U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Ik heb een vraag over het project Digitaal Podium van Cultuurconnect. In de lopende beheersovereenkomst van Cultuurconnect is deze doelstelling opgenomen: “Cultuurconnect onderzoekt de wenselijkheid en de haalbaarheid van een gedeelde digitale basisinfrastructuur voor de sector van de gesubsidieerde podiuminstellingen. (...) Cultuurconnect betrekt de kunst- en cultuurhuizen via een kwaliteitsvol participatietraject bij de opmaak van deze conceptnota.” Aanleiding voor dit project waren volgens de directeur, die dat vorige legislatuur tijdens de hoorzitting in deze commissie in juni 2018 zei, de grote problemen omtrent ticketing in de culturele sector en het feit dat de sector vragende partij is voor een oplossing vanwege Cultuurconnect.

Cultuurconnect onderzoekt daarom sinds enige tijd hoe kunst- en cultuurhuizen meer kunnen samenwerken op digitaal vlak: website, planning, CRM, ticketing. Samen met een projectteam brengt men de huidige situatie van digitale systemen in kaart door werkbezoeken bij de kunst- en cultuurhuizen en interviews met eindgebruikers, stakeholders en leveranciers. Om een zo breed mogelijke kijk te krijgen op het geheel, worden de huizen nauwkeurig uitgekozen op basis van grootte, werking en de systemen waarmee ze werken. Via een bevraging brengt men de systemen waarmee kunst- en cultuurhuizen werken en de wensen en noden bij de uitbouw van een digitale basisinfrastructuur in kaart. Cultuurconnect bepaalt de doelstellingen van het nieuwe systeem en tekent toekomstscenario’s uit. Kunst- en cultuurprofessionals kiezen dan welk scenario hun voorkeur wegdraagt. Een adviesgroep met experten uit de sector ondersteunt, stuurt en geeft advies, en ook van de kunst- en cultuurhuizen wordt input gevraagd. Dit hele traject moet tegen deze maand, juli 2020, resulteren in een conceptnota met concrete voorstellen aan de Vlaamse overheid met de prioritaire doelstellingen en een mogelijke architectuur. 

We hebben vorige week een open brief ontvangen die werd ondertekend door vrijwel alle private aanbieders van digitale tools inzake ticketing, planning, CRM, enzovoort. Hun fundamentele kritiek op dit project is niet mals. Ze waarschuwen voor de negatieve gevolgen van het wegvallen van de gezonde marktdynamiek in deze sector door de aanduiding van een monopolist, met een centrale controlerende rol voor Cultuurconnect. Dit zal volgens hen vooral nadelig zijn voor de kunst- en cultuurhuizen omdat zij niet langer de mogelijkheid hebben om andere leveranciers te zoeken als een leverancier tekortschiet. Bovendien toont het eigen onderzoek van Cultuurconnect aan dat de sector vandaag goed geholpen wordt en bijzonder tevreden is over de bedrijven waar ze nu mee werken.

Maar nog belangrijker is hun kritiek op het onrealistische karakter van de plannen van Cultuurconnect. Een van de redenen waarom er nu meerdere gespecialiseerde leveranciers zijn, is net omdat een goede aanpak van de complexe problematieken van ticketing, planning of website een aparte, specifieke en gefocuste aanpak vereist op maat van de werking en de eisen van de cultuurhuizen. Eén overkoepelend systeem dat voor alle partijen zou kunnen werken, is daardoor een onrealistische wensdroom. Mocht dit toch haalbaar zijn, dan hadden de dynamische en innovatieve bedrijven die de sector rijk is, dit al lang gerealiseerd. Vooropstellen dat dit nu toch mogelijk gaat gebeuren, zal er bovendien voor zorgen dat lokale organisaties hun digitale plannen ondertussen uitstellen in plaats van te investeren in noodzakelijke verdere digitalisering. Dat die digitalisering belangrijk is, heeft corona jammer genoeg heel duidelijk gemaakt. De harde conclusie van de briefschrijvers is dan ook: “Bijgevolg zal geen van onze bedrijven zich inschrijven in de plannen van Cultuurconnect en zullen we dus niet deelnemen aan openbare aanbestedingen vanuit Cultuurconnect. We zoeken wel graag mee naar alternatieve manieren om de sector te helpen vanuit een centraal orgaan als Cultuurconnect.” Ze steken dus wel hun hand uit.

