U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister, een van de debatten die door de coronacrisis in een stroomversnelling zijn gekomen, is het promoten van lokale producten en lokale handel en daarbij aansluitend de uitbouw van de korte keten. Ook op het vlak van visserij is dit een debat dat al langere tijd aan de gang is, meer bepaald met betrekking tot de aanvoer van vis afkomstig van Belgische vaartuigen. Een deel van die vis wordt immers niet in een van onze Vlaamse visveilingen afgezet maar in andere, buitenlandse havens. Dit heeft deels te maken met de visgronden waar de Belgische visserstuigen actief zijn, waardoor buitenlandse visveilingen dichterbij zijn om de vangst af te zetten.

Deze tendens leidt tot bezorgdheid bij vishandelaars, zowel in de klein- als groothandel. De Rederscentrale stelt dat Belgische vis Belgisch blijft, ongeacht het land waar die geveild wordt. Dat argument klopt, maar voor handelaars heeft de afzet aan buitenlandse visveilingen commerciële nadelen. Ze beklagen zich erover dat ze een redelijk grote viskoper moeten zijn om in een haven als Urk te kunnen aankopen. En zelfs als dat lukt, zijn er nadelen: hogere transportkosten, vertraging van minstens 24 uur in beschikbaarheid van de vis, het volgen van een extra veilklok, minder informatie over de loten per vissoort en het ontbreken van een duidelijke KIM-score (Kwaliteit Index Methode), wat dan zorgt voor een minder betrouwbare kwaliteitscontrole.

Een binnenlandse kleinhandelaar met een koperskaart geldig voor Zeebrugge, Nieuwpoort of Oostende, ziet zowat een kwart van de Belgische aanvoer aan zijn neus voorbijgaan. Die kan dan gaan kopen bij een groothandelaar maar kan zijn positie op de markt eigenlijk niet versterken.

Minister, ik weet dat u deze week al in mijn mooie stad bent geweest om te praten, en misschien hebt u het ook over dit onderwerp gehad en kunt u me daar al wat meer over vertellen.

Hoe schat u de evolutie van de afzet van Belgische vis aan buitenlandse visveilingen in, rekening houdend met de uitdaging om de lokale markten te versterken? Welke impact op het aanlanden van Belgische vis in Nederlandse havens heeft de toegenomen Nederlandse invloed op de Vlaamse vissersvloot? Beschikt u over indicaties van de economische impact van de aanlanding van Belgische vis bij buitenlandse visveilingen op de klein- en groothandelaars in vis? Overweegt u initiatieven te nemen die Vlaamse reders ertoe aanzetten om een groter aandeel van hun vis te veilen in Vlaamse havens? Plant u een overleg tussen de Rederscentrale en de vertegenwoordigers van de vishandelaars om na te gaan wat nodig is opdat onze vissers maximaal in de Vlaamse havens zouden veilen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Tommelein, ik was inderdaad in Oostende. Ik dacht dat Oostende van iedereen was en niet alleen van u. Ik ben daar op bezoek geweest bij de Rederscentrale.

Ik heb een grote betrokkenheid, minister, u weet dat.

Minister Hilde Crevits

Ik ben aan het woord, mijnheer Tommelein. (Gelach)

Ik heb ook gemerkt dat er serieus wordt gebouwd in Oostende. Er is dus alleszins nog veel plaats voor extra mensen, maar voorlopig houden we het daar rustig.

Uit cijfergegevens van ons departement blijkt dat de aanvoer in vreemde havens de afgelopen jaren stabiel was rond 28 procent. Het is dus niet zo dat de aanvoer in vreemde havens in de afgelopen jaren plots sterk gestegen is. Dit is een beetje een constant gegeven binnen de Belgische visserijsector.

De Nederlandse invloed op de Belgische visserijvloot valt absoluut niet te ontkennen, ook al is die stabiel. In 2019 waren er binnen de Belgische vloot 24 vaartuigen actief – ofwel 35 procent van de vloot – die een hoofdzakelijk Nederlandse kapitaalinbreng hebben maar wel onder Belgische vlag actief zijn. Net zoals alle vaartuigen die onder Belgische vlag vissen, moeten zij voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake de economische band met de kuststreek, zoals opgetekend in artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005.

Om aan de economische band te voldoen, moet voor dit vaartuig in eerste instantie hetzij 50 procent van de aanvoer gerealiseerd worden in Belgische havens, hetzij 50 procent van de bemanning uit de kustregio afkomstig zijn, dus niet noodzakelijk uit Oostende, mijnheer Tommelein.

Reders die Vlaamse FIVA-subsidies (Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector) krijgen, moeten gedurende vier jaar na het jaar van indiening van hun steunaanvraag 50 procent van de jaarlijkse aanlanding in een Belgische veiling aanbieden. Het beleid omtrent de economische band heeft specifiek tot doel de lokale economie van onze kuststreek te ondersteunen. Het aantal vaartuigen die op die manier binnen de Belgische vloot actief zijn, schommelt nauwelijks, wat eigenlijk bewijst dat het beleid inzake de economische band wel effecten oplevert.

