U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze interpellatie en deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Er is al heel wat te doen geweest over het al dan niet laten uitvoeren van een coronatest na terugkeer uit een rode zone. Bijna 30.000 Belgen zijn de voorbije weken uit zo’n rode zone in het buitenland teruggekeerd zonder zich te laten testen, wat toch wel verplicht is. Wie een Passenger Locator Form (PLF) invult, krijgt normaal gezien een testcode. Die laat toe dat mensen in een testdorp een terugbetaalde coronatest kunnen laten uitvoeren. En al naargelang die code wordt gebruikt of niet, weet de overheid of iemand die terugkeerde uit een rode zone, zich heeft laten testen. Zo kon Sciensano dus vaststellen dat bijna 30.000 teruggekeerde Belgen zich niet hebben laten testen.

Het aangepaste Preventiedecreet verplicht Vlamingen om zich te laten testen na zo’n reis in een rode zone. Wie dat niet doet, zou normaal gezien beboet moeten worden. Maar blijkbaar zijn daar toch heel wat problemen rond. Daarom heb ik de volgende vragen, minister. Welke acties werden er ondernomen om de Vlamingen onder die 30.000 terugkerende reizigers ertoe aan te zetten om zich te laten testen? Hoeveel boetes werden en worden uitgeschreven ten aanzien van de Vlamingen die zich dan uiteindelijk niet laten testen? En hoe denkt u de Vlaming extra te sensibiliseren om zich bij de terugkeer van een reis in een rode zone toch te laten testen? Plant u nog extra sensibiliseringsacties?

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, het is intussen bekend: wie vanuit een rode zone naar ons land terugkeert, moet in principe een passagierslokalisatieformulier invullen, vervolgens ook in quarantaine gaan en zich twee keer laten testen. Normaal gezien ontvangen de terugkeerders dan ook een testcode, waarmee ze zich moeten aanmelden in een testcentrum. Maar uit cijfers van Sciensano, dat zich baseert op de PLF’s die terugkerende reizigers moeten invullen, blijkt dat maar liefst 41,5 procent van de mensen die zich tussen 4 en 24 januari verplicht moesten laten testen omdat ze waren teruggekeerd uit zo’n rode zone, dat niet heeft gedaan. Het gaat in totaal om 28.360 reizigers van in totaal meer dan 68.000 terugkeerders. Ook voor de week nadien, de week van 24 tot 30 januari, zo las ik in het verslag van de Risk Assessment Group, op basis van de ingevulde PLF-formulieren, zijn er 32.000 reizigers in België aangekomen vanuit een rode zone. De top drie van de landen waaruit de meeste reizigers komen, is: Frankrijk, Spanje en Marokko. Het testresultaat is maar beschikbaar voor gemiddeld 56 procent van die personen, waarvan 2,6 procent een positief resultaat had.

De terugkerende reizigers die zich niet aan de verplichtingen houden of hielden, riskeren in principe een boete van 250 euro, maar intussen is er naar verluidt nog geen enkele uitgeschreven. Dat bevestigen ook de woordvoerder van de federale politie en het College van procureurs-generaal.

Opsporing en controle zijn een Vlaamse bevoegdheid. Dat zou moeten gebeuren door de lokale politiediensten. De voogdijminister van de lokale besturen, Bart Somers, zegt: “De gemeentebesturen krijgen de gegevens van wie in quarantaine moet, zowel via het agentschap Zorg & Gezondheid wanneer mensen een hoogrisicocontact zijn van een besmet persoon, als via de ingevulde PLF’s.” Het is dan aan de burgemeesters om te beslissen wat ze daar precies mee doen en of ze de politie sturen om de quarantaine desnoods te controleren. Iedereen weet en beseft natuurlijk dat niet iedereen gecontroleerd kan worden, maar toch blijkt er her en der wel wat te schorten aan die opvolging.

Inmiddels is deze coronacrisis helaas al bijna een jaar bezig. Herinner u de debatten die we hebben gevoerd over de vorige krokusvakantie. Een half jaar geleden – en dat was ook toen al te laat, want de zomervakantie was al bezig – werd plots een dwingend reisbeleid aangekondigd en werd ter gelegenheid van parlementaire debatten zowel door de meerderheidspartijen als door de minister benadrukt dat er effectief zou worden gecontroleerd en gesanctioneerd. Ondertussen blijft het reisbeleid nog steeds een kwestie van vrijwilligheid en blijkt telkens weer dat onvoldoende gecontroleerde reizigers steeds weer voor nieuwe opstoten in de pandemie zorgen. Dat dit toegelaten wordt op een moment waarop veel ondernemers hun zaken nog steeds verplicht gesloten zien en de bewegingsvrijheid van onze mensen in dit land fors wordt beperkt, is voor mij toch onbegrijpelijk.

