U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Sorry, collega’s, voor mijn vele vragen, maar de vakantie duurde me iets te lang.

Ik had graag geïnformeerd naar de stand van zaken van het Actieplan Grensoverschrijdend gedrag omdat het opnieuw wat actueel is met het proces-De Pauw.

Sinds 2017 is een heel vuile bubbel gebarsten, om in de bubbelfilosofie te blijven. Er zijn een aantal onverkwikkelijke zaken naar boven gekomen. Uiteindelijk zijn een aantal sectororganisaties rond de problematiek van grensoverschrijdend gedrag aan de slag gegaan. Er is een bevraging geweest door de Universiteit Gent en een rondetafelgesprek met de sector. Dat heeft uiteindelijk midden 2018 geresulteerd in het Actieplan Grensoverschrijdend gedrag.

Ik heb al een paar keer via een schriftelijke vraag geïnformeerd naar de stand van zaken. Daar hebt u toch wel wat interessante zaken gezegd, waarbij de rol van 1712 als bruggenbouwer tussen de sector en het meldpunt ...

Daarnaast heeft de Genderkamer vanaf 2019 de opdracht gekregen om een ombudsfunctie voor de cultuur- en de mediasector op te zetten. Die maakt dan samen met 1712 afspraken over die verdere doorverwijzing.

Ik vond dat het antwoord op de schriftelijke vraag toch wel wat debat vroeg. Daarom had ik een aantal vragen.

U gaf aan dat 1712 in 2019 gecontacteerd werd door 129 personen die een vorm van geweld in de vrijetijdscontext wilden melden. Dit op een totaal van 7400 meldingen. Is er wat meer informatie beschikbaar over deze cijfers voor wat betreft cultuur? Zijn er trends vast te stellen?

Kunt u mij meer toelichting geven bij de werking van de Genderkamer? Voor hoelang loopt haar opdracht en welke afspraken werden precies gemaakt? Hoe verloopt die werking?

Weet u ook hoeveel dossiers van 1712 worden doorverwezen naar de Genderkamer? Welke lessen kunnen worden getrokken uit de bij de Genderkamer binnengekomen dossiers?

In uw schriftelijke antwoord gaf u aan dat verder onderzocht zou worden welke regeling er kan worden getroffen voor de specifieke situatie van flexwerkers. We weten allemaal dat dit een uiterst kwetsbare groep is in de sector. Waar staat u precies met het uitwerken van een regeling? Wat is hier de stand van zaken?

Ten slotte moet ik wat vloeken in de kerk. Het is een gevaarlijke en gevoelige kwestie. Aangezien we toch bezig zijn met het herschrijven van het Kunstendecreet, vroeg ik mij af hoe u staat tegenover de optie om grensoverschrijdend gedrag als subsidievoorwaarde op te nemen in de cultuurdecreten. Welke voor- of nadelen zou dit kunnen opleveren?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

1712 splitst de cijfers van meldingen over een vorm van geweld in de vrijetijdscontext niet op per sector. Er is dus geen specifieke informatie beschikbaar over de cijfers uit de culturele sector, noch werden er analyses gemaakt van de 129 gemelde personen die in 2019 een vorm van geweld in de vrijetijdscontext wilden melden. Er kunnen bijgevolg geen trends gedetecteerd worden. Ik kan wel meegeven dat er voor 2020 – voor de periode januari tot en met juni – 80 personen gemeld hebben dat het geweld zich afspeelde in de vrije tijd, op een totaal van 5602 gemelde personen.

In het najaar van 2020 zal de jaarlijkse campagne van 1712 zich specifiek richten op de cultuur- en sportsector. Onder de slogan #kijknietweg zullen omstaanders aangespoord worden om niet onverschillig te blijven wanneer zij geconfronteerd worden met grensoverschrijdend gedrag. De Genderkamer, Overleg Kunstenorganisaties (oKo), het Sociaal Fonds Podiumkunsten en Engagement Arts geven de campagne mee vorm.

De Genderkamer fungeert sinds 2015 als Vlaams gelijkekansenorgaan voor gender en geslacht. In 2019 kreeg de Vlaamse Ombudsdienst een zeer specifieke opdracht voor de cultuur- en mediasector voor drie jaar, die werd aangeknoopt bij de Genderkamer. Sinds 4 april 2019 zijn twee psychologen halftijds aangesteld bij de Genderkamer om naar concrete ervaringen of meldingen vanuit de cultuur- en mediasector te luisteren en hierin te adviseren of te bemiddelen. De Genderkamer behandelde sinds de opstart van de specifieke ombudsopdracht 36 dossiers van grensoverschrijdend gedrag. Ze voerde om en bij de 100 gesprekken en hoorde in sommige dossiers tot 12 getuigen en betrokkenen. De meldingen kwamen hoofdzakelijk uit de podiumkunstensector.

