U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Collega’s, minister, we zijn het er allemaal over eens dat de Intercommunale Kustreddingsdienst West-Vlaanderen (IKWV) zeer goed werk levert in het kader van de veiligheid van zwemmers, baders, watersportbeoefenaars, en dus ook van de vele toeristen die aan de kust, op het strand en in het water zijn.

Tot nog toe was dit altijd een gedeelde verantwoordelijkheid van diverse overheden: de gemeenten dragen bij aan de loonkosten van de redders, de provincie West-Vlaanderen doet een bijdrage en het Vlaamse niveau draagt bij via het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK). Vlaanderen geeft een jaarlijkse dotatie, deels om de opleidingen te financieren en deels ter ondersteuning van de werkingskosten.

Vorig jaar hebt u als minister van Toerisme een bijkomende financiering van 250.000 euro gegeven, ook in het kader van de coronacrisis, omdat IKWV bijkomende kosten had – beschermingsmateriaal – om zowel het personeel als eventuele slachtoffers in de best mogelijke omstandigheden te kunnen helpen, rekening houdend met de coronamaatregelen. U had beloofd in overleg te gaan met IKWV en minister Peeters, onder wier bevoegdheid het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust ressorteert, met het oog op het maken van structurele afspraken inzake een langetermijnstrategie voor ondersteuning van de kustreddingsdienst door Vlaanderen.

Tijdens een voortgangsrapportage over corona in september gaf u aan begin november een interne evaluatie op te maken van het voorbije seizoen, om op basis daarvan te overleggen met IKWV. Tijdens de bespreking van de beleids- en begrotingstoelichting midden november vorig jaar herhaalde u uw engagement om te bekijken of structurele financiering voor IKWV mogelijk is.

Is de interne evaluatie van IKWV van het voorbije zomerseizoen reeds afgerond en hebt u daar al de belangrijkste bevindingen van?

Kunt u de nood aan extra financiering vanwege IKWV verder specifiëren? Gaat het om nood aan extra werkingsmiddelen of kan het ook gaan om investeringsmiddelen, bijvoorbeeld in bijkomend materiaal? Welke investeringen worden de komende jaren noodzakelijk geacht om de goede werking van de kustreddingsdienst voort te zetten?

Hebt u ondertussen al een beslissing genomen omtrent de langetermijnstrategie voor de ondersteuning van de kustreddingsdienst door Vlaanderen? Kan de kustreddingsdienst inderdaad rekenen op structurele middelen? Welke voorwaarden worden daaraan gekoppeld?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega, de evaluatie is inderdaad gebeurd. We hadden dat ook zo beloofd. De data waartoe we ons voor de evaluatie van het zomerseizoen hebben beperkt, werden in overleg tussen de kustburgemeesters bepaald. Dat liep van 27 juni tot 15 september 2020. Er was een spreiding van de reddingsposten. Ook werd de uurregeling herbekeken om de grotere drukte op te vangen. IKWV heeft ook extra redders aangeworven. Er werden ook specifieke protocollen uitgewerkt op het vlak van werkmethodes. IKWV voorzag voor alle reddingsposten, reddingsvoertuigen en individuele redders in voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen om op een veilige manier te interveniëren, indien nodig. Er werd ook voorzien in een bijkomende opleiding voor het gebruik van blaasballonmaskers voor de reanimatieteams, samen met het West-Vlaams Opleidingscentrum voor Brandweer-, Reddings- en Ambulancediensten (WOBRA), dat de opleiding redder aan zee geeft. In 2021 wordt die opleiding ook aan alle redders gegeven. Specifiek wat die blaasballonmaskers betreft, was er wel een juridisch probleem, zoals u weet, maar samen met de FOD Volksgezondheid is er voor een oplossing gezorgd.

Ondanks de drukte lag het aantal interventies door de redders op ongeveer hetzelfde niveau als in 2019. Enkel voor watersporters was er een significante stijging van het aantal interventies. Dat kan liggen aan het feit dat er zeer gunstige omstandigheden waren voor watersporters, of misschien ook aan een inhaalbeweging na een verbod op die sporten in het voorjaar. Helaas werden enkele kustgemeenten ook geconfronteerd met agressiviteit op het strand. Dat hebben we allemaal kunnen zien. In de meeste gevallen kwamen de strandpolitie en de lokale politie goed tussenbeide. Mijn dank aan de kustburgemeesters omdat ze kordaat zijn opgetreden in dezen.

