U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, dit is een opvolgvraag. Op 18 december 2020 heeft het Overlegcomité vergaderd over de intentie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om een stadstol of kilometerheffing in te stellen op zijn grondgebied. Toen is aan het Brusselse Gewest gevraagd om te dialogeren en een overlegstructuur op te zetten tussen de gewesten. Eind maart moest hierover een eerste evaluatie worden gemaakt.

In antwoord op mijn schriftelijke vraag hierover stelt u: “De centrale werkgroep verzorgt de band tussen de subgroepen en staat in voor de coördinatie en de samenvatting van hun werkzaamheden. – U hebt dus een aantal werkgroepen opgericht. – Elke subgroep dient een rapport te valideren dat vervolgens wordt toegestuurd aan de centrale werkgroep. De centrale werkgroep valideert dan de geconsolideerde verslagen, die moeten worden voorgelegd aan het Overlegcomité. (...)

Er wordt gestreefd naar een afronding van het overleg tegen 31 maart aanstaande, maar er werd ook aangegeven dat dit niet noodzakelijk de einddatum van het overleg zal zijn. Wanneer het overleg op die datum nog niet is gefinaliseerd zal dit nog verdergezet worden en zal er enkel tussentijds gerapporteerd worden aan het Overlegcomité.”

Ik dacht dat ik het maar moest riskeren om op 1 april al vragen te stellen, minister.

Wat waren de conclusies en eventuele aanbevelingen van de centrale werkgroep, die voor 31 maart zouden worden gepresenteerd? Welke initiatieven zult u nemen op basis van deze conclusies en aanbevelingen?

Was dit een definitieve rapportering – dat zou me verwonderen – aan het Overlegcomité of zal de dialoog nog verder lopen? Indien de dialoog verder zal worden gezet, wat zijn de verdere stappen in deze dialoog en wat is de verdere timing en planning ervan?

Welke knelpunten moeten verder worden uitgeklaard?

Wat zijn uw plannen en initiatieven in het kader van het verdere overleg met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mevrouw Brouwers, ik vrees dat ik u moet teleurstellen. Ik kan u weinig informatie geven. Op het Overlegcomité van 18 december en 29 januari werden afspraken gemaakt over het verloop van het overleg over dit SmartMove-project, de Brusselse kilometerheffing.

Er werd een centrale werkgroep opgericht onder Brussels voorzitterschap. Deze centrale werkgroep heeft thematische subwerkgroepen opgericht rond de thema’s mobiliteit, fiscaliteit, leefmilieu, en economie en werk. Deze subwerkgroepen hebben ondertussen al enkele vergaderingen gehouden en een en ander grondig besproken.

Het is nu aan de Brusselse collega’s om de centrale werkgroep opnieuw te laten samenkomen en vervolgens verslag uit te brengen aan het Overlegcomité. Dat is nog niet gebeurd, de centrale werkgroep is nog niet samengekomen en er is nog geen verslag uitgebracht. Er was zoals u zegt een Overlegcomité op 31 maart, maar daar is het dossier SmartMove niet besproken.  

Ik kan u wel al meegeven dat wij onze bezorgdheden en die van het Vlaams Parlement hebben meegedeeld. Wij hebben gewezen op enkele mogelijke ongewenste neveneffecten die het kan meebrengen. Wij kijken uit naar het volgende overleg. Vandaag kan ik u niet meer meedelen dan dit. Het is wachten op de initiatieven van de Brusselse collega’s, tenzij ze het zelf in de koelkast duwen, maar ik weet niet of we daar al aan toe zijn.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, geen nieuws is in dit geval goed nieuws. Hoe langer wordt gepraat om de Brusselaars ervan te overtuigen die stadstol niet zo maar in te voeren, hoe beter. Ik dacht dat de datum 31 maart 2021 heilig was, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Ik heb er geen probleem mee dat u dit verder in de koelkast duwt. Ik heb geen verdere vragen.

De heer Bex heeft het woord.

Als daar nog twijfels over waren, is ondertussen tenminste duidelijk geworden dat er in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een zeer grote bereidheid is om hierover met de andere regio’s in overleg te treden. Er zijn verschillende werkgroepen opgericht waarin uitgebreide discussies plaatsvinden. Volgens mij spreekt het voor zich dat over dergelijke maatregelen overleg wordt gepleegd.

We hebben gisteren kunnen lezen dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar analyse van het Belgisch klimaatbeleid enerzijds vaststelt dat we de doelstellingen niet halen en nog bijzonder veel werk aan de winkel hebben, maar anderzijds een aantal oplossingen formuleert, waaronder een pleidooi voor een doorgedreven slimme kilometerheffing. Dit is geen vraag van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, maar van een internationale instelling die nagaat hoe wij onze klimaatdoelstellingen kunnen realiseren.

