U bent hier

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, collega’s, sinds 14 augustus 2019 is er een formeel verbod op pulsvisserij in de Belgische twaalfmijlszone. Dat was een initiatief van toenmalig minister Van den Heuvel. Daarmee lopen we eigenlijk een beetje vooruit op het definitieve verbod dat er op 1 juli 2021 op Europees niveau zou komen. De bedoeling is natuurlijk het beschermen van onze visbestanden en ook het ervoor zorgen dat er geen discriminatie tussen vissers is.

De pulskortechniek is bekend: stroomstoten zorgen ervoor dat de platvissen opveren en op die manier gemakkelijker in de netten van de vissers komen. Het is een efficiënte techniek. Vooral Nederlandse vissers hanteren die systemen. Effect van het verbod is er dan ook voor de Nederlandse kotters die uitgerust zijn met die techniek; zij mogen die vandaag in de Belgische wateren dus niet meer gebruiken.

Nu blijkt echter dat de Nederlandse kotters zich niet hebben neergelegd bij het algemene verbod en inventief onderzoeken hoe ze het verbod kunnen omzeilen. Zo zouden ze een nieuwe techniek aan het ontwikkelen zijn, waarbij waterstraaltjes worden gebruikt om de tong en de schol van de zeebodem op te schrikken en in de netten te krijgen. Ze zouden er zelfs van overtuigd zijn dat dit nieuwe systeem wel zou kunnen worden goedgekeurd door Europa.

Minister, bent u op de hoogte van de ontwikkeling van die nieuwe pulstechniek die men in Nederland ontwikkelt? Men noemt dat de 'Kärcher'-techniek. Hoe dienen die ontwikkelingen te worden gezien in het kader van het Europese pulskorverbod dat ingaat op 1 juli 2021? Heeft Nederland die techniek al aangemeld bij de Europese Unie? Hoe reageert de Vlaamse visserijvloot op deze ontwikkelingen? Zijn er al enige tendensen af te leiden sinds het pulskorverbod van augustus 2019, wat betreft de effecten van dat verbod op de visbestanden in de Noordzee? Zijn er in het licht van de brexit veranderingen te verwachten op dit vlak? We hebben het daarstraks gehad over de brexit. Het Verenigd Koninkrijk behoort niet meer tot de Europese Unie, hetgeen zou kunnen aanzetten tot het terugdraaien van het verbod door het Verenigd Koninkrijk. Zijn daar reeds indicaties van?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega, dank u wel voor de zeer interessante vraag. Uiteraard ben ik er al een tijdje van op de hoogte dat er in Nederland, weliswaar op superbeperkte schaal, wordt geëxperimenteerd met wat men daar de ‘waterjettechniek’ noemt. Het gaat om een techniek – spits allen uw oortjes – waarbij onderaan het net spuitkopjes worden gemonteerd om zo met waterstralen de platvissen van de bodem op te schrikken en aldus te kunnen vangen. Bij pulsvisserij gaat men gebruikmaken van elektrische stroomstoten om platvissen van de zeebodem op te jagen, die zo in het net zwemmen. Dat is dus iets helemaal anders. Het klinkt ook iets lieflijker.

Dus de waterstraaltechniek valt niet onder het pulsverbod. Met deze techniek wordt op kleine schaal geëxperimenteerd. Er wordt gezocht naar de juiste waterdruk, het gewicht van het vistuig, de netopstelling, de vorm en de richting van de spuitkopjes. Deze techniek is niet nieuw: in de jaren 90 werkte het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) reeds mee aan testen hiervoor. Een aantal reders binnen de Vlaamse visserijvloot volgen de evoluties op in het kader van een voortdurend zoeken naar alternatieve visserijtechnieken. Om de duurzaamheid van de waterjettechniek te bepalen, is meer onderzoek nodig naar de invloed van de waterstralen op de toplaag van de zeebodem, op het sediment en op het bodemleven. Het valt hoe dan ook niet onder het verbod.

Zijn er al enige tendensen af te leiden sinds het pulsverbod? De visbestanden in de Noordzee en de eventuele effecten van het pulsverbod worden door ILVO nauwgezet opgevolgd. Om de mogelijke gevolgen voor het zeeleven na te gaan, werd in september 2018 het project ‘Pulsvisserij Vlaamse Kust – deel 1’ opgestart, met Vlaamse steun van het Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector (FIVA) en met steun uit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). Met dat project tracht ILVO eventuele biomassaveranderingen in de zuidelijke Noordzee in kaart te brengen. Uit de resultaten blijkt dat de visbestanden binnen de Belgische 12 mijl het vrij slecht doen en dat er tegelijkertijd een hoge visserijdruk is geweest van de Nederlandse pulsvisserij. Dat bewijst uiteraard nog geen strikt oorzakelijk verband tussen beide, maar ik moet die twee tendensen wel meegeven.

