U bent hier

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, 8121 verkeersslachtoffers bij Vlaamse jongeren onderweg naar en van school, dat zijn de cijfers van 2014 tot 2018. Gelukkig is de meerderheid, 7704, daarvan lichtgewond. Maar het gaat ook over 398 zwaargewonden. In die periode vielen er bovendien 19 doden tussen 6 en 18 jaar. Van die 19 zaten 10 jongeren in de leeftijdscategorie 16 tot 18 jaar. Dat blijkt uit een analyse van het verkeersinstituut Vias.

Een ongeval kom nooit alleen, maar een van de mogelijke oorzaken is waarschijnlijk het feit dat die leeftijdsgroep meer risico’s neemt in het verkeer dan de andere. Puberteit en veel testosteron, we kunnen wel enkele redenen bedenken waarom die leeftijdscategorie meer risico's neemt. Dit toont natuurlijk aan dat we die jongeren de juiste verkeerseducatie moeten aanbieden.

Een bijkomend gegeven is dat men vanaf 16 jaar met een bromfiets mag rijden. Die bromfiets neemt 43 procent van de verkeersslachtoffers in het schoolverkeer voor zich tegenover 38 procent voor de fiets. Als je dan kijkt hoeveel fietsers er naar school rijden en hoeveel bromfietsers, dan is het aandeel van de bromfiets bij de ongevallen buitensporig groot tegenover de fiets.

Jongeren weten de risico's niet altijd juist in te schatten. De bromfiets gaat sneller, heeft meer tijd nodig om tot stilstand te komen en jongeren nemen op een andere manier deel aan het verkeer. Dat zien we vandaag ook bij onze jonge autobestuurders, die we vaak moeten beschermen tegen de risico's die op hen afkomen. We hebben dat in de rijopleiding bijvoorbeeld gedaan met het terugkommoment.

Minister, hoe kunnen we de groep van 16- tot 18-jarigen beter sensibiliseren in verband met het gebruik van de bromfiets? Hoe kunnen we de ouders en de scholen daarbij betrekken?

Is er op het digitaal leerplatform aandacht voor de risico’s in het verkeer per doelgroep, bijvoorbeeld over de overschakeling van fiets naar bromfiets? Indien ja, wat mogen we daar concreet van verwachten? Wanneer zal dat digitaal leerplatform gebruiksklaar zijn?

Hoe zorgen we ervoor dat een jongere, ongeacht op welke school hij zit, de juiste verkeerseducatie krijgt, ook en vooral in de tweede en derde graad van het middelbaar onderwijs?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Ceyssens, dank u wel, ook voor deze vragen. Het is hier al een paar keer gezegd: informeren, sensibiliseren en opleidingen blijven natuurlijk essentieel voor iedereen die deelneemt aan het verkeer.

Hoe kunnen we die groep van zestien- tot achttienjarigen die de bromfiets gebruiken, goed informeren vooraleer ze zich in het verkeer begeven? Vanuit de Vlaamse overheid reiken we lessen aan over het veilig gebruik van de bromfiets. Momenteel gebeurt dat op twee manieren. Alle secundaire scholen in Vlaanderen kunnen bij de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) terecht voor de workshops ‘Verkeersweken’. De lessen voor de leerlingen van de tweede graad omvatten onder andere een workshop over het gebruik van de bromfiets. In die workshop bekijken en vergelijken de leerlingen dan de diverse vervoermiddelen op twee wielen, waarbij er ook bijzondere aandacht is voor de wegcode en de voor- en nadelen van de diverse vervoermiddelen.

Daarnaast hebben de leerkrachten ook nog de mogelijkheid om via een online lesfiche, die terug te vinden is op www.verkeeropschool.be, zelf aan de slag te gaan om specifiek lessen te geven over veilig bromfietsen. In die lesfiche vinden de leerkrachten informatie over de risico’s van het gebruik van een bromfiets, tips om veiliger te rijden en de verschillen tussen bromfietsen en gewone fietsen. U zult zich misschien afvragen waarom ik dit zeg, want dat gaat niet rechtstreeks over zestien- tot achttienjarigen, maar ik denk dat het ook wel een taak is van de onderwijsinstellingen om, wanneer ze zien dat er veel bromfietsen richting school komen, het engagement op zich te nemen om in te tekenen op wat de VSV aanbiedt en dus ofwel van die workshops ofwel van die lesfiche gebruik te maken.

Hoe betrekken we de ouders en de scholen daarbij? De VSV communiceert naar scholen en ouders via het online platform ‘Verkeer op school’, alsook via de gelijknamige nieuwsbrief. Scholen kunnen die informatie overnemen en via Smartschool verspreiden onder de ouders om die communicatie zo dus met ouders te delen.

Wat de aandacht voor verkeers- en mobiliteitseducatie in het secundair onderwijs betreft, zijn ook de nieuwe bindende eindtermen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs belangrijk. Ik weet wel dat dat niet mijn bevoegdheid is. De valideringscommissie met experten buigt zich momenteel over die ontwerpteksten van de ontwikkelingscommissie, waarna het dossier van de eindtermen naar de ministerraad zal komen en later dan ook nog zal worden besproken in het Vlaams Parlement. Het is echter toch belangrijk om mee te geven dat er dus nieuwe eindtermen komen inzake verkeers- en mobiliteitseducatie.

