U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Catalonië komt geregeld van pas in de commissie Buitenlandse Zaken, en vorige week ook nogmaals in de plenaire vergadering, nadat we ook al meerdere resoluties goedgekeurd hebben in deze legislatuur en ook in vorige legislaturen. Minister-president, ik weet dat het u nauw aan het hart ligt: de situatie in Catalonië is bijzonder zorgwekkend.

Op zondag 14 februari 2021 trokken de Catalanen naar de stembus. Ook deze vervroegde verkiezingen kwamen er na de afzetting van de Catalaanse minister-president Quim Torra. Voor alle duidelijkheid: voordien hadden we Carles Puigdemont, die gevlucht is en nog steeds banneling is in dit land. Maar ook de vorige minister-president werd dus afgezet toen hij blijkbaar zijn sympathie had betuigd en aan een overheidsgebouw een bepaalde spandoek had uitgehangen. Dat vond alvast de Spaanse overheid voldoende om ook deze minister-president af te zetten.

In zijn afscheidsrede noemde Torra, die u zelf ook hebt ontmoet, in het najaar van 2019 – dat was een van uw eerste buitenlandse reizen –, dit een soort staatsgreep. Hij riep de Catalanen ertoe op de verkiezingen te zien als een soort volksraadpleging over de onafhankelijkheid van Catalonië. Hij zei dat het kiezen zou worden tussen de Spaanse monarchie en de Catalaanse republiek. Ik zou bijna zeggen: het is kiezen tussen de Spaanse dictatuur en de Catalaanse democratie. Dat zijn alvast mijn woorden.

Gezien de politieke spanningen tussen Catalonië en Madrid waren alle ogen gericht op de resultaten van de pro-onafhankelijkheidspartijen. Het centrumrechtse Junts per Catalunya van voormalig president Puigdemont, de links-republikeinse ERC van voormalig viceminister-president Oriol Junqueras, die ook in de gevangenis verblijft, en de radicaal-linkse CUP hebben hun macht vergroot in het Catalaanse parlement. Ze hebben nu samen een meerderheid. Voor het eerst is dat ook een meerderheid in stemmen, maar voor de zoveelste maal hebben ze een meerderheid qua zetelaantal.

Het klopt dat de sociaaldemocraten, de Spaanse unitaristen, de grootste partij zijn geworden. Zij claimen het initiatiefrecht, maar de onafhankelijkheidspartijen hebben al gezegd geen coalitie met hen aan te willen gaan, gezien hun gezamenlijke project met betrekking tot een referendum, met betrekking tot onafhankelijkheid.

De liberaal-unitaire partij Ciudadanos verloor zwaar. Ze was de grootste voor de verkiezingen, maar valt nu terug op een handvol zetels. Anderzijds is er het rechts-extremistische en unitaire Vox, een partij die doorbreekt vanuit het niets en plots de vierde partij is. Zij beschouwt zich als dé spreekbuis van de oppositie aan de rechterzijde voor het pro-Madrileense kamp.

In de dagen na de verkiezingen werd er vanuit de onafhankelijkheidspartijen een oproep gelanceerd aan Spanje én aan de Europese Unie: ‘Sit and talk’, klonk het. Waarover er moet worden gesproken, is duidelijk. Men wil werken aan een nieuw onafhankelijkheidsreferendum.

Minister-president, in lijn met die ontwikkelingen communiceerde u geregeld over de dialoog die moet worden opgestart en over de onaanvaardbare situatie van de negen politieke gevangenen die er nog steeds zijn. Naar aanleiding van de Catalaanse verkiezingen en de daaropvolgende communicatie heb ik voor u dan ook de volgende vragen. Wat is uw reactie op deze verkiezingsuitslag? Is dit voor u opnieuw een signaal dat, ondanks de Spaanse repressie en ondanks de ernstige coronacrisis, het vuur van de onafhankelijkheid nog steeds brandt in Catalonië? Hoe ziet u die verkiezingsuitslag, ook in het licht van onze oproep tot dialoog tussen Catalonië en Madrid? Zult u op Europees niveau de oproep tot dialoog en de mogelijke faciliterende rol van de Europese Unie op tafel leggen? Zult u, zodra er een nieuwe Catalaanse regering wordt gevormd, contact opnemen met de nieuwe minister-president om ervoor te zorgen dat de Vlaams-Catalaanse banden worden aangehaald?

