U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Warnez heeft het woord.

Voorzitter, collega's, ook ik bied u mijn beste wensen aan voor het nieuwe jaar.

Mijn vraag gaat over het hoger onderwijs en het mentaal welzijn van de studenten. Ik vind dat een belangrijk thema, en de minister zeker en vast ook. Samen met dit parlement hebt u, minister, al meermaals uw schouders gezet onder initiatieven die het mentaal welzijn van de studenten bevorderen. Met Vlaamse steun heeft de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) ook recent een grote bevraging rond mentaal welzijn gelanceerd. Op voorstel van de minister van Onderwijs keurde de Vlaamse regering nu ook een bijkomende opdracht toe aan het Steunpunt inclusief hoger onderwijs (SIHO) om het mentaal welzijn van de studenten te bevorderen.

Tijdens het kalenderjaar 2021 wordt voorzien in extra financiering voor het duurzaam versterken van studentenwelzijn tijdens en in de nasleep van de coronapandemie door middel van zes verbindingsofficieren in de studentensteden, de ontwikkeling van een centraal platform studentenwelzijn en het opzetten van een lerend netwerk.

Tijdens de plenaire vergadering van 12 november 2020 stelde u dat u, samen met de instellingen, in elke studentenstad een laagdrempelige antenne zal inrichten waar studenten terecht kunnen met welzijnsproblemen. In de regeringsbeslissing van 4 december 2020 werd dit vertaald door het aanstellen van zes verbindingsofficieren in de studentensteden. In de krant is te lezen dat het zal gaan over zeven studentensteden, met name Leuven, Gent, Antwerpen, Brussel, Hasselt, Brugge en Kortrijk. Ook de universiteiten en hogescholen doen heel wat inspanningen om contact te houden met studenten. Er is een divers aanbod, ik denk bijvoorbeeld aan buddyprojecten. Maar dat hoorden wij ook al in de coronacommissie: dat aanbod is niet steeds bekend bij de studenten.

Minister, hoe ziet u de rol van die verbindingsofficieren, antennes en aanspreekpunten mentaal studentenwelzijn? Zijn dat aanspreekpunten die rechtstreeks toegankelijk zijn voor de individuele student? Het gaat om zes personen die aanwezig zijn in zeven studentensteden. Wat met de steden waar ook studenten aanwezig zijn maar geen antenne, of aanspreekpunt mentaal welzijn voor studenten effectief aanwezig is? Ik denk bijvoorbeeld in mijn eigen provincie aan Roeselare. Binnen welke timing denkt u deze aanspreekpunten te realiseren?

Op basis van welke criteria werd het SIHO als spilfiguur van dit project naar voren geschoven? Het steunpunt beschikt over heel wat kennis als het gaat om inclusie en studenten met functiebeperkingen, maar mentaal welzijn is natuurlijk breder dan dat. Binnen de universiteiten en hogescholen, en in het bijzonder binnen de diensten voor studentenvoorzieningen, is er heel wat expertise over het mentaal welzijn van studenten aanwezig. Is de afweging gemaakt om hen rechtstreeks te versterken? Hoe zult u de studentenvoorzieningen betrekken?

Wat wordt bedoeld met een centraal platform studentenwelzijn? Betekent dit dat alle initiatieven op één Vlaamse website terechtkomen? Of ziet u hier ook gedecentraliseerde mogelijkheden per studentenstad of regio? Is het de bedoeling dat studenten bij problemen dan via dat platform naar de juiste hulp worden geleid?

Op welke manier zal het lerend netwerk worden opgezet? Bedoelt u dat het moet gaan om één netwerk voor Vlaanderen? Of ziet u hier ook gedecentraliseerde mogelijkheden per studentenstad of regio? Naast de al bestaande initiatieven worden dus nieuwe antennes, een nieuw lerend netwerk en een nieuw centraal platform gelanceerd. Tijdens de coronacommissie werd door de studenten gevraagd om de communicatie van instellingen van het hoger onderwijs af te stemmen op die van de Vlaamse overheid. De universiteiten en hogescholen vroegen om vanuit Vlaanderen minder communicatiedrang te tonen en hen gericht te laten communiceren. Op welke wijze zal dit project ervoor zorgen dat de communicatie over initiatieven die het mentaal welzijn van studenten ondersteunen eenduidiger wordt?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, vooreerst ook mijn beste wensen voor jullie allemaal. Het is de eerste keer dit jaar dat ik in deze commissie kom. Jullie hebben vanmorgen al een zitting gehad, natuurlijk.