Ik wil u dan ook een aantal vragen stellen die aansluiten bij die van de collega.

Waarom is er nu nog steeds geen sprake van een effectieve sanctionering van reizigers die zich niet aan de regels houden?

Welke initiatieven heeft de Vlaamse Regering inmiddels al genomen om effectief werk te maken van een stok achter de deur om reizigers effectief te verplichten zich te laten testen en in quarantaine te gaan?

Werd de bevoegdheid tot controle op de naleving van de regels niet al te gemakkelijk afgeschoven op de lokale besturen? Welke initiatieven werden of worden door de Vlaamse Regering genomen om ervoor te zorgen dat de lokale besturen effectief de nodige inspanningen doen tot controle?

Welk overleg heeft de Vlaamse Regering inmiddels nog gepleegd met de Federale Regering om de tot een effectieve sanctionering te komen?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

In de vragen wordt vooral gefocust op terugkerende Vlamingen die zich niet laten testen. Ik wil vooreerst duidelijk stellen dat zij niet de standaard zijn. De overgrote meerderheid van terugkerende Vlamingen laat zich wel degelijk testen. Ik wil u daar een aantal cijfers over geven.

In de periode van 7 januari tot 26 januari waren er 110.470 inkomende reizigers, waarvan 56.279 met een identificatienummer van de sociale zekerheid en met te valideren testcodes. Van die 56.279 hebben er zich 46.737 laten testen. Dat komt neer op een nationaal gemiddelde van 83 procent. In Vlaanderen gaat het over 84 procent dat zich laat testen.

Bovendien is het ook niet zo dat deze 16 procent Vlaamse reizigers die de testcodes niet lieten valideren, allemaal in overtreding zijn. In die 16 procent zitten onder meer grensarbeiders en reizigerscategorieën die vrijgesteld zijn van quarantaine en testen. Op basis van het PLF ontvangen zij wel testcodes, maar die worden niet gevalideerd. En in de 16 procent zitten ook de reizigers die positief testten op hun eerste test en wier tweede testcode dus niet gebruikt wordt. Zelfs die 16 procent moet dus op een genuanceerde manier worden bekeken. Het cijfer bevat daarnaast ook reizigers die per vergissing meer dan één PLF hebben aangemaakt voor eenzelfde reis en voor wie dus ook meer dan één testcode is aangemaakt. Reizigers die op dag 7 het land al opnieuw hebben verlaten, bijvoorbeeld voor zakelijke reizen, laten de tweede testcode ook niet valideren. En tot slot zijn er ook mensen die hun testcode verliezen, maar zich toch nog laten testen. De 84 procent validatie is dus in dat opzicht helemaal geen slecht cijfer.

Dat neemt niet weg dat we heel wat inspanningen doen om nog meer reizigers te laten testen. Zo ontvangt de centrale contacttracing nu vanuit Paloma, het validatiesysteem voor de PLF’s, lijsten van alle reizigers voor wie een gevalideerde elektronische PLF beschikbaar is. Daags na hun terugkeer of aankomst in Vlaanderen, worden deze mensen gebeld en geïnformeerd over de eventuele test- en quarantaineverplichting. Indien zij om welke reden ook geen testcode hebben ontvangen per sms, dan bezorgt men de testcode nogmaals of maakt men een nieuwe testcode aan. Hetzelfde wordt gedaan bij de papieren PLF’s.

Op dag zeven na de aankomst belt de contactopsporing bovendien alle reizigers op bij wie de tweede testcode – de test op dag zeven – op dat ogenblik nog niet is gevalideerd. Men peilt daarbij naar de testmotivatie en spoort de burgers aan om zich te laten testen.

Burgers met vragen over ontbrekende testcodes worden via de Vlaamse infolijn 1700 doorverwezen naar de contactopsporing, waar men testcodes opnieuw bezorgt en/of aanmaakt, afhankelijk van de situatie. Ook met de federale informatiekanalen is er een goede samenwerking om de doorstroming van dergelijke vragen te optimaliseren.

De handhaving van de verplichting om zich aan te bieden bij een testcentrum na terugkeer uit een rode zone, moet op basis van de huidige Vlaamse regelgeving gebeuren via de ambtenaar-artsen. In de praktijk is het voor hen niet mogelijk om dat systematisch te doen.