De heer Janssens heeft het woord.

Minister-president, collega’s, ik kan iets korter zijn, aangezien collega Vanlouwe uiteraard de situatie goed heeft geschetst en ik iedereen kan plezieren met een korte bijkomende vraagstelling.

Het is inderdaad al een maand geleden dat de verkiezingen in Catalonië hebben plaatsgevonden. De aanleiding daarvoor was het feit dat de vorige Catalaanse minister-president op 28 september 2020 uit zijn ambt was ontzet door het Spaanse Hooggerechtshof, omdat die onverlaat het zowaar had aangedurfd om een spandoek te laten ophangen. Dat om zijn fameuze onpartijdigheid bekendstaande Hooggerechtshof oordeelde dat het ging om ongehoorzaamheid.

De pro-onafhankelijkheidspartijen hebben inderdaad een overwinning behaald, die deze keer best wel historisch mag worden genoemd. Ze zijn er ook in geslaagd om hun meerderheid in het parlement verder uit te breiden. Pere Aragonès, de leider van de sterkste onafhankelijkheidspartij ERC, die overigens waarnemend minister-president van Catalonië is, heeft al laten verstaan dat ze eigenlijk een cordon sanitaire rond de socialisten in Catalonië leggen, die Spaansgezind zijn. Zelfs al zou Madrid beslissen om de gevangengezette pro-onafhankelijkheidspolitici vrij te laten, dan nog wijst alles erop dat men in Catalonië werkt aan een regering bestaande uit de onafhankelijkheidspartijen.

Het doel van Aragonès lijkt nu het organiseren van een nieuw, een legaal, een bindend referendum over Catalaanse onafhankelijkheid, met goedkeuring van de Spaanse regering, een referendum waarvan de uitslag dan uiteraard niet kan worden genegeerd door de regering in Madrid.

U hebt inderdaad in een reactie gezegd dat u hoopt dat de toekomstige Catalaanse regering de dialoog met de Spaanse regering voortzet en oplossingen vindt voor het conflict, met respect – dat is uiteraard belangrijk – voor de volkswil van de Catalanen. U uitte ook uw bezorgdheid over de politieke gevangen en veroordeelde het optreden van de Spaanse overheid. Tot slot zei u ook dat Europa de verzuchting van de Catalanen niet kan blijven wegzetten als een louter intern Spaans probleem, zeker niet als er elementaire politieke rechten worden geschonden. Europa zou volgens u zijn rol als bemiddelende actor moeten spelen.

Hebt u na de afzetting van Quim Torra al contact gehad met Aragonès? Zo ja, wat werd er besproken, of hebt u plannen om een dergelijk overleg te organiseren? Hebt u een rechtstreekse oproep gedaan aan de Europese Commissie om eindelijk datgene te doen wat echt wel tot haar kerntaken behoort, namelijk een bemiddelende rol spelen bij die ontwikkelingen in Catalonië? Wat zou volgens u die rol voor de Europese Unie als bemiddelende actor precies moeten inhouden? Tot slot, werd er onlangs nog bij de Spaanse regering aangedrongen op de vrijlating van de Catalaanse politieke gevangen? Dat is een vraag die u eigenlijk al grotendeels hebt beantwoord in de plenaire vergadering van vorige week, maar goed, ze was ingediend, dus ik herhaal ze bij dezen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Collega’s, dank u wel. Wat is onze reactie op de verkiezingsuitslag in Catalonië? Die heeft in elk geval duidelijk gemaakt dat de partijen die het belang van Catalonië niet hoog in het vaandel dragen, met name Ciudadanos en de Partido Popular, door de kiezer zijn afgestraft. De partijen die pro onafhankelijkheid zijn – ze zijn hier al een paar keer genoemd –, wonnen 5 zetels en hebben een parlementaire meerderheid, met 74 van de 135 zetels. Met deze verkiezingsuitslag vergroot nu al drie keer op rij het gezamenlijke aandeel van de pro-onafhankelijkheidspartijen. Kort na de verkiezingen liet zowel Junts als ERC optekenen dat de huidige coalitie in Catalonië zou worden voortgezet. Vorige week werd het nieuwe Catalaanse parlement geïnstalleerd. De nieuwe parlementsvoorzitter, Laura Borràs van Junts, verklaarde in de pers dat de Catalanen in deze zittingsperiode naar onafhankelijkheid moeten streven en pleit voor coördinatie tussen ERC en Junts, ondanks het feit dat ze verschillende strategieën hebben.

