U bent hier

Mevrouw Segers heeft het woord.

Zo zijn we opnieuw bij het Fonds voor Culturele Infrastructuur (FoCI) aanbeland.

Op donderdag 30 januari 2020 gaf het Departement Cultuur, Jeugd en Media (CJM) op zijn website mee dat de minister van Cultuur in 2020 geen aanvragen voor een investeringssubsidie voor grote culturele infrastructuur zal voordragen bij de Vlaamse Regering en dat er dit jaar ook geen sectorale investeringssubsidies voor het automatiseren van theatertrekken zullen worden toegekend.

De voor deze subsidierondes beschikbare middelen binnen het FoCI zullen aangewend worden “voor de reeds lopende engagementen uit het regeerakkoord, zoals het afwerken van het masterplan voor KMSKA en de opstart van het ontwerp van het nieuwe M HKA”, aldus het bericht op de website.

Deze aankondiging noopt mij tot volgende vragen.

Minister, kunt u een omstandige motivering geven op basis van welke gronden u de beslissing nam om deze subsidierondes te schrappen?

In welk budget was oorspronkelijk voorzien voor de respectieve subsidielijnen?

Wat is de impact van deze beslissing voor lopende en nieuwe culturele infrastructuurprojecten en plannen voor het automatiseren van theatertrekken? Hebt u weet van organisaties die planden om in 2020 een aanvraag in te dienen? Zo ja, op welke manier denkt u de dringende noden op dit vlak op te vangen?

Kunt u concretiseren op welke manier deze middelen aangewend zullen worden?

Engageert u zich om deze subsidierondes wel te laten doorgaan in 2021?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Het FoCI voorziet jaarlijks vanuit zijn machtiging in een budget van 2,5 miljoen euro voor het verlenen van sectorale investeringssubsidies. Voor de periode 2017-2021 zijn dit de prioriteiten: het automatiseren van theatertrekken, het toegankelijker maken van culturele infrastructuur, het energiezuiniger maken van culturele infrastructuur. In de praktijk werden deze middelen enkel toegekend voor de theatertrekken en de toegankelijkheid. Vanuit de focus op duurzaamheid en onze klimaatambities werd dit budget de voorbije jaren aangevuld met middelen uit het Vlaams Klimaatfonds, waarop de subsidies voor de prioriteit energiezuinigheid gefinancierd werden. Het is mijn ambitie om die praktijk voort te zetten en om opnieuw klimaatmiddelen in de richting van de culturele infrastructuur in Vlaanderen te leiden.

De verdeling van deze middelen tussen aanvragen voor het automatiseren van theatertrekken en de toegankelijkheidsprojecten is afhankelijk van de kwaliteit van de projecten, het beschikbare budget en de ranking van de ingediende projectvoorstellen die de Adviescommissie Culturele Infrastructuur vooropstelt. De minister beslist op basis van dit advies.

Voor de subsidielijn ‘grote culturele infrastructuur’ is geen structureel budget voorzien. Dat betekent dat hiervoor telkens opnieuw bijkomende middelen moeten worden gezocht.

Wat 2020 betreft, werden in de context van het regeerakkoord belangrijke engagementen opgenomen op het vlak van culturele infrastructuur. Het FoCI zal deze legislatuur onder meer de prioriteit geven aan de afwerking van de lopende bouwprojecten in het Kaaitheater en het KMSKA, en de opstart van het nieuwe M HKA, maar het investeert ook in infrastructuur die geen eigendom is van de Vlaamse overheid, zoals de nieuwe museumsite te Brugge en het restauratie- en nieuwbouwproject van de Gentse Opera.

Binnen de huidige budgettaire context is het niet opportuun om dit jaar een oproep te doen voor nieuwe projecten voor grote culturele infrastructuur, zeker ook omdat er nog engagementen na te komen zijn uit de vorige regeerperiode. Het zou volgens mij niet van goed bestuur getuigen om al een nieuwe oproep te lanceren wanneer er nog mensen op het terrein op de subsidies van vorig jaar aan het wachten zijn. Voor opportuniteiten of uiterst dringende noden ben ik natuurlijk altijd bereid om mee op zoek te gaan naar een oplossing.

De voorbije jaren werd al aanzienlijk geïnvesteerd in het automatiseren van theatertrekken. In die mate zelfs dat we de interesse voor deze subsidielijn zien afnemen. Het is vanuit die optiek dat ik gehoor gegeven heb aan de oproep van de leden van deze commissie om middelen van infrastructuur te heroriënteren naar de projectsubsidies. Wat betreft het automatiseren van theatertrekken heeft de administratie weet van vijf organisaties die eventueel een aanvraag wilden indienen, gebaseerd op vragen die per mail werden gesteld aan de administratie en op basis van de gegevens uit KIOSK. Er werden nog geen aanvragen ingediend. De uiterste indiendatum valt op 1 april 2020.

De FoCI-administratie stelde vast dat ten minste een van deze vijf projecten voor theatertrekken niet in aanmerking komt voor deze investeringssubsidie omdat de infrastructuur niet beschikt over een toneeltoren. De aanwezigheid van een toneeltoren is een formele voorwaarde, die in het subsidiereglement uit 2017 werd opgenomen. Over de ontvankelijkheid van de andere projecten kan de administratie geen uitspraak doen voorafgaand aan de indiening van de aanvragen.

Deze subsidierondes zijn een structureel gegeven waarop ik in 2020 heb ingegrepen. Het is mijn ambitie om de komende jaren tegemoet te komen aan de noden die er zijn binnen deze subsidielijnen, in functie van het beschikbare budget. In 2021 loopt het huidige subsidiereglement voor de sectorale prioriteiten af en zullen we nieuwe sectorale prioriteiten vastleggen, in lijn met de behoeften van de sector.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, dank u wel voor de verduidelijking. We hadden beter al die vragen over het FoCI samengenomen.