Minister, hebt u kennisgenomen van de conceptnota van Cultuurconnect over Digitaal Podium en wat zijn de bevindingen en aanbevelingen van Cultuurconnect? Hoe onderbouwen zij het uitgangspunt en draagvlak voor dit project. Met andere woorden, op basis van welke concrete vragen uit de cultuursector werd dit langdurige en allicht ook dure project opgezet?

Immers, uit de enquête van Cultuurconnect blijkt de grote tevredenheid van de sector over de huidige samenwerking met de commerciële partners van digitale tools voor ticketing, CRM-planning, enzovoort. Dat wil niet zeggen dat er enkele jaren geleden niet een aantal problemen zijn geweest.

Werden deze private aanbieders betrokken in het project? Dat is de belangrijkste vraag. Zo ja, op welke manier? Zo neen, waarom niet?

Welke interne expertise heeft Cultuurconnect om een bijzonder complex lastenboek voor een dergelijk digitaal platform op te stellen en de offertes te beoordelen? Wat als later blijkt dat de door Cultuurconnect gekozen kandidaat onvoldoende presteert? ‘Veel beloven en weinig geven doet de zotten in vreugde leven’, zeggen wij, maar hier zou je kunnen zeggen ‘veel beloven en weinig leveren is jammer genoeg een gekende methodiek om dergelijke offertes binnen te halen’.

Zal Cultuurconnect de geleden schade voor de cultuurorganisaties compenseren? Zullen er dan nog voldoende alternatieve bedrijven op de markt overblijven nadat een monopolist van Cultuurconnect de concurrentie heeft belemmerd?

Minister, hoe reageert u op de unanieme oproep van de private bedrijven om geen digitaal platform te bouwen en andere, zinvollere manieren te zoeken om de sector te ondersteunen, bijvoorbeeld via een overkoepelende partner die hen ondersteunt in hun digitale uitdagingen door kennisdeling te bevorderen en expertise binnen de sector op te bouwen? Welke rol kan Cultuurconnect daarin spelen?

De heer Pelckmans heeft het woord.

Voorzitter, ik voel me een beetje zoals een boer die in de hooimaand naar de wei gaat en daar ziet dat al het gras al voor zijn voeten is afgereden. Daarom laat ik mijn inleiding vallen. Ik heb enkele specifieke vragen.

Wanneer zal de conceptnota klaar zijn? Waarom liep het opstellen ervan zoveel vertraging op?

Er werd door Cultuurconnect een participatietraject met de sector opgezet. Werden daar van bij het begin een aantal bedrijven bij betrokken die actief waren in de context van die digitale platformen? Zo ja, welke bedrijven waren dat? Zo neen, waarom werden die bedrijven daar niet bij betrokken?

De volgende vraag is ongeveer dezelfde als die van mevrouw Brouwers. We hebben die brief gelezen. Minister, hoe evalueert u de bezwaren die de elf bedrijven opperen met betrekking tot monopolievorming en het onrealistische aan de plannen om met één digitaal platform de grote verscheidenheid aan organisaties te kunnen bedienen?

Ik vind het ook belangrijk te weten hoe de verschillende belangenorganisaties hierover denken, organisaties die daarover rechtstreeks contact hebben met hun leden. Ik noem er maar een: de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG), die als gemeentelijke organisatie heel wat kleine cultuurspelers vertegenwoordigt. Heel wat van die huizen moeten werken met de ICT-mogelijkheden … (onverstaanbaar) … De ervaring leert dat die mogelijkheden niet zo flexibel zijn om allerlei systemen aan vast te koppelen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Pelckmans, het geluid via uw verbinding is vaak gehakkeld. Ik heb niet alles heel goed begrepen. Maar ik neem aan dat uw vragen dezelfde waren als deze die u hebt ingediend.

Mevrouw Brouwers, Cultuurconnect heeft de conceptnota over de wenselijkheid en de haalbaarheid van een gedeelde digitale basisinfrastructuur voor de podiuminstellingen op vrijdag 26 juni 2020 bij mijn administratie ingediend.

Mijn administratie heeft vandaag, om 15 uur, een eerste gesprek hierover met Cultuurconnect. De vraag komt net iets te vroeg.

