U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Mijn vraag gaat over kennisverspreiding. We zijn daar allemaal voorstander van. Het kwam ook een paar keer aan bod tijdens de bespreking van de beleidsnota. De Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) heeft in haar advies sterk gewezen op het belang van innovatieverspreiding. Blijkbaar scoren we momenteel nog vrij slecht op dat vlak. Ik heb daar dus een aantal vragen over.

Welke verklaringen ziet u hier voor? We hadden het hier al over tijdens de bespreking van de beleidsnota. Ik neem aan dat dezelfde elementen zullen terugkeren.

Hoe wilt u dat versterken? Welke instrumenten wilt u daar verder voor inzetten? Er zijn al een aantal instrumenten, zoals het project Blikopener en de COOCK-projecten. UNIZO stelt voor om die verder te versterken. Wij zien daar ook wel baat in. Ik vraag me dus af hoe u daartegenover staat.

Het Vlaams regeerakkoord voorziet ook de ‘verdere bevordering van kennisverspreiding’. Worden hiervoor nu, na een jaar, bijkomende maatregelen voorzien zodat we technologie en innovatie kunnen laten doorsijpelen naar al onze bedrijven, niet enkel de innovatieleiders maar ook ruimer?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Bedankt, collega Vande Reyde, voor uw vraag. Kennisverspreiding ligt mij, zoals u weet, na aan het hart. Dat geldt ook voor innovatie bij kmo’s. Ik heb het rapport van de Regional Innovation Score Board (RIS)gelezen en ik heb het ook toegelicht bij de bespreking van de beleidsnota in november van vorig jaar.

U haalt daar één specifieke indicator uit, namelijk ‘de innovatie-uitgaven los van O&O’. De totale score is gebaseerd op 27 indicatoren. Maar u heeft wel een punt dat dit een deelindicator is waarop we nog heel wat vooruitgang kunnen maken. Dat heb ik vorig jaar ook in mijn toelichting gezegd.

Hoe komt het dat Vlaanderen zwak scoort? De score op de indicator is gebaseerd op een EU-bevraging van bedrijven. Het is dus een feitelijke vaststelling op basis van inschattingen van ondernemingen.

De meting verontrust mij in feite niet omdat in hetzelfde rapport vermeld staat dat innovatieleiders als regio’s typisch lager scoren op deze indicator. Leiders scoren dus minder goed. Vlaanderen wordt gerangschikt als sterke innovator die nauw aansluit bij de innovatieleiders. En vooral dit laatste stemt mij optimistisch. Vlaanderen staat op plaats 40 van de 238 regio’s.

De top 10 bij de regio’s die het best scoren op de rangschikking voor die specifieke indicator zijn Griekse en Oost-Europese regio’s die in het algemeen een lagere RIS-score hebben.

De RIS2019 is gebaseerd op cijfers van 2017, en voor het merendeel van de indicatoren zelfs op cijfers van 2016.

Vlaanderen heeft in de voorbije jaren verder zwaar bijkomend geïnvesteerd in innovatie.  Deze cijfers zijn nog niet weerspiegeld in deze meting. Ons clusterbeleid stond toen nog in de steigers en van het COOCK-programma was totaal nog geen sprake. Maar als we de ambitie hebben om een echte innovatieleider te worden en te klimmen in de RIS-rangorde moeten we ook vooruitgang boeken op deze indicator. Uw vraag is dus zeker terecht.

Zo kom ik bij uw tweede vraag: de evaluatie van het beleid tot op vandaag. Sinds de metingen heeft Vlaanderen uitzonderlijke inspanningen gedaan – ik heb het al gezegd. De totale O&O-uitgaven die vorige dinsdag zijn gepubliceerd, daar zijn we schitterend. We behalen 2,92 procent van het bbp in 2018. Die 3 procent is dus binnen handbereik.

Het clusterprogramma is ondertussen uitgegroeid tot een programma van ongeveer 100 miljoen euro per jaar. Honderden bedrijven innoveren samen in clusterprojecten. Voor het COOCK-programma voorzien we in 10 miljoen euro, dat is ook heel positief.

We hebben onze hogescholen een extra impuls gegeven om hun kennis over te dragen naar bedrijven, in het bijzonder kmo’s. Daarvoor is recent het programma Blikopener gelanceerd. Deze acties zijn uitdrukkelijk gericht op een betere kennisverspreiding naar onze kmo’s.

In de call ondernemerschap, waar we vorige vrijdag over beslist hebben, is ondersteuning en mobilisatie naar kmo een bijkomende taak van de dienstverleners. We voorzien daarin specifiek in lerende netwerken voor innovatieversnelling. Ook in de vernieuwing van Syntra is er aandacht voor kennisdiffusie. We zien ook een hogere instroom van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO). Het gaat dus vooruit.

Hoe evalueer ik de COOCK-projecten? We kennen het voorstel van Unizo. Het COOCK-programma is nog vrij recent en het is voor mij echt te vroeg om dit instrument nu al te evalueren. Er is alleen maar een eerste oproep toegewezen. Dit voorjaar lanceerden we een nieuwe oproep voor 10 miljoen euro. 

Het instrument heeft volgens mij een heel groot potentieel. Daarom hebben we een speciale corona-COOCK-oproep gelanceerd met een budget van 2 miljoen euro. Dit jaar trekken we zelfs 12 miljoen euro uit, dat is een versterking met 20 procent.

Het regeerakkoord heeft nog in een aantal extra’s voorzien. Dat betekent dat we de komende jaren verder inzetten op de optimalisering daarvan, waarover ik u hopelijk voldoende vertrouwenwekkende uitleg heb gegeven.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Zeker en vast bedankt voor uw antwoorden. We zitten daar volledig op dezelfde lijn, dat die kennisverspreiding enorm belangrijk is.

U hebt ook aangehaald dat dat programma nog versterkt is tijdens corona. Dat vind ik echt goed. We hebben het vaak over de ‘catchy’ maatregelen en er wordt soms gezegd dat er te veel Sinterklaas gespeeld wordt, enzovoort – ik zeg dat zelf ook wel eens – maar dat zijn wel dingen die op de achtergrond ook gebeuren en echt wel structureel zijn voor onze economie. Ik vind het heel goed dat u in tijden van crisis ook inzet op dingen die minder op de voorgrond zichtbaar zijn, maar echt wel belangrijk zijn voor ons economisch weefsel, en dat die ook versterkt worden in dit crisis/relancetijdperk. Dat vind ik enorm goed, bedankt daarvoor. We volgen dit de komende jaren zeker verder op.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.