Mijn vraag gaat eigenlijk over hetzelfde thema als die van collega Warnez, het mentaal welzijn van studenten, maar met een andere invalshoek. Studenten, zeker de studenten uit het hoger onderwijs, voelen allemaal de gevolgen van de coronacrisis. Dat is al meermaals aan bod gekomen in deze commissie. Er zijn veel online lessen, er is weinig sociaal contact en er is vooral geen normaal studentenleven. Voor jongeren die pas aan hogere studies beginnen is het in die omstandigheden niet evident om een sociaal netwerk uit te bouwen. Adolescenten die steeds meer van de wereld beginnen te ontdekken, moeten zich opnieuw op zichzelf terugplooien, in hun eigen kamer. Niet alleen waarschuwen onderzoeken, zoals onder meer van KU Leuven, dat we ons zorgen moeten maken over de jongeren en jongvolwassenen tussen 15 en 25 jaar, de jongeren trekken ook zelf aan de alarmbel. Dat adolescenten in deze tijden vaak worden geconfronteerd met gevoelens van eenzaamheid, angst en depressie, weegt op hun welzijn, maar ook op studies en studieresultaten. Dat studenten het moeilijk hebben is ook duidelijk merkbaar aan de stijgende vraag naar psychologische hulp.

Elke universiteit of hogeschool in Vlaanderen is verplicht om psychologische dienstverlening aan te bieden. Studentenpsychologen zijn zeer toegankelijk en laagdrempelig voor studenten. Ze staan dichtbij hen en kennen hun leergebonden en typische studentenproblemen. Bovendien zijn ze aanwezig op de campus en kunnen ze op die manier ook discretie garanderen. De voorbije vijf jaar was het aantal consultaties bij de studentenpsycholoog al gestegen met 63 procent. Ik verwijs in dat verband naar een schriftelijke vraag die collega Warnez daarover een tijd geleden heeft gesteld. Nu met de coronacrisis wordt de vraag nog groter. Psynet, het netwerk voor geestelijke gezondheidszorg voor studenten in Antwerpen, spreekt van een toename met een kwart sinds mei in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Wachtlijsten groeien dus aan, en studenten moeten alsmaar langer wachten op een eerste gesprek, soms wel tot drie maanden, zo kunnen we soms lezen.

Ik had het dan in mijn vraagstelling over naderende examens, maar mijn vraag is ingediend op 14 december en de examens zijn nu al volop bezig. Die examens doen de druk op hen natuurlijk nog stijgen. Examenperiodes leiden ook anders al tot een piek qua mentale problemen. Het is dan ook te verwachten dat de noden de volgende weken nog zullen toenemen. Ook de beslissing om de heropstart van fysieke lessen ook na 1 februari verder uit te stellen weegt bij veel studenten zwaar, omdat dat perspectief waaraan velen zich optrokken, toch wel voor een stuk is verdwenen. De Vlaamse Vereniging van Studenten wees al herhaaldelijk op de noden. Daarbij wordt ook gewezen op de toename van vragen en de periode waarin studenten moeten wachten.

Om de vragen aan studentenpsychologen enigszins te verlichten zou een eerste vorm van hulpverlening kunnen bestaan uit online ondersteuning, zoals vragenlijsten en tips. De Arteveldehogeschool startte vijf jaar geleden al met zo’n onlineconcept. Ook het mee inzetten van bijvoorbeeld laatstejaarsstudenten psychologie of pedagogische wetenschappen binnen de pool van studentenpsychologen, bijvoorbeeld in het kader van een stage, zou mogelijk mee soelaas kunnen bieden. Aan diverse universiteiten en hogescholen lopen ook al buddyprojecten, waarbij studenten een aanspreekpunt zijn voor elkaar. Het is echter zo dat die buddy’s vaak moeilijke verhalen te verwerken krijgen en soms ook alarmerende signalen oppikken. Het is dan ook aangewezen om die buddy’s zelf te ondersteunen door, bijvoorbeeld, vormingen of een eigen aanspreekpunt.