Minister, daarnaast weten we natuurlijk dat er een bepaalde mobiliteitsproblematiek is waarvoor de invoering van een slimme kilometerheffing een oplossing kan bieden. U hebt verklaard dat u Vlaanderen op dit moment niet klaar acht om een slimme kilometerheffing in te voeren, maar dat u er wel van uitgaat dat we daar in 2025 of 2026 klaar voor zouden moeten zijn. Volgens u biedt het overleg dat nu plaatsvindt elementen en kansen om in die richting te werken. Misschien kan op een iets langere termijn een gebiedsdekkende slimme kilometerheffing worden ingevoerd, zoals de Vlaamse Regering kort voor de verkiezingen in 2019 trouwens van plan was. Werkt u hieraan of laat u hierover in die werkgroepen overleg plegen? Hebt u hierover overleg met uw partners in de Vlaamse Regering?

Mevrouw De Coninck heeft het woord.

Voorzitter, ik wil even het woord nemen over de stadstol, een thema dat ik nauw wil opvolgen. Het is al uitvoerig geschetst. Met onze resolutie hebben we een dialoog gevraagd. Het is goed dat er nu zogezegd afspraken zijn om in dialoog te gaan, maar het blijft toch een rare werkwijze. Naar ons aanvoelen heeft het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest dat eenzijdig en zonder overleg proberen in te voeren. Normaal gezien is er eerst overleg en wordt het dan pas bestudeerd.

Minister, ik weet niet of u ervan op de hoogte bent dat het Toekomstforum Halle-Vilvoorde, een informeel orgaan waarin alle partijen en gemeenten verenigd zijn, een resolutie heeft rondgestuurd die eigenlijk een beetje is gebaseerd op de tekst die het Vlaams Parlement heeft aangenomen. De gemeenteraden van die gemeenten vragen de Vlaamse Regering haar standpunt kracht bij te zetten. Ik weet niet of u op de hoogte bent van dit initiatief.

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, u voert geen politiek van voldongen feiten. Dat is altijd uw houding geweest. U hebt daar een beeld opgeplakt: ‘No pasarán!’. Het is goed dat u de Waalse Regering hierbij betrekt, want dit is eigenlijk het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest tegen de rest van het land. Het is ook een ‘eigen volk eerst’-mentaliteit, want de Brusselaars zouden worden gecompenseerd. Het geldt moet van de Vlaamse en Waalse pendelaars komen, want dit is, naast een leefbaarheidsoperatie, ook een budgettaire operatie.

We moeten erkennen dat de toekomst duurzaam zal zijn of niet zal zijn. We moeten over zaken kunnen nadenken, maar dan moeten we de mensen betaalbare en volwaardige alternatieven aanbieden. Als slimme keuzes kunnen worden gemaakt, willen de Vlamingen en de Walen die maken, maar niet om uiteindelijk de Brusselse begroting te laten kloppen. Als die betaalbare en degelijke alternatieven niet worden geboden, vind ik, eerlijk gezegd, dat we bij onze houding moeten blijven. No pasarán! Ik zou vooral de lijnen met de Waalse Regering openhouden. Ik heb begrepen dat de PS en de MR dit aanbod van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest absoluut niet zien zitten. Als moet worden overgestoken, zullen we dat samen moeten doen en zullen we dat goed moeten onderbouwen, ook met betrekking tot de betaalbaarheid en de degelijkheid van de alternatieven.

De heer Verheyden heeft het woord.

Mijnheer Bex, ik wil eerst op uw opmerking reageren. U pleit voor tolheffingen en dergelijke, maar ik vraag me af waarmee we hier bezig zijn. Als we naar de technologische evoluties kijken, zien we dat de verbrandingsmotoren steeds properder worden. We zijn in deze commissie met de regelmaat van een klok bezig over de vergroening van De Lijn. Het waterstofdebat is gelanceerd. Ik heb vandaag gelezen dat Colruyt en AB Inbev inzetten op schonere vrachtwagens op basis van waterstofmotoren. We zitten volop in een evolutie. Tegen het gebruik van een tolheffing om onze klimaatdoelstellingen te halen, zegen wij: ‘No pasarán!’. We moeten volop inzetten op die technologische evolutie en dan zullen we onze doelstellingen kunnen halen. We moeten dat echter durven faciliteren.