De Genderkamer ging in het eerste jaar breed te werk en bevroeg zich bij tal van organisaties en instellingen over preventief en reactief beleid. Dit gebeurde via een-op-eencontacten en op de dialoogdag in november 2019, waar de Genderkamer in gesprek ging met de cultuur- en mediasector. Het gros van de tot nu toe gecontacteerde instellingen ziet de nood en het nut om mee na te denken over een beleid waarbij psychologische veiligheid en integriteit een plaats krijgen naast andere performantie-indicatoren op de culturele werkvloer. Een volledig verslag van het werkjaar 2019 van de Genderkamer zal worden toegevoegd aan het verslag.

De Genderkamer heeft daarnaast good practices verzameld en verspreid. Er is advies gegeven aan organisaties zonder het eigenaarschap van het proces over te nemen en er zijn bruggen gebouwd tussen alle stakeholders, ook uit de verschillende subsectoren. De Genderkamer stelt zich op als neutrale actor en betrouwbare partner. Vooral voor flexwerkers die moeilijk toegang vinden tot vertrouwenspersonen binnen organisaties, is de Genderkamer een belangrijke actor gebleken om grensoverschrijdend gedrag te melden. De Genderkamer vertrouwt erop dat in de komende jaren nog meer mensen een beroep zullen doen op haar dienstverlening. Voor 2020 zal de Genderkamer ook extra inspanningen doen om meer zichtbaarheid in de mediasector te verwerven. Vooralsnog blijven de meldingen uit deze sector beperkt.

De Genderkamer behandelde sinds de opstart van de specifieke ombudsopdracht 36 dossiers van grensoverschrijdend gedrag: 20 in 2019 en al 16 in 2020. Tot nu toe kwam slechts 1 zaak binnen via 1712. De campagne van 1712 die in het najaar van 2020 van start gaat en specifiek gericht is op de cultuur- en sportsector, zal de doorverwijzing ongetwijfeld stimuleren.

De meldingen kwamen hoofdzakelijk uit de podiumkunstensector en gaan momenteel vooral via Engagement Arts, het Kunstenpunt of via een rechtstreekse contactname via de vermelding op call sheets, de gedragscode of het stappenplan van het gezelschap of de organisatie. De meldingen uit de mediasector blijven voorlopig heel beperkt. Zoals gezegd zal de Genderkamer in 2020 extra inspanningen doen met een campagne om haar zichtbaarheid te vergroten bij media-actoren.

Het jaarverslag van de Genderkamer geeft een uitgebreide analyse weer van de binnengekomen dossiers. Zo zijn de vormen die het grensoverschrijdend gedrag aanneemt erg divers: soms is het seksueel van aard, maar het kan ook gaan over verbaal geweld, pesterijen, intimidatie enzovoort. Een constante in de getuigenissen is de angst die mensen voelen om te melden of te getuigen. Ze vrezen represailles of ernstige gevolgen voor hun carrière als ze hun verhaal naar buiten zouden brengen.

Een ander belangrijk gegeven is het feit dat veel getuigen hun verhaal kwijt willen in de beslotenheid van de Genderkamer van de Vlaamse Ombudsdienst als onafhankelijke instelling, aangesloten bij het Vlaams Parlement, terwijl zij de interne en externe vertrouwenspersonen en preventiediensten niet vinden, vanwege hun statuut niet kunnen gebruiken, of soms niet vertrouwen.

De Genderkamer is niet bedoeld als een vervanging van het strafrecht, dat uiteraard zeer nuttig is in veel gevallen en dossiers. Maar zelfs waar een strafrechtelijk traject gelopen wordt, is er ruimte voor het ombudswerk van de Genderkamer. We kijken dan bijvoorbeeld op organisatieniveau hoe organisaties hun systemen kunnen verbeteren en waar blinde vlekken zitten, bijvoorbeeld bij tijdelijke werkkrachten, vrijwilligers enzovoort.

Dan is er de specifieke situatie van de flexwerkers. In het kader van het actieplan van de sectorale werkgroep – het Sociaal Fonds Podiumkunsten (SFP), de sociale partners, Engagement Arts – hebben het SFP en oKo verder onderzocht wat er mogelijk kan zijn voor flexwerkers, in het bijzonder nadat ze uit dienst zijn. Zolang ze in dienst zijn, kunnen ze in principe een beroep doen op de interne vertrouwenspersonen van de organisaties, indien die er zijn, waar ze tewerkgesteld zijn – met betrekking tot de informele procedure –, of op de externe preventiedienst – waar je zowel voor de informele als de formele procedure terechtkunt. Als ze uit dienst zijn echter, kunnen ze nog terecht bij de interne vertrouwenspersoon, als die er is en voor zover dit voorzien is door de werkgever. Het SFP stimuleert organisaties om interne vertrouwenspersonen aan te stellen, onder andere via het aanbieden van opleidingen van vertrouwenspersonen en supervisiemomenten binnen hun aanbod. Kleinere organisaties kunnen een beroep doen op een pool van freelance vertrouwenspersonen. OKo en het SFP, in samenwerking met Sensoa, ontwikkelen momenteel ook tools voor leidinggevenden. De situatie van de flexwerker komt hier ook aan bod.