Op het Overlegcomité van 5 februari is beslist om ook extra in te zetten op het handhaven van de verplichting om zich aan te bieden voor een test. We bekijken momenteel welke aanpassingen aan de regelgeving daarvoor nodig zouden zijn. Het effectief handhaven zal niet eenvoudig zijn. Er kunnen valabele redenen zijn waarom iemand zich zijn of haar testcode niet activeert. We moeten uiteraard vermijden dat die personen zouden worden beboet.

Bovendien moeten we aandacht blijven hebben voor de privacy. Het delen van de gegevens moet steeds zo beperkt mogelijk zijn en een basis hebben in de regelgeving. We blijven in onze communicatie systematisch herhalen dat mensen de maatregelen, waaronder ook het testen bij terugkeer uit een rode zone, moeten naleven, willen we de epidemie onder controle houden. Het is niet altijd eenvoudig om tot sanctionering over te gaan. We moeten vermijden dat mensen worden beboet die de regels wel naleven.

Het Vlaams Parlement heeft een decreet goedgekeurd dat onder andere de verplichting oplegt aan reizigers die terugkeren uit een rode zone, om zich te laten testen en in tijdelijke afzondering te gaan. Wie deze verplichting niet respecteert, kan worden gestraft volgens de sancties die zijn voorzien in het Preventiedecreet. Om de handhaving van die tijdelijke afzondering in de praktijk mogelijk te maken, werd door het agentschap een structurele gegevensdeling opgezet. 266 lokale besturen hebben op 8 februari een protocol ondertekend en bezorgd aan het agentschap, waardoor ze toegang krijgen tot die data. Deze controle werd niet afgeschoven op de lokale besturen. De aanpassing van het decreet en de structurele gegevensdeling zijn net extra instrumenten voor de lokale besturen en gevraagd door de lokale besturen om de verspreiding van het covidvirus op het grondgebied tegen te gaan.

Zowel de wijzigingen van het decreet als de mogelijkheid om over de nodige gegevens te beschikken, kwamen er zelfs op vraag van de lokale besturen. De lokale besturen zijn voor de Vlaamse Regering een evidente en belangrijke partner met betrekking tot de handhaving. Vaststellen of mensen in de praktijk de regels naleven, is bij uitstek iets wat lokaal kan gebeuren.

Tegelijk werd door de Vlaamse Regering extra ingezet op de controle op de naleving van de regels. Zo worden terugkerende reizigers opgebeld vanuit de centrale contactopsporing om hen te informeren over hun verplichtingen en hen aan te sporen die te respecteren.

De Vlaamse Regering kende ook al extra subsidies toe om bijvoorbeeld huisbezoekers te kunnen inzetten in het kader van de zachte handhaving. Dat hebben we in het najaar van vorig jaar gedaan. De lokale besturen moeten zelf beslissen of en hoe ze willen inzetten op die controle. De gegevensdeling over de quarantainelijsten is een extra instrument. Ik wil nog eens benadrukken dat heel wat gemeenten al langer inzetten op de begeleiding en het ondersteunen van mensen die in tijdelijke afzondering moeten. Sancties zijn daarbij een laatste stap.

We vernemen ook dat verschillende gemeenten een handhavingsprotocol opstellen waarbij stapsgewijs te werk wordt gegaan. De focus ligt daarbij op de ondersteuning. Sancties zijn het laatste instrument om de naleving van de regels te bereiken. Het is dit eigenste Vlaams Parlement dat heeft opgeroepen om deze instrumenten die de lokale besturen ter beschikking gesteld krijgen, proportioneel toe te passen.

Uit feedback van de provincie Vlaams-Brabant bijvoorbeeld weten we dat bepaalde politiezones dagelijks coronaproof en steekproefgewijs de controle op de quarantaine en de isolatie op zich nemen. De stapsgewijze aanpak wordt er positief beoordeeld.

Het Overlegcomité van 5 februari heeft beslist om extra in te zetten op de handhaving van testen in quarantaine. Er zal op korte termijn een overleg worden georganiseerd met de Federale overheid en de overheden van de andere gemeenschappen omtrent de concrete maatregelen die daartoe nog verder kunnen bijdragen. Waar wenselijk zullen de regelgeving en de praktijk binnen ons land op elkaar worden afgestemd om de handhaving van de tijdelijke afzonderingsmaatregelen en de verplichting om zich te melden voor een tijd gemakkelijker te maken. Of er dan effectief strafrechtelijke vervolging en een veroordeling komt, wanneer men zich niet aan de regels houdt, dat is een beslissing die ligt bij het Openbaar Ministerie en de strafrechter.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Bedankt minister. We merken dat er toch een probleem is. We hebben dat Preventiedecreet goedgekeurd omdat we juist wilden dat er een stok achter de deur was. En dan moet die natuurlijk ook gebruikt worden als er echt zeer hardnekkige mensen zijn die de regels overtreden. Maar blijkbaar gebeurt dat dus op dit moment niet.