Op een dergelijke korte termijn valt geen waarneembaar effect te verwachten van het pulsverbod in de 12 mijlszone. In augustus of september 2020 zal ILVO nieuwe wetenschappelijke surveys uitvoeren, waarbij de vispopulatie opnieuw wordt gemonitord. Het is dus een beetje afwachten wat deze resultaten zullen brengen.

Op dit ogenblik is er geen aanwijzing dat het Verenigd Koninkrijk het pulsverbod zou terugdraaien of versnellen. Tijdens de besprekingen van het verbod stelde het Verenigd Koninkrijk zich in het verleden eerder sceptisch op tegenover de pulsvisserij, dit op vraag van een groot aantal Britse kleinschalige vissers die nadeel ondervonden van de concurrentiële pulskor.

Tot hier een voorlopige stand van zaken, maar er zal uiteraard in het najaar wat meer nieuws zijn.

De heer Dochy heeft het woord.

Dus ik begrijp goed dat die ‘Kärcher’-techniek in principe in het algemeen kan worden toegepast op om het even welk vaartuig zonder dat we eerst weten of er al dan niet een effect is op het bodemleven? Hier wordt het voorzorgsprincipe – dat we eerst onderzoeken en dan toelaten – dus niet gehanteerd. Er zijn blijkbaar ook geen wettelijke belemmeringen mogelijk om te zeggen dat we moeten wachten om dit te veralgemenen. Klopt dat, minister?

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Ik had een aantal bijkomende vragen voorbereid, onder andere over de resultaten van dat ILVO-onderzoek, maar ik begrijp dat we nog meer onderzoek nodig hebben en dat er in augustus of september nieuwe wetenschappelijke onderzoeken volgen waardoor we wellicht tendensen kunnen ontdekken.

Intussen is de pulskorvisserij bij ons verboden. Ik denk dat dat intussen een jaar geleden is. Ik weet niet of u zicht hebt op het aantal inbreuken die sinds het verbod op pulskorvisserij in de Belgische 12 mijlszone zijn gebeurd? Mocht u daar niet onmiddellijk op kunnen antwoorden, dan wil ik gerust mijn vraag nog eens schriftelijk indienen.

Dan hebben we het verslagmoment gehad met de attaché Visserij.

We weten dat bij het Hof van Justitie van de Europese Unie een klacht is ingediend tegen het Europees Parlement en tegen de Europese Raad. Nederland vecht het pulskorvisserijverbod en de overgangsperiode aan. Die procedure kan mogelijk leiden tot de vernietiging van de hele Europese verordening waarop we ons baseren. Ik weet niet of er ondertussen een nieuwe stand van zaken is met betrekking tot deze rechtszaak, want het Europees Parlement en de Europese Raad moesten nog een verdediging opstellen. Ik weet niet of dat ondertussen is gebeurd en ook niet of er al een duidelijke timing is met betrekking tot een eventuele uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Voorzitter, dit is, naast de brexit, een belangrijke uitdaging voor de visserijsector. Ik wil eerst en vooral nog eens herhalen dat het verbod op de pulskorvisserij in onze ogen op basis van bezorgdheid is uitgevaardigd. Het gaat om een voorzorgsmaatregel ten aanzien van de impact op de visbestanden. Enerzijds zou er een voordeel zijn op het vlak van bodemberoering, maar anderzijds is er de impact op de visbestanden. Zonder dat een causaal verband is aangetoond, zou uit onderzoek nu toch blijken dat er wel degelijk een effect is.

Mijnheer Dochy, ik wil me bij uw tweede vraag aansluiten. In dit geval lijkt het voorzorgsprincipe niet te worden gehanteerd. Het is goed dat er met de ‘Kärcher’-techniek onderzoek naar nieuwe vangstmethodes is. Het is belangrijk de sector innovatief te houden en misschien nog echt belangrijke stappen te zetten op het vlak van de duurzaamheid. Die duurzaamheid heeft echter twee aspecten, enerzijds de bodem en het waterleven en anderzijds het peil van de visbestanden.

Ik zou een pleidooi willen houden om het voorzorgsprincipe zo goed mogelijk te benaderen. Dat betekent dat we echt in dat onderzoek moeten investeren en dat we snel de effecten in kaart moeten brengen. We moeten dan op Vlaams en Europees niveau bekijken hoe we hiermee omgaan. Wij zijn de eersten om voor een level playing field en voor een Europese aanpak te pleiten. We moeten snel in kaart brengen wat de effecten kunnen zijn. Het is misschien moeilijk om daar echt lijnen in te trekken op basis van het huidig onderzoek, maar we moeten snel gaan, want anders kan dat voor heel de sector een slechte zaak zijn.

De heer Tommelein heeft het woord.