Het digitale leerplatform ‘Verkeer in de klas’ wordt opgebouwd rond verschillende thema’s. Het leerplatform wordt eind dit schooljaar uitgetest in een aantal scholen. In september 2020 zullen alle scholen zich kunnen inschrijven. Wie kandidaat is daarvoor, kan zich dus aanmelden. De leerkrachten zullen daar lesmateriaal kunnen vinden, alsook interactieve opdrachten waarmee de leerlingen zelf aan de slag kunnen gaan. Het zal in eerste instantie een antwoord bieden op de nieuwe eindtermen over verkeer voor de eerste graad van het secundair onderwijs. Daarnaast zal er ook een inhoud komen voor de hogere graden, waar zij dan mee kunnen werken. De VSV heeft een leerlijn opgesteld om op maat van de verschillende graden de juiste leerinhoud te kunnen aanbieden. Binnen de leerlijn voor de tweede graad van het secundair onderwijs wordt ook specifiek aandacht gegeven aan bromfietsen.

Mijn administratie heeft me die leerlijn al bezorgd. Desgevallend kan ik die aan de commissiesecretaris geven. In die leerlijn staan een aantal thema’s. Ik denk dat het weinig nut heeft dat ik die vandaag volledig ga voorlezen. De leerlijn vindt u nog niet terug op de website, omdat ze straks specifiek op het leerplatform voor de onderwijsinstellingen zal komen, maar we kunnen ze eventueel al meegeven. Dan kunt u al zien welke specifieke thema’s in die leerlijn aan bod komen en welke doelstellingen daarmee worden beoogd. We zullen ze digitaal ter beschikking stellen.

Verkeerseducatie blijft belangrijk, ongeacht op welke school men zit. We blijven dan ook streven naar de realisatie van een verticale leerlijn verkeers- en mobiliteitseducatie in het secundair onderwijs. Het leerplatform dat op dit moment volop in ontwikkeling is en dat in het najaar ter beschikking zal worden gesteld, is een heel belangrijke tool. Hiermee zal de VSV op een laagdrempelige manier gratis verkeerseducatie kunnen aanbieden. Daarnaast vormen ook de eindtermen een belangrijk accent waarmee opnieuw kan worden gefocust op verkeerseducatie, ten behoeve van de verkeersveiligheid.

Wat de communicatie met jongeren betreft vanuit de verschillende mobiliteitsactoren van de Vlaamse overheid, is er het communicatieplatform ‘WAT WAT’. Dit is een platform van momenteel meer dan zeventig organisaties die jongeren willen informeren en toeleiden naar advies of hulp. Door de krachten te bundelen onder één merknaam wordt de versnippering aan initiatieven, websites en campagnes tegengegaan. ‘WAT WAT’ is zeer toegankelijk voor jongeren; ze kunnen daar heel wat betrouwbare informatie vinden.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Ik ben blij van u te vernemen dat het leerplatform dit najaar beschikbaar zal zijn. In juni 2017 vernamen we van uw voorganger dat Rijbewijs op School (ROS) in september 2018 afgeschaft zou worden. We hebben daar toen vragen over gesteld en ik was het in dat opzicht met de minister eens dat ROS de leerlingen enkel naar de wagen leidde. Dat sneed wel hout, maar het was toch een sterk gegeven, in die zin dat het niet vrijblijvend was. Men legde immers een examen af. De minister verklaarde toen dat er in plaats van ROS een leerplatform zou komen. Voor het schooljaar 2020-2021 zal dat leerplatform er zijn, wat een goede zaak is.

Ik zie ook dat er een groot aanbod is, maar ik vraag me wel af hoe wij kunnen opvolgen of daar ook daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. Zoals met veel vrijblijvende zaken het geval is, zouden het ook hier de meest voorbeeldige leerlingen in het verkeer kunnen zijn die het aanbod nuttig kunnen vinden om nog wat bij te sturen. Maar missen we dan niet een aantal doelgroepen die misschien minder vaardigheden ontwikkelen in het verkeer en dat aanbod links laten liggen? Het voordeel van Rijbewijs op School was net dat het niet vrijblijvend was en dat er een examen moest worden afgelegd. Van diegenen die geslaagd waren, kon verondersteld worden dat zij de Wegcode beheersten. Dat was toch een goed uitgangspunt.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Ceyssens, we kunnen de onderwijsinstellingen natuurlijk niet verplichten om dat onlineplatformverkeer op school te gebruiken, maar ik heb er wel alle vertrouwen in.

Men gaat nu de eindtermen voor verkeers- en mobiliteitseducatie schrijven voor de tweede en derde graad. Dat wordt dus effectief opgenomen in de eindtermen die de leerlingen moeten halen. Ik ga ervan uit dat de scholen en inspecties daar dan ook voldoende aandacht aan zullen besteden en ervoor zullen zorgen dat er voldoende lessen worden gegeven inzake verkeer. Het is de bedoeling dat iedereen die zich in het verkeer begeeft, zich op de veiligste manier en met kennis van zaken kan verplaatsen. Als de leerlingen het niet spontaan doen, zal het toch minstens door de scholen moeten worden aangereikt, omdat het in die eindtermen vervat zit. 

Ze hoeven het online platform niet te gebruiken. De testfases lopen in een aantal scholen tot het einde van dit schooljaar. Vanaf september 2020 kan elke school zich aanmelden om dat online platform te gebruiken. Als de scholen een dergelijke handige tool aangereikt krijgen, lijkt het me zeer verstandig daar gebruik van te maken.

Dit wordt dus in de onderwijssector geregeld. De onderwijssector moet dit opvolgen. Maar aangezien dit in de eindtermen is opgenomen, ben ik er vrij gerust in dat dit de nodige aandacht zal krijgen.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, zoals ik daarnet heb gesteld, vind ik dat er een vrij ruim aanbod is. We kunnen erop vertrouwen dat de eindtermen vanuit het onderwijs worden opgevolgd. Dat is wel anders voor zaken die veeleer facultatief worden aangeboden, zoals de rijvaardigheidscursussen voor bromfietsen. Ik zal een schriftelijke vraag indienen om te achterhalen hoeveel die worden gebruikt.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.