U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, u kondigde eerder al een zwerfvuilcharter aan. Het gaat om een samenwerkingsovereenkomst tussen de sector, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en administraties zoals de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). U beloofde de commissie Leefmilieu op de hoogte te houden van uw inspanningen inzake zwerfvuil.

Eerder in de hoorzitting over handhaving van 26 mei 2021 kwamen we te weten dat u dertig handhavers zult aanwerven. Dit charter bevat ook tal van sensibiliseringsacties van alle ondertekenaars. In dit charter zwerfvuil wordt een link gemaakt met de Green Deal Anders Verpakt.

Minister, hoe wordt met dit charter ingezet op brongerichte maatregelen die leiden tot minder verpakkingsafval? Dat was ook een van de belangrijkste opmerkingen van bijvoorbeeld Interafval.

Hoe zal de voortgang van de vermindering van het zwerfvuil ten gevolge van dit charter worden opgevolgd? Hoe zal dit charter bijdragen tot een vermindering van het zwerfvuil tegen 2022, het jaar van de door u beloofde evaluatie? Wat is de relatie tussen de Green Deal Anders Verpakt en zwerfvuil? Zitten er in die Green Deal ook doelstellingen om het zwerfvuil te verminderen, en hoe zullen die worden gemeten en gerapporteerd?

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, collega’s, het is inderdaad niet de eerste keer dat we over zwerfvuil spreken, ook in deze commissie. We hebben vorige week ook een hoorzitting gehad hierover. Ik denk dat daarmee de actualiteit van de vragen nog maar eens is onderstreept. We moeten inderdaad bekijken welke bijkomende acties er nodig zijn om op het terrein de doelstellingen inzake zwerfvuil die we moeten hebben, die we allemaal nastreven, waarvan we allemaal overtuigd zijn, daadwerkelijk te kunnen realiseren. Minister, ik denk dat u er zelf ook sterk van overtuigd bent dat dat een grote uitdaging is. U gaf eind vorig jaar, toen de desastreuze cijfers van de OVAM werden gepubliceerd, aan dat Vlaanderen “niet het Mekka van het zwerfvuil” mag worden, en dat u het verpakkingsplan een jaar eerder aan evaluatie zou onderwerpen. De collega verwees daar ook al naar.

In een persbericht van de N-VA werd het volgende gesteld: “Demir wil ook alles in gereedheid (…) brengen om nog deze bestuursperiode statiegeld in te kunnen voeren, mocht dit nodig zijn. Een invoering van statiegeld zou een zware impact hebben op Fostplus en op de investeringen die zijn gebeurd voor sorteren van pmd. Dit moet met hen tijdig voorbereid worden. “We houden ons dus aan de afspraken van het verpakkingsplan en regeerakkoord, maar gaan niet nodeloos wachten met een krachtig beleid als we zien dat het onvoldoende snel de juiste kant opgaat”, aldus Demir.”

Daarop voortbouwend heb ik de afgelopen weken en maanden al diverse vragen aan u gesteld over wat dan eventuele bijkomende maatregelen zouden zijn die ervoor zullen zorgen dat de doelstellingen effectief op het terrein zullen worden bereikt. Volgens de cijfers die we het laatst hebben gezien, ging het immers inderdaad volledig de verkeerde kant op. U gaf aan bijkomende handhaving belangrijk te vinden. U zou in begin 2021 ook in overleg gaan met de sector over welke bijkomende maatregelen nog mogelijk zouden zijn. U gaf aan dat in eerste instantie de voorgestelde bijkomende maatregelen u niet overtuigden en dat u verder zou overleggen. Hierover zei u in februari in het parlement het volgende: “Ik verwacht van de sector dat hij deze week bijkomende inspanningen qua budget (...) op tafel zal leggen om die vervolgens (...) ook door te voeren.” Toen ik u hierover in april een vraag stelde, stelde u het volgende: “Momenteel zitten we in de afrondingsfase van de engagementen die voortkwamen uit de rondetafels (...). Op de bijkomende engagementen ga ik voorlopig nog niet (...) vooruitlopen, want dat moet nog (...) afgehandeld worden. (...) We zitten nu in de afrondingsfase, en ik hoop dat we dat in de komende weken kunnen doen.”