We hebben op dit ogenblik nog geen indicaties dat de gevolgen voor de Belgische klein- en groothandel van de buitenlandse aanvoer los van corona sterk gewijzigd zouden zijn. 72 procent van de visserijproducten wordt in eigen havens aangeland, dus het assortiment dat op die visveilingen wordt aangeboden, is even vers en even divers is als het aanbod op buitenlandse veilingen door Belgische vaartuigen. Hoe meer vraag op de veilingen in eigen land wordt gecreëerd, hoe beter uiteraard de prijszetting voor de aanvoerders zal zijn, en dus hoe hoger het aanbod. Op die manier kunnen we de hele keten versterken.

In de communicatie door de producentenorganisatie en door Vlaanderen wordt ervoor gepleit om de eigen keten in al haar facetten te versterken, en het huidige beleid omtrent de economische band draagt daar uiteraard toe bij. Wij zien geen plotse stijging in de aanvoer in buitenlandse havens. Collega, op dit ogenblik heb ik dus eigenlijk geen reden om het beleid hieromtrent plots grondig te wijzigen. Ik vind net dat we moeten doorgaan op de ingeslagen weg. Het feit dat we in ons investeringsbeleid zo strak vasthouden aan die band met de regio, moeten we communicatief misschien nog veel meer in de kijker zetten, want dat is toch wel een voorbeeld, ook voor andere sectoren.

Binnen de visserijsector is er in het kader van de productie- en marketingplannen van de producentenorganisatie al heel wat regulier overleg. Initiatieven om de keten in haar geheel te versterken, worden daar besproken en kunnen waar mogelijk ook worden ondersteund door de hele overheid.

Collega Tommelein en andere collega’s, het overleg dat ik maandag met de reders had, ging specifiek over de veilingprijzen, die in elkaar aan het storten zijn, met heel grote verliezen die worden geleden. Het overleg kaderde in de zoektocht naar steun en overeenstemming tussen de vissers om tot een stilligregeling te komen. U weet dat ik niet voor zo’n regeling ben. Ik heb daar in deze commissie al vaak over gesproken. We zien echter dat andere landen die piste ook aan het verkennen zijn, dus doen we dat ook bij ons, en ik wil dat alleen maar doen als het in goed overleg met alle vissers kan. Weet dat dit uniek is in de geschiedenis van de visserij. Het is ook de eerste keer dat de vissers nu met elkaar moeten overleggen over wie wanneer kan uitvaren en wie op welk moment zal stilliggen. Dat overleg is dezer dagen bezig.

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Het is natuurlijk zo dat deze coronacrisis ons één ding heel snel heeft doen inzien, namelijk het strategisch belang van een goed functionerende landbouw en visserij, en de bijhorende voedingsnijverheid. We hebben in België een zeer hoge zelfvoorzieningsgraad, maar we hebben toch gemerkt dat de prijs van de inhoud van onze winkelkarren in geen tijd met 5 à 6 procent is gestegen. Daarom is de aandacht voor de uitbouw van de korte keten en de Vlaamse producten ook toegenomen. We moeten daaraan vasthouden, want dit is het moment. U hebt zelf daarnet aangegeven dat communicatie daaromtrent misschien niet onbelangrijk is.

Voor de visserij liggen de kaarten een beetje anders dan voor de landbouw, omdat onze vis niet volstaat om te voldoen aan de lokale vraag. We zijn sowieso ook aangewezen op een aanvullende invoer van vis uit het buitenland. Het promoten van onze eigen vis als hoogwaardig kwalitatief product is des te belangrijker. Ik merk dat u dat ook in de gaten houdt. U ziet geen reden om het beleid te veranderen. Die lokale economische band is belangrijk. Ik wil vragen om zeker goed in de gaten te houden in de komende periode dat dat daadwerkelijk zo blijft. Ik zou niet graag hebben dat die cijfers qua Vlaamse vis stijgen.

Zoals ik zei, ook in mijn vraagstelling, verandert dat op zich niets aan de herkomst van de vis. Maar het belemmert wel de aankoop bij de mensen die ervoor moeten zorgen dat de vis bij de Vlaamse consument terechtkomt, dus bij de vishandelaars.

Er is een hele keten. Er moet geveild, verwerkt, verpakt, vervoerd en verhandeld worden. Daar zijn allemaal jobs mee gemoeid, en dat weegt ook op onze economie. Het zal u niet verbazen dat ik ook wat bezorgd ben over de economische situatie, niet alleen in mijn eigen streek en mijn eigen stad, maar in heel Vlaanderen. Ook de visserij heeft mijn bijzondere aandacht. Dus ik zou zeggen: als we daar op een goede manier kunnen communiceren, is dat al een hele stap vooruit. Ik dank u.

De heer Sintobin heeft het woord.

Collega Tommelein, groeten uit Brugge, de mooiste stad van Vlaanderen en ver daarbuiten. Maar u hebt het vooral over de herkomst van de vis en de aanlanding in buitenlandse havens. Ik denk dat iedereen in deze commissie het economische belang van de visserijsector onderschrijft. Men hoeft daarvoor niet van Oostende te zijn, al dan niet met een strandpas.

