U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, het nieuwe mestrapport dat recent gepubliceerd werd, toonde aan dat de kwaliteit van het oppervlaktewater in landbouwgebied verder achteruitgaat. Onze beken en rivieren worden vervuild wanneer mest op velden niet wordt opgenomen door de gewassen en vervolgens in het water stroomt. De slechte waterkwaliteit is geen nieuw probleem. Europa legt ook al lang een nitraatrichtlijn op om hier iets aan te doen. De opeenvolgende Mestactieplannen moesten ervoor zorgen dat de nitraatconcentratie afnam. Het laatste Mestactieplan, MAP6, beoogde een vermindering met 4 milligram per liter tegen 2022, maar in de praktijk wordt er een toename van 4 milligram vastgesteld.

De landbouwers geven aan dat het een uitdaging is om te vermijden dat mest in waterlopen terechtkomt. Dat is niet enkel zo voor de landbouw, maar voor de hele maatschappij. Ze moeten het weer goed inschatten en de regels van het Mestactieplan zijn enorm complex. Aan de andere kant worden er ook enorm veel inbreuken vastgesteld op de mestregel, waartegen terecht ook wordt opgetreden. De oplossingen liggen bij het gebruiken van de juiste mestsoort, de juiste hoeveelheid mest en op het juiste moment. Daarnaast helpen vanggewassen die geplant worden na de hoofdteelt om de resterende stikstof op te nemen.

Minister, welke acties gaat u ondernemen om de boeren beter te begeleiden bij het bemesten van hun velden?

Hoe reageert u op de vaststelling dat er veel inbreuken worden vastgesteld op de mestregelgeving?

De hoeveelheid nitraat in het oppervlaktewater bleef al enkele jaren stabiel. Nu zien we dat het terug stijgt. Met het oog op de doelstelling van de nitraatrichtlijnen die een daling beoogt, bent u van mening dat er extra maatregelen genomen moeten worden om de vermesting van het oppervlaktewater tegen te gaan?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Vandenhove, ik dank u voor uw vraag.

U weet dat het mestbeleid – maar u hebt dat ook al gezegd – een bevoegdheid is van collega Demir. Nadat MAP6 is ingevoerd, heb ik vanuit mijn bevoegdheden het initiatief genomen om bij de oproep voor demonstratieprojecten ruime aandacht te geven aan het thema MAP6 en de bodemkwaliteit. In 2019 zijn op die manier al tien demonstratieprojecten goedgekeurd die uitgevoerd zijn in 2020 en in 2021 nog kunnen worden uitgevoerd binnen dit thema. Met de nieuwe demonstratieprojecten wordt de sector bewust gemaakt van nieuwe mogelijkheden op het vlak van duurzame praktijken en technieken.

Bij de denkoefening over het volgende gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), die momenteel loopt, proberen we maatregelen uit te werken die raakpunten hebben met het mestbeleid. Zo denken we na over initiatieven om het organische stofgehalte in de bodem te verbeteren en willen we verder investeringssteun geven voor bijvoorbeeld precisiebemestingstechnieken.

Tot en met eind dit jaar kunnen landbouwers die begeleiding wensen bij de bemestingspraktijken op hun bedrijf terecht bij het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB). Ik heb er alle vertrouwen in dat landbouwers ook vanaf 1 januari 2021 goed zullen kunnen samenwerken met de nieuwe Begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit. Begeleiding is cruciaal.

Het is duidelijk dat de doelstellingen van de Europese nitraatrichtlijn gehaald moeten worden. De waterkwaliteit van ons oppervlakte- en grondwater moet beter worden. Zij die de regels niet volgen, moeten worden gesanctioneerd omdat ze de inspanningen van al hun collega's teniet doen.