Vervolgens konden we kennisnemen van de beslissing van de Vlaamse Regering dat ze een aantal gewestelijke handhavers ook de gelegenheid zou geven om op het terrein inzake zwerfvuil te handhaven via de GAS-reglementering (gemeentelijke administratieve sanctie), alsook dat dertig handhavers werden aangesteld die zouden kunnen worden ingezet bij evenementen. Daarbij hebt u voorgesteld dat de GAS-boetes voor zwerfvuil zouden kunnen worden verhoogd, en dat dat zou worden gevraagd aan de federale overheid.

Extra inzetten op handhaving kan zeker een effect hebben. Ik denk dat we daar ook allemaal van overtuigd zijn. Het is echter zeer twijfelachtig dat dit voor de grote kering in de zwerfvuilcijfers zal zorgen. Zwerfvuil is immers een specifieke vervuiling. Op heterdaad betrappen blijft altijd een grote uitdaging. We denken dus dat er meer nodig is om een mentaliteitswijziging te kunnen realiseren. U hebt zelf aangegeven de cijfers te willen evalueren in 2022. Dat wil zeggen dat de komende maanden op het terrein cruciaal zijn, dat er een serieuze gedragsverandering zal moeten plaatsvinden. Anders zullen we bij de bewuste evaluatie opnieuw intrieste cijfers te zien krijgen, vrees ik, om dan alsnog een statiegeld- en/of beloningssysteem te moeten uitrollen.

Minister, ook in opvolging van mijn voorgaande vragen heb ik dus de volgende vragen. Welke bijkomende engagementen zijn er uiteindelijk voortgevloeid uit de rondetafelgesprekken met de producenten enerzijds en de lokale besturen anderzijds om de zwerfvuildoelstellingen te halen? Indien hier geen bijkomende maatregelen uit voortkwamen, wat is daarvan de reden? Welke maatregelen zijn wél besproken, hebben wel op tafel gelegen?

Welke bijkomende maatregelen, naast extra handhaving, zult u, eventueel in samenwerking met de sector, nemen opdat bij de versnelde evaluatie in 2022 de zwerfvuildoelstellingen zouden worden bereikt? Wanneer zullen die hun uitvoering krijgen? Op basis van recente inzichten zou u de studie omtrent statiegeld van 2015 actualiseren. Welke conclusies kunnen we trekken uit die actualisering? Welke alternatieven, naast statiegeld, blijken in andere landen ook aantrekkelijk? Welke systemen wilt u eventueel overwegen? Bij eerdere vragen gaf u aan mogelijkerwijze ook te willen inzetten op een ‘green deal’ met de verpakkingssector. Welke expliciete doelstellingen en acties zou u opnemen in een dergelijke green deal? Op welke wijze verzekert u dat u de vooropgestelde zwerfvuildoelstellingen zult bereiken via zo’n eventuele green deal? Het is heel duidelijk dat de bronaanpak ook voor ons een heel belangrijk element is, maar de vraag is, opnieuw, op welke manier we kunnen verzekeren dat we daarmee de vooropgestelde doelstellingen zullen realiseren. Welke afspraken zijn hieromtrent reeds gemaakt met de sector? Binnen welk tijdskader ziet u dit ook daadwerkelijk op het terrein werken?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega’s, voor het charter zijn er heel wat besprekingen geweest met zowel de private als de publieke sector. De ondertekening is eerstdaags, denk ik. Die verloopt digitaal. Er zijn heel wat engagementen opgenomen. Het charter en het bijhorende addendum kunnen dan ook aan deze commissie worden overgemaakt. Het is belangrijk om te weten dat er natuurlijk op verschillende fronten wordt gewerkt. Er is de preventie, onder andere qua verpakkingen. Er is de aanpassing van wetgeving. Er is de handhaving. Het sluitstuk is natuurlijk de sensibilisering. Het is belangrijk te weten dat er in september een green deal wordt afgesloten met de distributiesector, die zal inzetten op minder eenmalige verpakkingen en andere businessmodellen om eenmalige verpakkingen te vermijden. De leden van Comeos en de Federatie Voedingsindustrie (Fevia) verbinden zich ertoe om nog dit jaar een grote overkoepelende campagne op te zetten waarbij ze hun merkidentiteit expliciet koppelen aan de zwerfvuilproblematiek.