Aan te stippen valt dat met een kiezersopkomst van 53,54 procent in volle coronacrisis, die opkomst in Catalonië hoger lag dan die bij de regioverkiezingen van 12 juli in Baskenland, met 52,87 procent, maar lager dan die in Galicië, ook op 12 juli 2020, met 58,84 procent van de kiezers die hun stem uitbrachten.

De Catalaanse socialistische partij PSC haalde de meeste stemmen, namelijk 653.000. Dat zijn er 50.000 meer dan ERC, dat dus de tweede partij is in Catalonië. Beide partijen haalden evenwel evenveel zetels, namelijk 33. Met een Spaanse regering in Madrid die wordt geleid door de Spaanse socialistische partij PSOE en gezien het feit dat ERC altijd deel zal uitmaken van de nieuwe Catalaanse regering, ligt het in de lijn der verwachtingen dat er meer zal worden ingezet op de Spaans-Catalaanse politieke dialoog. Ik wacht natuurlijk verder de uitkomst van de onderhandelingen in Catalonië voor de vorming van een nieuwe regering af.

Het was eerder al duidelijk dat de Europese Unie niet bereid was om een faciliterende rol op zich te nemen in het Spaans-Catalaanse conflict. De EU verklaarde na de Catalaanse verkiezingen dat dit een interne Spaanse zaak betreft. Ik begrijp dat niet. Het Europees Parlement heft wel de onschendbaarheid op van een aantal verkozenen des volks wegens hun opinie. Dat kan wél, maar als in een dergelijk conflict een lidstaat van helemaal in het begin van de EU de grenzen van de rechtstaat opzoekt, en de EU zichzelf dan geen rol toebedeelt ... Ik zal daartoe blijven oproepen en ervoor blijven ijveren dat ze haar verantwoordelijkheid in dezen toch zou nemen.

Ik heb nog geen contact opgenomen met Pere Aragonès. Ik wacht de samenstelling van de nieuwe Catalaanse regering af om contact op te nemen met de nieuwe minister-president. De relaties van Vlaanderen met Catalonië zijn al vier decennia uitstekend en op dit moment zijn ze zelfs beter dan ooit, durf ik toch wel te stellen. Ook de Catalaanse en de Vlaamse administraties werken nog steeds erg goed samen. Ik denk echter niet dat die mensen er nu voor openstaan om buitenlandse contacten te hebben. Ze zullen eerst hun regering vormen, en dan zullen we zo rap mogelijk met de nieuwe minister-president contact opnemen, hopelijk fysiek, maar, als het snel gaat, misschien minstens via een conferencecall.

U vroeg dan of ik een rechtstreekse oproep heb gedaan aan de Europese Commissie om een bemiddelende rol te spelen. Ik heb, nadat dit parlement in oktober 2019 een resolutie over Catalonië goedkeurde, een oproep gedaan aan de Europese Commissie om een bemiddelende rol te spelen in het Spaans-Catalaanse politieke conflict. Ik schreef brieven naar de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, en naar die van de Europese Commissie. Ik mocht in april van vorig jaar het antwoord ontvangen van Ursula von der Leyen dat zij deze kwestie als een interne Spaanse aangelegenheid beschouwen. Het is evident dat, zodra er een nieuwe minister-president is, ik met hem of haar zal afstemmen: hoe zetten we dit het best voort?