Mijnheer Pelckmans, u hebt een vraag gesteld over het opstellen van de conceptnota. Volgens de beheersovereenkomst met Cultuurconnect moest de conceptnota over de wenselijkheid en de haalbaarheid van een gedeelde digitale basisinfrastructuur voor de podiuminstellingen op uiterlijk 1 juli 2020 worden ingediend. Cultuurconnect heeft de conceptnota op 26 juni 2020 bij mijn administratie ingediend. Cultuurconnect had gehoopt om die conceptnota reeds in april 2020 te kunnen voorleggen, maar het is altijd hetzelfde: de coronacrisis heeft Cultuurconnect parten gespeeld, wat enige vertraging heeft opgeleverd. Het document is nog niet gepubliceerd of verspreid.

Mevrouw Brouwers, u hebt gevraagd hoe Cultuurconnect het uitgangspunt en het draagvlak van dit project onderbouwt. De studie naar de wenselijkheid en de haalbaarheid van een gedeelde digitale basisinfrastructuur voor de podiuminstellingen vloeit oorspronkelijk voort uit een projectvoorstel van de cultuurcentra in de samenwerkingsverband Zone C, de regio rond Dendermonde. Zij hebben in 2017 een projectvoorstel ingediend voor een gedeelde communicatie- en aanbodstrategie of een regionaal abonnement. Alle denksporen in verband met dit experiment zijn vastgelopen op hetzelfde punt, namelijk dat samenwerking zonder een gedeelde digitale infrastructuur moeilijk te realiseren valt.

In 2018 heeft Cultuurconnect, samen met de toenmalige Vereniging Vlaamse Cultuur- en gemeenschapscentra (VVC), een groep cultuur- en gemeenschapscentra ondersteund in hun juridisch dispuut met hun ticketingleverancier. De start van de ticketverkoop moest in verschillende huizen worden uitgesteld. Verschillende andere cultuurhuizen hebben dit ten gevolge van technische problemen met de softwareoplossingen in het verleden ook al moeten doen. Bij gebrek aan gespecialiseerde kennis in de eigen organisatie konden ze de leverancier onvoldoende krachtig aansturen.

Cultuurconnect kreeg in die periode dan ook geregeld de vraag om als neutrale instantie een sectoraal initiatief vorm te geven dat de geïnteresseerde kunst- en cultuurhuizen in staat zou stellen digitale oplossingen gezamenlijk te kopen en te beheren. Er zou dan volop worden ingezet op de realisatie van schaalvoordelen.

Uit deze twee cases is in 2018 een eerste studie naar een gedeeld ticketingsysteem voor de cultuur- en gemeenschapscentra ontstaan. Deze studie, die Cultuurconnect in 2018 door het studiebureau Dialogic heeft laten uitvoeren, heeft bevestigd dat de vraag breed aanwezig is. Mijn voorganger, voormalig minister Gatz, heeft toen geoordeeld dat Cultuurconnect de scope van het onderzoek moest verbreden tot een studie over de wenselijkheid en de haalbaarheid van een gedeelde digitale basisinfrastructuur voor de podiuminstellingen, met bijzondere aandacht voor ontzorging en een datagebaseerd beleid. De conceptnota moest voor 1 juli 2020 worden ingediend.

Pas na een eventuele goedkeuring van de conceptnota zal Cultuurconnect een concreet modulair plan van aanpak uitwerken voor de ontwikkeling en de uitbouw van een of meer onderdelen van de gedeelde digitale basisinfrastructuur. Dat plan van aanpak moet eerst mijn fiat krijgen voor het kan worden uitgevoerd. Indien nodig, is er dus zeker nog ruimte voor input en bijsturing.

Tussen 7 en 24 oktober 2019 heeft Cultuurconnect, samen met iVOX, een onlinebevraging van de Vlaamse kunst- en cultuurhuizen georganiseerd. In die bevraging is, naast de prioritaire wensen en noden van de sector in verband met de uitbouw van een gedeelde digitale basisinfrastructuur, gepolst naar het gebruik van en de tevredenheid over de digitale systemen voor ticketing, planning, websites en customer relationship management. De bevraging is door 111 organisaties ingevuld. De kwantitatieve resultaten zijn door middel van interviews met de doelgroep kwalitatief aangevuld.

De tevredenheid over de verschillende digitale systemen voor websites, ticketing en planning schommelt tussen 60 en 70 procent. Het klopt dat de meerderheid van de kunst- en cultuurhuizen de functionele oplossingen in de markt een voldoende geeft.

Op andere punten wordt de bestaande marktdynamiek door de klanten echter helemaal niet gunstig beoordeeld. Zo geeft bijvoorbeeld een derde van de respondenten aan het gevoel te hebben de gebruikte systemen niet of eerder niet goed te beheersen, maximaal te kunnen benutten of aan te passen.