Ik heb nog wel een vraag in verband met de 84 procent. Is het enkel de eerste test, waar dat cijfer op slaat? Of is het test een én test twee, of alleen test twee? Dat is toch wel belangrijk, denk ik. Het is goed dat mensen zich niet alleen op één dag laten testen, maar dat men toch beide testen laat uitvoeren. Ik hoor ook van aantallen die geen testcodes krijgen. Daar schort dus toch ook nog wel iets: het is natuurlijk een probleem als mensen hun testcode niet krijgen.

U zegt het zelf, minister: het effectief handhaven is zeer moeilijk, en dat is ook zo voor de lokale besturen. Zij krijgen wel de lijsten, specifiek voor quarantaine, niet voor het testen. Of iemand positief getest heeft of niet, dat weten ze niet. Het onderscheid tussen een tijdelijke quarantaine en een isolatie kan ook al niet gemaakt worden. Ik denk dus dat daar toch wel een veel betere afstemming moet komen, zodat er wel beboet kan worden. Ik vind sowieso dat de hardnekkige, hardleerse overtreders beboet moeten worden, omdat we anders het signaal van straffeloosheid geven. Dat stimuleert de mensen natuurlijk niet om zich aan de regels te houden.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, misschien toch eerst een oproep, of een verzoek, tot duidelijkheid omtrent de cijfers. Er worden in de pers cijfers weergegeven van Sciensano, dat zich baseert op PLF’s, waarin gezegd wordt dat, van de reizigers die terugkeren uit een rode zone, vier op de tien zich niet laten testen. Ik lees dan in een verslag van 3 februari van de Risk Assessment Group dat over die terugkerende reizigers uit een rode zone ook gezegd wordt dat er slechts van 56 procent een testresultaat beschikbaar is. Dat houdt dus in dat 44 procent – dezelfde vier op de tien als in de cijfers van Sciensano – zich niet laat testen. Nu zegt u dat 84 procent van de mensen in Vlaanderen zich wel degelijk laat testen, en dat bij de 16 procent anderen nog mensen zitten die zich wel degelijk aan de regels conformeren. Dan is mijn vraag waar dan de discrepantie zit met de cijfers die zowel door Sciensano als door de Risk Assessment Group gecommuniceerd worden, en die nu door uw cijfers blijkbaar minstens gedeeltelijk weerlegd worden.

Dan betreffende de rol van de lokale besturen: er zijn zelfs burgemeesters die in het Vlaams Parlement zetelen die zeggen dat ze de quarantainelijsten die ze van het agentschap Zorg en Gezondheid krijgen, helemaal niet gebruiken, omdat die voor hen compleet onwerkbaar zijn. Er worden onvoldoende gegeven meegedeeld, men heeft er geen zicht op wie om welke reden in quarantaine zit en dus wordt er in de praktijk amper gecontroleerd, zegt men. Ook de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) heeft zich in die zin al uitgesproken, met behoorlijk wat kritiek op de onvoldoende gegevens die de lokale besturen ter beschikking gesteld worden.

Ik heb u ook horen zeggen dat er een protocol is afgesloten met iets meer – ik heb het getal niet precies begrepen – dan 70 procent van de lokale besturen. Doet u iets met de lokale besturen die dat nog niet hebben gedaan? Spreekt u hen daarop aan? Probeert u hen ertoe te bewegen om een dergelijk protocol af te sluiten?

Het waren de cijfers uit een schriftelijke vraag van mevrouw Saeys die u hebt beantwoord en waaruit bleek dat de positiviteitsratio behoorlijk verschilt in diverse landen. Er wordt gesproken over een behoorlijk hoge positiviteitsratio in bijvoorbeeld Turkije, Polen maar ook in Marokko en Roemenië. We weten dat hier mensen wonen die vaak familie hebben in die landen van herkomst. Zult u, gelet op die hoge positiviteitsratio, extra sensibiliseren op die doelgroepen? Zult u hen oproepen om nu geen buitenlandse familiebezoeken te plegen? Zult u in extra controles voorzien of vragen aan de lokale besturen om in extra controles te voorzien van mensen die bezoeken aan landen van herkomst plegen, als bij terugkeer een hoge positiviteitsratio wordt vastgesteld?