Het SFP en oKo gingen daarnaast naar aanleiding van de Fabrecase opnieuw in overleg met de arbeidsinspectie over de mogelijkheden om de overeenkomst met de externe preventiedienst uit te breiden voor flexwerkers die niet meer in dienst zijn. Het gezelschap van Jan Fabre heeft een overeenkomst gesloten met een externe dienst waar flexwerkers, ook nadat ze uit dienst zijn, een beroep op kunnen doen. De arbeidsinspectie vindt het echter niet opportuun en te complex om dit uit te rollen naar de rest van de sector. Een dergelijke overeenkomst moet volgens haar ook beperkt worden in de tijd. Zij stelt voor om dit eerder case per case te bekijken. Hierdoor vallen flexwerkers alsnog uit de boot voor de formele procedure. Gelukkig werd recent de Genderkamer opgericht waar flexwerkers een beroep op kunnen doen, evenals de organisatie Engagement Arts. Beide organisaties stemmen op regelmatige basis af met elkaar en met het SFP.

Het is hoe dan ook een must voor elke gesubsidieerde instelling, los van elke subsector en/of het Cultuurdecreet, om een beleid te ontwikkelen met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag. Dit maakt deel uit van de good governance van organisaties waarbij elke organisatie op basis van de grootte en maturiteit op gepaste wijze zich verhoudt tot thema’s zoals grensoverschrijdend gedrag, diversiteit, inclusie en fair practice. Dat is niet voor elke organisatie identiek. Ik zal bekijken of een decretale verankering de beste oplossing is. Maar ik denk dat deze thema’s eerder processen zijn die nooit af zijn, liever dan ze te beschouwen als af te vinken subsidievoorwaarden. We zullen daar eens goed over nadenken.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Dank u wel voor uw antwoord, minister-president.

Ik vind het eigenlijk spijtig dat 1712 die opsplitsing niet maakt. Meten is weten. Misschien moeten we in de toekomst met 1712 eens bekijken of men dat kan doen, zodat we trends kunnen zien in het aantal klachten, een aantal dat hopelijk in de toekomst zal dalen.

Hoe ziet u de toekomst van de Genderkamer? Daar bent u niet echt op ingegaan. Ik vind dat zij zeer goed werk verricht. Binnen de sector hoor ik bij mensen die werden geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag en die werden geholpen door de Genderkamer dat dit zeer goed is verlopen. Wij moeten beginnen na te denken over een structurele verlenging van haar opdracht. Zij doet heel goed werk. 36 dossiers zijn 36 dossiers te veel. Laat ons hopen dat in de toekomst de Genderkamer niet meer nodig zal zijn, maar voorlopig is dat nog niet het geval.

Het is nog een nieuw gegeven, hoe we moeten omgaan met de problematiek. Iedereen is een beetje zijn kennis daarover aan het opbouwen. De verschillende ombudsfuncties doen dat ook. De Genderkamer heeft daarin al serieuze stappen gezet. Dan vind ik het altijd droevig om zaken te zien die daarnaast fietsen. Zo heeft de Gymnastiekfederatie Vlaanderen (Gymfed), zo las ik nu, een aparte ad-hoccommissie samengesteld rond grensoverschrijdend gedrag. Is het niet beter om dat gecoördineerd aan te pakken, met zowel Cultuur, Media als Sport? Ik vind het niet aangewezen om ad-hoccommissies op te richten. Minister-president, misschien kunt u daar een controlerende rol in opnemen?

Mevrouw Segers heeft het woord.

De problematiek van het grensoverschrijdend gedrag kunnen we onmogelijk onderschatten. Sinds de ad-hoccommissie ter zake in de vorige legislatuur zijn er belangrijke stappen gezet. Maar de weg is nog lang.

Op 4 april 2019 heeft minister Gatz een laatste stand van zaken gegeven. Zelf heb ik u, minister-president, op 14 november 2019 een laatste vraag daarover gesteld. Ik herinner mij die dag nog als de dag van gisteren, want buiten stonden er op dat moment honderden studenten van de kunsthogescholen veel lawaai te maken.