IKWV vindt, en ik steun dat, dat het geen taak is voor de strandredders om tussenbeide te komen bij agressieve baders. Dat dergelijke incidenten moeten worden aangepakt door de daartoe getrainde politiediensten, lijkt me evident.

Tegelijk werden er ook enkele vooruitblikken naar het seizoen van dit jaar geformuleerd. Qua organisatie wordt in gelijkaardige maatregelen voorzien. IKWV vraagt om de kustredders als een essentiële sector te beschouwen en hen voorrang te geven bij de vaccinaties. Dat nemen wij ook mee. Wat die financiële ondersteuning van 250.000 euro betreft, heb ik gezegd dat we dat zullen blijven doen. Ik denk dat dat ook belangrijk is. Ik voorzie dat ook voor de hele legislatuur. Het lijkt me normaal dat we dat vanuit Toerisme Vlaanderen financieren, aangezien zowel binnenlandse als buitenlandse toeristen zich op het strand begeven. Toerisme Vlaanderen doet daar dus het nodige voor. Met de huidige werkingsmiddelen kan IKWV telkens de meest dringende zaken vervangen of aankopen. Dat zit dus goed. Indien ze een groter budget zouden krijgen, omdat de provincie West-Vlaanderen nog iets extra zou willen doen of zo, dan kan er worden uitgekeken naar professioneler materiaal en kan materiaal misschien ook terstond worden vervangen.

Op basis van de bevindingen uit de evaluatie wordt op dit moment overlegd over een structurele ondersteuning, zoals ik zei, van IKWV door Toerisme Vlaanderen, met name over de voorwaarden gekoppeld aan die ondersteuning. Ook de provincie West-Vlaanderen overweegt om haar bijdrage alsnog tot het einde van de legislatuur te bestendigen. Indien dat voornemen wordt geconcretiseerd, biedt dat natuurlijk ook nieuwe mogelijkheden. Ik verwijs naar de bijkomende investeringen die men daar eventueel wil doen.

In afwachting van een langetermijnbeslissing heeft Toerisme Vlaanderen voor dit jaar dus opnieuw in een financiering van 250.000 euro voorzien.

Voor het overige is er momenteel overleg tussen Toerisme Vlaanderen en IKWV om die financiële ondersteuning structureel in te bedden bij Toerisme Vlaanderen.

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Bedankt, minister. Ik denk dat u bijzonder goed nieuws hebt. In 2020 hebt u 250.000 euro voorzien, inderdaad ook om bijkomend het hoofd te kunnen bieden aan de coronacrisis. Als ik het goed begrijp, voorziet u ook voor 2021 een bijkomende financiering van 250.000 euro. IKWV moet zeker in staat zijn om met die werkingsmiddelen het nodige materiaal tijdig te vervangen of om aan te kopen wat bijkomend nodig is, en er ook voor te zorgen dat de reddersposten inderdaad goed gespreid, maar ook goed bemand zijn en dat ze met het goede materiaal kunnen werken.

De kustreddingsdienst is ook vanuit toeristisch oogpunt enorm belangrijk. Ik begrijp dat er verder overleg gepleegd wordt en dat er afspraken gemaakt worden tussen IKWV en Toerisme Vlaanderen, over hoe men dat op een goede manier structureel kan verankeren. En ik begrijp ook dat de provincie West-Vlaanderen bekijkt hoe zij ook verder hun steentje kunnen bijdragen. Het is absoluut belangrijk dat we dat als een gedeelde verantwoordelijkheid blijven zien, waarbij alle betrokken overheden – gemeentebesturen, de provincie en Vlaanderen – zo goed mogelijk hun steentje bijdragen.

Ik heb nog één bijkomend vraagje. De kustreddingsdienst heeft ook altijd een beroep gedaan op sponsoring vanwege private partners. Blijven zij daar ook in investeren? Ik denk dat het een belangrijk signaal is dat de reddingsdienst vanuit die maatschappelijke verantwoordelijkheid op bedrijven kan rekenen. En er zijn wel bedrijven in Vlaanderen die bijdragen aan de veiligheid van watersportclubs en toeristen. Dat moet zeker verder aangemoedigd worden.

Ik kijk uit naar de afspraken die gemaakt worden, zodat we goed weten hoe de Vlaamse middelen zo goed mogelijk structureel ingezet worden.