Ik begrijp dat de 2,5 miljoen euro waarin tot nu toe vooral voor theatertrekken is voorzien, nu, in het licht van de klimaatplannen van de Vlaamse Regering, worden verschoven naar klimaatmaatregelen. U zegt dat vijf organisaties wilden indienen, waarvan er een ontvankelijk is. Kunt u verduidelijken welke die vier organisaties zijn? Hoelang zullen ze nog moeten wachten vooraleer er opnieuw theatertrekken in aanmerking kunnen komen?

U verduidelijkt ook dat er geen structurele middelen zijn voorzien voor de grote culturele infrastructuur. U staat – volledig terecht – achter de projecten die op stapel staan. Ook ik sta er volledig achter dat het KMSKA, het M HKA, Brugge en Opera Gent worden aangepakt. U zei dat er nog een aantal wachten op de toegestane subsidies van vorig jaar. Kunt u ook daar verduidelijken over welke organisaties dat gaat?

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Op de website werd duidelijk aangegeven dat voor een aantal projecten dit jaar geen aanvragen meer konden worden ingediend. Maar er staat wel, en ik citeer: “Er kunnen wel projectvoorstellen ingediend worden voor de twee overige sectorale investeringssubsidies: het toegankelijker maken en het energiezuiniger maken van cultuur- en/of jeugdinfrastructuur. De uiterste indiendatum voor deze sectorale investeringssubsidies is 1 april 2020.”

We discussieerden daarnet nog over de Klimaatfondsmiddelen die toegevoegd werden aan de FoCI-middelen, en stelden vast dat die daarvoor ook in het verleden werden gebruikt. Tegen de zomer hebben wij hier de begrotingswijzigingsbesprekingen. Daardoor ontstaat op het terrein het gevoel dat er geen middelen zijn en dat het dit jaar dus geen zin heeft om projectaanvragen in te dienen.

Het duurt natuurlijk nog lang voordat we hier in het parlement de stemming houden op 1 april. Anderzijds zal de regering die discussie wel sneller voeren. Misschien is het goed om daar op de een of andere manier toch communicatie over te voeren, zodat de mensen in de organisaties zeker niet geremd zijn om hun aanvragen en noden kenbaar te maken, en de projecten effectief in te dienen. Zodra er enig zicht is op het budget daarvoor, kan dat ook kenbaar worden gemaakt.

Het lijkt mij heel belangrijk om het denkproces rond de projecten op het terrein niet te laten afremmen, en om die communicatie duidelijk te voeren.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Ik heb nog een kleine aanvulling, en een bezorgdheid die ik wil delen. Ik sluit mij aan bij collega Segers, in die zin dat die grote infrastructuurprojecten van groot belang zijn. Maar daarbij mogen we toch absoluut niet vergeten dat die sectorale middelen, die dan in heel Vlaanderen kunnen worden verspreid, daar zeker niet voor mogen sneuvelen.

Ik heb het zelf meegemaakt: theatertrekken zijn een uitstekend middel om aan lokale personeelskostbesparingen te doen. Je maakt met andere woorden je overhead heel efficiënt. En dat is toch een van uw uitgangsposities.

Ik sluit ook aan bij de opmerking van collega Rombouts. Er zijn eigenlijk al heel wat projecten op het laatste moment afgevoerd. We moeten toch wel opletten op de communicatie vanuit de administratie. En we mogen ons toch ook niet opstellen als een wat onbetrouwbare overheid. Ik denk aan circusprojecten die worden uitgesteld of socioculturele participatieprojecten die niet doorgaan. Ik weet dat daar allerlei redenen voor zijn, maar je zou op den duur de indruk krijgen dat men niet meer zo betrouwbaar is. Dat zou men toch moeten vermijden. Ik wil dat toch nog eens benadrukken. Juiste communicatie is daarbij heel belangrijk. We hebben  het in vorige afzeggingen van projecten ook al meegemaakt. Maar daarover straks meer.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw Segers, wie zijn die vier? De administratie heeft een screening gedaan, maar er is op dit moment nog geen enkele aanvraag ingediend. Het is nog een beetje voorbarig, maar de administratie verwacht zich aan vijf aanvragen, waarvan er een niet in aanmerking komt. Maar ik heb de namen niet. Hetzelfde geldt voor wie op subsidies van de vorige jaren wacht. Ik stel voor dat u die vraag schriftelijk indient. Dan zullen we daarop antwoorden. Ik heb die parate kennis niet.

Ik deel de bezorgdheid rond de communicatie. Vanuit het kabinet heb ik aangeboden om met de administratie rond te tafel te zitten, om de manier van communiceren toch iets duidelijker en gebruiksvriendelijker te maken. Ik denk dat er een middenweg moet worden gevonden tussen heel ambtelijke taal en heel literaire taal. Er mag toch iets concreter en minder ambtelijk worden gecommuniceerd. Daarin hebben we vanuit het kabinet initiatieven genomen naar de administratie toe.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Ik dank de collega’s voor de aanvullende opmerkingen en vragen. Het is uiteraard goed dat er vanuit de administratie helder en misschien wat minder ambtelijk wordt gecommuniceerd. Maar de opmerking van collega Pelckmans is ook wel zeer terecht: het departement communiceert over beslissingen die worden genomen door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering zou toch een betrouwbare partner moeten zijn; er moet inderdaad over worden gewaakt dat dit soort ad-hocbeslissingen niet om de haverklap worden genomen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.