De heer Parys heeft het woord.

Minister, u had gewoon kunnen verwijzen naar het antwoord dat u vorige week hebt gegeven op exact dezelfde vragen die ik toen heb gesteld. Dan was de commissiezitting misschien iets korter geweest. Dit is gewoon dezelfde vraag als vorige week.

Aan de vraag die sommige burgemeesters uitten om een volledige lijst te krijgen van de redenen waarom iemand in quarantaine moet gaan omdat ze anders niet kunnen controleren, heb ik mij, net als de heer Janssens, geërgerd. Als je hier als Vlaams parlementslid een decreet goedkeurt na een heel debat dat gaat over proportionaliteit en privacy en vervolgens in de krant zegt dat je niets kunt doen met de lijsten gebaseerd op het decreet dat je zelf hebt goedgekeurd, dan breekt mijn klomp.

Ik wil daar ook iets over ophelderen. Het is niet de bedoeling dat de politie iedereen die in quarantaine moet, te allen tijde kan controleren. Dat kan ook niet. Ik vind het zeer bijzonder dat collega's van de liberale partij daar wel voor pleiten in de krant. Als we dat willen, worden we wakker in een samenleving waarin ik in elk geval niet wil leven. Als de controle op quarantaine waterdicht moet zijn, dan betekent dit dat iedereen die in quarantaine moet, een politieagent voor de deur moet krijgen. Wie vandaag in quarantaine moet, kan en mag volgens de richtlijnen perfect naar de winkel, naar de dokter en de apotheker. Er valt dus gewoon niet op te controleren.

Het gaat over steekproeven die moeten uitgevoerd kunnen worden. Het gaat niet over het feit dat wij verwachten dat elke burger 100 procent van de tijd gecontroleerd wordt door de politiemacht van een stad of gemeente. Ik vind het een bijzonder kwalijke evolutie om gezondheidsdata door te geven aan burgemeesters, terwijl dat helemaal niet nodig is. Ik vind het ook bijzonder kwalijk om de perceptie te creëren dat we een 100 procent waterdicht controlesysteem op poten kunnen zetten. Dat is gewoon niet mogelijk.

Dus, stop die fictie. Dit gaat over kunnen controleren op basis van steekproeven en niet meer dan dat. Eerlijk gezegd erger ik mij een beetje aan het feit dat dezelfde vragen worden gesteld en dat bepaalde partijen in de krant iets anders zeggen dan wat ze hier in het Vlaams Parlement mee hebben goedgekeurd. Als we de geloofwaardigheid van de politiek een beetje hoog willen houden, laat ons dan op zijn minst proberen om rechtlijnig te zijn en correct te communiceren.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Ik verwijs ook graag naar de bespreking van het decreet. We hebben de mogelijkheid gecreëerd om gegevens door te geven aan lokale besturen met het oog op handhaving. Dat is waar. Dat was inderdaad op vraag van de lokale besturen zelf. Zij zegden niet te weten wie van de inwoners in quarantaine zou moeten, waardoor ze die personen niet konden opvolgen.

We hebben toen uitdrukkelijk gesteld dat het om een zachte handhaving gaat. We hebben de gemeenten de mogelijkheid gegeven om contact op te nemen met de mensen die in quarantaine moeten, niet om dadelijk repressief en sanctionerend op te treden, maar ook om te vragen of ze hulp nodig hebben of bepaalde moeilijkheden met de quarantaine hebben.

Minister, veel gemeenten doen dat op een goede manier. Ik weet dat zeker, want ik zie dat in de praktijk. Ondertussen blijken 266 gemeenten al over die gegevens te kunnen beschikken omdat ze het protocol hebben ondertekend. Tijdens de commissievergadering van 19 januari 2021 hebt u verklaard dat de lokale besturen nog tot 31 januari 2021 hadden om het verwerkingsprotocol te ondertekenen. Op dat moment hadden al 171 lokale besturen dat gedaan. U hebt net vermeld dat het er nu 266 zijn. Dat betekent dat er nog 34 overblijven. Als die 34 gemeenten alsnog willen instappen of worden gecontacteerd, neem ik aan dat ze dat alsnog kunnen doen. Ik verwijs naar de datum van 31 januari 2021 die u hebt vermeld.

