan vinden. Zo vermijden we ongewenste en ongewilde effecten van de regionalisering en de uitvoering van de zesde staatshervorming.

We bekijken dus zowel het juridische als het organisatorische aspect. Wat dat laatste betreft, willen we vooral gewoon tot heel praktische oplossingen komen, die echter wel de burger de rechtszekerheid geven die hij moet hebben. Ik weet echter dat collega Van Overtveldt op dezelfde golflengte zit.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Mijnheer Lantmeeters, u dichtte mij al een pleidooi toe. Ik heb in de eerste plaats geprobeerd te waarschuwen voor de precedentwaarde. Hoe beperkt het aantal ook is, dit is uiteraard altijd enigszins richtinggevend. Als ik al voor iets zou hebben gepleit, dan is het in de eerste plaats voor transparantie, die eigenlijk vertrekt vanuit een transparante regelgeving. Uiteraard, hoe transparant je ook probeert te zijn, je zult altijd wel interpretatienood hebben. Laat dat dan zo veel mogelijk proactief gebeuren, al is het maar vanuit dienstverleningsoogpunt. Verder moet je ernaar streven om vooral de wet te laten toepassen, denk ik. Een van de elementen die ook in de veel geciteerde Grondwet staan, is namelijk dat iedereen gelijk is voor de wet.

Dan moet het me van het hart dat ik veel interessante zaken hoor van de minister. Hoe beperkt het aantal dossiers ook is, men zal wel een kader nodig hebben, en een kader creëren is nog iets heel anders dan een dienst oprichten. Dat kader heeft inhoudelijke criteria, maar ook de methode is toegelicht, denk ik. Dan gaat het gewoon over de praktijk dat niet één ambtenaar verantwoordelijk kan zijn enzovoort. Dat zijn interessante aspecten, die klaarblijkelijk worden meegenomen. Collega, het moet me dan van het hart dat u misschien uw pleidooi eens moet evalueren. Ik geef u gerust de kans. Als we kijken naar het zeer beperkte aantal dossiers en de bekende pleidooien om administraties af te bouwen en de overheid zich enigszins te laten terugtrekken, dan lijkt net in dezen het door ons oprichten van een eigen dienst me een nogal twijfelachtig signaal. Integendeel, ik denk dat we met zijn allen wat proactief moeten kunnen werken, en dan zal er misschien geen stijging zijn van het aantal dossiers en hoeven we die dienst misschien ook niet op te richten.

De voorzitter

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Minister, hartelijk dank voor het zeer uitgebreide antwoord dat u zonet hebt gegeven. Mijnheer Van Malderen, ik wil u geruststellen. Mijn vraag ging uit van openbaarheid, duidelijkheid, klaarheid, rechtszekerheid. Mijn vraag is zeker niet dat men een bijkomende instantie in het leven zou roepen die enkel en alleen dat werk van het behandelen van tien dossiers per maand zou verrichten. Ik behoor niet tot het uitvoerend orgaan, en ik behoor niet tot de administratie. Ik weet dus niet hoe men dat praktisch zou regelen. Het interesseert me vooral hoe dat juridisch wordt geregeld. Ik kan me er niet bij neerleggen dat een instantie niet in het leven zou worden geroepen, als het gevolg daarvan is dat bepaalde mensen in onzekerheid of onwettelijkheid zouden moeten blijven leven. Ik vraag dus alleen klaarheid, duidelijkheid, rechtszekerheid en geen bijzondere kosten. (Opmerkingen van minister Annemie Turtelboom)

Inderdaad, minister, daarom ben ik ook zeer tevreden met uw antwoord. Ik ben zeer tevreden omdat u het eens bent met de principes die ik daarstraks heb geponeerd, maar ik ben ook heel blij met uw antwoord in verband met de interpretatieve vraag. U hebt daarnet gezegd dat de interpretatieve vragen – weliswaar anoniem – zullen worden gepubliceerd. Enige tijd geleden, op 18 december 2014, had u immers nog gezegd dat de vragen en de antwoorden voorlopig niet openbaar zouden worden gemaakt.