Mijnheer Keulen, ik ben het ermee eens dat er duidelijke alternatieven moeten zijn vooraleer iemand men dergelijke maatregelen kan afkomen. De Vlamingen en de Walen zouden effectief de rekening moeten betalen. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat er al genoeg geldstromen van Vlaanderen naar het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn. Tegen een bijkomende geldstroom zullen we ons met alle mogelijke middelen verzetten, net zoals we ons zullen verzetten tegen de eventuele invoering van een eventuele tolheffing of kilometerheffing in de toekomst. Onze boodschap is duidelijk.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Voorzitter, deze vraag om uitleg heeft veel dimensies en raakt aan veel problematieken. Ik zou willen dat we proberen de complexiteit van dit dossier te vatten. De realiteit is dat Brussel en de Vlaamse Rand onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Dat zijn twee communicerende vaten. Wat in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest over mobiliteit en een slimme kilometerheffing wordt beslist, raakt aan de Vlaamse Rand en vice versa. We weten dat veel pendelaars uit de brede rand en het arrondissement Halle-Vilvoorde komen.

Het ene kan ook niet zonder het andere. Een slimme kilometerheffing moet er komen op het moment dat er op het vlak van het openbaar vervoer voldoende alternatieven zijn. Het Pajottenland is, samen met Haspengouw, het Toscane van ons land. Wat het openbaar vervoer betreft, is dat een woestijn. De meeste mensen daar werken in Brussel en zijn op de auto aangewezen. Het ene kan niet zonder het andere.

Ik dank collega De Coninck om te refereren aan het rapport en de visie van het Toekomstforum van de burgemeesters van Halle-Vilvoorde. Hebt u daar al naar gekeken? Neemt u dat mee? Op welke manier gaat u ervoor zorgen dat die woestenij inzake mobiliteit in het Pajottenland en de brede regio Halle-Vilvoorde wordt omgezet in duurzame mobiliteit?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mevrouw De Coninck, mevrouw Segers, ik heb het werk van het Toekomstforum nog niet gelezen, maar ik heb van mijn kabinetsmedewerkers gehoord dat het is toegekomen, en dat ze dat zullen ter harte nemen op de volgende vergadering. Zoals u terecht stelt, moet er een optimale wisselwerking zijn.

Een slimme kilometerheffing, geen platte belastingverhoging van het ene gewest lastens het andere, is voor mij geen taboe, maar zoals ik altijd gezegd heb, moeten alle randvoorwaarden ingevuld zijn. Ik ga niet alle elementen opnoemen die wij met De Werkvennootschap gepland hebben rond de ring R0, de ring rond Brussel. Het zijn heel wat werken die de modal shift faciliteren. Ik weet dat Brussel ook heel wat investeringen plant. De tijd is nu absoluut niet rijp om daarop in te zetten. Zoals heel wat collega’s zeggen, moet het overleg wel plaatsvinden. Dat vindt nu plaats, dat is goed.

De centrale werkgroep en de subwerkgroepen focussen nu specifiek op de SmartMove. Die kijken niet of een doorgedreven slimme kilometerheffing voor heel België aan de orde is. Dat was niet de opdracht of taak. Het gaat nu specifiek over de SmartMove, men gaat daarover praten. Vooral Vlaanderen en Wallonië hebben aangedrongen op het overleg. Het is goed dat dat nu plaatsvindt. We zullen dat allemaal blijven opvolgen.

Ik deel de bekommernis van heel wat collega’s hier. We zullen niet tolereren dat de Vlaamse pendelaar de dupe wordt van een maatregel van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Daar houden we aan vast. Vandaag is een slimme kilometerheffing zonder de invulling van alle randvoorwaarden zoals de heer Keulen zei absoluut ‘no pasarán’.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Dank u, collega’s, om nog eens te herhalen wat het Vlaams Parlement hierover zegt: geen eenzijdige tolheffing, uiteraard.

Misschien is het wel goed dat de discussie die we daarover hadden, ertoe geleid heeft dat we nu samen met alle gewesten – en niet alleen het Brusselse en het Vlaamse Gewest maar ook het Waalse – rond de tafel zitten om te bekijken hoe we duurzame verplaatsingen kunnen vergroten, hoe we files kunnen bestrijden. Want, collega Verheyden, we moeten niet alleen vergroenen, maar ook files bestrijden. Als al die groene wagens in de file staan, hebben we niet veel opgelost. We moeten dat samen aanpakken en een project op lange termijn plannen. Dat lijkt me het voordeel van het overleg. Misschien zei ik daarom dat de tolheffing zoals ze nu was geconcipieerd, in de koelkast mag. Het gesprek moet gaande blijven, want van de files zijn we nog lang niet af. Zodra de coronapandemie voorbij is, gaan we dat zo weer zien toenemen. Het voordeel is dat we samen rond de tafel zitten. Ik hoop dat daar iets positiefs uit komt. Laat de gesprekken maar de tijd duren die nodig is.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.