Met het oog op een zachte handhaving hebben we die gegevens ter beschikking gesteld of het mogelijk gemaakt dat de lokale besturen die gegevens krijgen. Dat brengt me bij het punt van de quarantainecoaching. Ik weet dat heel wat lokale besturen op dat vlak goede praktijken hebben opgebouwd. Op welke wijze worden ervaringen en die informatie uitgewisseld? Op welke manier kunnen de lokale besturen dat doen? Ik denk dan aan draaiboeken voor de medewerkers die hieraan deelnemen met vragen die worden gesteld en dergelijke.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Voorzitter, we moeten elkaar niet wijsmaken dat het een eenvoudig proces is en dat we alles met een vingerknip kunnen oplossen. We hebben hier al verschillende versies van decreten goedgekeurd, maar we stellen vast dat een aantal uitdagingen blijven bestaan.

Ik ben het eens met diegenen die stellen dat we nooit willen of zullen terechtkomen in een staat waarin 24 uur per dag een politieagent staat aan de voordeur van iedereen die in quarantaine moet zitten. Ik hoop dat dit in het Vlaams Parlement breed wordt gedragen, maar toch moeten me twee zaken van het hart.

Wij waren er ook voorstander van de lokale besturen meer mogelijkheden te geven. Veel lokale besturen waren ook vragende partij. Dit toont echter de begrenzingen van de lokale besturen aan. De lokale besturen nemen er met dezelfde mankracht als ongeveer een jaar geleden de contactopsporing bij, ze moeten de quarantaines handhaven, voor het omkaderend sociaal beleid zorgen en proberen de reguliere werking draaiende te houden. Nu worden ze ook maximaal in de vaccinatiecentra ingeschakeld. Als ik hoor hoeveel personeel daarvoor wordt vrijgesteld, zie ik dat de capaciteit bijna vol is.

Minister, dat is misschien de eerste vraag die de Vlaamse overheid zich moet stellen. Op welke wijze kunnen we de komende maanden ruimte vrijmaken om de lokale besturen te versterken om daar tijdelijk krachten voor in te zetten? We hebben nergens in een decreet ingeschreven dat het enkel de opdracht van de lokale besturen zou zijn de quarantaine te laten naleven. Ik stel voor dat we nog verder onderzoeken hoe we onze eigen Vlaamse inspanningen kunnen leveren.

Mevrouw Schryvers, ik sluit me gedeeltelijk bij u aan. We weten ondertussen dat een aantal groepen momenteel niet de nodige gevoeligheid met betrekking tot een aantal quarantaineregels heeft. Ik denk dat we de komende weken en maanden meer op die doelgroepgerichte communicatie moeten inzetten. De naleving van de quarantaineregels is een van de sleutelinstrumenten om op korte termijn tot versoepelingen te komen. Indien we dit, net zoals de contactopsporing, niet geregeld krijgen, zullen we met grootschalige onwenselijke maatregelen blijven zitten.

Minister, dit zijn twee aandachtspunten waarvan ik hoop dat de komende dagen en weken een versnelling kan plaatsvinden.

De heer Anaf heeft het woord.

Collega’s, dat die stok achter de deur er te laat is gekomen en ook niet werkt zoals gehoopt, is ondertussen duidelijk. Uiteindelijk blijkt dat, tot spijt van al diegenen die zich wél aan de regels hebben gehouden en zich al een heel jaar aan de regels houden, er toch te veel mensen zijn die zich daar helaas niet aan hebben gehouden, met alle gevolgen van dien.

Maar ik was ook erg getriggerd door het feit dat u zei dat er maar 266 lokale besturen die protocols hadden afgesloten. Twee weken geleden heb ik u een vraag om uitleg gesteld over de lokale contactopsporing. En toen zei u – ik citeer uit het verslag: “197 besturen kozen voor de eerste optie, en 63 besturen kozen voor de tweede optie.” Samen is dat 260. Dat wil zeggen dat er sindsdien nog maar 6 lokale besturen zijn bij gekomen, hoewel u toen zei dat u na de gemeenteraden van eind januari nog wat inzendingen verwachtte. U zei verder: “De lokale besturen kunnen nog tot 31 januari de samenwerkingsovereenkomsten afsluiten en terugsturen.” Dat wil zeggen dat er momenteel nog altijd 34 lokale besturen zijn die dat nog niet hebben gedaan. En dat heeft wel wat consequenties. Want dat wil zeggen dat zij momenteel niet in orde zijn met de privacy om die gegevens te kunnen krijgen om ofwel de contactopsporing, ofwel de bronopsporing en de contactopsporing te doen.