Minister, ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om even terug te komen op uw bezoek aan Oostende deze week, waar u een aantal maatregelen op Europees vlak hebt aangekondigd. Het is eigenlijk bijzonder spijtig. De visserijsector heeft jarenlang zwaar onder druk gestaan, en er was nu net een beetje een heropleving. Er waren zelfs reders die van plan waren om nieuwe boten te laten bouwen. En dan krijgen we nu plots deze crisis over ons heen. U hebt aangekondigd dat er mogelijk een oplossing zou zijn om toch de reders en de vissers te ondersteunen, onder andere via het stilleggen van boten, enkele boten om de beurt. Er zouden ook nog een aantal andere Europese steunmaatregelen komen.

Minister, hoe concreet zijn de maatregelen om deze belangrijke sector te ondersteunen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik had eigenlijk mijn diepgaander antwoord bij de volgende vraag om uitleg – van de heer Vaneeckhout – gepland, want eigenlijk horen die vragen samen. Ik vind het heel vreemd dat ze apart worden behandeld, want het gaat over hetzelfde.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Inderdaad, het was ook mijn aanvoelen dat we al voor een stuk bezig zijn over de vraag die ik straks zal stellen. Maar ik wilde specifiek binnen dit thema ook nog iets aankaarten.

Ik vind het in die zin momenteel geruststellend dat u zegt dat er geen cijfers zijn die aanduiden dat er meer aanlanding is in wat ik als buitenlandse havens zal omschrijven, in vergelijking met de voorbije jaren. Dat blijft dus redelijk stabiel. Dat zou een goede zaak kunnen zijn.

Maar de grote bezorgdheid binnen de sector, los van de coronacrisis en wat er nu gebeurt, is ook het feit dat er grote onduidelijkheid is rond de brexit, en hoe eventuele vaarlijnen zouden kunnen veranderen en een impact hebben op waar er procentueel meer vis wordt aangeland. Bestaan er voorspellingen of cijfers over wat de impact daarvan zou kunnen zijn? Want ik denk dat we allemaal delen dat die lokale verankering, de vissers maar ook de hele keten die daarop volgt, versterkt moet blijven. Dat vraagt misschien ook wel een totaalplan voor de komende tien jaar, met alle uitdagingen die elkaar nu opvolgen.

Het is misschien vroeg om daarover te spreken, maar ik vraag mij af in welke mate er al projecties zijn over de impact van de verschillende scenario’s rond de brexit en de aanlandingsproblematiek. Al weet ik dat we allebei hopen op het allerbeste brexitscenario voor de visserij.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik zie dat er ondertussen nog kustburgemeesters mee aan het volgen zijn. Ik zal dus geen uitspraak meer doen over wat nu de mooiste kustgemeente is. Ik zie ze alle tien even graag. De ene gemeente is voor mij per fiets al gemakkelijker bereikbaar dan de andere. Dat is ook een belangrijk criterium.

Wat de vraag over de promotie betreft: daar zal ik zo meteen dieper op ingaan tijdens de behandeling van de vraag om uitleg van collega Vaneeckhout. Wat ik wel kan meegeven, mijnheer Sintobin, is dat de nieuwe steunmaatregel geen effect heeft op de steun die we voorzien voor investeringen in vervanging van de vloot. Dat is heel belangrijk. Het is ook afgesproken met de vissershal. Het zou gek zijn mocht je steun geven en die dan moet afpakken van de budgetten die je investeert in de nieuwe boten. Daar gaan we niet mee beginnen. Alle steun die werd toegezegd, blijft bestaan. Voor de stillegregeling die Europees kan, kunnen we Europese budgetten inzetten en ook eigen budget.

Collega Tommelein, als aperitief bij de volgende vraag: de vissers hebben er zelf voor gekozen om te blijven vissen en de keten draaiende te houden. Zij hebben ook opgeroepen om te blijven vissen en ik heb daar ongelooflijk veel respect voor. Maar dat betekent ook dat je, nu de prijzen aan het kelderen zijn, moet bekijken hoe je hen kunt steunen. Want als zij er mee akkoord gaan om het geweer wat van schouder te veranderen omdat het niet anders kan, dan is dat voor hen ook moeilijk, aangezien zij toch zeer ondernemend zijn en zichzelf niet willen opsluiten in een stillegregeling. Daarover vertel ik straks nog meer.

Collega Vaneeckhout, de brexit is mijn heel, heel grote zorg. Ik hoor vanuit Groot-Brittannië slechte signalen, over zaken waarover men niet wil spreken. De vissers vinden hun eigen thuishaven in Vlaanderen zeer belangrijk. Ze zullen door de brexit niet snel kiezen voor een thuishaven in Frankrijk of Nederland. We gaan daar dus sowieso al door heel moeilijke onderhandelingen – op dit ogenblik zelfs niet-onderhandelingen –, maar we proberen goed in contact te blijven met een aantal landen. Want die onderhandelingen kun je niet alleen, je moet dat doen met een aantal lidstaten door dezelfde standpunten in te nemen.

Voorzitter, tot hier mijn antwoorden op die vraag. Bij de volgende vraag zal ik dieper ingaan op mijn gesprek.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.