Ik verwijs ook naar het actieplan dat ik samen met collega Warnez een tijdje geleden heb voorgesteld en waarin we de zaken die we hier hebben aangehaald, ook ter sprake hebben gebracht. Ze komen voort uit een interactief traject, waarbij studenten zelf getuigden over hun moeilijkheden tijdens deze crisis en zelf ook een aantal oplossingen voorstelden.

Minister, hoe anticipeert u op het feit dat de vraag naar ondersteuning van studenten wellicht ook in de volgende weken nog zal toenemen, gelet op de duurtijd van de lockdown en het feit dat het examentijd is? Zult u alle universiteiten en hogescholen aanmoedigen om buddyprojecten uit te rollen en daartoe op korte termijn verdere initiatieven te nemen? Op welke manier zult u dat doen?

Hoe worden buddy’s op hun beurt zelf ondersteund? In welke vormingen is er voorzien? Waar vinden ze zelf snel een aanspreekpunt wanneer zij het zelf moeilijk krijgen? Hebt u cijfers over de evolutie van het aantal aanvragen voor gesprekken bij de studentenpsychologen verbonden aan universiteiten of hogescholen sinds de coronacrisis, en specifiek de jongste weken, nu de examens zijn begonnen, en sedert de melding dat de fysieke lessen niet zullen hervatten na het eerste semester? Op welke manier kan ervoor worden gezorgd dat elke student die nood heeft aan professionele psychologische hulp, binnen maximaal twee weken kan worden gehoord? Hoe kan in een laagdrempelige toegang worden voorzien? Op welke manier kunnen binnen de pool van studentenpsychologen ook laatstejaarsstudenten psychologie of pedagogische wetenschappen worden ingezet? In hoeverre zou dat een onderdeel kunnen zijn van de stage in hun opleiding? Hoe zult u het initiatief nemen om het concept van de online hulpverlening dat hier en daar al werd uitgewerkt, te helpen uitrollen over alle Vlaamse universiteiten en hogescholen? Welke andere maatregelen wilt u nog nemen om studenten te ondersteunen tijdens deze coronacrisis, met het oog op het feit dat mentaal welzijn essentieel is om de studieloopbaan succesvol te kunnen afleggen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Veel vragen, dus ik zal trachten uitvoerig te antwoorden, ook gelet op het gegeven dat de problematiek ook mij toch nogal na aan het hart ligt en dat we op dat vlak toch ook wel wat werk voor de boeg hebben. Ik denk dat de Vlaamse overheid dat in het verleden mogelijk toch een beetje heeft mismeesterd, niettegenstaande universiteiten en hogeronderwijsinstellingen zelf wel stappen hebben gezet, maar het was tot op heden allemaal wel een beetje gefragmenteerd.

We voorzien eigenlijk in een beleid met drie fasen. De SIHO-opdracht maakt deel uit van de tweede fase van wat we willen doen voor dat mentale welzijn van studenten. De eerste fase loopt momenteel. Dat is het onderzoek naar mentaal welbevinden bij studenten dat de VVS momenteel in samenwerking met professor Bruffaerts van de KU Leuven en de diensten voor studentenvoorzieningen aan het uitrollen is. Daar moeten we op vrij korte termijn ook al wel resultaten van kunnen zien. Die eerste fase moet dit voorjaar worden afgerond, zodat we echt een stand van zaken hebben, zodat we tenminste een actueel zicht hebben, zodat we een Vlaanderenbrede nulmeting hebben met betrekking tot de huidige situatie qua mentaal welbevinden bij studenten.

De inzichten uit de bevraging en de tussentijdse resultaten van het SIHO-project kunnen we dan gebruiken om in een derde fase het beleid ook structureel te gaan verankeren. In de tweede fase, waarover we het nu hebben, willen we een Vlaanderenbreed beleid ontwikkelen, met drie doelstellingen. Ten eerste willen we ervoor zorgen dat er in de studentensteden beter wordt samengewerkt door de hogeronderwijsinstellingen en regionale diensten, dat dat op elkaar wordt afgestemd, via verbindingsofficieren. Ten tweede is er het ontwikkelen van een centraal platform inzake studentenwelzijn, met informatie- en bewustwordingsmateriaal over mentale gezondheid en psychische klachten, en dat ook een online e-healthaanbod voor studenten bundelt. Ten derde is er het opzetten van een lerend netwerk voor onderwijsinstellingen waarin de deskundigheid inzake mentaal welbevinden en een inclusief hoger onderwijs centraal komt te staan. Het project zal dus door het SIHO worden gecoördineerd.