De tabakssector neemt ook een extra financieel engagement op zich. Hij trekt 600.000 euro uit voor de verspreiding van zakasbakjes bij handelaars en horeca over heel Vlaanderen. De bijdrage van de tabakssector aan Mooimakers wordt ook opgetrokken. Die was normaal 100.000 euro per jaar. We hebben die kunnen optrekken naar 550.000 euro per jaar, dus meer dan een vervijfvoudiging.

Er worden ook minimaal drie ‘on the go’-projecten uitgerold. Die zetten in op vijf pijlers. Dit zal al zeker plaatsvinden in Gent, Roeselare en Genk. Inhoudelijk heeft men ook al plaatsen aangeduid daarvoor. Dit wordt de komende weken verder uitgerold.

De OVAM krijgt dertig extra handhavers, die zich de komende drie jaar heel specifiek met zwerfvuilhandhaving zullen bezighouden. We zullen hen heel gericht inzetten. De experten weten waar vooral de routes zijn waar er veel zwerfvuil ligt. Daarom wordt dat plan opgemaakt.

Er was de vraag welke bijkomende maatregelen er zijn, naast extra handhaving. Ik denk dat ik ze wel heb genoemd. Er is de Green Deal Anders Verpakt. Er komt ook nog een alternatief beloningsproject, dat de Click heet. Dat wordt uitgerold in een aantal steden en aan de kust.

Ik kom tot de vraag over de actualisering van de studie omtrent statiegeld van 2015. Er werd me gevraagd welke alternatieven, naast statiegeld, ik bekijk.

Ik verwijs ook naar het regeerakkoord. Collega Rombouts heeft gezegd dat ik niet stil mag zitten. Ik ben de verschillende systemen aan het bekijken en bestuderen en zal de oefening van 2015 updaten omdat het evaluatieproces met een jaar wordt vervroegd. We moeten dan ook goed voorbereid zijn en met verschillende partners gesprekken voeren.

Er is verder gezocht naar ervaringen van landen die statiegeld hebben ingevoerd en hoe dit effect heeft gehad op de samenstelling van het zwerfvuil. Er is meer informatie beschikbaar die toelaat te vergelijken tussen de toestand voor en na de invoering van statiegeld in een bepaald land.

In tussentijd zijn studies of metingen bekend uit Duitsland, Denemarken en Estland die tonen dat het aantal drankverpakkingen in het zwerfvuil is afgenomen na de invoering van statiegeld. Metingen van de samenstelling van zwerfvuil in Zweden, Denemarken en Noorwegen waar overal statiegeld is ingevoerd, lijken er ook op te wijzen dat er minder drankverpakkingen in het zwerfvuil aanwezig zijn dan in Vlaanderen. Het zijn wel slechts aanwijzingen want zwerfvuilmetingen zijn complex en de gebruikte methodiek verschilt van land tot land, waardoor cijfers soms moeilijk te vergelijken zijn.

Daarnaast stellen we ook vast dat in deze landen het zwerfvuilprobleem voor de andere stromen niet is opgelost en men blijft zoeken naar mogelijke maatregelen om dit verder aan te pakken.

Sinds 2015 hebben meer landen in Europa beslist om statiegeld in te voeren. De goedkeuring van de Europese SUP-richtlijn (Single Use Plastic) die lidstaten verplicht tegen 2025 77 procent en tegen 2029 90 procent van de petflessen in te zamelen en te recycleren, heeft hier waarschijnlijk toe bijgedragen. Heel wat landen hadden vroeger of hebben zelfs vandaag nog geen selectief inzamelsysteem zoals wij dat hier in Vlaanderen kennen. Daarom werd daar vaak gekozen voor statiegeld. In die zin kunnen we dan ook niet zomaar de vergelijking maken.

Vandaag beschikken we ook over nauwkeurigere inschattingen van de zwerfvuilkost in Vlaanderen. Die ligt wat hoger dan de cijfers waarover de studie in 2015 beschikte. Dit betekent dat de kostenbatenanalyse wat verschuift.

