U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Op dinsdag 8 juni 2021 organiseerde het Vlaams Vredesinstituut een webinar rond de uitdagingen inzake het wapenbeleid vijftien jaar na de inwerkingtreding van de Wapenwet. In de marge communiceerde het Vlaams Vredesinstituut opvallende cijfers rond het stijgend wapenbezit in ons land. Op tien jaar tijd steeg het aantal geregistreerde wapens bij het Centraal Wapenregister van 700.000 in 2010 naar 800.000 in 2019. Het Vlaams Vredesinstituut stelt daarnaast vast dat 4 procent van de Vlamingen overweegt om een wapen aan te schaffen, waardoor er in de toekomst een bijkomende stijging kan worden verwacht.

Het wapenbeleid in ons land kent bij uitstek vele bevoegdheidsniveaus. Zowel het lokale niveau, het provinciale niveau, het gewestelijke niveau als het federale niveau hebben hier elk hun eigen rol te spelen. Deze versnippering blijft volgens de experten de achilleshiel bij uitstek als het gaat om een sterk controlesysteem, dat onontbeerlijk is in de strijd tegen illegale wapenhandel en het toenemende wapenbezit. Verschillende sprekers gaven aan dat er momenteel wel strategische uitwisseling gebeurt in het interfederaal overlegcomité, maar dat er te weinig praktische gegevensuitwisseling plaatsvindt.

De huidige samenwerking tussen het federale niveau en het Vlaamse niveau verloopt daarnaast niet altijd van een leien dakje. De Vlaamse diensten wachten al jaren op een toegang tot het Centraal Wapenregister, zodat onze diensten eindelijk werk kunnen maken van dat sterke controlesysteem. Daarnaast bereiken ons ook berichten dat de samenwerking via andere federale instellingen zoals de Vuurproefbank in Luik heel stroef verloopt.

Minister-president, hoe evalueert u de problematiek rond de versnippering van gegevens en informatie op verschillende niveaus? Kunnen hier nog verdere stappen worden ondernomen?

Kunt u een stand van zaken geven over de toegang tot de federale databanken inzake wapenbeleid, zoals het Centraal Wapenregister, door de Vlaamse diensten? Kunnen we hier ondertussen spreken van federale onwil om dit in orde te brengen?

Hoe verloopt momenteel de samenwerking tussen de Vlaamse diensten en de Vuurproefbank in Luik? Moeten we hier op termijn werk maken van een Vlaamse Vuurproefbank?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Nachtergaele, u vraagt hoe ik de problematiek evalueer. Over deze problematiek hebben we het in deze commissie eerder gehad toen we het Jaarverslag 2018 bespraken. Versnippering van informatie hangt natuurlijk eerst en vooral samen met de versnippering van bevoegdheden. Ik ben voorstander van een centralisering, maar dat is niet iets wat we van de ene op de andere dag kunnen oplossen.

Als het gaat over mijn bevoegdheid over in- en uitvoer van wapens hebben mijn diensten altijd geprobeerd om de informatie die zij over vergunningen en aanvragers hebben, systematisch te delen met de andere relevante diensten. Dat zijn dan voornamelijk de diensten van de gouverneur en de politie.

Waar er ook in het webinar van vorige week terecht opnieuw op gehamerd werd, is erg belangrijk: de versterking van de digitalisering van informatieverwerking en de informatie-uitwisseling. Sinds midden 2019 is het Digitaal Loket van de dienst Controle Strategische Goederen in gebruik. Dat werd ontwikkeld met de achterliggende gedachte dat, ten eerste, de partnerautoriteiten toegang moeten kunnen krijgen tot de relevante gedeeltes van ons systeem, en, ten tweede, dat systeem ook aan andere systemen moet kunnen worden gekoppeld. De realisering daarvan vraagt natuurlijk bereidheid én middelen langs de verschillende kanten en zeker die middelen zijn niet altijd evident.

Ook over de toegang tot het Centraal Wapenregister hebben we het gehad toen we het Jaarverslag 2018 bespraken. Ik heb toen effectief aangegeven dat er op federaal niveau nog altijd wat onduidelijkheid bestaat over wat er specifiek moest gebeuren om onze toegang te realiseren. De problematiek kent een lange voorgeschiedenis, die u kunt lezen in de antwoorden van mijn voorganger op verschillende parlementaire vragen.

In de afgelopen maanden hebben zowel ikzelf als mijn diensten bij de federale collega’s van Justitie, Economie en Binnenlandse Zaken meer algemeen de matige coördinatie en informatiedoorstroming vanuit die hoek aangekaart. Daarbij lag de focus initieel wel op een aantal andere pertinente zaken, maar het is absoluut de intentie om in de verdere gesprekken daarover nogmaals op het Centraal Wapenregister terug te komen. Ik herhaal wel nog eens dat er op dit moment geen veiligheidsproblematiek speelt. Mijn diensten hebben gelukkig een excellente werkrelatie met de wapendiensten van de provinciegouverneurs, die bijstand geven als dat nodig is.

De toegang tot het Centraal Wapenregister is dus ook eerder een verhaal over efficiëntie en effectiviteit in de toegang tot elkaars relevante informatie. Maar het is duidelijk dat dit vooral voor Vlaanderen een prioriteit blijkt te zijn.