De tevredenheid over de integratie met andere systemen is laag: tussen de 42 en 53 procent is ‘eerder of heel ontevreden’, afhankelijk van het systeem waarnaar wordt gepolst.

Idem voor de tevredenheid over de innovaties op de systemen: tussen de 41 en 54 procent is ‘eerder of heel ontevreden’, afhankelijk van het systeem waarnaar wordt gepolst.

Ook over de prijs zijn de respondenten minder tevreden: tussen de 28 procent en 42 procent is ‘eerder of heel ontevreden’, afhankelijk van het systeem waarnaar wordt gepolst.

Er is dus nog heel wat marge voor verbetering.

In het gelopen traject had Cultuurconnect gesprekken met alle bedrijven die de brief hebben ondertekend, uitgezonderd één bedrijf dat eigenlijk buiten de scope van het project valt. Ze werden geconsulteerd over het concept in voorbereiding en er werd naar hun oplossingen gevraagd en hoe die eventueel zouden kunnen worden ingepast. Slechts drie van de elf leveranciers spraken bezorgdheden uit over het concept, in het bijzonder over de voorgestelde architectuur en de impact op de bestaande markt. De opmerking over de voorgestelde architectuur, namelijk de vraag om geen ambitieus eengemaakt  systeem voor te stellen wegens technisch niet haalbaar, werd door Cultuurconnect integraal gevolgd en maakt dus niet langer deel uit van het voorliggende concept. De bezorgdheid van de leveranciers over de impact van het project op hun commerciële positie, is legitiem. Een bundeling van klanten in functie van een gedeelde basisinfrastructuur vormt een nieuwe uitdaging voor de markt; sommige spelers zullen hier beter en sneller op kunnen inspelen dan andere. Maar het streven van de cultuursector naar een verbetering van hun digitale basisinstrumentarium door middel van een gezamenlijke aanpak, is dat eveneens. Zeker in een tijd van budgettaire krapte is het een daad van deugdelijk bestuur om de middelen te poolen en zo kostenefficiënt mogelijk in te zetten.

Cultuurconnect benadrukt trouwens dat ze zelf geen bouwer zullen zijn van de toepassing, maar dat ze zich hiervoor naar de markt zullen wenden. Ze zijn hiervoor ook gebonden aan de wet op de overheidsopdrachten, en hier zal dus een aanbesteding voor moeten gebeuren.

De soep wordt echter nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Ik hoop dat dit hier ook geldt. Een extra dialoog tussen Cultuurconnect en de betrokken bedrijven kan de gemoederen misschien wat bedaren. In het voorliggende concept zit volgens mij ook een mooie kans verscholen voor de betrokken leveranciers om de handen in elkaar te slaan en samen met Cultuurconnect een toonaangevend project voor de Vlaamse kunst- en cultuurhuizen op te zetten. Het biedt hun de kans in te zetten op hun sterktes en hun systemen op te schalen in een internationaal perspectief. Ik denk dat er in het buitenland genoeg regio’s en stedelijke samenwerkingsverbanden zijn die geïnteresseerd kunnen zijn in een gelijkaardig project. Zo kunnen de betrokken bedrijven duurzaam overleven in een nieuw toekomstgericht model, en niet langer verdwalen in een versnipperd Vlaams landschap.

Om ruimte voor die dialoog te creëren, zal ik op vraag van Cultuurconnect een drietal maanden extra tijd geven om de conceptnota met de leveranciers te bespreken en eventueel bij te sturen. De zaak wordt dus weer opengetrokken.

Het is niet ongebruikelijk dat commerciële bedrijven bezorgd zijn op het ogenblik dat een traject wordt uitgetekend dat hun klanten versterkt en groepeert. Zo’n initiatief kan de bestaande verhoudingen beïnvloeden en dwingt om strategie en activiteiten aan te passen. Deze bezorgdheden zijn uiteraard legitiem. Dit geldt uiteraard ook voor de reactie van de IT-leveranciers in de open brief waar u een kopie van hebt ontvangen. Het is wel spijtig dat ze hun bezorgdheden baseren op een gelekte kladversie van de nota en ineens overgaan tot het uitspreken van een boycot zonder Cultuurconnect de kans te geven hierover verder in dialoog te gaan. De zenuwen staan duidelijk gespannen. Ik denk enige geruststelling te kunnen bieden met de volgende elementen.