Ik denk dat mentaal welbevinden en mentaal welzijn een essentiële pijler van inclusief hoger onderwijs vormen. Het SIHO is ook al actief met betrekking tot dat thema van mentaal welbevinden, zelfs niet alleen op nationaal vlak, maar ook in diverse internationale netwerken. Aan hun is ook gevraagd om die opdracht vanuit een universeel ontwerp te realiseren. Het SIHO vertegenwoordigt de hogeronderwijsinstellingen en voert die opdracht dus ook uit in nauwe samenwerking met de diensten voor studentenvoorzieningen én de VVS. Er werd gevraagd of de onderwijsinstellingen werden betrokken. De realiteit is: het SIHO, dat zíjn de onderwijsinstellingen.

Het dagelijks bestuur van het SIHO bestaat enkel en alleen uit vertegenwoordigers van de instellingen zelf. Daar is dus maximale betrokkenheid. De stuurgroep van het SIHO, daarin zetelt één iemand van mijn departement, één iemand van Unia en één iemand van de VVS. De andere twaalf leden van de stuurgroep zijn vertegenwoordigers van de instellingen. Die zijn dus echt wel afdoende betrokken. Ik heb er ook nog eens voor gezorgd dat het een voorwaarde is van het project om ook de studentenvoorzieningen en de onderwijsinstellingen te betrekken

Het is op vraag van de studentenvoorzieningen, via de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA), dat de verbindingsofficieren er komen. Door een overeenkomst met het SIHO te sluiten, wordt de expertise van de studentenvoorzieningen erkend en ga ik in op hun vraag om een aantal extra personeelsleden in te zetten. We hebben de diensten voor studentenvoorzieningen trouwens ook al versterkt. Wij hebben voor hen 10 miljoen extra middelen vrijgemaakt voor COVID-19 én voor mentaal welzijn.

Voor het project werd ook een specifieke projectgroep opgericht, die het volledige project inhoudelijk mee moet aansturen. De studentenvoorzieningen en de VVS zijn in deze projectgroep vertegenwoordigd. De studentenvoorzieningen worden op dit moment ook nauw betrokken bij de aanwerving van de verbindingsofficieren. Daarover krijgen ze dus ook inspraak en zitten ze mee aan het stuur.

Er gebeurt momenteel wel al heel wat rond mentaal welbevinden van studenten. Hogeronderwijsinstellingen zijn heel actief rond de thematiek, zij het gefragmenteerd. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de buddyprojecten, die voorzien in een vormings- en coachingsaanbod voor buddy’s. Buddy’s kunnen terecht bij de medewerkers die de projecten coördineren. Dat zou ik op lokaal niveau houden. Dat zijn typeprojecten met een heel lokale insteek en dat moet zo blijven; we moeten dat niet gaan kopiëren op Vlaams niveau.

Er lopen ook mooie initiatieven, zowel aan universiteiten als hogescholen, waarbij studenten in het kader van hun opleiding betrokken worden bij de ondersteuning van het welzijn van studenten. Studenten pedagogie en psychologie lopen stage binnen de studentenbegeleidingsdiensten. Studenten sociaal werk hebben in het kader van hun opleiding recent ook enkele weken de Teleblok-chat bemand. De bedoeling van het SIHO binnen dit project is om verder te bouwen op de bestaande werking en om deze goede praktijken te delen.

De zes verbindingsofficieren bieden extra ondersteuning aan de studentenvoorzieningen van de instellingen hoger onderwijs en aan bestaande netwerken om de verhoogde nood aan zorg voor de psychische gezondheid van de studenten, zeker tijdens de coronapandemie, op te vangen. Ze doen dit op maat van de instellingen en op maat van de stad en de regio – het is ruimer dan de stad – en zullen actief aan de slag gaan met studenten en lokale en bovenlokale studentenvertegenwoordigers- en raden. Ze zullen de instellingen ook ondersteunen en adviseren in het verder toegankelijk maken van het bestaande aanbod rond mentaal welzijn voor studenten.

