U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Mijn vraag over de hulplijn 1712 komt er naar aanleiding van de berichten die wij vorige week onder meer op Twitter lazen. De hulplijn 1712 heeft al geruime tijd een vaste plek verworven in het hulpaanbod en dat is absoluut een goede zaak. Grensoverschrijdend gedrag, geweld en misbruik zijn immers geen marginaal probleem en er melding van doen is zeker nog niet voor iedereen even vanzelfsprekend.

Sinds 25 november, de Internationale Dag tegen Geweld op Vrouwen, laat Twitter het aanbod van 1712 verschijnen bij tweets waarin woorden worden gedetecteerd die te maken hebben met geweld of tweets die wijzen op een hulpvraag. Als een gebruiker bijvoorbeeld "stalking" en "ex" of "kindermishandeling" tweet, krijgt hij een uitnodiging om met hulplijn 1712 contact op te nemen. Zo is Twitter het eerste socialemediaplatform dat een meer actieve rol op zich neemt bij de aanpak van geweld.

Deze nieuwigheid leunt aan bij een oproep die ik al meermaals deed, namelijk om de hulplijn 1712 door alle media te laten vermelden bij berichtgeving over geweld of ander grensoverschrijdend gedrag, analoog aan de systematische vermelding van de Zelfmoordlijn 1813 bij berichten over suïcide. Deze vraag werd vorige legislatuur opgenomen in een voorstel van resolutie en deze legislatuur ook in het Vlaams regeerakkoord. In antwoord op mijn vraag om uitleg van 20 oktober 2020 zei de minister dat het uitwerken van afspraken daarover met de media worden onderzocht en dat hij daarvoor volgend jaar samen met zijn collega bevoegd voor media actie zal ondernemen.

De hulplijn 1712 is daartoe ook vragende partij, want het is al meermaals gebleken dat het aantal oproepen piekt na vermelding van de hulplijn in de media. Mensen die zich zo op een of andere manier herkennen in een verhaal, worden er zo op gewezen dat er professionele, anonieme en gratis hulpverlening bestaat. Daarnaast, en dat is toch ook belangrijk om te blijven vermelden, is het belangrijk dat slachtoffers weten dat wanneer er zich een acuut gevaar voordoet, men de politie moet bellen voor een snelle interventie en niet naar 1712.

De blijvende bekendmaking van de hulplijn moet vanzelfsprekend gepaard gaan met een inzet op bereikbaarheid. Dat er nood is aan de hulplijn blijkt immers ook heel duidelijk uit de cijfers met betrekking tot het aantal oproepen tijdens de coronacrisis. Zo was er in april van dit jaar een eerste ongeziene piek in het aantal oproepen en ook in de maanden daarna bleef de hulplijn meer dan gewoonlijk gecontacteerd, zo leerde ik uit schriftelijke vragen.

Sinds 8 april werden de openingsuren van zowel de telefoonlijn als de chatbox van 1712 aanzienlijk uitgebreid. Er werd ook ingezet op extra capaciteit voor het opvangen van piekmomenten, aldus de minister tijdens de commissie van 20 oktober. Deze ruimere telefonische bereikbaarheid en de extra capaciteit zijn evenwel tijdelijk en kaderen in de subsidie aan 1712 naar aanleiding van de coronacrisis. Er werden ook campagnes gevoerd om de hulplijn onder de aandacht te brengen.

In antwoord op mijn schriftelijke vraag van 6 mei 2020 zei u, minister, dat 1712 ook een monitoring doet van het aantal oproepen en ook van het aantal gemiste oproepen tijdens de looptijd van het project waarvoor extra projectmiddelen werden toegekend, namelijk van april van dit jaar tot en met maart volgend jaar.

Minister, hoe kwam de samenwerking tussen 1712 en Twitter tot stand? Welke afspraken werden er concreet gemaakt? Lopen er momenteel gesprekken met andere socialemediaplatformen om te komen tot een gelijkaardige samenwerking?

Is er nog altijd sprake van meer oproepen dan gewoonlijk tijdens deze coronacrisis en tijdens deze tweede piek? Wat zijn de meest gemelde problematieken?

Wat zijn de tussentijdse resultaten met betrekking tot de monitoring van het aantal oproepen en het aantal gemiste oproepen? Welke conclusies kunnen daaruit worden getrokken met betrekking tot de bereikbaarheid van 1712? Welke maatregelen koppelt u daaraan?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Het sociaalnetwerkplatform Twitter heeft zelf contact opgenomen met hulplijn 1712. Daarnaast nam Twitter ook contact op met de Franstalige hulplijn Ecoute Violences Conjugales. Dit initiatief beperkt zich niet tot België: ook in het buitenland maakte Twitter afspraken met hulplijnen voor geweld. Twitter bepaalt dat je het platform niet mag gebruiken om te dreigen met geweld tegen een persoon of een groep mensen. Ook de verheerlijking van geweld wordt op het platform verboden. Met dit initiatief wil het platform nog een stap verder gaan bij de aanpak van geweld, misbruik en kindermishandeling. Als gebruikers trefwoorden zoeken die te maken hebben met geweld, misbruik of kindermishandeling, krijgen ze de uitnodiging om met hulplijn 1712 contact op te nemen.