Het is geenszins de bedoeling van Cultuurconnect om zelf een nieuwe oplossing te ontwikkelen. Cultuurconnect zal een beroep doen op commerciële partijen om de door de sector gewenste oplossing te realiseren.

Het is geenszins de bedoeling van Cultuurconnect om een monolithisch systeem op te zetten, waarvan alle functionaliteit wordt geleverd door één oplossing van één leverancier. Cultuurconnect hanteert net zoals in zijn andere projecten het ‘best of breed’-principe, dat stelt dat voor elke functionele component de beste oplossing en de beste leverancier wordt gekozen. De verschillende oplossingen en leveranciers worden vervolgens modulair met elkaar geconnecteerd.

Het is geenszins de bedoeling om kunst- en cultuurhuizen te verplichten om gebruik te maken van de gedeelde basisinfrastructuur. Als huizen deelnemen, zal het zijn omdat de kwaliteit en de schaalvoordelen van een gedeelde basisinfrastructuur voldoende overtuigend zijn. Huizen die staan op hun autonomie, of de voorkeur geven aan zeer specifiek maatwerk, zullen vanzelfsprekend kunnen blijven voortwerken op de bestaande manier. Het is een aanbod.

Het spreekt voor zich dat bij een eventuele realisatie van het concept de concurrentie volop zal spelen. Als vzw die grotendeels wordt gesubsidieerd door de overheid, is Cultuurconnect verplicht de regels van de wet op de overheidsopdrachten minutieus te volgen en zullen componenten geregeld opnieuw aanbesteed worden.

Ik zie in dit alles voorlopig voldoende garanties dat dit project niet zal leiden tot de installatie van een monopoliepositie voor één bedrijf in Vlaanderen. 

Ik zal deze conceptnota, die ik nog maar net heb ontvangen, grondig bestuderen en zal daarna een beslissing nemen over de volgende stappen. Ik neem in ieder geval de verzuchtingen van deze bedrijven mee in mijn evaluatie van de conceptnota.

Ik heb mijn reactie al voor een deel gegeven. Ik heb begrip voor de bezorgdheden van deze bedrijven en neem hun verzuchtingen mee bij de beoordeling van de conceptnota. Ik onderschrijf, mevrouw Brouwers, ook uw suggestie dat er nood is aan ondersteuning van de sector bij hun digitale uitdagingen. Het is trouwens de expliciete opdracht van Cultuurconnect om gemeenten te ondersteunen bij de digitale uitdagingen van hun cultuurbeleid, met klemtoon op de openbare bibliotheken, de cultuur- en gemeenschapscentra, en met aandacht voor sectoroverschrijdende verbindingen. Kennisdeling en opbouw van expertise zitten nadrukkelijk in hun scope.

Mijnheer Pelckmans, het concept kwam tot stand na een intensief participatietraject met de sector, op meerdere tijdstippen en in verschillende vormen: samenstelling van een projectteam en adviesgroep; werkbezoeken bij negen kunst- en cultuurhuizen; online bevraging bij de kunst- en cultuurhuizen; interviews met de kunst- en cultuurhuizen, leveranciers, eindgebruikers en gesprekken met stakeholders: het overleg kunstenorganisaties (oKo), Kunstenpunt en Cult!; workshops en infosessies.

Volgens zijn beheersovereenkomst diende Cultuurconnect minimaal 60 procent van alle kunst- en cultuurhuizen uit de doelgroep te betrekken. In totaal namen 173 verschillende kunst- en cultuurhuizen deel aan een of meerdere participatiemomenten, met een of meerdere medewerkers per organisatie. Daarmee heeft Cultuurconnect 70 procent van alle kunst- en cultuurhuizen uit de doelgroep betrokken.

Een adviesgroep met digitale experten uit de sector ondersteunde en stuurde het proces en gaf advies. De adviesgroep kwam vier keer samen: op 11 september 2019, 21 november 2019, 20 februari 2020 en 10 juni 2020. In de adviesgroep zaten ook vertegenwoordigers van het departement en de belangenorganisaties oKo en Cult!. De adviesgroep gaf een gunstig advies bij het voorliggende concept.

Dit was een uitgebreid antwoord over een – denk ik wel – belangrijke materie.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister-president, dank u wel voor uw antwoord.