Ik kom even terug op het regionale karakter. Het is inderdaad zo dat de fysieke inbedding van die studentenvertegenwoordigers beperkt is tot enkele steden, maar hun werking wordt wel verondersteld ruimer te zijn dan de betrokken studentenstad zelf. We spreken dan over West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Brussel, Vlaams-Brabant en Limburg. De studentenvertegenwoordiger uit Antwerpen zal ook moeten zorgen voor de bediening van de hogescholen in Geel. Via een centrale coördinatie door het SIHO garanderen we die Vlaanderenbrede aanpak. Er zijn geen aparte eilandjes: het SIHO staat in voor de coördinatie. We voorzien de opstart op vrij korte termijn: eind januari, begin februari. We proberen dus zo snel mogelijk te schakelen, gelet op de nood die werd vastgesteld.

Het SIHO zal binnen dit project – en dat is dan de andere doelstelling – een interactief studentenwelzijnsplatform ontwikkelen. Je hebt dan wel dat fysieke aanspreekpunt, maar we zitten natuurlijk wel met een generatie die veelal liever anoniem geholpen wordt en die in eerste instantie snel op zoek gaat naar relevantie informatie op het internet.

Het SIHO zal via dat platform relevante informatie, contactpunten en bewustwordingsmaterialen bundelen over de mentale gezondheid en psychische klachten, op maat van studenten in het hoger onderwijs. Daarnaast moet het platform ook een online e-healthaanbod bevatten om mentalegezondheidsvaardigheden bij studenten aan te scherpen en/of op te krikken. Dat platform zal dus ook een overzicht bieden en doorlinken naar het aanbod van de diverse regio’s en steden in kwestie: waar kun je terecht met welke problemen en voor welke dienstverlening? Vanuit de bevraging van de VVS weten we dat veel studenten nog niet op de hoogte zijn van de bestaande initiatieven. Dat platform moet dus een portaalfunctie realiseren.

Het SIHO brengt goede Vlaamse en internationale praktijken – want die internationale expertise heeft het nu ook – in kaart en zal via het digitale platform en het lerend netwerk expertisedeling en een verdere uitrol faciliteren. Het digitale platform dat we via het project mentaal welzijn bij studenten ontwikkelen, zal informatie bevatten over relevante contactpunten, awarenessmaterialen en een online e-healthaanbod, zoals gezegd.

De bedoeling is om studenten via dat platform zo maximaal mogelijk naar de juiste hulp te leiden. Instellingen hoger onderwijs en studenten zijn actief betrokken bij het ontwikkelen van het platform. Het zijn trouwens opnieuw de instellingen die dit gaan ontwikkelen, wat garandeert dat in dialoog ook de nodige afspraken worden gemaakt. Op dit moment wordt een nodenanalyse gemaakt. Daarbij worden naast Vlaamse goede praktijken ook internationale goede praktijken in kaart gebracht.

Het SIHO zal binnen dit project ook een Vlaams lerend netwerk voor de hogeronderwijsinstellingen uitbouwen, verder bouwend op wat reeds bestaat. Dat is de derde doelstelling. Het begint daarbij niet van nul, maar kan voortbouwen op wat vandaag reeds bestaat. Dat lerend netwerk is er voor en door de hogeronderwijsinstellingen. Ze kunnen er hun deskundigheid op het vlak van mentaal welbevinden en inclusief hoger onderwijs continu met elkaar delen. Het SIHO heeft dit reeds succesvol opgezet voor functiebeperkingen en inclusieve mobiliteit, wat door de instellingen hoger onderwijs als zeer ondersteunend wordt ervaren.

Het lerend netwerk moet ook het delen van goede praktijken en knelpunten over de studentenregio’s heen faciliteren. Ook daar zal het SIHO actief studenten, bestaande netwerken en experten bij betrekken. Daarnaast bieden we ook kansen om de regionale netwerken verder te ontwikkelen. De verbindingsofficieren ondersteunen, in samenspraak met de instellingen en andere actoren, ook het bestendigen van bestaande initiatieven en het verder uitbouwen en coördineren van een netwerk van relevante partners rond mentaal welbevinden voor de hogeronderwijsinstellingen van hun studentenregio.