Voorzitter, het blijft jammer dat een intrinsiek waardevolle techniek om de visserij te verduurzamen als de pulskorvisserij vanwege simpel misbruik is beladen met een negatieve beeldvorming die zelfs tot een verbod heeft geleid. Ik betreur dit, maar het doet geen afbreuk aan het feit dat pulskorvisserij een potentiële alternatieve en duurzame vangtechniek is, evenwel op voorwaarde dat de techniek op een correcte en verantwoorde wijze wordt gebruikt. Helaas weten vissers die op snel gewin uit zijn en niet verder kijken dan hun neus lang is, dat de pulskorvisserij een dankbare techniek is om snel veel te vangen. Zij blijven blind voor de snelle uitputting van de visvoorraden en proberen het geldend verbod op een creatieve wijze te omzeilen. Dit verergert de zaak enkel en zal leiden tot een kat-en-muisspelletje. De vis die uiteindelijk tussen kat en muis overblijft, zal zeer duur worden betaald.

Minister, ik hoop dat u deze kwestie op het niveau van de EU zult aankaarten en dat u medestanders zult vinden om de pulskortechniek op zijn echte waarde te beoordelen en op een correcte wijze toe te passen. Het klopt dat het vissen met een pulskor sneller en efficiënter gaat, wat implicaties kan hebben voor de organisatie van de visserij, zoals het aantal visdagen. Misschien komt dat aspect in het onderzoek te weinig aan bod.

Het gaat, met andere woorden, niet enkel om de techniek an sich. Het zou goed zijn ook de implementatie in de visserij en de impact op de organisatie te bekijken. Indien een alternatief wordt aangeboden, zullen de vissers de economische meerwaarde van de pulskorvisserij misschien correcter inschatten en bereid zijn hun activiteiten aan te passen, bijvoorbeeld omdat er ruimte voor bijkomende activiteiten vrijkomt. De pulskorvisserij kan, met andere worden, een aanleiding vormen om nieuwe businessmodellen, taakverbreding of differentiatie te zoeken.

Ik heb nog een aantal vragen die in de lijn liggen van wat de vorige sprekers al hebben gezegd over het onderzoeken van de verfijning. Zijn er nog projecten? Zijn er nog lidstaten van de EU die met deze technologie experimenteren in afwachting van het algemeen verbod dat op 1 juli 2021 ingaat?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, er is veel aandacht voor deze techniek. Collega Dochy, er is enkel een verbod op elektrisch vissen. Dat betekent dat in principe de andere zaken kunnen. Dat is niet in strijd met het voorzorgsprincipe. Het verbod is wat het is. Maar, collega Vaneeckhout, dat is net de reden waarom het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO) inzet op het onderzoek naar de effecten. Dat zal zeer nauwgezet voortgaan. Binnenkort zullen we er meer resultaten van kennen. Dat is nu net het voorzorgsprincipe. Bij de pulskor was het ook eerst toegelaten, maar na evaluatie vond men het toch niet zo ideaal.

Collega Tommelein, ik ben ook voorstander van een level playing field. Het gaat niet op dat de ene mag en de ander niet. Dat is absoluut vervelend.

De waterjet kan in principe vandaag. We zullen de effecten zien. Ik heb uitgelegd wat er allemaal onderzocht zou worden.

Collega Coudyser, er is inderdaad een inbreuk vastgesteld door een Nederlands vaartuig. Dat is overgemaakt aan het parket. Nederland vecht dat aan. We hebben op dit ogenblik geen nieuwe informatie. Er zijn geen andere inbreuken vastgesteld. Daar hebben wij geen weet van. U zult mij hierover wellicht vragen blijven stellen.

Ik heb u de resultaten gegeven van het onderzoek. De studie zelf is nog niet gepubliceerd. Ik weet niet wanneer dat zal gebeuren. Dat gebeurt niet via mij. Dat zal publiek worden gemaakt. De resultaten zijn via het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT) al naar buiten gekomen. Vandaar dat ik ze nu ook meegeef. We volgen dit verder op. 

De heer Dochy heeft het woord.

Dit geeft aan wat het belang is van ILVO in dezen. Het onderzoek kan ondersteunend zijn en de beoordeling van die techniek objectiveren. Maar het is natuurlijk ook van belang dat onze sector in België, in Vlaanderen, mee op de hoogte is en zich voorbereidt op een eventuele implementatie door anderen of door henzelf van deze nieuwe vorm van visserij. Ik kijk uit naar ons bezoek aan ILVO in Oostende, burgemeester Tommelein. We zullen graag bekijken hoe men daarmee omgaat.

De heer Tommelein heeft het woord.

Is dat op 19 juni? Uit uw opmerking leid ik af dat u van mij het een en ander verwacht. Bijvoorbeeld een welkomstdrink.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.