In mijn eigen stad, Leuven, hebben we enkele jaren geleden grote problemen gehad met het ticketingsysteem. Toen de mensen met een abonnement wilden reserveren, lag dat na een uur, of minder zelfs, helemaal plat. Dat heeft veel kritiek teweeggebracht. Ik weet niet of het overal zo is, maar ik verneem dat die problemen overal van de baan zijn en dat de firma die daarvoor verantwoordelijk was, niet meer zou bestaan. Dat was de aanleiding voor de hele conceptnota en het hele verhaal. We kunnen dit verder gebruiken om de gemeenten en de culturele instellingen te ondersteunen bij het hele digitale verhaal dat nu des te belangrijker wordt. Tegenwoordig moet je met een app kunnen werken, enzovoort. Er is nog heel wat werk te doen.

U zegt dat als we goed samenwerken, we misschien internationaal kunnen opschalen. Maar een aantal van die bedrijven werken al internationaal. Een ervan heeft zijn systeem zelfs al in Azië kunnen verkopen. Die bedrijven werken niet alleen voor Vlaamse instellingen, zeker niet alle elf.

Een ander punt dat ik nog wilde meegeven, is dat een van die bedrijven zelfs middelen heeft gekregen van de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV). Vlaanderen heeft daar dus indertijd al in geïnvesteerd. Dan is het wel wat gek dat men nadien concurrentie zou krijgen van Cultuurconnect, toch ook een Vlaamse organisatie. Dat hebt u gelukkig in uw antwoord ondervangen. Zij hadden dat zo bekeken. Ze dachten dat dat heel centralistisch zou zijn en dat er een aanbieder zou worden gekozen. Ik heb uit uw antwoord begrepen dat dat niet de bedoeling is, maar dat Cultuurconnect wel een marktbevraging zal doen. Ik blijf in dit geval wel een beetje met mijn vraag zitten: hebben zij voldoende knowhow in huis om die bevraging op een goede manier te doen?

Ik schrok ook wel van de resultaten van de tevredenheidenquête bij de organisaties. Er is een relatief grote ontevredenheid over innovatie. Ze kunnen zelf niet goed weg met die systemen. Ze kunnen de problemen niet zelf oplossen en misschien zijn de systemen ook wel wat ingewikkeld. Volgens mij moet daaraan gewerkt worden, tenzij dat intussen opgelost zou zijn.

Cultuurconnect zal nu die elf organisaties uitnodigen. Ze krijgen drie maanden uitstel, en dat is zeer positief. Ik hoop dat men na die drie maanden een mooi werkstuk kan afleveren in samenspraak met de sector. Het lijkt me in elk geval interessant dat u zelf die elf organisaties eens ziet, zodat u het verhaal rechtstreeks van hen kunt horen. Dat is een suggestie, ik moet uw agenda niet bepalen. Het zijn ook zware tijden, iedereen is toe aan vakantie, maar los daarvan lijkt het met interessant dat u of uw kabinet die mensen eens ziet. Ik hoop dat het gesprek met Cultuurconnect geen dovemansgesprek wordt. Ik ga ervan uit dat dat allemaal volwassen mensen zijn die elkaar helpen ten gunste van de sector, en niet op hun eigen standpunt blijven hameren. Dat is toch mijn uitdrukkelijke hoop na de open brief die nogal radicaal eindigde. Die elf organisaties worden er nu toch bij betrokken en krijgen allemaal een kans binnen het systeem.

Ik ben in elk geval heel tevreden met uw antwoord en dat de soep niet zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Ik zal dan maar de balletjes uit de soep halen.

Ik ben heel tevreden met uw heel uitgebreide antwoord, vooral omdat u nog eens de historiciteit van dit project hebt geschetst. We zijn er in 2018 aan begonnen. Als ik nog eens naar mijn eigen cultuurhuis kijk, dan was dat voor ons toen echt een probleem, maar de tijden zijn heel snel veranderd en de bedrijfjes die daarrond werken, zijn heel snel geëvolueerd. Mevrouw Brouwers zei terecht al dat sommige bedrijfjes op sommige vlakken wereldleider zijn. Intussen wordt aan de behoeften wel voldaan.

Waar het volgens mij wat fout is gelopen – al is dat een groot woord –, is in de samenwerking. Het is in Dendermonde begonnen met de vraag van een aantal kleinere huizen om samen te werken. Ik denk dat die vraag tot vandaag legitiem blijft. Als men dat project eerder had uitgezet en wat met categorieën had gewerkt van huizen die qua content en grootte kunnen samenwerken, dan zou men al een paar stappen vooruit hebben gezet.