Wat de algemene zwerfvuilaanpak betreft, door middel van statiegeld of andere alternatieve beloningssystemen, zijn wij bezig alles in kaart te brengen. Daarbij bekijken we verschillende systemen naast elkaar, uiteraard volgens de contouren van het verpakkingsplan zoals dat is overeengekomen in het regeerakkoord. We zitten dus niet stil maar bekijken momenteel verschillende studies.

De Green Deal Anders Verpakt wordt ondertekend in september van dit jaar en zal lopen tot eind 2024. Hiermee willen de initiatiefnemers, de OVAM, Fevia Vlaanderen, Comeos, verschillende bedrijven, kennisinstellingen, overkoepelende verenigingen, sector- en belangenorganisaties en overheden die invloed hebben op het vermarkten en gebruiken van verpakkingen kennis vergaren, systemen onderzoeken en natuurlijk vooral projecten in de praktijk brengen met als doel in te zetten op minder eenmalige verpakkingen. Binnen de Green Deal streven we naar een voldoende aantal ambitieuze pilootprojecten.

De Green Deal bestaat deels uit acties die een rechtstreekse impact zullen hebben op de vermindering van zwerfvuil en deels uit acties die een onrechtstreekse impact zullen hebben. Het zal dan vooral gaan over een algemene gedragsverandering, zowel bij de consumenten, de retail, de logistieke keten als bij de producenten.

Een aantal acties zetten in op een brongerichte aanpak die leidt tot minder zwerfvuil. De Green Deal Anders Verpakt zet in op preventie en hergebruik van verpakkingen in de ruime distributiesector, gaande van voeding tot cosmetica. Daarnaast zijn er ook de ‘on the go’-projecten, onderzoekstrajecten naar zwerfvuilvrije verpakkingen en businessmodellen zoals pizzadozen, takeaway met herbruikbare verpakkingen.

De Green Deal zet verder in op communicatie over herbruikbare bekers en cateringmateriaal op evenementen, en over de zin en onzin van het gebruik van wegwerpmateriaal ter bescherming tegen COVID-19. Verder wordt onderzocht hoe gemeenten via het gemeentelijk reglement de zwerfvuilgevoeligheid van evenementen en horeca en handel kunnen verlagen. Er is ook onderzoek in samenwerking met de federale overheid naar sturende instrumenten voor de afname van het gebruik van wegwerpbekers en eenmalige voedsel- en drankverpakkingen om ter plaatse te consumeren.

De OVAM meet om de twee jaar de hoeveelheden zwerfvuil. De volgende rapportage vindt plaats in 2022 over de gegevens van 2021. In de lokale trajecten wordt op microniveau gemeten. Wanneer bijvoorbeeld in een ‘on the go’-project een bepaalde zone wordt aangepakt, zal er geëvalueerd worden op basis van een nulmeting. Nadien zullen op regelmatige tijdstippen metingen gebeuren om de impact van de genomen maatregelen op de hoeveelheid zwerfvuil na te gaan.

Dit charter zal bijdragen tot de vermindering van het zwerfvuil tegen 2022 door de combinatie van preventie gecombineerd met een verhoogde handhaving en de nodige sensibiliseringscampagnes. Het is ook de eerste keer dat we zo een ruime groep van stakeholders hebben gevraagd om mee oplossingen aan te reiken. Er wordt dus op alle fronten aan gewerkt, met de nadruk op preventie en handhaving.

Ik zie ook dat heel wat lokale besturen meewerken. Voor het overige verwijs ik naar de passages in het regeerakkoord. Maar intussen zitten we niet stil en zijn we de verschillende systemen aan het bekijken.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. We hebben hier vorige week een hoorzitting over gehad en daar kwamen toch wel wat elementen naar boven. Zo hielden de mensen van Fost Plus een sterk pleidooi waarom ze de invoering van statiegeld eigenlijk niet zien zitten. Volgens hen is het onmogelijk om met de huidige productielijn te werken. Intussen zoeken ze andere mogelijkheden in een alternatief beloningssysteem, meer bepaald het Click-systeem dat wordt uitgerold. Dat is een element dat naar voren kan worden geschoven. Maar net zoals men in 2018 heeft gekozen voor een pmd+-zak en daar de productie volledig op heeft afgestemd, vraag ik me af in welke mate het systeem dat nu wordt uitgerold geen voorafname wordt op het invoeren van statiegeld.