Minister Annemie Turtelboom

Dat is 'work in progress'.

Inderdaad. Daarom ben ik ook heel blij. Ik ben ook blij omdat u een antwoord hebt gegeven op een vraag die in de praktijk ook leeft. Destijds was het antwoord zeer duidelijk. Mensen wisten perfect hoe de rulingcommissie was geregeld, wie daarin zat en hoe alles gebeurde. Nu was de interpretatieve vraag eigenlijk iets heel eigenaardigs. Wie antwoordt ter zake? Dat kon perfect één ambtenaar zijn. U hebt daar nu op geantwoord dat dit gestructureerd is. Nu, als dat gestructureerd is, dan geeft dat ook rechtszekerheid. Dit is ook een antwoord waar de praktijk op aan het wachten was. De praktijk stelde zich immers vragen in verband met de openheid.

Ik ben dus ook heel blij dat u op dit ogenblik de nodige stappen zet en toch nog altijd onderzoekt of die rulingcommissie nodig is. Ik blijf toch vragen dat men maar moet proberen dat administratief te regelen. Ik ben echter zeer tevreden met uw vraag. Ik zal u op dat punt zeker niet afvallen. Ik ben blij dat er vandaag duidelijkheid wordt geschapen. We kijken uit naar de toekomst. Als ik opnieuw terugkom op dit dossier, dan zal ik daar wel gegronde redenen voor hebben. Ik zal u niet blijven vervelen met vragen, maar ik zie dat u inderdaad vanuit voortschrijdend inzicht handelt en dat u al stappen hebt gezet.

Minister Annemie Turtelboom

We zijn het eigenlijk gewoon eens wat de uitgangspunten betreft. We moeten rechtszekerheid geven, maar willen ook geen administratieve overlast. Dat is de knoop in dit dossier. Het lijkt me moeilijk om drie ambtenaren voltijds te detacheren voor tien dossiers op twee jaar tijd. Het gevolg mag echter niet zijn dat daardoor die tien mensen geen rechtszekerheid meer hebben. Daarom is het een zoeken, nu ook bij ons, naar een manier waarop we die rechtszekerheid kunnen geven. Ik zal dat ook blijven volgen. Misschien blijkt dat we nadien nog andere zaken moeten doen, dat er toch enige decretale verankering nodig is enzovoort. Ik blijf dit dus bekijken, omdat ik die rechtszekerheid ook echt van belang vind. Daarom geniet die gemengde aanpak, met de federale overheid, mijn voorkeur.

Nu moet minister Van Overtveldt echter bekijken of dat überhaupt mogelijk is. Zij zitten immers met taalpariteit enzovoort. Dat is mijn voorkeursscenario voor de gemengde dossiers, want dan heb je opnieuw één antwoord. Als de federale overheid een rulingdienst heeft, en Wallonië, en Brussel, en Vlaanderen, dan moet men op een bepaald moment iets doen. Burgers mogen geen slachtoffers zijn van een staatshervorming. De staatshervorming moet een goed verhaal zijn. Dat betekent echter ook dat we dat praktisch goed moeten uitwerken. Het overleg ter zake is nog bezig, om zo praktisch mogelijk te kunnen werken. We hebben dat ook gedaan met de regularisaties. Ik sta echter voor 100 procent achter het intellectuele uitgangspunt van de rechtszekerheid. We proberen alleen een praktische oplossing te zoeken en geen administratieve rompslomp te hebben in de administraties. Dan zijn we immers fout bezig. De heer Van Malderen wees daar ook op. Men kan geen slanke overheden willen en dan zelf altijd maar bijcreëren.

Voor alle duidelijkheid, het is ook niet mijn vraag om daar mensen voltijds op te zetten. Dat moet inderdaad kostenefficiënt zijn. (Opmerkingen van minister Annemie Turtelboom)

Nogmaals, ik behoor gelukkig tot een ander orgaan dan het uitvoerende en het administratieve.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

van Wouter Vanbesien aan minister Annemie Turtelboom
851 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.