Als je daarnaast naar een heel groot sluitend systeem wilt gaan, moeten daar natuurlijk voordelen aan verbonden zijn, maar er zitten ook een paar nadelen aan vast.

Een van die ticketingvoordelen is het adressenmanagement. Het is heel belangrijk dat er klantenbinding moet zijn. Daar komen we natuurlijk de problematiek van de General Data Protection Regulation (GDPR) tegen. Dat is een nieuw element van de ticketing.

Ik wil er nog een derde punt bijhalen. We zitten midden in de COVID-19-crisis. We hebben ontdekt dat de digitale mogelijkheden voor de cultuursector plots heel belangrijk zijn. Dit is daar een onderdeel van. Moeten we dit heel grote project, waar duidelijk wat bezwaren tegen zijn, niet afwegen tegen de opdracht van Cultuurconnect en de andere noden die de voorbij weken zijn ontstaan?

Ik zal een klein voorbeeld geven dat misschien inspirerend kan werken. In de Kempen hebben we, nog voor de crisis, geëxperimenteerd met de streaming van de namiddagvoorstellingen van verschillende cultuurcentra in woonzorgcentra. Dat was een enorm succes. Veel mensen in woonzorgcentra geraken zelden nog buiten. Ik geef het als een voorbeeld. Misschien moet Cultuurconnect in de toekomst meer aandacht aan dergelijke projecten geven, ook ten opzichte van kinderen en jongeren. Dat is daarstraks al aan bod gekomen.

Wat mij betreft, moeten we het project verkleinen en goed naar de sector luisteren. We moeten, met alle respect voor het vele werk dat Cultuurconnect heeft verricht, de vraag stellen of dit nu de topprioriteit voor de komende weken en maanden moet zijn.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Voorzitter, de essentie van deze vragen om uitleg is eigenlijk de vraag tot waar de publieke sector gaat en waar de private sector hierop kan inspelen. Wat is een kerntaak van de overheid? Met die discussie kunnen we op zich al maanden bezig zijn.

Minister-president, ik vind de bezorgdheid van de private partners legitiem. U hebt dat in uw antwoord ook aangegeven. Ik vind dat er nood is aan een gemeenschappelijk platform. Die mogelijkheid is heel interessant, maar de mogelijkheid van maatwerk moet worden aangeboden. Heel dit verhaal doet me sterk denken aan de start van het eengemaakt bibliotheeksysteem. Er waren vijf verschillende provinciale bibliotheeksystemen. Onder impuls van de afslanking van de provincies en dankzij de professionele ondersteuning door Cultuurconnect is dat eengemaakt bibliotheeksysteem een succes geworden. Cultuurconnect heeft de kaders en de lijnen uitgezet. Er is een openbare aanbesteding ten aanzien van een private partner geweest. In het begin was het niet evident en hebben veel bibliotheken de hakken in het zand gezet. Door in verschillende bibliotheken in maatwerk te kunnen voorzien, is het eengemaakt bibliotheeksysteem uiteindelijk een succes geworden.

Mijnheer Pelckmans, wat het model betreft, denk ik niet dat we voor zwart of wit moeten kiezen, maar dat we naar grijs moeten evolueren. Het model moet alle voordelen hebben en we moeten de nadelen zo volledig mogelijk proberen weg te krijgen. Wat de streaming in de woonzorgcentra betreft, hebt u gelijk. Dat is een voordeel van een platform.

Een ander voordeel van een platform dat veeleer op jongere mensen is gericht, is een last-minute ticketshop. Ik zie in mijn vriendenkring en bij mijn jongere neefjes en nichtjes vaak dat die mensen op voorhand geen brochure van een cultuurhuis zullen uitbenen en maanden op voorhand plannen waar ze naartoe gaan. Ze zullen op een donderdag merken dat ze de dag nadien een vrije avond hebben en dan snel kijken wat er in de last-minute ticketshop te vinden is. Dat is een gigantisch groot voordeel dat in deze coronatijden interessant zou kunnen zijn. Hiermee wordt de nood aan een dergelijk systeem weer aangetoond.