Ga ik lokaal nog lerende netwerken opzetten? Ik denk dat er al heel veel bestaat, zij het fragmentair. Het komt er nu vooral op aan, denk ik, om te coördineren, samen te werken, expertise te gaan delen en ervoor te zorgen dat studenten door de bomen het bos zien en worden geleid naar een goede dienstverlening en naar wat er momenteel al bestaat. Er bestaan al lokale overlegplatformen en ook de associaties spelen al een belangrijke rol. Ik zou dat dus laten voor wat het is.

Ik denk dat communicatie essentieel is, net als het vertrekken van bestaande initiatieven en het bouwen van bruggen tussen reeds bestaande initiatieven. Aan het SIHO gaven we de opdracht om die bruggen te bouwen. Zij zullen een Vlaanderenbrede omgevingsanalyse maken – dat loopt – en een Vlaanderenbrede sociale kaart ontwikkelen, voortbouwend op de bestaande. Samen met hogescholen en universiteiten, en op maat van de noden van de studenten, zal de communicatie van instellingen hoger onderwijs dus verder worden afgestemd op die van de Vlaamse overheid. We zullen hopelijk veel meer van elkaar gaan leren.

Belangrijk daarbij is, zoals ik al zei, het studentenperspectief. Inspelend op de noden die blijken uit de bevraging in de eerste fase moeten we ervoor zorgen dat we hen in de tweede fase goed begeleiden zodat aan hun noden en verlangens maximaal tegemoet wordt gekomen.

Het SIHO dient in 2021 minstens op vijf prioritaire thema’s een e-healthaanbod te ontwikkelen. Hiervoor zal ook een communicatiecampagne ontwikkeld worden, die vertrekt vanuit het studentperspectief. Beide vraagstellers, de heer Warnez en mevrouw Schryvers, haalden terecht aan hoe dat bij de studenten in kwestie moet geraken. Het SIHO zal ook hierbij de VVS betrekken. We weten immers dat het zeer moeilijk is om tot in de studentenkamer te komen.

Zowel aan de hand van de resultaten en aanbevelingen van de bevraging als aan de hand van de omgevingsanalyse, de sociale kaart, de beleidsaanbevelingen en actiepunten die uit het rapport van het SIHO volgen, wordt het nieuwe Vlaanderenbrede beleid uitgestippeld. De nieuwe beleidslijnen worden uitgewerkt in de tweede helft van 2021 en vormen de bouwstenen voor de derde fase. In deze derde fase, die start op 1 januari 2022, zal aan de hand van de bevindingen uit fase 1 en 2 het beleid verder verfijnd worden. De bevraging, die door de VVS en professor Bruffaerts wordt afgenomen en als nulmeting geldt, zal in de komende jaren frequent worden afgenomen. De nulmeting is echt het begin van een Vlaanderenbreed beleid om nooit meer te verdwijnen, dat is alleszins de doelstelling.

De Databank Hoger Onderwijs houdt geen gegevens bij over de evolutie van het aantal aanvragen voor gesprekken bij de studentenpsychologen verbonden aan universiteiten of hogescholen. Het is goed dat we blijven herhalen dat er wachtlijsten zouden bestaan. Op twee manieren bied ik daar een antwoord: op mijn vraag maakte de Vlaamse Regering 10 miljoen euro extra vrij en het SIHO zal dit in kaart brengen zodat we vanaf 2022 niet langer blind moeten varen.

Tot slot: ik blijft uiteraard een vinger aan de pols houden zowel bij de projecten als bij de studenten en de instellingen. Als er nieuwe problemen zouden opduiken – we hebben nog altijd het overleg –, dan zal ik die samen met de sector aanpakken. Maar ik stel voor dat we de nieuwe initiatieven nu eerst de kans geven om op te starten en te draaien.

Intussen zijn de studenten met heel andere zaken bezig, met examens, we wensen hen allemaal succes toe. Corona, daar kampen we allemaal mee, de examens zijn maar voor enkelen, en ongetwijfeld niet de happy few. Ik hoop dat ze er zich deze maand toch wat doorheen kunnen slaan en dat ze wat perspectief hebben. We hopen dat de paasvakantie, zeker voor het hoger onderwijs, een kantelmoment wordt, waarop er veel meer mogelijk wordt. Het blijft koffiedik kijken, maar dat is toch wel de ambitie.