Wat zou een rol als bemiddelende actor voor de Europese Unie moeten inhouden? De Europese Commissie zou volgens mij Spanje ertoe mogen oproepen om het gedeelte van de Spaanse grondwet dat uit het tijdperk van de Francodictatuur dateert en niet democratisch is, aan te passen aan de moderne rechtstaat en realiteit. Dat zijn, me dunkt, overigens dezelfde argumenten die de Europese Commissie hanteerde in haar interventies ten opzichte van Hongarije en Polen. Uit de ontwikkelingen van vorige week kan ik echter afleiden dat de Europese Unie niet meteen een rol als bemiddelaar zal spelen.

Zoals ik vorige week heb aangekondigd naar aanleiding van uw actuele vraag over de opheffing van de immuniteit van de Catalaanse EU-parlementsleden, heb ik mijn diensten de opdracht gegeven om een brief op te stellen waarin ik de Spaanse ambassadeur uitnodig voor een gesprek over het verstrengde gevangenisregime van de Catalaanse politieke gevangenen. Verder wil ik de vorming van de nieuwe Catalaanse regering afwachten en zien hoe de Spaans-Catalaanse dynamiek zich vervolgens zal ontwikkelen. Ik denk echter dat ik niemand verras als ik zeg dat deze problematiek mijn heel bijzondere aandacht heeft.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, dank u wel voor uw toelichting. Uw antwoord verheugt mij alleszins. U hebt inderdaad reeds aangekondigd dat u de Spaanse ambassadeur zult ontvangen. Ik hoop dat u daar inderdaad ook een duidelijk standpunt zult innemen met betrekking tot hetgeen u hier hebt gezegd over die Spaanse grondwet, die eigenlijk voortvloeit uit een toch wel donkere periode. We mogen niet vergeten dat die grondwet zo is opgesteld dat die eigenlijk ieder streven naar meer autonomie, indien dat lokaal of regionaal groeit, onmogelijk maakt. Die grondwet is opgesteld in 1976 of 1977, net na het overlijden van Franco, maar tegelijkertijd nog wel door politici die behoorden tot het Francoregime en die elke vorm van streven naar autonomie bemoeilijkten. Er kunnen dus toch vragen worden gesteld bij die grondwet. Ik hoop dat u dat inderdaad zult meenemen naar uw overleg met de Spaanse ambassadeur. Ik kijk er alvast naar uit. Ik wil u er gewoon op wijzen dat die Spaanse ambassadeur ook in de vorige legislatuur meermaals door ons werd uitgenodigd in de commissie en dat die iedere vorm van publiek debat ten aanzien van parlementsleden heeft geweigerd. We kennen dus eigenlijk de houding van Spanje: men weigert een publiek debat.

Men weigert een politieke dialoog met een van de regio’s en men blijft inzetten op repressie. Ik blijf het dan ook nog steeds betreuren dat de Europese Unie met de morele vinger Rusland de les wil spellen wanneer het gaat over oppositieleider Navalny, of ten aanzien van China wanneer het gaat over de Oeigoeren of heel recent nog rond Hongkong en in het verleden rond Tibet, maar dat een intern conflict eenvoudigweg wordt afgedaan als een interne Spaanse aangelegenheid. Dat is een situatie die ik ten zeerste betreur. Ik hoop dat ook dat door u wordt meegenomen, minister-president, wanneer er een overleg is met de Spaanse ambassadeur. Ik kijk daar ten zeerste naar uit. Ik ben vooral benieuwd of zij de beleefdheid zullen hebben om die diplomatieke rol op zich te nemen om met u daarover in dialoog te gaan.

De heer Janssens heeft het woord.