Minister, wordt bij al uw onderzoeken rekening gehouden met de werkelijke inzamelkost van statiegeld? Ik heb uit de hoorzitting van vorige week begrepen dat de cijfers die we nu hebben maar een fractie zijn van wat de echte kost is van het inzamelen van zwerfvuil. Wordt daar dan rekening gehouden met de werkelijke kost?

We zien inderdaad, en dat zei u ook zelf, dat heel veel landen statiegeld invoeren. Wij zijn stilaan een eiland geworden in Europa. Vreest u niet dat we een concurrentienadeel zullen ondervinden wanneer wij het enige land zijn met alternatieven, Click-achtige toestanden, beloningstoestanden in plaats van het statiegeldsysteem?

Zal met dat argument, door het feit dat op dit moment alleen wij die beslissing nemen – en ik hoop dat die verandert –, rekening gehouden worden? Dat lijkt mij een zeer essentieel element in het debat en ik heb daar nog nooit een uitspraak over gehoord, ook niet bij de mensen van Fost Plus.

Vier, wat ik uit de hoorzitting onthoud, is de aversie van Fost Plus ten opzichte van statiegeld. Ik dring er toch ook op aan, minister, dat het debat neutraal genoeg gevoerd wordt, en wetenschappelijk genoeg. Als we het onderzoek en de afweging alleen aan de sector overlaten, dan weten we immers waar we gaan eindigen: bij een Click-systeem.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

(Slechte geluidskwaliteit)

Minister, bedankt voor uw antwoord.

Ik heb in mijn inleiding meegegeven dat ik er wat statiegeld betreft van uitga dat eenieder ervan overtuigd is dat er een groot probleem is. We proberen het probleem al vele jaren op te lossen, maar momenteel gaat het de verkeerde kant uit en er ligt nog een heel grote uitdaging voor ons.

Minister, er wordt aangestipt, specifiek rond statiegeld, dat wij op het vlak van selectief inzamelen al heel goede cijfers kunnen voorleggen, wat ook klopt: we zijn op dat vlak wereldkampioen. Dat neemt echter niet weg dat er nog een ander probleem is en dat we daar niet goed op scoren. De vraag is dus: op welke manier kunnen we ook op het vlak van zwerfvuil, waar iedereen zich aan stoort, verbeteren? Daarvoor moeten we kritisch kijken naar elk systeem, moet het een het ander niet in de weg staan en moeten we nagaan wat we kunnen doen om een keerpunt te bereiken. Het element van het goed selectief inzamelen, ik hoop dat dat geen bottleneck vormt om te kijken naar het probleem dat er op het terrein vandaag wel is.

U hebt in het begin een aantal maatregelen opgesomd uit het charter. Sta me toe om dat nog eens nader te lezen. Ik heb begrepen van u dat we het charter van u mogen ontvangen. Ik denk dat het ons wel benieuwt welke maatregelen daarbinnen zijn afgesproken. Ik wil in dezen ook vragen of per actie ook omschreven is welke doelstellingen men wenst te bereiken en welke timing afgesproken is rond die actie. Ik denk dat het belangrijk is dat het charter voldoende concreet is voor de uitrol en de opvolging.

En dan is er ook die bezorgdheid of we de doelstellingen effectief gaan bereiken, want dat is me nog niet helemaal duidelijk. Een aantal van de maatregelen die u hebt opgesomd, daarvan is me nog niet helemaal duidelijk wat we ervan verwachten op het terrein.

Ik begrijp ook, minister, dat er aantal sectoren zijn die serieuze extra bijdragen gaan betalen, onder andere ook rond Mooimakers, meende ik begrepen te hebben. Daarbij is mijn vraag: betalen is één ding, maar we moeten natuurlijk zien dat het op het terrein ook effect heeft, dat bijvoorbeeld sigarettenpeuken en kauwgom niet meer opgeruimd hoeven te worden. Mooimakers is natuurlijk curatief – opruimen nadien –, maar wordt er ook geïnvesteerd in het preventieve? Hoe zit die verdeling in elkaar?