De heer Warnez heeft het woord.

(Slechte geluidskwaliteit)

Minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Ik begrijp het goed: de administratieve verbindingsofficier zal puur ten dienste staan van de hogeronderwijsinstellingen en de studentenvoorzieningen zodat de reguliere student eigenlijk niet meer naar de verbindingsofficier moet maar dat het SIHO … (onverstaanbaar) … de laatste drie punten in principe ook blijft. Dat lijkt met alvast een goed concept, aangezien er ook een onlineplatform bijkomt met een doorverwijzingsfunctie. Ik kijk alvast uit naar de naam die u daarvoor zult verzinnen. Kunt u al iets lossen in verband met de timing?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Er gebeurt heel wat op het terrein, minister. De universiteiten en hogescholen, maar ook de studenten zelf, en de steden, nemen heel wat initiatieven. Dat is ook goed. Het zal in de toekomst allemaal beter gecoördineerd zijn.

Ik onderschrijf zeker de bevraging waar u naar verwijst. U stelt dat het een nulmeting wordt en dat die in de toekomst blijft bestaan. Corona is misschien de aanzet geweest naar het peilen naar het mentale welzijn van de studenten, hoe we daar kunnen op inspelen. Laat het een blijver zijn, dat is positief.

Er is corona en voor de studenten zijn er de examens, ik zou toch willen zeggen dat examens in coronatijd toch grotere problemen met zich meebrengen. Studenten, zeker eerstejaars, hebben vaak twijfels: over de richting die ze volgen, of ze goed bezig zijn. Ze hebben vaak weinig mogelijkheid tot feedback, alhoewel heel wat faculteiten daar inspanningen voor doen, dat geef ik grif toe. Ze hebben wel het gevoel van al maanden in dezelfde situatie te zitten. Elke dag, heel de dag, zitten ze achter hun pc, ze volgen online les, ze werken en studeren, ze hebben nu examens. Daarna volgt er een week vrijaf, maar ook dan kunnen ze weinig ondernemen, en daarna begint het weer opnieuw. Ik kijk samen met u uit naar meer perspectief. Laat ons inderdaad hopen dat er tegen Pasen meer geboden kan worden.

Ondertussen zitten we nog in dezelfde situatie die zwaar weegt voor veel studenten. U zet bijkomend 10 miljoen euro in voor de wachtlijsten bij de psychologen. Het SIHO gaat de problematiek nu in kaart brengen en dan kunnen we in de toekomst maatregelen nemen. Ik wil u vragen hoe dit op korte termijn kan. Als de resultaten van de bevraging er zijn en als de examens achter de rug zijn, zouden er wel eens bijkomende noden kunnen blijken.

Mijn tweede vraag gaat over het verder uitrollen van die onlinehulpverlening naar analogie met de voorbeelden die er al zijn. U hebt gelijk: niet iedereen heeft behoefte aan fysiek contact voor hulpverlening. Integendeel zelfs, de anonimiteit is voor velen een geruststelling. Er zijn goede voorbeelden, hoe kan dat verder worden uitgerold?

De heer Daniëls heeft het woord.

Dit is een belangrijk onderwerp. Minister, ik dank u voor uw zeer uitvoerig antwoord. U bent soms beknopt in uw antwoorden, soms uitvoerig, en nu was u heel uitvoerig. Dat toont genoeg aan dat het thema ons allemaal wakker houdt.

We proberen nu een oplossing te bieden voor het fysieke onderwijs, maar wat we ook naar voren schuiven, het beste blijft natuurlijk fysiek onderwijs. Gisteren hoorde ik nog studenten die naar hun examen gingen. Ze deden dat wegens hun examen maar ook om studiegenoten te zien.