Is het agentschap daarmee bezig? Worden die lokale besturen aangemaand om dat zo snel mogelijk in orde te brengen? Hebt u er zicht op tegen wanneer dat in orde zou zijn? Dat is een bijkomende vraag.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, dit Vlaams Parlement heeft een decreetsaanpassing gedaan nadat in de zomer, uitgerekend in deze commissie de vraag is gesteld door lokale besturen, door burgemeesters: ‘Geef ons informatie, zodat wij de quarantaine kunnen opvolgen.’ U, dit Vlaams Parlement, heeft bij de bespreking daarvan gezegd: ‘Minister, wij vragen u zeer uitdrukkelijk dat u de boodschap brengt dat dit proportioneel wordt toegepast, want het gaat hier toch wel over een aantal bijzonder fundamentele zaken.’ Ik, minister, heb toen, samen met de leden van de Vlaamse Regering, contact opgenomen en een vergadering gehouden met de gouverneurs van Vlaanderen, om te zeggen: ‘Bij de toepassing hiervan vragen wij u erop toe te zien dat dit proportioneel gebeurt. Dit is hetgeen in laatste instantie moet gebeuren. Het is niet de bedoeling dat er zomaar bij iedereen die in quarantaine gaat constant een politiecombi aan de deur staat. Wanneer lokale besturen, burgemeesters, agenten, wijkagenten vaststellen dat er hardleerse types tussen zitten, dames of heren die de quarantaine systematisch niet nakomen, dan moet daartegen kunnen worden opgetreden. In die filosofie hebt u dat decreet aangepast.

Toen werd er niet gezegd, noch door de lokale besturen, noch in het Vlaams Parlement: ‘Maar wij willen ook weten waaróm men in quarantaine moet gaan, of dat nu is omdat men is teruggekomen of omdat men zelf in isolatie is of omdat men met een Britse, Zuid-Afrikaanse of god weet welke andere variant besmet is geraakt.’ Als u dát wilt doen, dan denk ik dat u het decreet moet aanpassen. En het ligt in de schoot van het Vlaams Parlement om dat desgevallend te doen.

Ik denk dat we – en ook een aantal collega’s hebben daarvoor gepleit – hierbij met een zekere omzichtigheid moeten te werk gaan. Ten eerste, ik heb de cijfers opgevraagd, omdat u ze mij hebt gevraagd, collega Janssens. Ik geef ze u hier, niet in sloganeske taal, maar met alle onderliggende elementen. En daaruit blijkt inderdaad dat het verhaal veel genuanceerder is dan: ‘Vier op de tien die terugkomt, laat zich niet testen.’ Het is veel genuanceerder. En dat maakt het voor burgemeesters natuurlijk des te moeilijker, ook die quarantaineopvolging. Het gaat er niet over dat men geen informatie heeft. Men heeft de naam, het adres en het telefoonnummer. Maar het is inderdaad wel een tijdsintensief proces.

Ik heb een verslag gekregen van de gouverneur van Vlaams-Brabant, die zijn opdracht zeer ter harte heeft genomen en die met de korpschef van zijn provincie heeft gesproken, en die zegt, ik citeer: “Het systeem staat echt eens op punt. Het kan ingezet worden en het wordt ingezet als een instrument voor de lokale besturen en de lokale politie, maar het is een arbeidsintensief proces.” Dat klopt, dat het arbeidsintensief is. Daar doe ik niets van af. Maar het wordt niet minder arbeidsintensief omdat men de informatie heeft dat de quarantaine het gevolg is van een terugkeer uit het buitenland, of van een besmetting met de Britse variant of van een andere besmetting. Die opvolging blijft even intensief. En nog eens, het is op vraag van de lokale besturen dat dit Vlaams Parlement die mogelijkheid aan de lokale besturen heeft gegeven.

Dit is een verhaal waarin het heel gemakkelijk is om in sloganeske termen te spreken, maar waarin de realiteit op het terrein een stukje genuanceerder is. Als het parlement vindt dat het daar breder en verder in moet gaan en meer informatie moet geven, dan zal dit parlement ook moeten oordelen of het het decreet aangepast wil zien. Ik sta daarvoor open, als men vindt dat men dat moet doen. Ik ben niet de wetgever. U bent dat. Dan zal daarnaar gekeken moeten worden.

Die sanctie kan uiteraard pas als de overtreding vaststaat. Dat is nogal evident. 266 op 300 gemeenten hebben dat protocol ondertekend. Collega Schryvers, als er andere gemeenten zijn die dat nog niet gedaan hebben, dan is het uiteraard geen probleem om daar nog verder bij in te stappen. Dat is vanzelfsprekend.