De hulplijn 1712 bekijkt of het met andere socialemediaplatformen afspraken kan maken om te komen tot een gelijkaardige samenwerking. Indien nodig zal ik dit overleg faciliteren of ondersteunen. Ik zal hieromtrent ook afstemmen met mijn collega bevoegd voor Media.

Dergelijke vormen van samenwerking zijn belangrijk om slachtoffers en betrokkenen bij geweld, misbruik en kindermishandeling de weg te wijzen naar gratis, laagdrempelige en professionele hulpverlening. Uit een interne analyse van 1712 blijkt immers dat het aantal oproepen naar 1712 piekt als de media de hulplijn vermelden. De vermelding van 1712 naar aanleiding van de docureeks ‘Als je eens wist’ over kindermishandeling, leidde in februari 2020 tot 76 procent meer oproepen over dit thema in vergelijking met het jaar voordien. Verschillende vermeldingen van 1712 in april 2020, naar aanleiding van de berichtgeving over huiselijk geweld tijdens de eerste lockdown, leidden tot een verdubbeling van het aantal oproepen in vergelijking met het jaar voorheen. Naar aanleiding van de berichtgeving over de moord op collega en politica Ilse Uyttersprot en, in navolging hiervan, de mediaverwijzingen naar 1712, kreeg de hulplijn in augustus 2020 over 160 slachtoffers van partnergeweld een oproep. Dit is een stijging van 82 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Zelfs de tijdelijke vermelding door één programma maakt het verschil voor slachtoffers. Zo vermeldde de televisiesoap Familie gedurende enkele weken 1712 naar aanleiding van een verhaallijn over partnergeweld. Hierdoor werd 1712 in december 2019 over 78 procent meer slachtoffers van partnergeweld gecontacteerd in vergelijking met het jaar voordien. Die cijfers tonen aan dat de vermelding van 1712 door de media mensen effectief aanspoort om hulp te zoeken. Dit is een belangrijk gegeven, want de meeste slachtoffers en betrokkenen bij geweld, misbruik en kindermishandeling zetten nooit de stap naar de hulpverlening.

Het aantal contacten met 1712 ligt ook de voorbije maanden nog altijd hoog. Net zoals bij de start van de coronacrisis ligt het aantal contacten met 1712 hoger dan het aantal contacten in 2019. Zo werden in oktober 2020 668 contacten geregistreerd, in september 2020 569 contacten en in augustus 2020 685 contacten. De echte pieken in de afgelopen maanden zijn terug te vinden in april en mei 2020, waar de cijfers respectievelijk 966 en 742 bedragen. Ter vergelijking: in 2019 was dat in april 428 en in mei 479.

De belangrijkste problematiek die in deze contacten naar voren komt, is kindermishandeling. Ook partnergeweld scoort hoog, gevolgd door geweld tegen volwassenen en scheidingsproblematiek.

1712 zou in het kader van de eerdere versterking in het plan Zorgen voor Morgen inderdaad niet enkel de beantwoorde, maar ook de gemiste oproepen monitoren. Dat diende te worden aangekaart bij Proximus, om aan die gegevens te komen. 1712 analyseerde dit najaar het aantal beantwoorde en niet-beantwoorde oproepen in de periode april-augustus 2020. Uit die analyse blijkt dat 1712 onvoldoende capaciteit heeft om een deel van de binnenkomende oproepen te beantwoorden, ondanks de versterking die ik bij het begin van de crisis al deed. Voor de vermelde periode zou het gaan om ongeveer de helft van de binnenkomende telefonische oproepen die niet konden worden beantwoord omdat de lijn bezet was. Het is ook in die periode dat het aantal oproepen naar 1712 sterk toenam. Dat zijn frappante cijfers, die om een reactie vroegen. Daarom werden we begin november door 1712 op de hoogte gebracht van deze eerste resultaten.

Daarop hebben we aan 1712 gevraagd welke acties op korte termijn moesten gebeuren om dit te verhelpen. Op 12 november bezorgde 1712 ons een voorstel. Ik gaf de administratie onmiddellijk de opdracht om de nodige stappen te ondernemen om een bijkomende subsidie aan 1712 toe te kennen, waarmee de capaciteit bij 1712 gedurende een jaar zou kunnen worden versterkt. Dat gaat om 177.851 euro extra, goed voor 2,5 bijkomende voltijdsequivalenten (vte’s). Ondertussen is dat ministerieel besluit opgemaakt en door mij ondertekend. Daarnaast zal 1712 via het huidige keuzemenu om de regio van de beller te bepalen ervoor zorgen dat als bijkomende optie wordt ingevoerd dat op piekmomenten wordt doorgeschakeld naar andere regio’s waar er op dat ogenblik capaciteit is. We zullen de verhouding tussen het aantal beantwoorde en gemiste oproepen uiteraard blijven monitoren, zodat we ook op het einde van deze subsidieperiode kunnen nagaan of er bijkomende initiatieven moeten worden genomen.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik moet zeggen dat ik er toch wel eventjes van schrik dat er nog zo’n groot aantal oproepen worden gemist door 1712 wegens een tekort aan capaciteit, ondanks de grote versterking die er de voorbije maanden is geweest en die nog loopt tot in het voorjaar. U zei dat soms 50 procent van de oproepen niet dadelijk kan worden beantwoord omdat de lijnen bezet zijn. Het is heel goed dat die monitoring is gebeurd. Daaruit kan men natuurlijk heel veel leren. De vraag is ook op welke momenten er voornamelijk gemiste oproepen waren, en of er met de bijkomende middelen dan ook specifiek daarop wordt ingezet.