Ik volg de overtuiging van mevrouw D’Hose dat de Genderkamer belangrijk werk verricht heeft en een belangrijke expertise heeft opgebouwd. Ik ben het er absoluut mee eens dat we moeten bekijken hoe we die werking permanent kunnen verankeren. Toen u mij op die 14 november 2019 antwoord gaf, waren er 8 dossiers geopend door de Genderkamer. Nu zijn er 36. Zijn die 8 dossiers al afgehandeld? Zitten die bij die 36? Ik vind het toch een vrij hoog cijfer.

In juni 2019 werd een akkoord gesloten over een sociaal charter voor de media- en cultuursector. Dat overlegplatform ging vanaf dan regelmatig bijeenkomen. Is dat ook gebeurd, natuurlijk rekening houdend met de bijzonder speciale situatie van de afgelopen zes maanden?

De twee psychologen van de Genderkamer zijn van start gegaan op 4 april 2019. Zijn zij daar nog altijd permanent actief?

Ten slotte, u gaf in uw antwoord in november aan dat het meldpunt 1712 van plan was om in het voorjaar van 2020 een campagne te lanceren, specifiek gericht op cultuur en sport. Ik heb die campagne niet zien passeren, maar wellicht is ze niet doorgegaan vanwege de evidente reden. Weet u of men van plan is om die campagne opnieuw op te zetten? Zo ja, wanneer? Hoe gaat die campagne eruitzien?

Ik ben vooral blij dat we in deze commissie allemaal samen met de minister-president kunnen bekijken hoe we vooruitgang kunnen boeken in de strijd tegen grensoverschrijdend gedrag.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Ik ben in de eerste plaats al blij, minister-president, dat u aangaf dat in het najaar van 2020 de jaarlijkse campagne van 1712 zich behalve op de daders en de slachtoffers zeker ook op de omstaanders richt. ‘Kijk niet weg’: dat zegt het zelf. We zullen dit alleen kunnen verbeteren als we er met zijn allen op inzetten. Daders moeten in zo’n campagne te horen krijgen dat het niet oké is, maar zeker ook wanneer de feiten zich voordoen. Dat is de enige manier om de slachtoffers de ruggensteun te geven die ze nodig hebben om zich te kunnen uiten.

In juni 2020 stelde ik nog een schriftelijke vraag over de stand van zaken van het Actieplan Grensoverschrijdend gedrag, dat nog loopt tot 2021. U gaf aan dat het eerste jaar van de uitvoering van het actieplan in het teken staat van sensibiliseren en van het exploreren van het gedrag in de cultuur- en de audiovisuele sector. Daarbij viel op dat de kunstensector en de mediasector intensief aan de slag gingen. Door de eigenheid van die sectoren was de aanpak veeleer gefragmenteerd. De grote mediabedrijven gingen goed vooruit met een externe preventiedienst, met vertrouwenspersonen en met een aangepast beleid. Maar de kleine bedrijven en het freelancewerk blijven toch wat achterophinken. De werkgever-werknemerverhouding is er niet altijd eenduidig. Dat helpt natuurlijk niet. Dan vind ik het heel jammer om te horen dat de arbeidsinspectie het niet opportuun acht om de externe preventiedienst uit te breiden voor flexwerkers die niet meer in dienst zijn. Ze kunnen natuurlijk een beroep doen op de Genderkamer en op Engagement Arts. Worden, zeker voor die kleine bedrijven en de freelancers in de mediasector, nog extra acties gepland dit of volgend jaar om hen toe te leiden naar de Genderkamer of om deze situaties nog op andere manieren aan te kaarten?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw D’Hose, ik ben het met u eens dat 1712 beter een aantal opsplitsingen zou maken. Ik zal dat zeker doorgeven, opdat kan worden bekeken hoe men dat kan doen.

Ik ben het met iedereen die is tussengekomen eens dat de Genderkamer goed werk verricht. Mevrouw Segers, die twee psychologen zijn daar inderdaad nog altijd actief. Zolang de problematiek significant blijft – er zal altijd wel iets zijn – moeten we de werking van de Genderkamer voortzetten.

Ik wil het ook ter harte nemen dat er over de sectoren heen meer coördinerend moet worden opgetreden.

Mevrouw Segers, in mijn antwoord heb ik al gezegd dat 1712 in het najaar van 2020 de campagne #kijknietweg zal starten. Andere acties zijn op dit moment niet gepland. Naar mijn oordeel werkt de interactie tussen 1712 en de Genderkamer goed. Wat er uit die actie zal voortkomen, zal worden doorgespeeld naar de Genderkamer.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Minister-president, dank u dat u rekening wilt houden met mijn suggesties.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.