Dank u voor uw duidelijke antwoord, minister-president. Ik ben het in elk geval met u eens wanneer u zegt dat de Europese Commissie, maar in dezen ook het Europees Parlement, als het gaat over de opheffing van de immuniteit van een aantal Catalanen, echt wel een beschamende rol speelt – dat zijn dan weer mijn woorden – en in elk geval een dubbele moraal hanteert. Enerzijds zeggen dat de Catalaanse kwestie een interne Spaanse aangelegenheid is, maar tegelijkertijd wel actie ondernemen tegen wat men dan noemt de aantastingen van de rechtsstaat in Polen en Hongarije, dat is echt wel een dubbele moraal. Bovendien hebben we in het verleden vastgesteld dat die Europese Unie wel creatieve oplossingen kan bedenken voor heel wat complexe dossiers zoals bijvoorbeeld Kosovo of Cyprus, maar dat men gewoon de andere richting uit kijkt als de spanningen in een van de lidstaten haar kernwaarden bedreigen. Dat is in mijn ogen echt onaanvaardbaar.

Die verkiezingen werden op voorhand gezien als een soort van lakmoesproef voor de separatistische bewegingen. Ik denk dat die hun gelijk hebben thuisgehaald en dat die Catalaanse politieke gevangenen weliswaar door de Spaanse dictatoriale socialistische staat zijn vastgezet, maar dat die Catalanen eigenlijk ook zijn vrijgesproken door het Catalaanse volk. Dat kan alleen maar verheugen. Ik kijk ernaar uit dat u, zodra er een nieuwe politieke vertegenwoordiger is van de Catalanen, daar contact mee opneemt. Misschien kan dat ook met deze commissie eens gebeuren, voorzitter.

Minister-president, u hebt een brief geschreven naar de ambassadeur. Net als collega Vanlouwe heb ik er niet al te veel hoop op dat dat tot heel veel nieuwe inzichten zal leiden. Aangezien u er nog niet naar verwezen hebt, ga ik ervan uit dat u nog geen antwoord hebt.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Er zijn geen bijkomende vragen gesteld. Tenzij door de heer Janssens: ik heb inderdaad nog geen antwoord van de Spaanse ambassade gehad. Nu ja, voor alle duidelijkheid: tussen woensdag aankondigen dat ik die brief ga schrijven, de brief schrijven en al antwoord hebben, dat had ik tot hiertoe ook nog niet verwacht, dat verontrust mij nog niet.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, ik hoop dat u niet alleen de druk blijft zetten op Spanje via de Spaanse ambassadeur, maar dat u eveneens op alle mogelijke manieren druk op de Europese Unie blijft zetten. U hebt inderdaad al een brief geschreven, initiatieven genomen, maar ik denk dat we dat niet mogen ontkennen. Wanneer er debatten zijn in het Europees Parlement, is het zo dat de bevoegde hoge vertegenwoordiger in alle talen, inclusief het Spaans en het Catalaans, zwijgt over de situatie in Catalonië. Ik hoop dat wij als lidstaat, als deelstaat, als regio, voldoende druk blijven zetten op de Europese Unie, want dit is onwaardig met onze normen en waarden die wij binnen deze Europese Unie vooropstellen.

De heer Janssens heeft het woord.

Misschien Puigdemont parafraserend, die vorige week zei dat de grootste verliezers van deze situatie in Spanje de Europese democratie en het Europees Parlement zijn: ik denk dat hij daarin gelijk heeft. Als we de kwalijke evolutie in Spanje zien, lijkt het wel dat nu de grote staten, de grote politieke families in Europa echt de vrije baan hebben om dissidenten, om politieke minderheden het zwijgen op te leggen. Dat is een evolutie die ik met afschuw bekijk. Bovendien stel ik vast dat de Europese Commissie, met dit verhaal in het achterhoofd, het de komende maanden en jaren wel heel moeilijk gaat hebben om nog met gezag te spreken, om mensenrechtenschendingen, waar dan ook in Europa, aan te klagen.

Tot slot is het mijn diepste overtuiging dat het Catalaanse volk niet alleen recht heeft op zelfbestuur, maar dat hun gevangengezette politieke leiders ook recht hebben op amnestie.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.