Nog wat het charter betreft, stipt u aan dat met experten wordt bekeken waar de handhavers ingezet moeten worden, maar dat de routes van het zwerfvuil wel gekend zijn. Ik denk dat dat een uitdaging is van elke gemeente, om heel secuur te kijken waar ze … (onverstaanbaar) … moeten hebben. Maar ik stel me wel een vraag. We hebben heel wat extra handhavers, maar zwerfvuil strekt zich in Vlaanderen zeer ver uit. Ik wil bij deze vragen, minister, wie beslist en hoe wordt afgewogen waar die handhavers worden ingezet. Kunnen gemeenten daar ook een beroep op doen? Hoe moet ik dat precies zien?

Een laatste element uit dat charter is dat Click-systeem waar u naar verwijst. Daarvan hebben we vorige week vernomen dat dat blijkbaar al een jaar geleden is geïnstalleerd in de gemeente van collega Vandaele, zijnde De Haan. Hoe wordt dat geëvalueerd? Kunt u ons die evaluatie bezorgen, voor dat systeem eventueel wordt uitgerold over de rest van Vlaanderen?

U verwijst zelf naar de vervroegde evaluatie in 2022. Ik vraag me af in wanneer u verwacht dat we die evaluatie dan precies kunnen bespreken. Ik denk dat dat een belangrijk element is om naartoe te werken, en dat het belangrijk is voor de sector om die timing als uitdaging voorop te stellen.

U geeft aan wat de evaluatie van de statiegeldstudie betreft, dat er een aantal extra zaken in beeld worden gebracht om dan naar de ministerraad te stappen. Bij deze zou ik u om de timing daarvan willen vragen.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik ga proberen om de bijkomende vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik het dossier zeker met een open blik zal bekijken. Het is zeker niet zo, collega Schauvliege, dat een of ander systeem dat in het verleden is uitgetest, het zal halen. Ik zal echt rekening houden met het totaalplaatje, de volledige kost van zwerfvuil. Het regeerakkoord is daar ook heel duidelijk over. Ik probeer dat wetenschappelijk te bekijken.

Als het mij betreft, en ik denk ook de collega’s, kiezen we voor het beste systeem. Ik denk dat we allemaal willen dat er gewoon geen zwerfvuil is. In die zin is het logisch dat we ons goed informeren. Ik ben ook echt goed aan het kijken hoe andere landen dit aanpakken, waar we nog kunnen verbeteren, al moet je sommige systemen ook niet gaan copypasten. Ik kijk daar met een heel open blik naar, en de doelstelling is dat het systeem dat we kiezen, welk dat ook moge zijn, een oplossing biedt voor het hele probleem inzake zwerfvuil.

Uiteraard, collega Rombouts, moeten we een juiste keuze maken, moeten we ons daar goed in laten begeleiden en moeten we rekening houden met alle elementen. Dat spreekt voor zich. Ik ga dus geen voorafnames doen omdat er in het verleden ooit ergens een proefproject is geweest. We hebben nu de kans, dus waarom zouden we het niet doen? We gaan het zeker op deze manier organiseren.

Nu, statiegeld is zeker niet het enige wat een impact heeft op onze concurrentiepositie. Collega Schauvliege zegt dat we moeten opletten dat we in Europa niet alleen staan. We hebben in Vlaanderen en in België ook zeer hoge heffingen op drank, wat we zeker niet uit het oog mogen verliezen. Maar ik ben ook van plan om hieromtrent in gesprek te gaan met de federale collega’s en met de deelstaten. Nogmaals, er zijn geen taboes. We houden ons aan het regeerakkoord.

De doelstellingen en de timing van het charter zal ik overmaken aan de commissie. Ik heb daar geen probleem mee. Er zal in het najaar ook een opvolging zijn. Vandaag de dag zijn we afhankelijk van vrijwillige bijdragen, die we inderdaad stevig verhoogd hebben. Ook voor tabak is dat zo: van 100.000 euro naar 550.000 per jaar. Met Mooimakers gaan we goed moeten kijken hoe we die middelen gaan inzetten. Vanaf 2023 wordt de volledige kost doorgeschoven naar de producenten, zoals jullie weten.

Wat de handhavers betreft, maakt de OVAM een projectplan op. Er komt ook een oproep, collega Rombouts, naar lokale besturen toe om daar eventueel een beroep op te doen voor hun projecten. We zien dat lokale besturen daar ook heel fel mee bezig zijn. Zij kennen vaak ook de routes waarlangs het zwerfvuil belandt. In die zin denk ik dat het goed is dat we een fijne samenwerking hebben.