Het lijkt mij dat het grote aantal inbreuken echter ook deels te verklaren valt door het feit dat het MAP in zijn huidige vorm een complexe regelgeving met snel wijzigende regels geworden is. Om te komen tot minder inbreuken, moet er worden gezocht naar maatregelen en regels die duidelijk zijn en die zo goed mogelijk bij de verschillende sectoren en bedrijven passen, zodat elke landbouwer weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Het is ook belangrijk om samen met de sector te zoeken naar de beste manieren om de doelstellingen te bereiken.

Het nitraatgehalte in het oppervlakte- en grondwater is de laatste winterjaren inderdaad niet spectaculair verbeterd. Wanneer we kijken naar het aantal rode MAP-meetpunten, dan zien we een lichte verbetering van de cijfers, maar globaal gezien zet de daling die enkele jaren geleden werd ingezet zich helaas niet verder.

Een belangrijke factor die hier een rol heeft gespeeld, is de droogte. Wanneer een gewas niet of te weinig tot ontwikkeling komt door waterschaarste, zal het ook de bemesting die de landbouwer heeft toegediend, niet ten volle kunnen opnemen waardoor nutriënten in de bodem achterblijven. Ook groenbedekkers ontwikkelen onvoldoende bij droogte en kunnen hun functie als vanggewas onvoldoende opnemen.

Bovendien is het effect van een aantal maatregelen van MAP6 nog niet zichtbaar in de cijfers. De communicatie over MAP6 is pas eind mei 2019 bij de landbouwers terechtgekomen. De bemesting was toen al grotendeels uitgevoerd en de teeltplanning voor 2019 stond vast. De twee standaardmaatregelen die landbouwers moesten treffen in de gebiedstypes met de slechtste waterkwaliteit, zijn pas vanaf 2019 van toepassing. Bovendien moesten nog heel wat andere maatregelen worden uitgerold in de loop van 2019 en 2020. De kaart met gebiedstypes van MAP6 werd nog maar recent hertekend op basis van een evaluatie van de waterkwaliteit en is pas van toepassing vanaf 1 januari 2021. Het lijkt mij dus wat voorbarig om te besluiten dat al deze maatregelen nu al moeten worden bijgestuurd, omdat sommigen nog in werking moeten treden.

Om het probleem aan te pakken, moeten maatregelen worden getroffen waarmee de sector aan de slag kan en die passen bij de verschillende sectoren en bedrijven, gecombineerd met het inzetten op begeleiding en handhaving voor zij die de regels met voeten treden. Ik pleit er dan ook voor om die maatregelen zo goed mogelijk af te stemmen op de bedrijfsvoering. De equivalente maatregelen die in het Mestdecreet zijn voorzien en die in een lijst worden opgenomen na advies van de beoordelingscommissie equivalente maatregelen, kunnen hier volgens mij een belangrijke rol spelen.

Tot hier mijn voorlopige conclusies. Collega Vandenhove, zoals ik al zei, is het een beetje vroeg om nu al grote conclusies te trekken omdat de effecten op een aantal vlakken nog tot volle wasdom moeten komen.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Het is inderdaad zo; we kunnen niet om de cijfers heen. Het is correct dat sommige maatregelen pas zullen ingaan over twee weken. Het is alleszins iets dat strikt moet worden opgevolgd, uiteraard samen met collega Demir.

Ik heb nog een bijkomende vraag. Wat denkt u ervan om eventueel vroeger een digitale debietmeter te verplichten? Nu zou die pas verplicht worden vanaf begin 2022.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

U erkent met mij dat het debat nog volop moet worden gevoerd. Ik heb ook gezegd dat ik bereid ben om goed voor die afstemming te zorgen, maar dat we ook wat tijd moeten nemen om de effecten daadwerkelijk te zien. Wordt vervolgd.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ik ben het eens met de minister om te evalueren. Minister, wat denkt u over het vroeger invoeren van de digitale meter? Of zegt u: eerst evalueren? Maar de cijfers zijn niet goed.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

De digitale debietmeters zitten op dit moment bij de Raad van State. Het komt dus nog terug.

Wordt vervolgd zoals vele andere thema's die vandaag aan bod zijn gekomen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.