Dan was er uw vraag over de Vuurproefbank in Luik. De operationele samenwerking met de Proefbank, als ik die zo mag noemen, is momenteel beperkt. Dat komt deels door de ietwat restrictieve invulling die de Proefbank in dit geval geeft aan zijn mandaat, dat is vastgelegd in de wet van 8 juli 2018. Mijn diensten vragen gebruikelijk advies aan de Proefbank over aanvragen van invoer van vuurwapens, waardoor de Proefbank meteen ook op de hoogte was van de vuurwapens die Vlaanderen zouden binnenkomen. De adviesvragen gingen dan meestal over de vraag of een aanvrager in kwestie het specifieke wapen uit zijn aanvraag mag verwerven op basis van de titel die hij voorlegt. Versta daaronder bijvoorbeeld een jachtverlof of een sportschutterslicentie. Dat hangt immers af van de technische kenmerken van het wapen. Voor die beoordeling is de technische expertise van de Proefbank nuttig.

De Proefbank ziet zijn opdracht van technische ondersteuning aan andere overheden echter beperkter. Daarbij speelt ook een financieel aspect, omdat de Proefbank zijn eigen middelen moet genereren. Dat is ook een van de kwesties die ikzelf bij de bevoegde federale collega’s heb aangekaart. We proberen daar tot een oplossing te komen, graag ook samen met de andere gewesten.

Naast dat operationele aspect is de Proefbank natuurlijk ook lid van het interfederale comité waar u naar verwijst. Beleidskwesties die de Proefbank betreffen, proberen we daar aan te kaarten.

Een Vlaamse Vuurproefbank, tot slot, is momenteel niet aan de orde. Dat hangt samen met bevoegdheden die federaal zijn. Het is wel zo dat de Proefbank volgens de wet van 8 juli 2018 zogenaamde ‘bijkomende antennes’ kan vestigen op het nationale grondgebied. Een dergelijke antenne in Vlaanderen zou alvast Vlamingen ten goede kunnen komen die vuurwapens verwerven en die aan de Proefbank moeten voorleggen. Dat is weliswaar iets waarover u de bevoegde federale collega’s moet bevragen of laten bevragen door andere leden van de fractie.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Dank u wel, minister-president. Ik heb hier het schema voor mij liggen, uit het verslag van het Vredesinstituut, van hoe de controle op de invoer van een vergunningsplichtig vuurwapen plaatsvindt. Dat is pure Kafka, een beetje exemplarisch voor de manier waarop dit land werkt. Maar liefst zes instanties zijn betrokken bij die procedure: de dienst Controle Strategische Goederen, regionale agentschappen, de provincie, de federale overheid, lokale politie, private organisaties. Er is geen transparantie. Het Vlaams Vredesinstituut spreekt van meer fouten die gemaakt worden door die procedure. Er is een heel lange doorlooptijd. Vaak krijgt men het wapen als de vergunning bijna verlopen is. Er zijn 40.000 wapens die momenteel geregistreerd staan bij wapenhandelaren. Men geeft ook aan dat dat niet correct is.

Wat de Vuurproefbank betreft, ben ik blij dat u de federale overheid oproept om na te denken over eventuele regionale antennes. Maar ik betreur natuurlijk dat er nog altijd geen evolutie zit in het dossier van het centrale wapenregister. Ik hoop dat we daar, conform het Vlaams regeerakkoord, binnenkort beweging in mogen verwachten.

De heer Deckmyn heeft het woord.

Transparantie wat betreft het vergunningsbeleid is er effectief niet. Het is een kluwen. Dat is in deze commissie ook al ter sprake gekomen bij vorige besprekingen. Het wordt tijd om daar echt een eenduidig beleid te gaan voeren.

De cijfers van wapenbezit nemen inderdaad opnieuw toe. Ik zou hier toch wel willen aankaarten dat dat niet steeds per definitie geproblematiseerd moet worden. Het is allereerst niet aan ons om mensen die een vergunning aanvragen omwille van hun hobby, de jacht of sportschieten, te culpabiliseren of hen te ontraden om die hobby uit te oefenen. Het is voor veel mensen die een dergelijke hobby beoefenen, op dit moment al moeilijk genoeg om een vergunning aan te vragen. We gaan toch niet blijven verstrengen of het moeilijker maken, tot het onmogelijk wordt om een hobby met vuurwapens uit te oefenen? Al denk ik dat sommige partijen hier dat daadwerkelijk niet zo erg zouden vinden.

Wat mij wel meer zorgen baart, is het feit dat de helft van de mensen zelfverdediging en veiligheidsoverwegingen aangeeft om een wapen te kopen. Dat baart ons, net als het Vlaams Vredesinstituut, uiteraard zorgen, maar wel om een andere reden. Het zijn niet de mensen die een vergunning aanvragen, en daar trouwens ook een blanco strafblad voor nodig hebben, die een bedreiging vormen. Het zijn net die mensen die zich bedreigd voelen en zich in de steek gelaten voelen door de overheid. Zij zien de toekomst – en dat heeft voor een stuk ook met het huidige beleid te maken – nogal somber in en zien dat de overheid hen in de praktijk niet meer kan beschermen tegen toenemende criminaliteit, grotendeels veroorzaakt door de toenemende vervreemding en straffeloosheid. Laat ons de oorzaak van die drang naar wapens ter zelfverdediging streng aanpakken, en niet de Vlaming die te goeder trouw zijn gezin wil beschermen omdat de overheid daartoe niet meer in staat is.

Ook moeten we ons focussen op wapens die illegaal in omloop zijn. Dat is ook een belangrijk gegeven. Een gangster gaat geen vergunning aanvragen voor zijn wapens. Dat is toch iets dat ik hierbij wou meegeven, als we dan toch praten over het toenemende legale wapenbezit.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.