Ik kom ook nog eventjes terug op de agressiviteit die we vorige zomer meegemaakt hebben. De kustreddingsdienst kan wel een oogje in het zeil houden, maar moet niet optreden als er zich zulke situaties voordoen. Dat is inderdaad de taak van gespecialiseerde politiediensten. Er moet zeker ook werk van gemaakt worden, 'kustbreed', om zulke zaken te vermijden.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Minister, vorig jaar had ik ook via een vraag om uitleg bij u gepolst of er extra middelen zouden worden voorzien voor de kustreddingsdienst. U zei toen dat er inderdaad een bijkomende financiering van 250.000 euro zou komen via Toerisme Vlaanderen, zodat het nodige materiaal zou kunnen worden aangekocht. U gaf toen ook aan dat u de vraag naar meer structurele ondersteuning verder zou bekijken. Ik heb die kwestie ook nog eens aangekaart tijdens de begrotingsbespreking in december. Het is alleszins positief dat er nu bijkomende steun komt in 2021.

Ik wil in deze commissie ook graag nog eens blijvende aandacht vragen voor de problemen waarmee onze redders vorig jaar te kampen hadden op het vlak van veiligheid. Er waren toen heel wat problemen met allochtone jongeren die amok hebben gemaakt op het strand van Blankenberge. Dat moet komende zomer toch absoluut vermeden worden. Die strandhooligans horen absoluut niet thuis aan onze kust – nergens, trouwens.

Ik weet dat het niet onder uw bevoegdheid valt, maar ik dring er toch op aan dat u hierover voldoende overleg pleegt met uw collega's, die op dat vlak wel de nodige stappen zouden kunnen en moeten zetten. Als er volgende zomer opnieuw rellen uitbreken, dan dreigt onze Vlaamse kust een slecht imago te krijgen en daar zal het toerisme alleszins niet beter van worden. Dat zou u zorgen moeten baren, minister.

Gaat u daar zelf nog bepaalde initiatieven in nemen? Hoe schat u in hoe het kusttoerisme er volgende zomer zal uitzien?

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Onze Belgische kust is een van de veiligste kusten ter wereld. Dat komt door de manier waarop onze reddingsdienst is georganiseerd met een heel preventieve manier van werken, en doordat er fors in wordt geïnvesteerd. Die inspanningen lonen dus.

Minister, ik was heel blij toen u aankondigde dat u 250.000 euro zou voorzien naar aanleiding van de coronacrisis om extra beschermingsmateriaal aan te kopen, opleidingen te organiseren en extra redders in te zetten. Ik was tien jaar redder op het strand en vorige zomer heb ik mijn oude redderspost bezocht. Ik heb er een opleiding rond coronaveilig reanimeren gevolgd en ik heb gezien met welke deskundigheid redders werden bijgeschoold, mede dankzij uw middelen. Heel hard bedankt daarvoor.

Ik ben ook heel blij dat u aankondigt dat deze 250.000 euro in 2021 en ook in de rest van de legislatuur structureel zullen worden voorzien. Een goede inzet van die middelen in redders blijft tijdens deze coronacrisis een belangrijk aandachtspunt. Twee jaar geleden heb ik in deze commissie het verhaal geschetst van een kustgemeente die door besparingen ervoor opteerde om één reddingszone wel en een andere niet te voorzien van een reddingsboot. Ik vrees dat dit een preventieve werking in het gedrang kan brengen, zowel inzake het niet voldoende beschikbaar zijn van boten voor zoekacties – ik heb er zelf een aantal gedaan en gezien hoe belangrijk meerdere boten daarbij kunnen zijn – en inzake een voldoende aantal vaaruren voor nieuwe redders. Als je een zomer lang op een post staat zonder boot, kun je twee jaar lang een redder zijn zonder vaaruren. Als je die ervaring niet hebt, kun je ook niet terdege ingrijpen in een noodsituatie.

Er was de voorbije zomer een stijging van het aantal interventies op het water. Laat dat een extra aanmoediging zijn om voldoende middelen te voorzien voor nieuw materiaal.

Minister, indien u afspraken maakt over een structurele extra financiering vanuit Vlaanderen, kunt u dan als voorwaarde inbouwen dat er niet zal worden bespaard op de basismateriaaluitrusting, zoals bijvoorbeeld reddingsboten, zodat elke redderspost ermee kan worden uitgerust?