Daar zagen ze voor de eerste keer mensen uit hun jaar in levenden lijve, die ze enkel van op het scherm kenden. Het is onwaarschijnlijk welke impact dat heeft. Dat zijn dan studenten die iemand kennen en elkaar zoeken. Er zullen helaas ook studenten zijn, zeker eerstejaars, die niemand kennen of heel weinig connectie hebben. De mensen van de VVS hebben dat proberen op te pakken. Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om aan heel veel studentenbewegingen dank u wel te zeggen. Ik heb zo een online sessie mogen meemaken die ze organiseerden om ervoor te zorgen dat studenten elkaar kennen. Er zijn ook instellingen voor hoger onderwijs die kleine groepjes maken om op die manier een vorm van interactiviteit en het elkaar leren kennen te kunnen creëren.

De vaststelling dat we misschien pas na de paasvakantie opnieuw fysieke lessen krijgen in het hoger onderwijs, is een zware dobber. Daar moeten we niet flauw over doen. Het is natuurlijk geen beslissing die we hier beleidsmatig maken, want het zijn helaas het coronavirus en het aantal besmettingen die daar een beslissende rol in spelen en het feit dat we met jongvolwassenen werken. Ik kan alleen maar vaststellen wat de realiteit is. We moeten niet te veel mensen met de vinger wijzen, maar hopen dat we de vaccinatiestrategie zo snel mogelijk kunnen uitrollen.

Minister, wat u naar voren schoof in verband met het SIHO, met de drie zaken die in de beslissing van 4 december stonden, het platform levend netwerk en de verbindingsofficieren, daarvan wil ik nog eens het volgende benadrukken. U hebt zelf ook gezegd dat er geen dienst bij komt, maar dat die vooral coördineert en zorgt dat studenten weten waar ze terechtkunnen. Ik wil vanuit onze fractie een oproep doen. Ik denk dat het een goede zaak is dat het SIHO met zijn ervaring dit nu doet maar ook dat er een zekere continuïteit in zit, maar vooral dat wordt gekeken dat studenten weten waar ze terechtkunnen. Onze oproep is om daar de vinger aan de pols te houden, al was het maar met een vertegenwoordiger uit het departement, om dat maximaal na te streven.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik zal in de repliek trachten ‘beschränkt’ te zijn. Het is correct wat wordt aangehaald. Zeker in deze examenperiode kan ik het me inbeelden dat als je geen peerreview hebt en niet kunt terugkoppelen met je gelijken, je medestudenten, dat voor velen nog altijd tasten in het duister is. Je kunt niet zeggen wat je op een vraag hebt geantwoord, vragen of je dat goed hebt aangepakt of hoe je dat moet doen. Je hebt geen onbeperkt sociaal netwerk. Zeker in het geval van eerstejaars kan ik me inbeelden dat dat echt problematisch is.

Ik kom tot de vragen rond de timing. We hebben drie fasen. De eerste fase met de grootscheepse nulmeting wordt dit voorjaar afgerond. Dat wil zeggen dat de bevraging wordt afgerond. De verwerking van de resultaten en de suggesties ter zake zal wat op zich laten wachten. De uitrol van fase 2 is voor dit jaar, met alle onderdelen en doelstellingen die ik heb geschetst. Fase 3 start volgend voorjaar. We hebben een planmatige opbouw met eerst – meten is weten – zorgen dat we een Vlaanderenbrede bevraging hebben en voor het eerst een nulmeting waar we in de toekomst verder op kunnen bouwen. Dan is er dit jaar de uitrol van de tweede fase, vanaf volgend jaar de derde fase, de echte verankering. Ik denk dat dat een goed plan van aanpak is en dat we eindelijk zullen kunnen zeggen dat we er staan met een Vlaanderenbrede aanpak van het mentale welbevinden bij de studenten.

De heer Warnez heeft het woord.

(Slechte geluidskwaliteit)

Minister, dank u wel voor uw antwoorden en uw initiatieven. Het is voor de studenten een heel erg lastige periode. De eenzaamheid die we allemaal kennen die in een examenperiode voorkomt, komt bij hen nu dubbel zo hard aan. Ze verdienen alle steun en ik wens hun langs deze weg alleszins heel veel succes.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Ik wil me bij die wensen voor succes heel graag aansluiten voor alle studenten die momenteel bezig zijn met hun examens of zitten te blokken thuis, op hun kot of in een van de studieruimtes die lokale besturen in uitvoering van de omzendbrief hebben ingericht.

Ik kijk uit naar de resultaten van de bevraging en de opvolging die daaraan kan worden gegeven.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.