Collega Parys heeft gesproken over steekproeven. Ik denk ook dat dat een juiste benadering is. Men moet kunnen kijken waar er hardleerse zijn. En men moet steekproeven kunnen nemen om dat te kunnen doen. Maar bij de bespreking in het Vlaams Parlement heeft iedereen, van links tot rechts, alle kleuren van de regenboog, heel uitdrukkelijk gevraagd dat dat met een zekere proportionaliteit wordt toegepast en gezegd dat men geen politiestaat wil.

Een aantal zaken worden door elkaar gehaald. De lokale contactopsporing is iets anders dan het protocol handhaving. Dat zijn twee gescheiden datastromen. U mag die zaken niet door elkaar halen, collega Anaf.

Een volgende bedenking die ik maak, laat ik ter overweging van u allen. Bij de aanpassing van het decreet hebben de Raad van State en de Vlaamse Toezichtcommissie (VTC) daar een aantal opmerkingen over gemaakt. Bij een volgende aanpassing zal men die opmerkingen ook ter hand moeten nemen.

Mijn laatste bedenking is dat Vlaanderen de enige regio is die een decretaal kader, een wettelijke basis, heeft voorzien voor deze quarantainehandhaving en -opvolging. U, beste parlement, hebt uw werk daarin al grotendeels gedaan, om ervoor te zorgen dat er op dit ogenblik al wettelijk kan worden opgetreden.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

We hebben het hier al heel veel over quarantaine gehad. Mijn vraag ging ook specifiek over de coronatest. Ik vind het heel belangrijk dat mensen zich laten testen. Wij moeten er alles aan doen om mensen ervan te overtuigen dat dat ook effectief gebeurt. Dat is niet alleen in hun eigen belang. Het is in het belang van de omgeving en van ons allemaal.

De handhaving moet proportioneel zijn, absoluut. Dat is altijd een zeer belangrijke voorwaarde geweest. Maar we hebben ook gezegd dat als mensen hardleers zijn, als ze de regels pertinent overtreden en dus andere mensen in gevaar brengen, er een handhaving mogelijk moest zijn.

Dus wanneer blijkt dat daar niets mee gedaan wordt, dan vind ik dat wel een probleem. Ik vind dat we er alles, maar dan ook alles moeten aan doen om die hardleerse mensen eruit te krijgen. Daarnaast moeten we absoluut ook de indruk van straffeloosheid vermijden.

Mijnheer Parys, ik ben alleszins blij dat u toch nog iets hebt overgehouden van uw liberale voorgeschiedenis want we kennen toch wel wat maatregelen van N-VA-ministers die heel sterk op een politiestaat wijzen.

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, ik zal misschien beginnen met een formaliteit. Ik vond het een bizarre opmerking van collega Parys die zich afvroeg of de duur van deze commissiezitting niet beperkt had kunnen worden door deze vraag niet te herhalen terwijl mijn interpellatie unaniem is goedgekeurd in het Uitgebreid Bureau waar collega Parys deel van uitmaakt. Dus collega Parys, als u zich daar al vragen over stelt, dan had u zich daar in een ander forum over moeten uitspreken.

Minister, ik stel natuurlijk vast dat het reisbeleid en vooral het controlebeleid in grote mate dode letter blijven. Nu al bijna een jaar lang zijn er veel praatjes, veel theorie, veel poeha over speciaal gewijzigde decreten maar in de praktijk is er weinig of geen controle. Ook de lokale besturen klagen over de informatie-uitwisseling met het agentschap Zorg en Gezondheid. Ik ben trouwens niet de enige die dat zegt. Op dit moment stelt uw collega Koen Van den Heuvel een vraag aan minister Somers over de handhaving van de quarantaineplicht door lokale besturen, net omdat hij van mening is dat daar nog een en ander aan schort.

En dus moet ik nu, een jaar na het begin van die coronacrisis, vaststellen dat we al eindeloze discussies hebben gevoerd over wie waarover precies bevoegd is en  wie welke informatie al dan niet met wie kan of mag delen. En intussen zien we dat sinds het begin van de coronacrisis al de vijfde schoolvakantie in aantocht is, met de krokusvakantie volgende week. En nu al kunnen we voorspellen dat het na de paasvakantie, de zomervakantie, de herfstvakantie en de kerstvakantie van vorig jaar, opnieuw voor een stukje achter de feiten aanlopen zal zijn en dat er weinig of geen lessen geleerd zijn uit eerder gemaakte fouten. Dit reisbeleid van de Vlaamse en van de Federale Regering is dan ook weinig efficiënt.

De vraag blijft hoe mensen kunnen worden aangemoedigd en aangespoord om zich te laten testen, om de regels te blijven opvolgen wanneer de overheid toch voor een groot stuk in gebreke blijft.

De interpellatie en de vraag om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.