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister, dit is een herbevestiging van uw engagement om 250.000 euro uit te trekken voor de redders. Dankzij deze structurele ondersteuning zullen onze kustreddingsdiensten stabiliteit krijgen en dat is toch wel belangrijk. U had dat goed begrepen en u gaat er inderdaad mee door. Daarmee kunnen we op de lange termijn plannen maken voor investeringen en personeelsinzet, in plaats van ons elk jaar af te vragen waar ze recht op zullen hebben.

Ik noteer dat u daar ook werk van maakt voor de komende jaren en dat is zeer goed nieuws. In 2020 hebben we aan de kust een zomer gehad waarbij vooral moest worden geïnvesteerd in persoonlijk beschermingsmateriaal. Het ziet ernaar uit dat dat ook deze zomer zo zal zijn. Collega Slagmulder vraagt of u een glazen bol hebt en ik denk niet dat u die hebt, maar één ding is zeker: we zullen de nodige maatregelen deze zomer ook nog moeten respecteren. De vraag is of er van die investeringen nog zaken kunnen worden hergebruikt. Of zullen we opnieuw bijkomende investeringen moeten voorzien voor coronaveiligheid? Zo ja, wie zal die kosten op zich nemen?

Om te besluiten, minister, dank u wel namens alle kustgemeenten maar ook namens alle mensen die naar de kust komen zwemmen. Al of niet naakt.

Dank u, mijnheer Tommelein, voor deze bijzondere slotwoorden. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw de minister, om te zien of ze een glazen bol heeft.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega Tommelein, wij hebben natuurlijk een heel mooie kust. Ik denk dat heel veel mensen daar ook van genieten. Ja, dat is nu eenmaal zo. Als het daar te goed is …

Wat de exitstrategie voor het toerisme betreft, we zijn daarover volop in gesprek met de andere deelstaten en met het federale niveau. Alles ziet ernaar uit dat er wellicht nog heel wat coronamaatregelen zullen bestaan. Maar ik wil nog niet op alles vooruitlopen. We zullen dat goed moeten afwachten. We zullen uiteraard overleggen met de kustburgemeesters, die natuurlijk ook ‘in charge’ zijn in dezen en die dat ook vorige zomer, ondanks alle drukte, heel goed hebben gedaan. Er waren hier en daar wel incidenten die niet door de beugel konden. De politie heeft heel kordaat opgetreden. Maar hoe het er daar deze zomer zal uitzien, dat zal het voorwerp zijn van het overleg de komende weken en maanden. We voeren genoeg gesprekken met Westtoer, maar ook met anderen. Met de kustburgemeesters zal er ook overleg plaatsvinden. Ik hoop natuurlijk van niet, maar ik vrees dat er ook deze zomer toch nog wel een aantal coronamaatregelen zullen moeten worden genomen. Hoe dat allemaal in elkaar zal zitten, zal nog voorwerp uitmaken van de gesprekken.

Collega Coudyser, ook de private partners blijven mee aan boord. Zij zullen ook financieel blijven ondersteunen, daar waar het kan. Dat staat los van de 250.000 euro die we vanuit Vlaanderen voorzien. Nogmaals, ik vind dat de meisjes en jongens van die kustreddingsdienst geweldig goed werk hebben gedaan. Het is voor alle toeristen. Het is niet alleen voor de West-Vlamingen, maar voor alle binnen- en buitenlandse toeristen. Ik vind het dus normaal dat we met Toerisme Vlaanderen bekijken hoe we dat op langere termijn verder aanpakken. De gesprekken lopen. Ik ga daar niet op vooruitlopen. Het lijkt mij zeer evident dat we hen financieel blijven ondersteunen. Het is een terechte vraag.

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Het is goed dat we ook voor dit jaar die bijkomende middelen voorzien en dan verder overleg plegen hoe we dat structureel kunnen verankeren, met duidelijke afspraken en duidelijke verantwoordelijkheden voor iedereen daarin. Het zou inderdaad nog nieuwe perspectieven openen indien ook de provincie mee zou betrokken worden in die gesprekken. Zo kunnen we samen dat langetermijnperspectief uittekenen. Zo kunnen ze de nodige investeringen op de lange termijn inplannen. Dat zal hun meer zekerheid geven dan wanneer ze elk jaar ad hoc moeten bekijken of ze er komen met de werkingsmiddelen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.