Ik pleit ervoor het kind niet met het badwater weg te gooien. We moeten het vertrouwen in Cultuurconnect behouden en rekening houden met het goede werk dat Cultuurconnect in verband met het eengemaakt bibliotheeksysteem heeft verricht. Een samenwerking met de markt lijkt me heel erg mogelijk en noodzakelijk.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Ik ben het met die beschouwingen allemaal eens. Ik zie het eerder zo dat Cultuurconnect een concept neerzet, zeggende dat dit een goed systeem zou zijn, dat zou voldoen aan de vragen die heel wat cultuurcentra zich stellen en dat aanbiedt aan de privésector om daar iets mee te bouwen en aan te bieden aan de markt. Als sommige cultuurcentra systeem 1 kiezen en andere cultuurcentra systeem 2, allemaal op die dingen gebaseerd met voldoende aandacht voor eventuele ‘interconnectiviteit’, dan zie ik niet in dat spelers in de privésector, als we naar zoiets zouden gaan, verontrust moeten zijn dat er een systeem zal worden gebouwd en worden opgelegd aan de sector. In die zin is het verschillend van het eengemaakte bibliotheeksysteem. Hier gaat het eerder om een aanbod aan de privésector, waarbij men zegt: ‘Dit is de vraag die leeft in die markt. Als je systemen of modules van systemen kunt bouwen die daaraan voldoen, dan heb je een potentieel.’ Ik denk dat ze daar een beetje te hard van stapel zijn gelopen.

Mevrouw Brouwers, of Cultuurconnect voldoende knowhow in huis heeft, zullen we zien op het moment dat de conceptnota in marktbevragingen of iets dergelijks zal worden omgezet. Als die niet in huis is, kun je die alleszins vinden op de markt. De markt kun je heel breed interpreteren. We hebben bijvoorbeeld in het facilitair bedrijf dergelijke kennis ter beschikking om Cultuurconnect te ondersteunen in die processen. Daar zie ik geen graten in, tenzij dat men zou denken dat men de knowhow in huis heeft maar die niet in huis heeft.

Mevrouw Brouwers, of ik die bedrijven zelf wil zien? Het project lijkt mij belangrijk genoeg om eens van naderbij naar die mensen te luisteren. Ik wil op die suggestie wel ingaan.

Voor de rest, mijnheer Pelckmans en mevrouw D’Hose, ben ik het eens met uw beschouwingen.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Dank u wel. Ik wil toch een kleine waarschuwing geven. Wij hadden in Leuven zo'n overkoepelend systeem voor het museum, het cultuurcentrum en toerisme. Men heeft alles willen samenbrengen. Dat liep dan wel vast. Als het ideale systeem al bestond, dan was iedereen er allang bij. Het is blijkbaar geen evidentie. Als je dat dan over heel Vlaanderen wil doen, heb ik daar mijn vragen bij.

Ik denk dat Cultuurconnect wel zeer goed kan samenwerken met de private sector en in die zin daar dingen van kan leren en hun rol specifiek is om intermediair, als een soort steunpunt voor de culturele organisaties, te helpen bij alle problemen die zij op digitaal vlak hebben, bij hun interne analyses, ook zelfs voor de marktbevraging ‘à la limite’ en de keuze van IT-systemen, aangezien daar vaak de kennis ontbreekt.

We zullen zien hoe het verder loopt. Ik denk dat ze in eerste instantie het gesprek moeten voeren en eventueel verdere gesprekken op politiek niveau indien dat nodig zou zijn. Ik heb uiteraard geen verdere vragen, want de minister-president mag niet meer antwoorden.

De heer Pelckmans heeft het woord

Mevrouw D’Hose, het bibliotheeksysteem is volgens mij niet echt vergelijkbaar, dat is toch wel uitdrukkelijk aangegeven. Er is heel veel gebeurd op enkele jaren tijd. De maatschappelijke rol van de cultuurhuizen is enorm bijgesteld doordat de ticketverkoop niet alleen meer geldt voor een schouwburgbezoek maar ook voor cursussen, lezingen, koppelingen met de horeca in het huis, waarbij je tegelijkertijd een etentje kunt bestellen en een ticket kunt kopen, tentoonstellingen enzovoort. Dat maakt het zo complex dat een holistisch systeem inderdaad ver weg is.

Het is een beetje vreemd dat er een link is tussen verschillend georiënteerde partijen zoals wij, maar ik zou in dezen het vertrouwen willen geven aan kleine ondernemers die heel creatief en wendbaar zijn. Ik ben dan ook blij dat u bereid bent om dat gesprek eens te voeren.

Ik wil besluiten met een dankwoord voor de collega’s van Cultuurconnect, voor alle tijd en energie die ze daarin steken. Maar ik wil hun aanraden om nog eens heel goed de actualiteit van vandaag na te gaan om te zien hoe groot de prioriteit van hun project is.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.