Minister, de aanleiding voor mijn vraag was een bericht op Twitter. Ik begrijp dat u die cijfers eigenlijk maar sinds twee weken in uw bezit hebt, dat er wel dadelijk bijkomende actie is gekomen voor nog een bijkomende versterking, wat absoluut heel nodig is. Immers, als we 1712 nog meer vermelden, dan zal het aantal oproepen nog verder toenemen. Die vermelding is absoluut nodig om slachtoffers of mensen die weet hebben van mishandeling, van misbruik, van geweld over de drempel te helpen. 

Ik ben heel tevreden dat die vermelding op Twitter er sedert vorige week is. Ik vind dat echt een heel goede evolutie. Hopelijk volgen er nog andere socialemediaplatformen. We hebben al twee legislaturen geleden in de resolutie ter afsluiting van de hoorzittingen omtrent historisch misbruik die vermelding van 1712 gevraagd. Vorige legislatuur hebben we dat gedaan in de resolutie ter afsluiting van de Commissie Grensoverschrijdend Gedrag. Dat is nooit eenvoudig gebleken. Ik ben blij dat die stappen er nu zeker zijn, want het resultaat blijkt toch wel duidelijk uit de cijfers die u vermeldde. Het is duidelijk welke toename er is van oproepen als 1712 mee wordt vermeld in de media. Dat kan in allerlei programma’s zijn, in kranten. U hebt ook verwezen naar mediaberichten naar aanleiding van de moord op onze voormalige collega Ilse Uyttersprot, bijvoorbeeld. Dat zijn toch wel echt hallucinante cijfers. We moeten absoluut vermijden, als ergens misbruik gebeurt, dat mensen daarmee blijven rondlopen en het niet durven te vermelden. Het is dus goed dat hier bijkomend op wordt ingezet.

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Afgelopen vrijdag konden we een uitgebreid artikel lezen over spoedarts Ignace Demeyer van een ziekenhuis in Aalst, met als titel ‘Corona maakt veel onzichtbare slachtoffers. Meer partnergeweld, meer wanhoopsdaden en meer labiele ouderen’. Er is meer dan ooit nood aan hulplijnen waar slachtoffers terechtkunnen.

Seksueel geweld is een belangrijk thema dat al meermaals in deze commissie aan bod is gekomen. Seksueel geweld blijft een probleem in onze samenleving en moet dan ook aangepakt worden. Slachtoffers van seksueel geweld kunnen bij verschillende hulplijnen terecht. Naast 1712 is er ook de hulplijn ‘Nu praat ik erover’, waarover ik reeds in het verleden vragen heb gesteld. Bij deze hulplijnen kunnen slachtoffers ook anoniem chatten. Voor sommige slachtoffers is de drempel te hoog om meteen te bellen. Daarbij biedt deze hulplijn een enorme meerwaarde. We zijn dan ook van mening dat deze hulplijn verder gepromoot dient te worden.

Minister, gaat u extra initiatieven nemen om de bekendheid van de hulplijn ‘Nu praat ik erover’ te promoten en zijn werking te optimaliseren?

Hoe kan de samenwerking tussen de verschillende hulplijnen nog worden verbeterd?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, ik begin met de laatste vraag: ja. Ik heb dat al een paar keer geantwoord op vragen die daarover werden gesteld, in de commissie, maar ook in de plenaire vergadering. Wij hebben middelen uitgetrokken om de informatie en de hulplijnen bij de publieke opinie bekender te maken.

Vanaf het ogenblik dat wij geappelleerd werden door 1712 hebben wij onmiddellijk gereageerd en hebben wij dat versterkt, zoals ik heb gezegd.

Misschien nog een 'bémol': het is niet omdat mensen die bij een eerste telefoon een bezettoon krijgen en niet binnen geraken dat daarvan de meesten niet terugbellen. Dat toch even ter verduidelijking. Het is wel zo dat er capaciteitsnoden waren en die hebben we onmiddellijk versterkt. 

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, goed dat u onmiddellijk conclusies hebt getrokken uit die cijfers, zodat iedereen die belt en de bezettoon krijgt, nadien wordt verder geholpen of naar een andere organisatie belt. We weten dat de drempel hoog is, het is dus belangrijk om zo snel mogelijk contact te kunnen maken. Het zou goed zijn als we dit in de toekomst verder kunnen blijven monitoren.

Minister, ik hoop dat er afspraken kunnen worden gemaakt met andere socialemediaplatforms en dat u daar eventueel samen met de minister bevoegd voor Media initiatieven voor kunt nemen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.