Het project in De Haan heeft helaas maar enkele weken kunnen lopen. Daarom wordt het nu eerst nog ergens anders uitgetest, ook ergens aan de kust, als ik me niet vergis.

We gaan dat dus uittesten. Nogmaals, dat is geen voorafname op eender wat. Het is gewoon zo dat we nu intussen proberen met zo veel mogelijk instrumenten zwerfvuil aan te pakken, en intussen ook met een open blik kijken naar andere goede systemen. Het doel is voor mij gewoon een systeem dat ervoor zorgt dat er zo weinig mogelijk zwerfvuil komt, en het liefst natuurlijk geen. We gaan dat zeker met een open blik bekijken.

Vooraleer ik het woord geef aan de indieners van de vragen, moet ik me excuseren, want ik had daarnet niet meer expliciet gevraagd of er iemand zich wou aansluiten. Ik zag echter ook geen handjes. Ik hoop dus dat ik niemand over het hoofd heb gezien. Ik denk echter dat het thema zeker nog wel aan bod zal komen in onze commissie.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Zwerfvuil is voor iedereen in deze commissie, denk ik, en voor heel onze samenleving een doorn in het oog. Vorige week noemde Interafval het een mentaliteits- en productprobleem. Dat betekent natuurlijk dat we voor de oplossing om zwerfvuil te verminderen op alle elementen daarvan zullen moeten werken. Er zal altijd sprake zijn van een combinatie van maatregelen om zwerfvuil te verminderen. Minister, u gaf aan dat we moeten werken op het volledige systeem, dat we een oplossing moeten hebben voor het volledige pakket aan zwerfvuil. Dat kan ik alleen maar beamen, maar dat kan wel geen argument zijn om statiegeld aan de kant te schuiven. Ik ben dus blij dat u zelf aangeeft dat u met een neutrale blik, op basis van wetenschappelijkheid naar dit dossier zult kijken. Ik ben ervan overtuigd dat het resultaat dan zal zijn dat statiegeld het meest effectieve middel is. Dus, laten we daar dan zo snel mogelijk voor gaan.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, dank u voor het bijkomende antwoord. Op een aantal elementen zullen we zeker nog terugkomen. Ook wat de timing betreft, maak ik mij zeker zorgen, aangezien de evaluatie van 2022 inderdaad zeer dichtbij komt. Nog een half jaartje en het is 2022, vandaar.

Ik heb u ook heel duidelijk horen stellen – de collega verwees er al naar – dat u zwerfvuil effectief wilt aanpakken en dat u wilt dat de volledige problematiek wordt aangepakt, dat we die volledig kunnen oplossen. Ik denk dat dat inderdaad een bezorgdheid is van ons allemaal. Zwerfvuil, dat is niet een beetje opruimen. Dat is volledig opruimen. Het baart me echter wel zorgen dat u misschien niet dé oplossing, die ene oplossing zult vinden. Ik wil in dezen dus ook duidelijk meegeven dat, afhankelijk van het product, het ene systeem misschien efficiënt is voor het ene product, maar dat er voor andere producten andere dingen moeten worden gezocht. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een statiegeldsysteem, maar ik heb duidelijk vernomen dat u dat duidelijk ook mee overweegt, of eventueel een ander systeem voor verpakkingsafval, voor blikafval. Daar liggen wel degelijk kansen. Misschien moet er, als het gaat over tabak, kauwgom en dergelijk meer, iets meer in productinnovatie of andere elementen worden gezocht.

Ik hoop dus dat het ene niet het excuus wordt voor het andere, want dat hoorde ik soms toch wel doorschemeren bij sommige tussenkomsten. Het is niet goed dat het ene argument ons ontslaat van de andere verantwoordelijkheden. Ik heb dus begrepen dat u wel degelijk het systeem wilt onderzoeken. Ik hoop dat daar snel klaarheid in komt en dat we inderdaad heel gericht voor alle zwerfvuilproducten een oplossing vinden, maar dat we niet de ene oplossing laten wachten voor de andere. Elke stap voorwaarts is immers belangrijk om onze doelstelling te kunnen bereiken.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.